<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR259083_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Alphen aan den Rijn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Week in Beeld, Witte Weekblad, 13 februari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/25999</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluit artikel 2:10 - uitstallingen</al><al>Uitvoeringsbesluit artikel 2:12 - uitritten</al><al>Uitvoeringsbesluit artikel 2:28a - terrassen</al><al>Uitvoeringsbesluit artikel 2:48 - alcohol</al><al>Uitvoeringsbesluit artikel 5:8 - parkeren grote voertuigen</al><al>Uitvoeringsbesluit artikel 5:24a - snelheid op openbaar water</al><al>Uitvoeringsbesluit artikel 5:25 - ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING ALPHEN AAN DEN RIJN 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>(<cursief>vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari
                        2013</cursief>)</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Tekst van de regeling</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2013 8</al>
            <al>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN 9</al>
            <al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen 9</al>
            <al>Artikel 1:2 Beslistermijn 9</al>
            <al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag 9</al>
            <al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 10</al>
            <al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 10</al>
            <al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 10</al>
            <al>Artikel 1:7 Termijnen 10</al>
            <al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden 10</al>
            <al>HOOFDSTUK 2 OPENBARE ORDE 11</al>
            <al>AFDELING 1 BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN 11</al>
            <al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 11</al>
            <al>Artikel 2:1a Verblijfsontzegging 11</al>
            <al>AFDELING 2: BETOGING 12</al>
            <al>Artikel 2:2 Optochten 12</al>
            <al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 12</al>
            <al>Artikel 2:4 Afwijking termijn 13</al>
            <al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens 13</al>
            <al>AFDELING 3: VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN 13</al>
            <al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                            of afbeeldingen 13</al>
            <al>AFDELING 4: VERTONINGEN E.D. OP DE WEG 13</al>
            <al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. 13</al>
            <al>Artikel 2:8 Dienstverlening 13</al>
            <al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. 13</al>
            <al>AFDELING 5. BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG 14</al>
            <al>Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 14</al>
            <al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                            veranderen van een weg 15</al>
            <al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 15</al>
            <al>AFDELING 6. VEILIGHEID OP DE WEG 15</al>
            <al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid 15</al>
            <al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes 15</al>
            <al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp 15</al>
            <al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. 16</al>
            <al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. 16</al>
            <al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 16</al>
            <al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 16</al>
            <al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen 16</al>
            <al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 16</al>
            <al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 17</al>
            <al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 17</al>
            <al>Artikel 2:23a IJszeilen 17</al>
            <al>AFDELING 7. EVENEMENTEN 17</al>
            <al>Artikel 2:24 Begripsbepaling 17</al>
            <al>Artikel 2:25 Evenement 17</al>
            <al>Artikel 2:26 Ordeverstoring 18</al>
            <al>AFDELING 8. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN 18</al>
            <al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen 18</al>
            <al>Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 18</al>
            <al>Artikel 2:28a Terrassen 19</al>
            <al>Artikel 2:29 Sluitingstijd 20</al>
            <al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 20</al>
            <al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen 20</al>
            <al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 20</al>
            <al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan 21</al>
            <al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan 21</al>
            <al>AFDELING 9. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                            NACHTVERBLIJF 21</al>
            <al>AFDELING 10. TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN 21</al>
            <al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden 21</al>
            <al>Artikel 2:40 Speelautomaten 22</al>
            <al>AFDELING 11. MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID 22</al>
            <al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 22</al>
            <al>Artikel 2:42 Plakken en kladden 22</al>
            <al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 23</al>
            <al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 23</al>
            <al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. 23</al>
            <al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 23</al>
            <al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 23</al>
            <al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 24</al>
            <al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 24</al>
            <al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
                            24</al>
            <al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. 25</al>
            <al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                            e.d. 25</al>
            <al>Artikel 2:53 Bespieden van personen 25</al>
            <al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur 25</al>
            <al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren 25</al>
            <al>Artikel 2:56 Alarminstallaties 25</al>
            <al>Artikel 2:57 Loslopende honden 25</al>
            <al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 26</al>
            <al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 26</al>
            <al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 26</al>
            <al>Artikel 2:61 Wilde dieren 27</al>
            <al>Artikel 2:62 Loslopend vee 27</al>
            <al>Artikel 2:63 Duiven 27</al>
            <al>Artikel 2:64 Bijen 27</al>
            <al>Artikel 2:65 Bedelarij 28</al>
            <al>AFDELING 12. BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN 28</al>
            <al>Artikel 2:66 Begripsbepaling 28</al>
            <al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                            28</al>
            <al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek
                            van Strafrecht 28</al>
            <al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen 29</al>
            <al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven 29</al>
            <al>AFDELING 13. VUURWERK 29</al>
            <al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen 29</al>
            <al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                            verkoopdagen 29</al>
            <al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                            29</al>
            <al>AFDELING 14. DRUGSOVERLAST 30</al>
            <al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat 30</al>
            <al>Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik 30</al>
            <al>AFDELING 15. BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                            CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN 30</al>
            <al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 30</al>
            <al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden 30</al>
            <al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 30</al>
            <al>HOOFDSTUK 3. SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
                            30</al>
            <al>AFDELING 1. BEGRIPSBEPALINGEN 30</al>
            <al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen 30</al>
            <al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan 31</al>
            <al>Artikel 3:3 Nadere regels 31</al>
            <al>AFDELING 2. SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                            DERGELIJKE 32</al>
            <al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen 32</al>
            <al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder 32</al>
            <al>Artikel 3:6 Sluitingstijden 33</al>
            <al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting
                            33</al>
            <al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder
                            34</al>
            <al>Artikel 3:9 Straatprostitutie 34</al>
            <al>Artikel 3:10 Sekswinkels 35</al>
            <al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                            erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 35</al>
            <al>AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN: 35</al>
            <al>Artikel 3:12 Beslissingstermijn 35</al>
            <al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden 35</al>
            <al>Artikel 3:13a Geldigheid vergunning 36</al>
            <al>AFDELING 4. BEEINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING 36</al>
            <al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 36</al>
            <al>Artikel 3:15 Wijziging beheer 36</al>
            <al>AFDELING 5. OVERGANGSBEPALING 37</al>
            <al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling 37</al>
            <al>HOOFDSTUK 4 BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR
                            HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE 38</al>
            <al>AFDELING 1. GELUIDHINDER EN VERLICHTING 38</al>
            <al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen 38</al>
            <al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 38</al>
