<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR259986_2</dcterms:identifier><dcterms:title>1e Wijziging Verordening op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van de gemeenteraad van Aalten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalten</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-132035.html">Gemeenteblad 2016, nr. 132035</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van de gemeenteraad van Aalten 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/2016-07-01">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-08-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 6.7., 8.4.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze wijziging betreft een aanpassing van art. 8.4. en art. 6.7. lid 10. Artikel 6.7., lid 11 is vervallen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>1e Wijziging Verordening op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van de gemeenteraad van Aalten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Aalten;</al><al>gezien het voorstel van de agendacommissie d.d. 21 januari 2013;</al><al>gelet op het bepaalde in de Gemeentewet;</al><al>Besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van
                            de gemeenteraad van Aalten 2013.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>fractie: deel van de raad, bestaand uit één of meer raadsleden,
                                    die tot dezelfde politieke groepering behoren;</al></li><li nr="c."><al>vergadering: raadsvergadering als bedoeld in artikel 17 e.v.
                                    Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>gesprek: ronde-tafelgesprek ter voorbereiding van de
                                    raadsvergadering;</al></li><li nr="e."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening
                                    of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar devorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>motie: schriftelijke verklaring waardoor een oordeel, wens of
                                    verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="h."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="i."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel van een raadslid voor een
                                    verordening of een ander voorstel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Organisatie van de gemeenteraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1.</nr><titel>De voorzitter van de raad</titel></kop><al>De voorzitter van de raad is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of deze verordening hem verder
                                    opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2.</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daar toe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3.</nr><titel>Het seniorenconvent</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter van de raad, tevens
                                voorzitter, en de fractievoorzitters. De griffier of diens
                                plaatsvervanger is in elke vergadering van het seniorenconvent
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad of – indien het een
                                eenpersoonsfractie betreft – een fractievertegenwoordiger aan, dat
                                hem bij zijn afwezigheid in het seniorenconvent vervangt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het seniorenconvent.
                                Wanneer de stemmen staken beslist de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het seniorenconvent wordt beraadslaagd over bijzondere
                                bestuurlijke aangelegenheden en over zaken, die door de burgemeester
                                of door degenen, die om een vergadering hebben verzocht, worden
                                aangedragen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het seniorenconvent is belast met het werkgeverschap van de
                                griffie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter roept het seniorenconvent bijeen, indien hem dat
                                gewenst voorkomt of indien tenminste twee fractievoorzitters hierom
                                verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vergaderingen zijn niet openbaar</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4.</nr><titel>De agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een agendacommissie</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, de
                                waarnemend voorzitter en de fractievoorzitters. De griffier of diens
                                vervanger is in de vergadering van de agendacommissie aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad of – indien het een
                                eenpersoonsfractie betreft- een fractievertegenwoordiger aan, dat
                                hem bij zijn afwezigheid in de agendacommissie vervangt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agendacommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>voorbereiden en opstellen (concept) agenda van de
                                        vergaderingen en Rondetafelgesprekken en bijeenkomsten van
                                        de raad;</al></li><li nr="b."><al>vaststellen van het vergaderschema van de raad;</al></li><li nr="c."><al>aanbevelingen aan de raad doen over de organisatie van de
                                        werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="d."><al>de taken opgenomen in de artikelen 4.1, 6.4, 7.6, 7.7, 7,9
                                        en 8.4 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in de agendacommissie. De
                                waarnemend voorzitter heeft geen stem. Wanneer de stemmen staken
                                beslist de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergaderingen zijn openbaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Toelating van nieuwe raadsleden; benoeming wethouders; fracties en
                            fractievertegenwoordigers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1.</nr><titel>Toelating nieuwe raadsleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                                commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie
                                onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende
                                stukken van nieuw benoemde leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2.</nr><titel>Benoeming wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in
                                bestaande uit drie raadsleden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie heeft de taak om de gevorderde documenten van de
                                kandidaat wethouder te onderzoeken, te toetsen of deze voldoen aan
                                de in de Gemeentewet gestelde eisen en voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek verslag uit aan de raad en
                                adviseert de raad hierover voordat te raad tot benoeming overgaat.
                                In het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3.</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de raadsvoorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien één of meer leden van een of meer fracties als zelfstandige
                                fractie gaan optreden of indien één of meer leden van een fractie
                                zich aansluiten bij een andere fractie wordt hiervan zo spoedig
                                mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het
                                splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming
                                vereist van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De nieuwe naam van de fractie wordt gebruikt met ingang van de
                                eerstvolgende vergadering van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4.</nr><titel>Fractievertegenwoordigers.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere fractie kan bij de raad maximaal 3 personen voordragen, die
                                als fractievertegenwoordiger namens de fractie kunnen deelnemen aan
                                de ronde-tafelgesprekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De fractievertegenwoordigers krijgen toegang tot alle beschikbare
                                informatie over de geagendeerde onderwerpen, tenzij daarover
                                geheimhouding is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gedragscode voor de leden van de raad is van overeenkomstige
                                toepassing op de fractievertegenwoordigers.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De fractievertegenwoordigers leggen in handen van de voorzitter de
                                eed of verklaring en de belofte af.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Indeling werkzaamheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1.</nr><titel>Vergadermodel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad maakt onderscheid in beeldvormende, meningvormende
                                en besluitnemende behandeling. De agendacommissie stelt het karakter
                                van de behandeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Beeldvormende behandeling van een onderwerp heeft tot doel
                                raadsleden te informeren over het onderwerp en heeft zoveel mogelijk
                                een informeel karakter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Meningvormende behandeling van een onderwerp heeft tot doel dat de
                                raadsleden argumenten wisselen en zich politiek kunnen profileren
                                over het geagendeerde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Besluitnemende behandeling heeft tot doel besluiten te nemen over
                                geagendeerde onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Beeldvormende behandeling van onderwerpen vindt plaats in het
                                ronde-tafelgesprek of in een informatieve beeldvormende
                                bijeenkomst.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Meningvormende en besluitnemende behandeling van onderwerpen vindt
                                plaats in de raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Te agenderen voorstellen of onderwerpen worden in de regel eerst
                                beeldvormend, dan meningvormend en, voor zover noodzakelijk,
                                besluitnemend behandeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Agendavorming</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1.</nr><titel>Voorbereiding agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agendacommissie bereidt de agenda van de raad en de
                                ronde-tafelgesprekken voor. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie stelt de concept-agenda van de vergaderingen van
                                de raad en de agenda van de bijeenkomsten van de
                                ronde-tafelgesprekken vast. Bij het bepalen van de volgorde van de
                                agendapunten houdt de commissie rekening met de belangrijkheid
                                daarvan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter zendt de concept-agenda van vergaderingen en
                                bijeenkomsten van de raad tenminste 10 dagen vooraf aan de leden van
                                de raad, tenzij het spoedeisende karakter zich daartegen verzet.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van een
                                raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de
                                daarbij behorende stukken aan de leden verzonden, en openbaar
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2.</nr><titel>Agendapunten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agendacommissie plaatst in beginsel op de agenda van de raad de
                                van het college ontvangen raadsvoorstellen, initiatiefvoorstellen en
                                ingediende burgerinitiatieven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 genoemde onderwerpen worden - na behandeling in een
                                ronde-tafelgesprek - in de raad als bespreekstuk behandeld tenzij de
                                agendacommissie van oordeel is dat een onderwerp als hamerstuk op de
                                agenda van de raad kan worden geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Andere onderwerpen kunnen op de agenda worden geplaatst indien de
                                agendacommissie daartoe besluit. Ieder raadslid of de voorzitter kan
                                daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek doen aan de
                                agendacommissie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3.</nr><titel>Ingekomen stukken en raadsmededelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor deze lijst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alle ingekomen stukken zijn ter inzage voor de leden van de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de raad stelt de raad de wijze van afdoening de ingekomen stukken
                                vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4.</nr><titel>Openbare kennisgeving en toegang tot stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle vergaderingen en bijeenkomsten van de raad worden door
                                aankondiging in Aalten Vooruit en De Band en door plaatsing op de
                                website van de gemeente openbaar gemaakt, tenzij deze besloten
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen op de agenda dienen,
                                worden tegelijk met de verzending van de agenda voor een ieder op
                                het gemeentehuis ter inzage gelegd. Inzage voor inwoners is mogelijk
                                tijdens werkdagen (kantooruren) en op afspraak. Tevens zijn - indien
                                mogelijk – de stukken toegankelijk via de gemeentelijke
                                website.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Ronde-tafelgesprekken: voorbereiding raadsvergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1.</nr><titel>Het ronde-tafelgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het ronde-tafelgesprek is een beeldvormende bijeenkomst met als doel
                                het verzamelen van informatie over een onderwerp, zodat de raad
                                daarover een gewogen uitspraak kan doen of besluit kan nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gesprek is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffie draagt zorg voor de uitnodigingen voor het gesprek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het gesprek vindt tenminste 14 dagen voor de raadsvergadering op
                                dinsdagavond plaats. De agendacommissie kan een afwijkende dag
                                vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het gesprek vangt aan om 19.30 uur en om 21.00 uur tenzij de
                                agendacommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het ronde-tafelgespek wordt gehouden in het gemeentehuis tenzij de
                                agendacommissie anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2.</nr><titel>Indeling ronde-tafelgesprekken.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rondetafelgesprekken zijn als volgt ingedeeld:</al><lijst><li nr="a."><al>RTG-Ruimte</al></li><li nr="b."><al>RTG-Samenleving </al></li><li nr="c."><al>RTG-Bestuur en financiën </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>RTG-Ruimte behandelt de onderwerpen gerelateerd aan
                                        programma 2 (Onze Leefomgeving, programma 3 (Vergunningen en
                                        Afval), programma 4 (Ruimte en economie) van de
                                        programmabegroting.</al></li><li nr="b."><al>RTG-Samenleving behandelt de onderwerpen gerelateerd
                                        aan programma 5 (Mens en Samenleving) en programma 6 (De
                                        Klant) van de programmabegroting.</al></li><li nr="c."><al>RTG-Bestuur en Financiën behandelt de onderwerpen
                                        gerelateerd aan programma 1 (Bestuur en Advies) programma 7
                                        ( Fundament) en programma 8 (Schatkist).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere ronde-tafelgesprekken aangaat, wordt
                                het onderwerp besproken in het ronde-tafelgesprek die het onderwerp
                                het meest aangaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3.</nr><titel>De RTG-voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt en ontslaat de voorzitters van het
                                ronde-tafelgesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als RTG-voorzitter zijn benoembaar de leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De zittingsperiode van de voorzitter eindigt in ieder geval aan het
                                einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De RTG-voorzitter is geen lid van de ronde-tafelgesprekken. Hij is
                                belast met het leiden van het gesprek, het handhaven van de orde en
                                het doen naleven van de formele regels voor het gesprek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De RTG-voorzitter nodigt belanghebbenden, deskundigen en het college
                                uit aan tafel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De RTG-voorzitter verleent het woord. Daarvoor hanteert hij zoveel
                                mogelijk de vooraf bepaalde volgorde van sprekers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4.</nr><titel>Leden van de ronde-tafelgesprekken.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere fractie is vertegenwoordigd door één raadslid of een
                                fractievertegenwoordiger, tenzij de agendacommissie anders beslist.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden en plaatsvervangende leden van de ronde-tafelgesprekken
                                worden – op voorstel van de fractie - door de raad benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de leden en plaatsvervangende leden
                                van de ronde-tafelgesprekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Elk lid heeft één stem.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De zittingsperiode van de leden en plaatsvervangende leden eindigt
                                in ieder geval aan het eindevan de zittingsperiode van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5.</nr><titel>De rtg-griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In ieder gesprek is een RTG-griffier aanwezig, die functioneert
                                onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De RTG-griffier heeft tot taak de RTG-voorzitter bij te staan in
                                diens taak en zorgt voor de verslaglegging.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De RTG-griffier kan aan het gesprek deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6.</nr><titel>Deelnemers aan het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het gesprek kunnen deelnemen de in de raad vertegenwoordigde
                                fracties, een vertegenwoordiging van het college, burgers en
                                deskundigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgers kunnen zich tot aanvang van het gesprek bij de voorzitter of
                                de RTG-griffier melden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het gesprek kan alleen gaan over de onderwerpen die op de agenda van
                                het ronde-tafelgesprek staan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan zich laten bijstaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7.</nr><titel>De procedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers en deskundigen hebben de gelegenheid in het gesprek kort
                                relevante informatie, ideeën en meningen over geagendeerde
                                onderwerpen naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreker krijgt vijf minuten het woord. De RTG-voorzitter
                                hanteert dit als richttijd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden hebben de gelegenheid beknopt en zakelijk aan de andere
                                deelnemers een (nadere) toelichting te vragen op ingebrachte stukken
                                of de in het gesprek naar voren gebrachte zaken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eén vertegenwoordiger van elke fractie krijgt in eerste instantie de
                                gelegenheid om 2 vragen te stellen aan de belanghebbenden en
                                deskundigen. Een korte vraag ter verduidelijking van een eerdere
                                vraag is in de eerste ronde mogelijk en geldt niet als een tweede
                                vraag, tenzij de RTG-voorzitter anders beslist. Nadat elke fractie
                                in eerste instantie 2 vragen aan de belanghebbenden en deskundigen
                                heeft gesteld hebben de leden de gelegenheid om de overige vragen
                                aan hen te stellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Eén vertegenwoordiger van elke fractie krijgt daarna in eerste
                                instantie de gelegenheid om 2 vragen te stellen aan het college. De
                                werkwijze, gesteld in lid 4, is van overeenkomstige toepassing.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Zo nodig heeft het college de gelegenheid een beknopte toelichting
                                op de geagendeerde onderwerpen te geven en te reageren op de inbreng
                                van andere deelnemers aan het gesprek.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De RTG-voorzitter geeft de belanghebbenden en deskundigen aan het
                                eind van het gesprek de gelegenheid om een laatste reactie te geven.
