<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR260885_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Bezwaarschriftencommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Almere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad Almere, 07-02-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Bezwaarschriftencommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-11-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV-68/2012</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Bezwaarschriftencommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Almere;</al><al/><al>ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college;</al><al/><al>gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUITEN:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening Bezwaarschriftencommissie</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen; </al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;
                            </al></li><li nr="c."><al>voorzitter: door de gemeenteraad benoemde voorzitter dan wel
                                plaatsvervangend voorzitter van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een vaste commissie van advies ter voorbereiding van de beslissing
                            op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                            betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="a."><al>gemeentelijke belastingen, heffingen en leges;</al></li><li nr="b."><al>sociale zaken; </al></li><li nr="c."><al>personeelszaken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam
                            onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden worden benoemd, geschorst en ontslagen door de
                            gemeenteraad op voorstel van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kan kamers instellen die belast worden met de behandeling
                            van bezwaarschriften. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De commissie bepaalt het aantal kamers. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zo
                            veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><al>De secretarissen van de commissie zijn door het college aangewezen
                        ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een
                            termijn van vier jaar. Het is mogelijk twee keer herbenoemd te worden.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag
                            nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de gemeenteraad. De
                            aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie
                            blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                            aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt binnen tien
                            werkdagen in handen van de commissie gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden
                            voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter
                            van de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                    termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                    tijdens de behandeling door de commissie; </al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bevoegdheden van de voorzitter zoals genoemd in het eerste lid en de
                            artikelen 8, 12 derde lid, en 14 kunnen, ingeval het horen met
                            toepassing van artikel 7:13, derde lid van de Awb geschiedt door één lid
                            van de commissie, door dat lid worden uitgeoefend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                            inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie
                            bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig
                            uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan
                            kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Plaats en tijd hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid
                            worden gesteld zich door de commissie te laten horen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.
                        </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van
                            het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het
                            verwerend orgaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste
                        twee weken voor de zitting schriftelijk uit. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie
                            of één van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een
                            belanghebbende daartoe een verzoek doet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig
                            zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de
                            zitting plaats met gesloten deuren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van
                            de aanwezigen en hun hoedanigheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is
                            gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond,
                            of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in
                            elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                            melding. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de
                            commissie, tenzij het verslag is opgenomen in het advies van de
                            commissie, dan wel als bijlage is aangehecht aan het advies van de
                            commissie</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan na de hoorzitting bepalen dat nader onderzoek nodig
                            is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan
                            de betrokken leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                            belanghebbenden toegezonden. De belanghebbenden worden in de gelegenheid
                            gesteld om te reageren op de uit nader onderzoek verkregen
                            informatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt binnen twee weken na verzending van de nadere
                            informatie of het nodig is om een nieuwe hoorzitting te beleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                            door haar uit te brengen advies. </al><lijst><li nr="a."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                    brengen advies. </al></li><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van
                                    de voorzitter. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                            beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie
                            ondertekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel
                        13 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig
                        uitgebracht aan het verwerend orgaan dat op het bezwaarschrift dient te
                        beslissen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks, vóór 1 juli, aan de bestuursorganen van de
                        gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande
                        kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften Almere wordt
                        ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Ten aanzien van voorzitter en leden die bij inwerkingtreding van deze
                        verordening deel uitmaken van de commissie op grond van de Verordening
                        behandeling bezwaar- en beroepschriften Almere, wordt het aantal malen dat
                        zij op grond van die verordening zijn (her)benoemd in acht genomen bij de
                        toepassing van artikel 5, eerste lid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                        Bezwaarschriftencommissie.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 oktober 2010. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening>De burgemeester, De secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al>Deze verordening geeft een uitwerking van de behandeling van bezwaarschriften
                    door een adviescommissie. In deze verordening is de voorgaande Verordening
                    behandeling bezwaar- en beroepschriften Almere aangepast en geactualiseerd. Zo
                    is de zittingsduur van de commissieleden nu losgekoppeld van de zittingsduur van
                    de gemeenteraadsleden. De bezwaarschriftencommissie is niet alleen een
                    adviescommissie maar ook een bestuursorgaan. In deze verordening zijn regels
                    opgenomen met betrekking tot de adviestaak van de commissie. De raad, het
                    college en de burgemeester stellen de commissie in en hebben daarmee zeggenschap
                    over de wijze waarop de commissie haar adviestaak uitoefent. De gemeenteraad,
                    het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester hebben geen
                    zeggenschap over de uitoefening van de bevoegdheden door de commissie als
                        bestuursorgaan<cursief>.</cursief></al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting </tussenkop><al>In de aanhef van de verordening is bepaald dat de bestuursorganen van de
                    gemeente: de raad, het college en de burgemeester, ieder voorzover het hun
                    bevoegdheden betreft, besluiten de verordening vast te stellen. De raad heeft de
                    verordende bevoegdheid. Het college en de burgemeester hebben deze bevoegdheid
                    niet, maar nemen hiermee het besluit tot instellen van de
                    bezwaarschriftencommissie. Op deze manier is het mogelijk dat de bestuursorganen
                    samen één en dezelfde commissie instellen om te adviseren op bezwaren tegen
                    besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De ondertekening van de
                    verordening gebeurt eveneens door de drie bestuursorganen.</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>In dit artikel zijn slechts die begripsbepalingen opgenomen die niet in de Awb
                    voorkomen. Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, wordt in
                    de verordening aangeduid als 'verwerend orgaan'. Dit kan de gemeenteraad
                    betreffen, het college, de burgemeester of een commissie waaraan via delegatie
                    bepaalde bevoegdheden van de hiervoor genoemde bestuursorganen zijn
                    overgedragen.</al><tussenkop>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie</tussenkop><al>In deze bepaling wordt de commissie als zodanig geïntroduceerd. Enkele
                    categorieën bezwaarschriften hebben betrekking op een zo specifieke materie of
                    op onderwerpen waarover zulke grote aantallen bezwaarschriften te verwachten
                    zijn dat het wenselijk is om daarvoor een andere methodiek van horen en
                    adviseren te hanteren. Dit is het geval bij personeelszaken, belastingzaken en
                    sociale zaken. Om die reden is ervoor gekozen om deze categorieën van
                    bezwaarschriften in het tweede lid uit te zonderen.</al><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling van de commissie</tussenkop><al>Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13
                    van de Awb.</al><al>De wet stelt als minimale eisen aan de samenstelling van een
