<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR262924_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en            commissieleden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-08-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeist</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwsbode d.d. 30-1-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artt. 44, 95 t/m 99, 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 8 en 21</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
            commissieleden</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a"><al><vet> commissie:</vet> een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van
                                de Gemeentewet; </al></li><li nr="b"><al><vet> Rechtspositiebesluit wethouders:</vet> het Koninklijk Besluit
                                van 22 maart 1994, Stb. 243; </al></li><li nr="c"><al><vet> Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden:</vet> het
                                Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; </al></li><li nr="d"><al><vet> Regeling rechtspositie wethouders:</vet> de ministeriële
                                regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23
                                van het Rechtspositiebesluit wethouders; </al></li><li nr="e"><al><vet> Verplaatsingskostenregeling 1989:</vet> het besluit van de
                                Minister van Binnenlandse Zaken van 20 oktober 1989, nr
                                AB87/74/U6DGMP/AV/FAR, Stcrt. 212; </al></li><li nr="f"><al><vet> Reisregeling binnenland:</vet> het besluit van de Minister van
                                Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;
                            </al></li><li nr="g"><al><vet> Reisregeling buitenland:</vet> het besluit van de Minister van
                                Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt.
                                181; </al></li><li nr="h"><al><vet>raadslid:</vet> lid van de gemeenteraad, niet zijnde wethouder;
                            </al></li><li nr="i"><al><vet> griffier:</vet> de griffier, bedoeld in artikel 107 van de
                                Gemeentewet; </al></li><li nr="j"><al><vet>gemeentesecretaris:</vet> de secretaris, bedoeld in artikel 102
                                van de Gemeentewet; </al></li><li nr="k"><al><vet> Raadspresidium:</vet> het orgaan zoals bedoeld in artikel 3c
                                van het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                                werkzaamheden van de gemeenteraad van Zeist. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Vergoeding voor de werkzaamheden </titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, van
                        het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, is gelijk aan het door de
                        minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde maximum,
                        dat van toepassing is voor het inwonertal van de gemeente Zeist
                        overeenkomstig tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en
                        commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden
                        kosten is gelijk aan het bedrag dat van toepassing is voor het inwonertal
                        van de gemeente Zeist overeenkomstig tabel II van het Rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden.</al><al>Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel
                        4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de
                        toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in
                        afwijking van het eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag dat
                        van toepassing is voor het inwonertal van de gemeente Zeist overeenkomstig
                        tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Berekening en betaling vaste vergoedingen </titel></kop><al>Hij die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar raadslid is geweest
                        ontvangt de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, naar evenredigheid
                        van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest.</al><al> De betaling van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, geschiedt
                        in maandelijkse termijnen. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Reiskosten</titel></kop><al>Aan het raadslid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte kosten in
                        verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van
                        een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al><al> De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a"><al> bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reiskosten; </al></li><li nr="b"><al> bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                                bepaalde in artikel 4, onderdeel b van de Regeling rechtspositie
                                wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Verblijfkosten</titel></kop><al>De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen
                        buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van
                        het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed overeenkomstig artikel 5
                        Reisregeling binnenland. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Cursus, congres, seminar of symposium </titel></kop><al>De kosten van deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars
                        en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden
                        aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente.</al><lijst><li nr="a"><al>Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of
                                symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of
                                verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag
                                gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een
                                kostenspecificatie.</al></li><li nr="b"><al> De kosten van sub a komen voor rekening van de gemeente als
                                deelname van algemeen belang is in verband met de vervulling van het
                                raadslidmaatschap en voldoende budget beschikbaar is. Het
                                Raadspresidium kan nadere regels stellen voor verdeling van het
                                opleidingsbudget.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Computer </titel></kop><al> Op aanvraag stelt het college het raadslid ten laste van de gemeente voor
                        de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer, bijbehorende
                        apparatuur en software in bruikleen ter beschikking. Het raadslid
                        ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Het
                        college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. </al><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een ten
                        laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer, bijbehorende
                        apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid ontvangt het raadslid
                        ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30%
                        van de aanschafwaarde daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. </al><al> Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking
                        is gesteld, verleent het college een raadslid op aanvraag voor de
                        uitoefening van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming voor: </al><lijst><li nr="a"><al>aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of
