<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26206_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Drimmelen 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Drimmelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Drimmelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Intern bekendgemaakt</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Drimmelen 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Intern bekendgemaakt</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Drimmelen 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Drimmelen;</al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al>B E S L U I T</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de ambtelijke bijstand en fractie-ondersteuning Gemeente Drimmelen 2005 </vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Griffier: de griffier als bedoeld in artikel 107 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>Griffie: de griffie als bedoeld in artikel 107e van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>Secretaris: de secretaris als bedoeld in artikel 102 van de
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>Ambtelijk apparaat: de ambtelijke organisatie van het
                                    college;</al></li><li nr="e."><al>Bijstand: de ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 33,
                                    eerste lid, van de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verzoek om informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffie met een verzoek om:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>Feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>Inzage in of afschriften van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het verzoek om informatie, als bedoeld in het eerste lid, is
                                ingediend bij de griffie kan deze voor het verkrijgen van de
                                gevraagde informatie een beroep doen op het ambtelijk apparaat via
                                de afdelingshoofden.</al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>Het betrokken afdelingshoofd draagt er zorg voor dat de in het
                                eerste lid bedoelde informatie zo spoedig mogelijk wordt
                                gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verzoek om andere bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om
                                    bijstand bij het opstellen van initiatiefvoorstellen,
                                    amendementen en moties of andere bijstand.</al></li><li nr="2."><al>De griffier draagt er zorg voor dat de in het eerste lid
                                    bedoelde bijstand zo spoedig mogelijk wordt verleend.</al></li><li nr="3."><al>Indien de in het eerste lid bedoelde bijstand niet door de
                                    griffie kan worden verleend, kan de griffier de secretaris of
                                    een afdelingshoofd verzoeken één of meer ambtenaren van het
                                    ambtelijk apparaat aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
                                    spoedig mogelijk verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Voor de door ambtenaren verleende bijstand als bedoeld in het
                                    derde lid worden de uren doorberekend naar het subproduct
                                    gemeenteraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Afwijzing verzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een afdelingshoofd verleent bijstand, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>De griffie niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad;</al></li><li nr="b."><al>Dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>De taakuitoefening van een betrokken ambtenaar hierdoor
                                            aanmerkelijk zou worden belemmerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een ambtenaar van oordeel is dat de door een raadslid
                                    verlangde bijstand strijdigheid oplevert met één van de in het
                                    eerste lid genoemde gronden of daaromtrent twijfelt, legt hij
                                    dit ter beoordeling voor aan de griffier indien het een
                                    ambtenaar betreft van de griffie, dan wel aan de secretaris
                                    indien het een afdelingshoofd betref, die daarop beslist of de
                                    bijstand op grond van het eerste lid moet worden geweigerd.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand door de secretaris wordt geweigerd, dan deelt
                                    de secretaris dat door tussenkomst van de griffier schriftelijk
                                    met reden omkleed mee aan het raadslid dat het verzoek heeft
                                    ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Indien de bijstand is afgewezen als bedoeld in het tweede lid
                                    kan het verzoekende raadslid de afwijzing ter beoordeling
                                    voorleggen aan de burgemeester, die daarop zo spoedig mogelijk
                                    beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Kwaliteit bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over de door een ambtenaar
                                    geleverde bijstand, doet hij direct hiervan mededeling aan de
                                    griffier.</al></li><li nr="2."><al>Indien de klacht als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft
                                    op een ambtenaar van het ambtelijk apparaat legt de griffier de
                                    klacht voor aan de secretaris.</al></li><li nr="3."><al>Indien overleg tussen het raadslid en de griffier en, in
                                    gevallen als bedoeld in het tweede lid, ook de secretaris, niet
                                    leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing van de
                                    in het eerste lid bedoelde klacht, wordt de klacht voorgelegd
                                    aan de burgemeester, die daarop zo spoedig mogelijk
                                    beslist.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van
                                    orde, kunnen op declaratiebasis een beroep doen op de
                                    fractievergoeding zoals beschreven in het navolgende, lid
                                    2.</al></li><li nr="2."><al>Per jaar kan op declaratiebasis maximaal een bedrag van € 700,--
                                    aan elke fractie worden uitbetaald. Dit bedrag wordt per fractie
                                    verhoogd met een bedrag van € 100,-- per raadszetel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De financiële tegemoetkoming zoals beschreven in artikel 6 mag
                                    alleen worden besteed aan in de bijlage “Randvoorwaarden
                                    fractievergoeding” genoemde onkosten.</al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag in ieder geval niet gebruikt worden ter
                                    bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>giften;</al></li><li nr="c."><al>kostencomponenten die al worden vergoed middels de
