<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR257315_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Standplaatsenbeleid gemeente Westerveld 2009, versie februari 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Da's Mooi, 12/02/2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Standplaatsenbeleid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene Plaatselijke Verordening</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>13/01397</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Standplaatsenbeleid gemeente Westerveld 2009, versie februari 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Nieuw titeldeel</vet></al><al/><al><vet>STANDPLAATS</vet><vet>EN</vet><vet>BELEID </vet></al><al><vet>GEMEENTE WESTERVELD</vet></al><al>Diever</al><al>2009</al><al>Versie februari 2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 5.18 van de Algemene Plaatselijke Verordening
                            Westerveld 2012 (hierna te noemen APV) is het verboden zonder vergunning
                            van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Als
                            weigeringsgronden worden onder andere genoemd het niet voldoen aan
                            redelijke eisen van welstand, strijdigheid met het bestemmingsplan en
                            nadere regels op grond van artikel 2.10, lid 3. In artikel 2.10, lid 3
                            staat dat het college in het belang van de openbare orde of de woon- en
                            leefomgeving nadere regels kan stellen ten aanzien van standplaatsen.
                            Tevens wordt in artikel 5.18 verwezen naar de algemeen geldende
                            weigeringsgronden van artikel 1.8: in het belang van openbare orde,
                            openbare veiligheid, volksgezondheid en milieu. </al><al/><al>Regelmatig worden verzoeken voor standplaatsen ontvangen. Vóór de
                            opstelling van dit beleid in 2008 werden de meeste verzoeken
                            gehonoreerd. De middenstand van de diverse dorpskernen van de gemeente
                            Westerveld was hier niet altijd blij mee; zij vrezen voor hun
                            bestaansrecht als er zomaar overal standplaatsen komen. Concurrentie is
                            echter geen grond om een vergunning te weigeren. In de APV 2012 is als
                            weigeringsgrond opgenomen: het in gevaar komen van een redelijk
                            verzorgingsniveau ter plaatse voor de consumenten door het verlenen van
                            een standplaatsvergunning. </al><al/><al>Aan de hand van de weigeringsgronden genoemd in artikel 1.8 en het
                            tweede en derde lid van artikel 5.18 van de APV, kan het college
                            beleidsregels vaststellen waarin wordt aangegeven wanneer wel of niet
                            tot het afgeven van een standplaatsvergunning wordt overgegaan. In een
                            dergelijk beleid worden objectieve, algemeen bekendgemaakte criteria
                            aangegeven die bij de beoordeling van een vergunningaanvraag worden
                            gehanteerd.</al><al/><al>Het opstellen van een standplaatsenbeleid heeft door het verhelderen en
                            uniformeren in uitvoering van de regels een positief effect op de
                            deregulering. Door het opstellen van beleid wordt er invulling gegeven
                            aan de APV en wordt de “wildgroei” van standplaatsen en een aantasting
                            van het aanzicht van de dorpskernen voorkomen. Door het opstellen van
                            een standplaatsenbeleid wordt het aantal en de locaties van de
                            standplaatsen in de gemeente Westerveld gereguleerd. Dit voorkomt een
                            concentratie van standplaatsen op bepaalde locaties of op bepaalde
                            dagen. </al><al/><al>Het opstellen van een beleidsnotitie voor standplaatsen heeft als doel
                            om:</al><lijst><li nr="-"><al>ondernemers duidelijkheid te bieden over hun mogelijkheden en
                                    positie;</al></li><li nr="-"><al>voor het gemeentelijk apparaat helderheid te scheppen over
                                    vergunningverlening en handhaving.</al></li></lijst><al/><al>Buiten het toepassingsbereik van deze beleidsnotitie blijven de
                            standplaatsen op de reguliere weekmarkten, incidentele snuffel- en
                            rommelmarkten en evenementen als braderieën en kermissen. </al><al/><al>Gebleken is dat de tweewekelijkse biologische markt op het terrein bij
                            het Koloniemuseum in Frederiksoord, georganiseerd door de Maatschappij
                            van Weldadigheid, tot 2012 geen “marktstatus” had en de kraamhouders
                            geen standplaatsvergunning hadden. </al><al>In de Marktverordening 2012 is opgenomen dat het mogelijk is om een
                            marktorganisatievergunning aan te vragen.</al><al/></structuurtekst><afdeling><kop><label>2. Begripsbepaling</label></kop><structuurtekst><al/><al>In deze beleidsnotitie wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="b."><al>aanvraag: de aanvraag voor een standplaatsvergunning;</al></li><li nr="c."><al>vergunninghouder: iedere natuurlijke- of rechtspersoon aan
                                        wie het college een vergunning voor een standplaats heeft
                                        verleend;</al></li><li nr="d."><al>APV: de Algemene Plaatselijke Verordening van de Gemeente
                                        Westerveld;</al></li><li nr="e."><al>toezichthouder: de op grond van hoofdstuk 5 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht aangewezen ambtenaar;</al></li><li nr="f."><al>feestdagen: (inter)nationale feestdagen;</al></li><li nr="g."><al>branche: een tak van handel of nijverheid die bij de Kamer
                                        van Koophandel algemeen aanvaard is;</al></li><li nr="h."><al>standplaats: een plaats niet zijnde een winkel waar goederen
                                        te koop worden aangeboden;</al></li><li nr="i."><al>standplaatsmarkt: een verzameling standplaatsen waarbij de
                                        locatie is bepaald;</al></li><li nr="j."><al>vaste standplaats: een standplaats waarbij de locatie is
                                        bepaald;</al></li><li nr="k."><al>losse standplaatsen: een standplaats voor met name
                                        incidentele- of seizoensgebonden standplaatsen waarbij de
                                        locatie wordt bepaald bij de behandeling van de aanvraag van
                                        de vergunning;</al></li><li nr="l."><al>standplaats bij particulier: een standplaats die op het
                                        grondgebied van een particulier wordt ingenomen;</al></li><li nr="m."><al>dagdeel: een deel van een dag dient te worden aangemerkt als
                                        een dag.</al><al/></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>3. Juridisch kader</label></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 5.18 van de APV 2012van de gemeente
                                Westerveld is het zonder vergunning van het college verboden een
                                standplaats in te nemen of te hebben. </al><al>Een vergunning kan worden geweigerd:</al><al>-in het belang van</al><al>* de openbare orde;</al><al>* de openbare veiligheid;</al><al>* de volksgezondheid;</al><al>* de bescherming van het milieu;</al><al>- indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al><al>- indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of
                                in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door
                                het verlenen van een vergunning voor het hebben van een standplaats
                                voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor
                                de consument ter plaatse in gevaar komt.</al><al/><al>Een vergunning moet, met inachtneming van bijzondere omstandigheden,
                                worden geweigerd:</al><al>- vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan,
                                beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of nadere
                                regels op grond van artikel 2.10, lid 3.</al><al/><al>Volgens artikel 9 van de Europese Dienstenrichtlijn is een
                                vergunningstelsel geoorloofd indien het noodzakelijk, evenredig en
                                niet discriminatoir is. Voor het noodzaakvereiste moet bezien worden
                                of er een 'rule of reason' ofwel een dwingende reden van algemeen
                                belang is. Een dwingende reden van algemeen belang is onder meer
                                handhaving van de maatschappelijke orde en bescherming van het
                                milieu en stedelijk milieu, daaronder begrepen de stedelijke en
                                rurale ruimtelijke ordening. Standplaatsenbeleid dient het verdelen
                                van de beschikbare standplaatsen en het mogelijk maken van een
                                maximumstelsel. Het beleid heeft tevens tot doel overlast te
                                voorkomen, bijvoorbeeld stankoverlast, verkeershinder en overlast
                                door zwerfafval. </al><al/><al><cursief>Weigeringsgronden</cursief></al><al>Artikel 5.18 van de APV bevat in het derde lid een verwijzing naar
                                de algemeen geldende weigeringsgronden van artikel 1.8 APV:
                                strijdigheid met openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid
                                en milieu. Bovendien worden als weigeringsgronden aangemerkt:
                                redelijke eisen van welstand en strijdigheid met een
                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                voorbereidingsbesluit of nadere regels op grond van artikel 2.10,
                                lid 3 en het redelijkerwijs te verwachten in gevaar komen van een
                                redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse.
