<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR257218_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Langdurigheidstoeslag Gemeente Lingewaard 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lingewaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Gemeentenieuws, 24-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Langdurigheidstoeslag Gemeente Lingewaard 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>96/2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR368030_1">Verordening Langdurigheidstoeslag Gemeente Lingewaard 2013A</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Langdurigheidstoeslag Gemeente Lingewaard 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit raad</vet></al><al>Besluitnummer 121a/2012</al><al>Onderwerp Verordening Langdurigheidstoeslag Gemeente
                        Lingewaard 2013</al><al/><al>De raad van de gemeente Lingewaard;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente
                        Lingewaard d.d. 4 december 2012;</al><al>gehoord de behandeling tijdens de Politieke Avond d.d. 29 november
                        2012;</al><al>gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel d, artikel 35, en 36 van
                        de Wet werk en bijstand alsmede artikel 108 en 149 van de
                        Gemeentewet</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is om het verstrekken van
                        Langdurigheidstoeslag aan personen van</al><al>21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar bij verordening te
                        regelen;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de volgende: </al><al>Verordening Langdurigheidstoeslag Gemeente Lingewaard 2013</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);</al></li><li nr="b"><al>het college: het college van burgemeester en wethouder van
                                        de gemeente Lingewaard;</al></li><li nr="c"><al>langdurigheidstoeslag: toeslag zoals bedoeld in artikel 36
                                        van de wet;</al></li><li nr="d"><al>vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                                        WWB;</al></li><li nr="e"><al>langdurig: gelijk aan de duur van de ononderbroken
                                        referteperiode;</al></li><li nr="f"><al>referteperiode: een onafgebroken periode van 36 maanden
                                        voorafgaand aan de peildatum;</al></li><li nr="g"><al>peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op
                                        langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="h"><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet,
                                        met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een periode
                                        waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden
                                        gelezen ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt,
                                        in afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling
                                        van het recht op Langdurigheidstoeslag als inkomen
                                        gezien.</al></li><li nr="i"><al>bijstandsnorm: de op de gezinssituatie van toepassing zijnde
                                        bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                        wet exclusief eventuele heffingskortingen</al></li><li nr="j"><al>belanghebbende: in deze verordening wordt onder
                                        belanghebbende mede verstaan het gezin.</al></li><li nr="k"><al>rechthebbende: een alleenstaande, alleenstaande ouder of
                                        echtpaar met recht op langdurigheidstoeslag</al></li><li nr="l"><al>niet rechthebbende: een persoon die op grond van de
                                        artikelen 11 of 13 WWB uitgesloten is van het recht op
                                        langdurigheidstoeslag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader zijn
                                omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de WWB.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>II</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Tot de doelgroep van deze regeling behoren personen van 21 jaar of
                                ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen, geen
                                in aanmerking te nemen vermogen géén uitzicht op inkomensverbetering
                                hebben, als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de WWB en ten
                                tijde van de aanvraag in de gemeente Lingewaard woonachtig
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Geen recht op de langdurigheidstoeslag hebben personen die:</al><lijst><li nr="a"><al>op de peildatum of in de referteperiode een inkomen op grond
                                        van de Wet op de Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming
                                        Onderwijsbijdrage en Schoolkosten hebben genoten;</al></li><li nr="b"><al>op de peildatum of in de 12 maanden daaraan voorafgaand geen
                                        vaste woon- of verblijfplaats hadden of in een instelling
