<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2568_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hardenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, nr. 21</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening begeleid werken Wet sociale werkvoorziening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening, art. 7</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-07-01</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hardenberg, gelezen het voorstel van burgemeester en
                        wethouders van 2 juni 2008;</al><al>gelet op artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen
                        met betrekking tot het verstrekken van periodieke subsidies; </al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al>VERORDENING BEGELEID WERKEN WET SOCIALE WERKVOORZIENING</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</label></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Hardenberg;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet sociale werkvoorziening, zoals de tekst luidt van het
                                Staatsblad 564, uitgegeven op zevenentwintig december 2007;</al></li><li nr="c."><al>Periodieke subsidie: een periodieke subsidie en overige aan de
                                werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten in
                                verband met de in dienstname door de werkgever van Wsw
                                geïndiceerden;</al></li><li nr="d."><al>Ingezetenen: degenen die op grond van hun inschrijving in de
                                Gemeentelijke Basis Administratie geacht worden hun werkelijke
                                woonplaats in de gemeente Hardenberg te hebben;</al></li><li nr="e."><al>Geïndiceerd: blijkens een indicatiebeschikking of
                                herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de wet tot de
                                doelgroep behoren;</al></li><li nr="f."><al>Begeleid werken: een reguliere dienstbetrekking onder aangepaste
                                omstandigheden als bedoeld in artikel 7 van de wet;</al></li><li nr="g."><al>Dienstverband: een dienstverband heeft een omvang van maximaal 32
                                uur per week, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen.</al></li><li nr="h."><al>Loonwaardemeting: een loonwaardemeting is een objectief onderzoek
                                naar de loonwaarde (om de productiviteit vast te stellen) en het
                                ontwikkelpotentieel van een geïndiceerde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Verstrekking budget begeleid werken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college geeft opdracht aan een uitvoeringsorganisatie om vanaf
                                de wachtlijst SW-geïndiceerden ingezetenen te plaatsen en verstrekt
                                daarvoor een budget begeleid werken zoals beschreven in deze
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die
                                daar recht op heeft een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw,
                                indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat
                                de arbeidsplaats voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld,
                                zulks ter beoordeling van het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Invulling voorwaarden adequate werkplek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van
                                        Koophandel als het geen publiekrechtelijke organisatie
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet
                                        op de indicatiestelling en mogelijkheden van de
                                        Wsw-geïndiceerde, als passend aan te merken;</al></li><li nr="c."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes
                                        maanden, met een mogelijkheid tot verlenging;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn
                                        gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de
                                        Wsw-geïndiceerde voor wie het Persoonsgebonden budget is
                                        bestemd;</al></li><li nr="c."><al>De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en
                                        ervaring begeleiden van Wsw-geïndiceerden;</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 De wijze van bepaling van de periodieke subsidie aan de werkgever</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt na een positieve beoordeling van het
                                subsidieverzoek van de Wsw-geïndiceerde de hoogte van de subsidie
                                aan de werkgever vast.</al></li><li nr="2."><al>Voor de bepaling van een periodieke subsidie wordt de feitelijke
                                omvang van het dienstverband gerelateerd aan de maximale omvang van
                                het dienstverband.</al></li><li nr="3."><al>De grondslag van een periodieke subsidie is 75% van het wettelijk
                                minimumloon, verhoogd met de werkgeverslasten Wsw. Vigerende
                                afdrachtverminderingen worden in mindering gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Een periodieke subsidie wordt gebaseerd op het uitkeringspercentage
                                van de arbeidshandicapcategorie vermenigvuldigd met de relatieve
                                omvang van het dienstverband en vermenigvuldigd met de grondslag van
                                de subsidie.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan besluiten om de hoogte van de periodieke subsidie
                                vast te stellen op basis van een loonwaardemeting op de werkplek.
