<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2610_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.sint-michielsgestel.nl">Raadsagenda 24 november 2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 81a ev</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-07-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Index: 1.205</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>rekenkamercommissie: verordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>commissie: rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: voorzitter van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="d."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>rekenkamercommissie: de rekenkamercommissie van de gemeente
                                Sint-Michielsgestel;</al></li><li nr="f."><al>betrokkene(n): degene of instelling genoemd in artikel 10 lid -7 die
                                (mede) onderwerp van onderzoek is, of is geweest;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbende(n): degene die een (direct betrokken) belang heeft
                                bij de uitkomst van het onderzoek. Dit kan zijn een bestuursorgaan,
                                organisatieonderdeel, ambtelijk medewerker of instelling genoemd in
                                artikel 10 lid -7;</al></li><li nr="h."><al>doelmatigheid: de mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo
                                gering mogelijke kosten worden bereikt;</al></li><li nr="i."><al>doeltreffendheid: hierbij gaat het er om of het resultaat van het
                                beleid beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de
                                gestelde beleidsdoelen worden verwezenlijkt;</al></li><li nr="j."><al>rechtmatigheid: hierbij gaat het om het voldoen aan de wettelijke
                                kaders en regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving
                                die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de
                                totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie die door de raad wordt ingesteld en wordt aangeduid
                            als de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rekenkamercommissie bestaat uit vijf leden, vier raadsleden en een
                            externe voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Benoeming voorzitter en leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt vier leden van de rekenkamercommissie uit zijn midden en
                            één extern lid voor de functie van lid en voorzitter van de
                            rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden raadsleden van de rekenkamercommissie worden voor een periode
                            gelijk aan de zittingsduur van de raad benoemd. Het externe lid, de
                            voorzitter, wordt voor een periode van twee jaar benoemd en is na deze
                            periode door de raad herbenoembaar. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad benoemt de voorzitter op voordracht of aanbeveling van de
                            werkgroeprekenkamercommissie, samengesteld uit een aantal
                            leden van de commissie Abz,waarbij minimaal twee externe
                            kandidaten voor de functie van voorzitter voor de rekenkamercommissie
                            worden voorgedragen of aanbevolen. De voordracht of aanbeveling gaat
                            vergezeld van een schriftelijke verklaring van elke kandidaat
                            bevattende: a. de mededeling dat de kandidaat een benoeming als
                            voorzitter zal aanvaarden en: b. een overzicht van de openbare
                            betrekkingen die de kandidaat bekleedt. In geval van herbenoeming door
                            de raad van de externe voorzitter op grond van artikel 3 lid -2 is
                            artikel 3 lid -3 niet van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van
                            de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de
                            uitgangspunten en werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
                            besluitvorming. De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de
                            secretaris van de rekenkamercommissie, overige leden van de
                            rekenkamercommissie, eventuele ambtelijke ondersteuning en eventueel
                            extern ingehuurde onderzoekers of adviseurs. De voorzitter heeft
                            stemrecht in de besluitvorming van de rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van ontstentenis van de voorzitter of indien zich situaties
                            voordoen als genoemd bij artikel 5 lid -3, -4, -5 of artikel 5a of 5b
                            van deze verordening, benoemt de raad uit zijn midden een tijdelijke
                            voorzitter voor de rekenkamercommissie onder gelijktijdige toepassing
                            van de onder artikel 3 lid -3 omschreven procedure tot werven en
                            selecteren van een plaatsvervangende externe voorzitter voor de
                            rekenkamercommissie. In geval van kortdurende afwezigheid van de
                            voorzitter wordt hij vervangen of waargenomen door een door de
                            rekenkamercommissie uit haar midden aan te wijzen lid. Waarneming van
                            het voorzitterschap heeft voor het betreffende lid van de
                            rekenkamercommissie of raadslid geen invloed op het uitoefenen van zijn
                            stemrecht in besluitvorming van de rekenkamercommissie. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voorafgaande aan de benoeming van de externe voorzitter en de overige
                            leden van de rekenkamercommissie pleegt de raad overleg met de
                            rekenkamercommissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Afleggen eed (verklaring en belofte)</titel></kop><al>Ten aanzien van de externe voorzitter, niet-raadslid zijnde, is artikel 81g
                        Gemeentewet vanovereenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad ontslaat de leden en plaatsvervangende leden of stelt hen op
                            non-activiteit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lidmaatschap van een raadslid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>indien het lid aftreedt als lid van de raad; </al></li><li nr="c."><al>indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt
                                    is de functie van de rekenkamercommissie te vervullen;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de externe voorzitter eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                    voorzitter-/lidmaatschap van de rekenkamercommissie;</al></li><li nr="c."><al>wanneer de voorzitter bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                                    uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een
                                    uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                                    gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien de voorzitter bij onherroepelijk geworden rechtelijke
                                    uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement
                                    is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                    schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien de voorzitter naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                                    toebrengt aan het in de voorzitter gestelde vertrouwen;</al></li><li nr="f."><al>indien de rekenkamercommissie op basis van het gestelde in deze
                                    verordening ophoudt te bestaan door een raadsbesluit tot
                                    intrekking van deze verordening wegens deelname aan een
                                    regionale rekenkamer of ander regionaal samenwerkingsverband,
                                    openbaar lichaam of rechtspersoon voor het uitoefenen van de
                                    rekenkamerfunctie.</al><lijst><li nr="4."><al>De voorzitter van de rekenkamercommissie kan eveneens
                                            door de raad worden ontslagen: a. bij door ziekte of
                                            gebreken blijvend ongeschikt zijn om de functie te
                                            vervullen; b. bij handelen in strijdt met het gestelde
                                            in artikel 5a en 5b van deze verordening.</al></li><li nr="5."><al>De non-activiteit eindigt van rechtswege zodra de grond
                                            voor de maatregel is vervallen. </al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a</nr><titel>Onverenigbare relatie voorzitter tot de gemeente</titel></kop><al>Ten aanzien van de externe voorzitter is tevens artikel 15 lid 1 Gemeentewet
                        van overeenkomstige toepassing (verboden handelingen), ‘lid van de raad’
                        dient te worden gelezen als ‘voorzitter van de rekenkamercommissie’. In het
                        kader van onafhankelijkheid is voor de externe voorzitter ontheffing van het
                        gestelde in dit artikel 5a niet mogelijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5b</nr><titel>Onverenigbare functie voorzitter tot de gemeente</titel></kop><al>Ten aanzien van de externe voorzitter is tevens artikel 13 lid 1 Gemeentewet
                        van overeenkomstige </al><al>toepassing (onverenigbaarheden / incompatibiliteiten) met uitzondering van
                        artikel 13 lid 1 onder -m </al><al>Gemeentewet. Tevens is voor de externe voorzitter artikel 13 lid 3 onder a,
                        b, en –c van </al><al>overeenkomstige toepassing. In beide artikelen dient ‘lid van de raad’ te
                        worden gelezen als ‘voorzitter </al><al>van de rekenkamercommissie’. Artikel 13 lid 2 is niet van toepassing voor de
                        externe voorzitter. In het </al><al>kader van het waarborgen van onafhankelijkheid is ontheffing van het
                        gestelde in dit artikel 5b niet </al><al>mogelijk voor de externe voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor werkzaamheden van de voorzitter van de
                            rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de rekenkamercommissie ontvangt een vergoeding voor
                            het bijwonen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergoeding genoemd in het eerste lid komt ten laste van het budget
                            van de rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van de vergoedingen evenals de onkostenvergoedingen is de
                            verordening ex artikel 96 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                            toepassing, in de gemeente Sint-Michielsgestel vastgesteld in de
                            ‘Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden
                            vastgesteld 2 januari 1996: - Voor de externe voorzitter van de
                            rekenkamercommissie is artikel 3 lid 2 van de ‘Verordening geldelijke
                            voorzieningen raads- en commissieleden’ van overeenkomstige toepassing.
                            Deze vergoeding is inclusief voorbereidingstijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de externe voorzitter zijn geen andere rechtspositionele regelingen
                            dan genoemd in artikel 6 lid -3 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het gestelde in artikel 6 lid -1 tot en met -4 is niet van toepassing op
                            eventueel door de rekenkamercommissie ingehuurde externe adviseurs of
                            onderzoekers. Voor kosten van uitvoering onderzoek door externe personen
                            als adviseurs en/of onderzoeksbureaus is artikel 10 lid -11 en artikel
                            12 van toepassing en wordt vooraf contractueel overeengekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ambtelijk secretaris.</titel></kop><al>De griffier of zijn waarnemer vervult de functie van ambtelijk secretaris
                        van de rekenkamercommissie:</al><lijst><li nr="1."><al>De secretaris staat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van
                                haar taken terzijde.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de
                                rekenkamercommissie over de wijze waarop de ondersteunende taken
                                worden verricht.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging
                                en de vorming van dossiers en is bij vergaderingen van de
                                rekenkamercommissie aanwezig.</al></li><li nr="4."><al>De secretaris heeft geen onderzoekstaken en geen stemrecht in de
                                rekenkamercommissie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De commissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere
                        werkzaamheden vast. </al><al>Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de
                        raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de
                            probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie
                            ter kennisneming aan de raad verstuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie legt uiterlijk 1 december van elk jaar een onderzoeksplan
                            voor het komende jaar ter kennisname aan de raad voor. In het startjaar
                            2005 zal medio april een onderzoeksplan voor dat jaar aan de raad worden
                            voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid bedoelde onderzoeksplan wordt naar onderwerp
                            aangegeven: a. de afbakening van het onderzoeksterrein; b. de
                            formulering van de onderzoeksopdracht; c. eventuele randvoorwaarden; d.
                            de planning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen
                            van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen twee maanden in
                            hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan waarbij als uitgangspunt geldt
                            dat verzoeken van de raad tot instellen van een onderzoek niet meer dan
                            de helft van het jaarplan van de commissie mogen uitmaken in relatie tot
                            beschikbare onderzoekscapaciteit- en middelen. Indien de commissie niet
                            aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden
                            aanvoeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie kan in de loop van enig jaar onderwerpen aan het
                            onderzoeksplan toevoegen indien de actualiteit daartoe aanleiding geeft.