                            </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leden bepalen of het onderwerp rijp is voor debat in de raad of –
                                conform het advies van de agendacommissie – als hamerstuk kan worden
                                geagendeerd. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Indien door de meerderheid wordt geconcludeerd dat een onderwerp
                                niet rijp is voor debat in de raad wordt het onderwerp of
                                teruggestuurd naar het college of nogmaals geagendeerd voor een
                                volgend ronde-tafelgesprek.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Wanneer één lid van het rondetafelgesprek verzoekt om een onderwerp
                                als bespreekstuk in de raad te behandelen, wordt dit verzoek
                                gehonoreerd.. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.8.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor een beknopt verslag van het
                                gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de RTG-griffier en alle
                                        deelnemers aan het gesprek;</al></li><li nr="b."><al>de inbreng van de deelnemers aan het gesprek;</al></li><li nr="c."><al>de vragen die naar voren zijn gebracht en de gegeven
                                        antwoorden;</al></li><li nr="d."><al>de nog openstaande vragen en de toezeggingen van het
                                        college;</al></li><li nr="e."><al>de conclusie van het gesprek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag wordt - indien mogelijk - vastgesteld in de
                                eerstvolgende raadsvergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.9.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het op enigerlei wijze verstoren van de orde is verboden. De
                                RTG-voorzitter kan in het kader van de handhaving van de orde
                                personen laten verwijderen uit de vergaderzaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering
                                geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan
                                mededeling aan de RTG-voorzitter en gedragen zich naar zijn
                                aanwijzingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.10.</nr><titel>Informatieve beeldvormende bijeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agendacommissie kan besluiten een informatieve beeldvormende
                                bijeenkomst te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de bijeenkomst informeert het college dan wel derden de
                                gemeenteraad over het geagendeerde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan zich laten bijstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agendacommissie bepaalt het openbare karakter van de
                                bijeenkomst.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Raadsvergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1.</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de derde
                                dinsdag van de maand volgens een jaarlijks door de agendacommissie
                                vast te stellen vergaderschema.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen vangen aan om 19.30 uur en duren tot 23.00 uur
                                tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergaderingen worden gehouden in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een van het schema
                                afwijkende dag en een ander aanvangsuur bepalen of een andere
                                vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is
                                van een spoedeisende situatie, overleg in de agendacommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2.</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de
                                leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                tijdstip en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de
                            presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door
                            de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.4.</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad opent de vergadering op het vastgestelde
                                uur indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                raad blijkens de presentielijst aanwezig is met de aankondiging van
                                een moment van persoonlijke bezinning op het raadswerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter van de raad, na
                                voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.5.</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de agenda wordt onderscheid gemaakt tussen bespreekstukken en
                                hamerstukken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bespreekstukken worden vóór de hamerstukken geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, kan de raad bij
                                de vaststelling van de agenda deze wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Eén lid van de raad kan 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering
                                aan de voorzitter kenbaar maken, dat hij hamerstuk alsnog als een
                                bespreekstuk wil behandelen. De raad beslist hierover bij de
                                vaststelling van de agenda.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.6</nr><titel>De wethouder</titel></kop><al>De agendacommissie kan één of meer wethouders uitnodigen om in de
                            vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                            nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.7</nr><titel>Vragenuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na vaststelling van de agenda vindt het vragenuur plaats. In
                                bijzondere gevallen kan de agendacommissie bepalen dat het vragenuur
                                op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk
                                tijdstip het vragenuur eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
                                meldt dit onder aanduiding van het onderwerp uiterlijk op de dag,
                                waarop de raadsvergadering wordt gehouden voor 9.00 uur bij de
                                voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het
                                vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet
                                voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de
                                raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                                vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de
                                overige leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
                                vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                stellen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
                                verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of
                                de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
                                geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.8.</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.9.</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste
                                zitplaats, door de voorzitter na overleg in de agendacommissie bij
                                aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na overleg in de agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.10.</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de
                            voorzitter van de raad mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                            stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de
                            presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                            hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.11.</nr><titel>Vergaderorde en spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eén lid van elke fractie krijgt maximaal 3 minuten de gelegenheid om
                                achter een katheder het fractiestandpunt over een onderwerp of
                                voorstel kenbaar te maken. Spreker mag in zijn betoog niet worden
                                gestoord. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vervolgens vindt de beraadslaging over een onderwerp of voorstel
                                plaatst in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ieder voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van
                                hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van de raad en de voorzitter kunnen in een vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen. De raad beslist hier direct
                                over.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                voorzitter hem gedurende de vergadering over het onderwerp het woord
                                ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en, indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.12.</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                            leden en de overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.13.</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter
                                kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen
                                tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat
                                nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.14.</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                                leden van de raad, de wethouder, de griffier en de voorzitter
                                deelnemen aan de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één
                                van de leden van de raad genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.15.</nr><titel>Afronding en vervolgprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat de meningen gewisseld zijn sluit de voorzitter de
                                beraadslagingen, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de sluiting van de beraadslagingen over een onderwerp bepaalt de
                                raad op voorstel van de voorzitter de vervolgprocedure. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.16.</nr><titel>Algemene bepalingen over stemmingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stemmingen hebben plaats nadat de beraadslagingen zijn afgesloten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na een stemming over eventuele (sub) amendementen, vindt de stemming
                                plaats over het voorstel in zijn geheel en ondeelbaar, zoals het dan
                                luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel plaatsvindt, formuleert de
                                voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voordat de raad over een onderwerp of voorstel tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag kort te
                                motiveren (stemverklaring).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                stemming is aangenomen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag
                                vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich
                                op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben
                                onthouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te
                                brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig
                                artikel 7.10 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar
                                de volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
                                zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28
                                Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit
                                te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan
                                hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
                                heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat
                                de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                                stemming brengt dit echter geen verandering.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.17.</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt
                                eerst over dat amendement gestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst
                                over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig
                                voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter van de raad de
                                volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel,
                                dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in
                                stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt
                                eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie, tenzij
                                de raad anders beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.18.</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht
                                of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje
                                in te leveren. De stembriefjes zijn identiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen,
                                voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de
                                voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op
                                één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te
                                openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                verstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="2."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="3."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij
                                        de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="4."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                        voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is
                                        voorgedragen</al></li><li nr="5."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd
                                        dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst><al>De voorzitter gaat dit na en het stembureau ziet hierop toe.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na
                                vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.19.</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich
                                hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over
                                meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                plaatshebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.20.</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                gekozen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.21.</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor een zakelijk verslag en de
                                besluitenlijst van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk,
                                aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de
                                schriftelijke oproep.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de raadsvoorzitter, de wethouders en de griffier hebben
                                het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien
                                het conceptverslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft
                                hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering kan
                                plaatsvinden tot het moment dat het verslag wordt vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de
                                        ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die
                                        afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd
                                        hebben </al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding
                                        van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                        vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                        leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de
                                        namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet
                                        van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van
                                        hun stem hebben vergist;</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                        initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                        amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid
                                        van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in
                                        artikel 7.14 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de
                                        beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende raadsvergadering vastgesteld,
                                waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen
                                niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de
                                vergadering openbaar gemaakt op de in de gemeente gebruikelijke
                                wijze.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Rechten van raadsleden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1.</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Er kan
                                alleen beraadslaagd worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden van de raad die de presentielijst getekend hebben en in de
                                vergadering aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (subamendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter
                                worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het
                                eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een
                                mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of subamendement
                                is mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2.</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot sluiting van de raadsvergadering een
                                motie indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel dat op de agenda staat vindt tegelijk met de beraadslaging
                                over dat onderwerp of voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de vergadering waar een motie wordt ingediend, wordt deze tevens
                                in stemming gebracht, tenzij deze door de indiener(s) wordt
                                ingetrokken of de raad besluit de stemming over de motie uit te
                                stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.3.</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.4.</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan een initiatiefvoorstel indienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter
                                kennis van het college en de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan binnen 4 weken nadat het ter kennis is gesteld van
                                een initiatiefvoorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met
                                betrekking tot het voorstel ter kennis van de gemeenteraad
                                brengen..</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het initiatiefvoorstel wordt - nadat het college schriftelijk wensen
                                en bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar
                                heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in
                                het vierde lid gestelde termijn is verlopen - door de
                                agendacommissie geplaatst op de voorlopige agenda van de
                                raadsvergadering. Ter voorbereiding daarvan wordt het voorstel
                                geagendeerd voor het rondetafelgesprek.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op een spoedeisend initiatiefvoorstel, inhoudende het ontslag van
                                een wethouder zijn de bepalingen in dit artikel niet van toepassing.
