<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR256300_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmerliede en Spaarnwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maak kennis met Haarlemmerliede en Spaarnwoude, 4-2-2013.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BOB 13/001</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Verordening Wet inburgering Haarlemmerliede en Spaarnwoude.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de
                                            gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude;</al></li><li nr="b."><al>inburgeringsplichtige: persoon, bedoeld in artikel X, tweede tot
                                    en met vijfde lid van de wetswijziging.</al></li><li nr="c."><al>wet: Wet Inburgering;</al></li><li nr="d."><al>wetswijziging: de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de
                                    Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met
                                    versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de
                                    inburgeringsplichtige (Stb.2012, 430);</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De begripsomschrijvingen in de wet, de wetwijziging en
                                            de daarop berustende regelingen zijn van toepassing op
                                            de begrippen die in deze verordening worden
                                            gebruikt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringaplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="-"><al>een fysiek loket: inloopspreekuur bij de Intergemeentelijke
                                        afdeling sociale zaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de drie jaar de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van het inburgeringsbeleid en
                                rapporteert hierover aan de raad. Dit verslag inburgering omvat in
                                elk geval een rapportage ten aanzien van de doeltreffendheid en
                                doelmatigheid van de informatieverstrekking.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroepen</titel></kop><al>1. Het college biedt een inburgeringsvoorziening of
                            taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28
                                    van de Vreemdelingenwet 2000 en</al></li><li nr="b."><al>de geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van
                                    de wet, die geen oudkomer is als bedoeld in artikel 1, onderdeel
                                    c, van de wet,</al></li></lijst><al>voor zover deze uiterlijk 31 december 2012 inburgeringsplichtig is
                            geworden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening aan de
                                inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid en onder a,
                                af op het startniveau en de vaardigheden, persoonlijke
                                omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid
                                en onder a, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling wordt
                                aangeboden, draagt het college er zorg voor dat de
                                inburgeringsvoorziening gericht is op arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid en
                                onder a, biedt het college maatschappelijke begeleiding aan</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan een inburgeringsvoorziening aanbieden in de vorm van
                                een persoonsgebonden inburgeringsbudget.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder een persoonsgebonden inburgeringsbudget wordt verstaan: een
                                vergoeding ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van
                                werkzaamheden die zijn gericht op het inburgeringsexamen of het
                                Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II c.q.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                dient in maximaal 6 termijnen te worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Stimuleringsbonus</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar, die
                                een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                is verschuldigd, is geslaagd voor het inburgeringsexamen of
                                staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II, wordt hem eenmalig
                                een bonus ter hoogte van het bedrag van de eigen bijdrage
                                uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige, die een eigen bijdrage, als bedoeld
                                in artikel 23, tweede lid, van de wet is verschuldigd, op grond van
                                artikel 31 van de wet wordt ontheven van zijn inburgeringsplicht,
                                wordt hem eenmalig een bonus ter hoogte van de eigen bijdrage
                                uitgekeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de vrijwillige
                                inburgeraar van wie het college op grond van de door de vrijwillige
                                inburgeraar aantoonbaar geleverde inspanning van oordeel is dat het
                                voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te
                                behalen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de eigen bijdrage nog niet of niet geheel is voldaan zal de
                                stimuleringsbonus verrekend worden met het nog openstaande
                                bedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 bij
                            beschikking een of meer</al><al>van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de inburgeringcursus;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan (voortgang-)gesprekken met de