                                        verbleven bedoeld voor de opvang van daklozen;</al></li><li nr="c"><al>op de peildatum of in de 12 maanden daaraan voorafgaand in
                                        een verpleeghuis verbleven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36 eerste lid van de wet gestelde voorwaarde voor het
                            hebben van een langdurig en een laag inkomen is voldaan als gedurende de
                            referte periode het inkomen per maand niet uitkomt boven 100 procent van
                            de toepasselijke netto bijstandsnorm of netto inkomensvoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de Langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De gemeenteraad stelt het bedrag, als bedoeld in het tweede lid,
                                jaarlijks vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt jaarlijks vastgesteld
                                en uiterlijk in januari van dat jaar door het college bekend
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag betreft een bedrag voor alleenstaanden en
                                een bedrag voor alleenstaande ouders en gehuwden/partners.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>In afwijking van het derde lid bedraagt de langdurigheidstoeslag
                                voor de belanghebbende die gehuwd/samenwonend is met een persoon die
                                van het recht op langdurigheidstoeslag is uitgesloten op grond van
                                de artikelen 11 en 13 van de WWB, het bedrag dat geldt voor een
                                alleenstaande, enzij hij of zij dan een alleenstaande ouder is.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Voor de hoogte van de langdurigheidstoeslag is de peildatum
                                bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bestemming Langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>In het kader van de kenbaarheid wordt opgenomen dat de
                            Langdurigheidstoeslag als een voorliggende voorziening wordt gezien voor
                            bijzondere bijstand reserveringskosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college stelt nadere beleidsregels vast met betrekking tot de
                                uitvoering van deze regeling, voor zover deze niet zijn opgenomen in
                                deze verordening of een uitwerking zijn van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde
                            in deze verordening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>III</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            Langdurigheidstoeslag Lingewaard 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 en
                            heeft een onmiddellijke werking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 13 december 2012,
                        zulks met inachtneming van een door de raad aangenomen amendement,
                        waarmee het eerste lid van artikel 4 van deze verordening is
                        aangepast.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Th.G.L. Greep S.P.M. de Vreeze</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening Langdurigheidstoeslag Lingewaard
                        2013</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, dat is
                    bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke bestaanskosten met inbegrip
                    van de component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële
                    positie van mensen die langdurig op een minimum inkomen zijn aangewezen onder
                    druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te
                    zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de
                    invoering van de Wet werk en bijstand (WWB) in 2004 de langdurigheidstoeslag in
                    het leven geroepen. </al><al>Sinds januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de
                    langdurigheidstoeslag sinds die datum een bijzondere vorm van (categoriale)
                    bijzondere bijstand. De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde
                    kosten. Het doel van de Langdurigheidstoeslag is een inkomensondersteuning voor
                    de grote uitgaven zoals bijvoorbeeld vervangingsuitgaven.</al><al>De wetgever heeft bepaald dat de gemeenteraad nadere invulling dient te geven
                    aan de begrippen “langdurig en laag” inkomen. De gemeente raad dient eveneens in
                    de verordening de hoogte van de langdurigheidstoeslag te bepalen. Om recht te
                    hebben op een langdurigheidstoeslag moet op grond van artikel 36 eerste lid WWB
                    worden voldaan aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li nr="1"><al>De belanghebbende is 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar;</al></li><li nr="2"><al>Het inkomen van de belanghebbende moet langdurig laag zijn en hij heeft
                            geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 WWb;</al></li><li nr="3"><al>De belanghebbende heeft geen uitzicht op inkomensverbetering, en;</al></li><li nr="4"><al>In de voorafgaande twaalf maanden is de belanghebbende niet eerder voor
