<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR259943_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Lochem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Berkelbode, 28 februari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Lochem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005416">Gemeentewet, art. 108, 1e lid, 147, 1e lid en 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012-004737</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Lochem</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Lochem,</al><al/><al>Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 oktober 2012,
                        nummer 2011-004737;</al><al/><al>Gelet op het bepaalde in:</al><al>titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 108, eerste
                        lid, 147, eerste lid, en 149 van de Gemeentewet,</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen de navolgende bepalingen voor de subsidiëring van de sloop
                        van ongewenste bebouwing in het buitengebied van de gemeente:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders
                            van de gemeente Lochem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel
                            of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Sloopperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop zelfstandige, bij
                            elkaar behorende bebouwing aanwezig is die de rechthebbende geheel of
                            gedeeltelijk wenst te slopen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Buitengebied: het gebied dat deel uitmaakt van het bestemmingsplan
                            Buitengebied 2010, vastgesteld door de raad op 7 december 2010.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de
                            Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing gebieden en categorieën gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen gedeelten van het buitengebied aan
                            waarin zij de sloop van gebouwen in het belang van natuur en landschap
                            gewenst achten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen tevens categorieën van gebouwen
                            aanwijzen waarvan zij de sloop in het belang van natuur en landschap in
                            het bijzonder gewenst achten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanwijzing op grond van het eerste of tweede lid maken burgemeester
                            en wethouders openbaar bekend in een huis-aan-huisblad en op de
                            gemeentelijke website.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidiabele activiteit</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders verstrekken op aanvraag subsidie voor de gehele
                        of gedeeltelijke sloop van gebouwen, dan wel, indien zij toepassing hebben
                        gegeven aan artikel 2, tweede lid, van de door hen aangewezen categorieën
                        van gebouwen, in de door hen op grond van artikel 2, eerste lid, aangewezen
                        gedeelten in het buitengebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorwaarden voor subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt slechts verstrekt indien:</al><lijst><li nr="a."><al>alle op het sloopperceel aanwezige gebouwen worden gesloopt, mits de
                                te slopen oppervlakte tenminste 500 m2 bedraagt; woningen en daarbij
                                behorende bijgebouwen binnen een afstand van 25 meter met een
                                maximale gezamenlijke oppervlakte van 150 m², alsmede
                                cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, kunnen overeenkomstig de
                                spelregels van het Beleidskader Functieverandering van 14 maart 2011
                                worden behouden.</al></li><li nr="b."><al>de fundamenten en de ondergrondse voorzieningen van het sloopperceel
                                worden verwijderd, op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt
                                van milieuzorg, en het sloopperceel is geëgaliseerd;</al></li><li nr="c."><al>aan het sloopperceel, voor zover nodig, een passende andere
                                bestemming wordt verleend;</al></li><li nr="d."><al>bodemverontreiniging op het sloopperceel, indien aanwezig, wordt
                                teruggebracht tot een niveau dat in verband met het te verwachten
                                grondgebruik aanvaardbaar kan worden geacht;</al></li><li nr="e."><al>de omgevingsvergunning, indien verleend, voor een inrichting op het
                                sloopperceel wordt ingetrokken;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Uitsluiting van subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidie wordt, naast de weigeringsgronden als bedoeld in artikel
                            4:35 Awb, geweigerd indien;</al><lijst><li nr="a."><al>met de sloopwerkzaamheden een aanvang is gemaakt voordat het
                                    college op de aanvraag voor subsidieverlening heeft
                                    beslist;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag om subsidieverlening is ingediend buiten de periode
                                    als bedoeld in artikel 7 lid 2;</al></li><li nr="c."><al>op het sloopperceel woningbouw is toegestaan volgens een geldend