            <al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 39</al>
            <al>Artikel 4:3a Wijze van geluidmeten 40</al>
            <al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten 40</al>
            <al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek 41</al>
            <al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder 41</al>
            <al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht 41</al>
            <al>Artikel 4:6b (Geluid)hinder door dieren 42</al>
            <al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d. 42</al>
            <al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s 42</al>
            <al>Artikel 4:6e (Geluid)hinder door schepen 42</al>
            <al>AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING 43</al>
            <al>AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN 43</al>
            <al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                            43</al>
            <al>Artikel 4:12 Uitzondering 44</al>
            <al>AFDELING 4. MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST 44</al>
            <al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
                            44</al>
            <al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen 45</al>
            <al>Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame 45</al>
            <al>AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN 46</al>
            <al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 46</al>
            <al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 46</al>
            <al>HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
                            47</al>
            <al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 47</al>
            <al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 47</al>
            <al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen 48</al>
            <al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 48</al>
            <al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 48</al>
            <al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 49</al>
            <al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen 49</al>
            <al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                            49</al>
            <al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 49</al>
            <al>AFDELING 3. VENTEN 50</al>
            <al>AFDELING 4. STANDPLAATSEN 51</al>
            <al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 51</al>
            <al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende 51</al>
            <al>AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN 52</al>
            <al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 52</al>
            <al>AFDELING 6. OPENBAAR WATER 52</al>
            <al>Artikel 5:24a Snelheid op openbaar water 53</al>
            <al>Artikel 5:24b Varen in riet e.d. 53</al>
            <al>Artikel 5:24c Waterskiën, enzovoorts 53</al>
            <al>Artikel 5:24d Meren in de Zegerplas 53</al>
            <al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 54</al>
            <al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 54</al>
            <al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats 54</al>
            <al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 54</al>
            <al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen 55</al>
            <al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water 55</al>
            <al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 55</al>
            <al>Artikel 5:31a Kromme Aar 55</al>
            <al>Artikel 5:31b Radio e.d. in heemgebied 55</al>
            <al>AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                            NATUURGEBIEDEN 55</al>
            <al>Artikel 5:32A Begripsbepalingen 55</al>
            <al>Artikel 5:32 Crossterreinen 56</al>
            <al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 56</al>
            <al>AFDELING 8. VERBOD VUUR TE STOKEN 57</al>
            <al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                            anderszins vuur te stoken 57</al>
            <al>AFDELING 9. VERSTROOIING VAN AS 57</al>
            <al>Artikel 5:35 Begripsbepaling 57</al>
            <al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen 57</al>
            <al>Artikel 5:37 Hinder of overlast 58</al>
            <al>HOOFDSTUK 6 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN 59</al>
            <al>Artikel 6:1 Strafbepaling 59</al>
            <al>Artikel 6:2 Toezichthouders 59</al>
            <al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen 59</al>
            <al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening 59</al>
            <al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling 59</al>
            <al>Artikel 6:6 Citeertitel 60</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING 2013 </titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>(vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2013, ingaande 21
                            februari 2013)</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994 ;</al></li>
              <li nr="b."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li>
              <li nr="c."><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening daaronder
                                    wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li>
              <li nr="e."><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="f."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li>
              <li nr="g."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li>
              <li nr="h."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="i."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li>
              <li nr="j."><al>Recreatiegebied: een aaneengesloten terrein dat geschikt is voor
                                    vrijetijdsbesteding (sport en spel, verblijf in de natuur,
                                    amusement, uitstapjes). </al></li>
              <li nr="k."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslistermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste dertien weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>OPENBARE ORDE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de
                                        openbare orde diegene die op een openbare plaats:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>Aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li>
                    <li nr="b."><al>Aanwezig is bij een tot toeloop van publiek
                                                aanleiding gevende gebeurtenis waardoor
                                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                                wel;</al></li>
                    <li nr="c."><al>Zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <al>bevelen onmiddellijk zijn weg te vervolgen of zich onmiddellijk in
                                de door hem aangewezen richting te verwijderen. Aan dat bevel dient
                                terstond gevolg te worden gegeven.</al>
              <lijst>
                <li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li>
                <li nr="6."><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1a</nr>
                <titel>Verblijfsontzegging</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene die zich gedraagt in strijd met de artikelen genoemd in
                                    het vierde lid en/of een aan de openbare orde gerelateerd delict
                                    pleegt een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod
                                    genoemd tijdvak van 48 uur te bevinden op in dat verbod
                                    aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                    gedragingen hebben plaatsgehad. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid
                                    is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het
                                    opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij zich opnieuw
                                    gedraagt in strijd met de in het eerste lid genoemde artikelen
                                    en/of een aan de openbare orde gerelateerd delict pleegt, een
                                    verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd
                                    tijdvak van ten hoogste veertien dagen te bevinden op in dat
                                    verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de
                                    genoemde gedragingen hebben plaatsgehad. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester beperkt het in het eerste of tweede lid genoemde
                                    verbod, indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden
                                    van betrokkene noodzakelijk is. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Een in het eerste en tweede lid genoemd verbod kan in ieder
                                    geval worden opgelegd bij overtreding van de volgende artikelen
                                    uit deze Algemene plaatselijke verordening Alphen aan den
                                    Rijn:</al>
                <lijst>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:26 (ordeverstoring evenement);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:33 (ordeverstoring in horecabedrijf);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op een openbare
                                            plaats);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:48 (verboden drankgebruik);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek
                                            toegankelijke ruimten);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:74 (drugshandel op straat);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 2:74a (openlijk druggebruik);</al></li>
                  <li nr="o"><al>artikel 3:9 (straatprostitutie).</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2:</nr>
              <titel>BETOGING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:2</nr>
                <titel>Optochten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en</al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:4</nr>
                <titel>Afwijking termijn</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:5</nr>
                <titel>Te verstrekken gegevens</titel>
              </kop>
              <al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>3:</nr>
              <titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:6</nr>
                <titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen
                                            van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedrukte of geschreven stukken die onderdeel uitmaken
                                            van een activiteit waarvoor een vergunning of ontheffing
                                            is verleend;</al></li>
                  <li nr="c."><al>gedrukte of geschreven stukken van Nederlandse politieke
                                            partijen of gedrukte en geschreven stukken betreffende
                                            levensbeschouwelijke, culturele, educatieve of
                                            maatschappelijke doelen, mits daarbij geen hinder of
                                            overlast wordt veroorzaakt;</al></li>
                  <li nr="d."><al>gedrukte of geschreven stukken die worden aangeboden
                                            door erkende verkopers van daklozenkranten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4:</nr>
              <titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:7</nr>
                <titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:8</nr>
                <titel>Dienstverlening</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:9</nr>
                <titel>Straatartiest e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare
                                    plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
                                    functie daarvan, indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m
                                    wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 m op de rijbaan voor
                                    fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde verbod is niet van toepassing
                                    op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vlaggen, wimpels en vlaggenstokken indien ze geen gevaar
                                            of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en
                                            niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonneschermen, mits ze zijn aangebracht boven het voor
                                            voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits:</al><lijst>
                      <li nr="I."><al>geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven
                                                  dat gedeelte bevindt;</al></li>
                      <li nr="II."><al>geen onderdeel van het scherm, in welke stand
                                                  dat ook staat, zich op minder dan 0,5 meter van
                                                  het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de
                                                  weg bevindt;</al></li>
                      <li nr="III."><al>geen onderdeel verder dan 1,5 meter buiten de
                                                  opgaande gevel reikt;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="c."><al>de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen ervan en mits degene die de
                                            werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt,
                                            dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;</al></li>
                  <li nr="d."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="e."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;</al></li>
                  <li nr="f."><al>ondergrondse afvalcontainers;</al></li>
                  <li nr="g."><al>terrassen als bedoeld inartikel 2:28a.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Aankondigingen, reclameposters, verwijzingsbordjes of
                                    vergelijkbare zaken, mogen alleen geplaatst worden in of op de
                                    daarvoor bestemde voorzieningen en met toestemming van de
                                    gemeente. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet of de provinciale
                                    wegenverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing bedoeld in het zesde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het
                                    college:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>een uitweg te maken naar de weg;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Bij de melding wordt een situatieschets van de gewenste uitweg
                                    en een foto van de bestaande situatie ingediend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg
                                    als:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>dat ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>het uiterlijk aanzien van de omgeving op onaanvaarbare wijze
                                    wordt aangetast.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt
                                    aangetast.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier
                                    weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste
                                    uitweg wordt verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen in het belang van de
                                    verkeersveiligheid, het uiterlijk aanzien van de gemeente en ter
                                    bescherming van groenvoorzieningen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:13</nr>
                <titel>Veroorzaken van gladheid</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:14</nr>
                <titel>Winkelwagentjes</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer en/of weggebruikers
                                het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor
                                het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:16</nr>
                <titel>Openen straatkolken e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:17</nr>
                <titel>Kelderingangen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:18</nr>
                <titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                            periode.</al></li>
                  <li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                            te laten liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:19</nr>
                <titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m
                                    uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte
                                    delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:20</nr>
                <titel>Vallende voorwerpen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:22</nr>
                <titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:23</nr>
                <titel>Veiligheid op het ijs</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:23a</nr>
                <titel>IJszeilen</titel>
              </kop>
              <al>[Vervallen]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>EVENEMENTEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li>
                  <li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                            evenement).</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In afwijking van het eerste lid kan voor een klein evenement
                                    worden volstaan met een melding. Er is sprake van een klein
                                    evenement indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het evenement tussen 10:00 en 23:00 uur plaats
                                            vindt;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het evenement maximaal gedurende één dag
                                            plaatsvindt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De melding dient ten minste twee weken voor aanvang van het
                                    evenement bij de burgemeester te zijn gedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin wordt voorzien
                                    door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst>
                      <li nr="I."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                  snackbar, discotheek, coffeeshop, buurthuis of
                                                  clubhuis. </al></li>
                      <li nr="II."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptieworden
                                                  verstrekt of bereid;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                            liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28</nr>
                <titel>Exploitatievergunning openbare inrichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van het horecabedrijf;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte(n) bestemd voor het
                                            horecabedrijf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of
                                    exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien
                                    naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of
                                    leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare
                                    orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
                                    en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
                                    overheidsgebouw met een publieke functie voor zover de horeca
                                    een nevenactiviteit is of in een winkel als bedoeld in artikel 1
                                    van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit
                                    is van de winkelactiviteit;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Voor het horecabedrijf als bedoeld in het zesde lid gelden
                                    dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                            winkelactiviteit;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een museum; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>een bedrijfskantine- of restaurant.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste
                                    lid indien de exploitant geen verklaring omtrent gedrag overlegt
                                    die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de
                                    vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                    weigeren dan wel intrekken in het geval en onder voorwaarden
                                    bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>11.</lidnr>
                <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28a</nr>
                <titel>Terrassen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras
                                    bij een openbare inrichting te exploiteren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de bruikbaarheid en het
                                    aanzien van een openbare plaats, de openbare orde, of de
                                    bescherming van woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten
                                    aanzien van terrassen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Geen vergunning zoals gesteld in lid 1 is vereist wanneer wordt
                                    voldaan aan de in de ‘Nadere regels voor het hebben van
                                    terrassen’ opgenomen criteria.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de exploitant verboden bezoekers in de openbare
                                    inrichting toe te laten: op maandag tot en met zondag tussen
                                    01:30 uur en 06:00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is de exploitant van een openbare inrichting verboden een
                                    terras, als bedoeld in artikel 2:27 sub b tussen 23:00 en 06:00
                                    voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
                                    achtste lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste en
                                    tweede lid vervatte verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het eerste, tweede en het vierde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of
                                    meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens
                                    artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31</nr>
                <titel>Verboden gedragingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De orde te verstoren;</al></li>
                <li nr="2."><al>Zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li>
                <li nr="3."><al>Op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32</nr>
                <titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:33</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt niet de burgemeester, maar het
                                college op als bevoegd bestuursorgaan voor de toepassing van artikel
                                2:28 tot en met 2:31.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN
                                NACHTVERBLIJF</titel>
            </kop>
            <structuurtekst>
              <al>[gereserveerd] </al>
            </structuurtekst>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>10.</nr>
              <titel>TOEZICHT OP SPEELGELEGENHEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:39</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de vergunning als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:40</nr>
                <titel>Speelautomaten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>11.</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:41</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:43</nr>
                <titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap
                                    te vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:44</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:45</nr>
                <titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde plantsoenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:46</nr>
                <titel>Rijden over bermen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                    provinciale wegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort of
                                            onder een overkapping op te houden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:50</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:51</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:52</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:53</nr>
                <titel>Bespieden van personen</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:54</nr>
                <titel>Bewakingsapparatuur</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:55</nr>
                <titel>Nodeloos alarmeren</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:56</nr>
                <titel>Alarminstallaties</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:57</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>in een recreatiegebied in de periode van april tot en
                                            met september zonder dat die hond aangelijnd is;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a, b, en d zijn
                                    niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                            of sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd. Daartoe is diegene verplicht
                                    zakjes danwel schepjes bij zich te hebben, geschikt voor het
                                    opruimen van uitwerpselen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar de opruimplicht genoemd
                                    in het eerste lid niet geldt. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li>
                  <li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li>
                  <li nr="d."><al>te voeren.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:61</nr>
                <titel>Wilde dieren</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:62</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:63</nr>
                <titel>Duiven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het gebod in het eerste
                                    lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:64</nr>
                <titel>Bijen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden bijen te houden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="o"><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li>
                  <li nr="o"><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op
                                    een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten
                                    een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel
                                    hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de
                                    bijen te voorkomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de
                                    woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    het Provinciaal wegenreglement.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                    verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het vijfde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:65</nr>
                <titel>Bedelarij</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>12.</nr>
              <titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:66</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder een handelaar: de handelaar
                                als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                Strafrecht</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:67</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li>
                  <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:68</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst>
                    <li nr="I."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="II."><al>van een verandering van de onder a, sub 1º ,
                                                bedoelde adressen;</al></li>
                    <li nr="III."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li>
                    <li nr="IV."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:69</nr>
                <titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:70</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>13.</nr>
              <titel>VUURWERK</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:71</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:72</nr>
                <titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73</nr>
                <titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>14.</nr>
              <titel>DRUGSOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74a</nr>
                <titel>Openlijk drugsgebruik</titel>
              </kop>
              <al>[vervallen]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>15.</nr>
              <titel>BESTUURLIJKE OPHOUDING, VEILIGHEIDSRISICOGEBIEDEN EN
                                CAMERATOEZICHT OP OPENBARE PLAATSEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:75</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bedoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:16, 2:47,
                                2:48, 2:49, 2:50 en/of 2:73 groepsgewijs niet naleven.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:77</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                plaats.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="b."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="I."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="II."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="III."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="IV."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li>
                    <li nr="V."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2 van deze verordening;</al></li>
                    <li nr="VI."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="c."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="d."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                <li nr="e."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="f."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="g."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li>
                <li nr="h."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de openbare orde en de belangen gesteld in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>SEKSINRICHTINGEN, STRAATPROSTITUTIE, SEKSWINKELS EN
                                DERGELIJKE</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:4</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een plattegrond van de inrichting met een schaal van
                                            tenminste 1:100 waarop duidelijk het aantal werkruimten
                                            is aangegeven;</al></li>
                  <li nr="e."><al>het aantal werkzame prostituees; en</al></li>
                  <li nr="f."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd
                                            is tot het gebruik van de ruimte(n) bestemd voor de
                                            seksinrichting.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:5</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li>
