<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25864_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ons Eiland, 12-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Verordening Parkeerbelastingen gemeente Schouwen-Duiveland 2010</al><al>Regels voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning Zierikzee</al><al>Regels voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning Westhoek</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland,</al>
          <al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22
                        september 2009;</al>
          <al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al>
          <al/>
          <al>besluit:</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2010.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>I.</nr>
            <titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                    1990;</al></li>
              <li nr="b."><al>motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV
                                    1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1
                                    onder ia van het RVV 1990;</al></li>
              <li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li>
              <li nr="d."><al>houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het
                                    krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens;</al></li>
              <li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li>
              <li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor
                                    parkeerbelasting wordt geheven door middel van
                                    parkeerapparatuur;</al></li>
              <li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al></li>
              <li nr="a."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of</al></li>
              <li nr="b."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1
                                    van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats
                                    niet is uitgezonderd;</al></li>
              <li nr="h."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen;</al></li>
              <li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li>
              <li nr="j."><al>jaar: een kalenderjaar.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>II.</nr>
            <titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders.
                                Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als
                                bedoeld in artikel 3, derde lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen binnen een in de vergunning te omschrijven
                                gebied of een gedeelte daarvan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van
                                een vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn;</al></li>
                <li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent en gevestigd is in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn;</al></li>
                <li nr="c."><al>een bewoner van een gebied waar
                                        belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn, ten behoeve van zijn bezoekers;</al></li>
                <li nr="d."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent en gevestigd is in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten
                                        behoeve van bezoekers;</al></li>
                <li nr="e."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent en gevestigd is buiten een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die
                                        aantoont dat het in het belang van diens beroep- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        motorvoertuig te parkeren;</al></li>
                <li nr="f."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
                                        of bedrijf uitoefent en gevestigd is buiten een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, voor het
                                        incidenteel uitvoeren van werkzaamheden binnen dit
                                        gebied;</al></li>
                <li nr="g."><al>een natuurlijke persoon die in een gebied waar
                                        belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn, in de uitoefening van zijn of haar beroep
                                        regelmatig werkzaamheden verricht op het gebied van
                                        eerstelijns medische dienstverlening, met dien verstande dat
                                        de vergunning slechts geldt gedurende de uitvoering van de
                                        werkzaamheden.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal
                                uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie
                                vaststellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6.</lidnr>
              <al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier wekenverlengen. Van een verlenging van deze
                                termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li>
                <li nr="b."><al>het gebied, weg of weggedeelte waarvoor de vergunning
                                        geldt;</al></li>
                <li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het bepaalde in lid 2 wordt de naam van de
                                vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig niet vermeld
                                op een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3, onder c, d, e en
                                f.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
            </kop>
            <al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li>
              <li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                    beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                    vergunning is verleend;</al></li>
              <li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li>
              <li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li>
              <li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                    betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;</al></li>
              <li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li>
              <li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>III.</nr>
            <titel>Verbodsbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li>
                <li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijd
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het in het eerste lid vervatte verbod geldt niet indien aan de
                                eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend
                                voor het parkeren op de betreffende categorie
                                parkeerapparatuurplaatsen en indien voorts het motorvoertuig
                                duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning en niet wordt
                                gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                voorschriften.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het tweede lid van dit artikel.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li>
                <li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning;</al></li>
                <li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een ontheffing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college kan de in het vorige lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van
                                toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>IV.</nr>
            <titel>Strafbepaling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Afdeling</label>
            <nr>V.</nr>
            <titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
            </kop>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van
                            strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, belast de door het college
                            aangewezen personen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening gemeente
                            Schouwen-Duiveland 2010.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2010</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de
                                    Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2002, voor het
                                    laatst gewijzigd op 24 april 2003.</al></li>
              <li nr="3."><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    Schouwen-Duiveland 2002 worden geacht te zijn verleend krachtens
                                    deze verordening.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn
                        vergadering van 29 oktober 2009,</ondertekening>
        <ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
        </kop>
        <tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop>
        <al>Parkeerbeleid is al jaren een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer-
                    en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van
                    de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal niveau. Via parkeerbeleid kunnen we
                    de verdeling van de vaak schaarse parkeerruimte reguleren en overlast voorkomen.
