<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR263406_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Welstandsnota "Welstand Blaricum"</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Blaricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hei en wei 12-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Welstandsnota "Welstand Blaricum"</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WONINGWET">Woningwet, art. 12a, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsbesluit nr. 2012-33</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze nota vervangt de nota Welstand Blaricum d.d. 27 oktober 2009. Deel B bevat een overgangsbepaling.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2019-5128</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Welstandsnota "Welstand Blaricum"</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> De raad der gemeente Blaricum,</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 juli 2012,</al><al/><al>gelet op artikel 12a eerste lid van de Woningwet,</al><al/><al>besluit:</al><al> een welstandsnota vast te stellen, inhoudende de volgende beleidsregels die
                        burgemeester en wethouders toepassen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al> 1.1 Aanleiding, doel en opbouw van de welstandsnota</al><al/><al>Nadat enkele jaren is gewerkt met de in 2004 vastgestelde basisnota
                            'Welstand Blaricum', heeft in 2008 een evaluatie plaatsgehad. In dat
                            verband is met di-verse ‘gebruikers’ van de nota gesproken: met
                            betrokken ambtenaren en de verantwoordelijke wethouder, de
                            Welstandscommissie, de Monumentencommissie, de architecten die werkzaam
                            zijn in de gemeente Blaricum en met inwoners die een bouwplantraject
                            hebben doorlopen. De bevindingen zijn bijeengebracht in de nota
                            ‘Evaluatie welstandsbeleid gemeente Blaricum’ d.d. 13 november 2008. Dat
                            heeft geresulteerd in een aangepaste versie van de Wel-standsnota die op
                            27 oktober 2009 door de raad is vastgesteld.</al><al>Op 1 oktober 2010 zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
                            en het Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking getreden. Met deze wet
                            heeft de wetgever de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen vergroot.
                            De Wabo en het Bor geven aan welke bouwplannen (en welke andere
                            activiteiten) vergun-ningplichtig zijn en vormen daarmee de basis voor
                            de welstandstoetsing. Alleen vergunningplichtige bouwwerken kunnen
                            vooraf op welstand worden getoetst. Naar aanleiding van inwerkingtreding
                            van de Wabo is voorliggende welstandsnota aangepast aan terminologie.
                            Voorts is de nota aangevuld met een regeling voor beeldbepalende
                            panden.</al><al>In artikel 12a van de Woningwet is bepaald dat de gemeenteraad een
                            welstandsnota vaststelt met beleidsregels waarin de criteria zijn
                            opgenomen die burgemeester en wethouders hanteren bij het beoordelen van
                            een bouwaan-vraag op welstandsvereisten. Daarbij gaat het om de
                            beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op
                            zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten
                            ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.
                            De voorliggende welstandsnota voorziet in de bedoelde criteria. Daarbij
                            biedt het, als beleidsdocument, ruimte voor nieuwe accenten en
                            inzichten.</al><al/><al/><al> 1.2 Leeswijzer</al><al/><al>De achtergronden van het welstandsbeleid worden in dit eerste hoofdstuk
                            geschetst. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid is beschreven in hoofdstuk 2
                            en dient samen met een analyse van de ruimtelijke kwaliteit van de
                            gemeente als uitgangspunt van deze nota.</al><al/><al>In de hoofdstukken 3 tot en met 6 zijn de criteria beschreven, die ten
                            grondslag liggen aan de welstandsbeoordeling. Hierbij zijn vier
                            categorieën onderscheiden; algemene welstandscriteria (hoofdstuk 3),
                            gebiedsgerichte welstandscriteria (hoofdstuk 4), de objectgerichte
                            welstandscriteria (hoofdstuk 5) en criteria voor kleine plannen
                            (hoofdstuk 6).</al><al> Hoofdstuk 7 geeft een procedure aan over hoe te komen tot
                            welstandscriteria voorafgaand aan toetsing van grote bouwplannen op
                            (her-)ontwikkelingslocaties, in geval van het ontstaan van nieuwe
                            gebieden. Het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 8) geeft criteria die kunnen
                            worden gebruikt voortoetsing achteraf aan redelijke eisen van welstand
                            (bij excessen).</al><al>In praktijk zal de welstandsnota niet als leesboek worden gebruikt. De
                            gemiddelde burger met bouwplannen hoeft niet de hele nota te lezen. Wie
                            wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, zal eerst
                            kijken of het beoogde bouwwerk valt onder de veel voorkomende kleine
                            plannen als dakkapellen en uitbouwen waarvoor met criteria voor kleine
                            plannen kan worden volstaan. Is dit niet het geval, dan gelden de
                            gebiedsgerichte criteria of de criteria voor specifieke bouwwerken. Deze
                            zijn minder vast omlijnd dan die voor veel voorkomende kleine plannen,
                            omdat het meer relatieve criteria zijn. Ze laten meer ruimte over voor
                            interpretatie. De welstandsnota is bedoeld als stimulans om een betere
                            kwaliteit te bereiken. Om deze reden is een ruimtelijke analyse
                            uitgevoerd, waarop de welstandsbeleidskaarten zijn gebaseerd.</al><al> Het kan voorkomen, dat de gebiedsgerichte en objectgerichte
                            welstandscriteria ontoereikend zijn voor de beoordeling, maar het
                            project wel voldoet aan redelijke eisen van welstand. Voor het geven van
                            een advies over dergelijke gevallen zijn algemene criteria opgenomen,
                            die ingaan op de bijzondere kwaliteiten van een plan. In praktijk zal
                            gelden, dat aan een plan hogere eisen wor-den gesteld naarmate het zich
                            meer van zijn omgeving onderscheidt.</al><al/><al/><al> 1.3 Redelijke eisen van welstand</al><al/><al>Een ieder kan in de welstandsnota opzoeken welke welstandscriteria bij
                            de welstandsbeoordeling een rol zullen spelen. De welstandscriteria zijn
                            duidelijk geformuleerd en afgeleid van de bestaande omgeving. Het
                            uitgangspunt is dat ieder de waardevolle karakteristieken van zijn eigen
                            buurt kan herkennen. Bij het ontwerpen van nieuwe gebouwen of
                            aanpassingen van bestaande bouwwerken moet daarmee rekening worden
                            gehouden. Wie bouwplannen heeft, kan al vroeg in het ontwerpproces in
                            overleg treden met de gemeente zodat snel duidelijk is of die plannen
                            kans van slagen hebben.</al><al> De welstandsnota is vooral een sturend en stimulerend hulpmiddel en
                            niet zozeer een instrument om van alles te verbieden. Voorkomen moet
                            worden dat er gebouwen worden gerealiseerd die afbreuk doen aan de
                            omgeving. In zo'n geval krijgt de indiener gelegenheid de plannen aan te
                            passen. Ook dat hoort bij sturen en stimuleren.</al><al>De belangrijkste uitgangspunten voor het welstandsbeleid van Blaricum
                            zijn:</al><al/><al>- Welstandstoezicht als instrument voor handhaven en versterken van
                            ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit van Blaricum is voor een
                            groot deel te vinden in het samenspel van de bebouwing met de lijnen en
                            vlakken van de historische structuur.</al><al> Behoud en kwaliteit zijn de kernbegrippen voor het beheer van de
                            ruim-telijke kwaliteit en daarmee voor welstand, dat plannen voor
                            gebouwen moet beoordelen in hun omgeving.</al><al/><al>- Openbaarheid en inzichtelijkheid. Het welstandstoezicht moet
                            objec-tiever en transparanter voor de burgers worden, door duidelijke
                            wel-standscriteria en door een open(bare) werkwijze.</al><al/><al/><al> 1.4 Gebruik van de welstandsnota</al><al/><al/><al>Objectgerichte beoordelingscriteria</al><al/><al>Er zijn objectgerichte welstandscriteria opgesteld voor bouwwerken die
                            zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin ze worden
                            geplaatst, een eigen serie welstandscriteria vergen. Dit betreft
                            langhuisboerderijen hooibergen en beeldbepalende panden.</al><al> De opzet van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar
                            met de hierna beschreven gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij
                            gaat het steeds om 'relatieve' welstandscriteria. De bouwplannen worden
                            altijd aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling de
                            criteria interpreteert in het licht van het concrete bouwplan.</al><al/><al/><al>Gebiedsgerichte beoordelingscriteria</al><al/><al>Voor bouwplannen die niet met de criteria voor kleine plannen kunnen
                            worden beoordeeld is bij het opstellen van welstandscriteria een
                            gebiedsgerichte aanpak gevolgd. In Blaricum zijn zeven gebieden
                            onderscheiden die elk een eigen set aan welstandscriteria hebben
                            gekregen op basis van een beschrijving van de samenhang in en het
                            karakter van een bepaald gebied of object. Het zijn criteria waar men op
                            moet letten als men wil bouwen of verbouwen in een bepaald gebied. Met
                            deze gebiedsgerichte welstandscriteria wordt ook aange-geven in welke
                            gebieden bijzondere kwaliteiten aanwezig zijn en extra inspanningen
                            worden verwacht.</al><al>De gebiedsgerichte welstandscriteria zijn geen absolute maar relatieve
                            criteria, die ruimte laten voor een beoordeling in het licht van het
                            concrete bouw-plan. Die interpretatie kan in een vroeg stadium al
                            onderwerp van gesprek zijn met de welstandscommissie.</al><al/><al> Algemene beoordelingscriteria</al><al/><al>In een enkel geval zal het voorkomen dat de gebiedsgerichte en
                            objectgerichte welstandscriteria ontoereikend of te beperkend zijn. Het
                            kan gebeuren dat een plan wél voldoet aan redelijke eisen van welstand
                            maar niet aan de gebiedsgerichte of objectgerichte criteria. Daarom zijn
                            in de nota ook algemene criteria opgenomen, waarmee een bouwplan geheel
                            op zichzelf, op de eigen archi-tectonische kwaliteiten kan worden
                            beoordeeld. Deze criteria kunnen niet te pas en te onpas worden
                            gebruikt. Het moet gaan om uitzonderlijke bouwwerken die op zichzelf een
                            positieve bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Ze zijn voor
                            onverwachte, experimentele of opvallende bouwwerken. Als stelregel geldt
                            daarbij dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en de
                            architectuur, naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving
                            onderscheidt.</al><al/><al/><al>Afwijken van het welstandsadvies?</al><al> Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies
                            van de welstandscommissie. Zij kunnen evenwel afwijken van het advies
                            van de welstandscommissie indien zij tot het oordeel komen dat de
                            welstandscommisie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft
                            geïnterpreteerd, of de commissie naar hun oordeel niet de juiste
                            criteria heeft toegepast. Indien burgemeester en wethouders bij een
                            aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen op inhoudelijke grond
                            tot een ander oordeel komen dan de welstandscommissie, dan kunnen zij,
                            voordat het besluit op de vergunningaanvraag wordt genomen maar binnen
                            de daarvoor geldige afhandelingstermijn, een nader advies vragen. Het
                            advies van deze commissie gaat boven het advies van de reguliere
                            welstandscommissie en speelt een zware rol bij de verdere
                            oordeelsvorming van burgemeester en wethouders.</al><al> Afwijken om andere redenen kan ook op basis van artikel 2.10 lid 1
                            onder d Wabo. Dat biedt de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan
                            met redelijke eisen van welstand, toch de omgevingsvergunning te
                            verlenen indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat daarvoor
                            andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke
                            aard. In Blaricum zullen burgemeester en wethouders uiterst terughoudend
                            zijn met het gebruik van deze mogelijkheid omdat de ruimtelijke
                            kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of
                            maatschappelijke belangen.</al><al/><al>Indien burgemeester en wethouders afwijken van het advies van de
                            welstandscommissie dan wel de 'second opinion', wordt dit in de
                            beslissing op de aan-vraag van de omgevingsvergunning voor bouwen
                            gemotiveerd. De welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte
                            gesteld.</al><al/><al/><al>1.5</al><al> Tot slot</al><al/><al>De welstandscriteria zijn door de raad vastgesteld en voor iedereen
                            beschikbaar. De welstandscommissie beoordeelt
                            omgevingsvergunningsaanvragen voor bouwen in een openbare vergadering.
                            De agenda van de welstandscommissie is openbaar. Planindieners en
                            ontwerpers kunnen via een gemeentelijke ambtenaar een afspraak maken met
                            de welstandscommissie om een toelichting te geven op hun bouwplan. Zij
                            kunnen de beoordeling bijwonen en een uitleg krijgen over het
                            advies.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>2</nr><titel>Ruimtelijk kwaliteitsbeleid</titel></kop><structuurtekst><al>Blaricum is een groen en landelijk dorp met belangrijke
                            cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Voor de ruimtelijke
                            ontwikkeling is de cultuurhisto-rie van grote invloed geweest en ook nu
                            is het ruimtelijk beleid erop gericht om de cultuurhistorische en
                            landschappelijke waarden, waar Blaricum haar identiteit aan ontleent, te
                            behouden.</al><al/><al/><al> 2.1 Welstandstoezicht in Blaricum, de huidige situatie</al><al/><al>De gemeente Blaricum voert al vanaf 1912 welstandstoezicht uit. In
                            navolging van de Modelbouwverordening van de Vereniging van Nederlandse
                            Gemeenten, heeft Blaricum destijds algemene welstandscriteria opgenomen
                            in de bouwver-ordening:</al><al> - de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de karakteristiek
                            van de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte, het landschap dan
                            wel de stedenbouwkundige context;</al><al> - de massa, materiaal, maat, schaal, detaillering, materiaalkeuze en
                            kleurstelling;</al><al> - samenhang in het bouwwerk of de bouwwerken voor wat betreft de
                            onderlinge relatie tussen de samenstellende delen daarvan.</al><al/><al/><al>Huidige werkwijze welstandscommissie</al><al> De advisering over redelijke eisen van welstand is door de gemeenteraad
                            opgedragen aan de welstandscommissie. De organisatie, samenstelling en
                            werkwijze van deze commissie is geregeld in hoofdstuk 9 van de
                            bouwverordening.</al><al> Omgevingsvergunningsplichtige plannen (of schetsontwerpen) worden in
                            eerste instantie door de rayonarchitect bekeken. De rayonarchitect
                            beoordeelt of het nodig is om ze aan de welstandscommissie voor te
                            leggen. De rayonarchitect is evenwel ook gemandateerd om zelf plannen of
                            schetsontwerpen af te handelen.</al><al/><al/><al> 2.2 Relevant ruimtelijk beleid </al><al> Bestemmingsplannen</al><al/><al>Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van
                            bouwwerken 'voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke
                            ordening'.</al><al> Datgene dat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt kan niet
                            door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische
                            vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het
                            bestemmingsplan en wordt ex-clusief door de welstandsnota geregeld.
                            Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan
                            biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit, het
                            welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het
                            bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming
                            is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte
                            biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden
                            gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing
                            afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied.
                            Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie
                            leveren.</al><al/><al>Blaricum heeft zeven bestemmingsplannen. Voor 2013 worden alle
                            bestem-mingsplannen geactualiseerd. De gemeente wil graag naar minder
                            bestem-mingsplannen en zal bij de herziening van de bestemmingsplannen
                            deze relateren aan de ruimtelijke hoofdstructuur en gebiedstypering. In
                            de meest recente bestemmingsplannen is een stedenbouwkundige paragraaf
                            opgenomen. Een enkele keer komt een omgevingsvergunningsaanvraag binnen
                            waarvoor een afwijking ex art. 2.12 lid 1 onder a sub 2 Wabo moet worden
                            gevoerd. In verband met de vermindering van de rechtszekerheid voor de
                            burger en de ongewenste ontwikkeling van grote uitbreidingen en
                            bijgebouwen, zijn er ten aanzien van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2
                            Wabo afwijkingen beleidsregels opgesteld. Een welstandstoetsing speelt
                            hierbij een belangrijke rol.</al><al> De welstandscommissie, aangevuld met de klankbordgroep, wordt om advies
                            gevraagd bij het opstellen of vaststellen van de
                            bestemmingsplannen.</al><al/><al/><al>Stedenbouwkundige en beeldkwaliteitsplannen</al><al> Voor de verkenning van de ontwikkeling van uitleggebieden en
                            herontwikkelingsgebieden worden stedenbouwkundige randvoorwaarden dan
                            wel een stedenbouwkundig plan opgesteld. De gemeente is van zins om in
                            de toekomst bij de opstelling van stedenbouwkundige plannen en
                            randvoorwaarden ook de welstandscommissie te betrekken over de
                            esthetische gevolgen van het gebruik van zo'n plan als
                            toetsingskader.</al><al> Op dit moment zijn het in 2005 vastgestelde Masterplan en het daaraan
                            gekoppelde Kwaliteitsinstrumentarium voor de Blaricummermeent relevant.
