<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR260847_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs Bloemendaal 2012-I</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Kennemerland-Zuid d.d. 21 februari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs Bloemendaal 2012-I</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 140 van de Wet op het primair onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013005364</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs Bloemendaal 2012-I</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Bloemendaal;gelezen het voorstel van burgemeester en
            wethouders van 14 augustus 2012;gelet op artikel 140 van de Wet op het primair
                onderwijs;<onderstreept>besluit:</onderstreept>vast te stellen de Verordening
            materiële financiële gelijkstelling onderwijs Bloemendaal 2012-I</al><al/><al>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs Bloemendaal
                        2012-I</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college : het college van burgemeester en wethouders</al><al> van de gemeente Bloemendaal; </al></li><li nr="b."><al>schoolbestuur : bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of
                                    bijzondere school;</al></li><li nr="c."><al>school : school voor basisonderwijs;</al></li><li nr="d."><al>voorziening: : een voorziening zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening;</al></li><li nr="e."><al>aanvullende voorziening : een door het college vastgestelde
                                    nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt
                                    aangevuld;</al></li><li nr="f."><al>indieningsdatum : uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor
                                    een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn
                                    ingediend;</al></li><li nr="g."><al>toekenningscriteria : de omstandigheden zoals opgenomen in de
                                    bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een
                                    schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of voor
                                    een aanvullende voorziening;</al></li><li nr="h."><al>tijdvak : periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen
                                    van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt
                                    toegekend;</al></li><li nr="i."><al>subsidieplafond : een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van
                                    de wet, dat beschikbaar is voor een voorziening, of een
                                    aanvullende voorziening;</al></li><li nr="j."><al>feitelijke beschikbaarstelling : de beschikking van het college
                                    waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura
                                    beschikbaar wordt gesteld;</al></li><li nr="k."><al>subsidievaststelling : een beschikking zoals bedoeld in artikel
                                    4:42 van de wet;</al></li><li nr="l."><al>de wet : de Algemene wet bestuursrecht</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en verdeelregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor een voorziening een subsidieplafond
                                vaststellen. Hierbij bepaalt het college hoe het beschikbare bedrag
                                wordt verdeeld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van
                                het beschikbare bedrag uiterlijk zes weken voor de indieningdatum
                                aan de schoolbesturen bekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvullende voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld
                                met een voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak
                                bestaat op de aanvullende voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Jaarlijks overzicht</titel></kop><al>Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een
                            overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen.
                            Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot
                            en met 31 mei.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Procedures</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1:</nr><titel>Aanvraag voorzieningen;
                                weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Toevoegen, wijzigen en intrekken</titel></kop><al>Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen,
                                wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk vier
                                weken voor de indieningdatum bekendgemaakt door het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daarop
                                    volgend tijdvak wenst, dient voor de indieningdatum een aanvraag
                                    in bij het college. De indieningdatum is niet van toepassing
                                    indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningdatum
                                    niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de
                                    indieningdatum is ingediend, kan het college besluiten om de
                                    aanvraag niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van het schoolbestuur;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de gewenste voorziening;</al></li><li nr="d."><al>de naam van de school en de onderwijssoort indien de
                                            voorziening is bestemd voor een school;</al></li><li nr="e."><al>een motivering dat wordt voldaan aan de
                                            toekenningscriteria. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit
                                    schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het
                                    schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum
                                    van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te
                                    vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet
                                    binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag
                                    niet te behandelen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beslissingstermijn.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na de indieningdatum op
                                    een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen
                                    indieningdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen
                                    twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken
                                    verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het
                                    einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college
                                    schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij
                                    geeft het de reden voor de verlenging aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt binnen twee weken na de datum van de
                                    beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan
                                    schriftelijk in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de voorziening in ieder geval indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van de
                                        verordening;</al></li><li nr="b."><al>niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria;</al></li><li nr="c."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2:</nr><titel>Aanvraag aanvullende voorzieningen;
                                weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient
                                    een aanvraag in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Beslissingstermijn.</titel></kop><al>Het college beslist binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag of
                                binnen zes weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens.