                                    trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen
                                    Nederlands alstweede taal I of II;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de meldplicht indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan;</al></li><li nr="e."><al>overige verplichtingen die het bereiken van het doel van het
                                    inburgeringstraject kunnen ondersteunen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt verzonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie staat ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aanbod geeft een omschrijving van de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening die wordt aangeboden en vermeldt de rechten en
                                verplichtingen die aan de inburgeringsvoorziening of
                                taalkennisvoorziening worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 aan wie een aanbod
                                wordt gedaan, deelt binnen twee weken na het aanbod het college
                                schriftelijk mee of hij het aanbod al dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3 het aanbod
                                aanvaardt, neemt het college binnen twee weken na ontvangst van deze
                                mededeling het besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening
                                overeenkomstig het gedane aanbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan verstrekt worden in natura, of als
                                persoonlijk inburgeringsbudget.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening bevat in
                            ieder geval: </al><al>a. een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al><al>b. een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                            inburgeringsplichtige bedoeld in artikel 3; </al><al>c. de datum waarop het inburgeringsexamen c.q. het Staatsexamen
                            Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al><al>d. de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage, bedoeld in
                            artikel 23, tweede lid, van de wet.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><al>1.De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 125 indien de
                            inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op
                            redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of
                            onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel
                            25, vierde lid, van de wet.</al><al>2. De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 250 indien de
                            inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de
                            uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of
                            taalkennnisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of
                            aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al>3. De bestuurlijke boete bedraagt maximaal € 500 indien de
                            inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de
                            wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel
                            31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het
                            inburgeringsexamen heeft behaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><al>1. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                            eerste lid, bedraagt maximaal € 250 indien de inburgeringsplichtige zich
                            binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                            overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. </al><al>2. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9,
                            tweede lid, bedraagt maximaal € 500 indien de inburgeringsplichtige zich
                            binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte
                            overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. </al><al>3. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                            inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                            artikel 32 van de wet vastgestelde termijn zijn inburgeringsexamen heeft
                            behaald.</al><al>4. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de
                            inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                            artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft
                            behaald.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De verordening Wet inburgering Haarlemmerliede en Spaarnwoude wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening als bedoeld in artikel 12
                            die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan bepalingen uit deze verordening buiten toepassing laten
                            of daarvan afwijken voor zover toepassing ervan leidt tot een
                            onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>bekendmaking en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening wordt bekend gemaakt in Maak-kennis-met Haarlemmerliede
                            en Spaarnwoude van 4 februari 2013 en treedt in werking op 5 februari
                            2013 en werkt terug tot 1 januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2013. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij Verordening Wet inburgering Haarlemmerliede en
                        Spaarnwoude 2013 </titel></kop><tussenkop>ALGEMENE TOELICHTING</tussenkop><al/><al>Met ingang van 1 januari 2013 is de Wet inburgering (hierna: wet) gewijzigd. </al><al>In de wet zoals die gold tot 31 december 2012 was aan gemeenten een aantal
