<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR258076_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws, 2012, 18</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8 Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-10-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB12.0076</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: Wet werk en bijstand (WWB);</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van Burgemeester en
                                            Wethouders;</al></li><li nr="c."><al>de gemeente: de gemeente Den Helder;</al></li><li nr="d."><al>maatschappelijke participatie: het deelnemen aan
                                            activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan
                                            wel cultureel karakter door schoolgaande kinderen of
                                            kinderen in de leeftijd tot 18 jaar die een
                                            beroepsopleiding volgen van (een) ouder(s) met een laag
                                            inkomen;</al></li><li nr="e."><al>voorziening: een vorm van financiële ondersteuning in
                                            natura, gericht op de maatschappelijke participatie van
                                            ten laste komende kind(eren) die onderwijs of een
                                            beroepsopleiding volgen van ouders met een laag
                                            inkomen;</al></li><li nr="f."><al>schoolgaand kind: ten laste van een ouder komend kind
                                            voor wie de leer- of kwalificatieplicht bedoeld in
                                            artikel 4 van de Leerplichtwet, geldt;</al></li><li nr="g."><al>laag inkomen: een inkomen tot 110% van de van toepassing
                                            zijnde bijstandsnorm.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Maatschappelijke participatie andere
                                regelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover ondersteuning in een andere maatschappelijke
                                participatieregeling is voorzien, wordt die regeling geacht mede
                                uitvoering te geven aan de opdracht bedoeld in artikel 8, eerste
                                lid, onderdeel g WWB. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Regelingen als bedoeld in het eerste lid zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>het Jeugd Sport Fonds (JSF),</al></li><li nr="b."><al>het Jeugd Onderwijs en Cultuurfonds (JOC).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente voorziet door subsidiëring, onder toepassing van de
                                Algemene subsidieverordening 2008, in artikel 2 onder a en b
                                genoemde fondsen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Beide fondsen kunnen op verzoek van een intermediair een
                                tegemoetkoming verstrekken in natura ter bevordering van de
                                maatschappelijke participatie voor kinderen en jongeren tot 18 jaar
                                waarvan de ouders minder draagkrachtig zijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vergoedingen kunnen verstrekt worden voor het lidmaatschap van een
                                sportvereniging en eventueel sportbenodigdheden, deelname aan
                                school-, culturele of educatieve activiteiten, materialen voor de
                                uitvoering van culturele en educatieve activiteiten en de betaling
                                van cursussen met culturele en/of educatieve waarde. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aanvragen, beoordeling volgens richtlijnen fondsen, hoogte van de
                                bijdrage, de administratieve afhandeling en betaling aan de
                                organisatie, vereniging, instelling of school, worden door de
                                fondsen vastgesteld en afgehandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>De verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening
                            maatschappelijke participatie 2012’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheid college</titel></kop><al>Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening,
                            nadere regels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking de dag na haar publicatie en werkt
                            terug tot 1 januari 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van 23 april 2012.</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, voorzitter</ondertekening><ondertekening>Mr. drs. M. Huisman, griffier </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting verordening</titel></kop><al>In de motie Blanksma-Spekman c.s. vraagt de Tweede Kamer de regering om
                    gemeenten financieel af te rekenen als zij onvoldoende bijdragen aan de
                    doelstelling om het aantal kinderen uit arme gezinnen dat om financiële redenen
                    maatschappelijk niet meedoet, met de helft terug te dringen. Bij de uitvoering
                    van deze motie heeft de regering echter gekozen voor een uitwerking die recht
                    doet aan het uiteindelijke doel van de motie, namelijk het steviger stimuleren
                    van gemeenten om daadwerkelijk werk te maken het aantal kinderen uit arme
                    gezinnen dat maatschappelijk niet meedoet om financiële redenen terug te
                    dringen. Daartoe voorziet dit wetsvoorstel in een verordeningsplicht voor
                    gemeenteraden ten aanzien van artikel 35, vijfde lid, van de WWB. </al><al>Maatschappelijke participatie van kinderen is van groot belang met het oog op
                    een zelfredzame toekomst. In dat verband is het gewenst dat
                    inkomensondersteuning ten behoeve van die participatie rechtstreeks aan zoveel
                    mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede komt. Om die reden
                    verdient een verstrekking ‘in natura’ de voorkeur boven een geldbedrag. Doordat
                    in artikel 8 van de WWB een onderdeel is toegevoegd worden gemeenteraden
                    verplicht regels op te nemen in een verordening over de wijze waarop meegewerkt
                    wordt aan het bevorderen van de maatschappelijke participatie. Daarom heeft de
                    regering er voor gekozen om de gemeenteraden voor te schrijven dat zij gehouden
                    zijn een verordening op te stellen conform artikel 35, vijfde lid, van de WWB.
                    De gemeenteraden zijn gehouden om in ieder geval in de verordening invulling te
                    geven aan het begrip maatschappelijke participatie. De verordening krijgt op
                    voorhand geen structureel karakter. De effecten van de verordeningsplicht op de
                    participatie van de betreffende doelgroep worden na twee jaar geëvalueerd.