                                            onkostenvergoeding per raadslid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De kosten dienen na afloop ieder kwartaal via de griffie te
                                    worden gedeclareerd aan de hand van een declaratieformulier
                                    onder overlegging van nota’s, bonnen etc. Fracties besteden de
                                    bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en
                                    controlerende rol te versterken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt de financiële
                            tegemoetkoming naar rato van het totale bedrag zoals berekend in artikel
                            6, lid 2 bepaald voor de maanden tot en met de maand waarin de
                            verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de
                            eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt de
                            financiële tegemoetkoming bepaald voor de overige maanden van dat
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                    verandert, wijzigt de financiële tegemoetkoming:</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de
                                            nieuw gekozen raad plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                            gekozen raad plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 6,
                                    tweede lid, financiële tegemoetkoming voor de oorspronkelijke
                                    fractie herberekend over de betrokken fracties naar
                                    evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden en
                                    de nog lopende maanden gedurende het kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Controle van de uitgaven vindt plaats door de accountant belast met de
                            controle van de jaarrekening.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet is het college bevoegd
                            na overleg met het fractievoorzitteroverleg beslissing te nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening, aangehaald als “Verordening ambtelijke
                                    bijstand en fractieondersteuning Gemeente Drimmelen 2005” treedt
                                    in werking met ingang van 1 januari 2005.</al></li><li nr="2."><al>De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
                                    Gemeente Drimmelen zoals vastgesteld in de raadsvergadering van
                                    4 december 2004 wordt met ingang van 1 januari 2005
                                    ingetrokken.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 december 2004.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>Griffier, Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. M.J.N. Schetters-Schuurbiers P.H.M. Jacobs - Aarts</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet.
                                Dit artikel is door de Wet dualisering gemeentebestuur ingrijpend
                                gewijzigd. Het legt expliciet vast dat de raad en individuele
                                raadsleden een recht op ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke
                                groeperingen bestaat daarnaast een recht op fractieondersteuning. De
                                uitwerking van deze rechten moet bij verordening worden geregeld. De
                                oude modelregeling ambtelijke bijstand is aangepast aan het nieuwe
                                dualistische bestuursstelsel. Dit heeft geleid tot de nodige
                                veranderingen. Het meest opvallend is de centrale rol van de
                                griffier. Dit nieuwe instituut, dat bij uitstek bedoeld is voor het
                                verlenen van hulp aan raadsleden, wordt het eerste aanspreekpunt als
                                het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier vervult ook de rol van
                                schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie.
                                De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er
                                een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de
                                burgemeester een bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen
                                spelen. De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek
                                geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en als degene die
                                uiteindelijk het laatste woord heeft. De Staatscommissie dualisme en
                                lokale democratie had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van
                                de burgemeester. De verordening behandelt gedetailleerd de
                                ambtelijke bijstand. Aangezien het de verhouding betreft tussen de
                                raadsleden en de reguliere ambtelijke organisatie, is behoefte aan
                                duidelijke regels. Deze ambtenaren werken doorgaans namelijk voor
                                het college. De wijziging van artikel 103 van de Gemeentewet laat
                                dit scherp zien. Voor de invoering van de Wet dualisering
                                gemeentebestuur bepaalde dit artikel dat de secretaris (en daarmee
                                de onder hem ressorterende ambtelijke organisatie) de raad en het
                                college terzijde stond. In dualistische verhoudingen staat de
                                secretaris het college terzijde en wordt de raad bijgestaan door de
                                griffier. Dat de raad nu beschikt over een griffier met griffie
                                betekent niet dat er geen behoefte meer zou zijn aan ambtelijke
                                bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie zal,
                                in vergelijking met de reguliere organisatie beperkt in omvang zijn.
                                Voor specialistische hulp op het gebied van het maken van
                                amendementen, moties en regelingen zal een beroep op deze
                                organisatie dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke
                                informatie die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie
                                beschikbaar is. De wetgever heeft dat onderkend en het recht op deze
                                vorm van ambtelijke ondersteuning expliciet vastgelegd. Deze
                                verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al>De nieuwe formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten
                                twijfel dat individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een
                                minderheid in de raad, recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze
                                verordening kan dus door alle raadsleden een beroep worden gedaan.