                            Op basis daarvan zijn gebiedsgerichte welstandscriteria voor dit gebied
                            aan de welstandsnota toegevoegd.</al><al> Verder is de in 2012 door de raad vastgestelde Beleidsnota
                            Beeldbepalende panden Blaricum 2012 van belang. Daarin wordt voorgesteld
                            om de bescher-ming van die panden ook via de welstandsnota te regelen.
                            De voorliggende nota voorziet daarin: objectgerichte criteria voor
                            beeldbepalende panden dienen als toetsingskader bij
                            omgevingsvergunningverlening.</al><al/><al/><al>Afstemming op buurgemeenten</al><al> De gemeente Huizen heeft voor haar grondgebied een welstandsnota
                            vastge-steld. De grens met de gemeente Huizen doorsnijdt de wijk
                            Bijvanck en de bebouwing langs de Randweg en de Blaricummerstraat.</al><al> Ten aanzien van Bijvanck stelt de welstandsnota van de gemeente Huizen
                            dat binnen de eenheid van een bouwblok, rij woningen of dubbele woning
                            bij ver-anderingen/vernieuwingen afstemming van wezenlijk belang is.
                            Daarbinnen is er bij aanpassingen van individuele woningen veel mogelijk
                            wat betreft vorm, kleur- en materiaalgebruik. Bij de aanpak van totale
                            projecten is het wenselijk om de oriëntatie in de wijk en de
                            herkenbaarheid per buurt en straat te ver-groten door introductie van
                            afwijkende architectuurvormen, kleur- en materi-aalgebruik.</al><al> In de Blaricumse welstandsnota is er voor gekozen voor wat betreft de
                            ligging, architectuur, massa en materiaal en kleurgebruik per cluster
                            hetzelfde te la-ten zijn. Dit sluit aan bij de nota van de gemeente
                            Huizen. Daar waar de ge-meente Huizen kiest voor introductie van
                            afwijkende architectuurvormen, kleur- en materiaal gebruik wordt in de
                            gemeente Blaricum echter vastgehou-den aan de algemene eis dat
                            architectuur, massa en materiaal en kleurgebruik per massa hetzelfde
                            zijn. Langs de Blaricummerstraat gaat de gemeente Hui-zen vooral uit van
                            behoud. De regels in deze welstandsnota voor het Blaricum-se gaan
                            eveneens uit van behoud.</al><al/><al>Daarnaast sluit de kern Blaricum nauw aan op de kern Laren. Met name
                            voor enkele wegen betekent dit dat zij vallen binnen het welstandsregime
                            van La-ren en Blaricum. Gedacht kan worden aan De Torenlaan,
                            Eemnesserweg en Noolseweg. De regels van Villagebied sluiten evenwel aan
                            op de regels zoals die worden gesteld in de Larense welstandsnota voor
                            het villagebied.</al><al/><al/><al> 2.3 Cultuurhistorie, monumenten en monumentenbeleid</al><al/><al>Blaricum is in de tiende eeuw als kerkdorp gesticht. Het kleinschalige
                            en agra-rische karakter is lang behouden. Voor de toekomst ligt de
                            nadruk op het be-houd van het historisch karakter, de cultuur en
                            natuur.</al><al> In 1963, 1984 en 1996 zijn de monumentale gebouwen en structuren in de
                            gemeente geïnventariseerd. Het oude dorp van Blaricum met de oude
                            boerde-rijen, dorpsachtige bebouwing, hagen en kronkelende klinkerwegen
                            is door het Rijk aangewezen als beschermd gezicht. Binnen de gemeente
                            Blaricum zijn 73 objecten als Rijksmonument aangewezen. De gemeente
                            heeft 78 objecten opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst
                            (situatie april 2012). In bijlage 2 zijn lijsten opgenomen met Rijks- en
                            gemeentelijke monumenten.</al><al> Daarnaast zijn er in de gemeente ruim 100 beeldbepalende panden,
                            waarvoor in de welstandsnota objectgerichte welstandscriteria zijn
                            opgenomen.</al><al/><al/><al>Het monumentenbeleid</al><al/><al>De gemeente heeft in 1983 een expliciet monumentenbeleid vastgesteld. In
                            2006 is een gewijzigde gemeentelijke monumentenlijst vastgesteld. Voorts
                            heeft onderzoek plaatst gevonden voor de opname van de beeldbepalende
                            panden in bestemmingsplannen en de welstandsnota.</al><al/><al>De welstandstoets vindt plaats in het kader van de Woningwet (Ww) voor
                            de afgifte van omgevingsvergunningen. Als de bouwactiviteit de wijziging
                            van een monument betreft, dient voorts in de aanvraag het onderdeel
                            monument te worden meegenomen, ex art 2.1 lid 1 onder f Wabo. Voor
                            advisering over de omgevingsvergunning voor monumenten heeft B&amp;W een
                            adviescommissie Ruim-telijke Kwaliteit ingericht.</al><al> Op grond van artikel 2.15 kan een omgevingsvergunning voor een monument
                            slechts worden verleend, indien het belang van monumentenzorg zich
                            daarte-gen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag
                            (burgemeester en wethouders) rekening met het gebruik van het
                            monument.</al><al/><al> 2.4 Analyse ruimtelijke kwaliteit</al><al/><al>Om de specifieke ruimtelijke kwaliteiten van de gemeente te onderzoeken,
                            de relatie die de bebouwing aangaat met de openbare ruimte en het
                            landschap te onderzoeken is een analyse gemaakt die zijn weerslag heeft
                            gevonden in de kaartbeelden op de volgende pagina's. Uit deze analyse
                            van de ruimtelijke kenmerken van zowel het landschap, de openbare ruimte
                            als de bebouwing, is een visie op het gebied voortgekomen waarbij de
                            belangrijkste kenmerken van de samenhang tussen de bebouwde omgeving en
                            het landschap centraal staan.</al><al/><al/><al>Globale gebiedstypering</al><al> De gemeente Blaricum ligt aan de rand van het Gooi, direct grenzend aan
                            La-ren, Eemnes en Huizen. Blaricum wordt gekenmerkt door veel
                            individuele be-bouwing als villa's en (voormalige) boerderijen en
                            seriematige bebouwing in de uitbreidingswijk op ongeveer twee kilometer
                            afstand van de historische kern. Belangrijke kenmerken zijn:</al><al/><al>• gelegen op de overgang tussen de hooggelegen, reliëfrijke Gooise
                            stuwwallen en de lage, vlakke Eemvallei;</al><al> • woongebieden lopen naadloos over in aangrenzende gemeenten;</al><al> • A27 vormt een grens en doorsnijdt de gemeente;</al><al> • kern van (voormalige) boerderijen en dorpsachtige bebouwing met rond
                            de erven kronkelende paden en wegen in een spinnenwebachtig, orga-nisch
                            gegroeid wegenpatroon;</al><al> • om de kern lanen en wegen met villa's, landhuizen en ruime
                            midden-standswoningen;</al><al> • aan de noordoostkant kleinschalige seriematige uitbreidingen;</al><al> • op ongeveer twee kilometer afstand van het dorp een grote
                            uitbrei-dingswijk, grenzend aan Huizen met een meanderende
                            hoofdstructuur;</al><al> • aan de zuidwestkant gelegen in bos en heidegebied;</al><al> • weidegebieden en Gooi- en Eemmeer aan de noordoostkant van de
                            gemeente.</al><al/><al> Historie</al><al/><al>Blaricum is in de tiende eeuw als kerkdorp gesticht en is tot diep in de
                            twintig-ste eeuw een landbouwdorp geweest dat nog geheel functioneerde
                            volgens het middeleeuwse systeem van grondgebruik.</al><al> • op gemeenschappelijke weidegronden in de Eemvallei (de Meenten) werd
                            het vee gehouden;</al><al> • op hoger gelegen gronden (de Engen) was akkerbouw mogelijk en werd
                            traditioneel boekweit en rogge verbouwd;</al><al> • schapen zorgden voor mest voor de akkerbouw en graasden op de
                            hei-develden, die zich hierdoor steeds verder uitbreidden;</al><al> • de bebouwing van het dorp bestond voor het grootste deel uit
                            boerde-rijen;</al><al> • tussen de erven lagen weilanden en boomgaarden;</al><al> • op zandgronden ontstonden door de veedriften een spinnenwebachtige,
                            organische structuur.</al><al/><al> Historische structuur</al><al> Belangrijke kenmerken van de historische structuur zijn:</al><al> • Blaricum op de grens tussen bos en weide;</al><al> • op zandgronden een spinnenwebachtige structuur en enkele doorlopen-de
                            radiaalwegen naar omliggende dorpen;</al><al> • bebouwing ligt geconcentreerd bij elkaar, wel met een ruime
                            onderlin-ge afstand;</al><al> • buiten de kern ligt nauwelijks bebouwing.</al><al/><al/><al>Ontwikkelingen in de twintigste eeuw</al><al/><al>In de loop van de negentiende eeuw trad er verdichting in het dorp op.
                            Oude percelen werden daartoe verdeeld, weiden en akkers verkaveld.
                            Ondanks de verdichtingen, die hebben plaatsgevonden, is de kern van
                            Blaricum nog zeer goed behouden gebleven. Boerenerven, weilanden en
                            akkertjes wisselen elkaar af. Een aantal wegen is nog steeds een zandpad
                            en de bebouwing is nog rede-lijk authentiek.</al><al> Vanaf het einde van de negentiende eeuw hebben vanwege de ongerepte
                            schoonheid van het Gooi veel internationaal bekende kunstenaars, maar
                            ook wetenschappers, filosofen, vrijdenkers, wereldverbeteraars en
                            intellectuelen van allerlei aard zich in Blaricum gevestigd. Deze mensen
                            wisten de weg te vinden naar goede en dikwijls internationaal bekende
                            architecten en tuinarchi-tecten. Een en ander leidde tot een gebouwde
                            omgeving waarvan de archi-tectonische waarde ver boven het gemiddelde
                            van een Nederlands dorp uitsteekt. De typische Gooise
                            landhuisarchitectuur leent zijn ontstaan daaraan en aan de stijl van de
                            Saksische boerenhoeve en de Engelse landhuisbouw. Daarnaast hebben vanaf
                            de twintiger jaren de modernen als Rietveld, Elling, Hein Salomonson en
                            Hausbrand verscheidene huizen in Blaricum gebouwd. Ook de tuinen met
                            omringende groenopstand en hagen langs de erfafscheidingen in deze
                            omgeving zijn van bijzondere ruimtelijke kwaliteit.</al><al/><al>Bijzonder in de ontwikkeling van Blaricum is de vestiging in 1900 van de
                            Stich-ting Internationale Broederschap, opgericht door Professor Van
                            Rees en domi-nee Kylstra. Ze hadden een groot terrein aan de Torenlaan
                            waar de leden in hun onderhoud moesten voorzien door middel van
                            landarbeid en enige bedrij-vigheid. Aanvankelijk werden de leden
                            ondergebracht in een groot gemeen-schapshuis en later in kleine houten
                            woningen. In 1904 is het Broederschap uiteengevallen. Diverse
                            koloniehuizen aan de Torenlaan en Noolseweg herinne-ren aan die
                            bijzondere periode.</al><al/><al>Aanvankelijk werd er in hoofdzaak langs de uitvalswegen en bestaande
                            zand-paden gebouwd, maar later werden ze ook langs nieuw aangelegde
                            wegen gebouwd. Langs de bestaande uitvalswegen is veelal een soort
                            lintbebouwing ontstaan. Op een aantal plaatsen zijn de gebieden tussen
                            de uitvalswegen verkaveld.</al><al/><al>De grote bouwstroom heeft pas na de Tweede Wereldoorlog plaatsgevonden.
                            Ter plaatse van akkers is er verder verdicht. In de jaren zeventig is
                            ook de grote uitbreidingswijk Bijvanck gebouwd. Aansluitend wordt in de
                            Blaricum-mermeent gebouwd.</al><al/><al/><al>Cultuurhistorie</al><al/><al>Blaricum heeft veel cultuurhistorisch waardevolle gebieden.</al><al> • de kern van Blaricum heeft zeer hoge cultuurhistorische waarde;</al><al> • delen van het aangrenzende villagebied zijn cultuurhistorisch zeer
                            waardevol;</al><al> • tussen de bebouwing liggen veel kleine akkertjes en weilandjes die
                            voor het landelijke beeld van Blaricum heel waardevol zijn.</al><al/><al/><al>Structuur</al><al/><al>Hoofdpunten in de structuur zijn:</al><al> • drie noord-zuid lopende wegen (Schapendrift, Franse Pad/Melkweg en
                            Meentweg), die evenwijdig lopen tussen de zandgrond van het Gooi en de
                            veengebieden van de Eemvallei;</al><al> • tussen deze hoofdwegen ligt een radiaalstructuur van slingerende
                            pa-den;</al><al> • steeds worden twee of drie boerenerven al dan niet met weiland
                            inge-sloten door dit fijnmazige padennet;</al><al> • bebouwing in het dorp neemt vanaf het centrum geleidelijk af in
                            dicht-heid;</al><al> • kern van het dorp is slechts kenbaar door verdichting in de
                            bebouwing;</al><al> • weids zicht op open plekken in het bos (de heidevelden), het Gooi- en
                            Eemmeer en het open weidegebied;</al><al> • bebouwing is op meerdere plekken geconcentreerd met eigen entrees,
                            daartussen bos, heide en weide;</al><al> • weinig landmarks, slechts twee kerken;</al><al> • twee centra, in het dorp en in Bijvanck.</al><al/><al> 2.5 Conclusies voor de welstandsnota</al><al/><al>Blaricum is rijk aan kwaliteit. Deze ligt enerzijds in het historische
                            karakter, maar is anderzijds ook te vinden in de meer recente
                            ontwikkelingen. In het algemeen kan worden gesteld, dat in het verleden
                            de toon is gezet en deze in de loop der jaren is vastgehouden. De
                            gegroeide kwaliteit van de historische kern is voortgezet in opzet en
                            architectuur van de villaparken en later, zij het misschien iets minder
                            uitbundig, vastgehouden in de uitbreidingen. De zorgvul-dige inrichting
                            van het overgrote deel van de openbare ruimte en het niveau van de
                            architectuur dienen te worden gecontinueerd. Welstand dient hier op in
                            te spelen zonder de mogelijkheden voor vernieuwing uit het oog te
                            verliezen.</al><al/><al/><al>Behoud van kwaliteit</al><al/><al>Voor het behoud en waar mogelijk versterken van de kwaliteit van
                            Blaricum zijn de volgende punten van belang:</al><al> • behoud van de historisch waardevolle samenhang tussen gebouwen en
                            openbare ruimte, zowel in de kern met zijn middeleeuwse structuur als in
                            het buitengebied en de nieuwe woongebieden;</al><al> • de kwaliteit van de historische gebouwen vormt het referentiepunt
                            voor nieuwe architectuur, waarbij met name de villa's uit de eerste
                            helft van de twintigste eeuw moeten worden genoemd waarvan de
                            architectoni-sche kwaliteit ver boven het gemiddelde van Nederland
                            is;</al><al> • de beleving van hoofdlijnen is van belang en gebouwen dienen vooral
                            het beeld dat wordt gevormd door de hoofdlijnen te ondersteunen;</al><al> • de schaal en maat van gebouwen zijn in samenhang met de plaats in de
                            structuur en de maat van de kavel;</al><al> • groen en de inrichting van de openbare ruimte zijn van een
                            vergelijk-baar belang als de gebouwen.</al><al/><al> Gebiedsindeling</al><al> Op basis van de ruimtelijke analyse kunnen samenhangende gebieden
                            worden onderscheiden. Deze gebieden zijn weergegeven op de
                            welstandskaart. De kaart geeft een overzicht van de gebiedsindeling op
                            basis van overeenkomsten in functionele, stedenbouwkundige en/of
                            architectonische kenmerken voor de gemeente Blaricum. Daarnaast is
                            aansluiting gezocht bij de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht,
                            bij de grenzen van het bestemmingsplan Villagebie-den en er is rekening
                            gehouden met de planvorming in de Blaricummermeent.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>3</nr><titel>Algemene welstandscriteria</titel></kop><structuurtekst><al>De algemene welstandscriteria die in deze paragraaf worden genoemd
                            richten zich op de zeggingskracht en de kwaliteit van het
                            architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele
                            kwaliteitsprincipes. De algemene wel-standscriteria zijn gebaseerd op de
                            notitie 'Architectonische kwaliteit, een notitie over
                            architectuurbeleid' van prof. ir. Tj. Dijkstra.</al><al/><al>De algemene welstandscriteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag
                            aan elke planbeoordeling omdat ze het uitgangspunt vormen voor de
                            uitwerking van de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria.