                                Een dergelijk voorstel kan na instemming van de raad terstond aan de
                                agenda worden toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.5.</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                72 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering,
                                na indiening van het verzoek, bepaalt de raad op welk tijdstip
                                tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan
                                eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.6.</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden
                                schriftelijke beantwoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats middels een
                                raadsmededeling, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen
                                zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of
                                de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.7.</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de
                                Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe door tussenkomst van
                                de griffier schriftelijk ingediend bij het college of de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Planning en Control</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1.</nr><titel>Programmabegroting, Jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan richtlijnen vaststellen voor de indeling en inrichting
                                van de Programmabegroting en de Jaarrekening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat de raad daarover besluit overlegt hij daarover met het
                                college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2.</nr><titel>Behandelprocedure</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de
                            Programmabegroting respectievelijk van het Jaarverslag en de
                            Jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een
                            procedure die de raad vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3.</nr><titel>Werkgroep Financiën: instelling en aandachtsgebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een Werkgroep Financiën.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgroep heeft als aandachtsgebied alle activiteiten die van
                                belang zijn voor een goede beheersing van de gemeente op het gebied
                                van rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid in het kader
                                van de kaderstellende en controlerende rol van de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder de in het tweede lid bedoelde activiteiten wordt in ieder
                                geval begrepen: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van het door de raad vast te stellen
                                        controleprotocol;</al></li><li nr="b."><al>het zijn van aanspreekpunt voor de accountant richting de
                                        raad betreffende de opzet en uitvoering van de
                                        accountantscontrole;</al></li><li nr="c."><al>een overlegplatform te zijn voor de voorgenomen
                                        controleaanpak door de accountant met de mogelijkheid om
                                        specifieke aandacht te doen besteden aan bepaalde posten of
                                        organisatieonderdelen;</al></li><li nr="d."><al>een overlegplatform te zijn over de uitkomsten van de door
                                        de accountant uitgevoerde controles;</al></li><li nr="e."><al>het (tussentijds) evalueren van de werkzaamheden van de
                                        accountant; </al></li><li nr="f."><al>het voorbereiden van de selectie van de accountant na afloop
                                        van het contract met de accountant en advisering over
                                        contractverlening dan wel keuze van een (andere)
                                        accountant;</al></li><li nr="g."><al>een afstemmingsoverleg te zijn over voorgenomen onderzoeken
                                        door accountant en college;</al></li><li nr="h."><al>bespreken van aanbevelingen die in de accountantscontrole en
                                        in de managementletter worden gedaan;</al></li><li nr="i."><al>bespreken van de opzet van de verschillende financiële
                                        rapportages;</al></li></lijst><lijst><li nr="j."><al>het adviseren aan de gemeenteraad over genoemde zaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werkgroep heeft geen directe opdrachtgevende rol naar de externe
                                accountant, andere onderzoeksbureaus of de gemeentelijke
                                organisatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4.</nr><titel>Werkgroep Financiën: samenstelling en zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt de leden van de werkgroep. Per fractie kan één
                                raadslid of fractievertegenwoordiger benoemd worden in de
                                werkgroep.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad benoemt uit zijn midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier of diens plaatsvervanger is secretaris en kan eveneens
                                aan de beraadslagingen deelnemen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De zittingsperiode van de leden eindigt in ieder geval aan het einde
                                van de zittingsperiode van de raad of bij ontslag als lid van de
                                raad. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan een lid tussentijds ontslaan. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5.</nr><titel>Werkgroep Financiën: vergaderingen en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgroep vergadert zoveel als zij nodig acht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen
                                van de werkgroep, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van
                                de uitgangspunten en het bevorderen van een helder advies. De
                                voorzitter wordt daarbij ondersteund door de secretaris van de
                                commissie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgroep kan het college, een vertegenwoordiger van de
                                rekenkamercommissie, de accountant en anderen verzoeken de
                                vergadering bij te wonen en de werkgroep te adviseren. Het college
                                kan zich laten bijstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college wordt in principe voor elke vergadering van de werkgroep
                                uitgenodigd. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar, tenzij de
                                commissie anders bepaalt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De adviezen van de commissie zijn openbaar, tenzij de commissie
                                anders bepaalt. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Van iedere vergadering wordt een verslag gemaakt onder
                                verantwoordelijkheid van de griffier. Het verslag is niet openbaar
                                en wordt vastgesteld door de werkgroep </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het verslag van de vergaderingen wordt vertrouwelijk ter kennis
                                gebracht aan de leden van de raad en het college. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op verzoek van de raad geeft de voorzitter van werkgroep een
                                toelichting. Vertrouwelijke mededelingen worden in een besloten
                                vergadering gedaan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10.</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.1.</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een
                                gemeenschappelijk orgaan ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen of in een andere organisatie of
                                institutie, heeft de mogelijkheid om schriftelijk verslag te doen
                                over zaken die in het algemeen bestuur of gemeenschappelijk orgaan
                                aan de orde zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. Artikel 8.6. is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                Artikel 8.7. is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>11.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.2.</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst, dan wel het verslag van een besloten vergadering
                                wordt niet verspreid, maar ligt uitsluitend voor de leden ter
                                inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluitenlijst, dan wel het verslag wordt zo spoedig mogelijk in
                                een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar
                                maken van dit verslag. De vastgestelde besluitenlijst, dan wel het
                                verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.3.</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van een besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.4.</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>12.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.1.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                                de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden. De voorzitter kan in het kader
                                van de handhaving van de orde personen laten verwijderen uit de
                                vergaderzaal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.2.</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.3.</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen, dat inbreuk kan maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>13.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.1.</nr><titel>Uitleg verordening.</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel
                            omtrent de toepassing van de verordening, beslist de raad op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.2.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Verordening op de vergaderingen en organisatie van de
                                werkzaamheden van de gemeenteraad van Aalten 2011, vastgesteld bij
                                raadsbesluit van 19 april 2009 en nadien gewijzigd, wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2013.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Aalten d.d. 19 februari 2013.</ondertekening><ondertekening>De griffier, M.A.J.B. Fiering</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, G. Berghoef</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel>op de verordening</titel></kop><al/><al><vet>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1.1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Onder 'aanhangig' wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd. De
                    omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel luiden hetzelfde als
                    in de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Organisatie van de gemeenteraad</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2.1. De voorzitter</vet></al><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de
                    Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel
                    77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het
                    raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de
                    burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst in jaren
                    degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de
                    mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het
                    recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de
                    beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de
                    handhaving van de orde in de vergadering.</al><al/><al><vet>Artikel 2.2. De griffier</vet></al><al>De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikel 100 Gemeentewet). De
                    griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad.
                    Hij is in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad
                    de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede
                    lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet
                    (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking
                    tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. </al><al/><al><vet>Artikel 2.3. Het seniorenconvent. </vet></al><al>Het seniorenconvent is een overlegorgaan, dat in de praktijk al jaren bestaat en
                    waarin de burgemeester aan de fractievoorzitters mededelingen doet over zaken,
                    die gaan spelen of met hun overleg pleegt over zaken, die nog niet ter
                    besluitvorming aan de raad kunnen worden voorgelegd<vet>. </vet>Er kunnen
                    vertrouwelijke mededelingen worden gedaan c.q. politiek gevoelige zaken worden
                    besproken.Elke partij heeft met één lid (de fractievoorzitter of diens
                    vervanger) zitting in het seniorenconvent. </al><al/><al><vet>Artikel 2.4. De agendacommissie</vet></al><al>De agendacommissie is de spil in de agendavorming van de RTG en de raad en
                    draagt zorg voor een goede organisatie van het raadswerk. De agendacommissie
                    vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in de
                    ronde-tafelgesprekken en de raad. De fractievoorzitter van elke fractie of diens
                    vervanger, de voorzitter van de raad en de waarnemend voorzitter van de raad
                    hebben zitting in de agendacommissie. De fractievoorzitters hebben elk één stem.
                    De waarnemend voorzitter heeft geen stem in de agendacommissie. Wanneer de
                    stemmen staken beslist de voorzitter.</al><al>Het is van belang dat in de agendacommissie elke partij een stem heeft die even
                    zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een
                    dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties
                    bij de raadsvergaderingen vergroten. </al><al/><al>De griffier is bij elke vergadering van de agendacommissie aanwezig, omdat de
                    griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda
                    eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3. Toelating van nieuwe leden; benoeming wethouders; fracties en
                        fractievertegenwoordigers.</vet></al><al/><al><vet>Artikel 3.1. Toelating nieuwe raadsleden.</vet></al><al>Bij aanvang van een nieuwe raadsperiode en bij tussentijds vertrek van een
                    raadslid, beslist de raad over de toelating van nieuwe raadsleden. Met de
                    geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde
                    kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is
                    bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk
                    aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2 Kieswet). Tegelijk met de
                    mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd
                    waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad
                    toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring
                    met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de GBA met
                    zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken
                    waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, lid 2
                    Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in
                    een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode
                    (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder
                    meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De
                    commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel
                    mondeling als schriftelijk.</al><al/><al>De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter
                    een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat
                    de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het
                    onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing
                    of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de laatste samenkomst van
                    de raad in oude samenstelling na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van
                    de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten
                    en van de lijstverbindingen.</al><al/><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn
                    leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een
                    nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een
                    raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in
                    nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal
                    hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of
                    verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de
                    toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of
                    verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                    raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                    vastgelegd.</al><al/><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot
                    toelating als lid van de raad is vervallen door inwerkingtreding van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur in 2002.</al><al>Het eerste lid van dit artikel is verduidelijkt. Na de gemeenteraadsverkiezingen
                    heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij
                    adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige
                    wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (is deze juist vastgesteld).
                    Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De
                    raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de
                    verkiezingen en de vaststelling van de uitslag.</al><al>De raad heeft dus de bevoegdheid om te besluiten tot het hertellen van de
                    stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide
                    eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het
                    proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of
                    herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad tot een
                    dergelijk besluit over gaat. Het feit dat een fractie een klein aantal (bijv. 3)
                    stemmen te weinig heeft om een extra zetel te behalen is geen valide motivering
                    om tot hertelling over te gaan. Een proces-verbaal waaruit blijkt dat kiezers
                    bezwaar hebben gemaakt over de onzorgvuldige wijze waarop het stembureau na
                    sluiting de stemmen heeft geteld, kan dit wel zijn.</al><al/><al><vet>3.2. Benoeming wethouder</vet></al><al>Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet
                    vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder
                    geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet
                    geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan
                    een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen
                    voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het
                    raadlidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c). Het ligt voor de
                    hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek
                    naar de geloofsbrieven in te stellen. Dit artikel is ook van toepassing als er
                    geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd, de incomptabiliteiten
                    en nevenfuncties dienen immers opnieuw beoordeeld te worden.</al><al>Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de
                    geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, lid 2
                    Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één
                    stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw
                    raadslid te benoemen. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is een risico. Het
                    kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat
                    de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd.</al><al/><al><vet>Artikel 3.3. Fracties</vet></al><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder
                    een fractie moet worden verstaan. De Kieswet en de Gemeentewet kennen een
                    dergelijk begrip niet. In de Gemeentewet in artikel 33, tweede lid, wordt wel
                    uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht
                    op fractie-ondersteuning). </al><al/><al>Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen,
                    worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd.
                    De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de
                    kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de
                    raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan
                    echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft
                    staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de
                    aanduiding mee.</al><al/><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.
                    Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
                    Raadsleden kunnen ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd
                    hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een
                    dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie
                    plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede. Het
                    is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een
                    fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten
                    bij een bestaande fractie.</al><al>Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke
                    titel worden verkozen en benoemd (dit laatste door de voorzitter van het
                    stembureau). Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet,
                    waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De
                    volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet
                    gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens
                    bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de
                    individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen.