                    Een goed instrument voor de parkeerregulering is betaald parkeren en parkeren
                    door vergunninghouders (ook wel belanghebbendenparkeren). </al>
        <al>In het verleden heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) drie varianten
                    voor een model Parkeerverordening en drie varianten voor een model Verordening
                    Parkeerbelastingen opgesteld:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>model voor fiscale afhandeling;</al></li>
          <li nr="2."><al>model voor strafrechtelijke afhandeling via de ‘Wet Mulder’</al></li>
          <li nr="3."><al>model voor een gecombineerde fiscale en strafrechtelijke afhandeling via
                            de ‘Wet Mulder’.</al></li>
        </lijst>
        <al>Bij het model voor de <cursief>fiscale afhandeling</cursief> wordt de handhaving
                    door gemeenten zelf gedaan door middel van het opleggen van een fiscale
                    naheffingsaanslag, indien iemand niet, niet geheel of niet tijdig aan zijn
                    betalingsverplichting via de aangewezen parkeerapparatuur heeft voldaan. Bij de
                        <cursief>strafrechtelijke afhandeling</cursief>via de ‘Wet Mulder’
                    wordt de handhaving door de politie, bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) en
                    het openbaar ministerie gedaan. Bij de gecombineerde variant wordt de handhaving
                    via beide wegen uitgevoerd.</al>
        <al>Nagenoeg alle Nederlandse gemeenten die betaald parkeren hebben ingevoerd,
                    kiezen voor de fiscale afhandeling. Dit geldt ook voor onze gemeente. Voor de
                    VNG is dit aanleiding geweest om nog slechts één model Parkeerverordening en één
                    model Verordening Parkeerbelastingen op te stellen. Deze beide model
                    verordeningen sluiten naadloos op elkaar aan. </al>
        <al>Wij hebben de model Parkeerverordening als uitgangspunt genomen en aangepast aan
                    de situatie op Schouwen-Duiveland. </al>
        <al>In de Parkeerverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2009 (hierna:
                    Parkeerverordening) wordt vooral aandacht besteed aan het verlenen van
                    parkeervergunningen en is een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waaronder het
                    zonder vergunning parkeren op een belanghebbendenplaats en het plaatsen van
                    andere voorwerpen op parkeerplaatsen die bestemd zijn voor betaald parkeren of
                    belanghebbendenparkeren. </al>
        <tussenkop>Fiscalisering en belanghebbendenparkeren</tussenkop>
        <al>Alleen het parkeren bij parkeerapparatuur (parkeermeters, parkeerautomaten en
                    verder alles wat hieronder kan worden verstaan) kan worden gefiscaliseerd. Bij
                    deze apparatuur wordt een parkeerbelasting geheven. Het college van burgemeester
                    en wethouders wijst de gebieden aan waar het betaald parkeren wordt ingevoerd.
                    Bij niet-, niet geheel of niet tijdige betaling van de parkeerbelasting wordt
                    het verschuldigde parkeergeld nageheven en worden ook de kosten van de
                    naheffingsaanslag doorgerekend. </al>
        <al>Bij belanghebbendenparkeren wordt ook een parkeerbelasting betaald voor het
                    verkrijgen van een parkeervergunning, waarmee in een bepaald gebied mag worden
                    geparkeerd. Het college van burgemeester en wethouders wijst gebieden aan waar
                    belanghebbendenparkeren wordt ingevoerd. Wanneer iemand zijn auto zonder
                    vergunning parkeert in een belanghebbendengebied (aangeduid met bord E9 uit
                    bijlage 1 van het RVV 1990), kan geen naheffingsaanslag worden opgelegd. Het
                    zonder vergunning parkeren is strafbaar gesteld in de Parkeerverordening (art.
                    9) en komt in principe alleen voor strafrechtelijke handhaving via de ‘Wet
                    Mulder’ in aanmerking.</al>
        <al/>
        <tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop>
        <tussenkop>Aanhef</tussenkop>
        <al>In de aanhef van de Parkeerverordening zijn de artikelen 149 Gemeentewet en 2a
                    Wegenverkeerswet 1994 opgenomen. Op grond van het eerste artikel mogen autonome
                    verordeningen worden opgesteld en op grond van het tweede artikel behouden
                    gemeenten hun autonome regelgevende bevoegdheid ten aanzien van het onderwerp
                    waarin de Wegenverkeerswet voorziet, voorzover die regels niet in strijd zijn
                    met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover verkeerstekens
                    krachtens deze wet zich daar niet toe lenen. </al>
        <tussenkop>Afdeling I Definities en begripsomschrijvingen</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 1</tussenkop>
        <tussenkop>b. motorvoertuigen</tussenkop>
        <al>Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden
                    geheven voor het parkeren met voertuigen. In de Parkeerverordening kiezen we
                    ervoor de werking van deze verordening te beperken tot motorvoertuigen, zoals
                    bedoeld in artikel 1 onder z van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen. In
                    dit artikel wordt onder motorvoertuigen verstaan: ‘alle gemotoriseerde
                    voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en
                    gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden
                    voortbewogen’. Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1 onder ia) gedefinieerd
                    als een bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie.