                                </al><al/><al><cursief>Openbare orde</cursief><cursief> en
                                veiligheid</cursief></al><al>Bij de bescherming van de openbare orde kan
                                gedacht worden aan het voorkomen van overlast. Deze weigeringsgrond
                                valt vaak samen met verkeersveiligheid. Overlast kan bijvoorbeeld
                                veroorzaakt worden door een verkeersaantrekkende werking van
                                standplaatsen. Hierdoor kan gevaar bestaan voor voetgangers, maar
                                kan ook overlast veroorzaakt worden door overstekende bewegingen van
                                voetgangers en fietsen. Standplaatsen kunnen ook groepsvorming tot
                                gevolg hebben, welke op haar beurt kan leiden tot lawaai, rommel of
                                vernielingen. Zodanige verstoringen kunnen ook de rust en het
                                woongenot van omwonenden aantasten. Ook ongewenste marktvorming
                                dient in het belang van openbare orde en veiligheid tegengegaan te
                                worden.</al><al/><al><cursief>Verkeersveiligheid</cursief></al><al>De weigeringsgronden omtrent de openbare orde en openbare veiligheid
                                bevatten tevens de verkeersveiligheid. Standplaatsen waar goederen
                                te koop worden aangeboden hebben in de praktijk een
                                verkeersaantrekkend karakter. Door deze verkeersaantrekkende werking
                                ontstaan mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers en
                                ontoelaatbaar rijwielverkeer in voetgangersgebieden. Ook parkerende
                                en geparkeerde auto's kunnen overlast in de omgeving veroorzaken en
                                beslag leggen op de beschikbare parkeergelegenheid. In het belang
                                van de verkeersveiligheid is het daarom niet mogelijk overal een
                                standplaats in te nemen. </al><al/><al><cursief>Redelijke eisen van welstand</cursief></al><al>De weigeringsgrond kan gehanteerd
                                worden indien een of meer standplaatsen worden ingenomen op een
                                zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Met
                                deze weigeringsgrond kan niet alleen verkapte marktvorming worden
                                tegengegaan, maar ook wordt daarmee het aanzien van monumentale
                                gebouwen en (beschermde) dorpskernen gewaarborgd. </al><al/><al><cursief>Bestemmingsplan</cursief></al><al>Het innemen van een standplaats kan strijdig zijn met het geldende
                                bestemmingsplan. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een
                                vergunning voor het innemen van een standplaats moet altijd getoetst
                                worden op de voorschriften van het bestemmingsplan. Door het
                                aanwijzen van locaties voor standplaatsen wordt éénmalig getoetst
                                aan het bestemmingsplan.</al><al/><al><cursief>Woon- en
                                    </cursief><cursief>l</cursief><cursief>eefomgeving</cursief></al><al>Het college is op grond van artikel 2.10, lid 3 van de APV bevoegd
                                in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                nadere regels te stellen ten aanzien van standplaatsen. Door het
                                standplaatsenbeleid kan voorkomen worden dat er een wildgroei van
                                standplaatsen plaatsvindt en kan het aantal en de locaties van
                                standplaatsen worden beperkt.</al><al/><al><cursief>Verzorgingsniveau en Europese
                                dienstenrichtlijn</cursief></al><al>De Dienstenrichtlijn staat de weigeringsgrond van het in gevaar
                                komen van een redelijk verzorgingsniveau voor standplaatsen die
                                (mede) diensten verlenen niet toe omdat dit wordt beschouwd als een
                                economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van
                                diensten. Het is echter nog wel mogelijk om deze weigeringsgrond te
                                hanteren voor het verkopen van goederen omdat de Dienstenrichtlijn
                                daarop niet van toepassing is. Het reguleren van de
                                concurrentieverhoudingen is geen huishoudelijk belang van de
                                gemeente. Alleen wanneer het voorzieningenniveau voor de consument
                                in een deel van de gemeente in gevaar komt, mag de gemeente
                                regulerend optreden en een vergunning weigeren. Dan moet echter wel
                                worden aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de
                                plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar
                                komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden
                                worden.</al><al/><al><cursief>Inhoud standplaatsenbeleid </cursief></al><al>Het motief van het beleid moet zijn het ordenend optreden (artikel
                                149 Gemeentewet). Een standplaatsenbeleid kan opgesteld worden met
                                inachtneming van de genoemde weigeringsgronden. In de jurisprudentie
                                is daarbij uitgemaakt dat een maximumstelsel is toegestaan. Het
                                voordeel van een maximumstelsel is dat in de toekomst niet elke
                                aanvraag afzonderlijk op alle aspecten beoordeeld hoeven te worden.
                                Indien het maximum aantal standplaatsen nog niet verleend is en aan
                                de voorwaarden wordt voldaan, zal de vergunning verleend dienen te
                                worden. Indien het maximale aantal vergunningen verleend is, zal de
                                vergunning geweigerd worden, tenzij sprake is van bijzondere
                                omstandigheden die vergunningverlening noodzakelijk maken.</al><al/><al>De zaken die het college in het standplaatsenbeleid kan vastleggen
                                betreffen:</al><lijst><li nr="₋"><al>de vaststelling van het maximum aantal af te geven
                                        standplaatsvergunningen; </al></li><li nr="₋"><al>de vaststelling van het aantal af te geven
                                        standplaatsvergunningen per branche;</al></li><li nr="₋"><al>de aanwijzing van locaties waar standplaatsen mogen worden
                                        ingenomen; </al></li><li nr="₋"><al>de aanwijzing van tijdstippen waarop standplaatsen mogen
                                        worden ingenomen. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Overige regelgeving</cursief></al><al>Op het drijven van straathandel zijn ook andere regels dan de regels
                                van de APV van toepassing. Deze regels stellen vanuit andere
                                motieven eisen aan de straathandel: </al><al/><al><cursief>Grondwet</cursief></al><al>Artikel 7 van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting) brengt met
                                zich mee dat voor het aanbieden van gedrukte stukken geen vergunning
                                kan worden geëist. Als dit echter gebeurt vanaf een standplaats, is
                                voor het innemen van de standplaats wel een vergunning vereist. </al><al/><al><cursief>Wet op de Ruimtelijke ordening</cursief></al><al>Een vergunning voor het innemen van een standplaats kan worden
                                geweigerd vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan. Wanneer
                                wel een vergunning, zoals vereist krachtens de APV, wordt verstrekt,
                                blijven eventuele eisen die in het geldende bestemmingsplan worden
                                gesteld van kracht. Het college kan een aanvraag voor het innemen
                                van een standplaats mede opvatten als een verzoek om vrijstelling
                                van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan. In een
                                dergelijk geval wordt een aanvraag gebruikt voor twee afzonderlijke
                                procedures. Het is dan niet nodig twee afzonderlijke aanvragen in te
                                dienen. </al><al/><al><cursief>Winkeltijdenwet</cursief></al><al>De Winkeltijdenwet regelt een aantal zaken met
                                betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van
                                goederen aan particulieren. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet
                                gelden ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats. Het
                                toezicht op de naleving van de bepalingen van de Winkeltijdenwet
                                geschiedt door de Economische Controledienst. </al><al/><al><cursief>Warenwet</cursief></al><al>Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de
                                Warenwet (eetwaren, waaronder tevens worden begrepen kauwpreparaten,
                                andere dan van tabak, en drinkwaren, alsmede andere roerende zaken)
                                zijn de bepalingen uit de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt
                                regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van
                                waren. Daarnaast stelt de Warenwet regels met betrekking tot de
                                hygiëne en degelijkheid van producten. Met betrekking tot het
                                toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet is een
                                afzonderlijk regime van toepassing. De voorschriften die uit de
                                Warenwet voortvloeien gelden naast de voorschriften die door het
                                college gesteld kunnen worden op basis van een
                                standplaatsvergunning. </al><al/><al><cursief>Wet milieubeheer</cursief></al><al>In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van
                                inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de
                                omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor een standplaatshouder,
                                voor zover zijn verkoopplek als 'inrichting' kan worden aangemerkt.
