<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25668_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening Tilburg 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2003, 17</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening Tilburg 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet , art. 140</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 173, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit wegslepen van voertuigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-10-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2003/095</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening Tilburg 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 140 van de Gemeentewet, artikel 173, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het Besluit wegslepen van voertuigen;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te stellen;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening met daarbij behorende toelichting:</al><al>Wegsleepverordening Tilburg 2003</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>1.In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; </al></li><li nr="b."><al>wet: de Wegenverkeerswet 1994; </al></li><li nr="c."><al>besluit:het Besluit wegslepen van voertuigen; </al></li><li nr="d."><al>voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1,onder al RVV 1990; </al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel1, eerste lid, onder c van de wet; </al></li><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten.</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen het terrein gelegen aan de Maasstraat 1 te Tilburg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in eerste lid bedoelde bewaarplaats zijn dagelijks van 8.00 tot 00.00 uur. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen.</titel></kop><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen. </al><lijst><li nr="a."><al>41 euro indien de toezichthouder de wegsleepactie is gestart, het wegsleepbedrijf is opgeroepen maar de bezitter van het voertuig zijn voertuig verplaatst voordat tot daadwerkelijke overbrenging is overgegaan; </al></li><li nr="b."><al>155 euro indien het voertuig door het wegsleepbedrijf is overgebracht naar de bewaarplaats. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: </al><lijst><li nr="a."><al>27 euro voor de eerste twee etmalen of een gedeelte daarvan; </al></li><li nr="b."><al>8 euro voor elk volgend half etmaal of een gedeelte daarvan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van de veiligheid op de weg, gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid, dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat.</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, artikel 164, zevende lid, artikel 170, eerste lid sub a en b, en artikel 174, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Toezichthouders.</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn mede de door het college aangewezen personen belast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening treedt, met gebruikmaking van artikel 25 van de Tijdelijke Referendumwet, in werking op 1 juli 2003. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening Tilburg 2003.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting.</tussenkop><al/><al>Artikel 1. </al><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat </al><al>diverse malen in deze verordening terugkomt. De </al><al>omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich. Veelal </al><al>wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><al>Ad d. Voertuig.</al><al>Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1 onder al RVV </al><al>1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen </al><al>motorvoertuigen, maar ook fietsen en bromfietsen, </al><al>invalidenvoertuigen, trams en wagens.</al><al>Al deze voertuigen vallen derhalve onder de werking van </al><al>deze wegsleepverordening.</al><al>Ook in de APV is een bepaling opgenomen over de </al><al>verwijdering van fietsen en bromfietsen van de openbare </al><al>weg (zie artikel 4.7.1). Deze bepaling is aanvullend op </al><al>wat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In </al><al>artikel 4.7.1 van de APV spelen namelijk andere belangen </al><al>een rol, zoals de openbare orde en veiligheid, het </al><al>uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.</al><al>Ad e. Motorrijtuig.</al><al>Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven omdat </al><al>artikel 5 van de wegsleepverordening alleen betrekking </al><al>heeft op dit soort voertuigen.</al><al/><al>Artikel 2. </al><al>Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting is </al><al>gememoreerd, is de bevoegdheid tot het wegslepen van </al><al>voertuigen in de wet zelf geregeld. Voor het wegslepen van </al><al>voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg of de </al><al>vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten </al><al>te worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle </al><al>wegen en weggedeelten binnen de gemeente gebruik worden </al><al>gemaakt.</al><al>Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van het </al><al>vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van </al><al>artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 173,</al><al>tweede lid, aanhef en onder c WVW 1994 bij gemeentelijke </al><al>verordening wegen en weggedeelten worden aangewezen. In </al><al>artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is </al><al>nader aangegeven om welke soorten van wegen en </al><al>weggedeelten het kan gaan, zoals onder andere </al><al>gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en </al><al>loshavens, parkeerplaatsen voor vergunninghouders, </al><al>voetgangersgebieden en dergelijke.</al><al>Het is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening </al><al>de wegen en weggedeelten aan te wijzen waar het college </al><al>van burgemeester en wethouders van deze bevoegdheid </al><al>gebruik kan maken. In de tekst van de verordening zijn </al><al>alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen. </al><al>De parkeerplaatsen in gebieden waar het parkeren </al><al>gefiscaliseerd is, behoren niet tot die weggedeelten waar </al><al>overgegaan kan worden tot wegslepen.