                                In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen
                                waarin de tot het verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond
                                van gewetensbezwaren daartoe niet bereid is. In een dergelijk geval
                                is er sprake van een rechtspositioneel probleem dat binnen de
                                ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                                gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><al><vet>Ambtelijke bijstand</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Hierin staan de diverse begripsbepalingen, van belang voor deze
                                verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die
                                het verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien
                                het gaat om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel
                                inzage in of afschrift van openbare documenten, kan een raadslid
                                contact opnemen met de griffier die het verzoek kan neerleggen bij
                                een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het begrip
                                document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de
                                Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar
                                in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                                documenten wordt een regeling gegeven in de artikelen 25, 55 en 86
                                van de Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het
                                reglement van orde voor de raad, het reglement van orde voor het
                                college en de verordening op de raadscommissies. Er is voor gekozen
                                de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan van het
                                instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en
                                het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen,
                                leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten
                                wordt. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere
                                ambtelijke organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de
                                bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van posities
                                leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande
                                formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. De
                                bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in
                                de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met
                                de verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een
                                verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het
                                proces. In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid
                                aan te brengen tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als
                                er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de
                                reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het
                                college staan en worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld. Dit
                                neemt niet weg dat ook medewerkers van de griffie ook ambtenaren in
                                de zin van de Ambtenarenwet zijn. Op grond van het tweede lid is er
                                bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd. Deze zal moeten
                                beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid,
                                onderdeel a en b betreft. In het eerste lid wordt de mogelijkheid
                                geboden aan raadsleden om zich rechtstreeks tot een ambtenaar van de
                                reguliere ambtelijke organisatie te wenden. </al><al/><al><vet>Artikelen 3 en 4</vet></al><al>Beoordeling of één van de in artikel 4 genoemde weigeringsgronden
                                zich voordoet vindt in eerste instantie plaats door de
                                gemeentesecretaris als hoofd van de reguliere ambtelijke
                                organisatie. In artikel 4 is aangegeven dat de uiteindelijke
                                beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                                voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij
                                hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien
                                nodig ook het betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de
                                gebruikelijke weg hierover de burgemeester 8 verzoeken
                                verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet). Bij
                                afwezigheid van de burgemeester dient de uiteindelijke beslissing
                                over het niet verlenen van ambtelijke bijstand genomen te worden
                                door de waarnemend voorzitter van de raad in samenspraak met de
                                loco-burgemeester.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Ook indien – naar de mening van het raadslid – op onvoldoende wijze
                                aan zijn of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak
                                aan een hogere instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar
                                gezien zijn eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de
                                meest aangewezen instantie voor. Bij afwezigheid van de burgemeester
                                dient het raadslid het verzoek voor te leggen aan de waarnemend
                                voorzitter van de raad en de loco-burgemeester. Wel dient het
                                betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren
                                met de secretaris.</al><al/><tussenkop>Fractieondersteuning</tussenkop><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
                            hoogte van het budget voor fractieondersteuning zal in de
                            gemeentebegroting moeten worden opgenomen en dus door de raad worden
                            vastgesteld. De fractieondersteuning bestaat uit een vast en een
                            variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke fractie de kans krijgt
                            zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat grote fracties
                            meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat zij
                            voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Wat betreft de inhoudelijke besteding van financiële bijdrage
                            fractieondersteuning zijn fracties gebonden aan de bijlage
                            “Randvoorwaarden fractievergoeding” zoals gevoegd bij onderhavige
                            verordening. Verder is in een lid 2 een beperkt aantal doelen genoemd
                            waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Voorzover een beroep
                            wordt gedaan op de fiscale vrijwilligersregeling dienen de gemaakte uren
                            worden toegelicht in de declaratie.</al><al/><al><vet>Artikel 8/9</vet></al><al>De financiële tegemoetkoming wordt na afloop van ieder kwartaal op
                            declaratiebasis uitbetaald. In een verkiezingsjaar wordt de
                            tegemoetkoming naar rato toegekend en tevens aangepast aan de nieuwe
                            verhoudingen in de raad.</al><al/><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De controle op de uitgaven wordt door de accountant meegenomen met de
                            controle op de jaarrekening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>