                                Van belang is bijvoorbeeld de regelgeving die geldt voor
                                patatverkopers, die voor wat betreft de frituurinrichting aan
                                bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Ook de Afvalstoffenverordening
                                speelt wat betreft hinder en overlast een rol voor
                                standplaatshouders en hun bezoekers. Zo is het verboden straatafval
                                in de openbare ruimte achter te laten.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>4. Situatievóór 2009</label></kop><structuurtekst><al/><al>Alvorens deze beleidsnotitie in 2009 is opgezet, heeft in eerste
                                instantie een analyse van de toen bestaande situatie van
                                standplaatslocaties en standplaatsvergunningen plaats gevonden.</al><al/><al><cursief>4</cursief><cursief>.1
                                    </cursief><cursief>A</cursief><cursief>anbod standplaatslocaties
                                    en
                                    </cursief><cursief>–</cursief><cursief>vergunningen</cursief><cursief>
                                    2008</cursief></al><al/><al>In 2008 waren er in Westerveld zeven min of meer structurele
                                locaties beschikbaar als vaste standplaatslocatie. Deze locaties
                                zijn weergegeven in bijlage 1. Het kan hierbij gaan om een dag of
                                dagdeel per week of een standplaats voor meerdere dagen per
                                week.</al><al/><al><onderstreept>Havelte</onderstreept></al><al>Nabij de C1000 staat op vrijdag een standplaats voor de verkoop van
                                kip.</al><al>Op het Piet Soerplein is op woensdagochtend de weekmarkt en in
                                november en december staat er een oliebollenkraam.</al><al/><al><onderstreept>Diever</onderstreept></al><al>Bij het Dingspilhuus staat op woensdag een standplaats voor de
                                verkoop van kaas en voor een wokmobiel en op donderdagmiddag een
                                standplaats voor de verkoop van brood. </al><al>Op het parkeerterrein aan de Hoofdstraat staat een deel van het jaar
                                op donderdag en zaterdag van 8.30 tot 18.00 uur een standplaats voor
                                het uitvoeren van autoreparaties.</al><al>Op de Brink staat op donderdag en zaterdag en van mei tot en met
                                september dagelijks een standplaats voor de verkoop van vis.</al><al>Op Kasteel nabij de eendenvijver staan dagelijks, van 11.00 tot
                                22.00 uur, een snackkar en een visboer.</al><al/><al><onderstreept>Dwingeloo</onderstreept></al><al>Op de Brink staat op donderdag en zaterdag een standplaats voor de
                                verkoop van vis.</al><al>Op dinsdagochtend is op de Brink een weekmarkt.</al><al/><al><onderstreept>Vledder</onderstreept></al><al>Op vrijdag staat op het Lesturgeonplein van 11.00 tot 18.00 uur een
                                standplaats voor de verkoop van vis.</al><al>Op donderdagochtend is op het Lesturgeonplein een weekmarkt.</al><al>Naast de vaste standplaatsen op gemeentegrond staat er in Uffelte
                                aan de Rijksweg 21 op eigen terrein een standplaats voor de verkoop
                                van planten en bloemen.</al><al/><al>Naast de vaste standplaatslocaties zijn er ook nog een aantal
                                locaties in de gemeente waarvoor een standplaatsvergunning voor
                                seizoensverkoop is afgegeven. Het gaat hierbij vooral om
                                oliebollenkramen (november - december) en ijskarren (april –
                                oktober).</al><al/><al>Een oliebollenkraam stond in 2008 op de volgende locaties:</al><al>In Diever op de Brink van 7 tot en met 12 mei en bij het
                                Dingspilhuus van 16 november tot en met 31 december.</al><al>In Havelte op het Piet Soerplein van 16 november tot en met 31
                                december.</al><al/><al>Voor een ijskar is in 2008 voor de volgende locaties voor de
                                zomermaanden (april – oktober) een standplaatsvergunning
                                afgegeven:</al><al>In Dwingeloo voor de vijfsprong bij camping Noordster, op de
                                vijfsprong nabij de kruising Drift/Leeuweriksveldweg en voor de
                                Brink bij de C1000.</al><al>In Vledder voor het Lesturgeonplein.</al><al>In Wateren voor het kruispunt Wateren-Appelschaseweg.</al><al>In Holtinge voor het Studentenpad.</al><al>In Frederiksoord voor de Van Swietenlaan nabij het voormalig Terra
                                College.</al><al/><al>Voor een aantal standplaatslocaties zijn meerdere vaste
                                standplaatsvergunningen afgegeven. Deze vaste
                                standplaatsvergunningen hebben in het algemeen een beperking in
                                tijd, bijvoorbeeld voor 1 of 2 dagen per week, maar er zijn ook
                                standplaatsvergunning afgegeven voor alle dagen in de week.</al><al>Naast de jaarvergunningen voor vaste standplaatsen worden
                                seizoenstandplaatsen verleend, bijvoorbeeld voor de verkoop van
                                seizoensgebonden artikelen zoals ijs en oliebollen of losse
                                standplaatsvergunningen voor incidentele acties zoals het repareren
                                van autoruiten. </al><al/><al><cursief>4</cursief><cursief>.2 Knelpunten in de
                                    situatie</cursief><cursief> voor 2009</cursief></al><al>In de praktijk van de jaren voor het standplaatsbeleid waren er een
                                aantal knelpunten, te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>er waren geen beleidsregels voor standplaatsen
                                        vastgelegd;</al></li><li nr="-"><al>de locaties van de standplaatsen waren niet
                                        vastgesteld;</al></li><li nr="-"><al>klachten van winkeliers over:</al></li></lijst><al>* ondoorzichtigheid van het standplaatsenbeleid en de handhaving
                                hiervan;</al><al>* oneerlijke concurrentie van standplaatshouders;</al><al>-de tariefstelling was oneerlijk.</al><al/><al>Hieronder worden deze ervaren knelpunten kort toegelicht.</al><al>• <cursief>Er ware</cursief><cursief>n geen beleidsregels voor
                                    standplaatsen vastgelegd</cursief></al><al>Tot de inwerkingtreding van het standplaatsenbeleid werd elk verzoek
                                op een standplaatsvergunning incidenteel beoordeeld. Er diende
                                derhalve voor elke aanvraag een afweging gemaakt te worden. Door
                                deze incidentele beoordeling kon rechtsonzekerheid ontstaan. Beleid
                                bevordert de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid. Een aanvraag
                                kon juridisch niet worden geweigerd indien niet een
                                weigeringsgronden opgenomen in de APV van toepassing was. Dit
                                betekende dat er geen vergunning geweigerd kon worden op grond van
                                het feit dat er voor een locatie of een dorpskern al één of meer
                                standplaatsvergunningen verleend waren. Hierdoor ontstond gevaar
                                voor wildgroei en marktvorming.</al><al/><al>• <cursief>De locaties van de standplaatsen
                                    </cursief><cursief>waren</cursief><cursief> niet
                                    vastgesteld</cursief></al><al>Zoals hierboven is beschreven kon een aanvraag juridisch niet
                                geweigerd worden indien niet een weigeringsgronden van toepassing
                                was. Door het vastleggen van beleid waarbij de locaties voor vaste
                                standplaatsen zijn vastgelegd en door een maximumsysteem te
                                hanteren, kan een evenwichtige verdeling van standplaatsen worden
                                bereikt en kan een wildgroei van standplaatsen worden voorkomen. </al><al/><al>• <cursief>De winkeliers ervaarden</cursief><cursief>
                                    ondoorzichtigheid van vergunningverlening en
                                    handhaving</cursief></al><al>Door het ontbreken van een standplaatsenbeleid heerste er bij de
                                winkeliers</al><al>onduidelijkheid over de omvang van deze vorm van handel en de wijze
                                waarop vergunningverlening en handhaving plaatsvindt. </al><al/><al>• <cursief>Klachten van winkeliers over oneerlijke concurrentie van
                                    standplaatshouders</cursief></al><al>Standplaatshouders hebben te maken met lagere exploitatielasten dan
                                winkeliers en kunnen daardoor vaak werken met lagere prijzen dan
                                winkeliers. Dit leidde soms tot klachten of bezwaarschriften van
                                winkeliersverenigingen betreffende oneerlijke concurrentie. De
                                gemeentelijke overheid heeft echter in beginsel geen taak wat
                                betreft het regelen van concurrentieverhoudingen. In de praktijk
                                betekent dit dat een standplaatsvergunning doorgaans niet geweigerd
                                kan worden vanwege het feit dat in de betreffende dorpskern al een
                                winkel in dezelfde branche aanwezig is. In de jurisprudentie is
                                uitgemaakt dat dit slechts mogelijk is indien aangetoond wordt dat
                                het voortbestaan van de winkel in gevaar komt door het innemen van
                                de standplaats.</al><al>Wél heeft een gemeente doordat zij de hoogte van de
                                standplaatsvergoeding vaststelt een grote invloed op de genoemde
                                exploitatielasten. </al><al/><al>• <cursief>De tariefstelling
                                    </cursief><cursief>wa</cursief><cursief>s
                                    oneerlijk</cursief><cursief>.</cursief></al><al>De tariefstelling voor standplaatsen was tot 2009 opgenomen in de
                                legesverordening. Het tarief voor de vergunning was afhankelijk van
                                de termijn dat er een standplaats op één plaats werd ingenomen; er
                                was een tarief per dag, week, maand, kwartaal, half jaar en heel
                                jaar.</al><al>Hierbij werd geen onderscheidt gemaakt voor het aantal dagen dat een
                                standplaatshouder per week de standplaats innam. Dit betekende dat
                                een standplaatshouder die één ochtend in de week een standplaats
                                innam een gelijk bedrag betaalde als een standplaatshouder die een
                                hele week een standplaats innam, terwijl een standplaatshouder die
                                drie dagen/dagdelen een standplaats op drie verschillende locaties
                                innam, drie maal het tarief betaalde. Ook waren de standplaatsleges
                                aanzienlijk lager dan de marktgelden voor de weekmarkten.</al><al/><al><cursief>4</cursief><cursief>.3 Doel </cursief><cursief>van