                            </al></li><li nr="b"><al> gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                software. </al></li></lijst><al> De tegemoetkoming en vergoeding wordt verstrekt in de vorm van een
                        maandelijkse bijdrage. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                        aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke
                        het college aan de raadsleden in bruikleen ter beschikking stelt.</al><al> Het college kan de hoogte van de tegemoetkoming en vergoedingen
                        indexeren.</al><al>De hoogte van de tegemoetkoming en vergoedingen wordt vermeld op Bijlage
                        1.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Vervallen</titel></kop><al><cursief>Vervallen</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Spaarloonregeling/levensloopregeling </titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                        onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die
                        wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen aan de
                        voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling.</al><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                        onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die
                        wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
                        levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
                        1964.</al><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het raadslid
                        gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                        aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10a Fietsregeling</titel></kop><al>Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en
                        onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die
                        wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de fietsregeling
                        als bedoeld in artikel 37 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting
                        2001.</al><al>Naar keuze van het raadslid wordt de raadsvergoeding dan wel vaste
                        onkostenvergoeding verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld in
                        de Uitvoeringsregeling.</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet bestaat geen
                        aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Verlaging vergoeding werkzaamheden bij
                            arbeidsongeschiktheid </titel></kop><al>De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2, kan op verzoek
                        van een raadslid worden verlaagd in het geval hij een uitkering ontvangt in
                        verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Compensatie korting werkloosheidsuitkering </titel></kop><al>In het geval een raadslid een uitkering op grond van de Werkloosheidswet
                        ontvangt en de na toepassing van artikel 20 van die wet ontstane korting op
                        deze uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer
                        bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die
                        het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente
                        verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al><al> In het geval dat een raadslid een uitkering op grond van het Besluit
                        Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel ontvangt en de na toepassing
                        van artikel 6, vierde lid, van dat besluit ontstane korting op deze
                        uitkering ten gevolge van het uitoefenen van het raadslidmaatschap meer
                        bedraagt dan de in artikel 2 bedoelde vergoeding voor de werkzaamheden die
                        het raadslid ontvangt, wordt deze vergoeding ten laste van de gemeente
                        verhoogd tot het bedrag van bedoelde korting.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de
                            gemeenteraad </titel></kop><al> Een raadslid dat op grond van artikel 77 van de Gemeentewet meer dan 30
                        dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt,
                        ontvangt voor die waarneming een toeslag van 8% van de in artikel 2 bedoelde
                        vergoeding voor de werkzaamheden over de tijd van de waarneming. </al><al> Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                        onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13a Ziektekostenvoorziening</titel></kop><al>Aan het raadslid wordt een tegemoetkoming in de kosten van een
                        ziektekostenverzekering als bedoeld in artikel 11 van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verstrekt.</al><al>In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid
                        van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste
                        lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is
                        geweest.</al><al>De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in
                        maandelijkse termijnen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13b Voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap
                            en bevalling of ziekte</titel></kop><al>De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van
                        toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet
                        tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte,
                        met dien verstande dat de onkostenvergoeding die dit raadslid op grond van
                        artikel 3, eerste of tweede lid, ontvangt de helft bedraagt van het bedrag
                        dat op grond van die bepalingen van toepassing is.</al><al> De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 11
                        tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die
                        tijdelijk worden benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge
                        artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens
                        zwangerschap en bevalling of ziekte.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Onkostenvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor aan de uitoefening van het wethouderschapschap verbonden
                        kosten is gelijk aan het bedrag voor dat van toepassing is voor het
                        inwonertal van de gemeente Zeist overeenkomstig artikel 25, eerste lid van
                        het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Reiskosten woon-werkverkeer </titel></kop><al>De tegemoetkoming voor het reizen tussen zijn woning en de plaats van
                        tewerkstelling van de wethouder is gelijk aan de vergoeding bedoeld in
                        artikel 3 van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Zakelijke reiskosten </titel></kop><al> Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 15
                        vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 15
                        bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt. De vergoeding betreft: </al><lijst><li nr="a"><al> bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                volledige vergoeding van de reiskosten;</al></li><li nr="b"><al>bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als bedoeld in
                                artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;
                            </al></li><li nr="c"><al>een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
                                verblijfkosten overeenkomstig artikel 5 Reisregeling binnenland.