                                    bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet
                                    ruimtelijke ordening, of volgens een geldend besluit als bedoeld
                                    in artikel 3.10 van deze wet;</al></li><li nr="d."><al>de te slopen gebouwen zijn ingebracht bij een verzoek om
                                    medewerking aan functieverandering;</al></li><li nr="e."><al>het sloopperceel is aangekocht door of in eigendom is van een
                                    overheidslichaam;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor de betrokken sloopactiviteiten eveneens subsidie wordt
                            verstrekt door een of meer andere overheidsorganen wordt op grond van
                            deze verordening slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de
                            som van de subsidies niet meer bedraagt dan het op grond van artikel 6
                            vast te stellen bedrag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte van de subsidie</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de oppervlakte van
                        de te slopen en te verwijderen objecten, als volgt:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="60*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="40*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Te slopen of verwijderen object</al></entry><entry colname="col2"><al>Subsidiebedrag m2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gebouw</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 15,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Asbestplaat</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 7,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kelders</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Maximum per m2 te slopen gebouw</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 25,-</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond en openstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidieplafond wordt jaarlijks bij de begroting voor het volgend
                            jaar vastgesteld en wordt gevormd door de in de voorgaande jaren
                            ingebrachte bijdragen in het sloopfonds als gevolg van
                            functieveranderingsinitiatieven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen de periode waarin een subsidie als
                            bedoeld in artikel 2 kan worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De openstelling en het subsidieplafond maken burgemeester en wethouders
                            openbaar bekend in een huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke
                            website.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Prioritering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Afhandeling en toewijzing van de aanvragen vinden in beginsel plaats op
                            basis van binnenkomst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door toewijzing van alle subsidieaanvragen die zijn ingediend in
                            een aanvraagperiode het subsidieplafond zou worden overschreden, stellen
                            burgemeester en wethouders een rangorde vast, waarbij de aanvragen met
                            voorgenomen sloop van met asbest bedekte gebouwen voorrang krijgen op de
                            andere aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien ook dan het budget ontoereikend is, wordt de volgorde vastgesteld
                            aan de hand van het aantal m2 asbestsloop.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidieverlening wordt op een daartoe vastgesteld
                            formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij
                            het college van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de aanvraag onvolledig is, stellen burgemeester en wethouders de
                            aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan
                            de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen binnen 8 weken na ontvangst van de
                            aanvraag of, indien deze onvolledig was, na ontvangst van de ontbrekende
                            gegevens, een beslissing over de subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De termijn voor het nemen van de beslissing kan door burgemeester en
                            wethouders worden verlengd met ten hoogste 8 weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verplichtingen van de subsidie-ontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger zorgt ervoor dat uiterlijk binnen een jaar na de
                            verlening van de subsidie is voldaan aan de in artikel 4 genoemde
                            voorwaarden. In geval van overmacht is het mogelijk om deze periode met
                            maximaal 6 maanden te verlengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht fysieke en administratieve controle
                            toe te laten door de door burgemeester en wethouders aangewezen
                            toezichthouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen drie maanden na
                            oplevering van het werk ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door burgemeester
                            en wethouders vastgesteld uitbetalingsformulier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met de aanvraag worden kopieën meegezonden van facturen en