                  <li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><lijst>
                      <li nr="I."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li>
                      <li nr="II."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273a, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 van het Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                      <li nr="III."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                      <li nr="IV."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de Kansspelen;</al></li>
                      <li nr="V."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li>
                      <li nr="VI."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:6</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    op maandag tot en met zondag tussen 01:30 uur en 06:00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift
                                    als bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:7</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42,
                                    tweede lid Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:8</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel
                                    3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:9</nr>
                <titel>Straatprostitutie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten
                                    minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in
                                    een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen
                                    of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder
                                    b.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het vierde lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li>
                    <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></li>
              </lijst>
              <al>AFDELING 3. BESLISSINGSTERMIJN: WEIGERINGSGRONDEN</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:12</nr>
                <titel>Beslissingstermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:13</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; of</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of –veiligheid;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li>
                  <li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid kan worden
                                    geweigerd of worden ingetrokken in het geval en onder
                                    voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                    integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:13a</nr>
                <titel>Geldigheid vergunning</titel>
              </kop>
              <al>Een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft een
                                geldigheidsduur van drie jaar. </al>
              <al>AFDELING 4. BEEINDIGING EXPLOITATIE; WIJZIGING BEHEER</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd of
                                    na het verstrijken van de geldigheidsduur van de
                                    vergunning.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een beheerder het beheer in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>OVERGANGSBEPALING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:16</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>GELUIDHINDER EN VERLICHTING</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="c."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="d."><al>geluidsgevoelige ruimte:ruimte binnen een woning voor zover
                                        die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt
                                        of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken
                                        van tenminste 11 m2;</al></li>
                <li nr="e."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="f."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="g."><al>HRMI-99: Handleiding meten en rekenen industrielawaai, van
                                        het ministerie van VROM, uitgave 1999;</al></li>
                <li nr="h."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                <li nr="i."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li>
                <li nr="j."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of
                                    meer gebieden binnen de gemeente;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het equivalente geluidsniveau LAeq,T veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A) én 95 dB(C), gemeten
                                    op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, binnen het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting, ten gehore brengen van
                                    extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de
                                    artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit – van zondagavond
                                    tot en met donderdagavond uiterlijk om 23.30 uur beëindigd en op
                                    zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag) en zondagnacht
                                    (de nacht van zaterdag op zondag) uiterlijk om 00.30 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, op het
                                    buitenterrein van de inrichting, ten gehore brengen van extra
                                    muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikel
                                    2.17, 2.19 en 2,20 van het Besluit – uiterlijk om 23.00 uur
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kan het college
                                    afwijken van de in het zesde lid genoemde geluidnormen en van de
                                    in het zevende en achtste lid bepaalde eindtijden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>11.</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen het bebouwde
                                    gedeelte van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten,
                                    behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of
                                    goederen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste 10 werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het equivalente geluidsniveau LAeq,T veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 80 dB(A) én 95 dB(C), gemeten
                                    op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5
                                    meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>In geval er aanpandige woningen zijn mag het equivalente
                                    geluidsniveau LAeq,T veroorzaakt door de inrichting, niet meer
                                    bedragen dan 60 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de
                                    woning.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het, binnen het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting, ten gehore brengen van
                                    extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de
                                    artikelen 2,17, 2.19 en 2.20 van het Besluit – van zondagavond
                                    tot en met donderdagavond uiterlijk om 23.30 uur beëindigd en op
                                    zaterdagnacht (de nacht van vrijdag op zaterdag) en zondagnacht
                                    (de nacht van zaterdag op zondag) uitelijk om 00.30 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10.</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek op het buitenterrein van de inrichting
                                    – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17,
                                    2.19 en 2.20 van het Besluit – uiterlijk om 23.00 uur
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>11.</lidnr>
                <al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>12.</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen het bebouwde
                                    gedeelte van de inrichting blijven ramen en deuren gesloten,
                                    behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of
                                    goederen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>13.</lidnr>
                <al>De drijver van de inrichting waar een incidentele festiviteit
                                    plaatsvindt, licht omwonenden binnen een straal van vijftig
                                    meter uiterlijk 48 uur voor het begin van de festiviteit in over
                                    de voorgenomen festiviteit op de wijze zoals is aangegeven op
                                    het meldingsformulier.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>14.</lidnr>
                <al>Het gebruik van een aanwezige omroepinstallatie beperkt zich tot
                                    het aankondigen van het starten en beëindigen van wedstrijd- of
                                    feestonderdelen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3a</nr>
                <titel>Wijze van geluidmeten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Metingen en berekeningen ter controle van voornoemde
                                    geluidniveaus vinden plaats overeenkomstig de HRMI-99.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In tegenstelling tot de HRMI-99 worden op het gemeten signaal in
                                    dB(A) of dB(C) geen correcties meer toegepast.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In tegenstelling tot de HRMI-99 mogen metingen ook uitgevoerd
                                    worden met een, volgens de specificaties van IEC-publicatie 651:
                                    1979, type 2 geluidniveaumeter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Metingen in de buitenlucht vinden plaats op een hoogte van
                                    minimaal 1,5 m en maximaal 2 m boven plaatselijk maaiveld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>In geval het geluidniveau op de gevel van een geluidgevoelig
                                    gebouw wordt vastgesteld, wordt de gevel op de begane grond ook
                                    als gevel van het geluidgevoelig gebouw gezien, als
                                    geluidgevoelige ruimten slechts op de hoger gelegen etages
                                    aanwezig zijn.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:4</nr>
                <titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <al>[gereserveerd]</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde verbod is in ieder geval van
