<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25892_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Speelautomatenhallenverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-08-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wereldregio, 2 september 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2010, inclusief eerste wijziging</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de kansspelen, titel Va</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Speelautomatenbesluit</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-09-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>30-06-2011/7</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november
                        2009;</al><al>gelet op de artikelen 147, eerste lid en 149 van de Gemeentewet, titel Va
                        van de Wet op de Kansspelen en het Speelautomatenbesluit;</al><al/><al><vet>besluit :</vet></al><al/><al>Vast te stellen de Speelautomatenhallenverordening gemeente
                        Schouwen-Duiveland 2010.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Raadsbesluit</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>Apv: de Algemene plaatselijke verordening gemeente
                                    Schouwen-Duiveland;</al></li><li nr="c."><al>Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende
                                    regels ter uitvoering van titel Va van de wet, zoals gewijzigd
                                    bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415;</al></li><li nr="d."><al>speelautomaat: een toestel, ingericht voor de beoefening van een
                                    spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld
                                    mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het
                                    resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke
                                    uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht
                                    om gratis verder te spelen;</al></li><li nr="e."><al>behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan:</al><lijst><li nr="1."><al>het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een
                                            verlengde speelduur of het recht op gratis spellen,
                                            en</al></li><li nr="2."><al>het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de
                                            speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel
                                            geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik
                                            van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke
                                            mate de speelduur verlengd of het recht op gratis
                                            spellen verkregen wordt;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>kansspelautomaat: een speelautomaat die geen
                                    behendigheidsautomaat is;</al></li><li nr="g."><al>speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek
                                    gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te
                                    beoefenen, als bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder b, van
                                    de wet;</al></li><li nr="h."><al>exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de
                                    speelautomatenhal exploiteert;</al></li><li nr="i."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                    onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een
                                    speelautomatenhal;</al></li><li nr="j."><al>weg: weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, alsmede
                                    kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als
                                    zodanig aangeduide parkeerterreinen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Verbodsbepaling en vergunningplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.</al></li><li nr="2."><al>Deze vergunning is uitsluitend mogelijk voor de grondgebieden
                                    van de voormalige gemeenten Bruinisse en Westerschouwen, en wel
                                    als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor dat gedeelte van het gebied van de voormalige
                                            gemeente Bruinisse dat op de bij deze verordening
                                            behorende kaart is aangegeven, kan de burgemeester
                                            uitsluitend voor maximaal één speelautomatenhal een
                                            vergunning verlenen; in deze speelautomatenhal mogen dan
                                            maximaal 10 kansspelautomaten zijn geplaatst.</al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft het gebied van de voormalige gemeente
                                            Westerschouwen kan de burgemeester uitsluitend voor
                                            maximaal één speelautomatenhal in de kern Renesse en
                                            voor maximaal één speelautomatenhal in de kern Haamstede
                                            een vergunning verlenen. Daarbij zijn de volgende
                                            maximale aantallen toegestaan:</al></li></lijst></li></lijst><al>voor de kern Renesse: te hoogste 80 kansspelautomaten;</al><al>voor de kern Haamstede: 20 kansspelautomaten. </al><al>3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><al>De exploitant dient de vergunning aan te vragen onder overlegging
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is
                                    opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin
                                    is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk
                                    aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden
                                    opgesteld;</al></li><li nr="b."><al>een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de
                                    ruimte te beschikken;</al></li><li nr="c."><al>een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel,
                                    indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de
                                    onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt (en) en van
                                    de beheerder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de
                            aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan
                            eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning is persoonsgebonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden.