                            een langdurigheidstoeslag in aanmerking gekomen.</al></li></lijst><al>Op grond van artikel 8 eerste lid WWB wordt bepaald dat de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast stelt met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 WWB.</al><al>In artikel 8 tweede lid onderdeel b wordt bepaald dat de verordening in ieder
                    geval betrekking moet hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de
                    wijze waarop invulling wordt gegevens aan de begrippen langdurig en laag
                    inkomen. In de wet wordt bepaald dat het college de toeslag op aanvraag
                    verstrekt. Dit sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. Het
                    wetgever geeft hierbij aan dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand
                    waarbij geldt dat voor elk individueel geval beoordeeld moet worden of er een
                    recht bestaat.</al><al>Met de uitgangspunten van de verordening Langdurigheidstoeslag 2013 beogen we
                    betere sturing op activering en budgetten. Om dit te bereiken worden
                    bevoegdheden neergelegd bij het college.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>In onderstaande toelichting wordt ingegaan op een aantal artikelen, dat
                    toelichting behoeft.</al><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop><al>Begrippen die in de WWB voor komen hebben in deze verordening dezelfde betekenis
                    als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de
                    WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening.</al><al>De langdurigheidstoeslag wordt toegekend met ingang van de datum waarop aan de
                    voorwaarden is voldaan. Na indiening van een aanvraag dient beoordeeld te worden
                    wat de peildatum is.</al><al>Onder peildatum wordt verstaan: de datum waarop in enig jaar het recht op
                    langdurigheidstoeslag ontstaat.</al><al>Na indiening van een aanvraag dient beoordeeld te worden wat de peildatum
                    is.</al><al>Onder peildatum wordt het volgende verstaan:</al><al>De datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat. De
                    aanspraak bestaat reeds op grond van artikel 36 WWB en dat wordt slechts
                    vastgesteld door middel van een toekenningsbesluit. Daarmee hangt samen dat met
                    terugwerkende kracht kan worden aangevraagd en toegekend en dat beoordeeld wordt
                    wat de eerste mogelijke peil- en ingangsdatum van het recht op
                    langdurigheidstoeslag is. Als men op de peildatum dus bijvoorbeeld gehuwd was en
                    op de aanvraagdatum alleenstaand, dan is de situatie op de peildatum (=gehuwd)
                    leidend.</al><al>Gekozen is om de referteperiode vast te stellen op 3 jaar, ofwel 36 maanden
                    voorafgaand aan de peildatum. Hiermee is meteen invulling gegeven aan het begrip
                    “langdurig”. Dus over de duur van de referteperiode wordt bepaald of iemand
                    langdurig een laag inkomen heeft.</al><al>Met het begrip “inkomen” is een van de WWB afwijkende definitie opgenomen. Nu de
                    wetgever de gemeenteraad opdracht geeft om in een verordening regels te geven
                    met betrekking tot het begrip “langdurig, laag inkomen”, is de gemeenteraad
                    bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel 36 eerste lid WWB nader te
                    definiëren.</al><al>Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de in de bestaande
                    uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever bedoelde) invulling van
                    het begrip inkomen in artikel 36 eerste lid WWB.</al><tussenkop>Artikel 2 Doelgroep</tussenkop><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>De doelgroep is in feite iedereen die aan de criteria voldoet, welke in deze
                    verordening nader zijn ingevuld. Inwoners die uitzicht hebben op
                    inkomensverbetering, ondanks dat zij langdurig zijn aangewezen op een laag
                    inkomen, zijn uitgesloten van de langdurigheidstoeslag. Vanwege het feit dat zij
                    uitzicht hebben op inkomensverbetering en snel aan het werk kunnen of het werk
                    kunnen hervatten, verkeren zij niet langer in een langdurige armoedesituatie.
                    Doordat zij geen recht hebben op de langdurigheidstoeslag worden zij eerder
                    geprikkeld om werk te verkrijgen.</al><tussenkop>Lid 2</tussenkop><al>Verder zijn bepaalde specifieke groepen uitgesloten van het recht op de
                    langdurigheidstoeslag. Het gaat hier om personen die in principe wel aan de
                    voorwaarden zouden voldoen, maar van wie gesteld kan worden dat een recht op de
                    langdurigheidstoeslag niet overeen zou komen met de aard en doelstelling
                    ervan.</al><lijst><li nr="a"><al>Van studenten wordt per definitie gesteld dat zij kansen hebben op de
                            arbeidsmarkt. Om te voorkomen dat degene met een baan met een
                            minimumloon, die zijn positie middels avondstudie probeert te
                            verbeteren, niet in aanmerking zou komen, is bepalend of de studerende