                                Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college
                                het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals
                                        bedoeld in artikel 3 is;</al></li><li nr="b."><al>niet voldaan is aan een van de toekenningscriteria.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3:</nr><titel>Toekenning; Intrekking of wijziging; verbod
                                vervreemding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inhoud beschikking tot toekenning;
                                    betaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking van het college tot toekenning van een
                                    voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening;
                                            of</al></li><li nr="b."><al>een subsidievaststelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdvak en het doel waarvoor de subsidie is
                                            toegekend;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient
                                            uit te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrag van de subsidie;</al></li><li nr="b."><al>voor zover van belang de wijze waarop rekening en
                                            verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan
                                            het college;</al></li><li nr="c."><al>De bepaling dat de wet van toepassing is en voor zover
                                            van belang welke afzonderlijke bepalingen of afwijkingen
                                            hierop van kracht zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de
                                    subsidievaststelling plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken of wijzigen beschikking</titel></kop><al>Ten aanzien van het beleid tot intrekking, wijziging, stopzetting of
                                verlaging van de afgegeven subsidiebeschikking dan wel
                                terugvordering van gegeven subsidie is titel 4.2 van de wet van
                                toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verbod tot vervreemding</titel></kop><al>Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze
                                voorziening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder
                                toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van
                                voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van fusie c.q.
                                overdracht van een school.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens
                            die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin
                                de verordening niet voorziet.</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al><al>Binnen drie jaar na de inwerkingtreding evalueert het college in overleg
                            met de schoolbesturen de werking van de verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening materiële
                                financiële gelijkstelling onderwijs Bloemendaal 2012-I’. Tot de
                                verordening behoren de bijlagen A t/m E. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013. Op
                                deze datum vervalt de Verordening materiële financiële
                                gelijkstelling Bloemendaal 2012, zoals vastgesteld op 26 januari
                                2012.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Bloemendaal,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 29 november 2012.</ondertekening><ondertekening>R.Th.M. Nederveen , voorzitter</ondertekening><ondertekening>K.A. v.d. Pas , griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gepubliceerd in het weekblad Kennemerland-Zuid d.d. 21 februari 2013 </ondertekening><ondertekening>In werking vanaf 1 januari 2013. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>A</nr><titel>Faciliteiten ten behoeve van onderwijskundige vernieuwing</titel></kop><al><cursief>Aanduiding van de voorziening</cursief></al><al>Bouwkundige aanpassing van een schoolgebouw om het gebouw beter te faciliteren
                    voor de onderwijskundige vernieuwingen. </al><al><cursief>Indieningsdatum</cursief></al><al>Uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar c.q. het tijdvak