                                    toepassing op (bouw)werkzaamheden uitgevoerd op maandag t/m
                                    vrijdag tussen 19:00 uur en 7:00 uur en/of in het weekend van
                                    vrijdag 19:00 uur tot maandag 7:00 uur. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6a</nr>
                <titel>(Geluid)hinder in de openlucht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                    (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op
                                    een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                    omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde verbod is in ieder geval van
                                    toepassing op (bouw)werkzaamheden uitgevoerd op maandag t/m
                                    vrijdag tussen 19:00 uur en 7:00 uur en/of in het weekend van
                                    vrijdag 19:00 uur tot maandag 7:00 uur. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waarop het
                                    verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het
                                    in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangegeven
                                    categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of
                                    (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college
                                    vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van
                                    (geluid)hinder. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                    betreffen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Het maximale geluidsniveau;</al></li>
                  <li nr="b."><al>De situering van geluidsbronnen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>De frequentie en tijden van gebruik. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6b</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                    veroorzaakt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6c</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets
                                    zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of
                                    overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6d</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door vrachtauto’s</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder
                                    a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op
                                    zodanige wijze te laden of te lossen dat daardoor voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt
                                    veroorzaakt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6e</nr>
                <titel>(Geluid)hinder door schepen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de schipper van een vaartuig dat ligplaats heeft
                                        ingenomen aan een wal, die is voorzien van elektrische
                                        stroomkasten, verboden gebruik te maken van aggregaten ten
                                        behoeve van de opwekking van elektriciteit. </al></li>
                <li nr="2."><al>De schipper is voor de elektriciteitsvoorziening verplicht
                                        gebruik te maken van de in het eerste lid bedoelde
                                        stroomkasten. </al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan van het in het eerste en tweede lid bepaalde
                                        ontheffing verlenen. </al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al></li>
                <li nr="5."><al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
              <al> AFDELING 2. BODEM-, WEG- EN MILIEUVERONTREINIGING Artikel 4:7
                                Straatvegen [vervallen] Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen Het is
                                verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
                                Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                                riolen en putten buiten gebouwen Sloten en andere wateren en niet
                                openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden
                                in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor
                                de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor
                                anderen.</al>
              <al>AFDELING 3. HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN Artikel 4:10
                                Begripsbepalingen </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer
                                                bomen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                                opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                        houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld
                                        op de Bomenlijst Alphen aan den Rijn.</al></li>
                <li nr="2."><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden
                                        geweigerd op grond van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de natuurwetenschappelijke waarde van de
                                                houtopstand;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                                dorpsschoon;</al></li>
                    <li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li>
                    <li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de
                                                houtopstand;</al></li>
                    <li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
                                                of</al></li>
                    <li nr="g."><al>de dendrologische waarde van de houtopstand.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht en/of vergoeding
                                        van de waarde van de boom opleggen onder nader te stellen
                                        regels.</al></li>
                <li nr="4."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt in elk
                                        geval verleend wanneer er sprake is van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een binnen afzienbare tijd te verwachten gevaarlijke
                                                situatie ten gevolge van een ernstige aantasting van
                                                de boom, door bijvoorbeeld zwammen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>sterfte van de boom.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="5."><al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 4:12 Uitzondering In afwijking van het bepaalde in artikel
                                4:11 mag een beschermwaardige boom zonder vergunning van het
                                college, nadat een beëdigd taxateur van bomen of een
                                boomveiligheidscontroleur hierover is geraadpleegd en het voornemen
                                om de boom te kappen bij het college is gemeld, worden geveld
                                wanneer er sprake is van:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>ziekte die krachtens de Plantenziektenwet door middel van
                                        het vellen van de boom bestreden moet worden; of</al></li>
                <li nr="b."><al>acuut gevaarlijke situatie voor personen en/of onroerend
                                        goed, bij schade door storm / blikseminslag / het verkeer en
                                        dergelijke.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>MAATREGELEN TEGEN ONTSIERING EN STANKOVERLAST</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het isverboden op door het college in het belang van het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de
                                        openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een
                                        inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                        openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen
                                        op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: </al><lijst>
                    <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                                onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                                daarvan;</al></li>
                    <li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                                onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                                hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                                anderszins voor een commercieel doel; of</al></li>
                    <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen
                                                van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
                                                pulp of ingekuilde landbouwproducten,
                                                afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="2."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats
                                        een bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te
                                        plaatsen of aanwezig te hebben.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                        krachtens de Provinciale Verordening . </al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                [gereserveerd] Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke
                                reclame </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
                                        te maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                                        wordt gebracht, ernstige hinder ontstaat voor de omgeving of
                                        het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt aangetast.</al></li>
                <li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid kan het college nadere
                                        regels stellen. </al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het
                                                inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                                kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                                weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                                zaken, daartoe aangewezen door de overheid;</al></li>
                    <li nr="c."><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m2 en
                                                de langste zijde korter dan 1 meter, geplaatst op
