<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26310_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2001, 34</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening Gemeente Tilburg 2001</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet ruimtelijke ordening</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2001/231</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Kostenverhaalbesluit waarin wordt aangegeven op welke wijze de kosten zullen worden verhaald op de in het exploitatiegebied gebate onroerende zaken</al><al>Exploitatiebijdrage van de exploitant als bijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Exploitatieverordening Gemeente Tilburg 1997</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op de Gemeentewet;</al><al>gelet op artikel 42 Wet op de Ruimtelijke Ordening</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de volgende Verordening houdende de voorwaarden waaronder de
                        gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden
                        (expoitatieverordening).</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen.</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden:
                                    het door of met medewerking van de gemeente treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut, waardoor de in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat worden. </al></li><li nr="b."><al>Exploitatiegebied: een als zodanig door de gemeenteraad
                                    aangewezen gebied, waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen
                                    die gebaat worden door de voorzieningen van openbaar nut die
                                    door of met medewerking van de gemeente worden getroffen. </al></li><li nr="c."><al>Exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                                    exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke als gevolg van
                                    het door of met medewerking van de gemeente treffen van
                                    voorzieningen van openbaar nut wordt gebaat. </al></li><li nr="d."><al>Kostenverhaalbesluit: een besluit van de gemeenteraad, in het
                                    geval dat toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in afdeling
                                    II, waarin wordt aangegeven op welke wijze en tot welke omvang
                                    de aan de voorzieningen van openbaar nut verbonden kosten zullen
                                    worden verhaald op de in het exploitatiegebied gebate onroerende
                                    zaken. </al></li><li nr="e."><al>Kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op basis
                                    waarvan de door een exploitant verschuldigde exploitatiebijdrage
                                    wordt vastgesteld. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut.</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor onroerende
                            zaken worden gebaat, worden gerekend: </al><lijst><li nr="1."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder vermelde
                                    werken en werkzaamheden: </al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van grondwerken
                                            met inbegrip van het egaliseren, ophogen, afgraven en
                                            grondverbeteringen (met inbegrip van
                                            drainagevoorzieningen in het - toekomstig - openbaar
                                            gebied); </al></li><li nr="b."><al>het slopen van opstallen op de ondergrond van het
                                            (toekomstig) openbaar gebied: </al></li><li nr="c."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken; </al></li><li nr="d."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs, voet- en
                                            rijwielpaden, waterpartijen, watergangen, bruggen,
                                            tunnels en andere rechtstreeks met de aanleg van deze
                                            voorzieningen van openbaar nut en kunstwerken verband
                                            houdende werken; </al></li><li nr="e."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                            begrepen de aanleg en de inrichting van openbare
                                            speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                            elementen die voortvloeien uit de uitvoering van een
                                            bestemmingsplan; </al></li><li nr="f."><al>openbare verlichting, brandkranen en
                                            verkeersregelinstallaties met de nodige aansluitingen,
                                            alsmede het verleggen van kabels en leidingen; </al></li><li nr="g."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                            voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                            openbaar nut betreft en voor zover de daarmee verband
                                            houdende kosten niet op andere wijze kunnen worden
                                            verhaald; </al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
                                            een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
                                            nut. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1 vermelde werken en werkzaamheden buiten
                                    het exploitatiegebied, voorzover de binnen het exploitatiegebied
                                    liggende onroerende zaken hierdoor direct dan wel indirect
                                    worden gebaat. Dit betreft onder meer de aanleg van
                                    hoofdontsluitingswegen, waterhuiskundige werken, ecologische
                                    zones, wijk- of stadsdeelparken, en dergelijke, maar ook de
                                    aanleg van aanvullende (al dan niet gebouwde)
                                    parkeervoorzieningen elders, indien binnen het exploitatiegebied
                                    hiertoe onvoldoende mogelijkheden aanwezig zijn. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut worden
                                uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze behoren tot de
                                taken van een ander publiekrechtelijk lichaam. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen burgemeester
                                en wethouders besluiten de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de
                                door de gemeente aan te leggen voorzieningen van openbaar nut aan de
                                exploitant over te laten, indien vaststaat dat een goede uitvoering
                                is gewaarborgd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde in de
                                artikelen 4 tot en met 8 van overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalbesluit.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                van openbaar nut wordt aangevangen, wordt door de gemeenteraad een
                                kostenverhaalbesluit vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke
                                wijze en tot welke omvang de aan die voorzieningen verbonden kosten
                                zullen worden verhaald. Het besluit wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde besluit bevat in ieder geval de
                                volgende onderdelen: a. aanduiding van het exploitatiegebied en
                                aanwijzing van de daarin gelegen en gebate onroerende zaken; b.
