<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25823_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Pijnacker-Nootdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Pijnacker-Nootdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Telstar, 17-10-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering Gemeente Pijnacker-Nootdorp</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">Wet inburgering, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">Wet inburgering, art. 19 , vijfde lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">Wet inburgering, art. 23 , derde lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35">Wet inburgering, art. 35 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-05-10</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007.02929</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening komt in de plaats van de Verordening boete Wet inburgering nieuwkomers (27-01-2005, nr. 2004.13822)</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp;</al><al>gezien het voorstel van het college van 13 maart 2007;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">artikelen 8</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">19, vijfde lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">23, derde lid</extref>, en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35">35 van de Wet inburgering</extref>;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende Verordening Wet inburgering:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Pijnacker- ootdorp;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening worden gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 - De informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op
                                    een doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over
                                    hun rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod
                                    van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                    middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>informatieverstrekking via het Loket WMO;</al></li><li nr="b."><al>informatieverstrekking via folders;</al></li><li nr="c."><al>informatieverstrekking via de klantmanagers van de
                                            Afdeling Sociale Zaken;</al></li><li nr="d."><al>informatieverstrekking via Vluchtelingenwerk
                                            Pijnacker-Nootdorp.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college beoordeelt jaarlijks de doeltreffendheid en
                                    doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                                    inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Doelgroepen en samenstelling van de
                            inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3 - Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij bij
                            voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van de
                            volgende criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>inburgeringsplichtigen die aanspraak maken op een uitkering
                                    ingevolge de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand%20">Wet werk en bijstand</extref> (WWB);</al></li><li nr="b."><al>inburgeringsplichtige opvoeders zonder eigen inkomsten uit
                                    arbeid of uitkering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 - De samenstelling van de
                                inburgeringsvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering
                                    van de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op
                                    het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                                    omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                    inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                    voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                    arbeidsinschakeling wordt afgestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan als onderdeel van de inburgeringsvoorziening,
                                    naast datgene dat in de wet is geregeld, aan
                                    inburgeringsplichtigen extra faciliteiten bieden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 - De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De eigen bijdrage, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, tweede lid, van de wet</extref> wordt in ten
                                    hoogste achttien termijnen betaald.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                    inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien
                                    het college de eigen bijdrage verrekent met de algemene
                                    bijstand, wordt dat in de beschikking vastgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 - Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                    tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="f."><al>overige verplichtingen, strekkende tot het succesvol deelnemen
                                    aan en afronden van de aangeboden inburgeringscursus.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7 - De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet</extref>
                                    schriftelijk.</al></li><li nr="2."><al>Het aanbod wordt gezonden naar het adres waar de
                                    inburgeringsplichtige in de gemeentelijke basisadministratie is
                                    ingeschreven.</al></li><li nr="3."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de
                                    rechten en verplichtingen vermeld die aan de
                                    inburgeringsvoorziening worden verbonden.</al></li><li nr="4."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen vier weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod
                                    al dan niet aanvaardt.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen acht weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                    overeenkomstig het gedane aanbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 - De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=26">artikel 26 van de wet</extref>, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9 - De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125 indien de
                                    inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                    college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                    inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan het onderzoek, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=25">artikel 25, vierde lid, van de wet</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                    inburgeringsvoorziening, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, eerste lid, van de wet</extref> of aan de
                                    verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=7">artikel 7, eerste lid, van de wet</extref> bedoelde termijn