                                                eigen terrein met een maximum van 1 stuk, die
                                                betrekking heeft op:</al><lijst>
                        <li nr="I."><al>openbare verkoping of een aanbieding ter
                                                  verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende
                                                  zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                  hebben;</al></li>
                        <li nr="II."><al>het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in
                                                  of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd;</al></li>
                      </lijst></li>
                    <li nr="d."><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of aard
                                                van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen
                                                van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van
                                                het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften
                                                zijn aangebracht op borden bij of op de in
                                                uitvoering zijnde bouwwerken zelf en hiervoor een
                                                bouwvergunning is verleend, zulks voor zolang zij
                                                feitelijke betekenis hebben;</al></li>
                    <li nr="e."><al>opschriften of aankondigingen op of aan onroerende
                                                zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien
                                                deze zijn aangebracht ten dienste van dat
                                                vervoer;</al></li>
                    <li nr="f."><al>opschriften of aankondigingen van tijdelijke aard
                                                mits deze betrekking hebben op een door het college
                                                afgegeven vergunning voor een evenement op grond van
                                                artikel 2:25 Algemene plaatselijke verordening, niet
                                                langer dan voor de looptijd van deze vergunning en
                                                wanneer wordt voldaan aan het gestelde in artikel
                                                2:10 Algemene plaatselijke verordening;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Besluit algemene regels voor
                                        inrichtingen milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame [gereserveerd] </al>
              <al>AFDELING 5. KAMPEREN BUITEN KAMPEERTERREINEN Artikel 4:17
                                Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan:
                                een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor
                                het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:18</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd, of waarvoor een planologische procedure is
                                    doorlopen op grond van de artikelen 3.10, 3.22, 3.23 of 19 van
                                    de Wet op de Ruimtelijke Ordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:19</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op door het collega aangewezen plaatsen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter
                                        bescherming van de belangen genoemd in artikel 4:18, vierde
                                        lid onder a en b.</al></li>
              </lijst>
              <al> HOOFDSTUK 5 ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER
                                GEMEENTE AFDELING 1. PARKEEREXCESSEN Artikel 5:1 Begripsbepalingen
                                In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li>
                <li nr="b."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 50 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het vierde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                        voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan
                                        te bieden of te verhandelen.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li>
                <li nr="3."><al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen Het is verboden een voertuig waarmee
                                als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan
                                of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op
                                de weg te parkeren. Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6</nr>
                <titel>Kampeermiddelen e.a.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of
                                            te hebben op een door het college aangewezen weg, waar
                                            dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de
                                            verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is
                                            voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:7</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer
                                    dan 2,4 meter te parkeren binnen de bebouwde kom van de gemeente
                                    op de weg of op een openbare parkeergelegenheid. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het
                                    parkeren: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de daartoe door het college aangewezen wegen en/of
                                            openbare parkeergelegenheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op werkdagen van 7:00 tot 18:00 gedurende ten hoogste
                                            één uur;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de bebouwde kom van het gemeentedeel
                                            Aarlanderveen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning
                                        of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze
                                        dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit
                                        dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun
                                        anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                [gereserveerd] Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                voertuigen </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                        plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                        groenstrook of het daarin te doen of te laten staan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                    <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                                door of vanwege de overheid; en</al></li>
                    <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn
                                                bestemd.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden op door
                                het college in het in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen
                                fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten
                                of plaatsen te laten staan. AFDELING 2. COLLECTEREN Artikel 5:13
                                Inzameling van geld of goederen </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande melding bij het college
                                        een openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden. De melding dient
                                        uiterlijk 2 weken voor aanvang van de collecte bij het
                                        college te zijn gedaan.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></li>
                <li nr="5."><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet
                                        voor:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>instellingen die zijn vermeld op het landelijke
                                                collecterooster van het Centraal Bureau
                                                Fondsenwerving en die geld of goederen inzamelen in
                                                de aan hen door het Centraal Bureau Fondsenwerving
                                                toegewezen periode;</al></li>
                    <li nr="b."><al>in de Gemeente Alphen aan den Rijn gevestigde
                                                verenigingen en stichtingen, die krachtens statuten
                                                en activiteiten een doel nastreven dan van algemeen
                                                (gemeenschaps) belang is en die geld of goederen
                                                inzamelen buiten de periodes die door het Centraal
                                                Bureau Fondsenwerving zijn toegewezen aan
                                                gecertificeerde instellingen en zich hebben gemeld
                                                bij de gemeente.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
              <al>AFDELING 3. VENTEN Artikel 5:14 Begripsbepaling [vervallen] Artikel
                                5:15 Ventverbod [vervallen] Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting
                                [vervallen] </al>
              <al>AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Begripsbepaling</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                        een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke
                                        middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></li>
                <li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als
                                                bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder
                                                h, van de Gemeentewet;</al></li>
                    <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in
                                                artikel 2:24.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:18</nr>
                <titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></li>
                <li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        tevens worden geweigerd:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                                redelijke welstand;</al></li>
                    <li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in