                    Vervolgens vindt een beoordeling plaats of het wel of niet wenselijk is om
                    structureel te blijven verplichten om op het beleidsterrein van participatie van
                    kinderen, regels in een verordening vast te leggen en is er een afwegingsmoment
                    om te bezien hoe hiermee verder moet worden omgegaan.</al><al/><al><vet>Betekenis verordeningsplicht en inhoud verordening </vet></al><al>Strekking van de verordeningsplicht is dat gemeenten werk maken van
                    maatschappelijke participatie van kinderen. Daartoe zijn in de vorige
                    kabinetsperiode extra middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor gemeenten
                    die al maatregelen hebben genomen om de participatie van kinderen te bevorderen
                    betekent dit dat zij hun beleid rechtstreeks in de verordening kunnen opnemen en
                    daarmee voldaan hebben aan de verordeningsplicht. Voor gemeenten die nog geen
                    maatregelen hebben genomen betekent dit dat nog vorm gegeven dient te worden aan
                    specifiek beleid. Op welke wijze dat beleid vorm gegeven wordt, qua vorm en
                    inhoud, wordt aan de gemeenten zelf overgelaten. De verordeningsplicht verandert
                    niets aan de gemeentelijke beleidsvrijheid op dit punt. Dit wetsvoorstel dwingt
                    daarom niet tot het creëren van categoriale bijzondere bijstand voor
                    schoolgaande kinderen. Een doeltreffender vorm van bijstandverlening is
                    individuele bijzondere bijstand, waardoor de bijstandverlening daadwerkelijk
                    gemaakte kosten compenseert. Uiteraard dienen daarbij de kaders van de WWB niet
                    te buiten gegaan worden. Dat betekent ondermeer dat als het categoriale
                    regelingen betreft, de inkomensnormering van 110% gerespecteerd wordt en dat
                    geen inkomensondersteuning plaatsvindt aan personen die uitgesloten zijn van het
                    recht op bijstand. Met de verordeningsplicht krijgen colleges de opdracht om op
                    lokaal niveau gerichte generieke dan wel individuele participatiebevorderende
                    maatregelen te treffen voor schoolgaande kinderen. Daarmee wordt de zo gewenste
                    transparantie en verantwoording van beleid bereikt. </al><al>Gelet op het vorenstaande wordt aan de opgelegde verordeningsplicht voldaan als
                    maatregelen ter bevordering van kinderparticipatie opgenomen worden in de
                    WWB-verordening. Dergelijke maatregelen kunnen ook gevonden worden in andere
                    regelingen, bijv. een reductieregeling specifiek voor schoolgaande kinderen ten
                    behoeve van het lidmaatschap van een sportvereniging of van activiteiten van een
                    culturele instelling. Zulke voorzieningen zijn vaak ondergebracht in een
                    specifieke verordening. Omdat ook daarmee de beoogde transparantie en
                    verantwoording van beleid gerealiseerd worden, is het niet noodzakelijk om
                    dergelijke regelingen volledig ‘om te bouwen’ en integraal op te nemen in de
                    WWB-verordening. Voldoende is om daarnaar te verwijzen en in hoofdlijnen aan te
                    geven wat de inhoud van die regeling/dat beleid is. Bedacht moet worden dat deze
                    verordening vooral een intern karakter heeft en bovendien een beperkte duur
                    heeft. Voor de verlening van individuele en categoriale bijzondere bijstand is
                    immers al voorzien in een passend materieel wettelijk toetsingskader. Met de
                    verplichting om regels te stellen in een verordening, wordt dus beoogd het
                    vastleggen van voorschriften gericht aan het college, met het oogmerk dat het
                    college verder vorm geeft aan de door de gemeenteraad voorgeschreven opdracht om
                    voorzieningen te treffen die kinderparticipatie bevorderen. Deze voorschriften
                    kunnen ook <cursief>individuele </cursief>maatregelen betreffen, zolang deze
                    maar bijdragen aan participatiebevordering en uit de verordening duidelijk wordt
                    wat de maatregel inhoudt.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting verordening</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
                        Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit
                        voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de wetten,
                        ook deze verordening moet worden gewijzigd.</al><al>Ten aanzien van het beleid met betrekking tot de voorzieningen voor
                        maatschappelijke participatie geldt dat deze uitsluitend betrekking mogen
                        hebben op sociaal-culturele, educatieve of sportieve activiteiten. In
                        artikel 1 lid 2 onderdeel d van deze verordening is bepaald wat onder
                        sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit wordt
                        verstaan: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele
                        activiteit die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te
                        doorbreken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Maatschappelijke participatie andere regelingen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>De ondersteuning vindt niet plaats onder het regiem van de WWB en wordt niet
                        uitgevoerd door de gemeente. </al><al/><al><vet>Lid 2</vet></al><al>De gemeente subsidieert twee fondsen op grond van de Algemene
                        Subsidieverordening (Asv). Het betreft het Jeugd Sport Fonds (JSF) en het
                        Jeugd Onderwijs en Cultuurfonds (JOC). Beide fondsen zijn op grond van de
                        Asv-beschikking jaarlijks (financiële) verantwoording verschuldigd aan de
                        gemeente.</al><al/><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Aanvragen voor een tegemoetkoming uit het fonds kunnen alleen gedaan worden
                        door een intermediair (onderwijzer, huisarts, GGD, maatschappelijk werk
                        e.d.). </al><al><vet>Lid 5</vet></al><al/><al>Er kan een vergoeding verstrekt worden tot een maximum bedrag. Naast
                        betaling van bijvoorbeeld een lidmaatschap kunnen er ook aanvullende
                        benodigdheden verstrekt worden (sportschoenen, instrument).</al><al>Betalingen vinden rechtstreeks plaats aan de vereniging, de school etc. </al><al/><al><vet>Lid 6</vet></al><al>De beoordeling van de aanvragen vindt plaats door de fondsen. De richtlijnen
                        worden opgesteld door de fondsen maar komen overeen met het beleid dat de
                        gemeente heeft met betrekking tot inkomen en leeftijd</al><al>(4-18 jaar en een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>t/m 6</titel></kop><al>Behoeft geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>