<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25741_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Pijnacker-Nootdorp</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Pijnacker-Nootdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Pijnacker-Nootdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Telstar, 29-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Pijnacker-Nootdorp</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">Gemeentewet, art. 149 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994/article=2">Wegenverkeerswet 1994, art. 2 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>3e wijziging: art. 4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11INT0477f</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>- Beleidsregels ten aanzien van verstrekken parkeervergunning, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 04-09-2007, nr. 2007.11705, bekendgemaakt in de Telstar op 13-05-2009.</al><al>- Aanwijzen Hesselt van Dinterlaan als plaats waar vergunninghouders mogen parkeren (besluit college d.d. 04-12-2007, nr. 2007.16478, met ingang van 01-01-2008)</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Pijnacker-Nootdorp</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Afdeling I Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">Reglement verkeersregels en verkeerstekens</extref> van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)">RVV 1990</extref>;</al></li><li nr="c."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="d."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wegenverkeerswet%201994">Wegenverkeerswet 1994</extref> (Stb. 1994, 475) aangehouden
                                    register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt
                                    degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven
                                    kenteken ten tijde van het parkeren in het register was
                                    ingeschreven;</al></li><li nr="e."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorend bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die </al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)/bijlage=1">bijlage 1 van het RVV 1990</extref>, of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Reglement%20verkeersregels%20en%20verkeerstekens%201990%20(RVV%201990)/bijlage=1">bijlage 1 van het RVV 1990</extref> met het
                                            opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                                            uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend;</al></li><li nr="j."><al>autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                    meer dan één huishouden;</al></li><li nr="k."><al>aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die
                                    motorvoertuigen voor autodate ter beschikking stelt;</al></li><li nr="l."><al>deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft
                                    gesloten inzake autodate;</al></li><li nr="m."><al>standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd
                                    voor autodate geparkeerd wordt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afdeling II Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                    aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                    vergunninghouders.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                    vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is
                                    toegestaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
                                    vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
                                    of parkeerapparatuurplaatsen.</al></li><li nr="2."><al>In ieder geval kunnen de volgende vergunningen (A t/m C) worden
                                    verleend aan bewoners en bedrijven die staan ingeschreven op een
                                    adres binnen een zone waar het belanghebbendenparkeren van
                                    kracht is, of waar mede door vergunninghouders te gebruiken
                                    parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>Bewonersvergunning op kenteken (A-vergunning)</al></li><li nr=""><al>een vergunning ten behoeve van een bewoner, als eigenaar
                                            of houder van een motorvoertuig.</al></li><li nr="b."><al>Zakelijke vergunning op kenteken/bedrijfsnaam
                                            (B-vergunning)</al></li><li nr=""><al>een vergunning ten behoeve van een bedrijf, waarbij door
                                            het bedrijf wordt aantoont dat het in het belang van de
                                            bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in een conform
                                            artikel 2, door het college, aangewezen
                                            vergunningengebied een motorvoertuig te parkeren.</al></li><li nr="c."><al>Bezoekersvergunning (C-vergunning)</al></li><li nr=""><al>een vergunning, in de vorm van een kraskaart, ten
                                            behoeve van een bezoeker van een bewoner/bedrijf om in
                                            een conform artikel 2, door het college, aangewezen
                                            vergunningengebied een motorvoertuig te parkeren. De
                                            kraskaart is maximaal vijf uur geldig .</al></li><li nr="en"><al>overigens:</al></li><li nr="d."><al>Autodatevergunning (D-vergunning)</al></li><li nr=""><al>een vergunning ten behoeve van een eigenaar of een
                                            houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate,
                                            waarvan de standplaats is gelegen in een conform artikel
                                            2, door het college aangewezen vergunningengebied..</al></li><li nr="e."><al>Tijdelijke vergunning (E-vergunning)</al></li><li nr=""><al>een vergunning ten behoeve van noodzakelijk langdurig
                                            verblijf binnen de vergunningzone, bij voorbeeld voor
                                            onderhoudswerkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de afgifte van de vergunningen worden de Beleidsregels
                                    Parkeervergunningen gehanteerd.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
                                    verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een