                            betaalbewijzen van de uitgevoerde maatregelen waarbij wordt aangetoond
                            dat de werkzaamheden hebben plaatsgehad overeenkomstig de aan de
                            subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouder beslissen binnen acht weken na ontvangst van
                            een ontvankelijke aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden
                            verdaagd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking en terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling wordt ingetrokken
                            indien binnen vijf jaren nadat deze is genomen, voor het sloopperceel
                            een bestemmingsplan of een besluit als bedoeld in artikel 3.10 van de
                            Wet ruimtelijke ordening tot stand komt op basis waarvan woningbouw is
                            toegelaten, tenzij de subsidieontvanger het sloopperceel heeft vervreemd
                            en ten genoegen van burgemeester en wethouders aannemelijk kan
                            maken:</al><lijst><li nr="a."><al>dat hij noch zijn wederpartij op het tijdstip waarop de
                                    vervreemding plaatsvond op de hoogte waren of konden zijn van
                                    het feit dat een zodanig bestemmingsplan of besluit werd of zou
                                    worden voorbereid, alsmede</al></li><li nr="b."><al>dat de voorwaarden waaronder de vervreemding heeft
                                    plaatsgevonden zodanig zijn dat daaruit blijkt dat daarbij geen
                                    rol heeft gespeeld de verwachting dat het gemeentebestuur nadien
                                    zou kunnen besluiten een zodanig bestemmingsplan of besluit te
                                    gaan voorbereiden of vaststellen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is
                            ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger is gewijzigd, betaalt
                            de ontvanger de subsidiebedragen terug op eerste vordering van
                            burgemeester en wethouders, vermeerderd met de wettelijke rente over de
                            periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het tijdstip
                            van voldoening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van vorenstaande
                            bepalingen in gevallen waarin de onverkorte toepassing daarvan voor een
                            of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere
                            omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze bepalingen
                            te dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de in het eerste lid bedoelde gevallen alsmede in gevallen die niet
                            zijn voorzien in deze beleidsregels beslissen burgemeester en wethouders
                            naar redelijkheid en billijkheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening worden aangehaald als: “Subsidieverordening sloop
                                ongewenste bebouwing buitengebied gemeente Lochem”.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van de
                                publicatie.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 3 december 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Lochem</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.P. Stegeman F.J. Spekreijse</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING SUBSIDIEVERORDENING SLOOP ONGEWENSTE BEBOUWING BUITENGEBIED
                            GEMEENTE LOCHEM.</titel></kop><tussenkop>Toelichting algemeen</tussenkop><tussenkop>Sloop van ongewenste bebouwing</tussenkop><al>Het tegengaan en terugdringen van verspreide bebouwing in het buitengebied
                    (‘verstening van het buitengebied’) is een van de doelstellingen van het
                    gemeentelijke functieveranderingsbeleid.</al><al>Bij het vaststellen van het nieuwe beleidskader “Buiten werken en wonen;
                    ontwikkelen met kwaliteit” is in het kader van verevening een sloopfonds
                    ingesteld waaruit bijdragen worden verleend ten behoeve van de verbetering van
                    de landschappelijke kwaliteit van het landelijk gebeid door sloop van
                    vrijgekomen bedrijfsgebouwen.</al><al>De bijdrageregeling is een instrument dat voorziet in financiële prikkels.</al><al>Op grond van deze verordening kan subsidie worden verstrekt van maximaal € 25
                    per m2 voor de sloop van gebouwen op een sloopperceel in de natuur- en
                    landschappelijk waardevolle gedeelten van het buitengebied, waarbij woningen,
                    bijgebouwen en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen mogen worden
                    behouden.</al><tussenkop>Slooppercelen</tussenkop><al>Sloop van gebouwen heeft betekenis voor natuur en landschap. Daarom moet alle
                    bebouwing van een sloopperceel worden verwijderd, afgezien van de woning,
                    bijgebouwen en cultuurhistorisch</al><al>waardevolle bebouwing. De te slopen bebouwing moet verder een oppervlakte hebben
                    van tenminste 500 m².</al><tussenkop>Tenderprocedure, prioritering</tussenkop><al>De onderhavige subsidieregeling wordt opengesteld door middel van een
                    tenderprocedure. Daarin</al><al>wordt gedurende een bepaalde tijd (bijvoorbeeld een maand) de mogelijkheid