                    De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van
                    fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.</al><al>Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel 'hoort' dan ook
                    niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor
                    ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of
                    zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te
                    veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen
                    heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en
                    splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit
                    over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad
                    is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling
                    is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.</al><al>Dit betekent ook dat:</al><lijst><li nr="-"><al>kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die
                            lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak
                            maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van
                            aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat
                            dergelijke afspraken nietig zijn, vanwege strijd met de Gemeentewet en
                            de Kieswet;</al></li><li nr="-"><al>personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap
                            niet verliezen;</al></li><li nr="-"><al>als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de
                            verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te
                            weren.</al></li></lijst><al>In de praktijk levert een nieuwe naamvoering van een fractie soms problemen op,
                    bijvoorbeeld doordat een naam wordt gekozen die sterk lijkt op de naam van een
                    al bestaande fractie. In dat geval dient de naam getoetst te worden aan de
                    afwijzingsgronden uit artikel G 3 van de Kieswet. Dit is een logische
                    voorwaarde. Indien de nieuwe fractie wil meedoen aan de eerstvolgende
                    raadsverkiezingen zal dit ook gebeuren. Bij registratie als politieke groepering
                    wordt getoetst aan hoofdstuk G van de Kieswet, waarin staat aangegeven in welke
                    gevallen deze registratie geweigerd wordt.</al><al/><al>Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische
                    gevolgen hebben, te denken valt aan: fractievergoedingen en –faciliteiten,
                    fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in agendacommissie,
                    seniorenconvent, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in
                    ronde-tafelgesprekken. Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid
                    dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene
                    oorspronkelijk was gekozen (artikel P19 Kieswet).</al><al/><al><vet>Artikel 3.4. Fractievertegenwoordigers.</vet></al><al>Namens de fractie kunnen in een ronde-tafelgesprek zowel raadsleden als
                    fractievertegenwoordigers deel nemen. Om de positie van de
                    fractievertegenwoordigers te formaliseren worden zij door de gemeenteraad bij
                    raadsbesluit aangewezen. De fractievertegenwoordigers behoren zich te houden aan
                    de gedragscode, zoals die ook voor de leden van de raad geldt. </al><al/><al>In dit artikel is geregeld dat iedere fractie maximaal 3 personen kan
                    voordragen, die als fractievertegenwoordiger namens de fractie deelnemen aan de
                    ronde-tafelgesprekken. Dit vloeit voort uit het raadsbesluit van 15 februari
                    2011.Overigens is er een overgangsregeling afgesproken in de raad van 15
                    februari 2011 dat deze bepaling pas na de gemeenteraadsverkiezing van 2014 in
                    gaat. De huidige raadsvolgers zijn namelijk door de gemeenteraad benoemd voor de
                    duur van de huidige zittingsperiode van de raad. Dit besluit wordt
                    gerespecteerd. Wel is een “herenafspraak” gemaakt dat bij tussentijdse
                    beëindiging van lid/plv lid RTG geen nieuwe raadsvolger wordt benoemd indien er
                    al 3 of meer raadsvolgers van deze fractie zijn benoemd. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4. Indeling werkzaamheden</vet></al><al/><al><vet>Artikel 4.1. Vergadermodel.</vet></al><al>Op basis van advies van de werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing isin april
                    2009 besloten om het zgn. Voorster-model in te voeren. Het Voorster-model
                    structureert het besluitvormingsproces in drie fasen namelijk Beeldvorming
                    (informatie verzamelen) Oordeelsvorming (mening vormen) en Besluitvorming. De
                    gedachte hierachter is het volgende: als men met elkaar een ordentelijk politiek
                    wil bedrijven, is het verstandig een vraagstuk eerst te verkennen alvorens te
                    oordelen en vervolgens te besluiten. De beeldvorming vindt plaats in de
                    ronde-tafelgesprekken. In die fase is het aan de raadsfracties informatie te
                    verzamelen door zoveel mogelijk feiten te verzamelen. Aan inwoners en
                    belanghebbenden wordt de ruimte geboden om meningen en ideeën te geven, waarmee
                    de raadsfracties beïnvloed worden in hun meningvorming.</al><al>De meningvorming vindt plaats in de raadsvergadering. Het debat tussen de
                    raadsfracties op basis van argumenten scherpt de meningen. De meningvorming
                    wordt beëindigd met de conclusie of het onderwerp al besluitrijp is. Is dat het
                    geval neemt de gemeenteraad een besluit. Wanneer echter de meerderheid van de
                    raad het onderwerp nog niet besluitrijp vindt, wordt het besluit niet eerder
                    genomen dan in de eerst volgende raadsvergadering of terug gestuurd naar het
                    college. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5. Agendavorming </vet></al><al/><al><vet>Artikel 5.1. Voorbereiding agenda.</vet></al><al>Zoals in artikel 2.4. is aangegeven is de agendacommissie de spil in de
                    agendavorming van de RTG en de raad. De agendacommissie bereidt de agenda’s van
                    de raad en de ronde-tafelgesprekken voor en stelt de agenda van de
                    ronde-tafelgesprekken vast. Voorts stelt de agendacommissie de concept-agenda
                    van de raad vast. De raad stelt bij aanvang van de raadsvergadering de agenda
                    vast. Zie ook artikel 7.5. In het vierde lid wordt geregeld dat de voorzitter
                    van de raad in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda kan opstellen. In de
                    dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om 10
                    dagen voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de
                    'waan' van de dag. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden
                    van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken
                    rondsturen. Dit kan tot uiterlijk 24 uur voor de aanvang van de vergadering. </al><al/><al><vet>Artikel 5.2. Agendapunten</vet></al><al>De van het college ontvangen raadsvoorstellen alsmede de van een raadslid of
                    fractie ontvangen initiatiefvoorstellen alsmede de burgerinitiatieven worden op
                    de agenda van de raad geplaatst. Uitgangspunt is dat deze eerst in een
                    ronde-tafelgesprek aan de orde komen. Fracties moeten namelijk wel de
                    gelegenheid hebben om informatie te kunnen verzamelen c.q. vragen te stellen
                    over het voorliggende onderwerp. De agendacommissie geeft vooraf wel aan of een
                    voorstel (met name technische ontwerpen zoals een verordening) - na behandeling
                    in een ronde-tafelgesprek – als hamerstuk kan worden geagendeerd. Uiteraard
                    gebeurt dat indicatief. Na behandeling in de RTG wordt het onderwerp als
                    hamerstuk geagendeerd tenzij de meerderheid van de leden van het
                    ronde-tafelgesprek aangeeft dat een onderwerp toch als bespreekstuk moet worden
                    behandeld. Zie ook artikel 6.7. </al><al>Het kan natuurlijk zijn dat tussen de behandeling in het ronde-tafelgesprek en
                    de raadsvergadering informatie wordt ontvangen waaruit blijkt dat het wenselijk
                    is dat het onderwerp alsnog als bespreekstuk in de raad moet worden behandeld.
                    In dat geval kan een lid van de raad, 48 uur voor de aanvang van de raad
                    gemotiveerd aan de voorzitter kenbaar maken dat hij een hamerstuk alsnog als
                    bespreekstuk wil behandelen. Bij de vaststelling van de agenda van de raad
                    besluit de raad vervolgens over het verzoek. Zie ook artikel 7.5. </al><al>In lid 3 is bepaalt dat de agendacommissie andere onderwerpen op de agenda kan
                    plaatsen. Wanneer een raadslid of fractievertegenwoordiger in bijvoorbeeld
                    ingekomen brieven van inwoners of bedrijven, raadsmededelingen of beantwoording
                    van schriftelijke vragen, een bespreekstuk ziet, kan hij/zij de agendacommissie
                    gemotiveerd vragen om agendering. Uitgangspunt is dat één verzoek voldoende is,
                    omdat ieder raadslid anders toch via een andere formele weg
                    (motie/interpellatie) het onderwerp kan agenderen. </al><al>Indien de agendacommissie hiertoe besluit, wordt het op de agenda van een
                    ronde-tafelgesprek geplaats en op de agenda van de raad. </al><al/><al>Overigens is het goed te bezien of het tijdstip van agendering passend is gelet
                    op een mogelijk behandeltraject van het college waarin dan geïntervenieerd gaat
                    worden. De agendacommissie zou er voor kunnen kiezen om eerst de antwoordbrief
                    van het college aan de burger (kopie komt naar de raad) af te wachten voordat
                    het onderwerp wordt geagendeerd. </al><al/><al><vet>5.3. Ingekomen stukken en raadsmededelingen</vet></al><al>Alle ingekomen stukken en raadsmededelingen worden gepubliceerd op het
                    Raadsinformatiesysteem en ter inzage gelegd in de leeskamer. Omtrent de (aan de
                    raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen gedaan en besluiten
                    genomen van procedurele aard, bijvoorbeeld voor kennisgeving aannemen, voor
                    kennisgeving aannemen en in handen stellen van het college ter afdoening,
                    voorlopig voor kennisgeving aannemen in afwachting van nadere rapportage/advies
                    van het college, voorlopig voor kennisgeving aannemen met het voorstel deze te
                    behandelen bij de vaststelling van het bestemmingsplan of na advies van de
                    bezwaarschriftencommissie, steunen, afwijzen etc. </al><al/><al>Omdat de burgemeester formeel (artikel 74 Gemeentewet) aan de raad mededeling
                    behoort te doen van ingekomen stukken, wordt de lijst als vast agendapunt
                    opgenomen op de agenda van de raadsvergadering. </al><al/><al><vet>5.4 Openbare kennisgeving en toegang tot stukken.</vet></al><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid, van de Gemeentewet. Voor wat betreft de wijze van publicatie is
                    aangesloten bij artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de
                    verplichting opgenomen om de agenda en stukken ook op het internet te plaatsen.
                    Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit gewenst. Dit is echter niet
                    verplicht op grond van de Gemeentewet. In de verordening is expliciet vastgelegd
                    in welke dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen de aankondiging van de vergadering
                    wordt geplaatst.</al><al/><al>Onder de stukken ter inzage wordt verstaan; de zogenaamde ‘achterliggende’
                    stukken waarvan in raadsvoorstellen melding wordt gemaakt. (ambtelijke adviezen,
                    toelichtende nota’s, etc.).</al><al>Een agendapunt kan betrekking hebben op een grote hoeveelheid verschillende
                    stukken, die bijvoorbeeld betrekking hebben op een groot bouwproject. Omdat
                    raadsleden zich bezighouden met een groot aantal verschillende onderwerpen en
                    voorstellen, is het niet wenselijk dat raadsleden alle onderliggende stukken
                    krijgen toegezonden. Uiteraard dienen alle raadsleden en andere geïnteresseerden
                    wel de mogelijkheid te hebben om alle stukken desgewenst in te zien. Hiervoor
                    hebben ze voldoende tijd nodig. Daarom worden alle stukken gelijktijdig met het
                    verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden.</al><al/><al>Een stuk is een ‘document’ in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
                    Een document houdt in: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of
                    ander materiaal dat gegevens bevat. Onder documenten vallen niet alleen de door
                    de overheidsorganen gecreëerde stukken of ander materiaal. Ook alle van buiten
                    komende stukken en ander voor overheidsorganen bestemd materiaal zoals agenda’s,
                    verslag, (concept)adviezen en magneetbanden verkrijgen de status van document in
                    de zin van de Wob.</al><al>Indien het gaat om geheime of vertrouwelijke stukken, waarop voorlopige
                    geheimhouding is opgelegd door het bestuursorgaan dat het document aanbiedt aan
                    de raad, dient dit duidelijk op het stuk te zijn aangegeven. Ook kan worden
                    overwogen hiervan geen kopieën te laten maken, omdat het gevaar bestaat dat vaak
                    gekopieerde stukken toch in de openbaarheid komen.</al><al>De griffier vervult de secretariaatsfunctie ten dienste van de raad. Het ligt
                    dan ook in de rede dat stukken, die betrekking hebben op de agenda en de
                    voorstellen van de raadsvergadering en die geheim moeten blijven bij hem ter
                    inzage worden gelegd. Op verzoek van de leden van de raad kan de griffier inzage
                    aan hen verlenen. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Ronde-tafelgesprekken: voorbereiding raadsvergadering.</vet></al><al/><al><vet>Artikel 6.1. Het ronde-tafelgesprek</vet></al><al>Het ronde-tafelgesprek is geen commissievergadering als bedoeld in artikel 82,
                    eerste lid van de Gemeentewet. Het ronde-tafelgesprek is een beeldvormende
                    bijeenkomst met als doel het verzamelen van informatie over een onderwerp, zodat
                    de raad daarover een gewogen uitspraak kan doen of besluit kan nemen. De leden
                    van het ronde-tafelgesprek gaanin gesprek met inwoners en belanghebbenden
                    uit de gemeente, met deskundigen, de portefeuillehouder en ambtenaren. Het
                    stellen van vragen en inventariseren van informatie staat centraal. Dit
                    instrument is bedoeld voor zowel de raad als het college om de leden in
                    gelegenheid te stellen informatie te winnen van mensen die in de praktijk met de
                    beleidsvelden hebben te maken. Tijdens die bijeenkomst is het nadrukkelijk niet
                    de bedoeling om meningen en opvattingen kenbaar te maken. Het uitnodigen van
                    belanghebbenden en andere betrokkenen en het openbaar publiceren van de agenda
                    dragen ertoe bij dat inwoners, instellingen en bedrijven de raadsfracties zoveel
                    mogelijk informatie kunnen voorzien. De agendacommissie is verantwoordelijk voor
                    de uitnodigen. </al><al>De onderwerpen die aan de orde komen, zijn politiek belangrijk en van belang
                    voor de burger. </al><al>Een ronde-tafelgesprek vindt plaats aan de hand van een door de agendacommissie
                    opgemaakte agenda en is altijd openbaar.</al><al/><al>In de regel vindt het gesprek 14 dagen voor de raadsvergadering plaats en wel op
                    de dinsdagavond. Op deze avond worden in de regel twee parallelle sessies
                    georganiseerd. Een in de raadszaal en één op de zolderruimte. Een sessie is van
                    19.30 tot 20.30 uur; de andere sessie van 21.00 uur tot 22.30 uur.</al><al/><al><vet>Artikel 6.2. Indeling ronde-tafelgesprekken.</vet></al><al>In de verordening is gekozen voor een stelsel van meerdere
                    ronde-tafelgesprekken. Aan de hand van de programmabegroting is voor de volgende
                    indeling gekozen: </al><lijst><li nr="-"><al>Ruimte (Programma’s 2, 3 en 4)</al></li><li nr="-"><al>Samenleving (programma’s 5 en 6)</al></li><li nr="-"><al>Bestuur en financiën (programma’s 1, 7 en 8).</al></li></lijst><al/><al>Het derde lid betekent dat een onderwerp in principe in één RTG wordt
                    behandeld</al><al>Bijna alle onderwerpen hebben wel raakvlakken met meer dan één RTG. Met name het
                    financiële aspect speelt bij nagenoeg elk onderwerp een rol. Dit heeft tot
                    gevolg dat nagenoeg alle onderwerpen in meer dan één RTG zouden moeten worden
                    besproken. Bepaalde onderwerpen zouden zelf in alle RTG’s moeten worden
                    behandeld. Dat is geen praktische gang van zaken. </al><al/><al>Uiteraard zijn er onderwerpen die zich lenen voor behandeling in meerdere RTG’s.