                                    </cursief><cursief>het opstellen van
                                    standplaat</cursief><cursief>sen</cursief><cursief>beleid</cursief></al><al>Het in de APV opgenomen artikel 5.18 (tot 2010 artikel 5.2.3.2)
                                biedt niet meer dan een kader waarbinnen verdere uitwerking dient
                                plaats te vinden. De praktijk bij het beoordelen van aanvragen voor
                                een standplaatsvergunning in Westerveld was tot 2009 niet in
                                beleidsregels gevat. Een beleidskader was daarom gewenst.</al><al>De beleidsnotitie beoogt niet het op grote schaal veranderen van het
                                beleid zoals dat tot 2009 werd gevoerd, maar op het duidelijk
                                stellen en uitwerken van regels zodat voor alle partijen, voor zowel
                                de ondernemer/standplaatshouder als die gemeentelijke diensten die
                                betrokken zijn bij standplaatsen, helderheid wordt verschaft. Het
                                beleid dient voorts praktisch uitvoerbaar te zijn en zo goed
                                mogelijk oplossingen te bevatten voor de gesignaleerde
                                knelpunten.</al><al>De volgende punten zijn in het beleid opgenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>maximum aantal standplaatsen, zowel vaste standplaatsen als
                                        seizoensplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>locaties van de vaste standplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>tariefstelling per dag/dagdeel;</al></li><li nr="-"><al>regels voor de standplaatsen, bijvoorbeeld maximale grootte
                                        van de standplaats.</al></li></lijst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>5. Beleidskader en vergunningvoorschriften</label></kop><structuurtekst><al/><al><cursief>5</cursief><cursief>.1 Beleidskader</cursief></al><al/><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Het beleid van standplaatsvergunningen is in hoofdzaak gericht op
                                een rechtvaardige verdeling van de standplaatsen met inachtneming
                                van de weigeringsgronden die geformuleerd zijn in de artikelen 1.8
                                en 5.18, leden 2 en 3 van de APV, namelijk: het belang van de
                                openbare orde, het belang van openbare veiligheid, het belang van de
                                volksgezondheid, het belang van milieu, de eisen van redelijke
                                welstand, strijdigheid met een geldend bestemmingsplan en het in
                                gevaar komen van een redelijk verzorgingsniveau voor de consument
                                ter plaatse. Een weigering van een standplaatsvergunning is
                                juridisch gezien een inbreuk op de vrijheid van burgers om
                                economische activiteiten te ontplooien. Een goede onderbouwing van
                                de weigering is daarom noodzakelijk. De gemeente moet daarbij
                                aantonen dat het publieke belang opweegt tegen de belangen van de
                                aanvrager.</al><al>De jurisprudentie heeft uitgemaakt dat niet een onbepaald groot
                                aantal vergunningen afgegeven kan worden. Hierdoor is een maximering
                                toegestaan. Gemeenten kunnen overgaan tot:</al><al>• het aanwijzen van locaties waar standplaatsen mogen worden
                                ingenomen;</al><al>• het vaststellen van een maximum aantal af te geven
                                standplaatsvergunningen;</al><al>• het aanwijzen van tijdstippen waarop standplaatsen mogen worden
                                ingenomen.</al><al>Ruimte die wordt ingenomen door standplaatsen, wordt aan andere
                                functies onttrokken (parkeren, openbare weg, trottoir, etc.).
                                Aangezien het niet wenselijk is om op grote schaal ruimte te
                                onttrekken aan deze openbare functies, wordt een restrictief
                                standplaatsenbeleid voorgesteld. </al><al/><al>De belangrijkste onderdelen van het beleid worden hieronder kort
                                uiteen gezet: </al><al><cursief>a)</cursief><cursief>Vaste
                                    standplaatslocaties</cursief></al><al><cursief>b</cursief><cursief>) </cursief><cursief>Maximum
                                    aantal af te geven standplaatsvergunningen</cursief></al><al><cursief>c</cursief><cursief>) </cursief><cursief>Vaste
                                    </cursief><cursief>standplaatsvergunningen</cursief></al><al><cursief>d</cursief><cursief>) </cursief><cursief>Aantal
                                    standplaatsvergunningen per branche</cursief></al><al><cursief>e</cursief><cursief>) </cursief><cursief>Maximale
                                    </cursief><cursief>groot</cursief><cursief>te van een
                                    standplaats</cursief></al><al><cursief>f</cursief><cursief>)
                                    </cursief><cursief>Tijdstippen
                                    waarop</cursief><cursief> een </cursief><cursief>standplaats
                                    ingenomen mag worden</cursief></al><al><cursief>g) </cursief><cursief>Ontruimen van de
                                    standplaats ‘s avonds</cursief></al><al><cursief>h</cursief><cursief>)
                                    </cursief><cursief>Persoonsgebondenheid
                                    standplaatsvergunningen</cursief></al><al><cursief>i</cursief><cursief>)
                                    </cursief><cursief>Afwezigheid
                                    vergunninghouder</cursief></al><al><cursief>j) </cursief><cursief>Wachtlijst</cursief></al><al><cursief>k</cursief><cursief>)</cursief><cursief>Intrekken
                                    en vervallen verklaren van een
                                standplaatsvergunning</cursief></al><al><cursief>l</cursief><cursief>)
                                    </cursief><cursief>Incidentele
                                    standplaatsvergunningen</cursief></al><al><cursief>m</cursief><cursief>) </cursief><cursief>Maximum
                                    duur van incidentele en seizoensgebonden
                                    standplaatsvergunningen</cursief></al><al><cursief>n</cursief><cursief>)</cursief><cursief>Particuliere
                                    standplaatsen</cursief></al><al><cursief>o</cursief><cursief>)
                                    </cursief><cursief>Overgangssituatie</cursief></al><al><cursief>p</cursief><cursief>)
                                    </cursief><cursief>Bijzondere gevallen</cursief></al><al><cursief>q</cursief><cursief>)
                                    </cursief><cursief>Stroom</cursief></al><al/><al><cursief>a) Vaste standplaatslocaties</cursief></al><al>Tot 2009 waren er ongeveer zeven locaties in gebruik ten behoeve van
                                vaste standplaatshouders. Elk van de vier grotere kernen hadden
                                minimaal één standplaatslocatie. Deze locaties zijn opnieuw bekeken
                                en beoordeeld. De beoordeling is gebaseerd op de aspecten die zijn
                                geformuleerd in de artikelen 1.8 en 5.18, lid 2 en 3 van de APV. </al><al/><al>In het beleid is opgenomen dat, behoudens bijzondere omstandigheden,
                                voor vaste standplaatsen geen vergunning af te geven op andere dan
                                de volgende locaties:</al><lijst><li nr="-"><al>bij het Dingspilhuus in Diever, plaats voor maximaal 2
                                        standplaatsen gelijktijdig en op woensdag maximaal 5
                                        standplaatsen gelijktijdig;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijk op Kasteel in Diever, plaats voor maximaal 1
                                        standplaats;</al></li><li nr="-"><al>op de Brink in Dwingeloo;</al></li><li nr="-"><al>op het Lesturgeonplein in Vledder;</al></li><li nr="-"><al>op het Piet Soerplein in Havelte;</al></li><li nr="-"><al>op het parkeerterrein tegenover de school in
                                        Wapserveen;</al></li><li nr="-"><al>op de hoek Eemneslaan en Linthorsthomanlaan in
                                        Wilhelminaoord;</al></li><li nr="-"><al>op het parkeerterrein bij Rijksweg 41 in Uffelte.</al></li></lijst><al>Zie voor locatieaanduiding de plattegronden in bijlage 3.</al><al/><al>Bij het verlenen van de vaste standplaatslocaties is bewust gekozen
                                voor de dorpskernen en bij voorkeur in de nabijheid van winkels.
                                Standplaatshouders zijn gebaat bij de aantrekkingskracht van
                                winkels. De vergunninghouders vragen bij voorkeur een locatie in de
                                grotere dorpskernen nabij winkels. Standplaatsen kunnen het
                                voorzieningenpakket in een dorp (tijdelijk) versterken en aanvullen.
                                Winkels zijn binnen de Gemeente Westerveld vooral te vinden in de
                                kernen Havelte, Diever, Dwingeloo en Vledder.</al><al/><al>Alle locaties bevatten één standplaats, met uitzondering van de
                                locatie bij het Dingspilhuus in Diever waar twee standplaatsen
                                gelijktijdig mogelijk zijn en op woensdag vijf. De uitzondering voor
                                het Dingspilhuus is opgenomen omdat in de (grotere) dorpskern Diever
                                geen weekmarkt meer is. Gebleken is dat er bij de bewoners wel
                                behoefte is aan een weekmarkt. Gezien de nog onbekende
                                ontwikkelingen van het Dingspilhuus en de afwezigheid van een
                                stroomvoorziening, is het instellen van een weekmarkt thans nog niet
                                mogelijk. Tot de instelling van een weekmarkt in Diever door de
                                gemeenteraad zijn op woensdag maximaal vijf standplaatsen mogelijk. </al><al>Tot 2013 waren ook op de locatie nabij Kasteel te Diever twee
                                standplaatsen toegestaan. Deze uitzondering voor Kasteel was
                                opgenomen omdat hier al een groot aantal jaren twee vaste
                                standplaatsen stonden. Na het vertrek van de tweede
                                standplaatshouder is nog één standplaats toegestaan. Deze laatste
                                uitzondering is echter een tijdelijke. Bij vertrek van de huidige
                                vergunninghouder zal deze standplaatslocatie opgeheven worden. </al><al>Bij de meeste locaties is de ruimte te beperkt voor meerdere
                                standplaatsen of weegt het handhaven van de huidige functie
                                zwaarder. Bij meerdere standplaatsen op één plek ontstaat tevens de
                                kans van feitelijke marktvorming. Dit is onwenselijk ten opzichte
                                van de weekmarkten. Zo worden, mede ingegeven vanuit het criterium
                                van “openbare orde”, geen aanvragen gehonoreerd voor het innemen van
                                een standplaats op marktdagen op de locaties Lestergeonplein in
                                Vledder, de Brink in Dwingeloo en het Piet Soerplein in Havelte.
