<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2606_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Sint-Michielsgestel</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Sint-Michielsgestel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Index: 1.135</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën: college-onderzoeken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geem</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening is niet op gebruikelijke wijze gepubliceerd</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Sint-Michielsgestel</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde
                                maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt
                                mogelijke inzet van middelen.</al></li><li nr="2."><al>doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en geboogde
                                maatschappelijke effecten van het beleid worden behaald.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van (onderdelen van)
                            de organisatie-eenheden van de gemeente en de uitvoering van taken door
                            de gemeente. Iedere gemeentelijke organisatie-eenheid en gemeentelijke
                            taak wordt minimaal eens in de 8 jaar in zijn geheel aan een dergelijke
                            toets onderworpen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college toetst jaarlijks de doeltreffendheid van minimaal 2 (delen
                            van) programma's en paragrafen</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt ieder jaar uiterlijk voor 1 december een
                            onderzoeksplan naar de raad voor de in het erop volgende jaar te
                            verrichten interne onderzoeken naar de doelmatighei en de
                            doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek</al></li><li nr="b."><al>reikwijdte van het onderzoek</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode</al></li><li nr="d."><al>doorlooptijd van het onderzoek</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering</al></li></lijst><al>In het onderzoeksplan wordt aangegeven welke budgetten in de begroting
                            zijn opgenomen voor de uitvoering van de onderzoeken.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf -en, zolang
                        operationeel, in het programma bedrijfsvoering - van de begroting en
                        jaarstukken over de voortgang van de onzderzoeken naar de doelmatigheid en
                        doeltreffendheid en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                            Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten
                            en aanbevelingen voor verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college indien
                            nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan van
                            verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het college
                            neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                            maatregelen.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening onderzoeken
                        doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Sint-Michielsgestel.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad op 30 oktober 2003.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label></kop><al><vet>Artikelsgewijze toelichting modelverordening 213 a Gemeentewet </vet></al><al><vet>Artikel 2. <onderstreept>Onderzoeksfrequentie</onderstreept></vet></al><al>In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Er worden door de
                    raad een minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het
                    college geëist. Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar
                    de doelmatigheid en onderzoeken naar de doeltreffendheid.De onderzoeken naar de
                    doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering van het beleid en het
                    beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten eerste de gemeentelijke
                    organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste richten op de
                    organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden wordt
                    onderzocht. Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op
                    doelmatigheid worden onderzocht, verplicht het artikel dat ieder onderdeel van
                    de gemeente en elke gemeentelijke taak minimaal eens in de zoveel jaar worden
                    onderzocht. Hier kan iedere gemeente zelf de gewenste periode aangeven.
                    Aanbevolen wordt een periode van ongeveer twee raadsperiodes.De onderzoeken naar
                    de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de programma's of
                    paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan gehele
                    begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kunnen dergelijke
                    onderzoeken paragrafen van de begroting en jaarstukken of delen daarvan
                    omvatten.</al><al><vet>Artikel 3. <onderstreept>Onderzoeksplan</onderstreept></vet></al><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als de raad dat nodig acht, invloed uit te oefenen. Hierin voorziet
                    het onderzoeksplan. Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de
                    voorgenomen onderzoeken, zij het uiteraard nog globaal. De onderzoeken in het
                    onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het onderzoeksplan wordt
                    aangeboden aan de raad en de raad kan het ter bespreking agenderen, maar het
                    wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan worden aangegeven, wat
                    in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden opgenomen. De onderwerpen
                    genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden toegelicht:a) Het object van
                    een onderzoek wordt dusdanig omschreven, dat duidelijk aangegeven is, wat de
                    afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij de doelmatigheidsonderzoeken
                    duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten aanzien van de te onderzoeken
                    procedures, instrumenten en gemeentelijke taken. Bij de
                    doeltreffendheidonderzoeken worden duidelijk de scheidslijnen met andere
                    beleidsvelden aangegeven. b) De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in
                    beginsel uit over alle organen (raad, college), organisatie-eenheden en
                    instellingen, waarvoor de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de
                    activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De
                    reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven van het
                    te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen, organisatie-eenheden en
                    instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet van tevoren duidelijk worden
                    aangegeven. Aangegeven moet worden, welk tijdvak wordt onderzocht en welke
                    organisatie-eenheden en niet gemeentelijke instellingen bij het onderzoek worden
                    betrokken.c) Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                    (benchmarking, enquête, enzovoorts).d) Een inschatting van de duur van het
                    onderzoek, eventueel onderverdeeld in fasen.e) Onderzoeken kunnen in opdracht
                    van het college worden uitgevoerd door het ambtelijke apparaat (al of niet met
                    inbreng van deskundigheid van derden) of door derden. Indien de ambtelijke
                    organisatie de onderzoeken uitvoert, zullen in de onderzoeksopzet waarborgen
                    dienen te worden ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid van de analyse en/of
                    adviezen ter verbeteringen worden gegarandeerd. Dat betekent, dat van het
                    onderzoek wel mag worden uitgevoerd door functionarissen die in hun dagelijks
                    werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse en de aanbevelingen tot
                    verbetering echter moeten zoveel als mogelijk onafhankelijk tot stand komen en
                    uitgevoerd worden door functionarissen die niet in hun dagelijks werk betrokken
                    zijn bij het onderzoeksobject.</al><al><vet>Artikel 4. <onderstreept>Voortgang onderzoek</onderstreept></vet></al><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met inhoud van de programma's van de
                    begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens te
                    rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. </al><al><vet>Artikel 5. <onderstreept>Rapportage en
                    gevolgtrekking</onderstreept></vet></al><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten
                    ontvangt, zodra ze zijn vastgesteld. Systematische aandacht voor doelmatigheid
                    en doeltreffendheid impliceert ook het doel om te leren, om na te denken over en
                    te streven naar verbetering, daarom is in deze ontwerpverordening opgenomen, dat
                    evaluatie en aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van de rapportage en
                    dat zo nodig door middel van een plan van verbetering het vervolgtraject moet
                    worden ingezet. De bedrijfsvoering is een zaak van het college. Het is dan ook
                    het college, dat maatregelen moet nemen tot verbetering. Het college moet een
                    plan van verbetering opstellen en uitvoeren. Het plan van verbetering wordt
                    uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad gestuurd. </al><al><vet>Artikel 6. <onderstreept>Inwerkingtreding</onderstreept></vet></al><al>Volgens de Gemeentewet moet deze verordening per 7 maart 2003 zijn vastgesteld.
                    De raad kan indien nodig bij raadsbesluit het vaststellen van deze verordening
                    met maximaal één jaar uitstellen. </al><al><vet>Artikel 7. <onderstreept>Citeertitel</onderstreept></vet></al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al><al><vet>Vaststelling</vet> De ondertekening van uitgaande stukken van de raad door
                    de burgemeester is in het nieuwe duale bestel gehandhaafd (artikel 75, lid 1
                    GW). Door de komst van de griffier zijn de taken van de gemeentesecretaris
                    gewijzigd. De secretaris hoeft niet meer aanwezig te zijn bij de vergaderingen
                    van de raad. Deze taak wordt overgenomen door de griffier (artikel 107b GW).
                    Door deze wijziging is het niet meer de secretaris, die alle uitgaande stukken
                    van de raad mede ondertekent. De griffier moet de uitgaande stukken van de
                    raadsvergaderingen medeondertekenen (artikel 107c GW). </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>