                    Met name politiek gevoelige onderwerpen. In dergelijke incidentele gevallen kan
                    een brede informatieve bijeenkomst worden georganiseerd. Zie artikel 6.10.</al><al/><al><vet>Artikel 6.3. RTG voorzitters</vet></al><al>De rol van de voorzitter in het RTG is van groot belang. De voorzitter heeft tot
                    taak het gesprek te leiden. Hij is dus technisch voorzitter en bewaakt het doel
                    van het gesprek, de orde en de tijd. De voorzitters van RTG’s zijn lid van de
                    gemeenteraad. Uit een oogpunt van continuïteit en werkbelasting worden minimaal
                    6 voorzitters benoemd, die volledig uitwisselbaar zijn. </al><al/><al><vet>Artikel 6.4. Leden van de ronde-tafelgesprekken.</vet></al><al>Hierin is geregeld dat iedere fractie in het ronde-tafelgesprek is
                    vertegenwoordigd door één raadslid of fractievertegenwoordiger, tenzij de
                    agendacommissie anders beslist. </al><al>Na de gemeenteraadsverkiezing van 2010 is afgesproken dat de RTG-en bestaan uit
                    7 leden. (CDA 2 leden en overige fracties 1 lid). Rekeninghoudend met de huidige
                    zetelverdeling in de gemeenteraad heeft de raad in zijn vergadering van 15
                    februari 2011 besloten om de huidige samenstelling te handhaven. </al><al/><al>Om te voorkomen dat de verordening na elke raadsverkiezing moet worden aangepast
                    is in de verordening opgenomen dat de agendacommissie kan besluiten om af te
                    wijken van het feit dat iedere fracties is vertegenwoordigd met één raadslid of
                    fractievertegenwoordiger. </al><al>Op grond van het derde lid moeten de leden en plaatsvervangende leden, evenals
                    raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15
                    van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn,
                    over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties kenbaar
                    moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in
                    strijd mogen handelen met artikel 15 Gemeentewet. </al><al/><al><vet>Artikel 6.5. De RTG-griffier.</vet></al><al>Iedere ronde-tafelgesprek wordt ondersteund door een RTG-griffier. De
                    RTG-griffier kan een medewerker zijn van de griffie of van de ambtelijke
                    organisatie. Hij functioneert onder verantwoordelijkheid van de griffier. De
                    RTG-griffier is altijd bij het ronde-tafelgesprek aanwezig. In principe neemt
                    hij niet deel aan het gesprek. De mogelijkheid is in het derde lid wel
                    gegeven.</al><al/><al><vet>Artikel 6.6. Deelnemers aan het gesprek</vet></al><al>Om zo laagdrempelig mogelijk te zijn, is het niet nodig dat burgers zich vooraf
                    melden voor deelname. Tot aanvang van het gesprek kan men zich melden. Burgers
                    hebben alleen spreekrecht, wanneer zij aan tafel plaats nemen. Vanaf de publieke
                    tribune kan niet worden meegepraat.</al><al>Verder is een portefeuillehouder namens het college aanwezig. Deze laat zich –
                    indien wenselijk – bijstaand door de behandelend ambtenaar. Het college kan
                    verzoeken bijgestaan te worden door andere adviseurs. Op die manier worden de
                    fracties direct en accuraat van informatie voorzien. </al><al/><al><vet>Artikel 6.7. De procedure</vet></al><al>Nadat de belanghebbenden hun mening kenbaar hebben gemaakt krijgt in eerste
                    instantie één vertegenwoordiger van elke fractie de gelegenheid krijgt om
                    maximaal 2 vragen te stellen; daarna krijgt degene die nog vragen wil stellen de
                    mogelijkheid zijn overige vragen te stellen. </al><al>Het feit dat er maar maximaal 2 vragen mogen worden gesteld berust op een
                    misverstand. In de eerste ronde mag één vertegenwoordigers van elke fractie
                    maximaal 2 vragen stellen. Dit om te voorkomen dat de eerste spreker alle gras
                    voor de voeten van de anderen wegmaait. Daarna mag iedereen zoveel vragen
                    stellen als hij wil. Om alle informatie te kunnen krijgen moeten de leden
                    uiteraard de gelegenheid krijgen om meerdere vragen te stellen. Dat kan altijd
                    in de tweede ronde. </al><al>Zoals gesteld is het uitgangspunt dat in de eerste ronde maximaal 2 vragen
                    worden gesteld. Het kan zijn dat een vraag in een eerste ronde niet duidelijk is
                    begrepen of dat bij het antwoord op een vraag om een korte verduidelijking
                    worden gevraagd. Daar hoeft niet al te krampachtig over worden gedaan. De rol
                    van de voorzitter is in deze van wezenlijk belang. Hij moet dit kunnen
                    inschatten/aanvoelen en het is aan de voorzitter om te voorkomen dat iemand
                    blijft doorvragen. Kortom een korte vraag ter verduidelijking van een eerdere
                    vraag is in de eerste ronde mogelijk en geldt niet als een tweede vraag. </al><al/><al>De RTG-leden moeten wel de vragen goed voorbereiden. Dat scheelt veel tijd. </al><al/><al>In het achtste lid wordt bepaald dat de voorzitter aan het eind van het gesprek
                    een conclusie moet opstellen.</al><al>In de praktijk levert dit soms discussie op. Daarom wordt bij dit onderwerp nog
                    even stil gestaan. </al><al/><al>De agendacommissie agendeert raadsvoorstellen, raadsmededelingen, ingekomen
                    stukken en initiatiefvoorstellen voor het RTG. De agendacommissie heeft de taak
                    de agenda van de RTG-en vast te stellen. Daarnaast stelt de agendacommissie in
                    dezelfde vergadering – op basis van de agenda van de RTG-en ook (indicatief) de
                    concept-agenda van de raad vast. Indicatief, omdat het verloop van een RTG
                    aanleiding kan zijn een onderwerp toch (nog) niet te agenderen voor de raad. In
                    de raadsvergadering stelt de raad bij aanvang formeel zijn agenda vast. Daarna
                    wordt gedebatteerd en rondt de voorzitter ieder onderwerp af met vast te stellen
                    dat de meningen voldoende gewisseld zijn, waarna de besluitrijpheid wordt
                    bepaald door de raad.</al><al/><al>Het doel van het RTG is primair informatieverzameling door de fracties. Burgers
                    krijgen ruimte om hun meningen en oordelen te geven en het college verheldert zo
                    nodig het onderwerp. Nadrukkelijk is de afspraak: raadsleden stellen vragen en
                    luisteren, maar geven geen mening.</al><al/><al>Afronding van een onderwerp door de voorzitter houdt dan niet meer in dan na te
                    gaan of alle onduidelijkheden weggenomen zijn en zo nee, of dat nog kan gebeuren
                    vóór de raadsvergadering.</al><al>Aanvankelijk stelde de RTG-voorzitter aan het einde van een agendapunt de vraag
                    of een onderwerp "door kan naar de raadsvergadering". Overigens gebeurt dat ook
                    weer niet altijd, want bij de politiek minder zware onderwerpen, concludeert een
                    RTG-voorzitter veelal direct dat "er wel/geen openstaande vragen zijn en dat het
                    onderwerp geagendeerd wordt".</al><al/><al>Door het stellen van de vraag "of het door kan", wordt feitelijk naar een mening
                    gevraagd. Strikt genomen kan die mening beperkt blijven tot een procedurele
                    mening (bijvoorbeeld: "er is nog veel onduidelijk en het onderwerp kan dus niet
                    door"), maar zeker bij politiek gevoelige onderwerpen, is de natuurlijke neiging
                    van de vertegenwoordigers van de fracties dan een meer politiek oordeel te geven
                    of men überhaupt het debat aan wil gaan dan wel het onderwerp rijp voor een
                    besluit vindt. Als men het (deels) niet eens is met een voorstel (hoewel de
                    RTG-voorzitter daar niet om vraagt), is dit een kans om dat maar direct
                    duidelijk te maken, door aan te geven dat "het niet door kan".</al><al>Een aantal keren heeft dit geleid tot het niet-agenderen (o.a. minimabeleid,
                    sportnota). In alle gevallen ontstond er discussie aan het einde van de
                    vergadering en bleek het voor de RTG-voorzitter lastig een heldere conclusie te
                    verwoorden.</al><al/><al>Overeenkomstig de verordening stelt de agendacommissie de concept-agenda vast en
                    alleen de raad of de agendacommissie kan een agenda aanpassen. Een RTG is geen
                    raadsvergadering en de vertegenwoordigers van de fracties kunnen niet treden in
                    de plaats van de raad. De agendacommissie bepaalt dus de agenda van de RTG
                    alsmede de concept-agenda van de raadsvergadering. Uitgangspunt moet daarbij
                    zijn dat de onderwerpen die in de RTG-en worden behandeld (raadsvoorstellen maar
                    ook raadsmededelingen) óók voor de raad worden geagendeerd. Dat laatste gebeurt
                    vooraf indicatief. Van de concept-agenda wordt alleen afgeweken wanneer in het
                    RTG blijkt dat het onderwerp nog onvoldoende duidelijk is (de feiten zijn nog
                    niet helder) voor een goed debat: "het onderwerp is niet rijp voor debat".