                                    goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
                                    vergunning voor een aanbieder kan het college voorschriften en
                                    beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het
                                    belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer
                                    veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor
                                    het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt
                                    begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van een aanvraag
                                    voor een vergunning.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                    hoogste 4 weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                    wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Per door het college conform het bepaalde in artikel, 2
                                    aangewezen vergunninggebied wordt het aantal verstrekte
                                    parkeervergunningen in beginsel gemaximaliseerd op 120% van het
                                    aantal beschikbare parkeerplaatsen</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste
                                    lid, per gebied een ander maximaal percentage vaststellen,
                                    waarbij zij ondermeer rekening houdt met specifieke
                                    gebiedsafhankelijke factoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                            motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afdeling III Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig
                                    te plaatsen of te laten staan: </al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                    middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de
                                    kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking
                                    te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de
                                    tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is
                                    toegestaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een motorvoertuig te parkeren indien de
                                            parkeerapparatuur niet in werking is gesteld of niet
                                            onmiddellijk na aanvang van het parkeren in werking
                                            wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een motorvoertuig geparkeerd te houden indien de
                                            parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                            verstreken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid vervatte verbod geldt niet wanneer aan de
                                    eigenaar of houder van het motorvoertuig een vergunning is
                                    verleend voor het parkeren op de betreffende categorie
                                    parkeerapparatuurplaatsen, het motorvoertuig duidelijk zichtbaar
                                    is voorzien van een vergunning en niet gehandeld wordt in strijd
                                    met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid vervatte verbod is niet van toepassing op
                                    parkeerapparatuurplaatsen waar op grond van de Verordening
                                    Parkeerbelastingen Pijnacker-Nootdorp naheffingsaanslagen worden
                                    opgelegd wegens het niet betalen van het verschuldigde
                                    parkeergeld</al></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    tweede lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is
                                    toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te
                                    houden: </al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                            voorzien van de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                            voorwaarden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afdeling IV Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Afdeling V Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de Regiopolitie
                                    Haaglanden.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de door het college
                                    aangewezen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Parkeerverordening
                            Pijnacker-Nootdorp'.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking zes weken na de datum van
                                    bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                    Pijnacker worden geacht te zijn verleend krachtens deze
                                    verordening en blijven geldig tot 1 januari 2005.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2003.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Vergunningen voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of
                    belanghebbendenplaatsen worden uitgegeven op basis van de Parkeerverordening.
                    Het aanwijzen van de plaatsen waar met een dergelijke vergunning geparkeerd kan
                    worden dient daarom bij of krachtens deze verordening te gebeuren. Los daarvan
                    staat het heffen van rechten voor het uitgeven van de vergunning. Dit gebeurt op
                    basis van de Legesverordening.</al><al>Uit praktische overwegingen is de aanwijzingsbevoegdheid bij burgemeester en
                    wethouders neergelegd.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Door in de parkeerverordening te verwijzen naar categorieën (vergunningen A t/m
                    E) en deze met een onderbord ook bij de parkeerplaats zelf te vermelden, is het
                    de betrokken vergunninghouders ook bekend waar zij kunnen parkeren. Voor een
                    uitgebreider behandeling van de parkeerbebording verwijzen wij naar de
                    CROW-uitgave ‘Richtlijn parkeerbebording’ (publicatie 134, 1999).</al><al>In het eerste lid wordt duidelijk gemaakt dat vergunningen kunnen worden
                    afgegeven voor het parkeren op parkeerplaatsen voor belanghebbenden of met
                    parkeerapparatuur. In het tweede lid worden de verschillende groepen omschreven.