                                Deze laatste met uitzondering voor een seizoensgebonden standplaats
                                voor een oliebollenkraam in de periode 16 november tot en met 31
                                december. Op dagen dat de markt incidenteel verschoven wordt naar
                                een andere dag, bijvoorbeeld tijdens feestdagen, dienen nadere
                                afspraken gemaakt te worden met degene die voor die betreffende dag
                                een vergunning heeft voor een standplaats.</al><al>Ook wordt geen standplaatsvergunning afgegeven op dagen en
                                tijdstippen waarop een standplaatsmarkt, een kermis of evenement
                                wordt gehouden. </al><al>Voor de locatie de Brink in Dwingeloo is van belang dat de Brink de
                                status van beschermd dorpsgezicht heeft. Dit heeft als gevolg dat de
                                uitgifte van een standplaats bij voorkeur dient te geschieden op
                                basis van incidentele verkoop. Bij de uitgifte van een vaste
                                standplaatsvergunning dienen de verkoopunits bij voorkeur een
                                transparant karakter te hebben en mogen deze een maximale lengte van
                                5 meter niet overschrijden en geen uitstallingen hebben.</al><al/><al><cursief>b</cursief><cursief>) Maximum aantal af te geven
                                    standplaatsvergunningen</cursief></al><al>Iedere gemeente kan een maximum aantal af te geven vergunningen
                                vaststellen voor de gemeente als geheel en voor de diverse
                                deelgebieden. In rechterlijke uitspraken wordt wel een verband
                                gelegd tussen het maximum aantal te verlenen vergunningen en de
                                omvang van een kern of gemeente. De gemeente Westerveld heeft bijna
                                20.000 inwoners verdeeld over 26 kernen. De kernen Havelte, Diever,
                                Dwingeloo en Vledder hebben ongeveer 3.500, 2.475, 4.200 en 2.000
                                inwoners. De overige inwoners zijn verdeeld over de andere 22 kleine
                                kernen waarvan Uffelte, Wapserveen en Wilhelminaoord rond de 1.000
                                inwoners hebben. De overige kernen variëren van 700 tot 3 inwoners.
                                Een norm van één standplaatsvergunning op 1.000 inwoners lijkt een
                                reële aanname, waarbij een standplaatslocatie aanwezig is in de
                                kernen vanaf 800 inwoners.</al><al>Tot op heden zijn de verzoeken om een vergunning voornamelijk voor
                                de vier grotere dorpskernen. De standplaatslocaties zullen zich dan
                                ook voornamelijk in deze kernen bevinden. Gezien het aantal inwoners
                                in de kernen Uffelte, Wapserveen en Wilhelminaoord zijn hier ook
                                standplaatslocaties gecreëerd. Dit betekent dat in deze zeven kernen
                                elke dag, met uitzondering van de zondag en de ochtenden dat er op
                                een locatie een weekmarkt plaatsvindt of de bibliotheekbus er staat
                                (Wilhelminaoord), minimaal één en maximaal twee vaste
                                standplaatsvergunningen verleend kunnen worden. Hierbij wordt
                                aangetekend dat wanneer er een weekmarkt in Diever ingesteld wordt,
                                het aantal standplaatsen bij het Dingspilhuus met ingang van het
                                kalenderjaar volgende op de instelling van de weekmarkt naar één
                                teruggebracht wordt. </al><al>Zoals eerder is aangegeven worden voor Westerveld acht vaste
                                jaarstandplaatslocaties voorgesteld voor tien standplaatsen, met een
                                verloop naar zeven locaties voor acht standplaatsen in verband met
                                de “uitsterfconstructie” van Kasteel als standplaatslocatie. Het
                                maximum aantal vaste standplaatsvergunningen is bereikt, wanneer al
                                deze locaties gedurende de gehele week zijn ingevuld, ervan
                                uitgaande dat per dag door maximaal één ambulante handelaar
                                standplaats wordt ingenomen, met de uitzonderingen voor de dagen dat
                                er weekmarkt is en voor Wilhelminaoord dat de bibliotheekbus op de
                                standplaatslocatie staat (donderdagmiddag). Met andere woorden: het
                                maximale aantal jaarstandplaatsvergunningen voor Westerveld
                                bedraagt: </al><al>1 standplaats voor 7 dagen = 7</al><al>4 standplaatsen voor 6 dagen = 24</al><al>4 standplaatsen voor 5 dagen = 20</al><al>1 standplaats 3 extra = 3</al><al>Totaal 54 standplaatsen </al><al>(met verloop in Diever: Kasteel van 7 en Dingspilhuus van 9
                                (instellen weekmarkt).</al><al>Afgaande op de vraag naar vaste standplaatsvergunningen van de
                                afgelopen jaren en het inwonersaantal van Westerveld kan met het
                                aanbod van deze vaste standplaatslocaties royaal worden
                                volstaan.</al><al/><al><cursief>c</cursief><cursief>) </cursief><cursief>Vaste
                                    </cursief><cursief>standplaatsvergunningen</cursief></al><al>Een vaste standplaatsvergunning wordt meestal voor een kalenderjaar
                                verleend. Een vergunninghouder van een vaste standplaatsvergunning
                                kan maximaal twee dagen per week standplaats innemen omdat anders
                                sprake is van een meer (semi) permanent karakter terwijl
                                standplaatsen een mobiel karakter dienen te houden. Kiosken zijn
                                binnen het kader van standplaatsen niet toegestaan. Het
                                verkoopmateriaal dient buiten verkooptijden verwijderd te zijn. </al><al>Om onenigheid over het ‘recht op een standplaats’ te voorkomen
                                worden de volgende regels gehanteerd:</al><al>• De standplaatshouder die in enig jaar een vergunning heeft voor de
                                betreffende locatie voor bepaalde dagen, heeft voor het volgend jaar
                                het zogeheten eerste recht voor deze locatie en dagen.</al><al>• Een tweede ondernemer kan de overgebleven dagen opvullen, een
                                derde de volgende, etc.</al><al>• Aanvragen dienen van 1 september tot uiterlijk 1 december in het
                                voorafgaande jaar bij de</al><al>gemeente te worden ingediend.</al><al/><al><cursief>d</cursief><cursief>) </cursief><cursief>Aantal
                                    standplaatsvergunningen per branche</cursief></al><al>Om een evenwichtige verdeling van de branches en een gevarieerd
                                aanbod per locatie mogelijk te maken, wordt per locatie voor niet
                                meer dan twee dagen per week vergunning verleend binnen dezelfde
                                branche. Juridisch gezien is het als gemeente niet mogelijk om
                                branches te weigeren. Dit betekent feitelijk dat indien voor een
                                standplaatslocatie niet voor alle dagen een vergunning is verleend,
                                een vergunningaanvraag voor eenzelfde branche dan waarvoor op deze
                                locatie al een vergunning is afgegeven, niet geweigerd kan worden. </al><al>Een uitzondering van het maximum aantal van twee dagen per week per
                                branche op één locatie geldt voor de huidige standplaatshouder op
                                Kasteel in Diever en gold voor een periode tot en met 2011 voor de
                                standplaatsvergunninghouder die de drie jaren daarvoor een
                                standplaatsvergunning voor alle dagen in de week hadden.</al><al/><al><cursief>e</cursief><cursief>) Maximale
                                    </cursief><cursief>groot</cursief><cursief>te van een
                                    standplaats</cursief></al><al>Aangezien door het innemen van een standplaats ruimte aan andere
                                openbare functies wordt onttrokken, is het wenselijk is het aantal
                                standplaatsen beperkt te houden. Om dezelfde reden wordt voorgesteld
                                het ruimtebeslag van een individuele standplaats ook beperkt te
                                houden. </al><al>De maximale lengte van een standplaatsunit bedraagt 8 meter met een
                                maximale oppervlakte van 20 m². Voor de Brink in Dwingeloo,
                                beschermd dorpsgezicht, geldt een maximale lengte van 5 meter. De
                                motivatie hiervoor is dat het vanuit redelijke eisen van welstand
                                niet wenselijk is grote standplaatsen in onze agrarische,
                                toeristische en weinig bebouwde plattelandsgemeente te hebben.