                    belangrijk taken toebedeeld. Door de gewijzigde wet vervallen de taken van de
                    gemeenten. Wel blijven de gemeenten op grond van het overgangsrecht met name de
                    eerste jaren na inwerkingtreding van de wetswijziging een aantal taken
                    uitoefenen. Dit betreft met name inburgeraars die al met een traject gestart
                    zijn in staat stellen dit af te maken. Daarnaast blijven gemeenten de oude
                    inburgeraars handhaven.</al><al/><al>De voor de gemeente belangrijkste wijzigingen zijn:</al><al/><al>-De verantwoordelijkheid voor inburgering wordt bij de inburgeringsplichtige
                    gelegd.</al><al>Dit betekent dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige behoort om te bepalen hoe hij aan zijn inburgeringsplicht
                    voldoet en dat hij daarvoor zelf de kosten draagt. Daarmee vervalt de plicht van
                    gemeenten om voor inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen te
                    zorgen. De taken die de gemeente heeft ten aanzien van het oproepen van
                    (potentieel) inburgeringsplichtigen en het doen van een onderzoek (intake)
                    vervallen daarmee eveneens. </al><al/><al>- De doelgroep wordt beperkt tot vreemdelingen die op of na de inwerkingtreding
                    van dit wetsvoorstel rechtmatig verblijf verkrijgen voor verblijf in Nederland
                    en (direct of in een later stadium) een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd
                    krijgen voor een niet-tijdelijk doel (asiel of gezinsvorming/hereniging) of als
                    geestelijke bedienaar.</al><al/><al>- De mogelijkheid voor gemeenten om vrijwillige inburgeraars (EU-onderdanen en
                    genaturaliseerde Nederlanders) op grond van de Wet inburgering een
                    inburgerings-voorziening aan te bieden vervalt. Vrijwillige inburgeraars kunnen
                    net als iedere andere burger via het reguliere onderwijs de noodzakelijke
                    (taal)vaardigheid en kennis verwerven om volledig deel te kunnen nemen aan de
                    samenleving.</al><al/><al>- Het vervallen van bovengenoemde bevoegdheden van gemeenten en het verschuiven
                    van de resterende bevoegdheden van gemeenten naar de Minister van Sociale zaken
                    en werkgelegenheid (SZW).</al><al/><al>Een overgangsregeling, die erin voorziet: </al><lijst><li nr="-"><al>dat gemeenten diegenen die al een aanbod hebben gehad en zich momenteel
                            voorbereiden op het inburgeringsexamen in staat stellen dit voort te
                            zetten en het examen af te leggen;</al></li><li nr="-"><al>dat gemeenten handhaven dat inburgeraars die vóór 1 januari 2013
                            inburgeringsplichtig zijn geworden aan hun inburgeringsplicht
                            voldoen;</al></li><li nr="-"><al>dat gemeenten een aanbod doen aan asielgerechtigden en geestelijke
                            bedienaren die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden
                            maar nog geen aanbod hebben gehad voor die datum. Daarbij blijft
                            ongewijzigd dat voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen een
                            inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit
                            maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid, van de wet)
                            bestaat.</al><al/></li></lijst><al>In verband met deze taken draagt de wetswijziging gemeenten op om bij
                    verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen: </al><al/><tussenkop>Regels over de informatieverstrekking aan inburgeraars</tussenkop><al/><al>Artikel 8 bepaalt dat de raad bij verordening regels vaststelt over de
                    informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen.</al><al/><al>Het gaat dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van van de wet
                    en informatie over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot
                    die voorzieningen.</al><al/><tussenkop>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                    inburgeringsvoorzieningen</tussenkop><al/><al>Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de
                    inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                    inburgeringsexamen. Gemeenten kunnnen inburgeringsplichtigen ondersteunen door
                    het aanbieden van een inburgeringsvoorziening. </al><al>Onder het overgangsrecht zijn gemeenten verplicht een inburgeringsvoorziening
                    aan te bieden aan asielgerechtigde inburgeringsplichtigen en een
                    inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren (artikel 19, tweede lid, van
                    de wet) die voor 1 januari 2013 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog geen
                    voorziening hebben aangeboden gekregen. </al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toeleidt naar het
                    inburgerings-examen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor
                    asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringsvoorziening ook
                    uit maatschappelijke begeleiding, artikel 19, zesde lid, van de wet. </al><al/><al>De Wi draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met
                    betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze groepen. In
                    de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten
                    worden gesteld:</al><al/><al>-de procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod
                    aan</al><al>inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, Wi);</al><al/><al>- de criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan
                    inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, Wi);</al><al/><al>- de vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met