                                Deze hebben in elk geval betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de openings- en sluitingstijden van de
                                        speelautomatenhal;</al></li><li nr="b."><al>het toezicht in de speelautomatenhal;</al></li><li nr="c."><al>het aantal en type speelautomaten dat mag worden
                                        opgesteld;</al></li><li nr="d."><al>de exploitatie van de hal.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van de Apv wordt de
                                vergunning geweigerd, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximaal aantal af te geven vergunningen voor
                                        speelautomatenhallen is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de
                                        weg voor het publiek toegankelijk is;</al></li><li nr="c."><al>de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft
                                        (hebben) bereikt;</al></li><li nr="d."><al>de exploitant of de beheerder(s) onder curatele staat
                                        (staan) of bewind is ingesteld over een of meer aan hen
                                        toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van
                                        het Burgerlijk Wetboek;</al></li><li nr="e."><al>door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het
                                        oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de
                                        naaste omgeving of het karakter van de
                                        winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig
                                        wordt beïnvloed;</al></li><li nr="f."><al>de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd
                                        oplevert met het geldende bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste,
                                gesteld in het eerste lid, onder c.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan worden gewijzigd op grond van het bepaalde in
                                artikel 1:6 van de Apv.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een overeenkomstig artikel 5, tweede lid, in de vergunning
                                vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren,
                                dient de exploitant onder overlegging van de in artikel 3, onder c,
                                genoemde bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen twee
                                weken nadat de in artikel 3 bedoelde verklaring omtrent het gedrag
                                aan hem is verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor een
                                nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een
                                speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan
                                wel indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het
                                verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 van de Apv kan de burgemeester
                            de vergunning intrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de
                                    vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie
                                    is ontstaan als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder e;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode
                                    van langer dan zes maanden wordt onderbroken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijzigingen in exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een exploitant komt te overlijden dient, indien voortzetting
                                van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe
                                vergunning te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In alle andere gevallen van wisseling van exploitant dient binnen
                                vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe
                                vergunning te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is
                                voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de
                                voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege
                                vervallen vergunning.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><al>Overtreding van artikel 2 van deze verordening en van de krachtens dat
                            artikel gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten
                            hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bij deze verordening bepaalde
                            zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en
                            wethouders aan te wijzen personen, ieder voor zover het feiten betreft
                            die in de aanwijzing zijn vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Betreden van plaatsen</titel></kop><al>Indien de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze
                            verordening bepaalde dit vereist, is artikel 5:15 van de Algemene wet
                            bestuursrecht met betrekking tot het betreden van plaatsen van
                            overeenkomstige toepassing.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Verordening speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2008
                            wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De op grond van de eerder ingetrokken Verordening
                                speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 1997 en Verordening
                                speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2008 verleende
                                vergunningen, worden geacht verleend te zijn overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om vergunningen die zijn ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld met
                                inachtneming van de in artikel 13 ingetrokken verordeningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 8 januari 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn
                        openbare vergadering van 17 december 2009.</al></slotformulering></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel/></kop><al><onderstreept>Bijlage behorend bij artikel 2 lid 2 sub a.</onderstreept></al><al><plaatje><illustratie id="i10e725ec-f8db-4545-991d-591a67544415" naam="i1876i10e725ec-f8db-4545-991d-591a67544415.png" type="foto" breedte="13.7cm" hoogte="15.87cm"/></plaatje></al><al>Deel van de gemeente als bedoeld in artikel 2 lid 2 sub a. <plaatje><illustratie id="ic08b4e7d-9f82-480e-a895-f3c1f0f85e1f" naam="i1877ic08b4e7d-9f82-480e-a895-f3c1f0f85e1f.png" type="foto" breedte="2.7cm" hoogte="1.67cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al/><al><vet>A Algemene toelichting</vet></al><al/><al><vet>1 Wet op de kansspelen; korte inleiding</vet></al><al>Het doel van de Wet op de Kansspelen, Stb. 1964, 483 (hierna: de Wet), strekt
                    ter regulering van het beoefenen van een kansspel door middel van spelautomaten,
                    welke uitzicht geven op winst. Daarbij mogen enerzijds de financieel zwakkere
                    groepen in onze samenleving niet door speelautomaten zodanige verliezen lijden
                    dat zij daardoor worden benadeeld, terwijl anderzijds een redelijke exploitatie
                    van de speelautomaten mogelijk moet blijven om een vlucht in de illegaliteit te
                    voorkomen. Sinds de inwerkingtreding van de Wet zijn diverse wijzigingen
                    doorgevoerd. Met name de wijziging van 13 november 1985 (Stb. 1985, 600) dient
                    in dit kader te worden genoemd, aangezien daarmee de wenselijkheid werd
                    vastgelegd dat speelautomaten met beperkte mogelijkheden tot uitkering van
                    prijzen of premies werden toegestaan. Met betrekking tot dit onderdeel is de
                    omvangrijke en gecompliceerde Titel Va (speelautomaten) in de Wet opgenomen.
