<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26348_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening Tilburg 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, 4</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening Tilburg 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Tijdelijke Referendumwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Kieswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-02-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 18</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009/022</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening Tilburg 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op de Tijdelijke Referendumwet;</al><al>gelet op de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: Referendumverordening Tilburg
                        2004</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen.</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>referendum: een volksstemming waarbij kiesgerechtigden zich
                                    uitspreken over een door de raad aangewezen onderwerp danwel
                                    over een te nemen of genomen raadsbesluit. Een raadplegend
                                    referendum vindt plaats op initiatief van de raad en een
                                    raadgevend referendum vindt plaats op initiatief van
                                    kiesgerechtigden. </al></li><li nr="b."><al>voorgenomen besluit: een ontwerpraadsbesluit behorende bij een
                                    op de agenda van een raadscommissie dan wel op de (voorlopige)
                                    raadsagenda geplaatst raadsvoorstel. </al></li><li nr="c."><al>besluit: een op schrift gestelde beslissing van de raad. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Toepassing.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is vastgesteld ter uitwerking van de autonome
                                bevoegdheid van de raad van de gemeente Tilburg om referenda
                                mogelijk te maken over gemeentelijke aangelegenheden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele
                                grondgebied van de gemeente Tilburg of een gedeelte daarvan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitzonderingen.</titel></kop><al>Een referendum kan niet worden gehouden over: </al><lijst><li nr="a."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit van de raad in bezwaar- en
                                    beroepsprocedures en besluit dan wel voorgenomen besluit tot het
                                    voeren van een rechtsgeding; </al></li><li nr="b."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit over individuele kwesties,
                                    zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen,
                                    schenkingen en rechtspositionele regelingen aangaande de
                                    griffier of griffiemedewerkers. </al></li><li nr="c."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit over de vaststelling van de
                                    gemeentelijke belastingen, de gemeentelijke begroting en de
                                    gemeenterekening; </al></li><li nr="d."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit over het voor kennisgeving
                                    aannemen van notities en rapporten; </al></li><li nr="e."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit in het kader van deze
                                    verordening; </al></li><li nr="f."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit om toe te treden tot, tot
                                    wijziging van, of om uit te treden uit een gemeenschappelijke
                                    regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
                                </al></li><li nr="g."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit waarbij het belang van het
                                    referendum, naar het oordeel van de raad, niet opweegt tegen de
                                    verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun
                                    plaats in de samenleving; </al></li><li nr="h."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit dat naar het oordeel van de
                                    raad zijn grondslag vindt in een eerder genomen beslissing
                                    waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
                                </al></li><li nr="i."><al>besluit dan wel voorgenomen besluit ter uitvoering van een
                                    besluit van het rijk of de provincie waarbij de raad geen
                                    beleidsvrijheid heeft. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Dringende redenen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan een inleidend verzoek als bedoeld in de artikelen 7 en
                                10 tot het houden van een referendum ook afwijzen, indien de raad
                                van mening is dat er dringende redenen zijn om geen referendum te
                                houden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit tot afwijzing van een verzoek tot het houden van een
                                referendum op grond van het vorige lid moet altijd goed gemotiveerd
                                worden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Het raadplegend referendum.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Initiatief raad.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op eigen initiatief besluiten tot het houden van een
                                referendum over een onderwerp of voorgenomen besluit dat daarvoor,
                                naar de mening van de raad, bijzonder aangewezen moet worden geacht.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 12 en verder is van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanhouden beslissing.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 5 van mening
                                is dat over het voorgenomen besluit een referendum kan worden
                                gehouden, dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare
                                wijze in twee termijnen behandeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluitvorming over het voorgenomen besluit wordt echter aangehouden
                                tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum
                                wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van
                                het inleidende of het definitieve verzoek wordt beslist. Over de
                                ingediende amendementen wordt wel gestemd, zodat de uitslag daarvan
                                bij het te houden referendum kan worden betrokken. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het raadgevend referendum.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Raadgevend referendum over voorgenomen raadsbesluit.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inleidend verzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek
                                    indienen tot het houden van een referendum over een voorgenomen
                                    besluit van de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek moet worden gedaan door een aantal kiesgerechtigden,
                                    dat tenminste gelijk is aan 0,33% van de kiesgerechtigde
                                    inwoners van de gemeente Tilburg ten tijde van de laatst
                                    gehouden verkiezing van de leden van de raad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden
                                    verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van het
                                    verzoek op grond van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd
                                    zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente
