<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr owms-version="3.5" cvdr-version="1.0" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>262492_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening betreffende de zorg voor de archiefbescheiden van de provinciale organen, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de rijksarchiefbewaarplaats en het toezicht door gedeputeerde staten op de zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenten, de waterschappen, de lichamen of organen ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de politie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Groningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-02-27T10:51:51</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad, 1998, 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:issued>1998-02-11</dcterms:issued><dcterms:alternative>Archiefverordening provincie Groningen 1996</dcterms:alternative><dcterms:subject>algemeen</dcterms:subject><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankenrecht</dcterms:rights><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, art. 27</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, art. 28</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, art. 33</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, art. 38</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, art. 40</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Politiewet 1993, art. 45</dcterms:source></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-02-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>1998-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2006-07-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 9, 12, 13, 16, 17</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Voordracht 1997, 76</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Archieven</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening werkt terug tot en met 1 januari 1998.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale staten van Groningen: 
Gelezen de voordracht van gedeputeerde staten van 23 april 1996, nr. 96/5689, CD; 
Gelet op de Provinciewet, de artikelen 27, 28, 33, 38 en 40 van de Archiefwet 1995 
en artikel 45 van de Politiewet 1993; 
Besluiten vast te stellen de navolgende: 
Verordening betreffende de zorg voor de archiefbescheiden van de provinciale organen, voor zover 
deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de rijksarchiefbewaarplaats en het toezicht door 
gedeputeerde staten op de zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenten, de waterschappen, de 
lichamen of organen ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de politie.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> de wet: de Archiefwet 1995;</al></li><li nr="b."><al> provinciale organen: de  overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder b, en in artikel 27 van de  wet, voor zover zij tevens bedoeld zijn in de Provinciewet, met  uitzondering van de commissaris van de Koningin voor zover het de  archiefbescheiden betreft voor welke hij ingevolge artikel 23, tweede  lid, van de wet zorgdraagt;</al></li><li nr="c."><al> de inspecteur: de provinciale  inspecteur, bedoeld in artikel 28 van de wet, alsmede degene die een  machtiging heeft gekregen hem te vervangen;</al></li><li nr="d."><al> zorgdrager: degene die ingevolge  artikelen 30, 35 en 40 van de wet en artikel 45 van de Politiewet 1993  is belast met de zorg voor de archiefbescheiden, voor zover het toezicht  bij gedeputeerde staten berust;</al></li><li nr="e."><al> beheerders: degenen die ingevolge  artikel 3 zijn belast met het beheer van de archiefbescheiden van de  provinciale organen en de lichamen en organen ingesteld op grond van de  Wet gemeenschappelijke regelingen, aan welke door één of meer provincies  wordt deelgenomen, voor zover die archiefbescheiden nog niet naar de  archiefbewaarplaats zijn overgebracht en deze verordening daarop van  toepassing is;</al></li><li nr="f."><al> beheerseenheid: een door gedeputeerde staten als zodanig aan te wijzen organisatieonderdeel;</al></li><li nr="g."><al> informatiesysteem: systeem van  documentatie, procedures, apparatuur en programmatuur, met behulp  waarvan archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden,  ontvangen en geraadpleegd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De zorg van gedeputeerde staten voor de archiefbescheiden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><al>Gedeputeerde staten dragen zorg voor het inrichten en in stand houden van voldoende en doelmatige archiefruimten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><al>Gedeputeerde staten dragen zorg voor het aanwijzen van degenen die  belast zijn met het beheer van archiefbescheiden van de provinciale  organen die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><al>Gedeputeerde staten dragen zorg voor de aanstelling van voldoende  deskundig personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het beheer van  de archiefbe¬scheiden van de provinciale organen, die nog niet naar de  archiefbewaarplaats zijn overgebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde staten dragen er zorg  voor dat de vervaardiging en bewaring van archiefbescheiden geschiedt op  zodanige wijze, dat het behoud van deze bescheiden voldoende is  gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ten aanzien van de vervaardiging  van bescheiden bestemd voor een overheidsorgaan of andere belanghebbende  is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op bescheiden waarvan  redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij als archiefbescheiden voor  blijvende bewaring in aanmerking komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><al>Gedeputeerde staten dragen er zorg voor, dat jaarlijks op de  provinciale begroting voldoende middelen worden geraamd ter bestrijding  van de kosten die aan de zorg voor de archiefbescheiden zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Gedeputeerde staten stellen voorschriften vast voor het beheer van de  archiefbescheiden van de provinciale organen die nog niet naar de  archief¬bewaarplaats zijn overgebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><al>Gedeputeerde staten doen ten minste eenmaal per jaar aan provinciale  staten verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van  artikel 27 van de wet. Zij leggen daarbij over het verslag, bedoeld in  artikel 11. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>De inspecteur</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><al>De inspecteur kan mandaat verlenen voor de uitoefening van zijn in de  artikelen 28, eerste lid, 33, eerste lid, en 38, eerste lid, vermelde  bevoegdheden aan zijn medewerkers, mits deze medewerkers in het bezit  zijn van een diploma archivistiek als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>Gedeputeerde staten stellen vast binnen welke tijdvakken de  inspecteur ten minste eenmaal de archiefbescheiden en de ruimten waarin  deze worden bewaard, inspecteert.