                            In praktijk zullen die uitwerkingen meestal voldoende houvast bieden
                            voor de planbeoordeling.</al><al/><al> In bijzondere situaties wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte
                            wel-standscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug
                            te grijpen op de algemene welstandscriteria.</al><al> Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast
                            aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo
                            onder de maat blijft dat het op den duur zijn omgeving negatief zal
                            beïnvloeden. </al><al/><al>Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de gebiedsgerichte en
                            objectgerichte criteria, dus van de bestaande of toekomstige omgeving
                            maar door bijzondere schoonheid wél aan redelijke eisen voldoet kan de
                            welstandscommissie burge-meester en wethouders toch positief adviseren,
                            door bij de motivatie terug te grijpen op de algemene criteria.</al><al> In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond
                            van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere
                            schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden
                            aangetoond. Het ni-veau van 'redelijke eisen van welstand' ligt dan
                            uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden
                            gesteld aan de zeggingskracht en de archi-tectonische kwaliteit naarmate
                            een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt.</al><al/><al/><al> 3.1 Relatie tussen vorm, gebruik en constructie</al><al/><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik
                            ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast
                            ook zijn eigen samenhang en logica heeft.</al><al/><al>Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het
                            welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm,
                            kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit
                            het ge-bruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om
                            een doel-matige constructie te maken.</al><al> Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm.</al><al> Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het
                            gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en
                            constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden
                            verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke
                            relatie houdt met zijn oor-sprong.</al><al> Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een
                            recht-streekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast
                            andere facto-ren die hun invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de
                            associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context. Maar
                            als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie dan
                            verliest zij daarmee aan begrijpelijkheid en integriteit.</al><al/><al/><al> 3.2 Relatie tussen bouwwerk en omgeving</al><al/><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de
                            open-bare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere
                            eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de
                            omge-ving groter is.</al><al/><al>Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in
                            bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier
                            gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de
                            gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk
                            bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context,
                            het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren
                            alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke
                            of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met
                            zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de
                            omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve
                            bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten
                            ontwikkeling daarvan.</al><al> Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de
                            ge-biedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen.</al><al/><al/><al> 3.3 Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context</al><al/><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en
                            uit-gewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in
                            de be-staande maatschappelijke realiteit.</al><al/><al>Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een
                            taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken.
                            Die re-gels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar
                            als ze wor-den verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst
                            verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als
                            de regels van de archi-tectonische vormgeving niet bewust worden
                            gehanteerd.</al><al> Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen krijgen
                            zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en
                            constructie, be-paalde associaties op. Pilasters in classicistische
                            gevels verwijzen naar zuilen-structuren van tempels, transparante gevels
                            van glas en metaal roepen associaties op met techniek en
                            vooruitgang.</al><al> In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en
                            associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in
                            de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk
                            ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties
                            worden verwerkt en geïnterpre-teerd binnen het kader van de actuele
                            culturele ontwikkelingen, zodat concep-ten en vormen ontstaan die
                            bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig
                            gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een
                            bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van
                            zijn uiterlijk in de tijd worden geplaatst waarin het werd gebouwd of
                            verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het
                            ver-leden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande (monumentale)
                            omgeving betekent dit dat de wijzigingen of geheel in lijn moeten zijn
                            met het bestaan-de uiterlijk of dat duidelijk moet zijn wat authentiek
                            is en wat nieuw is toege-voegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door
                            een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van
                            stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden.</al><al/><al>Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te
                            'begrijpen' als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal
                            van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo
                            belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om
                            te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.</al><al/><al/><al> 3.4 Evenwicht tussen helderheid en complexiteit</al><al/><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de
                            aantrek-kingskracht door simpelheid verloren gaat.</al><al/><al>Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden
                            gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere
                            structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld
                            dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare
                            maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer
                            mogelijk de grote hoeveelheid vi-suele informatie die de gebouwde
                            omgeving geeft, te reduceren tot een bevat-telijk beeld.</al><al> Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid.
                            Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn
                            gehei-men niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de
                            creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden
                            daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen
                            ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Complexiteit in de
                            architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen
                            en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving
                            met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk
                            aanwezig in evenwichtige en spanningsvol-le relatie.</al><al/><al/><al> 3.5 Schaal en maatverhoudingen</al><al/><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat
                            beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen.</al><al/><al>Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de
                            betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen
                            uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar
                            en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een
                            verzameling losstaande kleine plan-nen.</al><al/><al>De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de
                            bele-vingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest
                            ongrijpbare aspec-ten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer
                            ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar
                            wáárom de maatver-houdingen van een bepaalde ruimte aangenamer,
                            evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks
                            vast te stellen.</al><al/><al>Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de
                            maatver-houdingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits
                            bewust toege-past kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking
                            hebben.</al><al> De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de
                            com-positie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk
                            element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een
                            dakkapel, een aan-bouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten
                            opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het
                            beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin
                            dat is geplaatst.</al><al/><al/><al> 3.6 Materiaal, textuur, kleur en licht</al><al/><al>Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
                            verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het
                            bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving
                            of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.</al><al/><al>Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een
                            bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt
                            zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is
                            tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en
                            ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze
                            moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot. Als
                            materialen en kleuren teveel losstaan van het ontwerp en daarin geen
                            on-dersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond
                            decora-tieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het
                            afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld
                            het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen
                            ondersteuning geeft aan de archi-tectonische vormgeving of wanneer het
                            gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard
                            en ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>4</nr><titel>Gebiedsgerichte welstandscriteria</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte
                            welstands-beleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt
                            voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de
                            bestaande ruimtelijke structuur van Blaricum.</al><al> Deze criteria zijn gebaseerd op de identiteit van de gemeente en de
                            archi-tectonische kwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit zoals die in de
                            bestaande situatie worden aangetroffen. Deze criteria geven aan hoe een
                            bouwwerk 'zich moet gedragen' om in zijn omgeving niet teveel uit de
                            toon te vallen, en welke gewaardeerde karakteristieken uit de omgeving
                            in het ontwerp moeten worden gebruikt.</al><al/><al/><al>Gebiedsindeling</al><al/><al>In de gemeente Blaricum kunnen op basis van overeenkomsten in
                            functionele, stedenbouwkundige en/of architectonische kenmerken zes
                            deelgebieden wor-den onderscheiden. Per welstandsgebied is een
                            samenhangend beoordelingska-der opgesteld, waarin de volgende onderdelen
                            aan de orde komen:</al><al> • Een korte beschrijving van het gebied, waarbij aandacht wordt besteed
                            aan de ontstaansgeschiedenis, de stedenbouwkundige of landschappe-lijke
                            omgeving, een typering van de bouwwerken en het materiaal- en
                            kleurgebruik en de detaillering.</al><al> • Een samenvatting van het beleid, de te verwachten en/of gewenste
                            ontwikkelingen en de waardering voor het gebied op grond van de
                            bele-vingswaarde en eventuele bijzondere cultuurhistorische,
                            stedenbouw-kundige of architectonische werken.</al><al> • De aanvullende beleidsinstrumenten die de gemeente inzet in het
                            ge-bied.</al><al> • Het voor het gebied geldende welstandsniveau.</al><al> • De welstandscriteria, steeds onderverdeeld in criteria betreffende de
                            relatie met de omgeving van het bouwwerk, de massa, de opbouw en de
                            detaillering.</al><al/><al/><al>Welstandsniveaus</al><al/><al>Het vaststellen van het welstandsniveau is cruciaal voor het opstellen
                            van de welstandscriteria. Het welstandsniveau moet aansluiten bij het
                            gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen.
                            In Blaricum zijn drie welstandsniveaus toegepast:</al><al> • beschermen: het door het Rijk aangewezen beschermde
                            dorpsgezicht;</al><al> • verbeteren: het welstandsgebied waar extra inspanning ten behoeve van
                            de ruimtelijke kwaliteit gewenst is;</al><al> • handhaven: het welstandsgebied waar de basiskwaliteit moet worden
                            gehandhaafd.</al><al> In Blaricum is geen welstandsvrij gebied aangewezen. De gemeente wenst
                            in alle gebieden tenminste een basiskwaliteit te handhaven.</al><al/><al/><al> 4.1 Gebied 1: Beschermd dorpsgezicht</al><al/><al>Beschrijving</al><al/><al>Bij besluit van 15 maart 1967 is een deel van Blaricum aangewezen tot
                            be-schermd dorpsgezicht. Daarbij zijn de volgende zaken van belang. De
                            boerde-rijen die thans in de kom van het dorp worden aangetroffen, zijn
                            schijnbaar willekeurig gesitueerd. Elk van de erven van twee of drie
                            hoeven is door paden omsloten. De veelheid van de op deze om de erven
                            slingerende paden is bepa-lend voor het typische patroon van het
                            wegenstramien. Niet alleen deze aan-leg is karakteristiek, ook de
                            erfbeplanting, die met name bestaat uit geschoren linden voor het
                            woongedeelte van het huis, en fraaie hulsthagen langs de
                            erf-afscheidingen, verleent aan een dorpskern een eigen aspect. Het is
                            van alge-meen belang te achten dit enige nog overgebleven goede
                            voorbeeld van een oude Gooise boerderijenaanleg ook voor de toekomst te
                            behouden. De boerde-rijen in het beschermd dorpsgezicht, dateren voor
                            het merendeel uit de 17e,18e en 19e eeuw. Van bijzondere betekenis en
                            bepalend voor het landelijk karakter van de oude kern is voorts het aan
                            de noordoostzijde van de William Singerweg gelegen weiland. De
                            aanwezigheid ervan in de dorpsstructuur is een historisch element. Een
                            drietal hoeven van oudheidkundige waarde aan de zuid-oostzijde van het
                            Franse pad is opgenomen in het beschermd dorpsge-zicht; Franse pad 8-10,
                            Franse pad 12 en Kerklaan 7-9.</al><al/><al>De kenmerkende stedenbouwkundige structuur, met de vrijstaande,
                            enigszins teruggeplaatste gebouwen, is in het bestemmingsplan
                            vastgelegd. In het kader van welstand is van belang dat de terughoudende
                            en tegelijkertijd zorgvuldige architectuur zorgt voor een dorps karakter
                            in het beschermd gezicht van Blari-cum. De bebouwing is voorts
                            georiënteerd op de weg, hoewel de voorgevel niet altijd evenwijdig aan
                            de weg staat. De bebouwing is individueel en afwis-selend, waarbij ook
                            de nokrichting en goothoogte wisselt. De panden hebben verder een
                            traditionele en eenvoudige opbouw en de gevels hebben een duide-lijke
                            geleding. Aan- en uitbouwen zijn veelal bescheiden van omvang, waar-door
                            de hoofdmassa duidelijk herkenbaar blijft. De architectonische
                            uitwerking is zeer zorgvuldig en gevarieerd. Het materiaal- en
                            kleurgebruik is traditioneel.</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al/><al>Behoud is het kernwoord voor het welstandsbeleid in het beschermd
                            dorpsge-zicht van Blaricum. De terughoudende maar tegelijkertijd
                            zorgvuldige archi-tectuur van de historische bebouwing is de referentie
                            bij de beoordeling. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een
                            vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd.</al><al/><al/><al>Aanvullend beleid</al><al/><al>De kern van Blaricum is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Extra
                            wel-standscriteria, die specifiek gelden voor kleine plannen staan
                            beschreven op de volgende pagina's. Dat betreft UMTS-masten, die conform
                            de Beleidsnota An-tenne-installaties, Blaricum (2008), niet toegelaten
                            zijn in het beschermd dorpsgezicht.</al><al/><al>Welstandsniveau</al><al/><al>Voor het beschermd dorpsgezicht is het welstandsbeleid gericht op het
                            be-schermen van de cultuurhistorisch waardevolle dorpse bebouwing en
                            boerde-rijen in de bijzondere historische structuur.</al><al/><al/><al>Algemeen</al><al/><al>De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor
                            ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige
                            toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de
                            typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het
                            materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al/><al>• het dorpse karakter van het gebied, met de Gooise boerderijaanleg,
                            wordt behouden;</al><al> • de gebouwen volgen in ligging de hoofdstructuur.</al><al/><al/><al>Massa</al><al/><al>• gebouwen zijn individueel en afwisselend;</al><al> • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm bestaande uit een onder-bouw
                            van één en een enkele keer twee lagen met een hellende kap;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw
                            duidelijk herkenbaar blijven.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;</al><al> • fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als
                            gootklossen, lijsten, speklagen en sluitstenen;</al><al> • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen vormen het
                            uitgangspunt;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat schaal en stijl zorgvuldig
                            afge-stemd op het hoofdvolume.</al><al/><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al/><al>• het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel;</al><al> • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met
                            natuursteen, pleisterwerk of houten delen;</al><al> • daken zijn afgedekt met gegolfde, gebakken pannen of met
                            natuurriet;</al><al> • kozijnen, deuren en dergelijke zijn van hout;</al><al> • het houtwerk is geschilderd in de voor het dorp traditionele kleuren:
                            heldergroene luiken, licht okerkleurige kozijnen en wit en groen
                            raam-hout.</al><al/><al/><al>Kleine plannen</al><al/><al>In dit deelgebied zijn geen UMTS-masten toegelaten.</al><al/><al/><al> 4.2 Gebied 2: Villagebied</al><al/><al>Beschrijving</al><al> In dit gebied liggen verspreid langs wegen en paden landelijke villa's,
                            landhui-zen en ruime middenstandswoningen. De woningen zijn veelal
                            centraal op de kavel gesitueerd. De ligging van de gebouwen is
                            terughoudend. Ze staan op wisselende afstand van de wegen en paden en
                            hebben vaak een ruime onder-linge afstand op grote groene kavels die
                            worden afgewisseld met bospercelen, open akkertjes en weilandjes. Samen
                            met de bescheiden en tegelijkertijd zorgvuldige architectuur zorgt dit
                            voor een landelijk en dorps karakter. De villagebieden van Blaricum
                            lopen naadloos in de villagebieden van Laren en Huizen.</al><al/><al>De aanwezige bebouwing is individueel en afwisselend, in samenhang met
                            de afmetingen van de kavel. Daarbij is sprake van een afwisseling in
                            architectuur-stijlen. Elke tijdsperiode heeft sporen achtergelaten',
                            waarmee sprake is van een enorme rijkdom aan bouwstijlen, die bovendien
                            nog steeds verder wordt aangevuld.</al><al/><al>Relatief weinig woningen zijn per twee gekoppeld, drie of meer
                            geschakelde woningen zijn zeldzaam in dit gebied. Vrijwel alle woningen
                            hebben een een-voudige opbouw bestaande uit één tot twee bouwlagen en
                            zijn vaak voorzien van een kap. Rieten kappen met een golvende noklijn
                            en dakvoet komen daar-bij regelmatig voor. Platte daken daarentegen
                            komen ook voor in het gebied.</al><al/><al>De architectonische uitwerking is zorgvuldig en bescheiden met
                            ontwerpaan-dacht voor alle details.</al><al> Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en afgestemd op het
                            karakter</al><al> van het gebied. Binnen het villagebied zijn diverse panden met een hoge
                            cul-tuurhistorische waarde aanwezig.</al><al> Het gebied kent ook enige nieuwbouw. De nieuwe bebouwing benut veelal
                            de mogelijkheden die het bestemmingsplan ter plaatse biedt en dat leidt
                            tot een zekere schaalvergroting van de bebouwing en minder terughoudend
                            van uit-straling.</al><al/><al>Binnen de villagebieden van Blaricum kunnen verschillende deelgebieden
                            on-derscheiden worden. De deelgebieden vertonen in ruimtelijke opzet
                            sterke overeenkomsten. Naast deze overeenkomsten, hebben de deelgebieden
                            echter ook eigen onderscheidende kenmerken ten aanzien van de situering,
                            onder-grond en opbouw.</al><al/><al/><al>1. Noordwestelijk deelgebied</al><al/><al>De woningen binnen het gebied vormen uitlopers van de lintbebouwing van
                            verschillende ontsluitingsroutes, zoals de Naarderweg. De gebouwen staan
                            op wisselende afstand van de wegen en paden en hebben vaak een ruime
                            onder-linge afstand. De woningen hebben veelal een eenvoudige opbouw,
                            bestaande uit één tot twee bouwlagen met een kap. Rieten kappen met een
                            golvende noklijn en dakvoet komen daarbij regelmatig voor. In dit
                            deelgebied komen ook enkele panden met een plat dak voor, waaronder Huis
                            Hildebrand van Rietveld. Het gebied heeft een zeer groen en bosrijk
                            karakter door de groene kavels en bermen, de erfafscheidingen van hagen,
                            struiken en bomen en door het aanwezige hoogteverschil.</al><al/><al> 2. Middengebied inclusief bebouwing rondom Huizerweg </al><al> De oorspronkelijke uitvalswegen met lintbebouwing liggen vrijwel
                            parallel aan de in het landschap aanwezige hoogtelijnen. Tussen de wegen
                            met de aanwe-zige lintbebouwing is in de loop der tijd het gebied
                            ingevuld met villa-achtige bebouwing.</al><al> In vergelijking met het noordwestelijk gelegen deelgebied, heeft dit
                            deelge-bied kleinere kavels en een hogere bebouwingsdichtheid. Aan de
                            Huizerweg zijn naast vrijstaande woningen ook twee-onder-een-kapwoningen
                            en enkele geschakelde woningen gesitueerd.</al><al> De sfeer en opzet van de Huizerweg met kruisende wegen is vergelijkbaar
                            met het gebied tussen de Torenlaan en de Naarderweg. De kavels in dit
                            deel zijn echter iets minder ruim.</al><al> Dit is echter inherent aan de woningtypes op deze kavels en situering
                            als lint-bebouwing. Centraal staat het behoud van de verscheidenheid in
                            woningtypen (vrijstaand, geschakeld, twee-aaneen) en het behoud van
                            doorzichten of groe-ne tussenruimten tussen de bebouwing.</al><al/><al> Bijzonder in dit gebied zijn enkele woningen aan of nabij de Huizerweg,
                            die tot stand zijn gekomen volgens een samenhangend plan uit de jaren
                            twintig, van architect Harry Elte. Kenmerkend zijn de lage bakstenen
                            gevels, de steile rie-ten kappen, (met gebogen kapschilden) en de
                            roedenraampjes.</al><al/><al>Rond 1990 zijn in het gebied nabij de Torenlaan-Noolseweg-Zwaluwenweg
                            diverse koloniehuizen gerealiseerd voor het Internationale Broederschap,
                            een Christen-anarchistische beweging opgericht door professor Van Rees
                            en domi-nee Kylstra. Het gaat daarbij om cottage-achtige huisjes/hutten
                            met een hout-constructie, veelal met hout bekleed en met rieten
                            zadeldaken. Maar er zijn ook koloniehuizen met baksteen en pannendaken.