                    waarop de aanvraag betrekking heeft. </al><al><cursief>Tijdvak waarvoor de voorziening wordt goedgekeurd</cursief></al><al>Ten hoogste tien kalenderjaren. </al><al><cursief>Toekenningscriteria</cursief><cursief> waaronder een bevoegd gezag in
                        aanmerking komt voor een voorziening</cursief></al><al>Er kan uitsluitend een vergoeding worden gegeven voor bouwkundige aanpassingen
                    ten behoeve van:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>binnenventilatie;</al></li><li nr="2."><al>buitenschoolse opvang;</al></li><li nr="3."><al>informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs;</al></li><li nr="4."><al>Weer samen Naar School;</al></li><li nr="5."><al>leerlinggebonden financiering;</al></li><li nr="6."><al>werkplekken voor docenten;</al></li><li nr="7."><al>verbetering binnenmilieu; </al></li><li nr="8."><al>energiebesparende maatregelen.</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>De voorziening is slechts van toepassing op het primair
                                    onderwijs.</al></li><li nr="-"><al>De voorziening is alleen bestemd voor permanente
                                    schoolgebouwen.</al></li><li nr="-"><al>De voorziening kan alleen worden toegekend indien deze
                                    voorziening in het verleden nog niet is Toegekend.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al>-Voor de voorzieningen 7 en 8 geldt dat deze ook mogen worden gerealiseerd
                    zonder dat deze</al><al> gepaard gaan met bouwkundige aanpassingen. </al><al><cursief>Wijze van toekenning en de daarbij behorende
                    berekeningswijze</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>De bijdrage bestaat uit een bedrag per leerling. </al></li><li nr="b."><al>Het bedrag per leerling wordt bepaald door het per jaar beschikbare
                            budget te delen door het totaal aantal ingeschreven leerlingen. </al></li><li nr="c."><al>Wat betreft het aantal leerlingen wordt uitgegaan van de teldatum 1
                            oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking
                            heeft.</al></li><li nr="d."><al>De vergoeding wordt per schoolbestuur uitgekeerd.</al></li><li nr="e."><al>Een schoolbestuur dat meerdere scholen onder zich heeft, mag zelf
                            bepalen ten behoeve van welke school/scholen de bijdrage van de gemeente
                            wordt ingezet. Deze dienen wel gelegen te zijn in de gemeente
                            Bloemendaal.</al></li><li nr="f."><al>Bij toekenning van een vergoeding voor meerdere jaren wordt voor de
                            leerlingenaantallen uitgegaan van de aantallen genoemd in de laatste
                            versie van de gemeentelijke leerlingen- prognose, opgesteld op grond van
                            de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bloemendaal. </al></li></lijst><al><cursief>Subsidieplafond</cursief></al><al>Er is per jaar maximaal € 98.250 beschikbaar. </al><al><cursief>(Eis) financiële verantwoording</cursief></al><al>Na de uitvoering van de werkzaamheden worden de kosten, met betalingsbewijzen,
                    gedeclareerd bij het college.</al><al>Het schoolbestuur dient daarbij aan te tonen, dat sprake is van werkzaamheden
                    als genoemd onder a van het onderdeel ‘Toekenningscriteria’. </al><al><cursief>Betalingsschema </cursief></al><al>De gemeentelijke bijdrage wordt binnen zes weken na het indienen van de
                    declaratie uitbetaald aan het schoolbestuur. </al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage B: Faciliteiten ten behoeve van voorlichting
                        over religieuze en niet-religieuze levensbeschouwingen </titel></kop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Aan basisscholen kan een tegemoetkoming worden verleend in de kosten van aan
                    leerlingen te geven voorlichting over religies en niet-religieuze
                    levensbeschouwingen. </al><tussenkop>Looptijd van de regeling</tussenkop><al>Met ingang van het jaar 2015 vervalt de subsidieregeling m.b.t. deze bijlage. </al><tussenkop>Indieningsdatum</tussenkop><al>Uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                    betrekking heeft.</al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de voorziening wordt
                    goedgekeurd</tussenkop><al>Een kalenderjaar. </al><tussenkop>Toekenningscriteria waaronder een bevoegd gezag in
                    aanmerking komt voor een voorziening</tussenkop><al>De voorlichting dient gegeven te worden door organisaties die zich aan religies