</al><al>Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een </al><al>parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, op </al><al>zich niet zonder meer voldoende is om over te gaan tot het </al><al>wegslepen en in bewaring stellen van een voertuig. Per </al><al>geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke </al><al>parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen </al><al>van het desbetreffende voertuig ook rechtvaardigt. Indien </al><al>bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht op een laad- </al><al>en loshaven wordt geparkeerd terwijl alle winkels en </al><al>bedrijven dicht zijn, zal het normaal gesproken niet </al><al>weggesleept mogen worden. Het voertuig zal doorgaans pas </al><al>mogen worden weggesleept wanneer de winkels en bedrijven </al><al>weer opengaan of enige tijd daarvoor.</al><al>Op grond van artikel 3 van het Besluit wegslepen van </al><al>voertuigen dient over de in de gemeente gelegen wegen en </al><al>weggedeelten die bij een ander dan de gemeente in beheer </al><al>zijn, overleg met de desbetreffende beheerders plaats te </al><al>vinden over de toepassing van de verordening. Binnen de </al><al>gemeente Tilburg liggen de provinciale wegen Tilburg-Breda </al><al>(N282), Tilburg - Waalwijk (N261) en Tilburg - Dongen      </al><al>(N 632). Binnen de gemeente Tilburg liggen de wegen A58 en </al><al>N65 die in beheer van Rijkswaterstaat zijn. Met beide </al><al>wegbeheerders treedt de gemeente in overleg over het al </al><al>dan niet van toepassing verklaren van deze verordening.</al><al/><al>Artikel 3. </al><al>De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege de </al><al>redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet(en) de </al><al>plaats(en) van bewaring van voertuigen door de </al><al>gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college </al><al>van burgemeester en wethouders is niet mogelijk.</al><al>In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat de </al><al>burgemeester op grond van haar bijzondere bevoegdheden ter </al><al>handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere </al><al>terreinen aanwijst als plaats van bewaring van voertuigen.</al><al>De openingstijden kunnen wel nader door het college van </al><al>burgemeester en wethouders worden vastgesteld omdat ze </al><al>niet expliciet genoemd zijn in artikel 173 WVW 1994.</al><al/><al>Artikel 4. </al><al>In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen van </al><al>voertuigen is geregeld welke soorten van kosten verbonden </al><al>zijn aan het wegslepen en in bewaring stellen van </al><al>voertuigen, in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat </al><al>hierbij niet alleen om personele en materiele kosten die </al><al>direct verband houden met het wegslepen en in bewaring </al><al>stellen van voertuigen, maar ook om kosten die verbonden </al><al>zijn aan bekendmaking van beschikkingen, verkoop, </al><al>eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen,</al><al>inclusief de taxatie van deze voertuigen, renteverlies,    </al><al>WA-verzekering en dergelijke.</al><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten </al><al>niet allemaal inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan </al><al>worden met een uitsplitsing van de kosten die verbonden </al><al>zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de </al><al>bewaring van deze voertuigen anderzijds.</al><al>In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van </al><al>bewaring van voertuigen worden geregeld, wordt het begrip </al><al>etmaal gebruikt. Het etmaal, zoals hier bedoeld, begint op </al><al>het moment van in bewaring nemen van een voertuig en </al><al>eindigt 24 uur later.</al><al>De genoemde tarieven zijn inclusief BTW en worden </al><al>jaarlijks geindexeerd.</al><al/><al>Artikel 5. </al><al>Naast de in artikel 170, eerste lid,, WVW 1994 bedoelde </al><al>gevallen zijn in deze wet nog twee gevallen genoemd, </al><al>waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te laten </al><al>wegslepen en in bewaring te laten stellen. </al><al>Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op:</al><al>-het niet afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is</al><al>  ingevorderd, omdat iemand zijn motorrijtuig heeft        </al><al>  bestuurd terwijl hij onder invloed was van drogerende    </al><al>  stoffen of alcohol en dergelijke (zie artikel 130 en 164 </al><al>  WVW 1994);</al><al>-de situatie dat een motorrijtuig niet beschikt over een</al><al>  behoorlijk zichtbare kentekenplaat terwijl de eigenaar   </al><al>  of houder van dat motorrijtuig niet direct te            </al><al>  achterhalen is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht  </al><al>  aan voertuigwrakken die geen kenteken meer hebben of aan </al><al>  situaties dat er sprake kan zijn van het knoeien met     </al><al>  kentekens in geval van autodiefstal.</al><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden </al><al>weggesleept en in bewaring genomen, is er geen sprake van </al><al>uitoefening van bestuursdwang. Artikel 170, eerste lid, </al><al>WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, </al><al>is dan ook niet van toepassing verklaard in de genoemde </al><al>gevallen. In feite gaat het om een vorm van inbeslagname </al><al>van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.</al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse </al><al>bepalingen uit hoofdstuk X Bestuursdwang van de WVW 1994   </al><al>(artikel 170 ev.) van overeenkomstige toepassing verklaard.</al><al>Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de </al><al>artikelen over de bewaarplaats(en) van voertuigen en </al><al>openingstijden (artikel 3) en de kosten van overbrengen en </al><al>bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van </al><al>overeenkomstige toepassing te verklaren.</al><al/><al>Artikel 6. </al><al>De basis voor deze bevoegdheid wordt gevonden in hoofdstuk </al><al>5 van de Algemene wet bestuursrecht.