                                Daarbij kan een extern deskundige worden ingeschakeld.</al></li><li nr="6."><al>De hoogte van een periodieke subsidie, die vastgesteld is door een
                                loonwaardemeting, is gelijk aan het bedrag dat de uitkomst is van de
                                vermenigvuldiging van de hoogte van het gemeten arbeidsdefect
                                (verminderde loonwaarde) met het (CAO-) loon van een werknemer met
                                een identiek takenpakket bij de werkgever per ingangsdatum van de
                                arbeidsovereenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Herziening van de periodieke subsidie </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Tijdens de loonwaardemeting wordt, met het oog op het
                                ontwikkelpotentieel van Wsw geïndiceerde ingezetene, de frequentie
                                van de loonwaardemetingen vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van de werkgever en/of de werknemer kan tussentijds een
                                periodieke subsidie worden herzien als hier, gelet op de
                                ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de werknemer,
                                aanleiding voor is.</al></li><li nr="3."><al>De periodieke subsidie kan ambtshalve worden gewijzigd als hier
                                gerede aanleiding toe is.</al></li><li nr="4."><al>Als de productiviteit is gewijzigd en gevalideerd wordt door de
                                loonwaardemeting, wordt de hoogte van de periodieke subsidie
                                vastgesteld zoals staat vermeld in artikel 4 lid 6 </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De begeleidingsorganisatie geeft in een ontwikkelingsplan
                                gemotiveerd aan welke begeleiding nodig is en hoeveel uren daarvoor
                                nodig zijn.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de
                                omvang van het aantal uren begeleiding kan worden vastgesteld
                                tijdens de loonwaardemeting.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de vergoeding van de begeleidingskosten is ten hoogste
                                gebaseerd op 15% van het aantal door de desbetreffende werknemer
                                voor de werkgever gewerkte uren, waarbij de omvang van de
                                begeleiding van de werkgever niet hoger mag zijn dan 5% en voor
                                begeleiding van de werknemer niet hoger dan 10%.</al></li><li nr="4."><al>De opdracht aan de begeleidingsorganisatie (eventueel vanuit de
                                loonwaardemeting) en de te vergoeden kosten van de
                                begeleidingsorganisatie worden vastgelegd in een contract.</al></li><li nr="5."><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken
                                van een begeleid werkenplaats bedragen maximaal 1/8<sup>e</sup> van
                                de beschikbare Rijkssubsidie Wsw voor die arbeidsplaats in het
                                aanvraagjaar.</al></li><li nr="6."><al>De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken
                                van een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in
                                aanmerking als dit leidt tot het totstandkomen van een
                                arbeidsovereenkomst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten
                                van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt
                                verricht als uit een deskundigenrapport blijkt dat aanpassingen op
                                de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het
                                niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden
                                gedragen.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en
                                kosten voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde
                                van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten
                                maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het
                                college.</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                                dienstverband van minimaal twaalf maanden, behalve wanneer de
                                persoonsgerelateerde aanpassing meegenomen kan worden naar een
                                andere werkplek/werkgever.</al></li><li nr="4."><al>Aanpassingen waarvan de kosten meer dan 1/8<sup>e</sup> van de
                                maximaal beschikbare Rijkssubsidie Wsw voor die arbeidsplaats in het
                                aanvraagjaar bedragen komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al></li><li nr="5."><al>Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten </label></kop><al>Het college stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de
                        rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk
                        te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende
                        kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Indienen van de aanvraag</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door
                                middel van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt
                                mede-ondertekend door werkgever en de begeleidingsorganisatie.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier
                                vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Cumulatie van kosten</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het totaal van de kosten inzake uitvoeringskosten, de
                                periodieke subsidie, de vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en
                                de aanpassing van de werkplek het voor de geïndiceerde Wsw-er het
                                beschikbare subsidiebedrag zoals genoemd in artikel 7 lid 2 sub b
                                van de Wsw overschrijdt, kan het college besluiten geen subsidie of
                                een gedeeltelijke subsidie te verstrekken.</al></li><li nr="2."><al>Indien de werkgever voor de Wsw geïndiceerde werknemer uit andere
                                hoofden vergoedingen ontvangt, vanwege de aanpassing van de
                                arbeidsplaats van de Wsw geïndiceerde werknemer of de
                                arbeidsongeschiktheid van de Wsw geïndiceerde werknemer, dan worden
                                deze bedragen in mindering gebracht op de vergoedingen die op grond
                                van artikel 4 en/of artikel 7 van deze verordening worden
                                verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Beslistermijn</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste acht weken verdagen. Het
                                college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</label></kop><al>Het besluit tot verlening van de periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast;</al></li><li nr="b."><al>de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst en de ingangsdatum van de
                                subsidieverstrekking</al></li><li nr="c."><al>wijze van vaststelling van de subsidie;</al></li><li nr="d."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li><li nr="e."><al>Primaire redenen om de periodieke subsidie te beëindigen, te weten:
                                einde arbeidsovereenkomst of ontbreken SW-indicatie</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Het vaststellen van de periodieke subsidie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever verstrekt binnen één week na afloop van een maand aan
                                het college de loonstrook van de betreffende werknemer over die
                                maand.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt de periodieke subsidie vast en draagt zorg voor
                                betaalbaarstelling van de subsidie binnen twee weken na overleg van
                                deze loonstrook. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Verplichtingen van de werkgever </label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan personen aanwijzen die zijn belast met het toezicht
                                op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening of
                                van verplichtingen in de Awb.</al></li><li nr="2."><al>Aan subsidies op grond van deze verordening is de verplichting
                                verbonden dat de subsidieontvanger aan een toezichthouder alle
                                medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de
                                uitoefening van zijn bevoegdheden.</al></li><li nr="3."><al>De aanvrager van subsidie en/of de subsidieontvanger doet
                                onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college van alle feiten
                                en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de beslissing op
                                de aanvraag dan wel voor een beslissing tot wijziging, intrekking of
                                vaststelling van de subsidie.</al></li><li nr="4."><al>De subsidieontvanger doet in ieder geval onmiddellijk melding van
                                wijzigingen in de aard, de duur en omvang van het dienstverband van
                                de werknemer</al></li><li nr="5."><al>De subsidieontvanger bewaart alle bewijsstukken die aan de
                                subsidieverstrekking en ontvangst ten grondslag liggen, tenminste
                                drie jaar na de vaststelling van de subsidie en stelt deze op
                                verzoek ter beschikking voor controledoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Slotbepalingen </label></kop><lijst><li nr="1."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></li><li nr="2."><al>Tegen beslissingen over subsidies genomen op grond van deze
                                verordening kan bezwaar worden aangetekend. Procedures zoals vermeld