                                    of binnen de door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=31">artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet</extref>
                                    verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 - Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling
                                van de overtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250 indien de
                                    inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
                                    als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
                                    aan dezelfde overtreding.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                                    tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                                    inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
                                    als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
                                    aan dezelfde overtreding.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000 indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=32">artikel 32</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=33">33 van de wet</extref> vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11 - Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2007.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 - Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Pijnacker-Nootdorp.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 10 mei 2007</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. W.J. Niermeijer, drs. F.H. Buddenberg</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting behorende bij de Verordening Wet Inburgering</vet></al><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De Wet inburgering (WI) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats
                    van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende
                    oudkomersregelingen. De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle
                    onderdanen van derde landen1 van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                    verblijven.</al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                    verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige
                    centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich
                    wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is
                    voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een
                    resultaatsverplichting).</al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast
                    hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt
                    inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de
                    inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een
                    bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet
                    houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te
                    stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde
                            van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                            inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen
                            aan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en
                            plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                            inburgeringsvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en
                            artikel 23, derde lid, WI).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de
                            verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).</al></li><li nr="."><al>De gemeente heeft in de nota “Inburgeren in Pijnacker-Nootdorp” een
                            visie geformuleerd die ten grondslag ligt aan de keuzes die de gemeente
                            maakt voor de uitvoering ten aanzien van de WI. Die keuzes hebben
                            betrekking op de drie taken waar de gemeente voor staat bij de
                            uitvoering van de WI: informeren, faciliteren en handhaven. De keuzes
                            worden nader toegelicht bij de artikelsgewijze toelichting.</al></li></lijst><al>Ad 1. Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</al><al>Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat
                    dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie
                    over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die
                    voorzieningen.</al><al>Ad 2. Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen</al><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de wet extra
                    faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het gaat om de
                    volgende vier groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr=""><al>nieuw- en oudkomers die algemene bijstand of een uitkering ontvangen die
                            is aangewezen in het Besluit inburgering;</al></li><li nr=""><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of
                            uitkering hebben;</al></li><li nr=""><al>asielgerechtigde nieuw- en oudkomers;</al></li><li nr=""><al>nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar.</al></li></lijst><al>Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de eerste twee groepen (nieuw- en
                    oudkomers die een algemene bijstand of een nader aangeduide uitkering ontvangen
                    en oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben) kán het
                    college een inburgeringsvoorziening aanbieden (artikel 19, eerste lid, WI). Het
                    college is verplicht een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud- en nieuwkomers) en aan nieuw- en
                    oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid,
                    WI).</al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het
                    inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening ook
                    uit maatschappelijke begeleiding.</al><al>De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze vier
                    groepen. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval
                    regels moeten worden gesteld:</al><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod aan
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).</al><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).</al><al>De vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                    inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI).</al><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                    inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval
                    betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI).</al><al>Ad 3. Het vaststellen van de bedrag van de bestuurlijke boete</al><al>Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 - Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><al><vet>Artikel 2 - De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</vet></al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de Wet inburgering.