                    adviescommissie:</al><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden
                            (artikel 7:13, eerste lid, onder a, van de Awb)</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter maakt geen deel uit en is niet werkzaam onder
                            verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (artikel 7:13, eerste lid,
                            onder b, van de Awb)</al></li></lijst><al>Er is gekozen voor een adviescommissie die volledig bestaat uit leden die geen
                    deel uit maken van en niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het
                    bestuursorgaan. Het voordeel van een externe commissie is dat de schijn van
                    partijdigheid wordt vermeden.</al><al>In het derde lid wordt bepaald dat de raad de commissieleden benoemt op
                    voordracht van het college. De raad is hiermee ook het orgaan dat indien nodig
                    het functioneren van de leden van de commissie evalueert. Indien een lid van de
                    commissie niet naar behoren functioneert, is het in eerste instantie de
                    commissie die hierop actie zal ondernemen. De voorzitter zal hierbij een rol
                    spelen. Mocht een commissielid niet zelf ontslag nemen dan is het uiteindelijk
                    aan de raad om op te treden. </al><al>De commissie heeft als adviseur een onafhankelijke rol ten opzichte van de raad
                    en daarom dient aan de commissie ruimte te worden gelaten om op verantwoorde
                    wijze invulling aan haar onderzoeksbevoegdheden te geven. De raad mag daarom
                    niet te lichtvaardig met de ontslagbevoegdheid omspringen omdat anders de schijn
                    zou kunnen ontstaan dat een commissie(lid) aan de kant wordt geschoven vanwege
                    een voor het bestuurorgaan onwelgevallig standpunt. Tegelijkertijd is de
                    commissie een adviserend orgaan en ligt de eindverantwoordelijkheid voor de
                    beslissing op het bezwaar bij het bestuursorgaan. </al><al>Als, bijvoorbeeld gelet op het grote aantal te behandelen bezwaarschriften of in
                    verband met een wenselijke splitsing naar onderwerp, daaraan behoefte bestaat,
                    kan de commissie besluiten zich in kamers op te splitsen. Een kamer van de
                    commissie is zelfstandig bevoegd hoorzittingen te houden en adviezen uit te
                    brengen. </al><tussenkop>Artikel 4 Secretaris</tussenkop><al>De commissie beschikt over een aantal secretarissen dat de commissieleden
                    ondersteunt bij de werkzaamheden.</al><tussenkop>Artikel 5 Zittingsduur</tussenkop><al>De commissieleden worden voor een termijn van vier jaar benoemd. Daarnaast
                    bestaat er de mogelijkheid om twee keer herbenoemd te worden. Hiervoor is
                    gekozen om een zekere mate van continuïteit te garanderen en ervoor te zorgen
                    dat niet op één moment de gehele commissie dient te worden vervangen. Door
                    natuurlijk verloop zal dit moment meer gespreid zijn.</al><al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan
                    ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van
                    lopende zaken betrokken te kunnen zijn. </al><al>De bepaling van het derde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan niet
                    gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.</al><tussenkop>Artikel 6 Ontvangst bezwaarschrift</tussenkop><al>Er wordt naar gestreefd om bezwaarmakers in een zo vroeg mogelijk stadium op de
                    hoogte te brengen van de te volgen procedure. De gevolgde procedure heeft als
                    gevolg dat met toepassing van artikel 7:13, tweede lid van de Awb de
                    beslistermijn van zes weken wordt verlengd tot twaalf weken met een
                    verdagingsmogelijkheid van zes weken. </al><tussenkop>Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:13 van de Awb beslist de commissie over onder andere de
                    toepassing van artikel 7:4, zesde lid, en 7:5, tweede lid van de Awb. Dit
                    uitdrukkelijke voorschrift maakt het mogelijk dat deze bevoegdheid door de
                    voorzitter (of een ander lid) van de commissie wordt uitgeoefend. De hiervoor
                    aangehaalde bepalingen zijn in dit artikel van de verordening dan ook niet
                    genoemd.</al><al>De in dit artikel aangehaalde artikelen of artikelleden van de Awb luiden als
                    volgt.</al><tussenkop>Artikel 2:1, tweede lid</tussenkop><al>Een bestuursorgaan kan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging
                    verlangen.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Deze bepaling is facultatief geformuleerd: de voorzitter is dan ook vrij al dan
                    niet van deze bevoegdheid gebruik te maken.</al><tussenkop>Artikel 6:6</tussenkop><al>Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld
                    vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, kan dit
                    niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad
                    het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>De termijn waarbinnen het verzuim dient te worden hersteld, wordt vastgesteld
                    door de voorzitter. Er is van afgezien in de verordening een vaste termijn
                    daarvoor op te nemen omdat het niet goed mogelijk is in algemene zin voor alle
                    gevallen aan te geven hoe lang deze termijn zou moeten zijn. Uitgangspunt is wel
                    dat er sprake moet zijn van een redelijke termijn (in de meeste gevallen kan met
                    een termijn van twee weken na het einde van de bezwaartermijn worden volstaan).