                                in de AWB zijn daarbij van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening begeleid werken
                                Wet sociale werkvoorziening.</al></li><li nr="4."><al>Zij treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking en
                                werkt terug tot 1 juli 2008</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Hardenberg van 1 juli 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al>Artikel 1</al><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet
                        voldoende duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een uitgebreide
                        begrippenlijst is derhalve overbodig. </al><al>Artikel 2</al><al>In dit artikel wordt onderscheid gemaakt in de opdracht van het college aan
                        een uitvoeringsorganisatie om tot inschakeling te komen van een ingezetene
                        met SW-indicatie en het verzoek van een SW-geïndiceerde zelf. Dit
                        onderscheid is gemaakt om de subsidieverlening aan werkgevers via deze twee
                        kanalen in één verordening te realiseren.</al><al>Daar waar in art. 2 lid 2 staat dat er sprake is van ‘recht op’, betekent
                        het dat de realisatie van de werkplek ook passend moet zijn binnen de
                        taakstelling en de plaatsingsruimte.</al><al>Artikel 3</al><al>Het college zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de
                        inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn
                        werkplek adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid,
                        Wsw). In verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever en
                        de door hem aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de
                        gemeenteraad in zijn verordening de voorwaarden te regelen waaronder het
                        college een begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde
                        is aangewezen. </al><al>Het ligt voor de hand dat de gemeente bij het stellen van eisen aan
                        werkgevers en begeleidingsorganisaties in het kader van begeleid werken met
                        een PGB zoveel mogelijk probeert aan te sluiten bij de wijze waarop zij op
                        dit moment begeleid werken organiseert. </al><al>Als het gaat om voorwaarden waaraan werkgevers moeten voldoen, is vooral
                        gedacht aan:</al><lijst><li nr="-"><al>inschrijving van zijn onderneming bij de Kamer van Koophandel (een
                                dergelijke bepaling kan overigens niet worden opgenomen voor
                                overheidsorganisaties of daaraan gelieerde instellingen, omdat die
                                niet bij de KvK zijn of kunnen worden ingeschreven);</al></li><li nr="-"><al>de duur van het dienstverband;</al></li><li nr="-"><al>de aangeboden arbeidsplaats is passend in het licht van de
                                indicatiestelling door het CWI en de mogelijkheden en beperkingen
                                van de Wsw-geïndiceerde;</al></li></lijst><al>Voor wat betreft de duur van het, minimale, dienstverband is van belang dat
                        het rijk de bonus voor begeleid werken pas uitkeert als er sprake is van een
                        dienstverband van zes maanden. Dat is een reden om een minimale duur van het
                        dienstverband in de verordening op te nemen.</al><al>Wat betreft de voorwaarden waaraan begeleidingsorganisaties moeten voldoen
                        is gedacht aan:</al><lijst><li nr="-"><al>inschrijving bij de Kamer van Koophandel (mits de betreffende
                                organisatie inschrijvingsplichtig is);</al></li><li nr="-"><al>beschikking over voldoende opgeleide deskundigen die de
                                arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding op de werkplek
                                adequaat kunnen verzorgen;</al></li><li nr="-"><al>aantoonbare kennis en ervaring met begeleiding van Wsw-geïndiceerden
                                op een werkplek. </al></li></lijst><al>Artikel 4</al><al>De hoogte van het subsidiebedrag aan de werkgever moet duidelijk en helder
                        beschreven zijn.</al><al>De werkgever moet ervan op aan kunnen dat de werknemer niet alleen presteert
                        naar vermogen, welke onderdelen van de functie hij goed uit kan voeren maar
                        óók waarvóór de werkgever moet betalen.</al><al>De werknemer,van zijn kant, moet van het begin af helder hebben wat hij kan,
                        niet kan en nog te ontwikkelen is.</al><al>Om dat goed te kunnen meten wordt door het college een valide en betrouwbaar
                        instrument ingezet.</al><al>In eerste instantie wordt aangesloten bij de huidige uitvoeringspraktijk
                        voor Begeleid Werken. Daarbij speelt de arbeidscategorie een rol en de
                        omvang van het dienstverband in relatie tot een 32-urige werkweek. Als
                        berekeningsgrondslag voor de periodieke subsidie is uitgegaan van 75% van