                            </al></li></lijst><al> Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder
                        gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel. Indien
                        geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is vastgesteld vindt op
                        aanvraag saldering van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de
                        wethouder plaats overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland,
                        artikel 2a van de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de krachtens
                        het Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling
                        1989. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Gereserveerd</titel></kop><al><cursief>Gereserveerd</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Vervallen</titel></kop><al><cursief>Vervallen</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Buitenlandse dienstreis </titel></kop><al>Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland
                        maakt worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en
                        verblijfkosten vergoed overeenkomstig de van toepassing zijnde artikelen in
                        de Reisregeling buitenland en/of Reisbesluit buitenland.</al><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een
                        reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college
                        vereist. De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden
                        verbinden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Cursus, congres, seminar of symposium </titel></kop><al>De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars
                        en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden
                        aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. </al><al>De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium
                        dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient
                        daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van
                        inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor
                        rekening van de gemeente als deelname van algemeen belang is in verband met
                        de uitoefening van het ambt van wethouder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Computer </titel></kop><al>Op aanvraag worden de wethouder ten laste van de gemeente voor de
                        uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software
                        in bruikleen ter beschikking gesteld. De wethouder ondertekent voor de
                        bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. Het college stelt het
                        model van de bruikleenovereenkomst vast.</al><al>Voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met een ten
                        laste van de gemeente ter beschikking gestelde computer, bijbehorende
                        apparatuur en software als bedoeld in het eerste lid ontvangt de wethouder
                        ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30%
                        van de aanschafwaarde daarvan voor een periode van maximaal drie jaar. </al><al>Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is
                        gesteld, verleent het college de wethouder op aanvraag voor de uitoefening
                        van het ambt een tegemoetkoming voor:</al><lijst><li nr="a"><al> aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software,
                                of</al></li><li nr="b"><al> gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en
                                software.</al></li></lijst><al> De tegemoetkoming en vergoeding wordt verstrekt in de vorm van een
                        maandelijkse bijdrage. Daarbij wordt ten hoogste uitgegaan van de
                        aanschafwaarde van de computer, bijbehorende apparatuur en software welke
                        het college aan de wethouders in bruikleen ter beschikking stelt. </al><al> Het college kan de hoogte van de tegemoetkomingen en vergoeding
                        indexeren.</al><al>De hoogte van de tegemoetkomingen en vergoeding wordt vermeld op Bijlage
                        1.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Mobiele telefoon </titel></kop><al>Op aanvraag wordt de wethouder voor uitsluitend de uitoefening van zijn ambt
                        een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld.</al><al>De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de
                        gemeente.</al><al>Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.</al><al>Voor zover de in bruikleen beschikbaar gestelde mobiele telefoon voor
                        privé-doeleinden is gebruikt, vindt maandelijks een verrekening van de
                        gesprekskosten plaats.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Spaarloonregeling/levensloopregeling </titel></kop><al>De wethouder kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk
                        personeel geldende spaarloonregeling.</al><al>De wethouder kan deelnemen aan de levensloopregeling als bedoeld in artikel
                        19g van de Wet op de loonbelasting 1964.</al><al>Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien de wethouder
                        gebruik maakt van de wettelijke levensloopregeling.</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                        aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23a Fietsregeling</titel></kop><al>De wethouder kan deelnemen aan de fietsregeling als bedoeld in artikel 37
                        van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Naar keuze van de wethouder
                        wordt de bezoldiging dan wel vaste onkostenvergoeding dan wel
                        eindejaarsuitkering verminderd met de vergoeding voor de fiets als bedoeld
                        in de Uitvoeringsregeling.</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 44 van de Gemeentewet bestaat geen
                        aanspraak op enige vergoeding van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten </titel></kop><al>De wethouder die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                        beschikt heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: </al><lijst><li nr="a"><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van
                                de Regeling rechtspositie wethouders;</al></li><li nr="b"><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van de Regeling
                                rechtspositie wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25 Vervallen</titel></kop><al><cursief>Vervallen</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</titel></kop><al>De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en
                        haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads-
                        en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken
                        en Koninkrijksrelaties vastgestelde bedrag dat van toepassing is voor het
                        inwonertal van de gemeente Zeist overeenkomstig tabel IV van het
                        Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid
                        van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in
                        artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.</al><al>Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie</al><lijst><li nr="a"><al> als raadslid of wethouder; </al></li><li nr="b"><al> uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een
                                ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij
                                een instelling die grotendeels van overheidswege wordt
                                gesubsidieerd; </al></li><li nr="c"><al>als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie
                                of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in
                                belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. </al></li></lijst><al>Het college kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere
                        vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 500% van het in het eerste lid
                        bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van</al><lijst><li nr="a"><al> een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere
                                beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor
                                deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en </al></li><li nr="b"><al>een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet
                                geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de
                                zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten
                                arbeid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27 Reis- en verblijfkosten</titel></kop><al>Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in
                        zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden
                        de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie
                        vergoed.</al><al> De vergoeding betreft:</al><lijst><li nr="a"><al> bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een
                                volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                reiskosten; </al></li><li nr="b"><al>bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in
                                redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het
                                bedrag per kilometer dat volgens de fiscale bepalingen onbelast
                                vergoed mag worden. In bijzondere gevallen kan er een vergoeding van
                                de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten worden vergoed
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de
                                Regeling rechtspositie wethouders. </al></li></lijst><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid
                        noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen binnen en buiten
                        het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het
                        gemeentebestuur vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel
                        c, van de Regeling rechtspositie wethouders.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><al>De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming verlenen
                        voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de
                        toestemming voorwaarden verbinden.</al><al>De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de
                        gemeente georganiseerd.</al><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van
                        de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29 Cursus, congres, seminar of symposium</titel></kop><al>De kosten van deelname van een commissielid aan cursussen, congressen,
                        seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de
                        gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de
                        gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30 Vaste vergoeding</titel></kop><al>In bijzondere gevallen kan het college aan de leden van het dagelijks
                        bestuur van een bestuurscommissie of en andere commissie als bedoeld in
                        artikel 84 Gemeentewet een vaste vergoeding van maximaal € 250,00 bruto per
                        geleverde prestatie toekennen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31 Betaling van kosten </titel></kop><al>Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door </al><lijst><li nr="a"><al>betaling uit eigen middelen; of </al></li><li nr="b"><al>rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32 Declaratie van vooruit betaalde kosten </titel></kop><al>Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 16, 19 en 24
                        wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door
                        het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit
                        zijn betaald. </al><al>Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het
                        raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het declaratieformulier
                        binnen 3 maanden bij de griffier, onderscheidenlijk de gemeentesecretaris of
                        een door hem aangewezen ambtenaar in, onder bijvoeging van de originele
                        bewijsstukken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33 Rechtstreekse facturering bij de gemeente </titel></kop><al>De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 16, 19, 20 en 24 kan
                        plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid,
                        onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de
                        gemeente. </al><al>Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het
                        begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld,
                        volledig in te vullen en te ondertekenen. </al><al>Het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder dient het begeleidingsformulier
                        en de factuur binnen 3 maanden in bij de griffier, onderscheidenlijk de
                        gemeentesecretaris of de door hem aangewezen ambtenaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34 Gereserveerd</titel></kop><al><cursief>Gereserveerd</cursief></al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35 Intrekking oude regeling </titel></kop><al>Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de artikelen van de
                        Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2011 worden
                        de Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden en de
                        Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2008 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37 Citeertitel </titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie wethouders,
                        raads- en commissieleden 2011/2.</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><label/><nr/><titel>Vergoedingen Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                        commissieleden 2011/2</titel></kop><al>De tegemoetkoming op grond van artikel 8, derde lid Verordening rechtspositie
                    wethouders en raadsleden 2011/2 bedraagt: € 28,-- bruto per maand.</al><al>De tegemoetkoming op grond van artikel 21, derde lid Verordening rechtspositie
                    wethouders en raadsleden 2011 bedraagt nihil omdat er een computer, bijbehorende
                    apparatuur en software in bruikleen wordt verstrekt. </al></bijlage><bijlage><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Voorzieningen voor commissieleden</titel></kop><al>Het gaat om commissies, zoals bedoeld in artikel 82, 83 en 84 van de
                    Gemeentewet.Dit zijn de volgende commissies:</al><lijst><li nr="-"><al> commissies, die door de raad zijn ingesteld om de besluitvorming van de
                            raad voor te bereiden en met het college of de burgemeester te
                            overleggen (raadscommissies); </al></li><li nr="-"><al> door de raad, het college of de burgemeester ingestelde commissies, die
                            bevoegdheden uitoefenen, die hun door de raad, het college,
                            onderscheidenlijk de burgemeester zijn overgedragen
                            (bestuurscommissies); </al></li><li nr="-"><al>andere commissies, die door de raad, het college of de burgemeester zijn
                            ingesteld. Dit kunnen commissies zijn, die adviseren over te nemen
                            besluiten of over klachten. </al></li></lijst><al>Naar de stand van zaken per de datum van 01-07-2010 kent de gemeente Zeist de
                    navolgende commissies, waarop de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                    commissieleden 2011 van toepassing is:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth=""/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth=""/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth=""/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Naam commissie</al></entry><entry colname="col2"><al>Afdeling</al></entry><entry colname="col3"><al>Contactpersoon</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Adviescommissie Beeldende Kunst </al></entry><entry colname="col2"><al>MAZA</al></entry><entry colname="col3"><al>Marijke Badings </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Adviescommissie Milieukwaliteit en Leefomgeving </al></entry><entry colname="col2"><al>BOR </al></entry><entry colname="col3"><al>Michiel Beek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Adviescommissie bezwaarschriften Algemeen </al></entry><entry colname="col2"><al>JuZa </al></entry><entry colname="col3"><al>Anita Beenen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bezwarenadviescommissie Personeelsaangelegenheden</al></entry><entry colname="col2"><al>JuZa </al></entry><entry colname="col3"><al>Jan Willem van den Berg</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Straatnaamcommissie</al></entry><entry colname="col2"><al>P&amp;D </al></entry><entry colname="col3"><al>Peter van der Zwan</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Monumentencommissie</al></entry><entry colname="col2"><al>BOR </al></entry><entry colname="col3"><al>Peter de Wit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>WMO Raad </al></entry><entry colname="col2"><al>MAZA </al></entry><entry colname="col3"><al>Robert Moorman</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage></regeling></body></cvdr>