                    Enerzijds moet de indiener een reële mogelijkheid worden geboden het
                    geconstateerde verzuim te herstellen; anderzijds moet het niet zo zijn dat door
                    een langere termijn de procedure wordt vertraagd.</al><al>Ten slotte wordt hier gewezen op artikel 7:10 van de Awb waarin voorschriften
                    zijn opgenomen voor de termijn waarbinnen op een ingediend bezwaarschrift dient
                    te worden beslist. De beslistermijn wordt namelijk opgeschort met ingang van de
                    dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van de
                    Awb te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor
                    gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al><tussenkop>Artikel 6:17</tussenkop><al>Indien iemand zich laat vertegenwoordigen, zendt het orgaan dat bevoegd is op
                    het bezwaar te beslissen, de op de zaak betrekking hebbende stukken in elk geval
                    aan de gemachtigde.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich. Voorzover het de behandeling door de commissie
                    betreft, ligt deze taak bij de voorzitter. Het is niet nodig om in de
                    bezwaarfase ook de stukken aan de vertegenwoordigers van de belanghebbende toe
                    te zenden die zijn geproduceerd in de fase tussen de aanvraag en het primaire
                    besluit (CRvB 24 juni 1997, JB 1997/196).</al><tussenkop>Artikel 7:4, tweede lid</tussenkop><al>Het bestuursorgaan legt het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking
                    hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste één week voor
                    belanghebbenden ter inzage.</al><tussenkop>Toelichting:</tussenkop><al>Het inzagerecht is als een van de fundamentele waarborgen voor een goed
                    verlopende bezwaarschriftprocedure te beschouwen. Het maakt het principe van
                    hoor en wederhoor mogelijk. Het is gekoppeld aan de hoorzitting: wordt er niet
                    gehoord, dan is er ook geen sprake van een verplichte ter-inzage-legging.</al><tussenkop>Artikel 7:6, vierde lid</tussenkop><al>Het bestuursorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende,
                    toepassing van het derde lid achterwege laten, voorzover geheimhouding om
                    gewichtige redenen is geboden [...].</al><al>Het derde lid van dit artikel luidt:</al><al>Wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, wordt ieder van hen op de
                    hoogte gesteld van het verhandelde tijdens het horen buiten zijn
                    aanwezigheid.</al><tussenkop>Toelichting</tussenkop><al>In het tweede lid van artikel 7:6 van de Awb wordt de mogelijkheid gegeven om de
                    belanghebbenden afzonderlijk te horen. Een reden om dit te doen kan zijn dat
                    tijdens het horen feiten of omstandigheden bekend zullen worden waarvan
                    geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Het vierde lid geeft aan dat in
                    dit geval de verschillende partijen niet geïnformeerd hoeven te worden over wat
                    er in de afzonderlijke hoorzittingen is besproken.</al><al>In het tweede lid van artikel 7 is bepaald dat indien een hoorzitting
                    plaatsvindt waarbij enkelvoudig wordt gehoord, de bevoegdheden die aan de
                    voorzitter toekomen, zoveel mogelijk worden uitgeoefend door het lid dat
                    enkelvoudig hoort.</al><tussenkop>Artikel 8 Vooronderzoek</tussenkop><al>Het spreekt voor zich dat de voorzitter van de commissie er zorg voor dient te
                    dragen dat al het noodzakelijke wordt gedaan om de behandeling van het
                    bezwaarschrift voldoende voor te bereiden. Dat geldt zowel intern bij de
                    gemeente - hij krijgt de bevoegdheid alle gewenste inlichtingen in te winnen -
                    als extern. Zo moet het mogelijk zijn om met de bezwaarde in contact te treden
                    om nadere informatie in te winnen of bijvoorbeeld hem bij kennelijke
                    niet-ontvankelijkheid in overweging te geven het bezwaarschrift in te
                    trekken.</al><al>De activiteiten van de commissie of haar voorzitter bij de voorbereiding van de
                    te behandelen zaken kunnen kosten met zich meebrengen. Daarbij vallen gewone en
                    bijzondere kosten te onderscheiden. Bij gewone kosten valt te denken aan
                    bijvoorbeeld de vergoedingen voor de leden. Het inschakelen van externe