                        het wettelijk minimumloon. Op basis van deze gegevens is de periodieke
                        subsidie vast te stellen. Deze is niet onderhandelbaar.</al><al>Het college heeft de mogelijkheid om loonwaardemetingen in te zetten. Dat
                        zal moeten gebeuren door deskundigen. Als daartoe besloten wordt, dan is de
                        wat ingewikkelde formulering in artikel vier lid 6 het gevolg. Die
                        formulering is heeft slechts één doel. Dat is de hoogte van de vergoeding
                        aan de werkgever te relateren aan, enerzijds het arbeidsdefect dat optreedt
                        als resultante van de vaardigheden van de werknemer en de vraag om
                        vaardigheden van de werkgever en anderzijds het CAO-inkomen behorend bij de
                        te vervullen functie. In deze constructie wordt nadrukkelijk de relatie
                        gelegd met regulier werk. De vermenigvuldiging van die twee componenten
                        levert de periodieke subsidie op. Daarmee wordt het doel van de subsidie
                        niet alleen duidelijk – voor dat deel waarvoor een prestatie wordt geleverd
                        wordt betaald – maar kan de werknemer óók meer aangesproken worden op zijn
                        prestatie.</al><al>Artikel 5</al><al>De productiviteit van een SW-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon
                        langer op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                        loonkostensubsidie worden aangepast. Omdat er ook mogelijk sprake is van een
                        ontwikkelingstraject is een wijziging mogelijk voorspelbaar. Om die reden
                        wordt al een frequentie voorgesteld. Zowel werkgever als werknemer kunnen
                        een verzoek indienen om de loonkostensubsidie te herzien als zij menen dat
                        daartoe tussentijds een reden voor bestaat. De werkgever moet zijn verzoek
                        om herziening met redenen omkleden. </al><al>Ook ambtshalve kan het college, als er een gerede aanleiding is voor een
                        (tussentijds) aanpassing van de periodieke subsidie, een hernieuwde
                        beoordeling voor de hoogte van deze subsidie doen. Dit zal zich overigens
                        alleen in uitzonderlijke gevallen voordoen, bijvoorbeeld als er sprake is
                        van kennelijke onredelijkheid bij handhaving van een bestaande situatie. </al><al>Wijzigingen kunnen een verhoging, maar ook een verlaging van de loonwaarde
                        betekenen. Beide situaties leiden tot een aanpassing van het
                        subsidiebedrag.</al><al>Artikel 6</al><al>Om te kunnen beoordelen welke begeleiding nodig is, zal een
                        ontwikkelingsplan ingediend moeten worden. Op basis daarvan kan beoordeeld
                        worden of de begeleiding past bij de mogelijkheden van de
                        SW-geïndiceerde.</al><al>Resultaat van een loonwaardeonderzoek is onder andere een ontwikkelingsplan.
                        Dat ontwikkelingsplan geeft aan welke ondersteuning nodig is. Dat kan
                        vertaald worden in de omvang van het aantal benodigde begeleidingsuren.</al><al>In de verordening is voor de maximale hoeveelheid begeleidingsuren een
                        relatie gelegd met het aantal uren van het dienstverband.</al><al>De benodigde begeleiding en samenhangende kosten worden vastgelegd in een
                        contract. In dat contract wordt ook geregeld welke consequenties er
                        verbonden zijn aan een herziening van de loonwaarde en een daar mee
                        samenhangend ontwikkelingsplan.</al><al>Reëel is het om de kosten te vergoeden die gemaakt worden om een werkplek te
                        verkrijgen. Daar is een maximum aan verbonden. Omdat het eenmalige kosten
                        zijn is als basis de Rijkssubsidie gekozen en de systematiek die gebruikt
                        wordt in artikel 7 om de maximale vergoeding voor werkplekaanpassingen te
                        bepalen.</al><al>Artikel 7</al><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de
                        voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding (subsidie)
                        verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                        omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende lid, Wsw).
                        Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. </al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt.
                        Het is duidelijk dat een deskundigenrapport nodig is om vast te stellen of
                        er sprake is van persoonsgerelateerde aanpassingen en welke aanpassingen dat
                        moeten zijn.</al><al>Het derde lid stelt een minimale duur aan het dienstverband dat de werkgever
                        met de betrokken Wsw-geïndiceerde moet aangaan, alvorens tot investeringen
                        wordt overgegaan. </al><al>In het vierde lid wordt een maximum gesteld aan de hoogte van de vergoeding.