                            in de referteperiode studiefinanciering (of uit ‘s Rijkskas bekostigd
                            onderwijs heeft gevolgd) heeft genoten. Studiefinanciering is immers
                            alleen mogelijk bij een dagstudie en bij studenten beneden een bepaald
                            leeftijd. Als het gaat om gehuwden, of degenen die daarmee gelijk te
                            stellen zijn, waarvan één van beiden een uitkering op grond van de Wet
                            op de Studiefinanciering heeft genoten in een periode waarin beiden niet
                            als gehuwd zijn aan te merken, komt het recht de ander toe, voor zover
                            aan de overige voorwaarden is voldaan.</al></li><li nr="b"><al>Het doel van de Langdurigheidstoeslag is een inkomensondersteuning voor
                            de grote uitgaven zoals bijvoorbeeld vervangingsuitgaven. Daklozen
                            hebben in de periode dat zij dakloos zijn, niet te maken met
                            (onverwachte) hoge kosten van dien aard. Voor deze groep bestaan
                            bovendien andere regelingen. Enerzijds in de vorm van een
                            inkomensondersteuning voor kleinere uitgaven, anderzijds in de vorm van
                            bijzondere bijstand voor een woninginrichting zodra zij een vaste woon-
                            of verblijfplaats hebben.</al></li><li nr="c"><al>We hebben het hier niet per definitie over een AWBZ-instelling. De term
                            AWBZ-instelling kan namelijk verwarring veroorzaken. Dit omdat
                            bijvoorbeeld zowel verpleeghuizen en verzorgingshuizen als instellingen
                            voor begeleid kamer bewonen zogenoemde AWBZ-instellingen zijn. De
                            bedoeling van de regeling is echter alleen die bewoners tot de doelgroep
                            te rekenen, die redelijkerwijs ook de kosten maken waarvoor de
                            langdurigheidstoeslag is bedoeld. De bewoners van een verpleeghuis komen
                            niet voor hoge kosten zoals vervangingsuitgaven te staan. Bewoners van
                            verzorgingshuizen en instellingen van begeleid kamer bewonen hebben die
                            kosten nadrukkelijk wel. Daarom worden zij niet van het recht op
                            langdurigheidstoeslag uitgesloten</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3 Laag inkomen</tussenkop><al>Onder laag inkomen wordt verstaan een netto maand inkomen tot 100% van de
                    bijstandsnorm WWB.</al><al>Een referteperiode van 5 jaar, zoals artikel 36 Wwb (tekst tot 1-1-2009)
                    voorschreef wordt als te</al><al>lang ervaren. Nadat belanghebbenden 3 jaar op een minimum inkomen zijn
                    aangewezen is er over</al><al>het algemeen niet veel reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn
                    van drie jaar</al><al>aangehouden. Dit sluit ook aan bij de impliciet door de wetgever gegeven
                    termijn. </al><al>De minimumleeftijd is door de wetgever teruggebracht van 23 naar 21 jaar.
                    Een</al><al>belanghebbende is immers (normaal gesproken) vanaf zijn 18e voor de WWB een
                    zelfstandig</al><al>rechtssubject.</al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte langdurigheidstoeslag</tussenkop><al>De langdurigheidstoeslag wordt jaarlijks vastgesteld op een normbedrag. Het
                    wordt naar boven afgerond op hele tientallen.</al><al>Er wordt drie normbedragen onderscheiden, namelijk voor alleenstaanden,
                    alleenstaande ouders en gehuwden/partners. Deze bedragen worden jaarlijks
                    uiterlijk in januari bekendgemaakt en gelden voor het gehele kalenderjaar.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, dat is
                    bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met
                    inbegrip van de component reservering, in beginsel toereikend is voor de kosten
                    van levensonderhoud en vervangingsuitgaven. </al><al>De Langdurigheidstoeslag is een extra inkomensbijdrage en is daardoor onderdeel
                    van de reserveringscomponent. Dit betekent dat bij aanvragen bijzondere bijstand
                    voor vervangingsuitgaven rekening gehouden moet worden met het ontvangen budget
                    voor Langdurigheidstoeslag.</al><tussenkop>Artikel 6 Uitvoering</tussenkop><al>De uitvoering van de verordening wordt opgedragen aan het college.</al><al>In dit artikel staat dat het college de expliciete opdracht heeft tot het
                    vaststellen van de beleidsregelsmet betrekking tot de uitvoering van deze
                    regeling.</al><tussenkop>Artikel 7 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Na vaststelling op 13 december 2012 treedt de verordening, na publicatie in het
                    gemeentenieuws, onmiddellijk in werking met ingang van 1 januari 2013. </al><al>Tegelijkertijd wordt de verordening Langdurigheidstoeslag Lingewaard 2009
                    ingetrokken per 1 januari 2013. </al><al>Er wordt geen overgangsregeling van toepassing verklaard.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>