                    geboden om</al><al>subsidieaanvragen in te dienen, waarna alle aanvragen worden geprioriteerd.
                    Gelet op de verwachte beperkte budget is het wenselijk de aanvragen te
                    prioriteren. Dit gebeurt door de aanwijzing van gebieden. Verder is het mogelijk
                    om sloop van gebouwen met asbest voorrang te geven.</al><tussenkop>Europese aspecten</tussenkop><al>Verwacht kan worden dat subsidies op grond van de onderhavige verordening onder
                    meer terecht</al><al>komen bij landbouwbedrijven. In zulke situaties rijst de vraag of er sprake is
                    van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 87, eerste lid, van het
                    Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. In het verleden heeft de
                    Provincie Brabant een soortgelijke verordening aangemeld bij de Europese
                    Commissie. Gezien het feit dat de Europese Commissie hier heeft laten weten geen
                    bezwaar te hebben, mag worden geconcludeerd dat de voorliggende verordening in
                    overeenstemming kan worden geacht met het EG-Verdrag.</al><tussenkop><vet>Toelichting per artikel</vet></tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Onderdeel 2): De definitie van het begrip “gebouw” is gelijkluidend aan die van
                    art. 1, aanhef en onder c.van de Woningwet.</al><al>Onderdeel 3): in deze begripsomschrijving is tot uitdrukking gebracht dat
                    kelders niet noodzakelijkerwijs geheel of gedeeltelijk onder een gebouw behoeven
                    te liggen, zodat ook sloop van apart gelegen gierkelders e.d. voor subsidie in
                    aanmerking komt.</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><tussenkop>Lid 1:</tussenkop><al>Burgemeester kunnen een of meerdere gebieden aanwijzen en daarbinnen een
                    prioriteitsvolgorde toekennen. Gedacht kan worden aan de zogenaamde
                    uitsluitingsgebieden of gebieden binnen de EHS. Meerdere varianten zijn
                    mogelijk.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Als categorie van gebouwen kan bijvoorbeeld worden aangewezen stallen bedekt met
                    asbest. Als een aanwijzing van categorieën van gebouwen op grond van artikel 2,
                    tweede lid, achterwege wordt gelaten, dan kunnen zodanige categorieën nog een
                    rol spelen bij de regels voor de bepaling van de rangorde (artikel 8). Overigens
                    betekent de aanwijzing van een categorie gebouwen – hetzij bij uitsluiting,
                    hetzij als criterium voor de bepaling van de rangorde – niet dat op een
                    sloopperceel alleen deze gebouwen zullen worden gesloopt, omdat in beginsel alle
                    bebouwing van een sloopperceel dient te worden verwijderd.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Dit artikel bevat de basisbepaling: subsidie kan worden verleend voor de sloop
                    van gebouwen, kelders, sleufsilo’s en voerplaten. De artikelen 4 en 5 bevatten
                    de nadere voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen, terwijl in
                    artikel 8 is aangegeven hoe zal worden beslist ingeval het subsidieplafond wordt
                    overschreden.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al><onderstreept>Lid 1, onder a</onderstreept>): </al><al>Door de voorwaarde dat alle bebouwing van het perceel moet worden
                    verwijderd</al><al>wordt verzekerd dat een sloopperceel in zijn geheel wordt ontdaan van bebouwing,
                    afgezien van de woning met bijgebouwen en sommige andere cultuurhistorisch
                    waardevolle gebouwen. Op deze wijze wordt beoogd om tot een maximale winst aan
                    ruimtelijke kwaliteit te komen.</al><al>Het slopen en verwijderen van de daarbij vrijkomende materialen moet op
                    milieuverantwoorde wijze gebeuren. Om aannemelijk te maken dat aan dit vereiste
                    is voldaan, moeten bij de indiening van het verzoek om subsidievaststelling
                    worden overgelegd:</al><lijst><li nr="·"><al>Een kopie van de omgevingsvergunning of sloopmelding;</al></li><li nr="·"><al>Een asbestinventarisatie van een BRL 5052 gecertificeerd
                            asbestinventarisatiebedrijf, indien de te slopenbouwwerken na 1 juli
                            1993 zijn gebouwd;</al></li><li nr="·"><al>Indien asbest aanwezig was, bewijsstukken waaruit blijkt dat dit
                            overeenkomstig de regelgeving voor asbestverwijdering is verwijderd door
                            een BRL 5050 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf;</al></li><li nr="·"><al>Bewijsstukken waaruit blijkt dat puin en afval op een legale stortplaats
                            in gescheiden fracties zijn gestort (stortbonnen).</al></li></lijst><al>De omgevingsvergunning is geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                    Hierin staan ook bepalingen omtrent asbestverwijdering, die zijn gebaseerd op
                    het Asbestverwijderingsbesluit (AmvB van 28 mei 1993, Stb.290). De onderhavige
                    regeling voegt inhoudelijk niets toe aan deze bepalingen. Door echter een aantal
                    documenten te vereisen waaruit blijkt dat bij het slopen en verwijderen van
                    afval aandacht is besteed aan het milieu, wordt een extra waarborg gegeven dat