                    Titel Va van de Wet regelt tot in de finesses het systeem van toelatings-,
                    exploitatie- en aanwezigheidsvergunningen, waardoor het legaal exploiteren van
                    kansspelautomaten mogelijk wordt gemaakt. Grote lokale verschillen in beleid
                    laat de regeling niet toe. In een opzicht wordt de gemeentelijke overheid echter
                    een aanmerkelijke beleidsruimte gelaten: de raad heeft ingevolge de regeling de
                    bevoegdheid bij verordening de exploitatie van speelautomatenhallen te regelen.
                    De u voorliggende verordening berust daarmee op een driedelig, onderling
                    verbonden vergunningensysteem, waarbij alleen toegelaten speelautomaten in de
                    handel mogen worden gebracht, geëxploiteerd en in de daartoe aangewezen
                    inrichtingen worden opgesteld. </al><al><vet>2 Speelautomatenhallenverordening</vet></al><al><vet>2.1 Inleiding</vet></al><al>Er is voor gekozen om de regeling voor de exploitatie van speelautomatenhallen
                    in een afzonderlijke verordening vast te leggen en niet onder te brengen in de
                    Algemene plaatselijke verordening gemeente Schouwen-Duiveland (Apv).</al><al><vet>2.2 De aanwezigheidsvergunning</vet></al><al>De locaties waar speelautomaten met een aanwezigheidsvergunning van de
                    burgemeester mogen worden opgesteld staan limitatief in artikel 30 c, eerste lid
                    van de Wet op de kansspelen. Uitzonderingen hierop worden gegeven in artikel 3
                    (kermissen), artikel 6 onder b (showroomexemplaren) en artikel 8 (speelcasino’s)
                    van het Speelautomatenbesluit. </al><al><vet>2.3 Voorschriften en beleid met betrekking tot de
                        aanwezigheidsvergunning</vet></al><al>De Wet noemt in artikel 30d, eerste lid, met zoveel woorden de bevoegdheid
                    voorschriften en beperkingen te verbinden aan de aanwezigheidsvergunning. Bij
                    het tot stand komen van afdeling Va werd hierbij met name gedacht aan het
                    vaststellen van het maximum aantal speelautomaten dat in een inrichting mag
                    worden opgesteld. Vervolgens is op grond van jurisprudentie een aantal
                    belangrijke mogelijkheden en onmogelijkheden ontstaan voor het voeren van een
                    speelautomatenbeleid. Een beleid waarmee werd beoogd het horecakarakter van
                    inrichtingen te bewaren en tegelijk de vestiging van verkapte
                    speelautomatenhallen onmogelijk te maken, werd door de rechter niet als
                    onredelijk of anderszins onrechtmatig beoordeeld. In dat beleid speelde ook mee
                    dat, ter bescherming van de openbare orde, beteugeling van speelzucht bij met
                    name jongeren en bestrijding van gokverslaving, voorkomen moest worden dat een
                    concentratie van relatief veel belangstellenden van speelautomaten in een ruimte
                    zou ontstaan (CBB, juli 1988, no. 87/2965/68/203; Zoetermeer).</al><al><vet>2.4 Rechtsbescherming</vet></al><al>De bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn van toepassing op de
                    Verordening speelautomatenhallen gemeente Schouwen-Duiveland 2010. Specifiek
                    tegen besluiten, die op grond van titel Va zijn genomen en waardoor men
                    rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, is ingevolge artikel 30v beroep
                    opengesteld bij het college van beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Ingevolge
                    art. 7:1 Algemene wet bestuursrecht dient degene die van de mogelijkheid gebruik
                    wil maken om tegen het besluit beroep in te stellen bij de administratieve
                    rechter, eerst tegen dat besluit bezwaar te maken bij het orgaan dat het besluit
                    heeft genomen. </al><al><vet>2.5 Bestuursdwang</vet></al><al>De Awb is ook wat betreft het toepassen van bestuursdwang van overeenkomstige
                    toepassing. In het kader van de vraag welk orgaan bevoegd is tot het doen
                    uitgaan van een bestuursdwangaanschrijving tot sluiting van een
                    speelautomatenhal en tot het verwijderen van speelautomaten, oordeelde de
                    Afdeling Rechtspraak als volgt: ‘Blijkens het bepaalde in artikel 221 (oud;
                    tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet is de burgemeester belast met de
                    zorg voor het toezicht op onder meer alle voor het publiek openstaande gebouwen
                    en samenkomsten alsmede op openbare vermakelijkheden. Bedoeld toezicht strekt
                    zich naar het oordeel van de Afdeling mede uit tot het verrichten van
                    uitvoeringshandelingen die daarmee samenhangen. Tot die uitvoeringshandelingen
                    kan een aanzegging van bestuursdwang als de onderhavige worden gerekend. Dat
                    klemt in dit geval te meer waar ingevolge de Wet op de kansspelen ook de
                    bevoegdheid om vergunningen voor het aanwezig hebben van speelautomaten te
                    verlenen bij de burgemeester is gelegd.’ (AR 26 juli 1992, Gst. 6041, nr. 8.)