                            Diverse koloniehuizen zijn ontworpen door de architect Theo Rueter,
                            zoals ‘De Weitekorrel’(Torenlaan 19) en ‘Drukkerij Vrede’ (Torenlaan
                            29-31).</al><al/><al>3. Deelgebied rondom Mauvezand</al><al> De kavels in het deelgebied variëren in grootte en in situering en zijn
                            niet allemaal gesitueerd aan wegen. Enkele percelen bevinden zich achter
                            de ka-vels aan de wegen, waardoor een vrij ongestructureerd kavelpatroon
                            is ont-staan. De variatie in wegen, verkaveling, functies, (agrarisch en
                            recreatief) en de situering van het natuurreservaat Mauvezand, zorgen
                            voor een afwisselend beeld in het deelgebied.</al><al> Centraal staat het behoud van zowel het groene, dichtbeboste karakter
                            van de openbare ruimte als van de particuliere kavels en het behoud van
                            doorzichten of groene tussenruimten tussen de bebouwing.</al><al/><al>4. Zuidelijk deelgebied</al><al/><al>Dit deelgebied maakte in het verleden deel uit van het landelijk gebied
                            en is in de loop der tijd verkaveld naar een woongebied.</al><al> Het is een halfopen gebied, waardoor het deelgebied het karakter heeft
                            van een dorpsrand. Het deelgebied vormt de overgang naar de open en
                            vlakke polders van de Eemvallei. In het deelgebied is wonen de
                            voornaamste functie.</al><al> Centraal staat het behoud van de aanwezige doorzichten en groene
                            tussen-ruimten tussen de woningen.</al><al/><al/><al>5. Crailo</al><al> Afzonderlijk van de rest van het gebied ligt het deelgebied Crailo. Dit
                            deelge-bied is in het meest westelijke gedeelte van de gemeente
                            gesitueerd, enigszins los van andere bebouwing in Blaricum. De Prins
                            Hendriklaan is één van de toe-gangswegen van Blaricum en dit is ook te
                            zien in het profiel van de weg: de weg heeft het uiterlijk van een
                            groene laan.</al><al> Er zijn vrijwel uitsluitend vrijstaande woningen gesitueerd op ruime
                            kavels met een groot oppervlak.</al><al> Garages zijn veelal aanwezig op de kavels. Het gehele woongebied heeft
                            een groen karakter door een combinatie van openbaar groen en het groen
                            op de woonkavels. Hierdoor is een groot deel van de woningen verscholen
                            achter het "groen" en ligt uit het zicht vanaf de openbare weg.</al><al> Hierbij is van belang dat de karakteristiek van het plangebied mede is
                            ontstaan door de verschillen in bouwstijlen.</al><al/><al> In het bestemmingsplan wordt beschreven aan welke voorwaarden hekken en
                            poorten (aan de voorzijde) moeten voldoen in het Villagebied. Daarbij
                            kunnen hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde tot 2 m hoog
                            worden ge-bouwd, middels omgevingsvergunning voor afwijken van het
                            bestemmingsplan, onder voorwaarden ten aanzien van de plaatsing en
                            uitvoering. Een voorbeeld van deze voorwaarden is dat het hek op 1,5 m
                            van de erfgrens wordt geplaatst. Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn
                            omgevingsvergunningsvrij en deze wor-den dan ook niet getoetst aan de
                            welstandsnota (met uitzondering van de ex-cessenregeling). </al><al/><al> Verder worden ook poorten hoger dan 1 m worden getoetst, met dien
                            verstan-de dat poorten tot 1 m omgevingsvergunningsvrij zijn en niet aan
                            welstandscri-teria worden getoetst.</al><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Kwaliteit staat voorop in het villagebied, dat vanwege de
                            architectonische waarde van veel panden uit de beginjaren van de
                            twintigste eeuw van grote cultuurhistorische waarde is. Er is sprake van
                            een gebouwde omgeving waarvan de architectonische waarde ver boven het
                            gemiddelde van een Nederlands dorp uitsteekt. Deze ligt mede in het
                            groene karakter van het gebied, maar ook in de verscheidenheid in
                            bouwstijlen.</al><al> Bij aanbouwen en wijzigingen dient de stijl en de schaal van oude
                            panden te worden gerespecteerd, waarbij men niet verplicht is deze na te
                            bootsen. Bij nieuwbouw dient de toon die is gezet met de kwaliteit van
                            deze gebouwen als uitgangspunt, waarbij ook met eigentijdse middelen een
                            kwalitatieve bijdrage aan de ruimtelijke karakteristiek kan worden
                            geleverd.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al> In het villagebied in Blaricum is het welstandsbeleid gericht op het
                            verbeteren en in standhouden van de landschappelijk ingepaste bebouwing
                            met een zorg-vuldige en bescheiden architectonische uitwerking en
                            verschillen in toegepaste bouwstijlen.</al><al/><al/><al>Algemeen</al><al/><al>De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor
                            ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige
                            toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de
                            typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het
                            materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al> • het landelijke en groene karakter van het gebied behouden;</al><al> • gebouwen staan vrij op de kavel en hebben een grote onderlinge
                            af-stand.</al><al/><al/><al>Massa</al><al/><al>• gebouwen zijn individueel en afwisselend;</al><al> • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van één
                            tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke beëindiging, dan wel
                            plat afgedekt;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw
                            duidelijk herkenbaar blijven;</al><al> • in het Middengebied inclusief bebouwing rondom Huizerweg is behoud
                            van de verscheidenheid in woningtypen (vrijstaand, geschakeld,
                            twee-aaneen) van belang.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• de architectonische uitwerking is zorgvuldig, bescheiden en
                            gevarieerd;</al><al> • ontwerpaandacht voor alle details;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl zorgvuldig
                            afgestemd op het hoofdvolume;</al><al> • in het deelgebied Crailo wordt eenvormigheid voorkomen en worden
                            verschillende bouwstijlen toegepast.</al><al/><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al/><al>• het materiaal- en kleurgebruik is ingetogen;</al><al> • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met
                            natuursteen, pleisterwerk of houten delen;</al><al> • daken zijn gedekt met gebakken pannen, leien, natuurriet of
                            zink;</al><al> • het houtwerk is geschilderd in gedekte kleuren, met respect voor de
                            cultuurhistorische waarden.</al><al/><al/><al>Kleine plannen</al><al/><al>In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen
                            in dit deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande
                            criteria.</al><al/><al/><al>Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m:</al><al> • Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de
                            erfgrens.</al><al> • Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag.</al><al> • Geen gemetselde muren of penanten toepassen.</al><al> • Een minimale transparantie van 80% toepassen.</al><al> • In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen).</al><al/><al/><al>Poorten hoger dan 1 m:</al><al> • De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de
                            erf-grens.</al><al> • De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw.</al><al> • Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst)
                            mo-gen tot maximaal 2 m hoogte.</al><al> • De poort minimaal 50% transparant maken.</al><al/><al> 4.3 Gebied 3: Dorp</al><al/><al>Beschrijving</al><al> Aan de noordoostkant van de kern van Blaricum ligt deze kleinschalige
                            en zorg-vuldig ontworpen uitbreiding met korte rijtjes woningen uit de
                            jaren '20 tot '70. De seriematig gebouwde woningen in korte rijtjes
                            hebben dezelfde zorg-vuldige architectonische uitwerking als in de rest
                            van de kern. Samen met de ruime tuinen, heggen en grasbermen met bomen
                            maakt dat het gebied goed aansluit bij het dorpsachtige karakter van het
                            beschermde dorpsgezicht.</al><al> De woningen hebben een eenvoudige opbouw die bestaat uit een onderbouw
                            van één of twee lagen met een zadeldak waarbij de nokrichting overwegend
                            evenwijdig aan de straat loopt. De Kerklaan vormt hierop een
                            uitzondering. Herhaling en vaak ook spiegeling van de individuele woning
                            is bij de rijen het uitgangspunt. De architectonische uitwerking is
                            zorgvuldig en fijn. Dit wordt benadrukt in de profileringen van de
                            kozijnen, gootklossen en windveren, de roedeverdeling in de ramen en de
                            gemetselde lateien. Het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel.</al><al> Gevels zijn van baksteen. De daken zijn gedekt met rode of donkergrijze
                            ge-bakken pannen. Kozijnen zijn in een lichte tint geschilderd.</al><al/><al>In dit deelgebied is ook het Sportterrein Oostermeent aanwezig. Hier is
                            sprake van de realisering van een rijhal voor de Stad en Lande
                            Ruiters.</al><al>In het bestemmingsplan wordt beschreven aan welke voorwaarden hekken en
                            poorten (aan de voorzijde) moeten voldoen in dit deelgebied ‘Dorp’.
                            Daarbij kunnen hekwerken als erfafscheidingen aan de voorzijde tot 2 m
                            hoog worden gebouwd, middels omgevingsvergunning voor afwijken van het
                            bestemmings-plan, onder voorwaarden ten aanzien van de plaatsing en
                            uitvoering. Een voor-beeld van deze voorwaarden is dat het hek op 1,5 m
                            van de erfgrens wordt geplaatst. Hekken van 1 m langs de erfgrens zijn
                            omgevingsvergunningsvrij en deze worden dan ook niet getoetst aan de
                            welstandsnota (met uitzondering van de excessenregeling).</al><al> Verder worden ook poorten hoger dan 1 m worden getoetst, met dien
                            verstan-de dat poorten tot 1 m omgevingsvergunningsvrij zijn en niet aan
                            welstandscri-teria worden getoetst.</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al/><al>De kwaliteit van dit kleinschalige gebied zit in de zorgvuldige en fijne
                            archi-tectuur van de seriematige woningen. Op-, aan- en uitbouwen dienen
                            zorgvul-dig ingepast te worden in de op herhaling gebaseerde
                            architectuur. De stijl van de panden dient daarbij te worden
                            gerespecteerd.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al> In de kleinschalige seriematige uitbreidingen van het dorp in Blaricum
                            met zijn zorgvuldige en fijne architectonische uitwerking is het
                            welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van deze
                            karakteristieken.</al><al/><al/><al>Algemeen</al><al/><al>De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor
                            ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen, dat een bouwkundige
                            toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de
                            typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het
                            materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al/><al>• het dorpse karakter van het gebied behouden;</al><al> • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel;</al><al> • woningen zijn georiënteerd op de weg.</al><al/><al/><al>Massa</al><al/><al>• rijwoningen hebben een sterke onderlinge samenhang;</al><al> • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van één
                            tot twee lagen met een zadeldak;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per woningtype van hetzelfde
                            model;</al><al> • bijgebouwen zijn ondergeschikt.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al/><al>• de architectonische uitwerking is zorgvuldig en fijn;</al><al> • de fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als
                            gootklos-sen, gemetselde lateien en roedeverdelingen;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl en afwerking afgestemd op
                            het hoofdvolume.</al><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel en per rij in
                            samenhang;</al><al> • gevels zijn van baksteen;</al><al> • hellende daken zijn voorzien van rode of donkergrijze gebakken
                            pan-nen;</al><al> • kozijnen zijn bij voorkeur van hout en geschilderd in een lichte
                            tint;</al><al/><al/><al>Kleine plannen</al><al/><al>In afwijking van de criteria voor Erf- of perceelafscheidingen, voldoen
                            in dit deelgebied de erf- of perceelafscheidingen aan onderstaande
                            criteria.</al><al/><al/><al> Hekken hoger dan 1 m, met een maximum van 2 m:</al><al> • Het hekwerk wordt 1,5 m terug geplaatst ten opzichte van de
                            erfgrens.</al><al> • Deze ruimte tot de erfgrens in te planten met een haag.</al><al> • Geen gemetselde muren of penanten toepassen.</al><al> • Een minimale transparantie van 80% toepassen.</al><al> • In een gedekte, donkere kleur (zwart of donkergroen). </al><al/><al/><al>Poorten hoger dan 1 m</al><al> • De poort wordt minimaal 1,5 m teruggeplaatst ten opzichte van de
                            erf-grens.</al><al> • De poort heeft verwantschap met de architectuur van het gebouw.</al><al> • Gemetselde penanten in lijn met hekwerk (=1,5 m teruggeplaatst)
                            mo-gen tot maximaal 2 m hoogte.</al><al> • De poort minimaal 50% transparant maken.</al><al/><al/><al> 4.4 Gebied 4: Bijvanck en de Bouwvenen </al><al/><al/><al>Beschrijving</al><al> Bijvanck is een grote uitbreidingswijk uit de jaren '70 waarvan een
                            deel in de gemeente Huizen ligt. Beide delen sluiten naadloos op elkaar
                            aan.</al><al> De ruimtelijke opbouw is typerend voor die tijd, een groene wijk met
                            een bijna hiërarchieloos stratenpatroon. De wijk bestaat uit woonbuurten
                            die ge-groepeerd rondom het centrumgebied zijn gelegen. Het
                            centrumgebied vormt zowel ruimtelijk als functioneel het hart van de
                            wijk. Om het centrumgebied Bijvanck dienst te laten doen als wijkcentrum
                            voor een groter gebied, is her-structurering van het gebied
                            gewenst.</al><al> De woonbuurten worden onderling door de groenstructuur van elkaar
                            geschei-den. De verschillende clusters binnen de woonbuurten bestaan
                            steeds uit één woningtype van eenzelfde architectuur. Elk cluster vormt
                            als het ware een compositie, terwijl verschillende clusters samen ook
                            weer zorgvuldig in elkaar grijpen tot een woonbuurt. De meeste woningen
                            bestaan uit twee bouwlagen met kap. De woningen hebben niet altijd een
                            duidelijke voor- of achterzijde. Dit is mede het gevolg van diepe
                            voortuinen die vaak afgeschermd zijn door hoge hagen. Veel achtertuinen
                            van de woningen grenzen aan de openbare weg of openbare ruimte.</al><al/><al>De woningen staan veelal in een gestaffelde of rechte rooilijn die de
                            contouren van de wegen volgt. Dit is een typische karakteristiek van
                            deze wijk.</al><al> Bij de grondgebonden woningen is sprake van afwisselende kapvormen en
                            dak-vlakken. Regelmatig zijn voorts uitbouwen, bergingen en carports
                            onder een doorlopende kap opgenomen aan de voorzijde van de woningen. Op
                            een aantal plaatsen verspringen de rooilijnen (zoals aan de Stobbe)
                            waardoor aan de voorzijde van de woning, in plaats van aan de
                            achterzijde, de grootste buiten-ruimte aanwezig is (diepe voortuinen).