                                    Tilburg. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het verzoek wordt aangegeven om welk voorgenomen raadsbesluit
                                    het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van
                                    elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd
                                    en woonplaats. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst
                                    op daartoe van gemeentewege verstrekte formulieren. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verzoek moet tenminste zeven dagen voor de raadsvergadering,
                                    waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd, bij het college
                                    worden ingediend. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt
                                    gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden
                                    van een referendum. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Uiterlijk op de vrijdag voor de desbetreffende raadsvergadering
                                    maakt het college aan de raad bekend of naar zijn mening is
                                    voldaan aan de vereisten voor het indienen van een inleidend
                                    verzoek. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De raad beslist in de in het zesde lid genoemde raadsvergadering
                                    of aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek
                                    is voldaan en besluit tevens of over het voorgenomen besluit,
                                    met inachtneming van de weigeringsgronden uit de artikelen 3 en
                                    4, een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn
                                    beslissing eenmaal verdagen tot de eerstvolgende
                                    raadsvergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Definitief verzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden kunnen, binnen zes weken na de dag waarop de
                                    raad heeft bekend gemaakt dat op grond van het inleidend verzoek
                                    is besloten dat over een voorgenomen besluit een referendum kan
                                    worden gehouden, schriftelijk een verklaring tot ondersteuning
                                    van het inleidend verzoek afleggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verklaring moet worden afgelegd door een aantal
                                    kiesgerechtigden dat tenminste gelijk is aan 5% van de
                                    kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Tilburg ten tijde van
                                    de laatst gehouden verkiezing van de leden van de raad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden
                                    verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van de
                                    verklaring ter ondersteuning van het inleidend verzoek op grond
                                    van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de
                                    verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Tilburg.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal,
                                    worden de kiesgerechtigden die het inleidend verzoek hebben
                                    ingediend, meegerekend. Van deze kiesgerechtigden wordt
                                    aangenomen dat zij voldoen aan het derde lid van dit artikel.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de verklaring tot ondersteuning wordt aangegeven om welk
                                    voorgenomen raadsbesluit het gaat. De verklaring gaat vergezeld
                                    van een handtekening van elke kiesgerechtigde, met een opgave
                                    van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het vijfde lid genoemde persoonsgegevens zijn geplaatst op
                                    daartoe van gemeentewege verstrekte formulieren. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt
                                    gevormd door het totale aantal geldige verklaringen ter
                                    ondersteuning van het inleidend verzoek. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Uiterlijk op de vrijdag voor de eerstvolgende raadsvergadering
                                    na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn maakt het
                                    college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de
                                    vereisten voor het indienen van een definitief verzoek. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De raad beslist in de in het vorige lid genoemde
                                    raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een
                                    definitief verzoek is voldaan en of over het voorgenomen besluit
                                    een referendum zal worden gehouden. De raad kan zijn beslissing
                                    eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Aanhouden beslissing.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 7 van
                                    mening is dat over het voorgenomen besluit een referendum kan
                                    worden gehouden, dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de
                                    gangbare wijze in twee termijnen behandeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluitvorming over het voorgenomen besluit wordt echter
                                    aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop
                                    het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de
                                    ontvankelijkheid van het inleidende of het definitieve verzoek
                                    wordt beslist. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over de ingediende amendementen wordt wel gestemd, zodat de
                                    uitslag daarvan bij het te houden referendum kan worden
                                    betrokken. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Raadgevend referendum over raadsbesluit.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Inleidend verzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk een inleidend verzoek
                                    indienen tot het houden van een referendum over een besluit van
                                    de raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek moet worden gedaan door een aantal kiesgerechtigden,
                                    dat tenminste gelijk is aan 0,33% van de kiesgerechtigde
                                    inwoners van de gemeente Tilburg ten tijde van de laatst
                                    gehouden verkiezing van de leden van de raad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden
                                    verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van het
                                    verzoek op grond van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd
                                    zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente
                                    Tilburg. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het verzoek wordt aangegeven om welk raadsbesluit het gaat.
                                    Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke
                                    verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en
                                    woonplaats. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst
                                    op daartoe van gemeentewege verstrekte formulieren. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verzoek moet binnen drie weken nadat het desbetreffende
                                    raadsbesluit is bekend gemaakt bij het college worden ingediend.