                    Door de woorden ‘in ieder geval’ wordt aangegeven dat de opsomming van
                    categorieën (vergunningen A t/m E) (rechts)personen die in aanmerking komen voor
                    een vergunning niet limitatief bedoeld is.</al><al>Aanwijzing van weggedeelten voor vergunningparkeren is alleen mogelijk in
                    gebieden waar parkeerdruk is. De vergunningen voor autodate moeten echter ook
                    kunnen worden verleend in gebieden waar geen parkeerdruk is. Daarvoor is wel
                    nodig dat de parkeerverordening, bijvoorbeeld in de toelichting maar zeker ook
                    in relevante bepalingen, een bredere grondslag krijgt. Het motief van deze
                    parkeerverordening is parkeerregulering.</al><al>De parkeerverordening kan echter ook voorschriften bevatten met het oog op het
                    belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast,
                    hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet
                    milieubeheer (zie artikel 2, tweede lid Wegenverkeerswet).</al><al>Vergunningen ten behoeve van particuliere autodate kunnen worden verleend aan
                    natuurlijke personen of aan een maatschap. De Stichting voor Gedeeld Autogebruik
                    verstrekt op aanvraag een standaard-maatschapovereenkomst voor particuliere
                    autodate.</al><al>Op grond van het derde lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel beperkingen worden verbonden
                    met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                    tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al><al>Vergunningen kunnen ook worden verleend voor bepaalde zones, om te voorkomen dat
                    vergunninghouders overal elders in de gemeente gratis kunnen parkeren. Dit is
                    ook voor autodate van groot belang. Het motief van de goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte laat niet toe dat er zones van 1 parkeerplaats worden
                    aangewezen. Immers, van een verdeling van parkeerplaatsen is dan nauwelijks
                    sprake. Het reserveren van een parkeerplaats ten behoeve van 1 motorvoertuig kan
                    wel worden beargumenteerd vanuit het motief van ‘het voorkomen of beperken van
                    door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen
                    voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer’ (Wegenverkeerswet, artikel 2,
                    tweede lid). Aanwijzing van 1 parkeerplaats als gebied voor gefiscaliseerd
                    betaald parkeren is niet mogelijk.</al><al>Autodate levert een bijdrage aan selectiever autogebruik, en daarmee aan het
                    reduceren van de groei van de automobiliteit, één van de doelstellingen van het
                    Tweede Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVV II) en het derde Nationaal Milieu
                    Beleidsplan (NMP III). Het reserveren van een parkeerplaats in een gebied zonder
                    parkeerdruk is nodig om autodate als werkbaar alternatief voor de eigen auto te
                    kunnen aanbieden. Aangezien de date-auto’s niet (per se) als zodanig te
                    herkennen zijn, zou de deelnemer indien er geen parkeerplaats gereserveerd is,
                    de date-auto moeilijk kunnen traceren. Het welslagen van autodatesystemen is in
                    grote mate afhankelijk van de mate waarin de aanbieder een dienst kan aanbieden
                    die hetzelfde gebruikersgemak kent als ‘de (eigen) auto voor de deur’.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De beginselen van behoorlijk bestuur eisen dat binnen een redelijke termijn een
                    beslissing wordt genomen op een aanvraag voor een vergunning. Om op dit punt
                    voor de aanvrager duidelijkheid te verschaffen, zijn de termijnen in de
                    verordening zelf opgenomen.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Geen enkele vergunning wordt uitgegeven met plaatsgarantie. Hierop is zowel het
                    uitgiftebeleid als het tarief gebaseerd. Omdat dit in de praktijk nogal tot
                    onduidelijkheden leidt, is dit artikel opgenomen waarin een maximum genoemd
                    wordt over het aantal uit te geven vergunningen tegenover het aantal beschikbare
                    parkeerplaatsen.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Tweede lid</al><al>Om de controle op de naleving van het vergunningparkeren efficiënt te laten
                    verlopen, moet zo min mogelijk informatie op de vergunning worden vermeld. Een
                    overmaat aan informatie bemoeilijkt de waarneming voor de controleurs (veel
                    lezen, kleine letters et cetera). Wanneer er toch behoefte bestaat aan meer
                    informatie, zou deze op de achterzijde van de vergunning vermeld kunnen worden.