                        De gedachte hierachter is dat als de kosten boven dit bedrag uitgaan de
                        aangeboden arbeidsplaats als niet passend moet worden beschouwd. In de
                        praktijk zullen hierbij van geval tot geval kosten en baten tegen elkaar
                        moeten worden afgewogen.</al><al>Worden de kosten gelet op het voorgaande te hoog dan wordt de arbeidsplaats
                        als niet passend beschouwd.</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat het college de wijze van uitbetaling van de
                        vergoeding regelt. Daarbij kan worden gedacht aan de termijnen van betaling. </al><al>Artikel 8</al><al>Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening regels stelt over de hoogte van de voor het college rechtstreeks
                        aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op
                        jaarbasis. Artikel 2 van deze verordening vormt de uitwerking van deze
                        verplichting. In dit artikel wordt bepaald dat het college elk jaar de
                        hoogte van de gemeentelijke uitvoeringskosten van begeleid werken met een
                        PGB vaststelt. De gemeente zal zelf moeten bepalen welke uitvoeringskosten
                        het toekennen van een PGB aan een Wsw-geïndiceerde voor de gemeente met zich
                        meebrengt. De wet geeft niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet
                        worden verstaan. Het moet in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan
                        de subsidieverlening verbonden zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b,
                        Wsw). Daarbij kan worden gedacht aan kosten in verband met de volgende
                        activiteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="-"><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                                subsidies en vergoedingen in het kader van het PGB;</al></li><li nr="-"><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB;</al></li><li nr="-"><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="-"><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie
                                en werkgever.</al></li></lijst><al>De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeente
                        (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt, waarbij ook rekening
                        wordt gehouden de mate van arbeidshandicap. Het bedrag dat de gemeente
                        (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de (gemiddelde)
                        uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde levert vervolgens het bedrag op dat
                        de gemeente in beginsel beschikbaar heeft voor een PGB. </al><al>Voor het jaar 2008 is het formeel nog niet mogelijk om het budget voor
                        uitvoeringskosten voor 31 december vast te stellen. De verordening is immers
                        nog niet van kracht. Op grond van de wet moet zij in werking treden binnen
                        zes maanden nadat de wet in werking is getreden. De verordening moet dus
                        uiterlijk voor 1 juli 2008 zijn vastgesteld. </al><al>Gemeenten moeten voor die tijd het budget aan uitvoeringskosten vaststellen
                        voor de tweede helft van 2008. </al><al>Artikel 9</al><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met
                        een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                        verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                        begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                        vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                        Wsw-geïndiceerde de aanvraag moeten ondertekenen. </al><al>Op basis van de aanvraag beslist het college vervolgens of een periodieke
                        subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                        begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                        vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                        basis van een beschikking en de verstrekking van een periodieke vergoeding
                        aan de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst. </al><al>Artikel 10</al><al>Om te voorkomen dat door cumulatie van de verschillende kosten er meer
                        uitgekeerd moet worden dan aan Rijkssubsidie beschikbaar is, is dit artikel
                        opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met mogelijke voorliggende
                        voorzieningen.</al><al>Artikel 11</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 12</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 13 </al><al>Om een ingewikkelde administratie met voorschotverlening en afrekening te
                        voorkomen is opgenomen dat per maand de loonstrook van de betrokken
                        medewerker ingeleverd wordt. Die loonstroken zijn bepalend voor het
                        uitbetalen van de subsidie. In de praktijk is gebleken dat werkgevers zo’n
                        periode kunnen overbruggen. Vaststelling en uitbetaling van de subsidie
                        dient dan wel op korte termijn (twee weken) plaats te vinden. Door deze
                        handelswijze hoeft geen jaarlijkse vaststelling verricht te worden.</al><al>Artikel 14 Verplichtingen van de werkgever </al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al>Artikel 15 Slotbepalingen</al><al>De procedures bij bezwaar inzake beslissingen op subsidies is hier
                        opgenomen. Een bezwaar tegen een vergoeding valt niet onder de Awb, maar zal
                        privaatrechtelijk afgehandeld moeten worden, omdat de dienstverlening door
                        de begeleidingsorganisatie vastgelegd is in een contract.</al><al>De verordening moet binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet zijn
                        vastgesteld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>