                                Grotere standplaatsen kunnen terecht op onze weekmarkten. Wij
                                tekenen hierbij tevens aan dat wij streven naar het instellen van
                                een weekmarkt in Diever. </al><al/><al><cursief>f</cursief><cursief>) Tijdstippen waarop</cursief><cursief>
                                    een</cursief><cursief> standplaats ingenomen mag
                                    worden</cursief></al><al>Het verkopen vanaf een standplaats is gebonden aan de
                                winkelsluitingstijden op grond van de Winkeltijdenwet.
                                Standplaatsvergunningen worden hierop afgestemd.</al><al>Uitzonderingen hierop zijn standplaatsen die artikelen verkopen
                                waarvoor ook voor de reguliere verkoop de winkelsluitingstijden niet
                                van toepassing zijn zoals bijvoorbeeld ijs en snacks.</al><al/><al><cursief>g) Ontruimen van de standplaats ‘s avonds</cursief></al><al>Aangezien het gaat om ambulante handel dient de standplaats ’s
                                avonds ontruimd te worden. Voorkomen moet worden dat er
                                (semi-)permanent een verkoopkar of andere standplaats-verkooppunt
                                aanwezig blijft zoals dit is gebeurd op Kasteel in Diever. Voor de
                                huidige standplaatshouder (een snackkar) op Kasteel in Diever is bij
                                het opstellen van dit beleid een uitzondering gemaakt voor de
                                ontruimingsplicht. Op termijn zal deze uitzonderingspositie echter
                                worden beëindigd. </al><al>Bij tijdelijke seizoensgebonden standplaatsen, zoals
                                oliebollenkramen, is weinig gevaar voor het ontstaan van een
                                permanente standplaats. Door de afmeting van de oliebollenkramen is
                                het voor de vergunninghouder bijna onmogelijk de oliebollenkraam ’s
                                avonds dagelijks te ontruimen. De ontruimingsplicht in de avond
                                geldt dan ook niet voor de tijdelijke, seizoensgebonden
                                oliebollenkramen.</al><al/><al><cursief>h</cursief><cursief>) Persoonsgebondenheid
                                    standplaatsvergunningen</cursief></al><al>Een vergunninghouder dient de standplaats persoonlijk in te nemen.
                                De rol van de gemeente is dat wij erop moeten toezien dat de
                                beschikbare plaatsen op rechtvaardige wijze worden verdeeld. Een
                                standplaatsvergunning is niet overdraagbaar omdat anders handel in
                                vergunningen mogelijk wordt.</al><al>Overschrijven van een vergunning op naam van een familielid, partner
                                of persoon die werkzaam is in het bedrijf is niet mogelijk. In
                                bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij overlijden van de
                                vergunninghouder, kunnen burgemeester en wethouders besluiten
                                hiervan af te wijken. Hierbij kan aansluiting worden gevonden bij de
                                bepaling over “overschrijving vaste standplaatsvergunning” uit het
                                Marktreglement van de gemeente.</al><al/><al><cursief>i</cursief><cursief>) Afwezigheid
                                    vergunninghouder</cursief></al><al>Vergunninghouder met een vaste standplaatsvergunning neemt tenminste
                                eenmaal per twee weken en tenminste tienmaal per dertien weken zijn
                                standplaats in. Indien vergunninghouder wegens ziekte, vakantie of
                                bijzondere omstandigheden niet in staat is zijn standplaats met
                                bovengenoemde frequentie in te nemen, deelt hij dit schriftelijk mee
                                aan het college.</al><al>Tijdens afwezigheid van de standplaatshouder wordt de standplaats
                                doorberekend. De plaats kan dan niet door een andere ondernemer
                                worden ingevuld.</al><al>Wanneer de afwezigheid door bijzondere omstandigheden langer dan zes
                                weken tot maximaal drie maanden duurt, kan de vergunninghouder een
                                plaatsvervanger voordragen aan de gemeente. Verrekening van de
                                verschuldigde standplaatsgelden dient onderling plaats te
                                vinden.</al><al>Wanneer de vergunninghouder langer dan drie maanden geen gebruik
                                maakt van de vergunning, zal deze worden ingetrokken.</al><al/><al><cursief>j</cursief><cursief>) Wachtlijst</cursief></al><al>In de jaren voor 2009 is gebleken dat het aantal locaties voor vaste
                                standplaatsen incidenteel onvoldoende was om te beantwoorden aan de
                                vraag. Met name voor de locatie bij het Dingspilhuus in Diever was
                                incidenteel een grotere vraag zodat voor deze locatie twee
                                standplaatsen mogelijk zijn. Als gevolg van deze vraag zal ook
                                worden onderzocht of er een weekmarkt in Diever ingesteld zal
                                worden. Tevens worden er een drietal standplaatslocaties in de
                                kernen Uffelte, Wapserveen en Wilhelminaoord ingesteld. </al><al>Indien er desondanks meer vraag is voor een vaste
                                standplaatsvergunning (op een bepaalde locatie) dan standplaatsen,
                                zullen de verzoeken op een wachtlijst worden geplaatst op volgorde
                                van binnenkomst. Indien voor een bepaalde branche meer verzoeken om
                                standplaatsen worden ontvangen dan verleend kunnen worden, vindt
                                vergunningverlening plaats naar rangorde van binnenkomst.</al><al/><al><cursief>k</cursief><cursief>) Intrekken en vervallen verklaren van
                                    een standplaatsvergunning</cursief></al><al>De vergunning kan bij beschikking worden ingetrokken indien:</al><al>• De vergunninghouder hierom verzoekt;</al><al>• De vergunninghouder zich na twee schriftelijke waarschuwingen niet
                                houdt aan de wet, regelgeving of vergunningvoorschriften omtrent het
                                gebruik van de standplaats;</al><al>• De vergunning niet gebruikt wordt volgens de op de aanvraag
                                vermelde gegevens op basis waarvan de vergunning is verstrekt;</al><al>• Gedurende drie maanden geen gebruik is gemaakt van de
                                vergunning;</al><al>• De vergunninghouder zijn/haar bedrijf beëindigt;</al><al>• De vergunninghouder op een andere dag of op een andere locatie een
                                standplaats gaat innemen;</al><al>• De vergunninghouder met een ander product een standplaats in wil
                                nemen.</al><al>De vergunning vervalt wanneer de vergunninghouder overlijdt.</al><al/><al><cursief>l</cursief><cursief>) Incidentele</cursief><cursief>- en/of
                                    seizoen</cursief><cursief>standplaatsvergunningen</cursief></al><al>Incidentele- of seizoenstandplaatshouders kunnen van de aangewezen
                                vaste standplaatslocaties gebruik maken als er in de betreffende
                                periode geen gebruik wordt gemaakt van de locatie door een vaste
                                standplaatshouder. </al><al>Aanvragers voor een incidentele- of seizoenstandplaats die gebruik
                                willen maken van een andere locatie dan de aangewezen vaste
                                standplaatslocaties, zullen moeten motiveren waarom ze niet op een
                                vaste standplaatslocaties willen staan en waar ze gedurende de
                                aangevraagde periode wél willen staan. Nadat de aanvraag is
                                ingediend zal in overleg met de gemeentelijke teams Leefomgeving en
                                Openbare Werken worden nagegaan of de gevraagde locatie mogelijk en
                                wenselijk is. </al><al>Voorwaarden voor de inname van een incidentele- of
                                seizoensgebondenstandplaats is voornamelijk gelegen in de
                                verkeersveiligheid. Geen standplaats kan worden ingenomen:</al><lijst><li nr="-"><al>langs in- en uitvalswegen;</al></li><li nr="-"><al>langs wegen met vrijliggende fietspaden;</al></li><li nr="-"><al>binnen een afstand van 20 meter van een kruispunt;</al></li><li nr="-"><al>langs wegen die worden gebruikt door streekbussen en/of
                                        provinciale wegen;</al></li><li nr="-"><al>op plaatsen waar al een vaste standplaatshouder staat;</al></li><li nr="-"><al>op plaatsen met een hoge verkeersdruk.</al></li></lijst><al/><al><cursief>m</cursief><cursief>) Maximum duur van
                                    incidentele</cursief><cursief>-</cursief><cursief> en
                                    seizoensgebonden standplaatsvergunningen</cursief></al><al>Het aantal aanvragen voor incidentele standplaatsen is niet groot.
                                Voorgesteld wordt de mogelijkheid om incidenteel standplaats in te
                                nemen te beperken tot een maximum van 12 dagen. Voor
                                seizoensgebonden producten zoals standplaatsen met kerstbomen of met
                                oliebollen geldt een maximale duur van anderhalve maand. De maximale
                                duur voor een ijscokar is zes maanden (april tot en met september).