                    Voor dit oordeel vindt de Afdeling tevens steun in de geschiedenis van de
                    totstandkoming van de Wet op de kansspelen. Uit de Memorie van Toelichting
                    (Tweede Kamer, zitting 1980-1981, 16 481, nr. 3) komt naar voren dat ook de
                    wetgever ervan uitgaat dat het tot de taak van de burgemeester behoort op grond
                    van artikel 221 (oud; tegenwoordig artikel 174) van de Gemeentewet toezicht uit
                    te oefenen op plaatsen en gelegenheden waar speelautomaten staan opgesteld.
                    Reeds in twee eerdere uitspraken heeft de Voorzitter van de Afdeling rechtspraak
                    Raad van State deze vraag op gelijke wijze beantwoord (Voorzitter AR, 6 december
                    1988, KG 1989, 119 en Voorzitter AR, 19 december 1988, Gst. 6877 nr.10). Met
                    deze uitspraken zijn de zelfstandige bestuursdwangbevoegdheid en de
                    uitvoeringsbevoegdheid aan elkaar gekoppeld en bij de burgemeester neergelegd.
                    Feiten die op grond van strafbaarstelling in de wet of de verordening van belang
                    zijn in verband met de exploitatie van speelautomatenhallen zijn de
                    navolgende:</al><lijst><li nr="·"><al>het exploiteren van een speelautomatenhal is zonder vergunning verboden
                            (artikel 2 van de verordening). Dit heeft ingevolge artikel 30 f, eerste
                            lid, onder b van de wet ook tot gevolg dat de aanwezigheidsvergunning
                            voor speelautomaten, gesteld dat die is afgegeven, wordt
                            ingetrokken;</al></li><li nr="·"><al>het is de exploitant van een speelautomatenhal verboden jeugdigen onder
                            de <onderstreept>18 jaar</onderstreept> toe te laten in het gedeelte van
                            de hal waar kansspelautomaten zijn opgesteld (<onderstreept>artikel 30 u
                                lid 1 jo. lid 4, van de Wet)</onderstreept>.</al></li></lijst><al>Bij niet naleving van vorenstaande bepalingen en voorschriften is het in
                    beginsel mogelijk bestuursdwang toe te passen en ook tot sluiting van de
                    speelautomatenhal over te gaan, zo nodig naast de strafrechtelijke procedure.
                    Overtreding van artikel 30 b van de Wet op de kansspelen is op grond van artikel
                    1, onder 3, van de Wet op de economische delicten een economisch delict.
                    Ingevolge artikel 5 WED mogen er ter zake van economische delicten, buiten de
                    WED, geen andere voorzieningen worden getroffen met de strekking van straf- of
                    tuchtmaatregel. Men kan van mening verschillen over de vraag of deze bepaling de
                    toepassing van bestuursdwang uitsluit. Wij onderschrijven de opvatting dat
                    bestuursdwang niet gelijk gesteld kan worden met een straf- of tuchtmaatregel.