                    deskundigen zal bijzondere kosten meebrengen. Deze kosten komen ten laste van de
                    gemeentebegroting. De normale kosten van de commissie zijn opgenomen in de
                    begroting. Bijzondere kosten worden niet gemaakt voordat het college de
                    gelegenheid heeft gehad deze kosten te toetsen aan een begrotingspost. Om deze
                    reden is bepaald dat voor de kosten voor getuigen of deskundigen een machtiging
                    vooraf nodig is. Uiteraard mag het niet zo zijn dat het college door deze
                    toetsing het werk van de commissie frustreert en haar onafhankelijke positie
                    daardoor aantast.</al><al>In dit verband verdient ook artikel 3:7 Awb aandacht. Daarin is bepaald dat het
                    bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht, al dan niet op verzoek, de
                    gegevens ter beschikking stelt aan de adviseur die nodig zijn voor een goede
                    vervulling van diens taak.</al><tussenkop>Artikel 9 Plaats en tijd hoorzitting</tussenkop><al>Artikel 7:3 van de Awb geeft aan in welke gevallen van het horen van
                    belanghebbenden kan worden afgezien. Voor een ingediend bezwaarschrift is dat
                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is,</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is, </al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord, of</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere
                            belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden
                            geschaad.</al></li></lijst><tussenkop>Ad d.</tussenkop><al>Het ligt voor de hand dat indien het verwerend orgaan aan het bezwaar van
                    appellant volledig tegemoet denkt te kunnen komen, het daarover met de commissie
                    contact opneemt. In dit verband wordt ook gewezen op artikel 6:18 en 6:19 van de
                    Awb. In artikel 6:18 gaat het over het tijdens het aanhangig zijn van bezwaar
                    intrekken of wijzigen van het bestreden besluit. In artikel 6:19 wordt bepaald
                    dat indien een bestuursorgaan een intrekking- of wijzigingsbesluit heeft
                    genomen, het bezwaar geacht wordt mede gericht te zijn tegen het nieuwe besluit
                    tenzij dat besluit geheel tegemoetkomt aan het bezwaar.</al><al>De bevoegdheid om van het horen af te zien wordt door de verordening toegekend
                    aan de voorzitter van de commissie. Deze beslissing is dus niet aan het
                    bestuursorgaan dat het bezwaarschrift heeft ontvangen. Dat zou overigens ook
                    niet mogelijk zijn, gelet op artikel 7:13, vierde lid van de Awb, waarin onder
                    andere is bepaald dat de commissie, voorzover bij wettelijk voorschrift niet
                    anders is bepaald, beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.</al><al>Het bepaalde in het derde lid spreekt voor zich. Daarnaast zal in het
                    uiteindelijk uit te brengen advies hier nogmaals op teruggekomen moeten worden.
                    Dat is noodzakelijk omdat ingevolge artikel 7:12 van de Awb bij de beslissing op
                    een bezwaarschrift, indien van het horen is afgezien, aangegeven moet worden op
                    welke grond dat is geschied.</al><tussenkop>Artikel 10 Uitnodiging zitting</tussenkop><al>In het algemeen moet gedacht worden aan een zodanige termijn dat de bezwaarde en
                    de overige belanghebbenden voldoende gelegenheid krijgen om zich behoorlijk op
                    de zitting voor te bereiden.</al><al>Gekozen is voor een termijn van twee weken, mede in verband met de termijn van
                    twaalf weken waarbinnen, behoudens verdaging, op het bezwaar moet zijn beslist
                    (zie artikel 7:10 van de Awb) en het bepaalde in artikel 7:4 en 7:8 van de
                    Awb.</al><tussenkop>Artikel 11 Niet-deelneming aan de behandeling</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich, zie ook artikel 2:4 van de Awb.</al><tussenkop>Artikel 12 Openbaarheid zitting</tussenkop><al>Ingevolge artikel 7:5, tweede lid van de Awb besluit het bestuursorgaan,
                    voorzover niet bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of het horen in het
                    openbaar plaatsvindt. In artikel 7:13, vierde lid van de Awb wordt deze
                    bevoegdheid aan de commissie toegekend. In de deze bepaling is vastgelegd dat de