                                    De bekendmaking vindt plaats door middel van publicatie van de
                                    besluitenlijst van de raad op de internetsite van de gemeente
                                    Tilburg. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt
                                    gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden
                                    van een referendum. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Uiterlijk een dag voor de eerstvolgende raadsvergadering na
                                    afloop van de in het eerste lid genoemde termijn maakt het
                                    college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de
                                    vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De raad beslist in de in het vorige lid genoemde
                                    raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een
                                    inleidend verzoek is voldaan en of over het besluit, met
                                    inachtneming van de weigeringsgronden uit de artikelen 3 en 4,
                                    een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing
                                    eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Definitief verzoek.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kiesgerechtigden kunnen, binnen zes weken na de dag waarop de
                                    raad heeft bekend gemaakt dat op grond van het inleidend verzoek
                                    is besloten dat over een besluit een referendum kan worden
                                    gehouden, schriftelijk een verklaring tot ondersteuning van het
                                    inleidend verzoek afleggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verklaring moet worden afgelegd door een aantal
                                    kiesgerechtigden dat tenminste gelijk is aan 5% van de
                                    kiesgerechtigde inwoners van de gemeente Tilburg ten tijde van
                                    de laatst gehouden verkiezing van de leden van de raad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden
                                    verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van de
                                    verklaring ter ondersteuning van het inleidend verzoek op grond
                                    van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de
                                    verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Tilburg.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de vaststelling van het in het tweede lid bedoelde aantal,
                                    worden de kiesgerechtigden die het inleidend verzoek hebben
                                    ingediend, meegerekend. Van deze kiesgerechtigden wordt
                                    aangenomen dat zij voldoen aan het derde lid van dit artikel.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de verklaring tot ondersteuning wordt aangegeven om welk
                                    raadsbesluit het gaat. De verklaring gaat vergezeld van een
                                    handtekening van elke kiesgerechtigde, met een opgave van diens
                                    naam, adres, leeftijd en woonplaats. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De in het vorige lid genoemde persoonsgegevens zijn geplaatst op
                                    daartoe van gemeentewege verstrekte formulieren. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het definitieve verzoek tot het houden van een referendum wordt
                                    gevormd door het totale aantal geldige verklaringen ter
                                    ondersteuning van het inleidend verzoek. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Uiterlijk een dag voor de eerstvolgende raadsvergadering na
                                    afloop van de in het eerste lid genoemde termijn maakt het
                                    college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de
                                    vereisten voor het indienen van een definitief verzoek.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De raad beslist in de in het vorige lid genoemde
                                    raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een
                                    definitief verzoek is voldaan en of over het besluit een
                                    referendum zal worden gehouden. De raad kan zijn beslissing
                                    eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Opschorten uitvoering besluit.</titel></kop><al>Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 10 van mening
                                is dat over het besluit een referendum kan worden gehouden, dan
                                wordt de uitvoering van dat besluit opgeschort tot de eerstvolgende
                                vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij
                                eerder negatief over de ontvankelijkheid van het inleidende of het
                                definitieve verzoek wordt beslist. </al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Datum, vraagstelling en procedure.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Datum referendum.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de raad besluit dat er een referendum zal worden gehouden op
                                grond van artikel 5 dan wel naar aanleiding van een definitief
                                verzoek, stelt de raad in dezelfde vergadering de dag vast waarop
                                het referendum wordt gehouden, met dien verstande dat het referendum
                                niet eerder plaatsvindt dan vier maanden en niet later dan zes
                                maanden na de dag waarop de raad besloten heeft tot het houden van
                                een referendum op basis van artikel 5 of tot het inwilligen van het
                                definitieve verzoek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er kunnen meerdere referenda op dezelfde dag worden gehouden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Vraagstelling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt zo spoedig mogelijk, maar tenminste twaalf weken voor
                                het te houden referendum, de vraagstelling en de antwoordcategorieën
                                van het referendum vast. Hij laat zich daarbij adviseren door de op
                                grond van artikel 15 ingestelde commissie van advies en toezicht.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Commissie van advies en toezicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt, per referendum, een commissie van advies en toezicht
                                in en benoemt en ontslaat haar leden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bestaat uit drie leden. Zij kiest uit haar midden een
                                voorzitter en bepaalt haar eigen werkwijze. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Leden van de raad, noch van het college maken deel uit van deze
                                commissie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die
                                geen lid is van de commissie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De taken van deze commissie zijn: </al><lijst><li nr="-"><al>formulering van de vraagstelling en antwoordcategorieën;
                                    </al></li><li nr="-"><al>toezicht op de organisatie van het referendum; </al></li><li nr="-"><al>toezicht op de objectieve communicatie. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Uitvoering.</titel></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het
                            houden van een referendum. Het regelt de bestuurlijke en ambtelijke
                            coördinatie </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Budget.</titel></kop><al>Bij het besluit tot het houden van een referendum, stelt de raad tevens
                            een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>De stemming, uitslag en de gevolgen van de uitslag.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>De stemming.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stemgerechtigd zijn diegenen die op de 43e dag voor de datum waarop
                                het referendum wordt gehouden, op grond van artikel B3 van de
                                Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de
                                raad. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen van de Kieswet over de raadsverkiezingen zijn voor
                                zover nodig van overeenkomstige toepassing voor het referendum.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Geldigheid van de uitslag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het referendum wordt als geldig beschouwd, indien de opkomst
                                tenminste gelijk is aan die van de laatstgehouden raadsverkiezingen,
                                met en ondergrens van 30%. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                                meerderheid van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>De beslissing van de raad.</titel></kop><al>In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het
                            referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het
                            aangehouden raadsbesluit dat aan een referendum is onderworpen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Strafsanctie.</titel></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt gestraft degene die: </al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of
                                    vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken; </al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij
                                    zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of
                                    vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk
                                    als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken,
                                    dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;
                                </al></li><li nr="c."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden
                                    heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door
                                    anderen te doen gebruiken; </al></li><li nr="d."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                    overleden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de in
                            het tweede lid van artikel 22 van de Tijdelijke referendumwet opgenomen
                            termijn van zes weken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Referendumverordening
                            Tilburg 2004. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 29 maart 2004</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>