                    Bestuursdwang is een administratieve sanctie die gericht is op een ongedaan
                    maken van een illegale toestand en is niet persoonsgericht, zoals een straf- of
                    tuchtmaatregel als bedoeld in artikel 5 WED. Dat impliceert dat het ook bij
                    overtreding van artikel 30 b van de Wet op de kansspelen mogelijk moet worden
                    geacht bestuursdwang toe te passen.</al><al/><al><vet>B Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>De gegeven begripsomschrijvingen zijn, waar mogelijk, uit de Wet overgenomen. De
                    omschrijving van het onderdeel weg is ruimer dan die van artikel 1, eerste lid,
                    sub b van de Wegenverkeerswet en omvat met name ook de kampeerplaatsen, omdat in
                    kantines op campings speelautomaten mogen worden opgesteld, wanneer het
                    inrichtingen betreft in de zin van artikel 30 c van de Wet. </al><al><vet>Artikel 2 Verbodsbepaling</vet></al><al>Het motief dat aan het vergunningvereiste ten grondslag ligt is de openbare
                    orde, meer in het bijzonder de leef- en woonsituatie, te beschermen. Op grond
                    van artikel 30c, eerste lid, sub b van de Wet is, naast de
                    speelautomatenhalvergunning, tevens een aanwezigheidsvergunning vereist voor het
                    aanwezig hebben van één of meer speelautomaten in de speelautomatenhal. Bij de
                    weigeringsgronden wordt hierop nader ingegaan.</al><al>In het tweede lid is exact aangegeven voor welke (gedeelten van) grondgebieden
                    de vergunning uitsluitend mogelijk is. Tevens is aangegeven hoeveel vergunningen
                    voor die gebieden maximaal verstrekt kunnen worden en hoeveel speelautomaten en
                    kansspelautomaten dan zijn toegestaan. </al><al><vet>Artikel 3 Vergunningaanvraag</vet></al><al>Ten opzichte van de oude verordening is het vereiste vervallen dat de exploitant
                    zelf een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel bij de
                    vergunningaanvraag moet overleggen. In het kader van de vermindering van
                    administratieve lasten voor het bedrijfsleven heeft de VNG een
                    samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Kamer van Koophandel. Gemeenten kunnen
                    dit bewijs voortaan zelf, tegen een gereduceerd tarief, online betrekken van de
                    Kamer van Koophandel en de kosten hiervan doorberekenen in de leges. Overigens
                    is het de bedoeling om het handelsregister op den duur op te laten gaan in de
                    nieuwe basisadministratie. </al><al>De verklaring waaruit blijkt dat de exploitant gerechtvaardigd over de ruimte
                    beschikt waarin de speelautomatenhal is gevestigd, is ongewijzigd gebleven in
                    verband met de Wet Bibob: wij willen kunnen beoordelen of de hele organisatie,
                    (dus ook de huisvesting) met betrekking tot het uitoefenen van een bedrijf als
                    een speelautomatenhal, op legale wijze geschiedt. De vestigingsruimte speelt
                    hierbij een wezenlijke rol, aangezien hieruit de financiering van de hal kan
                    worden afgeleid. Het aangeven van het aantal kansspel- en/of
                    behendigheidsautomaten in de plattegrond, als bedoeld onder a, staat in verband
                    met artikel 13 van het Speelautomatenbesluit. Het staat los van het in artikel
                    5, derde lid, onder c, bepaalde op grond waarvan in de exploitatievergunning
                    beperkingen kunnen worden gesteld aan het aantal speelautomaten. </al><al><vet>Artikel 4 Beslistermijn</vet></al><al>Geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 5 Vergunning</vet></al><al>Met de persoonsgebonden vergunning wordt bedoeld dat de vergunning uitsluitend
                    op naam van de exploitant kan worden gesteld en dat deze niet overdraagbaar is.