                            De raad wordt hiervan in kennis gesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Taak en werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overeenkomstig artikel 182 lid -1 van de wet onderzoekt de commissie
                            doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het
                            gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een (deel)onderzoek van de
                            jaarrekening naar rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur
                            gevoerde bestuur behoort tot de mogelijkheden maar bevat geen controle
                            van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213 lid -2 Gemeentewet
                            (controle jaarrekening door openbaar accountant). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering,
                            begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar
                            vastgestelde onderzoeksopzet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in rapporten,
                            met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens en
                            bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te
                            informeren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie is bevoegd alle documenten die berusten bij het
                            gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter invulling van haar
                            taken nodig acht en is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en
                            bij alle ambtenaren van de gemeente Sint-Michielsgestel de mondelinge en
                            schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de
                            uitvoering van onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de
                            ambtenaren van de gemeente Sint-Michielsgestel zijn verplicht de
                            gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te
                            verstrekken. Het college draagt er zorg voor dat de desbetreffende
                            ambtenaren hun medewerking verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is
                            het vijfde lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de
                            betrokken derde dan wel van degene die de administratie in opdracht van
                            die derde voert.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De commissie is bevoegd ten aanzien van: - openbare lichamen en
                            gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke
                            regelingen waaraan de gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente
                            deelneemt in de regeling;- naamloze en besloten
                            vennootschappen met een beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente
                            meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren
                            dat de gemeente meer dan 50% van het geplaatste aandelenkapitaal houdt;
                            - andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een
                            derde voor rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk
                            een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten
                            minste vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren
                            waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft; bij de
                            betrokken instelling nadere inlichtingen in te winnen over de
                            jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende rapporten van hen die deze
                            jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige documenten met betrekking
                            tot die instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien de
                            genoemde documenten daartoe aanleiding geven, kan de rekenkamercommissie
                            een onderzoek instellen bij de betrokken instelling.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van
                            procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op
                            grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van
                            Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of
                            gedeelten daarvan als geheim aanmerken.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming
                            van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen voor
                            de uitvoering van het onderzoek. Ook kan de commissie de
                            gemeentesecretaris verzoeken ambtelijk medewerkers aan te wijzen ter
                            ondersteuning bij de uitvoering van een onderzoek tenzij ambtelijke
                            ondersteuning bij de uitvoering van een onderzoek onverenigbaar is met
                            de aard van het onderzoek. Hierbij is paragraaf 1 van de verordening
                            ‘Regeling voor ambtelijke bijstand en de fractievergoeding’ vastgesteld
                            bij raadsbesluit van 18 december 2003 van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Bij de uitvoering van haar onderzoek draagt de commissie zorg voor de
                            toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van
                            degenen en of de organisatieonderdelen die onderwerp van onderzoek
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>De commissie stelt de betrokkenen en belanghebbenden in de gelegenheid
                            om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken
                            bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de
                            commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering
                            (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt
                            verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>Na vaststelling door de commissie worden het definitieve
                            onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de
                            zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder
                            toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad
                            aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of een of meerdere leden van de
                            rekenkamercommissie in de gelegenheid stellen om in de vergadering van
                            de raad haar onderzoeksbevindingen als bedoeld in artikel 185
                            Gemeentewet toe te lichten. </al></lid><lid><lidnr>16.</lidnr><al>Op grond van artikel 185 lid -3 Gemeentewet stelt de rekenkamercommissie
                            jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het
                            voorgaande jaar en zendt een afschrift van dit verslag aan de raad en
                            het college. Naast het verslag van werkzaamheden worden opgedane
                            ervaringen door de rekenkamercommissie over het voorgaande jaar ter
                            evaluatie aangeboden aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de rekenkamercommissie het voor de uitvoering van het onderzoek
                            noodzakelijk acht, kan met toepassing van artikel 25 lid -1 en lid -2
                            Gemeentewet geheimhouding worden opgelegd omtrent een door de
                            rekenkamercommissie aan de raad of aan de leden van de raad overlegd
                            stuk. Het stuk wordt dan niet verder verspreid buiten de voorzitter en
                            de leden van de rekenkamer-commissie en voor de leden van de raad
                            vertrouwelijk ter inzage gelegd bij het ambtelijk secretariaat van de
                            rekenkamercommissie. Een afschift van het stuk wordt tevens onder
                            oplegging van geheimhouding overlegd aan de burgemeester in zijn
                            hoedanigheid van voorzitter van de raad en het college. Tenzij door de
                            rekenkamercommissie anders aangegeven, eindigt de geheimhoudingsplicht
                            bij aanbieding van het definitieve onderzoeksrapport aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de rekenkamercommissie het voor de uitvoering van het onderzoek
                            noodzakelijk acht een geheimhoudingsplicht op te leggen is op grond van
                            artikel 2:5 lid-2 Algemene wet bestuursrecht de geheimhoudingsplicht
                            eveneens van toepassing op betrokkenen van buiten de gemeentelijke
                            organisatie, op instellingen genoemd in artikel 10 lid -7 en daarvoor
                            werkzame personen, de voorzitter en de door de rekenkamercommissie
                            ingeschakelde externe adviseurs of onderzoeks-bureaus. De commissie
                            bepaalt verder wie als betrokkenen worden aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting
                            beschikbaar gesteld jaarlijks geïndexeerd budget uitgaven te doen ten
                            behoeve van de uitvoering van haar taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten
                            gebracht van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de vergoedingen aan de externe voorzitter;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de ambtelijk secretaris;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>interne onderzoeksmedewerkers;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>externe deskundigen die eventueel door de rekenkamercommissie zijn
                            ingeschakeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>eventuele overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de
                            uitoefening van haar taak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget uitsluitend
                            verantwoording verschuldigd aan de raad. </al><al>Artikel 13 Ondertekening stukken</al><al>De van de rekenkamercommissie uitgaande stukken worden ondertekend door
                            de voorzitter en de </al><al>secretaris. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening rekenkamercommissie
                        Sint-Michielsgestel.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel in zijn
                        openbare vergadering van 30 september 2004.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><titel>Relevante Wetsartikelen</titel></kop><tussenkop>Gemeentewet</tussenkop><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>1. Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid
                    van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale
                    ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid , van de
                    Wet Nationale </al><al> ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de
                    provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid
                    van de rekenkamer; n. lid van een deelraad; o. lid van het dagelijks bestuur van
                    een deelgemeente; p. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld
                    of daaraan </al><al> ondergeschikt.</al><al>2.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder <cursief>l.</cursief>, kan
                    een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de
                    raad is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de
                    verkiezing van de leden van de</al><al> raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42,
                    eerste</al><al> lid, aftreden of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder
                    en eindigt op het </al><al>tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van
                    de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft
                    beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen
                    als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot
                    wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige
                    toepassing.</al><al>3.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een lid van de raad
                    tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of andere
                    persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet</al><al>3. bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een
                    school voor openbaar onderwijs.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>1.Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat, procureur of adviseur in
                    geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan
                    wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b.
                    als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van
                    de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur
                    werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e.
                    overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; 2e. overeenkomsten tot het leveren
                    van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een
                    overeenkomst aangaan betreffende: 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de
                    gemeente; 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van
                    werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e. het leveren van roerende zaken
                    anders dan om niet aan de gemeente; 4e. het verhuren van roerende zaken aan de
                    gemeente; 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;
                    6<sup>e</sup>. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of
                    beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e. het onderhands huren of
                    pachten van de gemeente.</al><al>1.<vet>GEMEENTEWET HOOFDSTUK IVA. DE REKENKAMER</vet></al><al>1.<vet>§ 1. De gemeentelijke rekenkamer</vet></al><al>1.<vet>Artikel 81a</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan een rekenkamer instellen.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad een rekenkamer instelt, zijn de navolgende
                            artikelen van dit hoofdstuk alsmede hoofdstuk XIa van toepassing. 3.