                    Formeel doet de agendacommissie dat, maar in de praktijk de griffier; het punt
                    wordt niet op de definitieve concept-agenda geplaatst. Bij twijfel raadpleegt de
                    griffier de agendacommissie, daar dat orgaan uiteindelijk formeel
                    verantwoordelijk is voor de agenda. Dit past ook binnen het doel van een RTG:
                    voorbereiding van de raadsvergadering. Niets meer en niets minder! Het gaat er
                    alleen om informatie verzamelen.</al><al/><al>Met dit uitgangspunt is de praktijk dat elk onderwerp dat de agendacommissie
                    agendeert voor een RTG óók een agendapunt is voor de raad, tenzij er te veel
                    onduidelijkheden resteren na een RTG.</al><al>De RTG-voorzitter stelt dan niet langer de vraag "of het door kan naar de raad",
                    maar concludeert dat "er wel/geen openstaande vragen zijn" en dat het onderwerp
                    dan "wel/niet rijp is voor debat in de raad" of - overeenkomstig het advies van
                    de agendacommissie – als hamerstuk wordt geagendeerd. </al><al/><al><vet>Artikel 6.8. Verslag</vet></al><al>Dit artikel regelt de inhoud en de wijze waarop het verslag wordt
                    vastgesteld.</al><al/><al><vet>Artikel 6.9. Toehoorders en pers</vet></al><al>De hier aangegeven procedurebepalingen geeft aan de RTG voorzitter de
                    bevoegdheid om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen.</al><al/><al><vet>Artikel 6.10. Informatieve beeldvormende bijeenkomst</vet></al><al>De agendacommissie kan op eigen initiatief of op verzoek van het college
                    besluiten een informatieve (beeldvormende) bijeenkomst te organiseren. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7. Raadsvergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 7.1. Vergaderfrequentie.</vet></al><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe
                    heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten
                    minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van
                    redenen daarom vraagt. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter
                    in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg
                    pleegt met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij
                    vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op
                    de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het
                    aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de
                    raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde
                    functie.</al><al/><al>In de vergadering van de agendacommissie van 18-1-2010 is afgesproken dat
                    deraadsvergadering tot maximaal 23.00 uur duurt en daarna de volgende
                    avond verder gaat. Voorbehoud wordt gemaakt indien om 23.00 uur blijkt dat nog
                    enkele kleine onderwerpen op de agenda staan. In dat geval worden deze
                    onderwerpen dezelfde avond nog behandeld.</al><al/><al><vet>Artikel 7.2. Oproep</vet></al><al>In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de
                    leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering.</al><al>Het eerste lid bepaalt dat de voorzitter ten minste tien dagen vóór een
                    vergadering de leden een brief (de schriftelijke oproep) stuurt, waarin de
                    vergadering wordt aangekondigd. De brief vermeldt de dag, tijdstip en plaats van
                    de vergadering. Het tweede lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de
                    daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en
                    tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep
                    aan de leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde
                    stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt
                    melding van gemaakt op de stukken. </al><al>Het is mogelijk dat de stukken en de oproep niet per post maar per e-mail te
                    sturen.</al><al/><al><vet>Artikel 7.3 Presentielijst</vet></al><al>De verplichting tot het hebben van een presentielijst vloeit voort uit artikel
                    20 Gemeentewet. In dit artikel wordt de procedure vastgelegd. De handtekeningen
                    op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen, dat het
                    vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum vast te
                    stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><al>De griffier geeft de ambtelijke ondersteuning die de raad nodig heeft. Daarom
                    stelt hij samen met de voorzitter de presentielijst vast en ondertekent deze.
                    Deze ondertekening dient te waarborgen dat de lijst volledig is en het quorum
                    aanwezig was.</al><al/><al><vet>Artikel 7.4. Opening vergadering</vet></al><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20
                    van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien
                    het vereiste aantal leden niet op komt dagen.</al><al/><al><vet>Artikel 7.5. Agenda</vet></al><al>De agendacommissie bepaalt in haar overleg hoe de agenda eruit komt te zien. Wat
                    de volgorde van behandeling betreft let de agendacommissie zoveel mogelijk op de
                    belangrijkheid van een voorstel. Dit omdat in het algemeen verwacht mag worden,
                    dat voor politiek belangrijke onderwerpen meer publieke belangstelling zal
                    bestaand dan voor de andere onderwerpen en het daarom gewenst is in die politiek
                    belangrijke onderwerpen aan het begin van de agenda te plaatsen. De
                    bespreekstukken worden daarom vóór de hamerstukken op de agenda geplaatst. </al><al/><al>Het derde en vierde lid hebben tot doel om de raad een actievere rol te geven in
                    de opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen eventueel via
                    hun fractievoorzitter, in de agendacommissie onderwerpen voor de agenda
                    voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een
                    voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te
                    voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten
                    invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Ook wordt geregeld dat de
                    raad op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter de volgorde van
                    behandeling van de agendapunten kan wijzigen.</al><al/><al><vet>Artikel 7.6. De wethouder</vet></al><al>Door de wijziging en aanvulling van artikel 21 van de Gemeentewet heeft de
                    wethouder toegang tot de raadsvergadering en kan hij aan de beraadslaging
                    deelnemen. Bij de wijziging van de Gemeentewet is een derde lid aan artikel 21
                    toegevoegd: Een wethouder kan door de raad worden uitgenodigd om ter vergadering
                    aanwezig te zijn. De bepaling in verordening geeft een nadere uitwerking van
                    deze bepaling. Het derde lid bij artikel 21 van de Gemeentewet is toegevoegd
                    omdat het niet noodzakelijk is dat een wethouder elke raadsvergadering bijwoont.
                    Het gebruik van het werkwoord ‘uitnodigen’ geeft aan dat een wethouder kan
                    weigeren te verschijnen in de raad. In de praktijk zal dat echter niet
                    waarschijnlijk zijn, omdat een dergelijke weigering door de raad kan worden
                    uitgelegd als een weigering inlichtingen te verschaffen of verantwoording af te
                    leggen; met alle mogelijke onaangename politieke gevolgen van dien voor de
                    betrokken wethouder. De staatssecretaris van BZK vindt het echter onwenselijk
                    dat in een duaal bestel raad en college elkaar uitsluiten. De burgemeester
                    draagt als voorzitter van de raad èn van het college een bijzondere
                    verantwoordelijkheid hierop toe te zien.</al><al/><al>Het is overigens nog steeds de raad zelf die de eigen agenda vaststelt. Met
                    andere woorden: het recht van de wethouder om de raadsvergadering bij te wonen
                    en aan de beraadslagingen deel te nemen houdt uitdrukkelijk niet het recht in om
                    de agenda mede te bepalen. De wethouder kan wel inspelen op onderwerpen die
                    worden behandeld, maar hij speelt geen rol bij de onderwerpen die op de agenda
                    worden geplaatst. De aanpassing in de Gemeentewet heeft vooral betrekking op het
                    samenspel tussen raad en college; de geforceerde scheiding tussen raad en
                    college, die onder andere tot uitdrukking kwam in de spelregels omtrent de
                    aanwezigheid van de wethouder in de raadsvergadering vindt de staatssecretaris
                    ongewenst.</al><al/><al><vet>Artikel 7.7. Vragenuur</vet></al><al>Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid,
                    van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Bewust is gekozen voor
                    een algemene regeling van het vragenuur. Veelal fungeert de rondvraag in de
                    raadsvergadering als een mogelijkheid tot het stellen van vragen. De drempel om
                    vragen te stellen wordt verlaagd en de media-aandacht voor de lokale politiek en
                    actuele onderwerpen. Over de vragen en antwoorden wordt geen debat gevoerd. </al><al/><al>Het karakter van het vragenuur verschilt dan ook van het recht van
                    interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder
                    politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen
                    over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde
                    onderwerpen aan de orde komt.</al><al>Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het
                    door hen gevoerde bestuur. </al><al/><al><vet>Artikel 7.8. Collegevoorstel</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de
                    enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel kan agenderen,
                    dat het college heeft voorbereid. Als het college het voorstel heeft voorbereid,
                    betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide voorstel kan
                    intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het
                    voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven.</al><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander
                    voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een
                    verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor
                    advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken
                    het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De
                    raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel,
                    dat door het college verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. </al><al/><al><vet>Artikel 7.9. Zitplaatsen</vet></al><al>De griffier is overeenkomstig artikel 3a in elke vergadering aanwezig en heeft
                    daarom een eigen zitplaats. De voorzitter kan na overleg met de agendacommissie
                    de indeling herzien, indien daartoe aanleiding bestaat. Ook andere personen
                    kunnen uitgenodigd worden om ter vergadering aanwezig te zijn. De voorzitter is
                    de aangewezen persoon om voor een zitplaats voor hen te zorgen. Bij de
                    behandeling van een agendapunt zit alleen de portefeuillehouder aan de
                    raadstafel. De overige wethouders hebben zitting op de publieke tribune. </al><al/><al><vet>Artikel 7.10. Primus bij hoofdelijke stemming</vet></al><al>Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan
                    het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor de gehele
                    vergadering, ook na een eventuele schorsing. </al><al/><al><vet>Artikel 7.11. Vergaderorde en spreekregels</vet></al><al>Het eerste lid verzekert dat het raadslid in de eerste 3 minuten vanaf het
                    katheder vrijelijk kan spreken. Aandachtspunt is dat de voorzitter de tijd goed
                    in de gaten moet houden. Ook wordt discipline van het raadslid gevraagd om de
                    afgesproken tijd (3 minuten) in acht te nemen. Dat kan eenvoudig door niet de
                    geschiedenis van het onderwerp te vertellen, maar alleen het standpunt van de
                    van de fractie te verwoorden. Ook kunnen de amendementen en moties worden
                    toelicht. In het debat kan het standpunt vervolgens uitgebreid gemotiveerd
                    worden. </al><al/><al>Vanaf de eerste termijn zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter
                    bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt.</al><al/><al>Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Een verzoek van een raadslid
                    na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, hoeft de
                    voorzitter niet te honoreren.</al><al>De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen,
                    maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde
                    onderwerp.</al><al/><al>Om te bevorderen dat leden van de raad zich niet belemmerd voelen om hun mening
                    te uiten, is in artikel 22 Gemeentewet bepaald dat zij niet in rechte vervolgd
                    kunnen worden, aan te spreken zijn of verplicht zijn getuigenis af te leggen
                    over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Het vijfde
                    lid heeft naast de leden die het woord voeren, ook betrekking op de wethouders,
                    de griffier of andere personen, die het woord voeren. De voorzitter kan hen tot
                    de orde roepen. Indien zij hieraan geen gehoor geven, kan hen het woord worden
                    ontzegd.</al><al/><al>De bevoegdheid die in het vijfde lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                    spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan
                    de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat
                    lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang
                    tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter
                    blijft echter onverlet. Het artikel is slechts een aanvulling op de Gemeentewet.
                    Een besluit van de voorzitter om iemand het woord te ontnemen is een op
                    feitelijk handelen gerichte beslissing met een intern karakter. Dit is geen
                    besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. (JB 9 (2002) 138).</al><al/><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 12.1 van deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 7.12. Spreektijd</vet></al><al>Het artikel strekt ertoe te benadrukken dat de raad ook uit eigen initiatief
                    regels kan stellen over de spreektijd van de leden. De voorzitter hoeft dit niet
                    voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak tot het handhaven
                    van de orde tijdens de vergadering wel wijzigingen voorstellen in de omvang van
                    de spreektijd.</al><al/><al><vet>Artikel 7.13. Beraadslaging</vet></al><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat
                    in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd.
