<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR26205_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening Olst-Wijhe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-04-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-Huis, 25-02-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening Olst-Wijhe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 12, 14 en 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-04-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening Olst-Wijhe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Olst-Wijhe;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 november 2009, nr.
            2010/12;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikel 12 , 14 en 15 van de
            Monumentenwet 1988,</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="69*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.monument:</al></entry><entry colname="col2"><al>1.zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor
                        de wetenschap of cultuurhistorische waarde;</al><al>2.terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als
                        bedoeld onder 1;</al><al>3.boom die van algemeen belang is wegens zijn hoge leeftijd, met een
                        bijzondere schoonheid of zeldzaamheid of beeldbepalende functie voor de
                        omgeving;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.gemeentelijk archeologisch monument:</al></entry><entry colname="col2"><al>monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.gemeentelijk monument:</al></entry><entry colname="col2"><al>het exterieur van een onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen
                        van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.gemeentelijke monumentenlijst:</al></entry><entry colname="col2"><al>de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                        gemeentelijk monument aangewezen zaken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.beschermd rijksmonument:</al></entry><entry colname="col2"><al>onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet
                        1988 vastgestelde registers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.kerkelijk monument:</al></entry><entry colname="col2"><al>onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke
                        gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of
                        voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de
                        eredienst;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.monumentencommissie:</al></entry><entry colname="col2"><al>de op basis van art. 15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met
                        als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de
                        toepassing van de Monumentenwet 1988 , de verordening en het
                        monumentenbeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.bouwhistorisch onderzoek:</al></entry><entry colname="col2"><al>in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis
                        en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van
              het monument.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument
                aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt hij advies aan de
                monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies
                achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk monument
                bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een
                gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument aanwijst,
                voert hij overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van
                het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het
                moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsvindt, dan wel vaststaat
                dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 9 tot en met 13 van
                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3
                van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening
                van de provincie Overijssel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijnen advies en aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van
                het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de
                monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling aanwijzingsbesluit</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen
              die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de
              ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke
                monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de
                aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het
                gemeentelijke monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende
                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, alsmede artikel 4 zijn van
                overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis
                is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede tot en met vijfde lid,
                alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst
                aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede, vierde en vijfde
                lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven
                aan artikel 3 van Monumentenwet 1988 of de monumentenverordening van de provincie
                Overijssel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige
              vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig
                  opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op
                  een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de voorbereiding van een besluit om de aanvraag om vergunning als bedoeld in
                artikel 10 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijk aanvraag om
                vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor
                advies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de
                monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het college niet besluit binnen de (in artikel 3:18 Algemene wet
                bestuursrecht ) gestelde termijn, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen vergunning
              ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met de eigenaar, indien
              en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
              godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is
                    verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet
                    naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben
                    gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen twee jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de
                monumentencommissie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om
                vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken
                na de datum van verzending van het afschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de
                monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college zendt een afschrift van de vergunning aan de Rijksdienst voor het
                Cultureel Erfgoed.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 10 te
                    verlenen;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in
                    artikel 10; schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel
                    te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een
                    naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter
                regeling van de procedure bij toepassing van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke
                ordening van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening, wordt
              gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
              zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen
              personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op gemeentelijke monumenten treedt
                zij in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na
                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 10 december
                2002, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt op de
                datum van inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt
                zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de
                Monumentenwet 1988 .</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 10 december
                2002, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op
                de datum waarop het derde lid toepassing vindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde
                gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn overeenkomstig de
                bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge
                het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregistreerd te zijn
                overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze
                verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken
                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening Olst-Wijhe’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering d.d. 15 februari 2010.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>………………………………………………………………..…………………………………………………………….</ondertekening><ondertekening>B.A. Duursema. A.G.J. Strien.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2 Het gebruik van het monument </al><al>Hoofdstuk 2 Beschermde gemeentelijke monumenten </al><al>Artikel 3 De aanwijzing tot gemeentelijk monument </al><al>Artikel 4 Termijnen advies en aanwijzingsbesluit </al><al>Artikel 5 Mededeling aanwijzingsbesluit </al><al>Artikel 6 Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst </al><al>Artikel 7 Wijzigen van de aanwijzing </al><al>Artikel 8 Intrekken van de aanwijzing </al><al>Artikel 9 Verbodsbepaling </al><al>Artikel 10 Vergunning </al><al>Artikel 11 Termijnen van advies en vergunningverlening </al><al>Artikel 12 Kerkelijk monument </al><al>Artikel 13 Intrekken van de vergunning </al><al>Hoofdstuk 3 Beschermde rijksmonumenten </al><al>Artikel 14 Vergunning voor beschermd rijksmonument </al><al>Hoofdstuk 4 Schadevergoeding </al><al>Artikel 15 Schadevergoeding </al><al>Hoofdstuk 5 Slot- en overgangsbepalingen </al><al>Artikel 16 Strafbepaling </al><al>Artikel 17 Toezichthouders </al><al>Artikel 18 Inwerkingtreding </al><al>Artikel 19 Citeertitel </al></bijlage></regeling></body></cvdr>