                    inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van de
                    inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, Wi);</al><al/><al>- de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                    inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval
                    betrekking op de inning van de eigenbijdrage door het college en de mogelijkheid
                    van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid,Wi).</al><al/><tussenkop>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete</tussenkop><al/><al>Artikel 35 Wi draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke
                    boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden
                    opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als
                    bestuurlijke boete kan worden opgelegd.</al><al/><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al/><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening. </al><al/><tussenkop>Artikel 2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen </tussenkop><al/><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente goed te
                    informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de wet. De wet laat
                    gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze de informatievoorziening aan de
                    inburgeringsplichtigen wordt georganiseerd. Wel bepaalt artikel 8 van de wet dat
                    de raad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de
                    gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                    hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot
                    inburgeringsvoorzieningen. Dit artikel in de verordening vormt de uitwerking van
                    deze verplichting. Overeenkomstig de rolverdeling tussen raad en college, stelt
                    de raad in dit artikel de kaders vast voor een adequate informatievoorziening
                    aan de inburgeringsplichtigen. Het college is belast met de organisatie van de
                    informatieverstrekking en legt daarover (periodiek) verantwoording af aan de
                    raad. </al><al>In het tweede lid geeft de raad het college opdracht om (in ieder geval) een
                    aantal middelen te gebruiken om de informatieverstrekking aan
                    inburgeringsplichtigen vorm te geven. </al><al>Het derde lid verplicht het college de raad periodiek te rapporteren over het
                    beleid en onder andere de doeltreffendheid en doelmatigheid van de
                    informatieverstrekking.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Doelgroepen</tussenkop><al/><al>Vanaf 1 januari 2013 is het college alleen verplicht een inburgeringsvoorziening
                    of een taalkennisvoorziening aan te bieden aan asielgerechtigden en een
                    inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren die voor 1 januari 2013
                    inburgeringsplichtig zijn geworden. </al><al/><tussenkop>Artikel 4 De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</tussenkop><al/><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of
                    taalkennisvoorziening , met inbegrip van de totstandkoming en samenstelling van
                    de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19, vijfde lid,
                    onderdeel b, van de wet).. </al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht
                    heeft voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtige, een op de persoon
                    toegesneden inburgerings-voorziening samen te stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven welke doelstellingen door het college in acht
                    moeten worden genomen bij de samenstelling van de inburgeringsvoorziening. </al><al>In het tweede lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    inburgeringsvoorziening moet vaststellen.</al><al/><al>Bij het bepalen van de passendheid van een inburgeringsvoorziening, kunnen de
                    volgendefactoren een rol spelen:</al><al/><al>-de kennis van de inburgeringsplichtige van de Nederlandse taal en de
                    Nederlandsesamenleving en zijn of haar leercapaciteit;</al><al/><al>-de maatschappelijke rol die de inburgeringsplichtige vervult of gaat vervullen
                    in deNederlandse samenleving. Daarbij kan worden gedacht aan het verrichten
                    vanbetaalde arbeid of het opvoeden van kinderen;</al><al/><al>-de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Daarbij kan bijvoorbeeld
                    worden gedacht aan eventuele zorgtaken die de inburgeringsplichtige moet
                    vervullen.</al><al/><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                    wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                    mogelijkheid om deinburgeringsvoorziening die zij aan geestelijke bedienaren
                    aanbieden naar eigen inzicht vorm te geven.</al><al/><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen opleveren de
                    inburgeringsvoorziening daarmee te combineren. Uitgangspunt is wel dat een
                    aanbod voor een inburgeringsvoorziening aan een uitkeringsgerechtigde niet wordt
                    gedaan, indien dat diens arbeidsinschakeling belemmert.</al><al>De wet bepaalt dat de inburgeringsvoorziening gecombineerd moet worden met een
                    voorziening gericht op arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als
                    eeninburgeringsvoorziening wordt aangeboden aan een inburgeraar die
                    bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere sociale
                    zekerheidswet of socialezekerheidsregeling én die verplicht is om arbeid te
                    verkrijgen of te aanvaarden. Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden
                    van de gecombineerde inburgeringsvoorziening.</al><al>In de wet is geregeld dat een inburgeringsvoorziening in ieder geval moet
                    bestaan uit een cursus die toeleidt naar het inburgeringexamen of het
                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en het eenmaal kosteloos
                    afleggen van dat examen (artikel 19, derde lid, Wi). </al><al/><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen maakt ook maatschappelijke
                    begeleiding een verplicht onderdeel uit van de inburgeringsvoorziening (artikel
                    19, zesde lid, Wi).</al><al/><al>Trajectbegeleiding en het houden van voortgangsgesprekken zullen vooral van
                    belang zijn bij inburgeringsplichtigen die geen inburgeringsvoorziening krijgen
                    aangeboden in combinatie met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling. Bij
                    voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling vormen dergelijke faciliteiten
                    reeds een vast onderdeel.</al><al/><al>Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de
                    Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een
                    beroepsopleiding.</al><al/><al>Het vierde lid regelt de mogelijkheid om een gemeentelijke
                    inburgeringsvoorziening aan te bieden in de vorm van een persoonlijk
                    inburgeringsbudget (PIB). Op verzoek kan voor de inburgeraar de
                    inburgeringsvoorziening worden vastgesteld in de vorm van een persoonlijk
                    inburgeringsbudget. Indien de inburgeraar in aanmerking komt voor een PIB gelden
                    de volgende voorwaarden:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>De inburgeraar heeft voldoende begeleiding bij het kiezen van het juiste
                            inbur-geringsaanbod;</al></li><li nr="-"><al>Maatwerk is de leidraad voor het toekennen van een PIB;</al></li><li nr="-"><al>Er wordt geen geld aan de inburgeraar zelf ter beschikking gesteld. De
                            gemeente betaald op basis van facturen aan de organisatie die de
                            inburgeraar inschakelt voor zijn traject;</al></li><li nr="-"><al>Het PIB-traject wordt ingekocht bij een instelling met een ICE
                            keurmerk;</al></li><li nr="-"><al>Er wordt geen PIB verstrekt wanneer er een lening is of een
                            persoonsvolgend budget via Dienst uitvoering onderwijs (DUO) of een
                            ander inburgeringstraject;</al></li><li nr="-"><al>Het PIB is gedurende een periode van maximaal 3 jaren beschikbaar;</al></li><li nr="-"><al>De inburgeraar mag starten met het traject na beoordeling en goedkeuring
                            van het college;</al></li><li nr="-"><al>Het traject moet leiden tot het inburgeringsexamen of het staatexamen I
                            of II c.q. geschikt zijn als een taalkennisvoorziening ondersteunend aan
                            een MBO-opleiding 1 of 2;</al></li><li nr="-"><al>De beoogde einddatum van het traject kan niet buiten de wettelijke
                            termijn vallen waarbinnen de inburgeringsplichtige aan zijn
                            verplichtingen in het kader van de wet moet voldoen. </al><al/></li></lijst><tussenkop>Artikel 5 De inning van de eigen bijdrage </tussenkop><al/><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op de
                    inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, van de wet). De
                    hoogte van de eigen bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit
                    bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23,
                    tweede lid, van de wet). Van het heffen van een eigen bijdrage kan
                        <onderstreept>niet</onderstreept> worden afgezien.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Stimuleringsbonus</tussenkop><al/><al>In dit artikel wordt geregeld dat de inburgeringsplichtige en de vrijwillige
                    inburgeraar die slaagt voor zijn inburgeringsexamen of het Staatsexamen
                    Nederlandse taal een stimuleringsbonus krijgt ter hoogte van de eigen
                    bijdrage.</al><al>Indien buiten zijn schuld de inburgeringsplichtige of vrijwillige inburgeraar
                    niet slaagt en na gedane inspanning blijkt niet in staat te zijn tot het behalen
                    van het inburgeringsexamen zal de inburgeringsplichtige worden ontheven van zijn
                    inburgeringsplicht. Ook in dat geval bestaat er een aanspraak op een
                    stimuleringsbonus voor zowel de inburgeringsplichtige als de vrijwillige
                    inburgeraar.</al><al>Als door preferente vorderingen de eigen bijdrage nog niet is voldaan aan de
                    gemeente zal het openstaande bedrag worden verrekend met de uit te keren
                    bonus.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Opleggen van verplichtingen</tussenkop><al/><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, van de wet dat
                    bepaalt dat de raad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van
                    de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld na
                    acceptatie van een aanbod van deze voorziening.</al><al>Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in
                    het artikel worden genoemd aan inburgeringsplichtigen in het kader van een
                    inburgeringsvoorziening op te leggen. Het college legt in de beschikking tot de
                    verstrekking van de inburgeringsvoorziening deze verplichtingen vast.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 De procedure van het doen van een aanbod</tussenkop><al/><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is van belang omdat
                    zo’n aanbod de start is van een procedure die - als het goed is - leidt tot een