                    In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen.</al><al>Door de toevoeging 'of een lid van de raad' wordt ook raadsleden het recht
                    toegekend om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Dit brengt
                    tot uitdrukking dat de raad zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht is aan ieder
                    individueel raadslid toegekend. Dit past in het streven naar dualisering,
                    aangezien dualisering versterking van de vertegenwoordigende en daarmee
                    agenderende rol van de raad veronderstelt. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al/><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, kan een derde termijn worden toegevoegd. (zie artikel 7.11,
                    tweede lid).</al><al>In het tweede lid wordt onder meer gesproken over het college dat de
                    mogelijkheid krijgt tot nader beraad. Dit is uiteraard alleen het geval indien
                    het college bij de bespreking van het betreffende onderwerp vertegenwoordigd
                    is.</al><al/><al><vet>Artikel 7.14 Deelname aan de beraadslaging door anderen </vet></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt
                    dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging
                    mag deelnemen </al><al>De raad kan op grond van artikel 2.2 en respectievelijk 7.6 bepalen dat de
                    griffier en de wethouder(s) deelnemen aan de beraadslagingen. De burgemeester
                    heeft het recht (het woord te voeren en) deel te nemen aan de beraadslagingen op
                    grond van artikel 21, eerste lid van de Gemeentewet. In het tweede lid wordt het
                    begrip 'beslissing' gebruikt. Het gaat hier namelijk niet om het besluitbegrip
                    in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al/><al><vet>Artikel 7.15. Afronding en vervolgprocedure</vet></al><al>Na het debat vat de voorzitter het resultaat van het debat samen en sluit de
                    beraadslaging. Bij sluiting van de beraadslagingen over een onderwerp doet de
                    voorzitter een voorstel voor de vervolgprocedure. Indien besluitneming aan de
                    orde is, brengt de voorzitter het voorstel daarop in stemming.</al><al/><al><vet>Artikel 7.16. Algemene bepalingen over stemming</vet></al><al>De stemmingen hebben plaats nadat de beraadslagingen hebben plaatsgevonden. </al><al/><al>De voorzitter formuleert de te nemen eindbeslissing. Indien geen stemming wordt
                    gevraagd is het voorstel aangenomen op grond van artikel 32, derde lid, van de
                    Gemeentewet.</al><al/><al>In het vierde lid is de stemverklaring geregeld. Stemverklaringen zullen kort
                    moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van een derde termijn. De
                    stemverklaringen worden gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden dat de
                    stemming begint.</al><al/><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de
                    stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling
                    van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan
                    wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen. Wellicht ten overvloede wordt
                    hierbij nog verwezen naar artikel 209, tweede lid Gemeentewet, welke een
                    hoofdelijke stemming verplicht.</al><al>De regeling in het eerste deel van het zesde lid kan toepassing krijgen, indien
                    de uitkomst van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden
                    tegenstemmen. Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van
                    artikel 28 Gemeentewet. In alle andere gevallen is een raadslid verplicht
                    stelling in te nemen en te stemmen. Stemmingen zijn in principe ook openbaar.
                    Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar rol. Door de
                    openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze
                    vertegenwoordigd worden. Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel
                    7.10.</al><al/><al>In de Winsumuitspraak (Raad van State, 7 augustus 2002) is het hoger beroep op
                    artikel 28 Gemeentewet afgewezen, maar heeft de Afdeling wel geconcludeerd dat
                    het genomen besluit in strijd is met artikel 2:4 van de Algemene wet
                    bestuursrecht omdat de schijn van belangenverstrengeling onvoldoende was
                    vermeden. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn er vragen gerezen over de
                    mogelijke gevolgen voor stemprocedures en de verantwoordelijkheden in
                    gemeenteraden.</al><al>In deze uitspraak geeft de Afdeling het rechtsbeginsel neergelegd in artikel 2:4
                    Awb voorrang boven hetgeen in artikel 28 Gemeentewet is bepaald. Over de
                    mogelijke gevolgen van de uitspraak adviseert Minister Remkes in zijn
                    beschouwing van 19 mei 2003:</al><al>"de beslissing over stemonthouding dient voorbehouden te blijven aan het
                    individuele raadslid; bij stemming heeft de raad geen optie dan te waarschuwen
                    dat het te nemen besluit wel eens aanvechtbaar zou kunnen zijn in een
                    bezwaarschriftprocedure of bij de bestuursrechter of in het kader van een
                    spontane vernietiging door de Kroon (artikel 268 Gemeentewet); de raad kan in
                    dergelijke gevallen een belangrijke rol spelen door in algemene zin te
                    bespreken, individuele raadsleden door hun handelen de schijn van
                    belangenverstrengeling kunnen wekken en hoe dat voorkomen kan worden (en dit
                    bijv. opnemen in de gedragscode); uiteraard is de gedragscode in juridische zin
                    niet bindend, dit is tevens niet wenselijk."</al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te
                    zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                    besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken,
                    wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 7.17 Stemming over amendementen en moties</vet></al><al>Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening
                    e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1.1, 8.1 en 8.2 van deze verordening.
                    Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure aangegeven tussen
                    een motie en een amendement. Een amendement komt in stemming voorafgaande aan de
                    stemming over het onderliggende voorstel. Een motie strekt niet tot wijziging
                    van een voorgesteld besluit; over een motie wordt een apart besluit genomen,
                    nadat de besluitvorming over het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie
                    over een afzonderlijk onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid
                    niet van toepassing.</al><al/><al><vet>Artikel 7.18. Stemming over personen</vet></al><al>Eind 2005 is de Gemeentewet gewijzigd wat betreft het stemmen over personen.
                    Voorheen was in artikel 31, eerste lid Gemeentewet bepaald dat, indien er wordt
                    gestemd over de benoeming, voordracht of aanbeveling van personen, dit
                    schriftelijk dient te geschieden door middel van gesloten en ongetekende
                    stembriefjes. Op deze wijze zou de geheimhouding zijn gewaarborgd. De
                    verplichting om dit bij stembriefjes te doen is nu vervallen. Gemeenten kunnen
                    dus ook door middel van een elektronisch systeem stemmen over personen, mits de
                    geheimhouding gewaarborgd is.</al><al/><al>De verordening gaat vooralsnog uit van een stemming door middel van behoorlijk
                    ingevulde stembriefjes. Een blanco stembriefje wordt niet aangemerkt als een
                    behoorlijk ingevuld stembriefje (MvT, 19 403, nr. 3 p. 86). In geval van een
                    schriftelijke stemming wordt dan ook geen rekening gehouden met blanco
                    stembriefjes. Een blanco of verkeerd ingevuld stembriefje telt wel mee bij de
                    bepaling van het quorum. De raad oordeelt of een stembriefje behoorlijk is
                    ingevuld. Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden
                    verstaan, is in de wet niet geregeld.</al><al>In deze verordening is bepaald wat wel en wat niet onder een behoorlijk
                    stembriefje valt. </al><al/><al>Bij een benoeming stelt de raad een specifiek persoon aan in een bepaald ambt
                    (raadslid, wethouder). Het gaat hier overigens niet over de benoeming tot
                    raadslid, dit is een heel ander soort benoeming dat in artikel 3.1 van deze
                    verordening wordt toegelicht. </al><al/><al>Onder voordracht wordt verstaan het als kandidaat voorstellen van een persoon
                    voor een bepaald ambt. Een voordracht is voor de raad bindend, op de
                    stembiljetten dienen de namen van de voorgedragen perso(o)n(en) te worden
                    vermeld met daarachter de opties 'voor' en 'tegen'. Bij een aanbeveling wordt
                    voorgesteld om bepaalde personen voor een bepaald ambt voor te dragen, de raad
                    mag van de aanbevelingen afwijken. Het betreft hier een zogenaamde vrije
                    stemming (zie ook toelichting bij artikel 7.16). Op de stembiljetten kunnen de
                    namen van de aanbevolen personen worden vermeld met daarachter de opties 'voor'
                    en 'tegen' of een vrije ruimte waar een kandidaat van eigen keuze kan worden
                    ingevuld.</al><al/><al>Af en toe blijkt er in gemeenten verwarring te bestaan over het meestemmen in de
                    raad van kandidaat-wethouders over hun eigen benoeming (artikel 28
                    Gemeentewet).</al><al>In de eerste plaats is er, indien raadsleden genomineerd worden voor de functie
                    van wethouder, sprake van een vrije stemming. Er is geen sprake van een
                    voordracht. De beoogd wethouder mag dus meestemmen over zijn eigen benoeming.
                    Een voorstel tot benoeming gaat hem persoonlijk aan "wanneer hij behoort tot de
                    personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt"
                    (artikel 28, lid 1, onder a, lid 3, Gemeentewet). Dat is echter in casu niet aan
                    de orde, omdat er ook op een ander persoon kan worden gestemd. De aard van de
                    stemming is derhalve van belang.</al><al>Dit heeft tot gevolg dat raadsleden de mogelijkheid hebben op het stembriefje de
                    naam van de kandidaat die hun voorkeur heeft in te vullen (die van de
                    voorgestelde perso(o)n(en), of die van een ander). Er is in dit geval geen
                    sprake van een voordracht of een anderszins beperkte keuze en aan de stemming
                    mag derhalve ook worden deelgenomen door raadsleden die ter benoeming zijn
                    voorgesteld: zij kunnen immers op het stembriefje een andere naam dan hun eigen
                    naam invullen.</al><al/><al>De stemming in de raad over een wethoudersbenoeming is dus een vrije stemming
                    waar de beoogde wethouder gewoon over zijn eigen benoeming kan meestemmen. De
                    wetgever heeft nooit de bedoeling gehad de politieke verhoudingen in de raad te
                    beïnvloeden door middel van een verbod op het meestemmen van de
                    kandidaat-wethouder. Los van de formeel-juridische context pleiten de volgende
                    argumenten nog voor bovenstaande zienswijze:</al><lijst><li nr="-"><al>een democratisch gekozen vertegenwoordiger mag niet te snel het recht op
                            stemming worden ontnomen. Stel: partij X beveelt meneer Jansen en meneer
                            Pieters aan als wethouders. Als deze personen in de raad zitting hebben
                            en niet mee mogen stemmen houdt dit in, dat de partij ineens twee
                            stemmen in de raad minder heeft. Dat is onaanvaardbaar in het licht van
                            de politieke verhoudingen;</al></li><li nr="-"><al>een aanbeveling is geen voordracht. Het spraakgebruik heeft het vaak
                            over voordracht, maar een persoon nomineren als wethouder staat niet
                            gelijk aan een voordracht.</al></li></lijst><al/><al>Tenslotte is het denkbaar dat een kandidaat-wethouder die voor benoeming wordt
                    aanbevolen, uit moreel-politieke overwegingen en om iedere schijn van
                    belangenverstrengeling te vermijden op eigen initiatief afziet van het
                    meestemmen over de benoeming. Alhoewel het uitgangspunt is dat zeer terughoudend
                    moet worden omgegaan met het inperken van het stemrecht van gekozen
                    volksvertegenwoordigers, laat de wet de betrokkenen de ruimte daarin een eigen
                    afweging te maken. De verwarring komt mede door de veelheid aan opvattingen die
                    de afgelopen periode ten aanzien van de interpretatie van artikel 28 Gemeentewet
                    is verschenen.</al><al/><al><vet>Artikel 7.19. Herstemming over personen</vet></al><al>Het tweede lid strekt ertoe verwarring over de term 'herstemming' in artikel 31,
                    tweede lid, van de Gemeentewet te voorkomen.</al><al/><al><vet>Artikel 7.20. Beslissing door het lot</vet></al><al>In dit artikel wordt een nadere uitwerking gegeven van hetgeen in artikel 31,
                    derde lid van de Gemeentewet is voorgeschreven.</al><al/><al><vet>Artikel 7.21. Verslag en besluitenlijst</vet></al><al>Dit artikel regelt de wijze waarop het verslag wordt vastgesteld. Het maken van
                    een verslag is niet verplicht. In de Gemeentewet wordt alleen gesproken over de
                    verplichting een besluitenlijst openbaar te maken (artikel 23, vijfde lid
                    Gemeentewet). In deze bepaling wordt gesproken over de besluitenlijst en het
                    gebruik van de term verslag. Wat dit laatste betreft, voorheen werd gesproken
                    over notulen. Gekozen is om aan te sluiten bij de terminologie van de
                    Gemeentewet (artikel 23, vijfde lid). </al><al>Het conceptverslag wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep verstuurd
                    aan de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben. Omdat wethouders,
                    de burgemeester en de griffier ook het woord kunnen voeren in de vergadering,
                    kunnen zij tevens een voorstel tot verandering van het verslag aan de raad doen. </al><al>Een voorstel tot verandering kan plaatsvinden tot het moment dat het verslag
                    wordt vastgesteld. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde
                    wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk
                    voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad
                    van State). De namen van de aanwezigen en afwezigen dienen te worden vermeld.