                    In het derde lid wordt aangegeven dat aan de vergunning voorschriften en
                    beperkingen kunnen worden verbonden, in ieder geval met betrekking tot openings-
                    en sluitingstijden (sub a). Voorschriften en beperkingen met betrekking tot het
                    aantal en het type speelautomaten zijn niet alleen te verbinden aan de
                    aanwezigheidsvergunning. In beginsel kunnen deze voorschriften en beperkingen
                    ook worden gekoppeld aan de exploitatievergunning. Met het oog daarop is
                    onderdeel c in het derde lid opgenomen.</al><al><vet>Artikel 6 Weigeringsgronden</vet></al><al> Het vereiste onder b dient om een speelautomatenhal duidelijk van de openbare
                    weg af voor een ieder herkenbaar te maken. Tevens om te voorkomen dat in een
                    achteraf lokaal van een gebouw, waarin bijvoorbeeld een horecabedrijf wordt
                    uitgeoefend, een speelautomatenhal wordt geëxploiteerd en deze automatenhal mede
                    of uitsluitend via het andere bedrijf bereikbaar zou zijn. De strekking van de
                    verordening is het afwenden van een ontoelaatbare nadelige beïnvloeding van de
                    leef- en woonsituatie in de naaste omgeving van de hal. De jurisprudentie op
                    artikel 30 van de Wet op de kansspelen geeft blijk dat bij de beoordeling van
                    een vergunningaanvraag voor een speelautomatenhal acht mag worden geslagen op de
                    mogelijke gevolgen voor het leefklimaat. In het bepaalde onder e komt tot uiting
                    dat de vergunning dient te worden geweigerd, wanneer gevreesd moet worden dat de
                    woon- en leefsituatie door de vestiging van (nog) een hal op ontoelaatbare wijze
                    zal worden aangetast. Daarbij wordt rekening gehouden met het karakter van de
                    straat, het winkelniveau aldaar en van de wijk waarin de speelautomatenhal is
                    gelegen of zal komen te liggen. In de beoordeling van de aanvrage wordt de
                    spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen
                    te staan betrokken. Het is ook mogelijk om een vergunning te weigeren, wanneer
                    er sprake is van een op ontoelaatbare wijze aantasten van het karakter van een
                    (deel van) winkelstraat/-buurt/-centrum. Door de vestiging van een automatenhal
                    zal er sprake (kunnen) zijn van een ontoelaatbaar spanningsveld, waardoor een te
                    grote inbreuk mag worden gevreesd op de bestaande functie van de winkelstraat.
                    Onder f is als weigeringsgrond opgenomen dat er geen sprake mag zijn van strijd
                    met een geldend bestemmingsplan. In dit verband dient gewezen te worden op de
                    mogelijkheden van ontheffing, wijziging of herziening die het bestemmingsplan
                    nogal eens biedt. Deze mogelijkheden beperken de burgemeester niet in de
                    weigeringsmogelijkheid, maar het lijkt een zaak van behoorlijk bestuur om,
                    voordat tot weigering van de vergunning wordt overgegaan, de mogelijkheid van
                    ontheffing, wijziging of herziening in overweging te nemen. Voor de toepassing
                    van deze bepaling wordt handelen op grond van een ontheffing, wijziging of
                    herziening van het geldende bestemmingsplan beschouwd als handelen in
                    overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Doel van dit lid is de
                    koppeling van de vereiste vergunning met het planologisch regime. Vereist is dus
                    niet dat de locatie waar vergunning voor wordt gevraagd is aangewezen als
                    speelautomatenhal in het bestemmingsplan, maar dat een bestemmingsplan de
                    vestiging niet mag uitsluiten. Op deze wijze wordt voorkomen dat op basis van
                    deze verordening een vergunning moet worden verleend, terwijl later op grond van
                    strijd met het bestemmingsplan tegen de vestiging moet worden opgetreden.