                            Indien de raad geen rekenkamer instelt, is hoofdstuk IVb van
                            toepassing.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 81b</vet></al><al>1. De raad stelt het aantal leden van de rekenkamer vast.</al><al>1.<vet>Artikel 81c</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt de leden van de rekenkamer voor de duur van zes
                            jaar.</al></li><li nr="2."><al>Indien de rekenkamer uit twee of meer leden bestaat, benoemt de raad uit
                            de leden de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan plaatsvervangende leden benoemen. Indien de rekenkamer uit
                            één lid bestaat, benoemt de raad in ieder geval een plaatsvervangend
                            lid. Deze paragraaf is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige
                            toepassing.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan een lid herbenoemen.</al></li><li nr="5."><al>Voorafgaand aan de benoemingen, bedoeld in het eerste tot en
                            met het vierde lid, pleegt de raad overleg met de rekenkamer.</al></li><li nr="6."><al>Een lid van de rekenkamer wordt door de raad ontslagen: a. op
                            eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar
                            is met het lidmaatschap; c. indien hij bij onherroepelijk geworden
                            rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                            zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot
                            gevolg heeft; d. indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke
                            uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                            verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is
                            gegijzeld; e. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel
                            toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.</al></li><li nr="7."><al>Een lid van de rekenkamer kan door de raad worden ontslagen: a.
                            indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie
                            te vervullen; b. indien hij handelt in strijd met artikel 81h.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 81d</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een lid van de rekenkamer op non-activiteit indien:
                            a. hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; b. hij bij een nog niet
                            onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is
                            veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is
                            opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; c. hij onder curatele
                            is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van
                            betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een
                            nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan een lid van de rekenkamer op non-activiteit stellen,
                            indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf
                            wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het
                            bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op
                            gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a, en zevende lid,
                            onder a, zouden kunnen leiden.</al></li><li nr="3."><al>De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de
                            maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld
                            in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes
                            maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste
                            drie maanden verlengen.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 81e</vet></al><al>1. Artikel 12 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de
                    rekenkamer.</al><al>1.<vet>Artikel 81f</vet></al><al>1.Een lid van de rekenkamer is niet tevens: a. minister; b.
                    staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene
                    Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in
                    artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale</al><al>1. ombudsman; g. commissaris van de Koningin van de provincie waarin de gemeente
                    waar hij lid van de</al><al>1. rekenkamer is, is gelegen; h. gedeputeerde van de provincie waarin de
                    gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; i. secretaris van de
                    provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; j.
                    griffier van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is,
                    is gelegen; k. lid van de raad; l. burgemeester van de betrokken gemeente; m.
                    wethouder van de betrokken gemeente; n. lid van een deelraad van de betrokken
                    gemeente; o. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente van de betrokken
                    gemeente; p. lid van een commissie van de betrokken gemeente; q. ambtenaar, door
                    of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; r.
                    ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak
                    behoort het </al><al>1. verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; s.
                    functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het
                    gemeentebestuur van advies dient.</al><al>2.In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van de
                    rekenkamer tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger
                    of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze
                    van beroep</al><al>1. hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
                    onderwijs.</al><al>1.<vet>Artikel 81g</vet></al><al>1. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de rekenkamer
                    in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed
                    (verklaring en belofte) af: ”Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de
                    rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of
                    welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer
                    (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten,
                    rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of
                    zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik
                    de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer
                    en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!” (“Dat verklaar
                    en beloof ik!”)</al><al>1.<vet>Artikel 81h</vet></al><al>1. Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de
                    leden van de rekenkamer.</al><al>1.<vet>Artikel 81i</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar werkzaamheden vast
                            en, indien zij uit twee of meer personen bestaat, tevens voor haar
                            vergaderingen.</al></li><li nr="2."><al>De rekenkamer zendt het reglement ter kennisneming aan de raad en
                            maakt het bekend op de in artikel 139, tweede lid, bedoelde wijze.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 81j</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de
                            nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar
                            werkzaamheden. 2. Op voordracht van de voorzitter of het enige lid van
                            de rekenkamer benoemt het college zoveel ambtenaren van de rekenkamer
                            als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer,
                            verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de
                            gemeente.</al></li><li nr="4."><al>De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer,
                            zijn ter zake van die werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig
                            aan de rekenkamer. </al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 81k</vet></al><al>1. De leden van de rekenkamer ontvangen een bij verordening van de raad
                    vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de
                    kosten.</al><al>1.<vet>§ 2. De gemeenschappelijke rekenkamer</vet></al><al>1.<vet>Artikel 81l</vet></al><al>1. In afwijking van artikel 81a kan de raad met de raad of de raden van een of
                    meer andere gemeenten met toepassing van de artikelen 1 en 8, tweede lid, van de
                    Wet gemeenschappelijke regelingen of met provinciale staten van één of meer
                    provincies, al dan niet met de raad of de raden van een of meer andere gemeenten
                    tezamen, met toepassing van artikel 51 en 52, eerste lid, juncto artikel 8,
                    tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, een gemeenschappelijke
                    rekenkamer instellen. De artikelen 10, tweede en derde lid, 10a, 11, 15, 16, 17,
                    20, derde lid, 21, 22, 23 en 30 van die wet zijn niet van toepassing.</al><al>1.<vet>Artikel 81m</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De artikelen 81b tot en met 81f, 81h, 81i en 81j, eerste, derde en
                            vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de gemeenschappelijke
                            rekenkamer, met dien verstande dat in de artikelen 81b tot en met 81d,
                            81i, tweede lid, en 81j, eerste lid, voor “de raad” telkens wordt
                            gelezen “de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk” of, indien
                            de rekenkamer mede is ingesteld door provincies, “provinciale staten en
                            de raden van de deelnemende provincies en gemeenten gezamenlijk”.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 81g is op de gemeenschappelijke rekenkamer van toepassing,
                            met dien verstande dat voor “de raad” wordt gelezen “de raad van de
                            gemeente die daartoe in de regeling waarbij de gemeenschappelijke
                            rekenkamer is ingesteld, is aangewezen” of, indien de rekenkamer mede is
                            ingesteld door provincies, “provinciale staten van de provincie of de
                            raad van de gemeente die daartoe in de regeling waarbij de
                            gemeenschappelijke regeling is ingesteld zijn of is aangewezen”.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 81n</vet></al><al>1. Indien de raad of de raden van een of meer gemeenten met provinciale staten
                    van een of meer provincies een gemeenschappelijke rekenkamer instellen, is,
                    onverminderd artikel 81m, eerste lid, juncto artikel 81f, een lid van de
                    rekenkamer niet tevens: a. lid van provinciale staten van een deelnemende
                    provincie; b. ambtenaar, door of vanwege het provinciebestuur van een
                    deelnemende provincie aangesteld of daaraan ondergeschikt; c. ambtenaar, door of
                    vanwege het Rijk aangesteld, tot wiens taak het behoort het verrichten van
                    werkzaamheden in het kader van het toezicht op de provincie; d. functionaris,
                    krachtens de wet of algemene maatregel van bestuur geroepen om het
                    provinciebestuur van advies te dienen.</al><al>1.<vet>Artikel 81o</vet></al><al>1. In de regeling waarbij de gemeenschappelijke rekenkamer wordt ingesteld,
                    worden ten minste regels gesteld over: a. de benoeming, op voordracht van de
                    voorzitter of het enige lid van de rekenkamer, van de ambtenaren die nodig zijn
                    voor een goede uitoefening van de werkzaamheden van de rekenkamer; b. de
                    vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen en de
                    tegemoetkoming in de kosten. </al><al>1.<vet>GEMEENTEWET HOOFDSTUK IVB. DE REKENKAMERFUNCTIE</vet></al><al>1.<vet>Artikel 81o</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als geen rekenkamer is ingesteld als bedoeld in hoofdstuk IVa,
                            stelt de raad bij verordening regels vast voor de uitoefening van de
                            rekenkamerfunctie. 2.De artikelen 182 en 185 zijn voor de
                            uitoefening van de rekenkamerfunctie van overeenkomstige
                            toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Op personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, is artikel 81f,
                            behoudens het eerste lid, onder j en o, van overeenkomstige
                            toepassing.</al></li></lijst><al>1.<vet>GEMEENTEWET HOOFDSTUK VI. GELDELIJKE VOORZIENINGEN TEN BEHOEVE VAN DE
                        LEDEN VAN DE RAAD EN DE COMMISSIES </vet></al><al>1.<vet>Artikel 96</vet></al><al>1.De leden van een door de raad, het college of de burgemeester ingestelde
                    commissie, van een deelraad en van het dagelijks bestuur van een deelgemeente
                    ontvangen, voor zover zij geen lid zijn van de raad of het college, een bij
                    verordening van de raad vastgestelde vergoeding:</al><al>1.voor het bijwonen van vergaderingen van een commissie, deelraad of dagelijks
                    bestuur, en</al><al>1.van reis- en verblijfkosten in verband met reizen binnen de gemeente.</al><al>1.In bijzondere gevallen kan de raad bij verordening bepalen dat de leden van
                    het dagelijks bestuur van een bestuurscommissie of een andere commissie als
                    bedoeld in artikel 84 een vaste vergoeding voor hun werkzaamheden
                    ontvangen.</al><al>1.De raad kan bij verordening bepalen dat de leden van een deelraad een vaste
                    vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten
                    ontvangen.</al><al>1.De raad kan bij verordening bepalen dat de leden van het dagelijks bestuur van
                    een deelgemeente een bezoldiging genieten.</al><al>1.Ten aanzien van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder a, en de
                    bezoldiging in het vierde lid, worden bij of krachtens algemene maatregel van
                    ebstuur nadere regels gesteld. Ten aanzien van de overige vergoedingen bedoeld
                    in dit artikel kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere
                    regels worden gesteld.</al><al>1.<vet>GEMEENTEWET HOOFDSTUK XIA. DE BEVOEGDHEID VAN DE REKENKAMER</vet></al><al>1.<vet>Artikel 182</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en
                            de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een
                            door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het
                            door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de
                            jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van de raad kan de rekenkamer een onderzoek
                            instellen.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 183</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rekenkamer is bevoegd alle documenten die berusten bij het
                            gemeentebestuur te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van
                            haar taak nodig acht.</al></li><li nr="2."><al>Het gemeentebestuur verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die de
                            rekenkamer ter vervulling van haar taak nodig acht.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed, is
                            het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie van de
                            betrokken derde dan wel van degene die</al><al> de administratie in opdracht van die derde voert.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 184</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rekenkamer heeft de in de volgende leden vermelde bevoegdheden
                            ten aanzien van de volgende instellingen en over de volgende periode: a.