                                We gaan er hierbij vanuit dat de ijscokarren weinig ruimte innemen
                                en alleen op dagen dat het mooi weer is standplaats zullen
                                innemen.</al><al>Voor incidentele standplaatsen wordt maximaal één
                                standplaatsvergunning per dorpskern per dag afgegeven.</al><al>Wij vinden het niet noodzakelijk om een maximum aantal
                                seizoensgebonden standplaatsvergunningen vast te stellen, maar wel
                                een maximum aantal van twee per dorpskern, met een maximum van één
                                per branche.</al><al>De locaties voor een incidentele- of seizoensgebonden standplaats
                                wordt per aanvraag bekeken (zie
                                    <cursief>l</cursief><cursief>.</cursief>).</al><al/><al><cursief>n</cursief><cursief>) Particuliere
                                standplaatsen</cursief></al><al>Particuliere standplaatsen op eigen terrein volgen de beleidslijn en
                                vergunningvoorwaarden zoals deze bij reguliere
                                standplaatsvergunningen worden gehanteerd. Zij vallen echter niet
                                onder de vaste standplaatsen. Het maximum aantal te verlenen
                                vergunningen voor particuliere standplaatsen op eigen terrein
                                bedraagt maximaal één locatie per dorpskern en voor maximaal twee
                                dagen per week.</al><al/><al><cursief>o</cursief><cursief>) Overgangssituatie</cursief></al><al>Overgangsrecht zoals opgenomen in het standplaatsenbeleid 2009 is in
                                2012 niet meer van toepassing, met uitzondering van Kasteel in
                                Diever.</al><al/><al><cursief>Kasteel in Diever</cursief></al><al>Ten aanzien van de standplaatslocatie op Kasteel in Diever is bij
                                het opstellen van het standplaatsenbeleid in 2009 bepaald dat de
                                twee standplaatshouders (thans nog één) op dezelfde voorwaarden als
                                hun vergunningen tot en met 2009 gehandhaafd worden op basis van het
                                feit dat zij al vele jaren voor 7 dagen per week een
                                standplaatsvergunning hebben. Het gaat hierbij om een uitzondering
                                op de regels dat de standplaats maximaal twee dagen per week door
                                dezelfde vergunninghouder mag worden ingenomen en dat de standplaats
                                ‘s avonds ontruimd moet worden. </al><al>Voor deze locatie is echter bepaald dat dit een tijdelijke locatie
                                is: zodra een van deze standplaatshouders de vergunning opzegt of
                                niet meer aanvraagt (verlengt), zal voor deze plek geen nieuwe
                                standplaatsvergunning worden afgegeven en vervalt deze
                                standplaatslocatie. Na opzegging of niet verlenging door de nog
                                overblijvende vergunninghouder, zal ook deze locatie als
                                standplaatslocatie vervallen. De standplaatshouder voor de verkoop
                                van vis heeft eind 2012 de standplaatsvergunning opgezegd zodat er
                                thans nog één standplaatshouder (snacks) op Kasteel staat.</al><al>Dit betekent echter niet dat de uitzonderingspositie van deze
                                vergunninghouder tot opzegging of niet verlenging zal doorlopen. Bij
                                het opstellen van het beleid in 2009 heeft het college geen nadeel
                                willen toebrengen aan deze standplaatshouder omdat hij al vele jaren
                                op deze standplaats staat. Het college ziet ook geen reden deze
                                uitzonderingspositie thans te beëindigen, maar wel zal de
                                uitzonderingspositie voor deze standplaatshouder op termijn worden
                                beëindigd. De locatie “Kasteel” is de toegangspoort van Diever. De
                                eendenvijver is een blikvanger voor het verkeer dat Diever vanaf de
                                noord-, oost- en westkant binnen komt. Ook bevindt de
                                standplaatslocatie zich nabij de toegang van de begraafplaats. De
                                constante aanwezigheid van de verkoopwagen is dan ook vanuit het
                                oogpunt van welstand onwenselijk. Het college sluit dan ook niet uit
                                dat op termijn een besluit wordt genomen om de standplaatslocatie op
                                te heffen of te verplaatsen. </al><al>Tevens kunnen zich omstandigheden voordoen, zoals een herinrichting
                                van Kasteel, waardoor het college zich genoodzaakt zal voelen de
                                standplaatslocatie Kasteel in Diever op te heffen. Aan de huidige
                                standplaatshouder zal dan een andere standplaatslocatie(s) worden
                                aangeboden waarbij de standplaats ’s avonds zal moeten worden
                                ontruimd.</al><al/><al><cursief>p</cursief><cursief>) Bijzondere
                                    gevallen</cursief><cursief> (hardheidsclausule)</cursief></al><al>Het is altijd mogelijk dat zich een bijzonder geval voordoet. Omdat
                                het onmogelijk is om alle uitzonderingen in een beleid te
                                verwoorden, behoudt de Gemeente Westerveld zich het recht voor
                                aanvragen op haar merites te beoordelen en per keer te bepalen of
                                het maken van een uitzondering wenselijk is met inachtneming van de
                                toetsingscriteria.</al><al/><al><cursief>q</cursief><cursief>) Stroom</cursief></al><al>Indien een standplaatslocatie zich bij een gemeentelijke stroomkast
                                bevindt, wordt de standplaatshouder in de gelegenheid gesteld stroom
                                af te nemen van de gemeente. Hiervoor is echter wel een vergoeding
                                verschuldigd. Eventuele schade toegebracht aan de stroomkast
                                veroorzaakt door standplaatshouder, zal op de standplaatshouder
                                verhaald worden.</al><al/><al><cursief>5</cursief><cursief>.2
                                Vergunningvoorschriften</cursief></al><al>In de standplaatsvergunning wordt onder andere vermeld de locatie,
                                branche en maximale afmetingen van de standplaats. Tevens worden aan
                                de standplaatsvergunning voorschriften verbonden. De voorschriften
                                hebben ten doel de openbare orde, veiligheid en het milieu te
                                beschermen.</al><al>Als uitgangspunt voor het opstellen van de voorschriften zoals
                                hieronder vermeld, zijn de voorschriften genomen zoals in de jaren
                                tot 2009 in de praktijk zijn gehanteerd aangevuld met voorwaarden
                                die tevens noodzakelijk worden geacht.</al><lijst><li nr="1."><al>De vergunninghouder maakt persoonlijk gebruik van de
                                        vergunning.</al></li><li nr="2."><al>De standplaats dient aan het einde van de dag ontruimd te
                                        worden.</al></li><li nr="3."><al>De vergunninghouder mag zich bij de exploitatie van de
                                        standplaats niet laten vervangen door een ander, tenzij hij
                                        in het bezit is van een machtiging daartoe, afgegeven door
                                        het college.</al></li><li nr="4."><al>Het niet daadwerkelijk gebruiken van de vergunning leidt tot
                                        intrekking daarvan. Intrekking vindt in elk geval plaats
                                        indien gedurende drie maanden geen gebruik van de vergunning
                                        wordt gemaakt.</al></li><li nr="5."><al>Er mogen geen andere goederen ten verkoop worden aangeboden
                                        dan die waarvoor de vergunning geldt.</al></li><li nr="6."><al>Afvalbakken, parasols, luifels en andere faciliteiten ten
                                        behoeve van de verkoop mogen slechts binnen een afstand van
                                        2 meter van de standplaats worden neergezet en geen hinder
                                        opleveren.</al></li><li nr="7."><al>Vrije doorgang van het publiek en het verkeer mag niet
                                        worden gehinderd.</al></li><li nr="8."><al>Het gebruik van een geluidsinstallatie is niet
                                        toegestaan.</al></li><li nr="9."><al>Gedurende de verkoopactiviteiten moet de omgeving van de
                                        standplaats een schoon en ordelijk aanzien hebben. Na afloop
                                        van de verkoopactiviteiten moet de standplaats en de directe
                                        omgeving (binnen een straal van 25 meter) schoon worden
                                        opgeleverd. Indien dit wordt nagelaten, zal dit op kosten
                                        van vergunninghouder door de gemeente gebeuren.</al></li><li nr="10."><al>Er dient een afvalbak bij de verkoopwagen geplaatst te
                                        worden indien de koopwaar ter plekke genuttigd kan
                                        worden.</al></li><li nr="11."><al>In de verkoopwagen waar gas, stroom of vuur wordt gebruikt,
                                        dient een deugdelijk poederbrandblusapparaat van minstens 6
                                        kg aanwezig te zijn;</al></li><li nr="12."><al>Aanwijzingen en/of bevelen van de politie, brandweer of
                                        daartoe aangewezen ambtenaren dienen te worden
                                        opgevolgd.</al></li><li nr="13."><al>Vergunninghouder en de personen bedoeld in punt 3, dienen
                                        deze vergunning op verzoek te tonen aan de onder 12 genoemde
                                        personen.</al></li><li nr="14."><al>Vergunninghouder voor vaste standplaatsen dient het geldig
                                        registratiebewijs van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel te
                                        Den Haag op verzoek te tonen aan de onder 12 genoemde
                                        personen.</al></li><li nr="15."><al>Tijdens de uitvoering van civiel-technische werken,