                                                de gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van de vergunning voor een standplaats voor
                                                het verkopen van goederen een redelijk
                                                verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                                gevaar komt;</al></li>
                    <li nr="c."><al>bij strijdigheid met de nadere regels zoals in lid 4
                                                bedoeld.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="4."><al>Het college kan nadere regels met betrekking tot de
                                        vergunningverlening stellen.</al></li>
                <li nr="5."><al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op
                                een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van
                                het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20
                                Afbakeningsbepalingen</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het
                                        Provinciaal wegenreglement.</al></li>
                <li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is
                                        niet van toepassing op bouwwerken.</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht</al><al>[gereserveerd]</al><al>AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 Begripsbepaling</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt:
                                                een markt in een voor het publiek toegankelijk
                                                gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante
                                                goederen worden verhandeld of diensten worden
                                                aangeboden vanaf een standplaats.</al></li>
                    <li nr="2."><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst>
                        <li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel
                                                  160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                                  Gemeentewet;</al></li>
                        <li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel
                                                  2:24.</al></li>
                      </lijst></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:23</nr>
                <titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren, toe te laten, te bevorderen of
                                        gelegenheid toe te geven.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></li>
                <li nr="4."><al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
              <al>AFDELING 6. OPENBAAR WATER Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven
                                openbaar water </al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden zonder vergunning van het college een voorwerp,
                                        niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op
                                        voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden
                                        geopenbaard.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen
                                        waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te
                                        plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun
                                        omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging
                                        gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar
                                        water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan
                                        wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en
                                        onderhoud van het openbaar water.</al></li>
                <li nr="4."><al>De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor
                                        zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door
                                        het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li>
                <li nr="5."><al>Op de vergunning als bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li>
              </lijst>
              <al>Artikel 5:24a Snelheid op openbaar water Het is verboden op door het
                                college aangewezen gedeelten van openbaar water met een door
                                mechanische kracht voortbewogen vaartuig te varen met een grotere
                                snelheid dan 9 kilometer per uur.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24b</nr>
                <titel>Varen in riet e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig te liggen, te ankeren of te
                                    varen in of door riet of ander watergewas dan wel riet of
                                    watergewas op andere wijze te vernielen of te beschadigen of
                                    zich op zodanige wijze te gedragen dat dit riet of watergewas
                                    beschadigd kan worden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet in de gevallen waarin
                                    de Verordening watergebieden en pleziervaart Zuid-Holland van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24c</nr>
                <titel>Waterskiën, enzovoorts</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op openbaar water te waterskiën, jetskiën, de
                                    planking- of parasailingsport, dan wel een soortgelijke sport te
                                    beoefenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Dit artikel is niet van toepassing indien de activiteiten
                                    plaatsvinden in wedstrijdverband; daarvoor geldt artikel 2:24.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24d</nr>
                <titel>Meren in de Zegerplas</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig op de Zegerplas te ankeren of
                                    aan de oevers of aan vis- of surfsteigers te meren of gemeerd te
                                    liggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het
                                    meren van surfplanken aan surfsteigers.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen ten behoeve van een activiteit voor de
                                    burgerij. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:25</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:26</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:27</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:28</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:29</nr>
                <titel>Reddingsmiddelen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:30</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31</nr>
                <titel>Overlast aan vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31a</nr>
                <titel>Kromme Aar</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven op of in de Kromme Aar vanaf de
                                    brug in de Burgemeester Bruins Slotsingel tot aan de
                                    Westkanaalweg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Dit verbod is niet van toepassing op de waterbeheerder van de
                                    Kromme Aar voor het verrichten of doen verrichten van
                                    beheerwerkzaamheden. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:31b</nr>
                <titel>Radio e.d. in heemgebied</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in het heemgebied nabij de Kromme Aar tussen de brug
                                in de Burgemeester Bruins Slotsingel en de Westkanaalweg een toestel
                                bestemd voor het weergeven van muziek of een menselijke stem te
                                gebruiken. </al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN
                                NATUURGEBIEDEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:32A</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li>
                <li nr="2."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:32</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:33</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen, fietsen en paarden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het vijfde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>VERBOD VUUR TE STOKEN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:34</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>9.</nr>
              <titel>VERSTROOIING VAN AS</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:35</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:36</nr>
                <titel>Verboden plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf
                                    4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:37</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: opsporingsambtenaren van de
                                politie-eenheid Den Haag en personen, werkzaam voor het gemeentelijk
                                organisatieonderdeel voor toezicht en handhaving, onder wie
                                milieuwachten, parkeercontroleurs, precariocontroleurs,
                                toezichthouders en controleurs openbaar gebied.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Intrekking oude verordening</titel>
            </kop>
            <al>De Algemene plaatselijke verordening Alphen aan den Rijn 2010,
                            vastgesteld op 26 november 2009, wordt ingetrokken.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                                eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige
                                besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze
                                verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Horecabedrijven, die op de datum van inwerkingtreding van artikel
                                2:28 zoals vastgesteld bij het raadsbesluit van 25 mei 2000 reeds
                                zijn gevestigd, zijn van de vergunningsplicht van laatstgenoemd
                                artikel vrijgesteld zolang de exploitatie naar aard, oppervlakte,
                                locatie of anderszins niet wordt gewijzigd, met uitzondering van
                                terrassen. Deze bepaling geldt niet voor coffeeshops.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:6</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            Alphen aan den Rijn 2013.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>