                            openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de
                            Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de gemeente deelneemt, over
                            de jaren dat de gemeente deelneemt in de regeling; b. naamloze
                            vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte
                            aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan vijftig procent van het
                            geplaatste aandelenkapitaal houdt, over de jaren dat de gemeente meer
                            dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt; c. andere
                            privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente of een derde voor
                            rekening en risico van de gemeente rechtstreeks of middellijk een
                            subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste
                            vijftig procent van de baten van deze instelling, over de jaren waarop
                            deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>De rekenkamer is bevoegd bij de betrokken instelling nadere
                            inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking
                            hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd
                            en overige documenten met betrekking tot die instelling die bij het
                            gemeentebestuur berusten. Indien een of meer documenten ontbreken, kan
                            de rekenkamer van de betrokken instelling de overlegging daarvan
                            vorderen.</al></li><li nr="3."><al>De rekenkamer kan, indien de documenten, bedoeld in het tweede lid,
                            daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling dan wel bij de
                            derde die de administratie in opdracht van de instelling voert, een
                            onderzoek instellen. De rekenkamer stelt de raad en het college van haar
                            voornemen een dergelijk onderzoek in te stellen in kennis.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 185</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De rekenkamer legt haar bevindingen en haar oordeel vast in
                            rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden opgenomen gegevens
                            en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn.</al></li><li nr="2."><al>De rekenkamer deelt aan de raad, het college en, indien van
                            toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen
                            mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de
                            raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen.</al></li><li nr="3."><al>De rekenkamer stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar
                            werkzaamheden over het voorgaande jaar.</al></li><li nr="4."><al>De rekenkamer zendt een afschrift van haar rapporten en haar
                            verslag aan de raad en het college. Indien zij met toepassing van
                            artikel 184 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamer tevens
                            een afschrift van het rapport aan de betrokken instelling.</al></li><li nr="5."><al>De rapporten en de verslagen van de rekenkamer zijn openbaar.
                        </al></li></lijst><al>1.<vet>GEMEENTEWET HOOFDSTUK XIV. DE ADMINISTRATIE EN DE CONTROLE </vet></al><al>1.<vet>Artikel 212</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het
                            financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor
                            de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening dient
                            te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en
                            controle wordt voldaan.</al></li><li nr="2."><al>De verordening bevat in ieder geval: a. regels voor waardering en
                            afschrijving van activa; b. grondslagen voor de berekening van de door
                            het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor
                            rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt
                            geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet
                            milieubeheer; c. regels inzake de algemene doelstellingen en de te
                            hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede
                            inzake de administratieve organisatie van de financieringsfunctie,
                            daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en
                            de bijbehorende informatievoorziening.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 213</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt bij verordening regels vast voor de controle op het
                            financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie.
                            Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van</al><al> het financiële beheer en van de inrichting van de financiële
                            organisatie wordt getoetst.</al></li><li nr="2."><al>De raad wijst een of meer accountants aan als bedoeld in artikel
                            393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de
                            controle van de in artikel 197 bedoelde jaarrekening en het daarbij
                            verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een
                            verslag van bevindingen.</al></li><li nr="3."><al>De accountantsverklaring geeft op grond van de uitgevoerde
                            controle aan of: a. de jaarrekening een getrouw beeld geeft van zowel de
                            baten en lasten als de grootte en samenstelling van het vermogen; b. de
                            baten en lasten, alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn
                            gekomen en c. de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de bij
                            of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld
                            in artikel 186.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag van bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over:
                            a. de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de
                            financiële organisatie een</al><al> getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken en b.
                            onrechtmatigheden in de jaarrekening.</al></li><li nr="5."><al>De accountant zendt de accountantsverklaring en het verslag van
                            bevindingen aan de raad en een afschrift daarvan aan het college.</al></li><li nr="6."><al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
                            gesteld met betrekking tot de reikwijdte van en de verslaglegging
                            omtrent de accountantscontrole, bedoeld in het tweede lid.</al></li><li nr="7."><al>Accountants als bedoeld in het tweede lid kunnen in gemeentelijke
                            dienst worden aangesteld en worden in dat geval door de raad benoemd,
                            geschorst en ontslagen.</al></li></lijst><al>1.<vet>Artikel 213a</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college verricht periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en
                            de doeltreffendheid van het</al><al> door hem gevoerde bestuur. De raad stelt bij verordening regels
                            hierover.</al></li><li nr="2."><al>Het college brengt schriftelijk verslag uit aan de raad van de
                            resultaten van de onderzoeken.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt de rekenkamer of, indien geen rekenkamer is
                            ingesteld, personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen, tijdig op de
                            hoogte van de onderzoeken die hij doet instellen en zendt haar,
                            onderscheidenlijk hen, een afschrift van een verslag als bedoeld in het
                            tweede lid.</al></li></lijst><al>1.<vet>Wet openbaarheid van bestuur (Wob)</vet></al><al>1.<vet>Artikel 10</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft
                            achterwege voor zover dit: a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou
                            kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c.
                            bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of
                            rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. d.
                            persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van
                            de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk
                            geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens
                            achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende
                            belangen: a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met
                            internationale organisaties; b. de economische of financiële belangen
                            van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a,
                            onder c en d, bedoelde bestuursorganen; c. de opsporing en vervolging
                            van strafbare feiten; d. inspectie, controle en toezicht door
                            bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f.