                    hoorzitting in principe in het openbaar plaatsvindt. Uitzondering op deze regel
                    blijft mogelijk, bijvoorbeeld indien bijzonder persoonlijke zaken van
                    familiaire, medische of financiële aard of andere zaken met een vertrouwelijk
                    karakter aan de orde komen.</al><al>De hoorzitting dient te worden onderscheiden van de beraadslaging van de
                    commissie, die ingevolge artikel 15 van de verordening achter gesloten deuren
                    plaatsvindt.</al><tussenkop>Artikel 13 Schriftelijke verslaglegging</tussenkop><al>Artikel 7:7 van de Awb vereist dat van het horen een verslag wordt gemaakt. Het
                    bepaalde in het eerste lid hoeft niet zo ver te strekken dat van al het
                    aanwezige publiek naam en hoedanigheid wordt opgenomen. Wel zal uit het verslag
                    duidelijk moeten blijken wie namens welke partij aanwezig was en wat door hen
                    naar voren is gebracht. Het verslag, indien niet opgenomen in het advies, wordt
                    ondertekend door voorzitter en secretaris. Gelet op de definitie in artikel 1
                    kan ook de plaatsvervangend voorzitter het verslag ondertekenen. Omdat het
                    college meerdere secretarissen kan aanwijzen (artikel 4), vindt
                    medeondertekening op grond van artikel 13, vijfde lid, door een van de benoemde
                    secretarissen plaats. </al><tussenkop>Artikel 14 Nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dit kan aanleiding zijn om
                    belanghebbenden en het verwerend orgaan opnieuw te horen.</al><tussenkop>Artikel 15 Raadkamer en advies</tussenkop><al>De hoorzitting is in principe openbaar; de hier bedoelde beraadslaging vindt
                    achter gesloten deuren plaats. Het horen kan plaatsvinden door een
                    niet-voltallige commissie; de advisering dient plaats te vinden door een
                    commissie die voldoet aan de eisen van artikel 7:13, eerste lid, onder a van de
                    Awb. Schriftelijke consultatie is mogelijk (CRvB 21 oktober 1999, AB 2000/42 en
                    Rb. Haarlem 5 januari 2001, ongepubliceerd, zaaknummer Awb 00/8620 en
                    00/8621).</al><al>De commissie adviseert ook over een verzoek voor vergoeding van de kosten in de
                    rechtsbijstand en zal aangeven of er recht is op een vergoeding. Tevens
                    adviseert de commissie over de hoogte van het vergoedingsbedrag. De hoogte van
                    het vergoedingsbedrag wordt ontleend aan het Besluit proceskosten
                    bestuursrecht.</al><al>Het advies wordt ondertekend door voorzitter en secretaris. Gelet op de
                    definitie in artikel 1 kan ook de plaatsvervangend voorzitter het advies
                    ondertekenen. Omdat het college meerdere secretarissen kan aanwijzen (artikel
                    4), vindt medeondertekening op grond van artikel 15, derde lid, door een van de
                    benoemde secretarissen plaats. </al><tussenkop>Artikel 16 Uitbrengen advies</tussenkop><al>Het advies van de commissie wordt samen met het verslag van de hoorzitting
                    schriftelijk uitgebracht aan het verwerend orgaan.</al><al>Artikel 7:11 van de Awb bepaalt dat indien het bezwaar ontvankelijk is, op
                    grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit dient plaats te
                    vinden. Is een bezwaarschrift niet ontvankelijk, dan wordt aan heroverweging
                    niet toegekomen. Indien de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het
                    bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in plaats
                    daarvan een nieuw besluit. Dit nieuwe besluit treedt daarmee in de plaats van
                    het oorspronkelijke (bestreden) besluit.</al><al>De toetsing dient niet beperkt te blijven tot louter een toetsing tot vragen van
                    rechtmatigheid, maar binnen de grenzen van de wet dient de toetsing zich ook uit
                    te strekken tot beleidsmatige en bestuurlijke aspecten. Daarnaast dient de
                    heroverweging <cursief>ex </cursief><cursief>nunc</cursief> plaats te vinden,
                    dat wil zeggen dat rekening moet worden gehouden met inmiddels gewijzigde feiten
                    en omstandigheden. De feiten en omstandigheden van het moment waarop het nieuwe
                    besluit wordt genomen zijn van belang.</al><al>Daarnaast dient de heroverweging op grondslag van het bezwaar te geschieden.