                            Niet alleen bij deze verspringingen, maar ook in enkele clusters komen
                            deze grote diepe voortuinen voor (zoals aan de Koggewagen of
                            Veurhuis).</al><al/><al>De woningen die rond de Stern, Karekiet en de Maten zijn gelegen, zijn
                            zoge-naamde kwadrantwoningen. Dit woningtype bestaat uit een
                            kubusvormige basis met daarin vier woningen. De (zij)tuinen van de
                            woningen zijn rondom de wo-ning gelegen en worden door groenstroken
                            gescheiden van de weg. De tuinen zijn niet zo diep (gemiddeld 3 m-6 m),
                            waardoor er weinig ruimte is voor uit-breiding van de woning of voor
                            bijgebouwen. Omdat er weinig ruimte is en die ruimte bovendien overal
                            grenst aan openbaar gebied, zijn er beperkte moge-lijkheden voor
                            erfbebouwing.</al><al/><al>Uitzondering op de grondgebonden woningen zijn de flatgebouwen langs de
                            ontsluitingsroute Viersloot, 't Uilebord en de Noord, (nabij het
                            winkelcentrum). De flatgebouwen hebben vier bouwlagen en zijn
                            opgetopt.</al><al/><al/><al>Kapvormen</al><al> De diversiteit aan kapvormen in de Bijvanck bestaat uit zadeldaken,
                            afgeknot-te zadeldaken, dwarskappen en lessenaarsdaken. Platte daken
                            komen uitslui-tend bij de flatgebouwen aan de Uilebord en de Noord voor
                            en bij de woningen aan de Wetering. De dakvlakken lopen vaak door over
                            de aanbou-wen/bergingen aan zowel de voor- als de achterzijde of over
                            carports en gara-ges. Ook is er regelmatig sprake van asymmetrische
                            dakvlakken. De diversiteit</al><al> in kapvormen en de manier waarop deze doorlopen zijn gerelateerd aan de
                            clustering van de woningen. De diversiteit is karakteristiek voor de
                            Bijvanck en hangt sterk samen met tijdsgeest waarin de wijk is gebouwd.
                            Het is een kwali-teit van de wijk die behouden moet blijven.</al><al/><al/><al>Erfbebouwing</al><al/><al>De grote diversiteit aan woningtypen en hoe deze op het perceel
                            geplaatst zijn, zorgt ervoor dat er ook een grote diversiteit aan
                            erfbebouwing (aan- en uitbouwen, bijgebouwen) is en kan ontstaan. In het
                            bestemmingsplan is veelal aan één zijde van de woning, doorgaans de
                            gevel waar de entree is, de moge-lijkheid voor het oprichten van
                            erfbebouwing opgenomen. Het gaat dan met name om uitbreidingen van de
                            woningen in de vorm van aan- en uitbouwen (één bouwlaag, met eventueel
                            een kap) en bijgebouwen (bijvoorbeeld een schuurtje).</al><al/><al/><al>De Bouwvenen</al><al/><al>De Bouwvenen is een op zichzelf staand en deels autovrij buurtje met een
                            groen binnengebied aan de zuidoostkant van de kern van Blaricum. De
                            ontslui-ting en het parkeergelegenheid ligt aan de buitenrand van de
                            buurt.</al><al> De woningen in deze uitbreidingswijken zijn gegroepeerd in buurtjes en
                            heb-ben niet altijd een duidelijk onderscheid tussen achter- en
                            voorzijde. Veel achtertuinen grenzen aan de openbare weg of openbare
                            ruimte.</al><al> De woningen staan in een rechte of gestaffelde rooilijn. De
                            overheersende opbouw is twee lagen met kap. De woningen zijn eenvoudig
                            tot gedifferenti-eerd van opzet waarbij afwisselende dakvlakken en
                            vooruitbouwen, bergingen en carports onder een doorlopende kap
                            voorkomen. De detaillering is zorgvul-dig en in het algemeen
                            eenvoudig.</al><al> Gevels zijn van baksteen veelal in combinatie met plaatmateriaal of
                            houten delen. Daken zijn gedekt met gebakken pannen. Het kleurgebruik is
                            terughou-dend.</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al/><al>Behouden van herhaling van dezelfde woning per erf is het uitgangspunt.
                            De afwisselende openbare ruimte die tevens een functie heeft als
                            verblijfsruimte is het meest van belang voor deze wijken. De
                            afwisselende plaatsing en veelal gedifferentieerde opbouw van de
                            woningen versterken dit beeld. Met name bij de woningen die
                            gedifferentieerd van opbouw zijn hebben kleine wijzigingen en
                            toevoegingen een beperkte invloed op het beeld. Met name aan de zijde
                            die in het zicht ligt dienen op-, aan- en uitbouwen goed ingepast worden
                            in stijl van de panden en de op herhaling gebaseerde architectuur.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al/><al>Het welstandsbeleid voor deze uitbreidingswijk is gericht op het
                            handhaven van de afwisseling van buurten, herhaling van woningen en
                            zorgvuldige archi-tectonische uitwerking.</al><al/><al/><al>Algemeen</al><al> De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor
                            ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige
                            toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de
                            typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het
                            materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al/><al>• woningen maken deel uit van een ontworpen stedenbouwkundig
                            pa-troon;</al><al> • de individuele woning binnen een cluster of blok is deel van het
                            geheel en voegt zich hier naar;</al><al> • rooilijnen zijn per cluster in samenhang.</al><al/><al/><al>Massa</al><al/><al>• woningen hebben in principe per cluster dezelfde opbouw;</al><al> • de opbouw van de woningen bestaat uit een onderbouw van één tot twee
                            lagen met een (asymmetrisch) zadeldak, maar ook plat afgedekt komt
                            voor;</al><al> • bijgebouwen en op-, aan- en uitbouwen zijn bij voorkeur per cluster
                            van hetzelfde model.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• ontwerpaandacht voor alle details;</al><al> • herhaling in het cluster is leidraad voor het woningontwerp;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in stijl en afwerking afgestemd op
                            de architectuur van het hoofdvolume.</al><al/><al> Materiaal- en kleurgebruik</al><al/><al>• materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang;</al><al> • het kleurgebruik is terughoudend.</al><al/><al/><al>Kleine plannen</al><al> In afwijking van de criteria voor Aan- of uitbouwen, voldoen in dit
                            deelgebied de aan- of uitbouwen aan de achtergevel en de niet openbaar
                            gelegen zijgevel aan onderstaande criteria.</al><al> - aan- of uitbouwen aan de achterzijde mogen in de perceelsgrens worden
                            gebouwd.</al><al/><al>In afwijking van de criteria voor Bijgebouwen of overkappingen, voldoen
                            in dit deelgebied de bijgebouwen of overkappingen in het achtererfgebied
                            aan on-derstaande criteria.</al><al> - bijgebouwen of overkappingen aan de achterzijde mogen in de
                            per-ceelsgrens worden gebouwd.</al><al/><al> In afwijking van de criteria voor Dakkapellen, voldoen in dit
                            deelgebied de dakkapellen in het voordakvlak of een naar openbaar
                            toegankelijk gebied ge-keerd zijdakvlak aan onderstaande criteria.</al><al> - hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel,
                            min-der dan 1,5 m. </al><al/><al>In afwijking van de criteria Erf- of perceelsafscheidingen, voldoet in
                            het (deel)gebied Bijvanck de erf- of perceelsafscheidingen aan de
                            onderstaande criteria:</al><al> - erf- of perceelsafscheidingen aan de achterzijde mogen in de
                            perceels-grens worden gebouwd.</al><al/><al/><al> 4.5 Gebied 5: Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum </al><al/><al/><al>Beschrijving</al><al> Aan de zuidzijde van de Prins Hendriklaan, in het meest westelijke
                            puntje van de gemeente, is het Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum
                            gesitueerd. Behalve een ziekenhuis, bevindt zich hier ook een
                            huisartsenpost en een apotheek.</al><al/><al>Dit complex is gelegen nabij de A1 en bestaat uit samengestelde
                            blokvormige volumes met een sterke horizontale geleding. De
                            verschillende volumes waar het gebouw uit bestaat zijn afwisselend van
                            hoogte variërend. De entree en trappenhuizen zijn verbijzonderd en
                            vormgegeven als aparte volumes of voor-zien van een nadrukkelijke
                            luifel. De architectonische uitwerking is sober. Het complex heeft een
                            doorlopende gevelritmiek met een sterke horizontale gele-ding. De
                            zandkleurige bakstenen gevels worden in hoogte afgewisseld door
                            doorlopende horizontale raambanden. De daken zijn plat. Het omliggende
                            terrein is groen en glooiend en heeft zorgvuldig ingepaste
                            parkeerplaatsen. De groene rand rondom het complex en de situering van
                            de entree zorgt ervoor dat het ziekenhuis vanaf de Prins Hendriklaan
                            vrijwel niet waarneembaar is.</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al/><al>De waarde van de gebouwen op dit terrein is vooral gelegen in het
                            functionele aspect. Gezien de groene rand rondom zal de inzet voor het
                            welstandsbeleid zijn gericht op de hoofdverschijningsvorm, een
                            terughoudende vormgeving en kleurstelling en een zorgvuldige
                            landschappelijke inpassing. Het Ter Gooizie-kenhuis locatie Blaricum
                            heeft het voornemen uit te breiden en de parkeer-voorzieningen te
                            reorganiseren, waarbij tevens een natuurbrug wordt gerealiseerd .</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al> Handhaven van de karakteristieken van de complexmatige bebouwing van
                            het Ter Gooiziekenhuis locatie Blaricum is uitgangspunt van het
                            welstandsbeleid.</al><al/><al/><al>Algemeen</al><al> De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor
                            ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige
                            toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de
                            typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het
                            materiaalgebruik ervan als uit-gangspunt dient te nemen.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al> • het groene karakter van het gebied behouden;</al><al> • gebouwdelen vormen een samenhangende compositie;</al><al> • bebouwing staat vrij op het terrein;</al><al> • bij wijzigingen en toevoegingen aansluiten op oriëntatie en
                            ontsluiting.</al><al/><al/><al>Massa</al><al> • bouwmassa's zijn gevarieerd en eenvoudig van opbouw;</al><al> • bouwmassa's hebben een sterke onderlinge samenhang;</al><al> • entreepartijen en trappenhuizen zijn vormgegeven als accenten.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• de architectonische uitwerking is sober;</al><al> • gevels hebben een sterke horizontale geleding;</al><al> • de hoofdmassa heeft een doorlopende gevelritmiek;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het
                            hoofdvolume.</al><al/><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend.</al><al/><al> 4.6 Gebied 6: Blaricummermeent</al><al/><al>Ontwikkeling en beleid</al><al> In 2004 heeft de gemeenteraad het Integraal Programma van Eisen voor de
                            Blaricummermeent (inclusief een aantal amendementen) vastgesteld.
                            Vervol-gens is begin 2005 de Ontwikkelingsvisie De Blaricummermeent
                            opgesteld. Eén van de producten uit het in 2005 vastgestelde Masterplan
                            De Blaricummer-meent is het 'Kwaliteitsinstrumentarium', waarin de
                            kwaliteitsbeschrijving van het plan (productkwaliteit) en de
                            kwaliteitsbewaking van het planproces (pro-ceskwaliteit) zijn
                            vastgelegd. Het Kwaliteitsinstrumentarium is per deelplan verder
                            uitgewerkt in zogenaamde Kwaliteitshandboeken, waarbij het in het geval
                            van het Businesspark om een Beeldkwaliteitsplan gaat. Verder is de
                            hoofdstructuur ook in het bestemmingsplan Blaricummermeent Werkdorp
                            vast-gelegd.</al><al/><al/><al>Beschrijving woon(woonwerk)gebied</al><al/><al>Binnen de Blaricummermeent is een zo groot mogelijke diversiteit in
                            eenheid nagestreefd. De eenheid is gezocht in het materiaalgebruik, de
                            diversiteit in onder andere kapvormen en verspringende rooilijnen. In
                            het noordelijke deel van het gebied (deelgebied Delta) is eigentijds
                            gebouwd, het merendeel van de woningen (circa 75%) heeft platte daken.
                            In het zuidelijke deel (deelgebied Stroom) is klassieker gebouwd, daar
                            heeft het merendeel van de woningen (circa 75%) kappen. De richting van
                            de verkaveling volgt de oude verkavelings-structuur.</al><al/><al> De rijtjeshuizen en twee-onder-éénkapwoningen lopen mee in de lijn van
                            de verkaveling. De vrijstaande typen zijn zo veel mogelijk op de zon
                            georiën-teerd. Om te voorkomen dat er lange monotone rijen van dezelfde
                            woningen ontstaan, is gevarieerd in de dakhoogte en in kappen. Kleine
                            variaties in de-taillering bij twee-onder-één-kap-woningen en
                            vrijstaande woningen geven identiteit aan de woning.</al><al> Appartementengebouwen zijn geïnspireerd op de villa. Villa's vormen een
                            con-sistent bouwvolume, zo mogelijk samengesteld uit verschillende
                            deelvolumen. Deelvolumen en kappen vormen een eenheid. Repetitie van
                            gevelopeningen (loggia's et cetera) in de gevel is tot een minimum
                            beperkt.</al><al> Villa's hebben maximaal één centrale entree. De architectuur van de
                            apparte-menten moet passen bij het dorpse karakter.</al><al> Alle woningen, met uitzondering van de appartementen, zijn ontsloten
                            aan de woonstraten. Het is van belang dat woningen die grenzen aan
                            structuurdra-gers, zoals de rivier en de lanen (Stroomzijde, Deltazijde
                            en Floris V Dreef) een representatieve zijde hebben aan de kant van het
                            structuurdragende ele-ment. </al><al/><al/><al>Materiaal en kleur woon(woonwerk)gebied</al><al/><al>De collectieve beeldkenmerken voor de bebouwing in de Blaricummermeent
                            worden gevormd door materiaal-/kleurkeuzes en -uitsluitingen. Deze
                            kenmer-ken gelden voor 90% van de woon(woonwerk)bebouwing. Van de
                            bebouwing kan 10% zich aan deze beeldkwaliteitskenmerken onttrekken. Dit
                            zijn de disso-nanten, bedoeld om een spanning in het bebouwingsbeeld te
                            bereiken.</al><al/><al>De materialen die gebruikt worden hebben een natuurlijke uitstraling en
                            kleur. Te denken valt aan baksteen, hout, zink, natuursteen et cetera.
                            Voor 90% van de bebouwing is baksteen het basismateriaal voor de gevel.
                            De kleur kan geko-zen worden uit een kleurschema, waarbij witte en gele
                            bakstenen zijn uitge-sloten. Van de bebouwing bestaat 10% niet uit
                            baksteen, maar een afwijkend materiaal dat wel voldoet aan de
                            duurzaamheidseisen.</al><al/><al>Daken: In deelgebied Stroom is circa 75% van de woon(woonwerk)bebouwing
                            uitgerust met een kapconstructie die donker is van kleur, bijvoorbeeld
                            met zwarte of antracietkleurige pannen of met een leien, zinken of
                            rieten dakbe-dekking. Circa 25% heeft platte daken. In deelgebied Delta
                            is het percentage omgekeerd: circa 75% van de bebouwing heeft daar
                            platte daken en circa 25% heeft kappen.</al><al/><al>Gevels: Aandachtspunt zijn de openingen in de gevel: deze dienen niet te
                            klein te zijn.</al><al> Gevel- en gevel/dakopeningen komen beter tot hun recht als kozijnen een
                            terughoudende kleur hebben. Kozijnen zijn daarom bij voorkeur donker van
                            kleur. De kozijnen worden bij voorkeur gemaakt van hout of aluminium,
                            niet van kunststof.</al><al/><al>De Blaricummermeent streeft een origineel kwaliteitsdoel na. In het
                            plange-bied is daarom geen ruimte voor 'boerderettes' en retro (het
                            nabouwen van oudere bouwstijlen). Wel kunnen bestaande bouwstijlen
                            worden gebruikt als inspiratie voor hedendaagse en originele
                            architectuur.</al><al/><al/><al>Beschrijving Businesspark</al><al/><al>Het businesspark is een groen bedrijvenpark in een campusachtige
                            setting. Het businesspark biedt ruimte voor kantoorvilla’s,
                            bedrijfsverzamelgebouwen en bedrijfsgebouwen met een hal. Langs de A27
                            bevinden zich vooral grote be-drijfspanden met hal en de grote
                            kantoorvilla’s. Deze zijn deels geïntegreerd in een geluidswand.