                            het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen
                            nemen van de informatie; g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling
                            of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen
                            of rechtspersonen dan wel van derden.</al></li><li nr="3."><al>Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het
                            verstrekken van milieu-informatie voor zover deze handelingen betreft
                            met een vertrouwelijk karakter.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het
                            verstrekken van milieu-informatie. Het verstrekken van deze informatie
                            ingevolge deze wet kan achterwege blijven voor zover het gegevens
                            betreft waarvan openbaarmaking aantasting van het milieu
                            waarschijnlijker zou maken. </al></li></lijst><al/><al/><al/><al>De raad van de gemeente Sint-Michielsgestel;</al><al>gezien het voorstel van het presidium van ;</al><al>gehoord het advies van de adviescommissie Algemeen Bestuurlijke Zaken ; </al><al>gelet op artikel 81o van de Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor uitoefening van de rekenkamerfunctie, als bedoeld in artikel 81o
                            van de Gemeentewet, tot het vaststellen van de Verordening
                            rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel;</al></li><li nr="b."><al>De werkgroep Rekenkamercommissie, bestaande uit enkele leden van uw
                            commissie ABZ, de voorbereidingen te laten treffen tot het opzetten van
                            de rekenkamercommissie door: - het inventariseren en selecteren van
                            raadsleden uit uw midden als kandidaten voor de functie van lid van de
                            rekenkamercommissie als bedoeld onder a. en: - het werven van externe
                            kandidaten voor de functie van externe voorzitter van de
                            rekenkamercommissie als bedoeld onder a. en: - het opstellen van een
                            schriftelijk advies tot voordracht en benoeming van kandidaten;</al></li><li nr="c."><al>In de raadsvergadering van 23 december 2004 op advies van de werkgroep
                            Rekenkamer- commissie de voorgedragen kandidaat-leden en externe
                            voorzitter door afzonderlijke besluitvorming te benoemen tot leden en
                            voorzitter van de rekenkamercommissie gemeente Sint-Michielsgestel als
                            bedoeld onder a. en:</al></li><li nr="d."><al>Vaststelling van de 13<sup>e</sup> wijziging van de begroting 2004.</al></li></lijst><al/><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel in zijn
                    openbare vergadering van 30 september 2004.</al><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label></kop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting verordening rekenkamercommissie</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 </tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. Artikel 81o Gemeentewet,
                    handelende over de rekenkamerfunctie, bepaalt dat artikel 182 en artikel 185
                    Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn.</al><al>In artikel 182 van de Gemeentewet worden de onderzoekstaken van de
                    rekenkamerfunctie genoemd. In deze verordening is ervoor gekozen om de begrippen
                    in artikel 1 op te nemen. Hiermee willen wij bereiken dat eensluidende
                    definities worden gebruikt. Wel wordt in deze toelichting uiteengezet wat onder
                    deze termen wordt verstaan:</al><al>Doelmatigheid: De mate waarin de nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering
                    mogelijke kosten worden bereikt.</al><al>Doeltreffendheid: Hierbij gaat het er om of het resultaat van het beleid
                    beantwoordt aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde beleidsdoelen
                    worden verwezenlijkt. </al><al>Rechtmatigheid: Hierbij gaat het om het voldoen aan de wettelijke kaders en
                    regelgeving. Het gaat dan vooral om wet- en regelgeving die direct van belang is
                    voor de rechtmatigheid van de totstandkoming van de gemeentelijke baten en
                    lasten. </al><al>Artikel 185 Gemeentewet bevat bepalingen omtrent de wijze waarop de
                    rekenkamercommissie rapport uitbrengt over haar bevindingen.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Wanneer gemeenten geen rekenkamer instellen, stellen zij op grond van artikel
                    81o van de wet regels vast, in een verordening, voor de uitoefening van de
                    rekenkamerfunctie. In de verordening is gekozen voor een rekenkamercommissie met
                    raadsleden en een voorzitter. Commissieleden niet-raadsleden kunnen geen lid
                    zijn van de rekenkamercommissie. De voorzitter wordt uit de externe
                    kandidaat-leden gekozen. De raad bepaalt zelf hoeveel leden de rekenkamer zal
                    hebben. Vooralsnog wordt gestart met een rekenkamercommissie bestaande uit vijf
                    leden, vier raadsleden en een externe voorzitter / lid.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Anders dan bij de rekenkamer kunnen naast externen ook raadsleden en leden van
                    andere commissies deel uitmaken van de rekenkamercommissie. Ten opzichte van de
                    in de Gemeentewet opgenomen voorschriften voor een rekenkamer ten aanzien van
                    samenstelling, benoeming en ontslag van leden is de gemeente bij een
                    rekenkamercommissie vrij om hieraan zelf een invulling te geven. In het tweede
                    lid is een termijn van twee respectievelijk vier jaar genoemd. De raad kan
                    uiteraard zelf bepalen of hij de leden van de rekenkamercommissie korter of
                    langer dan twee jaren (voorzitter) respectievelijk korter of langer dan 4 jaar
                    (raadsleden) benoemd. </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De verplichting deze eed of verklaring en belofte af te leggen vloeit voor de
                    rekenkamer rechtstreeks voort uit artikel 81g van de Gemeentewet. Deze bepaling
                    wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op het externe lid, de
                    voorzitter, van de rekenkamercommissie.</al><tussenkop>Artikel 5, 5a en 5b</tussenkop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van de leden en over de mogelijkheid (of
                    soms verplichting) hen op non-activiteit te stellen in bepaalde situaties om
                    ervoor te zorgen dat de onafhankelijke positie van de rekenkamercommissie
                    gewaarborgd blijft en mogelijke belangenverstrengeling wordt voorkomen.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>In dit artikel is de vergoeding die de externe voorzitter voor zijn
                    werkzaamheden ontvangt vastgelegd. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>De rekenkamercommissie wordt bijgestaan door een secretaris. Deze wordt door de
                    raad bij deze verordening aangewezen. De griffier of waarnemend griffier zal de
                    functie van secretaris uitoefenen, mede vanuit het oogpunt van onafhankelijkheid
                    ten opzichte van het ambtelijke apparaat en bestuursorganen van de gemeente. De
                    rekenkamercommissie dient zelfstandig te functioneren en in het tweede lid is
                    voorzien in een rechtstreekse verantwoordingsrelatie van de secretaris ten
                    opzichte van de rekenkamercommissie.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Artikel 81i van de Gemeentewet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    de rekenkamercommissie. In het reglement van orde kunnen of worden zaken als de