                                omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren voorzieningen van
                                openbaar nut; c. een kostenbegroting verband houdende met de
                                uitvoering van de onder b genoemde voorzieningen van openbaar nut,
                                zoals bedoeld in artikel 5. In afwijking van het bepaalde in de
                                vorige volzin kan in het kostenverhaalbesluit, worden bepaald dat de
                                kostenbegroting op een later tijdstip wordt vastgesteld. Het besluit
                                tot vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt
                                overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de bij de gemeente in eigendom zijnde en in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken, het verhaal van kosten plaatsvindt via de
                                gronduitgifte. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, voor wat betreft
                                de niet bij de gemeente in eigendom zijnde en in het
                                exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal van
                                kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst zoals
                                bedoeld in artikel 8 van deze verordening. Tevens wordt bepaald dat,
                                ingeval op enigerlei wijze niet kan worden gekomen tot het aangaan
                                van een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 8 van deze
                                verordening, het kostenverhaal in daarvoor in aanmerking komende
                                gevallen kan plaatsvinden door middel van de vaststelling van een
                                baatbelasting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="1."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten,
                                        te weten: </al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                                gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                                vermeerderd met de waarde van de opstallen die voor
                                                de verwezenlijking van de bestemming niet
                                                gehandhaafd kunnen worden, en met de kosten van het
                                                slopen van opstallen - met inbegrip van de zich in
                                                de grond bevindende resten, zoals funderingen,
                                                leidingen en kabels -, alsmede de kosten van het
                                                beëindigen van persoonlijke rechten en lasten,
                                                eigendom, bezit of beperkt recht, zakelijk lasten
                                                alsmede de kosten van schadevergoedingen; </al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en
                                                -beheer en toezicht. Onder deze kosten wordt ten
                                                minste verstaan: de kosten verband houdende met het
                                                opstellen van structuur- en bestemmingsplannen, het
                                                opstellen van planmatige uitwerkingen of
                                                wijzigingen, het vervaardigen van besluiten tot het
                                                verlenen van vrijstelling van een bestemmingsplan
                                                alsmede van overige planologische maatregelen voor
                                                zoveel deze nodig zijn voor het in exploitatie
                                                brengen van gronden binnen het exploitatiegebied;
                                            </al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen
                                                van openbaar nut, voor zover niet begrepen onder lid
                                                a, voor zover deze verband houden met het verlenen
                                                van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                                gronden binnen het exploitatiegebied, alsmede de
                                                daarmee verband houdende kosten van onderzoeken,
                                                voorbereiding, en toezicht; </al></li><li nr="d."><al>de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van
                                                de openbare voorzieningen, welke niet of niet geheel
                                                gedekt kunnen worden uit opbrengsten; </al></li><li nr="e."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor zover
                                                deze aan het in exploitatie brengen van gronden kan
                                                worden toegerekend; </al></li><li nr="f."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige
                                                lasten verminderd met renteopbrengsten; </al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                                maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een
                                                bestemmingsplan; hieronder zijn onder meer begrepen
                                                onderzoeken en uitvoeringsmaatregelen in het kader
                                                van:</al><al>- niet gesprongen explosieven;</al><al>- geluid;</al><al>- archeologie;</al><al>- geohydrologie;</al><al>- bodeminventarisatie;</al><al>- ecologie;</al><al>- waterhuishouding;</al><al>- Milieu Effecten Rapportage;</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="h."><al>Overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                                grondexploitatie behoren te worden gebracht. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="2."><al>Een raming van de met het verlenen van medewerking aan het
                                        in exploitatie brengen van gronden verband houdende
                                        opbrengsten, bestaande uit: </al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies; </al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden; </al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen
                                                van openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                                baatbelasting; </al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr/><lijst><li nr="3."><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1 en 2 van
                                        dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de
                                        onroerende zaken in het exploitatiegebied naar de mate van