                    De wet laat gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de
                    informatievoorziening aan de inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel
                    bepaalt artikel 8 WI dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over
                    de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake
                    van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van
                    en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van deze verplichting.
                    Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt de raad in dit
                    artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening aan de
                    inburgeringsplichtigen. Het college is belast met de organisatie van de
                    informatieverstrekking.</al><al>Zoals in de nota “Inburgeren in Pijnacker-Nootdorp” is aangegeven zal het Loket
                    Inburgering worden ondergebracht bij het Centrake Loket WMO, waar tevens een
                    informatiebalie voor Sociale Zaken is ondergebracht. Dit loket heeft een
                    informerende en adviserende rol op het gebied van inburgering. Tevens zal de
                    gemeente informatie verstrekken via folders. Tenslotte zal informatie worden
                    verstrekt door de klantmanagers van de Afdeling Sociale Zaken.</al><al>Het derde lid verplicht het college de raad jaarlijks te rapporteren over de
                    doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan de
                    inburgeringsplichtigen.</al><al><vet>Artikel 3 - Aanwijzen van de doelgroepen</vet></al><al>Artikel 19, eerste lid, WI bepaalt dat het college aan twee groepen
                    inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening kán aanbieden:</al><al>inburgeringsplichtigen die algemene bijstand of een uitkering op grond een bij
                    algemene maatregel van bestuur aan te wijzen socialezekerheidswetten of
                    socialezekerheidsregelingen ontvangen;</al><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of uitkering hebben.</al><al>De gemeenteraad moet bij verordening regels stellen met betrekking tot de
                    criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan deze twee groepen
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).</al><al>Dit artikel regelt dat de groepen die het college aanwijst bij voorrang een
                    inburgeringsvoorziening krijgen aangeboden. Dit betekent dat het college de
                    ruimte heeft om in bepaalde gevallen ook een inburgeringsvoorziening aan te
                    bieden aan inburgeringsplichtigen die niet behoren tot de groep of groepen die
                    hij heeft aangewezen (maar wel behoren tot de doelgroepen, bedoeld in artikel
                    19, eerste lid, WI). Om te voorkomen dat inburgeringsplichtigen die behoren tot
                    de groep of groepen die het college heeft aangewezen aan deze aanwijzing een
                    recht gaan ontlenen op het krijgen van een aanbod, bepaalt dit artikel dat het
                    college aan de groepen die hij aanwijst een inburgeringsvoorziening kan
                    aanbieden.</al><al>Conform de in de raad vastgestelde beleidsnotitie “Inburgeren in
                    Pijnacker-Nootdorp” regelt artikel 3 dat een inburgeringsvoorziening bij
                    voorrang kan worden aangeboden aan de volgende doelgroepen:</al><al>Inbugeringsplichtigen die aanspraak maken op een uitkering ingevolge de Wet werk
                    en bijstand (WWB)</al><al>Inburgeringsplichtige opvoeders zonder eigen inkomsten uit arbeid of
                    uitkering.</al><al><vet>Artikel 4 - De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</vet></al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met in
                    begrip van de totstandkoming en samenstelling van de inburgeringsvoorziening
                    (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). In dit artikel worden de kaders
                    vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                    inburgeringsplichtige die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon
                    toegesneden inburgeringsvoorziening samen te stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    inburgeringsvoorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van
                    een inburgeringsvoorziening, kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al><al>De kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de Nederlandse
                    samenleving en zijn of haar leercapaciteit.</al><al>De maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat vervullen
                    in de Nederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan het verrichten van
                    betaalde arbeid of het opvoeden van kinderen.</al><al>De persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan bijvoorbeeld
                    worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de inburgeringsplichtige moet
                    vervullen.</al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                    wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                    mogelijkheid om de inburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren
                    aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel, zo blijkt
                    uit artikel 19, vierde lid, van de wet, dat een aanbod voor een
                    inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtige niet
                    wordt gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>De WI bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met een
                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een
                    inburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die
                    bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                    socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid
                    om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Indien in
                    deze specifieke situatie geen reïntegratievoorziening wordt aangeboden, kan de
                    gemeente derhalve geen inburgeringsvoorziening aanbieden. Het college is
                    verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde inburgeringsvoorziening
                    (artikel 20, tweede lid, WI).</al><al>Het tweede lid van artikel 4 van de verordening draagt het college op om er voor
                    te zorgen dat de inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op de
                    reïntegratievoorziening.</al><al>Het derde lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening aan inburgeringsplichtigen kan aanbieden. In de
                    wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet bestaan:
                    een cursus die toe leidt naar het inburgeringsexamen en het eenmaal kosteloos