                    vergoeding, volgorde van aftreden bij een meerhoofdige rekenkamercommissie,
                    verhouding secretaris-voorzitter, de procedure die wordt gevolgd bij
                    onderzoeken, hoe wordt omgegaan met verzoeken van derden om onderzoek te
                    verrichten enzovoorts geregeld. Indien de raad zelf invloed wil uitoefenen op
                    deze zaken, dient de raad dit in de verordening op de rekenkamercommissie op te
                    nemen. </al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>De rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn en om deze onafhankelijkheid
                    te bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De rekenkamercommissie kan op verzoek van de raad een onderzoek
                    instellen maar is niet verplicht het verzoek van de raad in te willigen. Dit
                    verzoek van de raad wordt in artikel 182, tweede lid van de wet expliciet
                    genoemd. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk in de wet is genoemd, wordt er
                    een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van de raad. Indien de
                    rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd verzoek van de raad
                    zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. Uit praktische overwegingen zullen
                    verzoeken van de raad tot het uitvoeren van bepaalde onderzoeken niet meer dan
                    50% van het onderzoeksjaarplan van de rekenkamercommissie mogen bedragen gemeten
                    in capaciteit en/of onderzoeksmiddelen. Dit als waarborg voor onafhankelijk
                    opereren van de rekenkamercommissie zodat zij als commissie in staat is haar
                    eigen koers te varen. </al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Artikel 10 lid -1 geeft de onderzoekstaken van de rekenkamer aan. Aangezien dit
                    eveneens in artikel 182 lid -1 van de Gemeentewet is opgenomen is het niet
                    strikt noodzakelijk dit alsnog in de verordening op te nemen. Wel wordt hiermee
                    bereikt dat een meer volledig beeld wordt gegeven in relatie tot de andere
                    artikelen over de bevoegdheden en werkwijze van de rekenkamercommissie.</al><al>Om te waarborgen dat de rekenkamercommissie bij de uitvoering van haar onderzoek
                    over voldoende en relevante gegevens kan beschikken is voorzien in de
                    bevoegdheid om inlichtingen in te winnen van alle leden van het gemeentebestuur
                    en van alle ambtenaren van de gemeente Sint-Michielsgestel. </al><al>Daarnaast is in lid -6 en -7 een mogelijkheid opgenomen om informatie van derden
                    te verkrijgen en ook daar onderzoek te verrichten. Denk hierbij aan
                    gemeentelijke takken van dienst op afstand van de gemeente of vennootschappen
                    waarin de gemeente financieel een meerderheidsbelang heeft. De rapporten van de
                    rekenkamercommissie zijn in beginsel openbaar maar op grond van de belangen
                    genoemd in artikel 10 van de Wob kunnen rapporten of gedeelten daarvan als
                    geheim worden aangemerkt. </al><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte partij
                    de kans krijgt om te reageren op het (nog niet gepubliceerde) ontwerp- of
                    concept onderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende ambtenaren
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden uit te halen en te
                    corrigeren. Indien van toepassing wordt de verantwoordelijke wethouder of het
                    college de gelegenheid geboden om te reageren op de conceptaanbevelingen die de
                    rekenkamer verbindt aan de (gecorrigeerde) bevindingen. Tot slot brengt de
                    rekenkamer een definitief rapport naar buiten met bevindingen, conclusies, en
                    aanbevelingen aangeboden aan de raad en het college.</al><al>Op grond van artikel 185 lid -3 dient de rekenkamercommissie jaarlijks een
                    verslag uit te brengen van de uitgevoerde werkzaamheden in het voorgaande jaar.
                    Naar aanleiding van de behandeling van het concept voorstel en –verordening in
                    de adviescommissie Abz is daaraan toegevoegd dat opgedane ervaringen van de
                    rekenkamercommissie in verslagvorm ter evaluatie worden aangeboden aan de
                    raad.</al><tussenkop>Artikel 11 Geheimhouding</tussenkop><al>Geheimhouding is een aspect dat in de functie van de rekenkamercommissie extra
                    aandacht dient te verkrijgen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat het
                    uitvoeren van een gedegen onderzoek door mogelijk vroegtijdig naar buiten komen
                    van informatie het onderzoek gefrustreerd kan raken.</al><al>Denk hierbij aan uitlekken van negatieve berichtgeving richting de pers.</al><al>Dit artikel geeft de rekenkamercommissie de mogelijkheid geheimhouding op te
                    leggen indien zij dit noodzakelijk vindt aan zowel aangeboden als haar eigen
                    stukken. Iedereen, ook eventueel de externe adviseur of onderzoeksbureau die
                    geheime stukken onder zich krijgt is verplicht dit geheim te houden op grond van
                    de gemeentewet en voor betrokkenen buiten de gemeentelijke organisatie volgens
                    artikel 2:5 lid -2 Algemene wet bestuursrecht: </al><tussenkop> Artikel 2:5 Awb</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een
                            bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan
                            hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden,
                            en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk
                            voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is
                            verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig
                            wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de
                            noodzaak tot mededeling voortvloeit.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe
                            behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan
                            worden betrokken bij de uitvoering van zijn zaak, en op instellingen en
                            daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die bij of krachtens de
                            wet toegekende taak uitoefenen. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>De rekenkamercommissie is zelfstandig verantwoordelijk voor de besteding van het
                    budget dat noodzakelijk is voor de uitvoering van haar taak. Ten laste van het
                    budget worden de in het tweede lid genoemde kosten gebracht. Met interne
                    onderzoeksmedewerkers wordt bedoeld de kosten voor inzet van ambtenaren bij
                    uitvoering van het onderzoek.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Hiermee wordt beoogd aan te geven dat o.a. het uitvoeren van onderzoeken door
                    externe adviseurs of onderzoeksbureaus en daaruit volgende rapportage met daarin
                    opgenomen de bevindingen, conclusies en aanbevelingen geheel onder
                    verantwoordelijkheid van de rekenkamercommissie plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>In principe kan de verordening de dag na besluitvorming in werking treden. Met
                    als beoogde startdatum van de rekenkamercommissie van 1 januari 2005 wordt
                    voorgesteld de verordening eveneens per 1 januari 2005 in werking te laten
                    treden.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>