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>De inspecteur doet eenmaal per jaar aan gedeputeerde staten verslag  betreffende de bij de beheerders en zorgdragers uitgevoerde inspecties.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, welke niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><al>De inspecteur is toezichthouder in de zin van artikel 5:11 van de  Algemene wet bestuursrecht en is belast met het toezicht op de naleving  van de bij of krachtens de wet of deze verordening gegeven  voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>De inspecteur maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheden op grond  van de Algemene wet bestuursrecht met inachtneming van de voorschriften  inzake de beveiliging van geheimen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><al>De inspecteur doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het  toezicht mededeling aan de beheerders alsmede, indien hij hiertoe  aanleiding vindt, aan gedeputeerde staten. Hij geeft daarbij aan welke  voorzieningen naar zijn oordeel in het belang van een goed beheer moeten  worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><al>De beheerders doen in ieder geval aan de inspecteur tijdig mededeling van het voornemen tot:</al><lijst><li nr="a."><al> opheffing, samenvoeging of  splitsing van een provinciaal orgaan of beheerseenheid of overdracht van  één of meer taken aan een ander overheidsorgaan of een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al> bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting en ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al></li><li nr="c."><al> verandering van de plaats van bewaring van archiefbescheiden;</al></li><li nr="d."><al> ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een informatiesysteem;</al></li><li nr="e."><al> vervanging van archiefbescheiden door reprodukties;</al></li><li nr="f."><al> vervreemding van archiefbescheiden. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toezicht op de zorg voor de  archiefbescheiden van de gemeenten, de waterschappen, de lichamen of  organen ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en  de politie.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><al>(Vervallen)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De inspecteur deelt aan  gedeputeerde staten mede, welke voorzieningen naar zijn oordeel door de  zorgdragers moeten worden getroffen. Gedeputeerde staten geven, voor  zover zij dit nodig oordelen, hiervan kennis aan de zorgdrager.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De zorgdragers stellen gedeputeerde  staten in kennis van de maatregelen, welke zij naar aanleiding van de  kennisgevingen bedoeld in het eerste lid hebben getroffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><al>Gedeputeerde staten doen aan provinciale staten eenmaal per jaar  verslag van het uitgeoefende toezicht op de zorgdragers; zij leggen  daarbij het verslag, bedoeld in artikel 11, over.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De zorgdragers geven aan  gedeputeerde staten tijdig kennis van het voornemen tot het ordenen en  beschrijven van archiefbescheiden, die berusten in een  archiefbewaarplaats, waarvan het beheer niet is opgedragen aan een  gemeentearchivaris of een waterschapsarchivaris, bedoeld in artikel 32  onderscheidenlijk 37 van de wet, tenzij het ordenen en beschrijven is  opgedragen aan een persoon, die in het bezit is van een diploma  archivistiek als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten dragen er zorg  voor, dat het ordenen en beschrijven van archiefbescheiden, bedoeld in  het eerste lid, geschiedt onder leiding van de inspecteur.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De zorgdragers doen in ieder geval aan gedeputeerde staten tijdig mededeling van het voornemen tot:
    </al><lijst><li nr="a."><al> opheffing, samenvoeging of  splitsing van een overheidsorgaan of overdracht van één of meer taken  aan een ander overheidsorgaan of een rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al> uitlening van archiefbescheiden  ingevolge artikel 18, eerste lid, van de wet, indien deze voor langer  dan zes maanden is voorzien;</al></li><li nr="c."><al> bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting en ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al></li><li nr="d. "><al>verandering van de plaats van bewaring van niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde staten stellen de  inspecteur in kennis van de mededelingen in het eerste lid, alsmede van  de door de zorgdragers medegedeelde verordeningen, bedoeld in de  artikelen 30, eerste lid, 32, tweede lid, 35, eerste lid, en 37, tweede  lid, van de wet. Deze brengt indien hij daartoe aanleiding ziet advies  uit aan gedeputeerde staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Gedeputeerde staten stellen de  inspecteur in kennis van de voorzieningen die zij naar aanleiding van  zijn advies hebben getroffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><al>Gedeputeerde staten winnen het advies in van de inspecteur inzake aanvragen door de zorgdragers tot:</al><lijst><li nr="a."><al> machtiging tot vervanging van archiefbescheiden door reprodukties;</al></li><li nr="b."><al> machtiging tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden ouder dan 20 jaar dan wel verlenging van deze machtiging;</al></li><li nr="c."><al> machtiging tot het stellen door de  zorgdragers van beperkingen op de openbaarheid van archiefbescheiden,  langer dan voor 75 jaar;</al></li><li nr="d."><al> goedkeuring van plannen voor de  bouw, verbouwing, inrichting of verandering van inrichting van een  archiefbewaarplaats alsmede tot ingebruikneming van gebouwen of  gedeelten van gebouwen als archiefbewaarplaats. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VI</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><al>De inspecteur kan aan gedeputeerde staten voorstellen doen inzake de bevoegdheid, bedoeld in artikel 29 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De inspecteur bevordert dat de  zorgdragers voor het beheer van de naar de archiefbewaarplaats  overgebrachte archieven een archivaris aanstellen die in het bezit is  van een diploma archivistiek als bedoeld in artikel 22 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De inspecteur bevordert dat de  zorgdragers voorzieningen treffen tot bevordering van de openbaarheid in  de zin van de wet, met inachtneming van de beperkingen die daarop bij  of krachtens de wet worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VII</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 24</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De Archiefverordening van de provincie Groningen wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De Verordening archiefinspectie wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 27 juni 1996 en werkt terug tot en met 1 januari 1996.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Archiefverordening provincie Groningen 1996.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Groningen, 
Provinciale staten voornoemd: 
, voorzitter. 