                    besluit tot het verstrekken van een inburgeringsvoorziening.</al><al/><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het aanbod van
                    een inburgeringsvoorziening aan de inburgeraar op schriftelijke wijze doet en
                    dat het aanbod wordt toegestuurd naar het adres waar de inburgeringsplichtige
                    staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Op deze wijze
                    kan er geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de inburgeraar
                    een aanbod heeft gedaan. </al><al/><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de uiteindelijke
                    beschikking (tweede lid). Hierdoor kan de instemming met het aanbod tevens
                    worden opgevat als instemming met de beschikking tot de verstrekking van de
                    inburgerings-voorziening (die eenzijdig door de gemeente wordt opgelegd). Deze
                    beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben als het aanbod (vierde lid). </al><al/><al>De zorgvuldigheid van de procedure gebiedt dat als de inburgeraar het aanbod
                    aanvaardt of weigert, hij of zij dit schriftelijk aan de gemeente meedeelt
                    (derde lid). Het meest praktisch is dat deze schriftelijke mededeling geschiedt
                    in de vorm van het laten ondertekenen door de inburgeraar van een verklaring die
                    door de gemeente is opgesteld. Het kan natuurlijk voorkomen dat een inburgeraar
                    aan de gemeente meldt dat hij wel een inburgeringsvoorziening wil, maar dat hij
                    gelet op zijn situatie bepaalde wijzigingen aangebracht zou willen zien in het
                    aanbod van de gemeente. Als de gemeente hierop positief reageert, zal ze het
                    gedane aanbod moeten aanpassen.</al><al/><al>Een inburgeringsplichtige hoeft een aanbod niet te accepteren. Weigert de
                    inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij zich zelfstandig moeten
                    voorbereiden op het inburgeringsexamen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 De inhoud van de beschikking</tussenkop><al/><al>Het besluit tot het verstrekken van een inburgeringsvoorziening is een
                    beschikking. Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft
                    tegen dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                    welke onderwerpen de beschikking in ieder geval moet bevatten.</al><al/><al>In de beschikking moeten de verstrekte inburgeringsvoorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig worden
                    vermeld (onderdelen a en b). De inburgeringsplichtige is verplicht zijn
                    medewerking te verlenen aan de uitvoering van de inburgeringsvoorziening
                    (artikel 23, eerste lid, van de wet). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als
                    de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan
                    de betrokkene (onder andere door middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt. </al><al/><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen c.q. het
                    Staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II moet hebben behaald, ligt vast
                    in de wet (artikel 7, eerste lid, van de wet). In de beschikking hoeft van deze
                    termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel c).</al><al/><al>Onderdeel d bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                    termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling
                    plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de bijstandsuitkering).
                    Dit is geregeld in artikel 5 van de verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                    overtredingen</tussenkop><al/><al>Artikel 35 van de wet draagt de raad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 van de wet zijn voor de verschillende
                    overtredingen de maximumbedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd. De
                    gemeente kan deze boetebedragen in haar verordening overnemen, maar ze kan ook
                    lagere bedragen vaststellen.</al><al/><al>De boetebedragen die in de verordening worden opgenomen zijn maximumbedragen en
                    géén gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke
                    boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan
                    de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook
                    rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd
                    (artikel 38, tweede lid, van de wet). Deze bepaling brengt met zich mee dat het
                    college bij elke op te leggen bestuurlijke boete moet nagaan welke boete passend
                    is, gelet op de individuele omstandigheden van de betrokken
                    inburgeringsplichtige. </al><al/><tussenkop>Artikel 11 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                    overtreding</tussenkop><al/><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan op grond van artikel 10 mogelijk
                    is. Het eerste en tweede lid kunnen alleen in de verordening worden opgenomen
                    als in artikel 10, eerste en tweede lid, lagere maximum boetebedragen zijn
                    opgenomen dan de maximumbedragen in de wet. De verhoogde boetebedragen ingeval
                    van herhaling van de overtreding mogen uiteraard niet hoger zijn dan de
                    maximumbedragen die in artikel 34 van de wet worden genoemd. </al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling van een overtreding, moeten de
                    overtredingen zich wel binnen een bepaalde tijdspanne voordoen In dit artikel
                    wordt de termijn van 12 maanden gehanteerd. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>