                            Grenzend aan het woongebied en de rivier bevinden zich hoofdzakelijk
                            kleinschalige kantoorvilla’s. De bouwvolumes zijn maximaal vier lagen
                            hoog.</al><al/><al/><al>Materiaal en kleur Businesspark</al><al/><al>Het kwaliteitsniveau is hoog en sluit daarmee aan bij de woongebieden in
                            de Blaricummermeent. Het in juli 2011 door B&amp;W vastgestelde
                            beeldkwaliteits-plan BusinessPark27 beschrijft op welke manier dit
                            kwaliteitsniveau kan wor-den behaald. Het beeldkwaliteitsplan geldt als
                            uitgangspunt. Er is ruimte voor dialoog met het Supervisieteam De
                            Blaricummermeent en de welstandscom-missie over de wijze waarop het
                            kwaliteitsniveau kan worden behaald.</al><al/><al>Het businesspark dient in totaal een kwaliteit uit te stralen door
                            terughouden-de, sprekende gebouwen, niet door gebouwen die individueel
                            roepen om aan-dacht. Er worden overwegend natuurlijke materialen
                            gebruikt, die mooi verouderen, zoals natuursteen, hout, glas, begroeide
                            gevels et cetera en met natuurlijke kleuren. Reclame-uitingen vormen een
                            integraal onderdeel van de architectuur.</al><al/><al/><al>Waardebepaling</al><al/><al>Kwaliteit is gecreëerd door diversiteit in architectuur en
                            woningtypologie en eenheid in materiaalgebruik. Het Supervisieteam De
                            Blaricummermeent beoor-deelt plannen en concepten samen met de
                            procesmanager (c.q. projectlei-ding), en adviseert de procesmanager
                            wanneer deze aan de welstandscommissie kunnen worden voorgelegd. Het
                            Supervisieteam bereidt discussies voor en bewaakt het niveau
                            daarvan.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al> In De Blaricummermeent is het welstandsbeleid gericht op het creëren
                            van diversiteit in architectuur en eenheid in materiaalgebruik: ‘eenheid
                            in ver-scheidenheid’.</al><al/><al>Algemeen</al><al/><al>De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor
                            ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige
                            toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de
                            typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het
                            materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al/><al>• woningen en appartementen maken deel uit van een ontworpen
                            steden-bouwkundig patroon;</al><al> • gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg;</al><al> • rooilijnen zijn per cluster in samenhang.</al><al/><al/><al>Massa</al><al/><al>• woningen en appartementen hebben in principe per cluster dezelfde
                            opbouw;</al><al> • gebouwen hebben een opbouw die bestaande uit een onderbouw van één
                            tot twee lagen met een hellende kap als duidelijke beëindiging, dan wel
                            zijn plat afgedekt;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • de openingen in de gevel dienen niet te klein te zijn.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;</al><al> • ontwerpaandacht voor alle details;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat, schaal en stijl zorgvuldig
                            afgestemd op het hoofdvolume;</al><al> • voor wat betreft de bedrijven, vormen reclame-uitingen een integraal
                            onderdeel van de architectuur. Dat geldt zowel aan de binnenzijde van
                            het businesspark, als aan de zijde van de A27.</al><al/><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al/><al>• materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang;</al><al> • het materiaal- en kleurgebruik heeft een natuurlijke uitstraling,
                            zoals baksteen, hout, zink en natuursteen;</al><al> • gevels van woningen en appartementen zijn in hoofdzaak van baksteen:
                            witte en gele baksteen zijn uitgesloten;</al><al> • gevels van bedrijven zijn in hoofdzaak van baksteen, hout en glas met
                            natuurlijke kleuren; • van de woonbebouwing bestaat 10% niet uit
                            baksteen, maar uit een afwijkend materiaal;</al><al> • daken, voor zover niet plat, zijn gedekt met gebakken pannen die
                            don-ker zijn van kleur, bijvoorbeeld met zwarte of antracietkleurige
                            pannen of met een leien, zinken of rieten dakbedekking;</al><al> • het houtwerk is geschilderd in donkere kleuren. De kozijnen worden
                            niet van kunststof gemaakt.</al><al/><al/><al> 4.7 Gebied 7: Buitengebied </al><al/><al/><al>Beschrijving</al><al/><al>Het buitengebied van de gemeente bestaat uit meerdere delen, waar weinig
                            bebouwing staat. Deels betreft het agrarische gronden, zoals polder De
                            Kam-pen, ten oosten van de A27. Dit is een grootschalig weidegebied
                            waarbij be-halve de boerderij de Meenthorst verspreid enkele schuurtjes
                            en stallen staan, waarvan de kwaliteit vanuit welstand gezien
                            vraagtekens oproept.</al><al> Direct ten westen van de Goyergracht Noord, tegen de gemeentegrens is
                            even-eens sprake van agrarische gronden, waarbij aan de kant van de
                            Eemnesserweg verspreide bebouwing aanwezig is.</al><al> De Blaricummer Eng is van oudsher in gebruik als akkerbouwgrond. Nu
                            wordt er boekweit, rogge en maïs geteeld en is het gebied gemengd met
                            bos. Aan de randen staat enige bebouwing. Zo bevinden zich een camping,
                            een onlangs uitgebreide begraafplaats en een woonwagenlocatie in het
                            gebied.</al><al/><al> Daarnaast gaat het in de gemeente Blaricum om bos- en natuurgebieden,
                            zoals de Groeve Oostermeent en de Blaricummerheide. Tevens is aan de
                            noordkant het Strand Voorland Stichtsebrug aanwezig, met een recreatieve
                            betekenis voor de watersport. </al><al/><al>De nu aanwezige bebouwing is bescheiden van schaal, eenvoudig van opzet
                            en architectonische uitwerking. Het terughoudend materiaal- en
                            kleurgebruik maakt dat het past in de landelijke omgeving</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al> Het buitengebied heeft een waardevol landschappelijk karakter en kent
                            niet of nauwelijks bebouwing. Eemmeer is een stiltegebied en is deels
                            niet toeganke-lijk. Het gebied heeft belangrijke natuurwaarde. Bouwen is
                            nauwelijks toege-staan.</al><al/><al/><al>Aanvullend beleid</al><al> In delen van het buitengebied zijn, conform de Beleidsnota
                            Antenne-installaties, Blaricum (2008), geen UMTS-masten toegelaten.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al/><al>Handhaven van de karakteristieken van de bebouwing met zijn eenvoudige
                            opzet en terughoudend materiaal- en kleurgebruik is de inzet voor het
                            wel-standsbeleid.</al><al/><al/><al>Algemeen</al><al/><al>De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor
                            ie-der te realiseren bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige
                            toevoeging of verandering, de bestaande stedenbouwkundige structuur, de
                            typologie van gebouwen en de detaillering, de kleur en het
                            materiaalgebruik ervan, als uit-gangspunt dient te nemen.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al/><al>• het groene en landschappelijke karakter van het gebied behouden;</al><al> • gebouwen liggen vrij op het kavel.</al><al/><al/><al>Massa</al><al/><al>• gebouwen zijn individueel;</al><al> • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm.</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• de architectonische uitwerking is zorgvuldig en terughoudend;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal zorgvuldig
                            afstem-men op het hoofdvolume.</al><al/><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al/><al>• het materiaal- en kleurgebruik is terughoudend.</al><al/><al/><al>Kleine plannen</al><al/><al>In de landschappelijk waardevolle gebieden, open gebieden en
                            beeldbepalende gebieden (De Kampen, Warandapark, Gooisch
                            Natuurreservaat), de bescherm-de natuurgebieden (Blaricummerheide, ’t
                            Harde, Warandapark) en de natuur-beschermingsgebieden binnen dit
                            deelgebied zijn geen UMTS-masten toegelaten.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>5</nr><titel>Objectgerichte welstandscriteria</titel></kop><structuurtekst><al>In deze paragraaf worden de objectgerichte welstandscriteria genoemd
                            voor bouwwerken die zo specifiek zijn dat ze, ongeacht het gebied waarin
                            ze worden geplaatst, een eigen serie welstandscriteria vergen. De opzet
                            van deze objectgerichte beoordelingskaders is vergelijkbaar met de
                            gebiedsgerichte beoordelingskaders. Ook hierbij gaat het steeds om
                            'relatieve' welstandscriteria. De bouwplannen worden via de
                            rayonarchitect zonodig aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de
                            beoordeling de criteria interpreteert in het licht van het concrete
                            bouwplan (dit in tegenstelling tot de criteria voor de kleine plannen in
                            het volgende hoofdstuk, die vrijwel 'absoluut' zijn).</al><al/><al>Ook voor de specifieke bouwwerken is het vaststellen van het
                            welstandsniveau van belang. Het moet aansluiten bij het gehanteerde
                            ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. In theorie
                            zijn voor de specifieke bouw-werken vier welstandsniveaus mogelijk:
                            'beschermen' bij de beschermde objecten, dat wil zeggen de door het
                            Rijk, de provincie of de gemeente aan-gewezen monumenten, 'verbeteren'
                            bij de welstandsobjecten waarbij extra inspanning ten behoeve van de
                            ruimtelijke kwaliteit gewenst is, 'handhaven' de welstandsobjecten
                            waarbij de basiskwaliteit moet worden gehandhaafd en 'vrij' bij de
                            welstandsvrije objecten. Hoe hoger het welstandsniveau hoe hoger de
                            gewenste kwaliteit.</al><al/><al> 5.1 Langhuisboerderijen </al><al> Beschrijving</al><al/><al>De langhuisboerderijen in Blaricum staan voornamelijk in de kern van het
                            dorp en de gebieden met verspreide bebouwing eromheen. De boerderijen
                            zijn af-wisselend en georiënteerd op de weg, hoewel de voorgevel niet
                            altijd evenwij-dig aan de weg staat. Ze hebben een traditionele en
                            eenvoudige opbouw van één laag met kap. De architectonische uitwerking
                            is doelmatig, zeer zorgvuldig en gevarieerd. Het materiaal- en
                            kleurgebruik is traditioneel.</al><al/><al>Vrijwel alle boerderijen in Blaricum zijn van het type langhuisboerderij
                            en, waarbij er deuren in de zijgevels zijn gelegen. De onderste daklijn
                            is meestal ter plaatse van deze deuren (zijbaander) verhoogd. In vele
                            gevallen is de noklijn van de stallen lager dan de van het woongedeelte.
                            Het woongedeelte heeft ook een rijkere architectonische uitwerking.</al><al> De daken zijn gedekt met gebakken pannen of natuurriet. De vensters
                            zijn klein en onderverdeeld met roeden. Op de erven komen bijgebouwen
                            als schu-ren en hooibergen voor. Hulst- en meidoornhagen dienen ook nu
                            nog veelal als erfafscheiding. De grote en nieuwere langhuisboerderijen
                            uit de late 19e en begin 20e eeuw zijn strakker vormgegeven dan de
                            oudere boerderijen: rechthoekige langhuisboerderijen met doorgaande
                            zadeldaken, gedekt met pannen.</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al/><al>Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de langhuisboerderijen van Blaricum. Daarnaast is de maat, schaal
                            en vorm van de gevelinvullingen van belang. De terughoudende maar
                            tegelijkertijd zorgvuldige architectuur van deze historische bebouwing
                            is een belangrijke kwaliteit in het dorpsbeeld. Aanpassingen en
                            nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al> Voor de cultuurhistorisch waardevolle langhuisboerderijen in Blaricum
                            is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van
                            de karakteristieken van deze objecten.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al/><al>• het dorpse karakter van het gebied behouden, daarbij is een heldere
                            ordening van verschillende gebouwen en traditionele erfbeplanting op het
                            erf belangrijk;</al><al> • per kavel is er één hoofdmassa;</al><al> • de gebouwen volgen in ligging grofweg de hoofdstructuur.</al><al/><al/><al>Massa</al><al> • panden zijn individueel en afwisselend;</al><al> • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm waarbij het woongedeelte
                            veelal hoger is dan het achterhuis (stalgedeelte);</al><al> • gebouwen hebben een opbouw bestaande uit een onderbouw van één en
                            laag met een zadeldak;</al><al> • zijgevels hebben kleine vensters en eventueel staldeuren;</al><al> • op-, aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt en vormgegeven als
                            toege-voegd element of opgenomen in de hoofdmassa;</al><al> • bij aanpassingen aan gebouwen moet de hoofdvorm van het gebouw
                            duidelijk herkenbaar blijven.</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al> • de architectonische uitwerking is zorgvuldig en gevarieerd;</al><al> • het verschil tussen voorhuis en achterhuis (stalgedeelte) van het
                            hoofd-gebouw in architectonische uitwerking benadrukken;</al><al> • fijne detaillering wordt benadrukt in kleine elementen als kozijnen,
                            dakgoten, daklijsten, windveren, raamhout en roedeverdeling;</al><al> • traditioneel Hollandse houten kozijnen en raamhout en profileringen
                            vormen het uitgangspunt;</al><al> • bijgebouwen als schuren zijn eenvoudiger maar net zo zorgvuldig
                            gede-tailleerd als de hoofdmassa;</al><al> • wijzigingen en toevoegingen zijn in maat schaal en stijl zorgvuldig
                            afge-stemd op het hoofdvolume.</al><al/><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al/><al>• het materiaal- en kleurgebruik is traditioneel;</al><al> • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen eventueel gecombineerd met
                            pleisterwerk of houten delen;</al><al> • daken zijn afgedekt met gebakken pannen of met natuurriet;</al><al> • het houtwerk is geschilderd in traditionele kleuren als bijvoorbeeld
                            groen voor deuren en luiken, licht oker voor kozijnen en wit en groen
                            voor de ramen.</al><al/><al/><al> 5.2 Hooibergen </al><al> Beschrijving</al><al> De hooiberg is vanouds een agrarisch bedrijfsgebouw voor de opslag van
                            hooi en granen. Maar ook een wijkplaats voor dieren. In Blaricum komen
                            enkele hooibergen voor en dat zijn vooral hooibergen met vier roeden
                            (staanders) gebouwd, al komen ook andere vormen voor. Oorspronkelijk
                            waren de roeden vierkant en van eikenhout. Later werden de roeden ook
                            van beton of ijzer gemaakt en werden ook ronde roeden toegepast.</al><al/><al>Er is bij een hooiberg sprake van een verstelbaar dak, met een
                            hijsmechanisme. Van oudsher betreft het vooral hooibergen met een rieten
                            kap. Bij latere aanpassingen en nieuwe hooibergen zijn veelvuldig zinken
                            golfplaten toegepast. De hooiberg mag zijwanden hebben tot een hoogte
                            van maximaal 3 m.</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al/><al>Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de hooibergen van Blaricum. Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een
                            vergelijkbaar niveau te worden uitgevoerd.</al><al>Welstandsniveau</al><al> Voor de cultuurhistorisch waardevolle hooibergen in Blaricum is het
                            welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van de
                            karakteristieken van deze objecten.</al><al/><al/><al>Ligging</al><al/><al>• de hooibergen liggen op het (voormalige) erf, achter de brandmuur van
                            de boerderij.</al><al/><al/><al>Massa</al><al/><al>• de hoofdvorm is vierkant, rechthoekig of een andere veelhoek.</al><al> Architectonische uitwerking</al><al> • de roeden vormen een herkenbaar onderdeel van het bouwwerk;</al><al> • zijwanden hebben een maximale hoogte van 3 m. </al><al/><al>Materiaal- en kleurgebruik</al><al/><al>• de roeden worden in hout, ijzer of beton uitgevoerd;</al><al> • de zijwanden worden in hout en met een donkere kleurstelling
                            uitge-voerd;</al><al> • het dakvlak wordt in riet of een ander materiaal in grijze of donkere
                            tint uitgevoerd.</al><al/><al/><al> 5.3 Beeldbepalende panden</al><al/><al>Beschrijving</al><al> Blaricum kent een rijksbeschermd dorpsgezicht en een groot aantal
                            rijks- en gemeentelijke monumenten. Via de Monumentenwet 1988 en de
                            gemeentelijke monumentenverordening is verbouwing en sloop van deze
                            panden gereguleerd en worden de belangen vanuit het oogpunt van
                            cultuurhistorie en monumentenzorg meegewogen. Het doel van deze
                            bescherming is de instandhouding van monumentale en cultuurhistorische
                            waarden.</al><al> Naast de rijks- en gemeentelijke monumenten zijn in Blaricum veel
                            beeldbepalende panden die niet in aanmerking komen om te worden
                            aangewezen als monument, maar wel bijdragen aan de specifieke
                            beeldkwaliteit van het dorp-se karakter van Blaricum. Deze
                            beeldbepalende panden zijn panden die door een combinatie van
                            architectonische kwaliteit en hun plaats in de stedenbouwkundige
                            structuur, een belangrijke bijdrage leveren aan het dorpsbeeld. In
                            bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de betreffende beeldbepalende
                            panden (situatie april 2012). Van al die panden zijn redengevende
                            beschrijvin-gen beschikbaar. Die beschrijvingen zijn opgenomen in een
                            separate bijlage (‘Beeldbepalende bouwwerken en beeldondersteunende
                            zaken’).</al><al/><al>De raad heeft aangegeven dat een betere bescherming van de
                            beeldbepalende panden gewenst is. In dit kader is in 2012 de Beleidsnota
                            Beeldbepalende panden Blaricum 2012 door de raad vastgesteld.</al><al/><al>De bescherming voor de beeldbepalende panden wordt geregeld via de
                            opname van deze panden in de bestemmingsplannen en de
                            welstandsnota.</al><al/><al>In onderhavige welstandsnota zijn voor de individuele beeldbepalende
                            panden objectgerichte criteria opgenomen. Deze zijn door middel van
                            redengevende beschrijvingen van de beeldbepalende panden opgenomen in de
                            separate bijlage ‘Beeldbepalende bouwwerken en beeldondersteunende
                            zaken’. De objectgerichte criteria dienen als toetsingskader bij
                            omgevingsvergunningsverlening.</al><al/><al/><al>Waardebepaling, ontwikkeling en beleid</al><al/><al>Behoud van de uiterlijke vorm is het kernwoord voor het welstandsbeleid
                            voor de beeldbepalende panden van Blaricum. Daarnaast zijn de maat,
                            schaal en vorm van de gevelinvullingen van belang. De terughoudende maar
                            tegelijkertijd zorgvuldige architectuur van deze cultuurhistorisch
                            waardevolle bebouwing is een belangrijke kwaliteit in het dorpsbeeld.