                    Brommobielen vallen dus niet onder de definitie van motorvoertuigen. In artikel
                    2a van het RVV 1990 is echter bepaald dat de regels voor motorvoertuigen ook van
                    toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders en passagiers van
                    brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het verkeer gedragen
                    als een ‘gewone’ automobilist. Dit geldt ook voor het parkeren met een
                    brommobiel. Daarom is de Parkeerverordening ook van toepassing verklaard op
                    brommobielen.</al>
        <tussenkop>c. parkeren</tussenkop>
        <al>In de Parkeerverordening hebben we aansluiting gezocht bij de definitie van het
                    begrip parkeren in artikel 225 van de Gemeentewet, omdat het invoeren van
                    betaald parkeren en parkeren door vergunninghouders ook gebaseerd is op artikel
                    225 van de Gemeentewet.</al>
        <tussenkop>d. houder</tussenkop>
        <al>In de definitie van het begrip houder komt het begrip ‘motorrijtuig’ voor. In de
                    WVW 1994 is namelijk bepaald dat motorrijtuigen over een kenteken moeten
                    beschikken. Het RVV 1990, waarin onder andere bepalingen over parkeren zijn
                    opgenomen, spreekt daarentegen over motorvoertuigen. Dit is verwarrend, maar
                    materieel gezien komen de definities van beide begrippen goeddeels overeen. </al>
        <tussenkop>Afdeling II Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                    vergunningbewijzen</tussenkop>
        <tussenkop>Artikel 2</tussenkop>
        <al>Het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden waarop met een
                    vergunning op belanghebbendenplaatsen geparkeerd kan worden, dient bij of
                    krachtens deze verordening te worden geregeld. Het aanwijzen van de gebieden,
                    plaatsen en tijden voor het parkeren bij parkeerapparatuur gebeurt op basis van
                    de Verordening Parkeerbelastingen van onze gemeente. Uit praktische overwegingen
                    is de aanwijzingsbevoegdheid bij het college neergelegd. Het college heeft
                    gebieden, plaatsen en tijden aangewezen in Zierikzee en de Westhoek. </al>
        <tussenkop>Artikel 3 </tussenkop>
        <al>Het college kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op plaatsen voor
                    belanghebbenden of plaatsen met parkeerapparatuur. Het college kan tevens nadere
                    regels stellen voor het indienen van aanvragen en het verlenen van de
                    parkeervergunning. Onze gemeente heeft dit gedaan in de vorm van “Regels voor
                    het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning Zierikzee” en “Regels voor
                    het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning Westhoek”.</al>
        <al>In het vierde lid is een soort hardheidsclausule opgenomen. In bijzondere
                    gevallen kan het college ook een (tijdelijke) parkeervergunning verlenen aan de
                    eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de
                    vereisten die in het derde lid zijn opgenomen. Hierbij kan onder andere worden
                    gedacht aan de eerder genoemde personen of bedrijven die nog niet in het
                    vergunningenhoudersgebied wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen
                    afzienbare tijd gaan doen.</al>
        <al>Om te voorkomen dat er voor een bepaald gebied teveel parkeervergunningen worden
                    uitgegeven, kan voor een belanghebbendengebied het maximum aantal uit te geven
                    vergunningen worden bepaald. Hierbij kan ook onderscheid worden gemaakt naar de
                    verschillende categorieën parkeervergunningen, waarbij het in de praktijk vooral
                    zal gaan om het aantal bewonersvergunningen en bedrijfsvergunningen. Hoewel een
                    parkeervergunning geen absoluut recht geeft op een parkeerplaats in een
                    aangewezen belanghebbendengebied, moet de vergunninghouder er wel op kunnen
                    vertrouwen dat hij zijn auto doorgaans kwijt kan in dat gebied. Indien het
                    maximum aantal uit te geven parkeervergunningen is bereikt, kan het college de
                    parkeervergunning weigeren en de betreffende persoon of het betreffende bedrijf
                    op een wachtlijst plaatsen. Het college heeft nog geen gebruik gemaakt van deze
                    mogelijkheid.</al>
        <al>Op grond van het zesde lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel beperkingen worden verbonden