                                        de baat die de onroerende zaken hebben van het samenhangend
                                        geheel van voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in
                                        artikel 2 van deze verordening. De mate van baat wordt
                                        aangeduid met inachtneming van hetgeen hieromtrent in
                                        artikel 6 is bepaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan dat
                                het exploitatiegebied in zijn geheel door de gemeente in exploitatie
                                zal worden gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan of optredende loon- en/of prijswijzigingen
                                dan wel andere optredende wijzigingen met betrekking tot het in
                                exploitatie brengen van gronden binnen het exploitatiegebied
                                aanleiding geven om de kostenbegroting te herzien. Het besluit tot
                                herziening van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder 1, sub a is niet van
                                toepassing op de binnen een exploitatiegebied gelegen en gebate
                                gronden die als gevolg van de voorzieningen van openbaar nut niet
                                geschikt worden voor bebouwing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Naast het bepaalde in het vierde lid wordt de raming van de in het
                                eerste lid, onder 1, sub a bedoelde inbrengwaarde van de gronden
                                beperkt tot de gronden die zijn bestemd voor het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, ingeval er sprake is van een
                                exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van openbaar
                                nut niet in hoofdzaak gericht zijn op het geschikt maken voor
                                bebouwing van onroerende zaken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt het
                                gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte zoals bedoeld in het eerste lid, wordt
                                verstaan de kadastrale oppervlakte van de gebate onroerende zaken,
                                waar mogelijk ingedeeld naar de in een bestemmingsplan opgenomen
                                geprojecteerde kavels (bouw)grond, gedifferentieerd naar de
                                objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de baat van de van
                                gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                uitdrukking komt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte onvoldoende
                                uitdrukking geeft aan de in het exploitatiegebied opgenomen
                                verschillen in toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                basis van een nader door burgemeester en wethouders te bepalen
                                grondslag die rekening houdt met de aanwezige verschillen in baat.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in artikel 8 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in de
                                kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat volgens de
                                in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak
                                wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de in
                                artikel 8, derde lid, sub d bedoelde gronden vallende en de kosten
                                van kadastrale uitmeting, verminderd met de inbrengwaarde zoals
                                bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub 1, onder a van de bij de
                                exploitant in eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te
                                verkrijgen gebate gronden, en van de gronden die zijn bestemd voor
                                het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant
                                aan de gemeente worden afgestaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de door de exploitant ingebrachte grond, zoals bedoeld
                                in het eerste lid, wordt door de gemeente in overeenstemming met de
                                exploitant op basis van taxatie vastgesteld. Bij het ontbreken van
                                overeenstemming wordt de waarde van de gronden vastgesteld door een
                                commissie van drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                aangewezen deskundigen. Wordt over de aanwijzing van laatstgenoemde
                                deskundige geen overeenstemming verkregen, dan maken de aangewezen
                                deskundigen tezamen dit bekend aan de opdrachtgevers, waarna de
                                meest gerede partij, onder bekendmaking aan de wederpartij, de
                                kantonrechter in het kanton waartoe de gemeente behoort, kan
                                verzoeken deze deskundige te benoemen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit
                                artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven aan artikel 3,
                                tweede lid, de ten laste van de exploitant komende bijdrage als
                                volgt bepaald: </al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage zoals deze op grond van de in de artikelen 5 en
                                        6 opgenomen wijze aan zijn onroerende zaak wordt
                                        toegerekend, wordt vermeerderd met de kosten op de afstand
                                        van de in artikel 8, derde lid, sub d bedoelde gronden
                                        vallende en de kosten van kadastrale uitmeting; </al></li><li nr="b."><al>de onder a genoemde bijdrage wordt verminderd met: </al><lijst><li nr="1"><al>de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                                exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het
                                                tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige
                                                toepassing; </al></li><li nr="2"><al>het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan
                                                kosten zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, sub
                                                1, onder b tot en met i, voor zover de uitvoering
                                                van de daarmee verband houdende werken en
                                                werkzaamheden voor risico en rekening komt van de