                    en niet- religieuze levensbeschouwingen verbonden achten.</al><al>Er dient in ieder geval voorlichting gegeven te worden over de volgende
                    hoofdstromingen:</al><lijst><li nr="-"><al>Het Boeddhisme.</al></li><li nr="-"><al>Het Christendom.</al></li><li nr="-"><al>Het Hindoeïsme.</al></li><li nr="-"><al>De Islam.</al></li><li nr="-"><al>Het Jodendom.</al></li><li nr="-"><al>Het Humanisme.</al></li><li nr="-"><al>De diverse stromingen en richtingen van liberalere of meer orthodoxe
                            aard binnen alle</al><al> hoofdstromingen. </al></li></lijst><tussenkop>Wijze van toekenning en de daarbij behorende
                    berekeningswijze</tussenkop><al>De tegemoetkoming bestaat uit een bedrag voor elke leerling van 6 t/m 12 jaar
                    waaraan de voorlichting wordt gegeven.</al><al>Het bedrag per leerling wordt berekend door het jaarlijks door de gemeenteraad
                    beschikbaar gestelde bedrag te delen door het aantal leerlingen van 6 t/m 12
                    jaar, ingeschreven op de teldatum 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het
                    jaar waarvoor een aanvraag is ingediend. </al><al>De vergoeding bedraagt maximaal € 6,25 per leerling. </al><tussenkop>Subsidieplafond</tussenkop><al>Voor deze faciliteit geldt een subsidieplafond. Voor het jaar 2013 bedraagt dit
                    € 4.441. Voor het jaar 2014 bedraagt dit € 2.221,--. De verdeling vindt plaats
                    op de wijze zoals aangegeven bij het onderdeel ‘wijze van toekennen en de
                    daarbij behorende berekeningswijze’. </al><tussenkop>(Eis) financiële verantwoording</tussenkop><al>Een verklaring/document, waaruit blijkt door welke organisatie de voorlichting
                    is gegeven, en voor hoeveel uur. </al><al>Een afschrift van de betaling aan de betreffende organisatie dan wel een kopie
                    van de door de organisatie ingediende factuur. </al><tussenkop>Betalingsschema </tussenkop><al>Betaling vindt plaats in het eerste kwartaal van het jaar waarop de
                    tegemoetkoming betrekking heeft. </al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>C </nr><titel>Faciliteiten ten behoeve van vakonderwijs</titel></kop><tussenkop> Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Aan basisscholen kan een tegemoetkoming worden verleend in de kosten van door
                    vakdocenten te verzorgen lessen gymnastiekonderwijs.</al><al>Indieningsdatum</al><al>Uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                    betrekking heeft.</al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de voorziening wordt
                    goedgekeurd</tussenkop><al>Een kalenderjaar</al><tussenkop>Toekenningscriteria waaronder een bevoegd gezag in
                    aanmerking komt voor een voorziening</tussenkop><al>Onder vakdocent gymnastiek wordt verstaan: een tot het geven van
                    bewegingsonderwijs bevoegde persoon, niet zijnde groepsleerkracht of directeur
                    van de betreffende school.</al><al>Een schriftelijke verklaring van het schoolbestuur, waaruit blijkt dat de
                    tegemoetkoming van de gemeente volledig zal worden gebruikt voor de aanstelling
                    van een (of meer) vakdocent(en) gymnastiek op de onder het bestuur vallende
                    school of scholen.</al><tussenkop>Wijze van toekenning en de daarbij behorende
                    berekeningswijze</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>De bijdrage bestaat uit een bedrag per leerling in de leeftijd van 6/12
                            jaar.</al></li><li nr="b."><al>Het bedrag per leerling wordt bepaald door het per jaar beschikbare
                            budget te delen door het totaal aantal leerlingen in de leeftijd van
                            6/12 jaar ingeschreven op de scholen. </al></li><li nr="c."><al>Wat betreft het aantal leerlingen wordt uitgegaan van de teldatum 1
                            oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                            betrekking heeft.</al></li><li nr="d."><al>De vergoeding wordt per schoolbestuur uitgekeerd. </al></li><li nr="e."><al>Een schoolbestuur dat meerdere scholen onder zich heeft mag zelf bepalen
                            ten behoeve van welke school/scholen de bijdrage van de gemeente wordt
                            ingezet. Deze dienen wel gelegen te zijn in de gemeente Bloemendaal.