                            Aanpassingen en nieuwbouw dienen op een vergelijkbaar niveau te worden
                            uitgevoerd.</al><al/><al/><al>Welstandsniveau</al><al/><al>Voor de cultuurhistorisch waardevolle beeldbepalende panden in Blaricum
                            is het welstandsbeleid gericht op het verbeteren en in stand houden van
                            de karakteristieken van deze objecten.</al><al/><al/><al>Ligging, massa, architectonische uitwerking en materiaal- en
                            kleurgebruik</al><al> Voor wat betreft ligging, massa, architectonische uitwerking en het
                            materiaal- en kleurgebruik van beeldbepalende panden, dient uitgegaan te
                            worden van de bestaande situatie en de beschrijvingen van de panden op
                            individueel niveau, zoals opgenomen in de separate bijlage
                            ‘Beeldbepalende bouwwerken en beeldondersteunende zaken’.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>6</nr><titel>Criteria voor kleine plannen</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk worden de criteria gegeven voor de welstandstoets van
                            enkele veel voorkomende kleine plannen. In tegenstelling tot alle eerder
                            beschreven relatieve welstandscriteria gaat het in dit hoofdstuk om
                            vrijwel absolute, objectieve criteria die de planindiener vooraf
                            maximale duidelijkheid geven. De criteria voor kleine plannen kunnen
                            gezien worden als een verzameling stan-daard oplossingen die in elk
                            geval geen bezwaren zullen oproepen.</al><al/><al>In het beschermde dorpsgezicht en bij de door het Rijk, de provincie of
                            de gemeente aangewezen beschermde monumenten, zijn de elders
                            vergunningsvrije bouwwerken, in sommige gevallen vergunningplichtig. Dat
                            betekent dat voor die gevallen een omgevingsvergunning voor bouwen moet
                            worden aangevraagd.</al><al/><al/><al>Criteria voor kleine plannen zijn gegeven voor:</al><al/><al>• aan- of uitbouwen;</al><al> • bijgebouwen of overkappingen;</al><al> • dakkapellen;</al><al> • kozijn- of gevelwijzigingen;</al><al> • erf- of perceelafscheidingen;</al><al> • reclame-uitingen;</al><al> • UMTS-masten.</al><al/><al>Indien een bouwwerk dat valt onder de bovengenoemde categorieën niet
                            omgevingsvergunningsvrij is moet een omgevingsvergunning worden
                            aangevraagd. In dat geval treedt het bestemmingsplan in eerste instantie
                            regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als het
                            bouwplan past binnen het bestemmingsplan wordt het bouwplan door de
                            rayonarchitect/de welstandscommissie of door een daartoe bevoegd persoon
                            getoetst. Voldoet het plan aan de criteria dan wordt een positief
                            welstandsoordeel gegeven.</al><al/><al>Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een
                            bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de
                            criteria, dan wordt het bouwplan uitgebreid getoetst door de
                            welstandscommissie, gebruik makend van de gebiedsgerichte, de
                            objectgerichte of de algemene welstandscriteria. Op deze manier kunnen
                            omgevingsvergunningsplichtige bouwwerken bezien worden in relatie tot de
                            context van het gebied waar het wordt geplaatst.</al><al/><al/><al>Voorerfgebieds- en achtererfgebieds benadering</al><al/><al>Er wordt onderscheid gemaakt tussen het voorerf- en achtererfgebied. Het
                            achtererfgebied is het erf aan de achterkant en de niet naar openbaar
                            toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant,
                            van het hoofdgebouw. Het voorerfgebied is dat deel van het erf dat geen
                            onderdeel is van het achtererfgebied.</al><al/><al/><al>Standaardplan</al><al> Een aanvraag voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand
                            als deze identiek is aan een in hetzelfde bouwblok gerealiseerd
                            bouwwerk, dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund. Het bouwwerk voldoet ook aan redelijke eisen
                            van welstand als het bouwwerk overeenkomstig het ontwerp van de
                            architect is, die het project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel
                            uitmaakt en waarvoor een positief welstandsadvies is gegeven. Informatie
                            over de standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente.</al><al/><al/><al>Omgevingsvergunning en welstandstoetsing</al><al/><al>De toepassing van welstandstoetsing is gekoppeld aan de
                            omgevingsvergunningsplicht voor bouwen. Onder bepaalde voorwaarden mag
                            zonder omgevingsvergunning worden gebouwd. Deze wordt dan ook niet
                            preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand.</al><al> In uitzonderingsgevallen, wanneer een bouwwerk in ernstige mate in
                            strijd is met redelijke eisen van welstand kan de gemeente achteraf met
                            behulp van de Excessenregeling ingrijpen. De eigenaar wordt dan verzocht
                            het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het
                            omgevingsvergunningsvrij is.</al><al/><al/><al> 6.1 Aan- en uitbouwen</al><al/><al>Criteria voor een aan- of uitbouw in het achtererfgebied</al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: </al><al/><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al/><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of </al><al/><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• gebouwd aan:</al><al> a) de oorspronkelijke achtergevel op meer dan 1 m van de weg of het
                            openbaar groen, of</al><al> b) een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspron-kelijke
                            zijgevel op meer dan 1 m van het voorerfgebied en meer dan 1 m van het
                            naburige erf</al><al> • niet hoger dan:</al><al> a) 4 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein</al><al> b) 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of dat
                            woongebouw, en</al><al> c) de woning of het woongebouw</al><al> • breedte:</al><al> a) aan tussenwoning aan de achtergevel niet breder dan de
                            oorspronkelijke gevel</al><al> b) aan hoekwoning aan de achtergevel niet breder dan de oorspronkelijke
                            gevel plus maximaal 3,25 m mits meer dan 1 m van het naburige erf</al><al> c) aan de zijgevel mag niet meer dan 2,25 m uitsteken</al><al> • minder dan 3,25 m diep.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• rechthoekig</al><al> • gevelgeleding en dakvorm afgestemd op het hoofdgebouw</al><al> • geen doorgetrokken dakvlakken vanaf de kap van het hoofdgebouw</al><al> • materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen overeenkomstig het
                            hoofdgebouw.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• de aan- of uitbouw voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in
                            het gebiedsgerichte beoordelingskader</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al>Criteria voor een aan- of uitbouw in het voorerfgebied</al><al/><al> Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken. </al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande aan- of uitbouw in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of </al><al/><al>B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al/><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: </al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• gebouwd aan:</al><al> a) de oorspronkelijke voorgevel op meer dan 1 m van de weg of het
                            openbaar groen, of</al><al> b) een naar de weg of het openbaar groen gekeerde oorspronkelijke
                            zijgevel op meer dan 1 m van het voorerfgebied en meer dan 1 m van het
                            naburige erf,</al><al> • niet hoger dan:</al><al> a) 4 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein</al><al> b) 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of dat
                            woongebouw, en</al><al> c) de woning of het woongebouw</al><al> • breedte:</al><al> a) aan de zijgevel mag niet meer dan 2,25 m uitsteken</al><al> b) aan de voorgevel: 40% van de gevel</al><al> • diepte:</al><al> a) aan de zijgevel minder dan 3,25 m diep</al><al> b) aan de voorgevel minder dan 1 m diep.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• rechthoekig;</al><al> • plat afgedekt;</al><al> • aan de voorgevel vormgegeven als een erker met een gemetselde
                            borstwering;</al><al> • gevelgeleding afgestemd op de gevelgeleding van het hoofdgebouw;</al><al> • materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen overeenkomstig het
                            hoofdgebouw.</al><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• de aan- of uitbouw voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in
                            het gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al> 6.2 Bijgebouwen of overkappingen </al><al> Criteria voor een bijgebouw of overkapping in het achtererfgebied</al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijgebouw of overkapping
                            in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of </al><al/><al>B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al/><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: </al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• gebouwd op:</al><al> a) het achtererfgebied op meer dan 1 m van de weg of het openbaar
                            groen, tenzij geïntegreerd in de erfafscheiding, of</al><al> b) een niet naar de weg of het openbaar groen gekeerd zijerf op meer
                            dan 1 m van het voorerfgebied;</al><al> • goot of boeibord niet hoger dan 3 m, gemeten vanaf het aansluitend
                            terrein.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• rechthoekig;</al><al> • dakhelling overeenkomstig de dakhelling van het hoofdgebouw;</al><al> • materiaal overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk
                            of hout;</al><al> • kleur overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere
                            kleurtinten.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al/><al> Criteria voor een bijgebouw of overkapping in het voorerfgebied </al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaand bijgebouw of overkapping
                            in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al/><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of </al><al/><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• gebouwd op:</al><al> a) het voorerfgebied op meer dan 1 m van de weg of het openbaar groen,
                            of</al><al> b) een naar de weg of het openbaar groen gekeerd zijerf op meer dan 1 m
                            van het voorerfgebied en op meer dan 1 m van de weg of openbaar
                            groen;</al><al> • goot of boeibord niet hoger dan 3 m, gemeten vanaf het aansluitend
                            terrein.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• rechthoekig en geen opvallende details;</al><al> • dakhelling overeenkomstig de dakhelling van het hoofdgebouw;</al><al> • materiaal overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk
                            of hout;</al><al> • kleur overeenkomstig het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere
                            kleurtinten;</al><al> • geen opvallend kleurgebruik;</al><al> • detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al> 6.3 Dakkapellen</al><al/><al>Criteria voor een dakkapel in het achterdakvlak</al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: </al><al/><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakkapel in hetzelfde
                            bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al/><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of </al><al/><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• de onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet,
                            verticaal gemeten;</al><al> • hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder
                            dan 1,60 m;</al><al> • bovenzijde meer dan 0,8 m onder de daknok, verticaal gemeten;</al><al> • zijkanten meer dan 0,75 m van de zijkanten van het dakvlak;</al><al> • de breedte is niet meer dan 70% van de breedte van het dakvlak;</al><al> • de dakkapel bevindt zich niet onder of boven een andere
                            dakkapel;</al><al> • de dakkapel strekt zich maximaal uit over één verdieping;</al><al> • bij meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok regelmatige
                            rangschikking op een horizontale lijn, dus niet boven elkaar
                            gerangschikt.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• voorzien van een plat dak of voorzien van een aangekapte natuurrieten
                            dak bij plaatsing op een rieten kap;</al><al> • zijwanden ondoorzichtig;</al><al> • materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen van de
                            dakkapel zijn gelijk aan de gevels, kozijnen en profielen van het
                            hoofdgebouw.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor dakkapellen
                            in</al><al>het gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al/><al>Criteria voor een dakkapel in het voordakvlak en zijdakvlak</al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al> A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande dakkapel in hetzelfde
                            bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of </al><al/><al>B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al/><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: </al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• de onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet,
                            verticaal gemeten;</al><al> • hoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, minder
                            dan 1,3 m;</al><al> • bovenzijde meer dan 1 m onder de daknok, verticaal gemeten;</al><al> • zijkanten meer dan 1 m van de zijkanten van het dakvlak;</al><al> • de breedte is niet meer dan 50% van de breedte van het dakvlak;</al><al> • de dakkapel bevindt zich niet onder of boven een andere
                            dakkapel;</al><al> • de dakkapel strekt zich maximaal uit over één verdieping;</al><al> • bij meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok regelmatige
                            rangschikking op een horizontale lijn.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• voorzien van een plat dak of voorzien van een aangekapte natuurrieten
                            dak bij plaatsing op een rieten kap;</al><al> • zijwanden ondoorzichtig;</al><al> • materiaal- en kleurgebruik gevels, kozijnen en profielen van de
                            dakkapel zijn gelijk aan de gevels, kozijnen en profielen van het
                            hoofdgebouw.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor dakkapellen
                            in</al><al>het gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al/><al> 6.4 Kozijn- of gevelwijzigingen</al><al/><al>Criteria voor een kozijn- of gevelwijziging aan de achtergevel of een
                            niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel</al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsvergunning daarvan af te wijken.</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: </al><al/><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande kozijn of gevel in
                            het-zelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            wel-standsadvies is vergund, of</al><al/><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of </al><al/><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• maatvoering afgestemd op hoofdgebouw.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• kleur- en materiaalgebruik afgestemd op de gevel.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al> Criteria voor een kozijn- of gevelwijziging aan de voorgevel of een
                            naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel</al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsver-gunning daarvan af te wijken.</al><al> Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan: </al><al/><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande kozijn of gevel in
                            hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar geleden met een positief
                            welstandsadvies is vergund, of</al><al/><al> B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of </al><al/><al>C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• maatvoering afgestemd op hoofdgebouw.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• kleur- en materiaalgebruik en afgestemd op de gevel;</al><al> • terughoudend met het gebruik van kunststof, alleen toepasbaar indien
                            dimensioneringen en aansluitingen zijn afgestemd op de gevel;</al><al> • detaillering afgestemd op de gevel en de kozijnen;</al><al> • indien er (nog) samenhang en ritmiek aanwezig is in het straatbeeld
                            mag dit door een incidentele gevelwijziging niet worden verstoord.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al> • deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al/><al> 6.5 Erf- of perceelafscheidingen</al><al/><al>Criteria voor een erf- of perceelafscheidingen</al><al/><al>Deze criteria komen aan de orde als het bestemmingsplan zich daar niet
                            tegen verzet of wanneer burgemeester en wethouders overwegen bij
                            omgevingsver-gunning daarvan af te wijken.</al><al>Het bouwwerk is in ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van
                            welstand als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al>A. het bouwwerk is overeenkomstig een bestaande erf- of
                            perceelafscheiding in hetzelfde bouwblok dat minder dan vijf jaar
                            geleden met een positief welstandsadvies is vergund, of</al><al/><al>B. het bouwwerk is overeenkomstig het ontwerp van de architect, die het
                            project ontworpen heeft waarvan het bouwplan deel uitmaakt en waarvoor
                            een positief welstandsadvies is gegeven, of</al><al/><al> C. het bouwplan voldoet aan de volgende criteria: </al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• niet hoger dan 1 m, of</al><al> • niet hoger dan 2 m en gebouwd:</al><al> a) meer dan 1 m achter de voorgevelrooilijn, en</al><al> b) meer dan 1 m van de weg of openbaar groen;</al><al> • inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten niet hoger dan 2 m.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• de erfafscheiding, inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten is
                            ondergeschikt en afgestemd in vormgeving aan het hoofdgebouw of aan het
                            doel (dragen van beplanting);</al><al> • erfafscheiding hoger dan 1 m, inrijhekken, toegangspoorten en
                            looppoorten zijn voor ten minste 50% transparant;</al><al> • erfafscheiding bestaande uit dichte constructies is bij voorkeur
                            slechts drager van (camouflerende) beplanting;</al><al> • materiaal erfafscheiding overeenkomstig een eventuele aangrenzende
                            erfafscheiding, of overeenkomstig het hoofdgebouw, of het aangrenzende
                            hoofdgebouw of uitgevoerd in metselwerk of hout of ander natuurlijk en
                            niet snel verwerend materiaal;</al><al> • kleur van erfafscheiding, inrijhekken, toegangspoorten en looppoorten
                            afgestemd op het hoofdgebouw, het aangrenzende hoofdgebouw of uitgevoerd
                            in donkere kleurtinten;</al><al> • geen opvallend kleurgebruik.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • aanvragen in het beschermde dorpsgezicht worden voorgelegd aan de
                            welstandscommissie.</al><al/><al> 6.6 Reclame-uitingen</al><al/><al>Reclame is een publieke aanprijzing van een bedrijf, een product of een
                            dienst. Reclames op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen
                            vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte.