                    Hieruit vloeit voort dat die onderdelen van het besluit die geheel los van de
                    aangevoerde bezwaren staan, in beginsel buiten beschouwing blijven. Het
                    bestuursorgaan zal daarbij de naar voren gebrachte bezwaren voldoende ruim naar
                    hun strekking moeten opvatten. Indien bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting blijkt
                    dat deze, ondanks een beperkte omschrijving in het bezwaarschrift, ruimer
                    bedoeld zijn, dan zal daarmee rekening moeten worden gehouden.</al><al>Verder is het de bedoeling dat er geen verslechtering van de positie van degene
                    die het bezwaarschrift indient tijdens de bezwaarschriftenprocedure mag optreden
                    (verbod van <cursief>reformatio</cursief><cursief> in
                        </cursief><cursief>peius</cursief>). Natuurlijk staat dit er niet aan in de
                    weg dat als een derde bezwaar maakt tegen bijvoorbeeld een afgegeven vergunning,
                    die bezwaren gehonoreerd kunnen worden. Dit is niet in strijd met genoemd
                    beginsel. </al><al>In artikel 7:12 van de Awb is voorgeschreven dat de beslissing op het
                    bezwaarschrift dient te berusten op een deugdelijke motivering die bij de
                    bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij is het van belang dat
                    indien van het advies van de commissie wordt afgeweken in de beslissing de reden
                    van die afwijking wordt vermeld en het advies met de beslissing wordt
                    meegezonden.</al><tussenkop>Artikel 17 Jaarverslag</tussenkop><al>De bezwaarschriftencommissie doet jaarlijks aan de raad, het college en de
                    burgemeester verslag van haar werkzaamheden. De invulling van dit verslag is aan
                    de commissie gelaten. Het jaarverslag is ook een instrument voor de commissie om
                    aan de bestuursorganen adviezen te geven over de verbeterpunten op het gebied
                    van juridische kwaliteit.</al><tussenkop>Artikel 18 Intrekking oude regeling</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 19 Overgangsrecht</tussenkop><al>De commissieleden die op grond van de oude verordening (“Verordening behandeling
                    bezwaar- en beroepschriften Almere”) waren benoemd, kunnen op grond van deze
                    verordening worden herbenoemd. Op grond van de oude verordening liep de termijn
                    van de commissieleden gelijk met de raadsperiode. Deze verordening gaat uit van
                    een termijn van vier jaar, ongeacht of hiermee verschillende raadsperiodes
                    worden overlapt. Indien commissieleden op grond van deze verordening worden
                    herbenoemd, telt het aantal raadsperiodes dat zij lid waren van de commissie mee
                    voor het aantal malen dat zij op grond van deze verordening kunnen worden
                    herbenoemd.</al><tussenkop>Artikel 20 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Besluiten van het gemeentebestuur die algemeen verbindende voorschriften
                    inhouden, verbinden niet dan wanneer ze bekendgemaakt zijn. De bekendmaking
                    geschiedt door plaatsing in het Gemeenteblad of in een andere door de gemeente
                    algemeen verkrijgbaar gestelde uitgave (huis-aan-huisblad of plaatselijk
                    dagblad). </al><tussenkop>Artikel 21 Citeertitel</tussenkop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                    Bezwaarschriftencommissie.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>