                                                exploitant. </al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid toepassing
                                heeft verkregen, wordt de ten laste van de exploitant komende
                                bijdrage bepaald op de voet van lid 1 en 3 van dit artikel, met dien
                                verstande dat de in het eerste lid en derde lid onder b, sub 1
                                bedoelde vermindering beperkt is tot de inbrengwaarde van de gronden
                                die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                en door de exploitant aan de gemeente worden afgestaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut vindt, voor wat betreft de in het exploitatiegebied
                                liggende onroerende zaken die niet in eigendom zijn van de gemeente,
                                indien dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Indien
                                het afstand doen van gronden, zoals bedoeld in het derde lid onder
                                d, onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, wordt hiervan een
                                notariële akte opgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst na vaststelling van een kostenbegroting
                                zoals bedoeld in artikel 5. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder
                                geval bepalingen omtrent: </al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de omvang van de door de gemeente te treffen
                                        voorzieningen van openbaar nut; </al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a genoemde voorzieningen
                                        zullen worden uitgevoerd; </al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage, vastgesteld
                                        volgens artikel 7; </al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan de
                                        gemeente, voorzover die gronden zijn bestemd voor de aanleg
                                        casu quo aanpassing van voorzieningen van openbaar nut.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid, kan in
                                de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in het derde
                                lid, worden bepaald dat: </al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken een
                                        aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij als
                                        uitgangspunt geldt dat de gemeente als opdrachtgever en de
                                        exploitant als aannemer zal fungeren, uit hoofde waarvan de
                                        gemeente of een namens de gemeente aan te wijzen instantie,
                                        zal zijn belast met de besteksvoorbereiding van, de
                                        directievoering over en het (dagelijkse) toezicht op de door
                                        de exploitant uit te voeren werken; </al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a genoemde overeenkomst wordt
                                        vastgesteld op een pro-formabedrag van 5,- euro, zulks met
                                        inachtneming van hetgeen in artikel 7, derde lid is bepaald.
                                    </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan de gemeenteraad verzoeken tot het verlenen
                                van medewerking met betrekking tot het in exploitatie brengen van
                                gronden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: </al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                        brengen onroerende zaken; </al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de eigendom
                                        van de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                                        verkregen of kan verkrijgen; </al></li><li nr="c."><al>gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen
                                        (bouw)werkzaamheden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                bouwvergunning zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij
                                in geval van verlening van de bouwvergunning en/of vrijstelling van
                                gemeentewege voorzieningen van openbaar nut zoals bedoeld in artikel
                                2 van deze verordening moeten worden getroffen, wordt dit voor de
                                beslissing op de aanvraag bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij
                                wordt een zo nauwkeurig mogelijke raming van de kosten van de in
                                artikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut verstrekt. Tevens
                                wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te
                                dienen bij de gemeenteraad voor medewerking met betrekking tot het
                                in exploitatie brengen van gronden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist binnen zes maanden na ontvangst van de
                                aanvraag. De gemeenteraad kan zijn beslissing eenmaal met ten
                                hoogste 6 maanden verdagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de medewerking van de raad resulteert in een
                                kostenverhaalbesluit, zullen burgemeester en wethouders binnen 6
                                maanden na het besluit van de raad de aanvrager een
                                exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 8 aanbieden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanvraag betrekking heeft op een onroerende zaak welke
                                gelegen is in een exploitatiegebied waarvoor al een
                                kostenverhaalbesluit is vastgesteld, zullen burgemeester en
                                wethouders dit onverwijld aan de aanvrager mededelen en tevens
                                binnen 6 maanden na de dag waarop de aanvraag is ontvangen, aan de
                                aanvrager een exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 8
                                aanbieden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek van
                                exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                                overeenkomst zoals bedoeld in artikel 8. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
                                        gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt; </al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                        leiden tot strijd met de Woningwet; </al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut, hoewel