                                        evenementen met vergunning of een vergelijkbare reden waarom
                                        de standplaats tijdelijk niet kan worden ingenomen, krijgt
                                        vergunninghouder, indien mogelijk, een alternatieve locatie
                                        toegewezen en is hij verplicht deze te accepteren. De
                                        gemeente stelt zich niet aansprakelijk voor eventuele schade
                                        die hieruit voortvloeit.</al></li><li nr="16."><al>Het veroorzaken van schade, hinder of overlast is niet
                                        toegestaan.</al></li><li nr="17."><al>De kosten van herstel van schade, welke direct voortvloeien
                                        uit het gebruikmaken van de vergunning, ontstaan aan
                                        gemeente-eigendommen, komen voor rekening van de
                                        vergunninghouder;</al></li><li nr="18."><al>Vergunninghouder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke
                                        maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat de gemeente,
                                        dan wel derden, ten gevolge van het gebruik maken van de
                                        vergunning schade zal lijden;</al></li><li nr="19."><al>De gemeente wordt door vergunninghouder gevrijwaard van alle
                                        aanspraken van derden tot vergoeding van schade, die mocht
                                        ontstaan door of vanwege het gebruik van de vergunning.</al></li><li nr="20."><al>Het leggen van stroomkabels over de weg is niet
                                        toegestaan.</al></li><li nr="21."><al>Voor het gebruik van niet-gemeentelijke terreinen dient
                                        vooraf schriftelijk toestemming gevraagd te worden aan de
                                        eigenaar c.q. beheerder.</al></li><li nr="22."><al>Vergunninghouder is verplicht voldoende verzekerd te zijn
                                        tegen vorderingen tot schadevergoeding waartoe hij als
                                        gebruiker van een verkoopinrichting krachtens wettelijk
                                        aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht
                                        wegens aan derden toegebrachte schade.</al></li><li nr="23."><al>Vergunninghouder is verplicht zijn standplaats vanaf
                                        zonsondergang te voorzien van een deugdelijke verlichting,
                                        waarmee de uitgestalde goederen goed verlicht zijn.</al></li></lijst><al/><al>Voor vergunningen die op het moment van inwerkingtreding van dit
                                beleid zijn verleend, zijn de bepalingen van dit beleid geldend
                                voorzover zij voor de vergunninghouder niet nadeliger zijn ten
                                opzichte van de huidige voorwaarden van hun vergunning.</al><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>6. Vergunningverlening, kosten en handhaving</label></kop><structuurtekst><al>Voor de ambulante handelaar die een standplaats wil innemen is met
                                name van belang hoe in de praktijk met het beleidskader wordt
                                omgegaan en hoe de trajecten voor vergunningverlening en handhaving
                                zijn vormgegeven. Daarnaast spelen ook de kosten voor inname van een
                                standplaats een belangrijke rol.</al><al/><al><cursief>6</cursief><cursief>.1 procedure van vergunningaanvraag en
                                    </cursief><cursief>vergunning</cursief><cursief>verlening</cursief></al><al>• Aanvraag</al><al>Een vergunning voor een vaste standplaats moet in principe jaarlijks
                                vanaf 1 september tot uiterlijk 1 december van het voorafgaande jaar
                                schriftelijk bij het college worden aangevraagd. Afhandeling van de
                                aanvraag geschiedt door de gemeentelijke afdeling Dienstverlening,
                                team Leefomgeving. In de aanvraag dient men, naast naam- en
                                adresgegevens, aan te geven welke producten men wil verkopen en op
                                welke locatie. Hiervoor is een aanvraagformulier ontwikkeld dat op
                                de gemeente website is geplaatst. Ieder jaar dienen
                                standplaatshouders die er dat jaar hebben gestaan een nieuwe
                                aanvraag in te dienen.</al><al>Aanvragen voor een incidentele- of seizoenstandplaats dienen in
                                principe minimaal zes weken van te voren te worden aangevraagd.</al><al>• Toetsing</al><al>Nieuwe aanvragen worden getoetst aan de APV van de gemeente
                                Westerveld alsmede aan de richtlijnen zoals opgenomen in deze
                                nota.</al><al>• Advisering</al><al>Bij aanvragen voor een incidentele- of seizoenstandplaats op een
                                locatie niet zijnde een aangewezen vaste standplaatslocatie voert
                                het team Leefomgeving overleg met het team Openbare Werken.</al><al>• Vergunningverlening</al><al>Op aanvragen wordt in principe binnen zes weken beslist. Indien een
                                aanvraag voldoet aan de APV en de richtlijnen in deze nota en er
                                positief wordt geadviseerd, wordt de vergunning</al><al>verleend.</al><al>• Weigeren van een vergunning</al><al>Weigering van een vergunning waarbij enkel wordt verwezen naar
                                gemeentelijk beleid, erkent de rechter niet. In de praktijk houdt
                                dit in dat bij iedere aanvraag voor een standplaats moet worden
                                nagegaan of er redenen zijn om van het vastgestelde beleid af te
                                wijken.</al><al>Indien een aanvraag voor een vergunning moet worden geweigerd (omdat
                                deze de toetsing niet doorstaat en er geen bijzondere omstandigheden
                                zijn die vergunningverlening noodzakelijk maakt), neemt het college
                                hierover een besluit.</al><al>• Bezwaar</al><al>Belanghebbenden kunnen bezwaar maken tegen een verleende vergunning
                                of tegen een weigering om een standplaatsvergunning te
                                verlenen.</al><al/><al><cursief>6</cursief><cursief>.2 De kosten van een
                                    standplaats</cursief></al><al>Voor het innemen van een standplaats is een vergoeding verschuldigd.
                                De hoogte van deze vergoeding zal afhankelijk zijn van de tijdsduur
                                van de vergunning en is verschuldigd per dag of dagdeel dat per week
                                van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Tot 2010 was voor de
                                verlening van een standplaatsvergunning leges verschuldigd. Mede
                                gezien het de 4.2 genoemde knelpunten (de oneerlijkheid tussen
                                standplaatshouders onderling en tussen standplaatshouders en
                                weekmarktstandplaatshouders) is vanaf 2010 per dag of dagdeel dat
                                per week gebruik gemaakt wordt van de standplaats, een vergoeding
                                verschuldigd. Deze vergoeding is vanaf 1 januari 2010 opgenomen in
                                de “Verordening markt- en standplaatsgelden”. </al><al/><al>Voor incidentele- en seizoensvergunningen is per dag, per week, per
                                maand, per kwartaal en per half jaar een standplaatsvergoeding in de
                                Verordening markt- en standplaatsgelden opgenomen.</al><al>Een apart tarief is opgenomen voor de seizoensgebonden verkoop van
                                ijs. De seizoenstandplaatsvergunningen voor de verkoop van ijs
                                worden in principe afgegeven voor een periode van een half jaar. De
                                verkoop van ijs is echter sterk weersafhankelijk zodat de
                                standplaatshouders voor de verkoop van ijs doorgaans niet alle
                                vergunde dagen van hun vergunning gebruik maken. </al><al>Ook voor standplaatsen van particulieren op eigen grond wordt een
                                apart tarief opgenomen.</al><al/><al><cursief>6</cursief><cursief>.3 Handhaving</cursief></al><al>De marktmeester of een daartoe aangewezen ambtenaar voert controle
                                uit op de naleving van de voorschriften en de beleidsregels en is
                                bevoegd om handhavend op te treden. Bij onregelmatigheden maakt de
                                marktmeester, dan wel een controlerend ambtenaar van de gemeente een
                                verslag op. Na het vaststellen van het niet naleven van de
                                voorschriften door een vergunninghouder volgt een schriftelijke
                                waarschuwing. Bij opnieuw constateren van de betreffende
                                onregelmatigheden zal een tweede schriftelijke waarschuwing uitgaan
                                en een gesprek plaatsvinden tussen de medewerker marktzaken en/of de
                                marktmeester en de betreffende vergunninghouder. Bij herhaling van
                                onregelmatigheden zal het middel van schorsing of intrekken van de
                                vergunning worden toegepast.</al><al>Indien wordt geconstateerd dat zonder vergunning standplaats wordt
                                ingenomen, zullen handhavers, dan wel de politie hiertegen
                                handhavend optreden.</al><al>Daarnaast zijn politie en gemeentelijke toezichthouders bevoegd tot
                                toezicht, controle en handhaving.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Inhoudsopgav</vet><vet>e</vet></al><al>pagina</al><al>Hoofdstuk 1 Inleiding 2 </al><al/><al>Hoofdstuk 2 Begripsbepaling 3</al><al/><al>Hoofdstuk 3 Juridisch kader 4</al><al/><al>Hoofdstuk 4 Situatie tot 2009 </al><al>4.1 Aanbod standplaatslocaties en -vergunningen 8</al><al>4.2 Knelpunten in de situatie voor 2009 9</al><al>4.3 Doel van een beleidskader 10</al><al/><al>Hoofdstuk 5 Beleidskader en vergunningvoorschriften</al><al>5.1 Beleidskader 11</al><al>5.2 Vergunningvoorschriften 19</al><al/><al>Hoofdstuk 6 Vergunningverlening, kosten en handhaving </al><al>6.1 Procedure van vergunningaanvraag en –verlening 21</al><al>6.2 De kosten van de standplaats 22</al><al>6.3 Handhaving 22</al></bijlage></regeling></body></cvdr>