                    Verder dient het verslag niet alleen een zakelijke samenvatting van hetgeen de
                    leden hebben gezegd te bevatten. Ook hetgeen de overige aanwezigen zoals
                    bijvoorbeeld de aanwezige wethouders zeggen moet zakelijk samengevat worden. Dit
                    betekent dat die sprekers ook in het verslag genoemd moeten worden.</al><al/><al>Met de inwerkingtreding van de Aanpassingswet dualisering gemeentebestuur is de
                    openbaarmaking van een besluitenlijst van de raadsvergadering verplicht gesteld.
                    Al eerder was in de Gemeentewet de verplichting voor het college opgenomen
                    (artikel 60), door middel van een amendement is dit nu ook voor de raad geregeld
                    in artikel 23, vijfde lid van de Gemeentewet. Tijdens de behandeling van dit
                    amendement in de Tweede Kamer is aangegeven dat de besluitenlijst op zo kort
                    mogelijke termijn moet worden gepubliceerd. Dit kan voordat het verslag is
                    vastgesteld aangezien de besluitenlijst 'slechts' een overzicht geeft van (alle)
                    door de raad genomen beslissingen (dus niet alleen besluiten in de zin van de
                    Algemene wet bestuursrecht maar ook bijvoorbeeld een afspraak om een werkbezoek
                    af te leggen).</al><al>Andere vormen van verslaglegging zijn ook mogelijk. Bijvoorbeeld een
                    geluidsopname van de raadsvergadering op CD, met een overzicht van de sprekers,
                    de onderwerpen -voorzien van tijdscodes- en een besluitenlijst.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 8. Rechten van raadsleden</vet></al><al>Raadsleden hebben om hun volkvertegenwoordigende, kaderstellende en
                    controlerende functie uit te kunnen voeren verschillende instrumenten tot hun
                    beschikking.</al><al/><al><vet>Artikel 8.1. Amendementen</vet></al><al>Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit
                    artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan in
                    dit artikel. Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht
                    een amendement te behandelen.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft (geen
                    drempelsteun). Door het recht van amendement kan de regelgevende taak van de
                    raad reëel inhoud krijgen en mede ten dienste staan van de inkadering en de
                    controle door de raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo
                    in staat gesteld actief deel te nemen aan de effectuering van de controlerende,
                    vertegenwoordigende en budgettaire functie van de raad.</al><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college
                    of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een
                    amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit
                    amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een
                    (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig
                    is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee
                    termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere
                    beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn
                    (artikel 7.11 tweede lid).</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 7.17.
                    Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, indien aangenomen,
                    meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt
                        aanvaard.</al><al>In de agendacommissie is de “herenafspraak” gemaakt dat amendementen/moties
                    zoveel mogelijk vrijdagavond (voorafgaande aan de raadsvergadering) worden
                    gemaild. De mogelijkheid blijft uiteraard bestaan om vlak voor of tijdens de
                    raadsvergadering een amendement of motie in te dienen.</al><al/><al><vet>Artikel 8.2. Moties</vet></al><al>In artikel 1.1. van deze verordening is de definitie van het begrip motie
                    gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                    om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard),
                    het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of
                    om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat
                    op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke
                    betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie
                    gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen
                    van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en
                    college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat
                    betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over
                    een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie
                    over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke
                    termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de
                    motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda
                    opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke
                    moties benaderen de in artikel 8.4 geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering
                    veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie
                    van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties
                    te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De
                    mogelijkheid om zonder drempelsteun een motie in te dienen staat dan ook ten
                    dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de
                    raad.</al><al>In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft de motie
                    van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te
                    hebben verloren. Bij de wijziging van de Gemeentewet van april 2009 is dit
                    artikel 49 gewijzigd. Voortaan is het een wethouder niet toegestaan om na een
                    aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij dit zelf niet doet,
                    dient de raad actie te ondernemen.</al><al/><al><vet>Artikel 8.3. Voorstellen van orde</vet></al><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van
                    een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel
                    niet aangenomen, (artikel 32, lid 4 Gemeentewet is hierop niet van toepassing).
                    Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor
                    een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure
                    van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 8.4).</al><al/><al><vet>Artikel 8.4. Initiatiefvoorstellen</vet></al><al>Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar
                    raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of
                    ontwerpbeslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht
                    van initiatief toegekend.</al><al>In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt. Het tweede
                    lid van dit artikel bepaalt dat de raad regelt op welke wijze een
                    initiatiefvoorstel voor een verordening wordt ingediend en behandeld. Dit
                    artikel voorziet hierin. </al><al/><al>Algemeen uitgangspunt is dat dualisering de versterking van de
                    vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden inhoudt. Hiervoor
                    dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate
                    instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk
                    dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik
                    daarvan heeft. Het ontbreken van drempelsteun bij het recht van initiatief staat
                    ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkadering en controle door de
                    raad. Ook kleine fracties en individuele raadsleden worden zo in staat gesteld
                    actief deel te nemen aan de controlerende, vertegenwoordigende en budgettaire
                    functie.</al><al/><al>Het derde lid houdt in dat de agendacommissie het initiatiefvoorstel zo spoedig
                    mogelijk op de agenda plaatst, maar de agendacommissie plaatst het voorstel
                    echter niet meer op de agenda, nadat de oproep verzonden is. Dit laat de
                    mogelijkheid onverlet voor het individuele raadslid om op grond van artikel 7.5,
                    derde lid, het initiatiefvoorstel toch aan de agenda toe te voegen. Een
                    uitzondering is geregeld in het vierde lid wanneer een raadslid het initiatief
                    neemt om de raad voor te stellen een wethouder na een motie van wantrouwen te
                    ontslaan. (artikel 49 Gemeentewet). In de oude Gemeentewet was een
                    afkoelingstermijn van 30 dagen opgenomen; deze is vervallen. Zonder de bepaling
                    in het vierde lid is deze ontslagmogelijkheid niet mogelijk door de procedure
                    regels van deze verordening. </al><al/><al>Een initiatiefvoorstel hoeft formeel niet langs het college, maar in geval het
                    voorstel personele (en financiële) consequenties heeft kan het raadzaam zijn het
                    initiatiefvoorstel ook aan het college voor te leggen voor advies. De
                    agendacommissie kan hiertoe besluiten.</al><al/><al>Het kamerlid Kalsbeek heeft de minister van BZK vragen gesteld over het
                    initiatiefrecht. De minister heeft aangegeven: "Het recht op initiatief houdt
                    niet in dat individuele raadsleden en raadsminderheden het recht moeten hebben
                    om onderwerpen op de agenda van de raad te plaatsen maar het houdt in dat zij in
                    beginsel invloed moeten kunnen hebben op de agenda. Het is immers aan de raad
                    om, aan het begin van de raadsvergadering, met meerderheid van stemmen, de
                    agenda vast te stellen. Het is dan ook de raad die beslist welke onderwerpen
                    worden behandeld. Zou elk individueel raadslid het recht toekomen om
                    agendapunten voor de vergadering aan te dragen dan zou het effectief
                    functioneren van de raad in gevaar kunnen komen. Een raadsminderheid die bij
                    herhaling onderwerpen op de agenda plaatst, waarover de raadsmeerderheid niet
                    wenst te beraadslagen, kan de besluitvorming van de raad ernstig
                    belemmeren".</al><al/><al><vet>Artikel 8.5. Interpellatie</vet></al><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                    interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over
                    een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester
                    te vragen. Daarvoor is verlof van de raad nodig.</al><al>Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en
                    controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele
                    raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een
                    effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele
                    raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Wel is hier
                    gekozen voor een ondersteuning door de raad bij gewone meerderheid. </al><al>In een gedualiseerd systeem zijn wethouders geen lid meer van de raad. Toch is
                    het van belang dat zij bij een instrument als de interpellatie ook op de hoogte
                    worden gesteld van de inhoud van het verzoek. In het tweede lid wordt hiervoor
                    gezorgd.</al><al/><al><vet>Artikel 8.6. Schriftelijke vragen</vet></al><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen
                    over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op
                    grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het
                    college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. Het college
                    of de burgemeester beantwoordt de schriftelijke vraag met een raadsmededeling.
                    De verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in
                    kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan
                    plaatsvinden.</al><al/><al><vet>Artikel 8.7. Inlichtingen</vet></al><al>In dit artikel wordt een procedurele uitwerking gegeven van de
                    inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de
                    raad.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 9. Planning en Control</vet></al><al/><al><vet>Artikel 9.2. Procedure begroting en jaarrekening</vet></al><al>In deze artikelen wordt de procedure voor de begroting en jaarrekening
                    vastgelegd. De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid
                    voor een langere periode worden bepaald. In de Handreiking voor de financiële
                    verordeningen en controleverordeningen (artikel 212, 213, 213a Gemeentewet)
                    (website Actieprogramma Lokaal Bestuur) wordt de inhoudelijke kant
                    uitgewerkt.</al><al/><al><vet>Artikel 9.3. , 9.4 en 9.5. Werkgroep Financiën.</vet></al><al>In de raadsvergadering van 21 april 2009 is besloten tot het instellen van een
                    werkgroep financiën. De uitgangspunten, vermeld in het raadsvoorstel van 24
                    maart 2009, zijn in deze artikelen vastgesteld.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 10. Lidmaatschap van andere organisaties</vet></al><al/><al><vet>Artikel 10.1. Verslag en verantwoording</vet></al><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of
                    de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een
                    gemeenschappelijke regeling of in andere organisaties en instituties, verrichten
                    aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en
                    in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in deze besturen
                    functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad die hen heeft
                    aangewezen. </al><al/><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen
                    aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 8.6.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                    aansluit bij de regels voor inlichtingen.</al><al>De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op andere organisaties,
                    waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken
                    aan privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van
                    commissarissen van) een NV. Hierin voorziet het eerste lid.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 11. Besloten vergadering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 11.1. Algemeen</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige
                    toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren. Hierbij kan
                    onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                    stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het
                    verslag.</al><al>De bepalingen van de verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover het
                    toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de
                    vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor
                    openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die
                    betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad
                    moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van
                    de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al>In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het
                    sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering
                    wordt.</al><al/><al><vet>Artikel 11.2. Verslag</vet></al><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de
                    Gemeentewet. In overeenstemming met artikel 7.21 is de griffier verantwoordelijk
                    voor het verslag van de raadsvergadering. Dit geldt ook voor het verslag van een
                    besloten vergadering. Dit verslag ligt ter inzage bij de griffier.</al><al/><al><vet>Artikel 11.3 Geheimhouding</vet></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 25 jo artikel 55 van de Gemeentewet noodzakelijk.</al><al/><al><vet>Artikel 11.4 Opheffing geheimhouding</vet></al><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                    geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven
                    te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid, van de
                    Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft
                    opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raad heeft overgelegd. De raad
                    kan de geheimhouding op heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is).
                    In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen
                    waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al><al/><al>Op grond van artikel 25, derde en vierde lid, Gemeentewet kan geheimhouding
                    worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. De
                    opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken
                    vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die
                    volgens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                    leden is bezocht, wordt bekrachtigd.</al><al>Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan het
                    orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met de raad
                    overleg voeren. Deze besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de
                    raad de geheimhouding wil opheffen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 12. Toehoorders en pers</vet></al><al/><al><vet>Artikel 12.1. Toehoorders en pers</vet></al><al>De hier aangegeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26,
                    eerste en tweede lid, van de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter
                    van de raad om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen.</al><al/><al><vet>Artikel 12.2. Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openbaar zijn, kunnen
                    radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet
                    het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/><al><vet>Artikel 12.3. Verbod gebruik mobiele telefoons</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het mobiele
                    telefoonverkeer werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven zijn mobiele telefoon wel standby te laten
                    staan.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 13. Slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 13.1. Uitleg verordening.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 13.2. Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>