                    Ook is het denkbaar de vergunning vouwbaar uit te voeren of een bijlage te
                    verstrekken. Om fraude te bemoeilijken (het maken van bij voorbeeld een
                    fotokopie) is het denkbaar de vergunning in meer kleuren uit te voeren. In dat
                    geval moet gelet worden op de kleurechtheid van de inkt en/of het papier.</al><al>De onder a, b, en e opgenomen gegevens zijn in ieder geval noodzakelijk om te
                    kunnen controleren. De onder c vermelde gegevens zijn, evenals andere
                    informatie, voor de handhaving niet strikt noodzakelijk.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>In de aanhef van dit artikel wordt gesproken over ‘kunnen intrekken’. Bedoeld is
                    hiermee aan te geven dat het ter beoordeling van burgemeester en wethouders
                    staat of een vergunning daadwerkelijk wordt ingetrokken wanneer een van de
                    opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief bedoeld. Om
                    andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen
                    (voertuigen), op parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van
                    dergelijke voorwerpen belemmert de normale gang van zaken op de genoemde
                    plaatsen en doorkruist daarmee de beoogde regulering. Het gaat hier om
                    gedragingen die zich niet lenen voor fiscalisering. Deze verbodsbepaling moet
                    dan ook, ongeacht of tot fiscalisering wordt overgegaan, in de verordening
                    worden opgenomen. Een uitzondering is gemaakt voor caravans, voor zover deze
                    niet langer dan op drie achtereenvolgende dagen zonder vergunning op een
                    belanghebbendenplaats worden geparkeerd.</al><al>Derde lid</al><al>Het lijkt voor een goede gang van zaken op parkeerapparatuurplaatsen niet
                    gewenst om ontheffing te kunnen verlenen van het in het tweede lid neergelegde
                    verbod. De mogelijkheid daartoe is daarom ook niet opgenomen</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>Ook dit artikel bevat enkele verbodsbepalingen voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. Deze bepalingen moeten, ongeacht of tot
                    fiscalisering wordt overgegaan of niet, in de verordening opgenomen worden.</al><al>Wanneer de parkeertijd, waarvoor een bestuurder heeft betaald, is verstreken
                    moet hij (opnieuw) aangifte doen. Als hij niet aan die verplichting voldoet,
                    wordt hem, in geval van constatering, een naheffingsaanslag opgelegd.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>De fiscale aanpak van het niet betalen van het parkeergeld is, gelet op artikel
                    225 en 234 van de Gemeentewet, alleen mogelijk bij parkeerapparatuur, en niet op
                    belanghebbendenplaatsen. Daarom moet in de verordening een strafbepaling
                    opgenomen worden. Voor het parkeren op parkeerplaatsen bij parkeerapparatuur
                    zonder (geldige) vergunning is geen strafbaarstelling nodig. Op die plaatsen kan
                    immers wel het fiscale regime gehanteerd worden. Een uitzondering is gemaakt
                    voor kampeerwagens, voor zover deze niet langer dan op drie achtereenvolgende
                    dagen op een belanghebbendenplaats worden geparkeerd.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun
                    verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    eerste of tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke
                    uitspraak kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al><al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop
                    een geldboete van de tweede categorie te stellen. Het openbaar maken van de
                    rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij parkeerovertredingen
                    weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de Parkeerverordening
                    is daarom achterwege gelaten.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Toezichthouders zijn personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het houden van toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften, zo
                    volgt uit artikel 5:11 Awb. Deze personen kunnen (deels) categoraal en (deels)
                    individueel worden aangewezen. Voor een uitgebreide toelichting op deze
                    bepalingen verwijzen wij naar toelichting op artikel 6.1a in de model Algemene
                    Plaatselijke Verordening (APV) van de VNG.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>