                            In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en
                            verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, hoewel daar
                            een kritische grens aan verbonden is. In andere gebieden zijn (bepaalde)
                            reclame-uitingen ongewenst. Voor de toepassing van de richtlijnen maakt
                            het verschil in welk gebied de reclame wordt aangebracht. Er is
                            onderscheid gemaakt tussen beschermd dorpsgezicht, winkelgebieden,
                            woongebieden en parken / sportterreinen en landelijk gebied.</al><al/><al>Voor het plaatsen van een op de grond staande reclamezuil hoger dan</al><al>1 m en een oppervlakte van meer dan 2 m² is een omgevingsvergunning
                            vereist. Voor de overige reclame-uitingen binnen de bebouwde kom moet
                            een vergunning worden aangevraagd in het kader van de gemeentelijke APV.
                            Een welstandsbe-oordeling maakt deel uit van deze
                            vergunningenprocedure.</al><al/><al/><al>Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in het beschermde
                            dorpsgezicht</al><al/><al>Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel is
                            ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de
                            onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al> • reclame-uitingen zijn uitgevoerd in traditionele vormen, materialen
                            en kleuren, zoals bijvoorbeeld uithangborden, belettering van
                            kroonlijsten of luifels boven entree of etalagepartijen;</al><al> • reclame-uitingen zijn bescheiden van maat en schaal;</al><al> • reclame is op een harmonieuze manier opgenomen in de architectuur van
                            het pand.</al><al/><al/><al>Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in winkelgebieden</al><al/><al>Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel is
                            ieder geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand als aan de
                            onderstaande voorwaarden wordt voldaan:</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand
                            plaatsvinden respectievelijk worden verkocht;</al><al> • maximaal één reclame-uiting tegen de gevel en één reclame-uiting
                            loodrecht op de gevel;</al><al> • plaatsing loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan, de gevel;</al><al> • geen reclame aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of
                            bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie;</al><al> • geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het
                            open landschap ernstig belemmeren;</al><al> • indien er een afbakening is tussen de onderbouw en het bovenste
                            ge-deelte van de gevel, bijvoorbeeld door een luifel, dan vormt deze
                            afbakening de uiterste plaats van de reclame;</al><al> • reclame op luifels mag niet hoger zijn dan de halve
                            borstweringshoogte boven de luifel, met een maximum totale hoogte van
                            0,30 m;</al><al> • reclame moet qua afmeting passen binnen de contouren van het
                            gebouw;</al><al> • reclame op daken en dergelijke is niet mogelijk;</al><al> • horizontale reclames hebben maximaal een lengte van éénderde van de
                            gevelbreedte;</al><al> • loodrecht op de gevel staande reclames moeten afgestemd zijn op de
                            schaal van de gevel en gezien worden in het verlengde van het vroegere
                            uithangbord;</al><al> • loodrecht op de gevel staande reclames mogen het zicht op andere
                            panden, gezien in de langsrichting van de weg, niet belemmeren;</al><al> • loodrecht op de gevel staande reclame is niet hoger dan 0,50 m en
                            steekt niet meer dan 0,80 m uit de gevel.</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• aan de voorgevel: reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven,
                            waarbij de vorm, maatvoering, detailleringen en kleur zijn afgestemd op
                            en harmoniëren met de oorspronkelijke gevel;</al><al> • aan de voorgevel: de aanwezige samenhangende ritmiek mag niet worden
                            verstoord;</al><al> • reclame-uitingen waar mogelijk integreren in de architectuur en
                            beperken tot het hoogst noodzakelijke;</al><al> • grote reclame-uitingen dienen een architectonisch onderdeel te vormen
                            van de totale compositie van de gevel;</al><al> • geen mechanisch bewegende delen;</al><al> • geen lichtcouranten, lichtobjecten of lichtreclame;</al><al> • geen daglichtreflecterende reclame;</al><al> • geen aangelichte reclame.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al/><al/><al>Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in woongebieden</al><al/><al>Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of de achtergevel
                            voldoet ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan
                            onderstaande criteria wordt voldaan.</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• voor woningen met praktijk aan huis is een beperkte onverlichte</al><al>naams- of beroepsaanduiding toegestaan;</al><al> • aan een buurtwinkel is een beperkte verlichte reclame-uiting
                            toegestaan, mits dat niet hinderlijk is voor de omgeving.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al/><al/><al>Criteria voor reclame-uitingen aan de gevel in parken, sportterreinen en
                            landelijk gebied</al><al/><al>In deze gebieden zijn geen reclame-uitingen mogelijk. Voor
                            sportcomplexen wordt een uitzondering gemaakt ten behoeve van
                            (sponsor-)reclame. Een reclame-uiting aan de voorgevel, de zijgevel of
                            de achtergevel voldoet ieder geval aan redelijke eisen van welstand als
                            aan onderstaande criteria wordt voldaan.</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• reclame-uitingen op sportcomplexen dienen op het complex gericht te
                            zijn;</al><al> • reclame-uitingen op sportcomplexen zijn niet zichtbaar vanaf de
                            openbare weg.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al/><al/><al>Criteria voor reclame-uitingen los van de gevel</al><al/><al>Een reclame-uiting los van de gevel voldoet ieder geval aan redelijke
                            eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan.</al><al/><al/><al>Maat en plaats</al><al/><al>• geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand
                            plaatsvinden respectievelijk worden verkocht;</al><al> • maximaal één reclame-uiting per erf;</al><al> • plaatsing bij de entree van het erf of op een parkeerplaats;</al><al> • geen reclame-uitingen die het uitzicht op de openbare ruimte of het
                            open landschap ernstig belemmeren.</al><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• reclame-uiting als zelfstandig element vormgeven, waarbij de
                            maatvoering en detailleringen zijn afgestemd op en harmoniëren met het
                            hoofd-gebouw;</al><al> • reclame beperken tot het hoogst noodzakelijke;</al><al> • geen mechanisch bewegende delen;</al><al> • geen lichtcouranten, lichtobjecten of lichtreclame;</al><al> • geen daglichtreflecterende reclame;</al><al> • geen aangelichte reclame.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader.</al><al/><al/><al> 6.7 UMTS Masten</al><al/><al>Mobiel bellen is niet meer weg te denken uit onze samenleving. Het
                            plaatsen van zend- en ontvangstinstallaties en het meewerken aan een
                            landelijk dekkend netwerk van installaties is daarmee noodzakelijk. Maar
                            de antenne-installaties zijn van ver zichtbaar en van invloed op de
                            ruimtelijke kwaliteit.</al><al/><al>De gemeente Blaricum vindt het van belang hier terughoudend mee om te
                            blijven gaan en dat de antenne-installaties op een stedenbouwkundig en
                            maatschappelijk verantwoorde wijze worden ingepast. Daartoe zijn in de
                            Beleidsnota antenne-installaties, Blaricum (2008) richtlijnen opgesteld
                            voor de toelaatbaarheid van de installaties.</al><al/><al>Zo is plaatsing van antennemasten niet toegestaan in beeldbepalende
                            gebieden, landschappelijk waardevolle gebieden, het beschermd
                            dorpsgezicht, beschermende natuurgebieden en
                            milieubeschermingsgebieden.</al><al/><al>Verder is in de betreffende beleidsnota bepaald dat bij voorkeur sprake
                            dient te zijn van een solitaire mast (maximaal 40 m hoog) en dat de
                            plaatsing van antennemasten in beginsel is toegestaan op
                            niet-woongebouwen van 15 m of hoger, waarbij de masthoogte maximaal 7 m
                            mag bedragen. Tevens dienen de bijbehorende schakelkasten uit het zicht
                            te worden geplaatst.</al><al/><al>Universal Mobile Telecommunications System (UMTS) is de beoogde opvolger
                            van het gsm-netwerk. Het digitale UMTS-netwerk heeft meer capaciteit en
                            kan grote hoeveelheden data, in kleine digitale pakketjes, snel
                            versturen. Een antenne-installatie is het geheel van antennes,
                            antennedrager, bedrading en techniekkasten. Een antenne-installatie kan
                            uit meerdere antennes bestaan.</al><al/><al>Er is dus een onderscheid tussen een antenne en een antenne-installatie.
                            Voor gsm en UMTS bestaat een antenne-installatie over het algemeen uit
                            drie an-tennes en de bijbehorende apparatuur. Het grootste deel van deze
                            UMTS-antennes zal worden geplaatst op of bij de geplaatste gsm
                            antenne-installaties. Hierdoor zal de toename van het aantal
                            antenne-installaties beperkt blijven.</al><al/><al/><al>Omgevingsvergunning voor bouwen en welstandstoetsing</al><al/><al>De toepassing van welstandstoetsing is gekoppeld aan de
                            omgevingsvergunningsplicht voor bouwen. Dit hangt af van de hoogte van
                            de installatie en het vermogen van de antenne. Voor het plaatsen van
                            masten voor antenne-installaties die minder dan 5 m hoog zijn, is onder
                            bepaalde voorwaarden geen omgevingsvergunning voor bouwen nodig. Als een
                            antenne van minder dan 5 m op een monument wordt geplaatst of in het
                            beschermd dorpsgezicht, gelden dezelfde regels als voor het plaatsen van
                            een omgevingsvergunningplichtige antenne. Voorts dient een
                            omgevingsvergunning voor het aspect monument te worden aangevraagd.</al><al/><al/><al>Antennes hoger dan 5 m</al><al/><al>Voor het plaatsen van antennes hoger dan 5 m geldt een
                            omgevingsvergunningsplicht voor bouwen. Op de omgevingsvergunning voor
                            bouwen is de reguliere voorbereidingsprocedure uit de Wet algemene
                            bepalingen omgevingsrecht van toepassing.</al><al> De enige uitzondering hierop zijn de antennes voor het
                            communicatiesysteem voor politie, brandweer en ambulances (C2000). Deze
                            installaties zijn in begin-sel omgevingsvergunningsvrij ex art. 2 lid 16
                            Besluit omgevingsrecht.</al><al/><al> De antennes waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, wordt niet
                            preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. In
                            uitzonderingsgevallen, wan-neer een bouwwerk in ernstige mate in strijd
                            is met redelijke eisen van welstand kan de gemeente achteraf met behulp
                            van de Excessenregeling ingrijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het
                            uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het
                            omgevingsvergunningsvrij is. </al><al/><al/><al>Criteria voor een UMTS-mast</al><al/><al>Een UMTS-mast voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand
                            als aan onderstaande criteria wordt voldaan:</al><al/><al/><al>Architectonische uitwerking</al><al/><al>• kleur van mast in gedekte kleuren, geen opvallend kleurgebruik;</al><al> • bij plaatsing op gebouwen wordt de antennemast door camouflage aan
                            het zicht onttrokken;</al><al> • bijbehorende schakelkasten worden uit het zicht geplaatst.</al><al/><al/><al>Aanvullende criteria</al><al/><al>• deze voldoet aan de eventuele aanvullende criteria in het
                            gebiedsgerichte beoordelingskader;</al><al> • UMTS-masten worden te allen tijde aan de welstandscommissie
                            voorgelegd; op basis van de gebiedscriteria kunnen nadere eisen worden
                            gesteld.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>7</nr><titel>Welstandscriteria bij (her)ontwikkelings-projecten</titel></kop><structuurtekst><al> 7.1 Toelichting</al><al> De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor grotere
                            (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en
                            karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen namelijk
                            niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan
                            aan ten grondslag ligt.</al><al/><al/><al> 7.2 Procedure </al><al> Het opstellen van welstandscriteria voor (her)ontwikkelingsprojecten
                            kan een onderdeel vormen van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De
                            criteria kunnen worden ontleend aan een beeldkwaliteitsplan of aan
                            ruimtelijke rand-voorwaarden.</al><al> De gemeenteraad stelt de welstandscriteria vervolgens vast ter
                            aanvulling op de welstandsnota. Voor dergelijke aanvullingen op de
                            welstandsnota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere
                            inspraakregeling bij de steden-bouwkundige planvoorbereiding.</al><al>De welstandscriteria moeten zijn vastgesteld voordat de planvorming van
                            de concrete bouwplannen start en worden bekend gemaakt aan alle
                            potentiële opdrachtgevers in het gebied.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>8</nr><titel>Welstandscriteria excessen</titel></kop><structuurtekst><al> 8.1 Toetsing achteraf</al><al> Als voor een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk geen
                            omgevingsvergun-ning voor bouwen is aangevraagd, dan wel het bouwwerk na
                            realisering afwijkt van de tekeningen waarop de omgevingsvergunning is
                            afgegeven, krijgt de eigenaar de gelegenheid om (alsnog of opnieuw) een
                            omgevingsvergunning aan te vragen voor het gerealiseerde bouwwerk. Als
                            deze aanvraag van een omge-vingsvergunning voor bouwen moet worden
                            geweigerd, bijvoorbeeld vanwege een negatief welstandsadvies, dan kan
                            het bevoegd gezag (vaak is dat het college van burgemeester en
                            wethouders) degenen die tot het opheffen van de (strijdige) situatie
                            bevoegd is, aanschrijven om binnen een door hen te bepa-len termijn de
                            strijdigheid op te heffen.</al><al/><al/><al> 8.2 Excessenregeling bij omgevingsvergunningsvrije bouwwerken</al><al/><al>Ook bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor bouwen hoeft te
                            worden aangevraagd moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Volgens
                            artikel 13a Woningwet kan het bevoegd gezag de eigenaar van een bouwwerk
                            dat 'in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand'
                            aanschrijven om die strijdigheid op te heffen.</al><al> Volgens datzelfde wetsartikel moeten de criteria hiervoor in de
                            welstandsnota zijn opgenomen. Deze 'excessenregeling' is niet bedoeld om
                            de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan.</al><al/><al/><al> 8.3 Criteria bij excessen </al><al> De gemeente Blaricum hanteert bij het toepassen van deze
                            excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een
                            buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident
                            is en die ernstig afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van en
                            gebied.</al><al/><al>Vaak heeft dit betrekking op:</al><al> • het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn
                            omgeving;</al><al> • het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij
                            aanpassing van een bouwwerk;</al><al> • armoedig materiaalgebruik;</al><al> • toepassing van felle of contrasterende kleuren;</al><al> • de opdringerige reclames, of</al><al> • de opdringerige verlichting of reflecties, of</al><al> • een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie
                            daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria).</al><al/><al>Omgevingsvergunningsvrije bouwwerken die voldoen aan de
                            welstandscriteria voor veel voorkomende kleine plannen zijn in elk geval
                            niet in strijd met rede-lijke eisen van welstand.</al><al/><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>B</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><structuurtekst><al>Op een aanvraag om omgevingsvergunning of toestemming anderszins, die is
                            ingediend vóór het tijdstip waarop deze beleidsregels van kracht worden
                            en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen
                            van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden vóór de
                            vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de
                            wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels worden
                            toegepast.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad der gemeente</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Blaricum, d.d. 18 september 2012</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Blaricum/i178236.pdf">Welstandsnota Blaricum 2012, inclusief begrippenlijst en overzicht monumenten</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>