                    afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid, WI). Voor asielgerechtigde
                    inburgeringsplichtigen (oud- én nieuwkomers) maakt ook maatschappelijke
                    begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening (artikel
                    19, zesde lid, WI).</al><al>Het college kan als onderdeel van de inburgeringsvoorziening extra faciliteiten
                    aanbieden, hierbij kan worden gedacht aan trajectbegeleiding. Door het bieden
                    van de mogelijkheid van het aanbieden van extra faciliteiten wordt voorzien in
                    de mogelijkheid tot het bieden van maatwerk.</al><al><vet>Artikel 5 - De inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte
                    van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan
                    bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid,
                    WI). In de memorie van toelichting van de wet staat aangegeven dat bij het
                    vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage de positie van de
                    uitkeringsgerechtigden als vertrekpunt is gekozen, en dat een bedrag van € 15
                    per maand proportioneel wordt geacht. Wij hebben besloten deze
                    betalingsregeling, gezien de doelgroep, als uitgangspunt te hanteren. Artikel
                    24, eerste lid, WI maakt het bij inburgeringsplichtigen die algemene bijstand
                    ontvangen mogelijk dat het college de eigen bijdrage verrekent met deze
                    uitkering. Van deze mogelijkheid zullen wij gebruik maken.</al><al>In lid 1 van dit artikel wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige het recht
                    heeft de eigen bijdrage in maximaal 18 termijnen te betalen.</al><al>In lid 2 wordt bepaald dat de inburgeringsplichtige wordt geïnformeerd over de
                    termijnen waarin de eigen bijdrage dient te worden betaald. Indien van
                    toepassing, wordt in de beschikking tot toekenning van de
                    inburgeringsvoorziening tevens vermeld dat de eigen bijdrage wordt verrekend met
                    de uitkering op grond van de WWB.</al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het college
                    het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op de
                    uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, WI). In dit geval int het UWV de
                    eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze van verrekening geschiedt
                    door het UWV en niet door de gemeente, en wordt dus niet in deze verordening
                    geregeld.</al><al><vet>Artikel 6 - Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Dit
                    artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het
                    artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                    inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de
                    toekenning van de inburgeringsvoorziening deze verplichtingen vast.</al><al><vet>Artikel 7 - De procedure van het doen van een aanbod</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het goed is – leidt tot een
                    besluit tot het toekennen van een inburgerings-voorziening.</al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van
                    een inburgeringsvoorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke wijze
                    doet en dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de
                    inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er geen
                    onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de inburgeringsplichtige een
                    aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (het tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot de toekenning van de
                    inburgeringsvoorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze
                    beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (het vierde
                    lid).</al><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeringsplichtige het
                    aanbod aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente
                    meedeelt (het derde lid). De hiertoe gestelde termijn bedraagt 4 weken. Het
                    besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening dient binnen 8 weken na
                    deze mededeling van de inburgeringsplichtige te worden genomen (vierde
                    lid).</al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeringsplichtige aan de gemeente meldt
                    dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij gelet op zijn situatie
                    bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het aanbod van de gemeente.
                    Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het gedane aanbod moeten
                    aanpassen.</al><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen. Gaat het om een oudkomer, dan is er geen
                    termijn vastgesteld waarbinnen de betreffende persoon het inburgeringsexamen
                    moet hebben behaald. Het college neemt in een dergelijke situatie een
                    handhavingsbeschikking: een besluit op grond van artikel 26 WI waarmee de
                    termijn van start gaat waarbinnen de inburgeringsplichtige het
                    inburgeringsexamen moeten hebben behaald (vijf jaar na aanvang van deze
                    termijn). Het verdient de aanbeveling dat het college deze handelwijze vastlegt
                    in beleidsregels, zodat tevoren voor betrokkenen duidelijk is (of zou kunnen
                    zijn) wat de gevolgen zijn van het weigeren van een aanbod voor een
                    inburgeringsvoorziening.</al><al><vet>Artikel 8 - De inhoud van de beschikking</vet></al><al>Het besluit tot het toekennen van een inburgeringsvoorziening is een
                    beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                    tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                    welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden
                    neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende inburgeringsvoorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig moeten
                    worden vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening
                    (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de
                    verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de
                    betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn
                    gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet
                    hebben behaald, ligt vast in de wet (artikel 7, eerste lid, WI). In de
                    beschikking hoeft (en kan) van deze termijn alleen melding worden gemaakt
                    (onderdeel c).</al><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                    termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                    plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering).