                    </al><al><vet>Artikel 7 Wijzigingsgronden</vet></al><al>Indien een exploitant de beheerder verliest, door overlijden of vertrek, behoeft
                    de ondernemer de bedrijfsuitoefening niet te staken, indien binnen de aangegeven
                    termijn een nieuwe vergunning wordt aangevraagd. Het vervallen van de bestaande
                    vergunning van rechtswege betekent dat belanghebbenden hiertegen geen bezwaar of
                    beroep kunnen aantekenen, aangezien van een beschikking geen sprake is. </al><al><vet>Artikel 8 Intrekkingsgronden</vet></al><al>Onderbreking van de exploitatie voor een periode langer dan in de bepaling
                    genoemd, behoeft niet in alle gevallen aanleiding te geven om de vergunning in
                    te trekken. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan verbouwingen die langere tijd
                    blijken te vergen. Voor de toepassing van de in onderdeel b genoemde
                    intrekkingsgrond (intrekking in verband met gewijzigde omstandigheden of
                    inzichten) weegt de motivering zwaar. Het betreft immers omstandigheden waarop
                    de betrokken ondernemer doorgaans geen invloed kan uitoefenen. Voorts mag hij er
                    op vertrouwen dat een zwaarwegend belang wordt toegekend aan het behoud van de
                    vergunning, gelet op de daaraan verbonden financiële consequenties.</al><al><vet>Artikel 9 Wijzigingen in exploitatie</vet></al><al>Het eerste lid van het onderhavige artikel beoogt aan de erfgenamen bij
                    overlijden van een ondernemer enig respijt te geven om zich te beraden over de
                    al dan niet voortzetting van het bedrijf. Ingevolge het bepaalde in artikel 5 is
                    de vergunning niet overdraagbaar en dient een nieuwe vergunning te worden
                    aangevraagd door degene die de exploitatie voortzet. In afwachting hiervan
                    behoeft de bedrijfsuitoefening niet te worden gestaakt, mits de aard van de
                    inrichting en overige omstandigheden ongewijzigd blijven. Bij wisseling van
                    exploitant geldt eveneens dat de bedrijfsuitoefening niet behoeft te worden
                    gestaakt gedurende de beslissingsperiode op een nieuwe aanvraag. Ook hier geldt
                    als voorwaarde, evenals in het eerste lid, voor het voortzetten van de
                    exploitatie dat de aard van de inrichting en de wijze van exploitatie
                    ongewijzigd blijven. </al><al><vet>Artikel 10 Sanctie</vet></al><al>Op de overtreding van een verbodsbepaling in de speelautomatenhalverordening is
                    in de Wet op de kansspelen geen directe strafsanctie gesteld zodat de
                    gemeenteraad op grond van artikel 154 Gemeentewet op overtreding van zijn
                    verordening zelf een strafsanctie kan stellen. Deze strafbaarstelling kan ook
                    worden opgenomen indien het een medebewindsverordening betreft. Artikel 154
                    bepaalt dat de raad op grond van zijn verordende bevoegdheid bij overtreding van
                    hetgeen bij verordening is geregeld, geen andere of zwaardere straffen kan
                    stellen dan een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
                    </al><al><vet>Artikel 11 Toezicht</vet></al><al>In artikel 30 w, tweede lid van de wet wordt aan het college de bevoegdheid
                    toegekend ambtenaren aan te wijzen die met het toezicht op de naleving van de
                    speelautomaten-vergunningen worden belast voor zover het feiten betreft die in
                    het aanwijzingsbesluit van de betreffende ambtenaren zijn opgenomen.
                    Nadrukkelijk zij hier vermeld dat het college zelf geen opsporingsambtenaren
                    aanwijst als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering. Dat kan
                    en hoeft het college ook niet te doen aangezien artikel 142, lid 1, sub c van
                    dit wetboek regelt dat bij verordening aangewezen toezichthouders ook
                    opsporingsbevoegdheid toekomt. De in artikel 141 genoemde ambtenaren hebben een
                    algemene opsporingsbevoegdheid. Ingevolge artikel 142 kunnen met de opsporing
                    van strafbare feiten ook zijn belast zij aan wie bij verordening de handhaving
                    of de zorg voor de naleving daarvan is toevertrouwd. Het ligt in de lijn aan hen
                    ook het toezicht op de naleving van de speelautomatenhallenvergunning op te
                    dragen. </al><al><vet>Artikel 12 Betreden van plaatsen</vet></al><al>In het kader van het houden van toezicht door de in het voorgaande artikel
                    aangewezen ambtenaren, wordt artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht (het
                    betreden van plaatsen) van overeenkomstige toepassing verklaard. </al><al><vet>Artikel 13 Intrekken oude regeling</vet></al><al>Dit artikel regelt de intrekking van de bestaande verordening. </al><al><vet>Artikel 14 Overgangsrecht</vet></al><al>Vanwege de rechtszekerheid en de eerbiediging van bestaande rechten is een
                    overgangsbepaling opgenomen. Deze bepaling geldt, voor zover van toepassing,
                    zowel voor verleende vergunningen onder de Verordening speelautomatenhallen
                    gemeente Schouwen-Duiveland 1997 als onder de Verordening speelautomatenhallen
                    gemeente Schouwen-Duiveland 2008.</al><al><vet>Artikel 15 Citeertitel</vet></al><al>Geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 16 Inwerkingtreding</vet></al><al>Geen toelichting.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>