<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR258129_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schouwen-Duiveland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Wereldregio 30-11-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen Schouwen-Duiveland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Artikel 229, van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>40A05 2 oktober 2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;</al>
          <al>  </al>
          <al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 2 oktober 2012;</al>
          <al> </al>
          <al>gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al>
          <al> </al>
          <al> </al>
          <al>
            <vet>besluit </vet>vast te stellen de<vet>:</vet></al>
          <al> </al>
          <al>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Schouwen-Duiveland 2013.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>I</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Inleidende bepaling</titel>
            </kop>
            <al>Krachtens deze verordeningen worden geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li>
              <li nr="2."><al>reinigingsrechten.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15:33 Wet Milieubeheer;</al></li>
              <li nr="b."><al> grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>II</nr>
            <titel>Afvalstoffenheffing</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></li>
              <li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Belastingjaar</titel>
            </kop>
            <al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8a</nr>
              <titel>Bonusuitkering afvalstoffenheffing</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Voor diegenen die bij het begin van het kalenderjaar belastingplichtig zijn, wordt het bedrag van de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1.1.1 of 1.1.2 of 1.1.4 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, verminderd met een bedrag van € 75,00.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien het bedrag na een vermindering als bedoeld in het eerste lid negatief is, wordt een aanslag tot dit negatieve bedrag vastgesteld.</al></li>
              <li nr="3."><al>De in artikel 8 bedoelde heffing naar tijdsgelang wordt berekend alsof de vermindering als bedoeld in artikel 8A, lid 1, niet zou zijn toegepast.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden tot 31 december in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste werkdag van de daaropvolgende maand.</al></li>
              <li nr="3."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>III</nr>
            <titel>Reinigingsrechten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Belastbaar feit</titel>
            </kop>
            <al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al>
            <al> </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Belastingplicht</titel>
            </kop>
            <al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11a</nr>
              <titel>Vrijstellingen</titel>
            </kop>
            <al>Geen reinigingsrechten wordt geheven, indien ter zake van een in artikel 10 belastbaar feit de gemeente langs andere weg een vergoeding ontvangt. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Belastingjaar</titel>
            </kop>
            <al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Wijze van heffing</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></li>
              <li nr="2."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li>
              <li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li>
              <li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li>
              <li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten</titel>
            </kop>
            <al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Termijnen van betaling</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></li>
              <li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden tot 31 december in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste werkdag van de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de laatste werkdag van de daaropvolgende maand.</al></li>
              <li nr="3."><al>De reinigingsrechten bedoeld in artikel 14, tweede lid moeten worden betaald ingeval de kennisgeving:</al><al>a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;</al><al>b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.</al></li>
              <li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>IV</nr>
            <titel>Aanvullende bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>De “Verordening reinigingsheffingen Schouwen-Duiveland 2012” van 10 november 2011, laatstelijk gewijzigd op 1 maart 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>20</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.</al></li>
              <li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>21</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>De verordening wordt aangehaald als “Verordening reinigingsheffingen Schouwen-Duiveland 2013”.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 8 november 2012</ondertekening>
        <ondertekening>  </ondertekening>
        <ondertekening>  </ondertekening>
        <ondertekening>G.C.G.M. Rabelink, voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>T. van Oostenbrugge, griffier </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening> </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>