                    Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op beschikkingen voor oudkomers. Indien het college
                    een inburgeringsvoorziening vaststelt voor een oudkomer, dan moet het college in
                    de betreffende beschikking ook de dag opnemen waarop de termijn van handhaving
                    van de inburgeringsplicht van start gaat (artikel 22, tweede lid, juncto artikel
                    26 WI). Binnen vijf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                    inburgeringexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer de
                    termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor
                    de hand om deze termijn direct te laten ingaan (en bijvoorbeeld niet te koppelen
                    aan de datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat). De precieze
                    datum waarop de inburgeringsvoorziening van start gaat, zal niet altijd bekend
                    zijn op het moment dat deze wordt toegekend. Bovendien past het vaststellen van
                    een datum van aanvang van handhaving van de inburgeringsplicht, onafhankelijk
                    van het moment waarop met de inburgeringsvoorziening kan worden begonnen, bij
                    het uitgangspunt van de wet dat de betreffende persoon als oudkomer
                    inburgeringsplichtig is en in beginsel zelf verantwoordelijk is voor het behalen
                    van het inburgeringsexamen.</al><al><vet>Artikel 9 - De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                        overtredingen</vet></al><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de
                    maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De hoogte van de boetes
                    zoals genoemd in lid 1 en 2 zijn lager dat de bij wet vastgesteld maximale
                    bedragen. Hierbij is rekening gehouden met de veelal lage inkomenspositie van de
                    doelgroep. De hoogte van de boete zoals genoemd in lid 3 is gelijk aan het bij
                    wet vastgestelde maximumbedrag, hierbij is de ernst van de gedraging, het niet
                    binnen de wet gestelde termijn behalen van het inburgeringsexamen,
                    meegewogen.</al><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en
                    géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke
                    boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan
                    de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook
                    zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is
                    gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling brengt met zich mee dat het
                    college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan welke boete
                    passend is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                    inburgeringsplichtige.</al><al>In het kader van een de uitvoering van een gecombineerde reïntegratie- en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid,
                    Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van
                    een andere scocialezekerheidswet of – regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling
                    voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval
                    géén bestuurlijke boete kan opleggen.</al><al><vet>Artikel 10 - Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                        overtreding</vet></al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 9 mogelijk
                    is. Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                    overtredingen zich wel binnen 12 maanden voordoen.</al><al>Artikel 34, onderdeel d, WI biedt de mogelijkheid voor gemeenten om de
                    bestuurlijke boete te verhogen van maximaal € 500 naar maximaal € 1000 in het
                    geval dat de inburgeringsplichtige bij herhaling niet voldoet aan de
                    verplichting binnen de gestelde termijn het inburgeringsexamen te behalen. Dit
                    is geregeld in het derde en vierde lid van artikel 10 van deze verordening.</al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                    inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                    boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 9,
                    derde lid, van de verordening.</al><al>Op grond van artikel 32 WI moet het college in de boetebeschikking een nieuwe
                    termijn vaststellen waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het
                    inburgeringsexamen moet behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze
                    nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het derde lid
                    van artikel 10 het mogelijk dat het college een hogere boete vaststelt. Bij de
                    hoogte van de boete is aangesloten bij het bij wet vastgestelde maximumbedrag
                    van € 1.000 (artikel 34, onderdeel d, WI). Ook in dat geval zal in de
                    boetebeschikking een nieuwe termijn moeten worden opgenomen waarbinnen de
                    inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen moet behalen. Als de
                    inburgeringsplichtige ook binnen deze (derde) termijn het inburgeringsexamen
                    niet heeft behaald, regelt het derde lid dat het college wederom een
                    bestuurlijke boete van € 1.000 kan opleggen. De maximumboete in het derde lid
                    geldt ook voor alle hierop volgende overschrijdingen van termijnen door de
                    inburgeringsplichtige.</al><al><vet>Artikel 11 - Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 12 - Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Noot</vet></al><al>1 Derde landen zijn landen die n iet behoren tot de EU of tot de Europese
                    Economische Ruimte en niet Noorwegen en Zwitserland.</al><al>Terug naar de verwijzing naar voetnoot 1 in de
                        tekst</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>