                        </al></li></lijst><tussenkop>Subsidieplafond</tussenkop><al>Voor deze faciliteit geldt een subsidieplafond. Voor het jaar 2013 bedraagt dit
                    € 204.003. Vanaf het jaar 2014 bedraagt dit € 183.827. De verdeling van het
                    budget vindt plaats op de wijze zoals aangegeven bij het onderdeel ‘Wijze van
                    toekenning en de daarbij behorende berekeningswijze’. </al><tussenkop>(Eis) financiële verantwoording</tussenkop><al>Een document, bijv. de jaarrekening, waaruit blijkt dat de tegemoetkoming van de
                    gemeente volledig is gebruikt voor de aanstelling van een (of meer)
                    vakdocent(en) gymnastiek op de onder het bestuur vallende school of
                    scholen;</al><tussenkop>Betalingsschema </tussenkop><al>90% van het toegekende bedrag wordt uitbetaald, als voorschot, in het eerste
                    kwartaal van het jaar waarop de toekenning betrekking heeft. </al><al>De resterende 10% wordt betaald uiterlijk zes weken na het overleggen van de
                    onder ‘Financiële verantwoording’ genoemde documenten. </al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage D: Faciliteiten ten behoeve van
                        milieu-educatie</titel></kop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Aan basisscholen kan een tegemoetkoming worden verleend in de kosten van natuur-
                    en milieueducatie (NME).</al><tussenkop>Looptijd van de regeling</tussenkop><al>Met ingang van het jaar 2015 vervalt de subsidieregeling voor deze bijlage. </al><tussenkop>Indieningsdatum</tussenkop><al>Uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                    betrekking heeft. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de voorziening wordt
                    goedgekeurd</tussenkop><al>Een kalenderjaar </al><tussenkop>Toekenningscriteria waaronder een bevoegd gezag in
                    aanmerking komt voor een voorziening</tussenkop><al>De activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft, dienen een relatie te
                    hebben met natuur- en milieueducatie. </al><al>In het geval de subsidieaanvraag betrekking heeft op producten en/of
                    activiteiten uit de regionale NME-wijzer gaan burgemeester en wethouders uit van
                    het bestaan van deze relatie. </al><tussenkop>Subsidieplafond</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>Voor het kalenderjaar 2013 bedraagt het subsidieplafond € 9.765.</al></li><li nr="b."><al>Voor het kalenderjaar 2014 bedraagt het subsidieplafond € 4.883.</al></li><li nr="c."><al>De maximale bijdrage bedraagt € 666 per school in 2013 en € 333 per
                            school in 2014. Hiervan is</al></li></lijst><al> per school € 274 in 2013 en € 137 in 2014 bestemd voor een jaarlijks bezoek aan
                    Thijsse’s Hof. </al><tussenkop>(Eis) financiële verantwoording</tussenkop><al>Een document waaruit blijkt, dat de gemeentelijke bijdrage is ingezet voor het
                    doel waarvoor het beschikbaar is gesteld. </al><tussenkop>Betalingsschema </tussenkop><al>Binnen vier weken na subsidievaststelling wordt het toegekende bedrag
                    uitbetaald.</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage E: Faciliteiten ten behoeve van bezoek
                        Verzetsmuseum – Anne Frankhuis</titel></kop><tussenkop>Aanduiding van de voorziening</tussenkop><al>Het mogelijk maken dat elke leerling van een basisschool (voorkeur gaat uit naar
                    de groepen 7 – 8) eenmaal in de ‘schoolcarrière’ een bezoek brengt aan het
                    Verzetsmuseum en/of het Anne Frankhuis te Amsterdam. </al><tussenkop>Indieningsdatum</tussenkop><al>Uiterlijk 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                    betrekking heeft. </al><tussenkop>Tijdvak waarvoor de voorziening wordt
                    goedgekeurd</tussenkop><al>Een kalenderjaar</al><tussenkop>Toekenningscriteria waaronder een bevoegd gezag in
                    aanmerking komt voor een voorziening</tussenkop><al>Voor de betreffende (groep) leerlingen is nog niet eerder een vergoeding
                    toegekend. </al><tussenkop>Wijze van toekenning en de daarbij behorende
                    berekeningswijze</tussenkop><al>Vergoed worden:</al><lijst><li nr="a."><al>De entreekosten van het Anne Frankhuis resp. het Verzetsmuseum te
                            Amsterdam.</al></li><li nr="b."><al>De kosten van het (openbaar) vervoer van de leerlingen van en naar het
                            Verzetsmuseum resp. het Anne Frankhuis.</al></li><li nr="c."><al>De onder a en b genoemde uitgaven ten behoeve van begeleiders, waarbij
                            een verhouding van 1 op 5 wordt aangehouden (begeleiders t.o.v.
                            leerlingen). </al></li></lijst><tussenkop>Subsidieplafond</tussenkop><al>Voor deze voorziening geldt geen subsidieplafond. </al><tussenkop>(Eis) Financiële verantwoording</tussenkop><al>De entreebewijzen en kaartjes openbaar vervoer dienen te worden overgelegd. </al><tussenkop>Betalingsschema </tussenkop><al>Na het indienen van de declaratie wordt de gemeentelijke bijdrage binnen vier
                    weken uitbetaald. </al></bijlage></regeling></body></cvdr>