                    met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                    tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. </al>
        <tussenkop>Artikel 4</tussenkop>
        <al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om voor de
                    aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de verordening zelf
                    opgenomen. In de verordening is een beslistermijn van vier weken opgenomen, die
                    eenmaal met ten hoogste vier weken kan worden verlengd. Normaal gesproken wordt
                    een parkeervergunning direct verstrekt door medewerkers van de balie
                    Burgerzaken. Verstrekking binnen vier weken is dan geen enkel probleem. </al>
        <al>Het maatschappelijk risico op het van rechtswege verlenen van vergunningen wordt
                    als gering ervaren. Het reguleren van de parkeerruimte wordt wat lastiger en de
                    beschikbare parkeerruimte wordt wat minder. Als dit incidenteel voorkomt zal dit
                    geen onoverkomelijk probleem vormen. Bovendien geldt de vergunning slechts voor
                    1 jaar. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt van toepassing verklaard.</al>
        <tussenkop>Artikel 5</tussenkop>
        <al>Om de controle op de naleving van het belanghebbendenparkeren efficiënt te laten
                    verlopen, moet zo min mogelijk informatie op de vergunning worden vermeld. Een
                    overmaat aan informatie bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs. </al>
        <tussenkop>Artikel 6</tussenkop>
        <al>In de aanhef van dit artikel geven we aan dat het college een parkeervergunning
                    'kan’ intrekken of wijzigen. Bedoeld is hiermee aan te geven dat het ter
                    beoordeling van het college van burgemeester en wethouders staat of een
                    vergunning daadwerkelijk moet worden ingetrokken of gewijzigd, als één van de
                    opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief bedoeld. Om
                    andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken of
                    gewijzigd.</al>
        <tussenkop>Artikel 7</tussenkop>
        <al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering. Het gaat hier om gedragingen
                    die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet dan ook in de
                    verordening worden opgenomen.</al>
        <tussenkop>Artikel 8</tussenkop>
        <al>Ook dit artikel bevat een verbodsbepaling voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten in de verordening opgenomen
                    worden.</al>
        <tussenkop>Artikel 9</tussenkop>
        <al>Zoals in de algemene toelichting aangegeven kan géén fiscale naheffingsaanslag
                    worden opgelegd bij het zonder vergunning parkeren in een belanghebbendengebied
                    ‘sec’. De fiscale aanpak van het niet betalen van de parkeerbelasting is, gelet
                    op artikel 234 van de Gemeentewet, alleen mogelijk bij
                    parkeerapparatuurplaatsen. Daarom moet in de verordening een strafbepaling
                    worden opgenomen, die alleen voor strafrechtelijke handhaving via de ‘Wet
                    Mulder’ in aanmerking komt.</al>
        <al>Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur zonder (geldige)
                    vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan immers wel het
                    fiscale regime gehanteerd worden.</al>
        <al>In de praktijk wordt de parkeerkaart vrijwel direct afgegeven als aan de
                    vereisten is voldaan. Er zal dus nauwelijks sprake zijn van
                    termijnoverschrijdingen. Daarnaast is de maatschappelijke impact van een van
                    rechtswege verleende vergunning gering. Het reguleren van de parkeerruimte wordt
                    wat lastiger en de beschikbare parkeerruimte wordt minder. Als dit incidenteel
                    voorkomt zal dit geen onoverkomelijk probleem vormen. Bovendien geldt de
                    vergunning slechts voor 1 jaar. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt van toepassing
                    verklaard.</al>
        <tussenkop>Artikel 10</tussenkop>
        <al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al>
        <al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop de
                    zwaarste strafsanctie te stellen. Wij kiezen daarom voor een hechtenis van
                    maximaal een maand of een geldboete van de eerste categorie. Het openbaar maken
                    van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Opname daarvan in de
                    Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al>
        <tussenkop>Artikel 11</tussenkop>
        <al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>