, griffier. 
 </al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Per 1 januari 1996 zijn de Archiefwet 1995 en het Archiefbesluit 1995 als uitvoeringsbesluit van kracht 
geworden. Dit als opvolgers van de Archiefwet 1962 en het Archiefbesluit 1968. 
De belangrijkste veranderingen zijn dat overheidsorganen voortaan hun archiefbescheiden niet alleen in 
goede geordende staat maar voortaan ook in toegankelijke staat moeten houden, dat de 
openbaarheidstermijn van archiefbescheiden wordt teruggebracht van 50 naar 20 jaar, dat voortaan ook 
digitaal opgemaakte bescheiden uitdrukkelijk als archiefbescheiden worden gerekend en dat onder 
bepaalde voorwaarden te bewaren archiefbescheiden na overzetting op microfilm of optische schijf 
mogen worden vernietigd. 
De nieuwe wetgeving brengt ook met zich mee dat de in de Archiefwet voorgeschreven provinciale 
archiefverordening moet worden aangepast. De vorige verordening is door u vastgesteld in 1986. 
Zowel deze verordening uit 1986 als de nieuwe die u nu wordt aangeboden bestaat uit twee 
onderdelen. 
Het eerste onderdeel, hoofdstuk II in de nieuwe verordening, betreft de zorg van Gedeputeerde Staten 
voor de archiefbescheiden van de provinciale organen. Dit onderdeel van de verordening is 
voorgeschreven in de Archiefwet 1962 en Archiefwet 1995, art. 21 resp. 27. 
Hierin wordt geregeld dat Gedeputeerde Staten zorgen voor voldoende archiefruimten, deskundig 
personeel, beheersvoorschriften en geldelijke middelen. Nieuw is dat in artikel 5 wordt voorgeschreven 
dat archiefbescheiden zodanig worden vervaardigd en bewaard dat behoud voldoende is gewaarborgd. 
Dit is een uitvloeisel van de artikelen 11-13 in het Archiefbesluit 1995. 
23-1 
Het tweede onderdeel, hoofdstukken III-V in de nieuwe verordening, betreft het toezicht door 
Gedeputeerde Staten op de archiefzorg van de lagere overheden, zoals dit wordt uitgevoerd door de 
provinciaal archiefinspecteur, en het toezicht van deze inspecteur op het beheer van de provinciale 
archiefbescheiden. 
Dit onderdeel van de verordening is voorgeschreven in de Archiefwet 1962 en de Archiefwet 1995 art. 
22, 26, 33 resp. 28, 33, 38. 
Vanwege wijzigingen in de Grondwet en de Algemene Wet Bestuursrecht was het noodzakelijk een 
aantal artikelen uit het Archiefbesluit 1968, te weten 55-62, in de nieuwe provinciale verordening op te 
nemen. In een aan de nieuwe archiefwetgeving aangepaste vorm zijn deze artikelen onder deze 
hoofdstukken III-V opgenomen, samen met de bepalingen uit hoofdstuk III van de verordening uit 
1986. 
Nieuw is dat in artikel 21 Gedeputeerde Staten advies van de inspecteur inwinnen bij door lagere 
overheden of de provincie zelf gevraagde machtigingen voor vervangen van archiefbescheiden door 
reproducties, zoals microfilm of optische schijf. Daarnaast dat in artikel 22 de inspecteur aan 
Gedeputeerde Staten voorstellen kan doen inzake het beheer van de provinciale archieven in de 
rijksarchiefbewaarplaats conform Archiefwet 1995 art. 29. 
Tenslotte delen wij mee dat deze verordening vanwege het belang van landelijke en noordelijke 
uniformiteit bij regelgeving door een aantal landelijk werkende overlegorganen van archivarissen is 
opgesteld en bij de provincies zal worden ingediend ter vaststelling. 
Wij zullen u op de hoogte houden van de uitvoering van deze regels, onder meer via de jaarlijkse 
verslagen van onze archiefinspectie. 
Wij stellen u voor de ontwerp-verordening vast te stellen. 
Aan deze ontwerp-verordening is een toelichting toegevoegd. 
Groningen, 23 april 1996. 
Gedeputeerde Staten der 
provincie Groningen: 
H.J.L. Vonhoff, voorzitter. 
L.P.A. van Kats, griffier.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>