                                        overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins zou leiden
                                        tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding
                                        van bebouwing en/of herinrichting; </al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot grote
                                        kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
                                        doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare
                                        verlichting, riolering, etc. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden: </al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
                                        zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
                                        afgerond, tot vier weken na het onherroepelijk worden van
                                        het bestemmingsplan of de herziening daarvan; </al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
                                        belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
                                        weggenomen, tot vier weken nadat deze belemmeringen zijn
                                        weggenomen. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere kostenverhaalinstrumenten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie baatbelasting.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in
                                artikel 4 is genomen, zal, indien een exploitant een overeenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 8 aangaat, in de overeenkomst worden
                                bepaald dat met betrekking tot de uitvoering van de in deze
                                overeenkomst genoemde voorzieningen van openbaar nut geen aanvullend
                                kostenverhaal op basis van baatbelasting ten laste van de
                                desbetreffende onroerende zaak zal plaatsvinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is opgenomen, niet
                                bereid is tot het aangaan van de in artikel 8 genoemde overeenkomst,
                                maken burgemeester en wethouders aan exploitant bekend dat het
                                kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van een baatbelasting,
                                zulks overeenkomstig de bepalingen als opgenomen in het
                                kostenverhaalbesluit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten.</titel></kop><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die naast het
                            kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten behoeve van het in
                            exploitatie brengen van gronden nog andere elementen bevat, dan vindt de
                            vaststelling van de via een dergelijke overeenkomst totstandgekomen
                            exploitatiebijdrage in de kosten van voorzieningen van openbaar nut
                            plaats op basis van het gestelde in deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie.</titel></kop><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voorzover mogelijk,
                            overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de door de
                            gemeente in exploitatie te brengen gronden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Uitvoering verordening.</titel></kop><al>De gemeenteraad kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, met
                            uitzondering van de vaststelling van het in artikel 4 genoemde
                            kostenverhaalbesluit en de in artikel 5 genoemde kostenbegroting,
                            overdragen aan het college van burgemeester en wethouders. De
                            gemeenteraad kan met betrekking tot de over te dragen bevoegdheden
                            beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsbepalingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze voorzieningen
                                niet zijn voltooid en waarvoor geen bekostigingsbesluit of
                                afzonderlijke nota kostenverhaal is vastgesteld, vinden de
                                bepalingen van deze verordening voor dat exploitatiegebied,
                                voorzover nodig, op een aan die situatie aangepaste wijze
                                toepassing. In elk geval geldt daarbij dat, indien binnen dat
                                exploitatiegebied wordt gekomen tot een exploitatieovereenkomst
                                zoals bedoeld in artikel 8, de vaststelling van de daarin op te
                                nemen financiële bijdrage geschiedt op basis van een door de
                                gemeenteraad vast te stellen kostenbegroting zoals bedoeld in
                                artikel 5. Het besluit tot vaststelling van de kostenbegroting wordt
                                bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                bekostigingsbesluit of een afzonderlijke nota kostenverhaal is
                                vastgesteld, blijft de 'Exploitatieverordening Gemeente Tilburg
                                1997' van toepassing tot twee jaren nadat de ten behoeve van dat
                                exploitatiegebied getroffen en/of te treffen voorzieningen van
                                openbaar nut zijn voltooid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking aan
                                het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum van
                                inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist, blijft de
                                'Exploitatieverordening Gemeente Tilburg 1997' van toepassing tot op
                                de aanvraag is beslist, met dien verstande dat, indien tot het
                                treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt besloten,
                                laatstgenoemde verordening van toepassing blijft tot twee jaren
                                nadat de te treffen voorzieningen van openbaar nut zijn voltooid.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2001. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervalt de 'Exploitatieverordening Gemeente
                                Tilburg 1997' zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 27 januari
                                1997, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de
                                gevallen zoals bedoeld in artikel 15, tweede en derde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Exploitatieverordening
                            Gemeente Tilburg 2001'.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 november 2000</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>