                    de betreffende bepalingen juist worden toegepast. Deze waarborg is naar
                    verwachting effectief, omdat de sanctie is gelegen in het niet uitkeren van
                    subsidie of een voorschot.</al><tussenkop>Lid 1, onder c): </tussenkop><al>Ter bevordering van gewenste en ten voorkoming van ongewenste ruimtelijke
                    ontwikkelingen geldt als eis dat op het sloopperceel een passende bestemming
                    komt te rusten. Dit betekent in ieder geval dat de bouwmogelijkheden voor het
                    sloopperceel moeten worden geschrapt,</al><al>afgezien van de mogelijkheden die de bebouwing dekken die met toepassing van
                    artikel 3, wordt behouden. In voorkomende gevallen zal de agrarische bestemming
                    worden gewijzigd in een (burger)woonbestemming.</al><al>De hoofdregel is dat aan de betrokken kavel een passende bestemming moet zijn
                    verleend alvorens tot de uitkering van de subsidie wordt overgegaan. Indien ten
                    tijde van de indiening van de aanvraag</al><al>om subsidievaststelling nog geen passende bestemming geldt, dat moet er een
                    subsidieovereenkomst zijn gesloten die erop gericht is bebouwing te voorkomen
                    totdat de bestemming aangepast is.</al><al><onderstreept>Lid 1, onder d)</onderstreept>: </al><al>In artikel 13 van de Wet bodembescherming is de algemene zorgplicht tot het
                    voorkomen en ongedaan maken van bodemverontreiniging neergelegd. Ook los van
                    deze bepaling spreekt vanzelf dat de grond van het te saneren sloopperceel
                    schoon moet worden opgeleverd. Dit wil zeggen: schoon genoeg voor het in de
                    toekomst te verwachten gebruik. Het in de toekomst te verwachten gebruik zal
                    moeten worden gedekt door de nieuwe bestemming. In veel gevallen zal het om
                    gebruik als tuin bij een burgerwoning gaan.</al><al>Uit een verkennend bodemonderzoek overeenkomst NEN 5740 – aangevuld met een
                    asbestonderzoek volgens NEN 5705 of NEN 5897 indien de locatie verdacht is
                    asbestverontreiniging – zal moeten blijken of er sprake is van niet aanvaardbare
                    bodemverontreiniging. Indien dit het geval is, dan moet de bodem, eventueel na
                    nadere onderzoeken, volgens een saneringsplan worden gesaneerd. Bij de melding
                    moet onder meer een saneringsplan worden overgelegd.</al><al>In sommige gevallen kan de saneringsplicht overigens ook voortvloeien uit een
                    milieuvergunning, zelfs nadat deze is ingetrokken. In die gevallen zijn
                    burgemeester en wethouders het bevoegde gezag voor minder ernstige
                    verontreinigingen en zijn GS het bevoegde gezag voor gevallen van</al><al>ernstige verontreiniging.</al><tussenkop>Lid 1, onder e): </tussenkop><al>Als er een omgevingsvergunning (vm. milieuvergunning) geldt voor een inrichting
                    op het sloopperceel, dan moet deze worden ingetrokken.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><tussenkop>Lid 2: </tussenkop><al>Deze bepaling beoogt dubbele subsidiëring te voorkomen. Bij de aanvraag dient
                    een verklaring te worden overgelegd over andere subsidies.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Deze bepaling stelt een limiet aan het totale subsidiebedrag als er een gebouw
                    aanwezig is op het sloopperceel. In die situatie kan de totale subsidie niet
                    meer bedragen dat aantal m² van het gebouw maal € 25,-. </al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>In deze bepalingen is de tenderprocedure neergelegd; deze is in het algemene
                    gedeelte van de toelichting ter sprake gekomen. </al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al><onderstreept>Lid 1:</onderstreept> De subsidieontvanger krijgt een jaar de tijd
                    om te voldoen aan alle voorwaarden. Met name de aanpassing van het
                    bestemmingsplan pleegt de nodige tijd in beslag te nemen. Van een overmacht
                    situatie kan onder meer sprake zijn als de aanpassing van het bestemmingsplan
                    vertraging ondervindt; in een dergelijk geval kan de termijn van een jaar met
                    een half jaar worden verlengd of een subsidieovereenkomst worden gesloten.</al><al/><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al><onderstreept>Lid 1</onderstreept>: Deze bepaling is ontleend aan artikel 4:84
                    van de Algemene wet bestuursrecht. Zij is voor het gemak van de lezer opgenomen;
                    strikt genomen is zij overbodig naast de wettelijke regeling. De bepaling biedt
                    een grondslag voor de verzachting van onbedoelde effecten die in de
                    uitvoeringspraktijk kunnen optreden bij een strikte toepassing van de
                    regeling.</al><al><onderstreept>Lid 2:</onderstreept> In het tweede lid is bepaald dat naar
                    redelijkheid en billijkheid moet worden besloten indien wordt afgeweken van de
                    beleidsregels, of indien een beslissing moet worden genomen over een onderwerp,
                    dat onmiskenbaar tot het domein van de beleidsregels behoort, maar daarin niet
                    met</al><al>zoveel woorden is geregeld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>