</al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente </al><al>Tilburg mandateert de bevoegdheid om opdracht te geven tot </al><al>het wegslepen van voertuigen aan de politie Midden en West </al><al>Brabant en andere aan te wijzen bevoegde personen. De </al><al>coordinator parkeerbeheer krijgt de bevoegdheid om </al><al>opdracht te geven tot wegslepen in openbare parkeergarages.</al><al>Deze aangewezen personen geven opdracht aan een </al><al>wegsleepbedrijf om over te gaan tot het wegslepen van </al><al>voertuigen. Het wegsleepbedrijf kan zelf geen besluit </al><al>nemen tot het wegslepen van voertuigen.</al><al/><al>Artikel 7. </al><al>Intrekking van een oude (reeds bestaande) wegsleepregeling </al><al>van de burgemeester is niet nodig omdat ze van rechtswege </al><al>is vervallen na inwerkingtreding van de wijziging van de </al><al>WVW 1994.</al><al>Deze verordening is op grond van artikel 8 van de </al><al>Tijdelijke Referendumwet referendabel. Dat betekent dat de </al><al>verordening in beginsel pas zes weken na de bekendmaking </al><al>van het besluit tot vaststelling van de verordening in </al><al>werking kan treden (artikel 22 Tijdelijke Referendumwet). </al><al>In de genoemde zes-weken-termijn kunnen burgers eventueel </al><al>een verzoek indienen tot het houden van een referendum </al><al>over deze verordening.</al><al>Wanneer de inwerkingtreding van een verordening geen </al><al>uitstel kan lijden, biedt artikel 25 Tijdelijke </al><al>Referendumwet de mogelijkheid om de verordening eerder in </al><al>werking te laten treden. De inwerkingtreding van de </al><al>Wegsleepverordening Tilburg 2003 kan geen uitstel lijden, </al><al>aangezien het van belang is dat van deze verordening </al><al>gebruik kan worden gemaakt tijdens de Tilburgse kermis </al><al>2003.</al><al>Vandaar dat met gebruikmaking van artikel 25 Tijdelijke </al><al>Referendumwet wordt besloten om deze verordening met </al><al>ingang van 1 juli 2003 in werking te laten treden.</al><al>Bijlage bij toelichting van de wegsleepverordening.</al><al>In deze bijlage worden concrete gevallen aangegeven waarin </al><al>er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding </al><al>van de wegenverkeerswetgeving.</al><al>A.Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer.</al><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en </al><al>inbewaringstelling van voertuigen in het belang van de </al><al>veiligheid op de weg en de vrijheid van het verkeer (zie </al><al>artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994) </al><al>noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><al>Plaats op de weg.</al><al>a.een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir,</al><al>   voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of </al><al>   invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5  </al><al>   tot en met 7 RVV 1990).</al><al>Laten stilstaan.</al><lijst><li nr="b."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht:</al></li><li nr="1."><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een</al><al>      fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5</al><al>meter daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al>bij een bord 'bushalte', ter hoogte van de geblokte</al><al>      markering of, indien die markering niet is           </al><al>      aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter  </al><al>      van het bord, tenzij het stilstaan dient voor het    </al><al>      onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering van</al><al>      een lijnbus;</al></li><li nr="8."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met</al><al>      bord E2 van bijlage 1 RVV 1990;</al></li><li nr="9."><al>op de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook,</al><al>      van een autosnelweg of autoweg, of - behoudens in    </al><al>      noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of </al><al>      de berm van zo'n weg.</al><al>      (Zie artikel 23, artikel 43 tweede en derde lid en   </al><al>      artikel 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het </al><al>      RVV 1990).</al></li></lijst><al>Parkeren.</al><lijst><li nr="c."><al>Een voertuig is geparkeerd:</al></li><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5</al><al>      meter daarvan;</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een</al><al>      voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met</al><al>      bord E1 van bijlage 1 RVV 1990;</al></li><li nr="5."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel</al><al>      parkeren;</al></li><li nr="6."><al>binnen een erf, waarbij- voorzover het een</al><al>      motorvoertuig betreft- geen gebruik is gemaakt van   </al><al>      de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of </al><al>      aangewezen;</al></li><li nr="7."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="8."><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in</al><al>      werking is gesteld;</al><al>      (Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord  </al><al>      E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990).</al></li></lijst><al>Bevel of aanwijzing.</al><al>d.een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met</al><al>   een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe   </al><al>   bevoegd en als zodanig herkenbare ambtenaar of ander    </al><al>   persoon;</al><al>   (Zie artikel 82 RVV 1990).</al><al>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag.</al><al>e.een voertuig is overigens zodanig tot stilstand</al><al>   gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of    </al><al>   kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg     </al><al>   wordt of kan worden gehinderd.</al><al>   (Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel).</al><al>Toelichting.</al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van </al><al>de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief </al><al>ligt bij de verkeersveiligheid en de doorstroming van het </al><al>verkeer. Zoals reeds in de algemene toelichting is </al><al>aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten </al><al>worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook </al><al>daadwerkelijk wegsleepwaardig is.</al><al>In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV </al><al>1990.Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van</al><al>fietsen, bromfietsen en invalidenvoertuigen (zie artikel 5 </al><al>tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan. Zij mogen </al><al>hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of </al><al>fietspad.</al><al>In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in </al><al>artikel 23, artikel 43, tweede lid, en artikel 81 RVV 1990 </al><al>en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al>In onderdeel c is sprake van overtreding van het bepaalde </al><al>in artikel 24, artikel 25, artikel 38 e.v. en artikel 46 </al><al>RVV 1990 en bord E1 van bijlage bij het RVV 1990.</al><al>In onderdeel d wordt gedoeld op overtreding van het </al><al>bepaalde in artikel 82 RVV 1990.</al><al>In onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in </al><al>artikel 5 WVW 1994, het kapstokartikel.</al><al>Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te </al><al>gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden </al><al>veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan </al><al>worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is zo ruim </al><al>dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, </al><al>dat niet reeds in onderdeel a tot en met d is geregeld, </al><al>doorgaans onder deze bepaling kan worden gebracht.</al><al>B.Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen.</al><al>Verwijdering, overbrengen en inbewaringstelling van </al><al>voertuigen in het belang van het vrijhouden van aangewezen </al><al>weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste lid, aanhef </al><al>en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van </al><al>voertuigen) kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een </al><al>voertuig geparkeerd is:</al><al>a.op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1</al><al>   van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een   </al><al>   gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid  </al><al>   1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een </al><al>   parkeerverbod geldt;</al><al>b.op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2</al><al>   van die bijlage of door middel van een gele             </al><al>   doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1   </al><al>   onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een   </al><al>   verbod stil te staan geldt;</al><al>c.op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van</al><al>   die bijlage (al dan niet met onderbord) voorzover:</al><al>-het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie</al><al>     of groep voertuigen;</al><al>-het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is</al><al>     geparkeerd;</al><al>-het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven</al><al>     is geparkeerd;</al><al>d.op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5</al><al>   van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een    </al><al>   taxi;</al><al>e.op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met</al><al>   bord E6 van die bijlage:</al><al>-tenzij het parkeren gebeurt met een</al><al>     gehandicaptenvoertuig;</al><al>-tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en</al><al>     duidelijk zichtbaar aangebrachte                      </al><al>     gehandicaptenparkeerkaart;</al><al>-die gereserveerd is voor ene bepaald voertuig, tenzij</al><al>     het parkeren gebeurt met dat voertuig;</al><al>f.op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7</al><al>   van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven     </al><al>   dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig   </al><al>   bezig is met het laden en lossen van goederen;</al><al>g.op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van</al><al>   die bijlage voorzover het voertuig niet behoort tot de  </al><al>   toegelaten categorie of groep voertuigen;</al><al>h.op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van</al><al>   die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij   </al><al>   het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een      </al><al>   parkeervergunning is afgegeven;</al><al>i.op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van</al><al>   die bijlage, met uitzondering van plaatsen - tevens     </al><al>   aangeduid met de tekst 'Gemeentelijke Verordening' -    </al><al>   die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen als </al><al>   parkeerplaatsen waar tegen betaling van                 </al><al>   parkeerbelasting, bedoeld in artikel 1, onderdeel a van </al><al>   de 'Verordening parkeerbelastingen 200' mag worden      </al><al>   geparkeerd;</al><al>j.in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7</al><al>   van die bijlage;</al><al>k.in een gebied, nader aangeduid door bord C1 van die</al><al>   bijlage.</al><al>Toelichting.</al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen van </al><al>de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief </al><al>niet zozeer ligt bij de verkeersveiligheid en de </al><al>doorstroming van het verkeer, maar wel bij het vrijhouden </al><al>van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling </al><al>werd een specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar </al><al>voertuigen mochten worden weggesleept wanneer hier door </al><al>onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de </al><al>gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er </al><al>aanzienlijk meer locaties denkbaar te zijn waar het </al><al>wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht zonder </al><al>dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of </al><al>belemmering van de doorstroming van het verkeer. In </al><al>artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is </al><al>concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten </al><al>voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het </al><al>vrijhouden van wegen en weggedeelten. Deze soorten wegen </al><al>en weggedeelten zijn eerder onder a tot en met i nader </al><al>aangeduid.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 juni </al><al>2003.</al><al/><al>de griffier, </al><al/><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>