<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25609_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoeterwoude</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zoeterwoude</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Voorschotense Courant van 23 november 1999</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Huisvestingsverordening 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Huisvestingswet artikel 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-11-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>dv/98-182a ; RO-09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>n.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze Huisvestingsverordening is vervallen, met uitzondering van hoofdstuk VII, in gevolge in de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2009</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en de wijziging van de samenstelling van de woonruimtevoorraad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>HUISVESTINGSVERORDENING 1999 </vet></al><al/><al><vet>[vervallen met uitzondering van hoofdstuk VII]</vet></al><al/><al>De raad der gemeente Zoeterwoude;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders </al><al>d.d. 31-3-1998, nr. dv/98-182a</al><al>gelet op artikel 2 van de Huisvestingswet;</al><al/><al><vet> b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de volgende verordening, houdende regels omtrent de
                        verdeling van woonruimte en de wijziging van de samenstelling van de
                        woonruimtevoorraad.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN (Vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>HUISVESTINGSVERGUNNING (Vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>LEEGMELDING (Vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>INSCHRIJVING EN UITSCHRIJVING ALS WONINGZOEKENDE (Vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>RANGORDE EN URGENTIE (Vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>LIGPLAATS WOONSCHIP (Vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>WIJZIGING SAMENSTELLING WONINGVOORRAAD</titel><subtitel><vet>A. ONTTREKKINGSVERGUNNING</vet></subtitel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder onttrekkingsvergunning een woonruimte,
                            aangewezen in artikel 2: </al><lijst><li nr="a."><al>geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken; </al></li><li nr="b."><al>met andere woonruimte samen te voegen; </al></li><li nr="c."><al>van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is van toepassing </al><lijst><li nr="a. "><al>ten aanzien van het geheel of gedeeltelijk onttrekken van
                                    woonruimte aan de bestemming tot bewoning: op alle
                                    woonruimten;</al></li><li nr="b. "><al>ten aanzien van het samenvoegen van woonruimten: op alle
                                    woonruimten;</al></li><li nr="c. "><al>ten aanzien van het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige
                                    woonruimte: op alle zelfstandige woonruimten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Tijdelijke vergunningen op naam</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>Indien een beoogde onttrekking betrekking heeft op het gebruik van
                                de woonruimte voor een andere doel dan permanente bewoning door een
                                huishouden en deze onttrekking voorziet in een tijdelijke behoefte,
                                kan slechts een tijdelijke vergunning worden verleend, met dien
                                verstande dat de vergunning wordt verleend voor een in de vergunning
                                aan te geven maximale termijn, welke niet langer kan zijn dan vijf
                                jaar en ten hoogste eenmaal voor maximaal vijf jaar kan worden
                                verlengd. </al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>Een tijdelijke vergunning heeft slechts betrekking op de aanvrager
                                (de vergunninghouder) en is niet vatbaar voor overdracht aan
                                derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Criteria voor vergunningverlening</titel></kop><al>Een vergunning wordt slechts verleend, indien naar het oordeel van
                            burgemeester en wethouders het door de beoogde onttrekking, samenvoeging
                            of omzetting te dienen belang groter is dan het belang van het behoud of
                            de samenstelling van de woonruimtevoorraad, de mogelijkheid tot het
                            verlenen van een tijdelijke vergunning en het stellen van voorwaarden
                            daarbij mede in aanmerking genomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Compensatie en andere voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>In de vergunning kan worden bepaald dat binnen een jaar van de
                                vergunning gebruik moet worden gemaakt</al></lid><lid><lidnr>2. </lidnr><al>Indien de vergunning betrekking heeft op samenvoeging of omzetting
                                van woonruimte kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot
                                het verzekeren dat de resulterende woonruimte een volwaardige
                                woonfunctie overeenkomstig het bouwbesluit oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3. </lidnr><al>Een vergunning tot onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot
                                bewoning wordt verleend onder voorwaarde dat de aanvrager binnen een
                                jaar na verlening van de vergunning zorg draagt voor het scheppen
                                van in omvang, kwaliteit en huur- of economische waarde
                                gelijkwaardige andere woonruimte die aan de bestaande voorraad
                                woonruimten wordt toegevoegd (reële compensatie).</al></lid><lid><lidnr>4. </lidnr><al>Voor zover reële compensatie niet mogelijk is, zal de aanvrager een
                                financiële bijdrage verschuldigd zijn (financiële compensatie) welke
                                zowel bij zelfstandige als bij onzelfstandige woonruimte ƒ 500 per
                                m2 vloeroppervlakte bedraagt. In geval van samenvoeging of omzetting
                                van woonruimte bedraagt de compensatie ƒ 250 per m2. Bij de bepaling
                                van de vloeroppervlakte wordt rekening gehouden met woon- en
                                slaapvertrekken, alkoven, keukens, toilet- en badruimten en overige
                                voor bewoning geschikte dan wel geschikt te maken ruimten, zulks aan
                                de hand van een door Bouw- en Woningtoezicht op te maken rapport
                                betreffende kwaliteit, inrichting en afmetingen. Gangen,
                                trappenhuizen, bergingen en dergelijke worden daarbij buiten
                                beschouwing gelaten. </al></lid><lid><lidnr>5. </lidnr><al>In afwijking van het vierde lid kan een lager bedrag worden
                                vastgesteld a. indien de waarde van de woonruimte in het kader van
                                de voorziening in de behoefte aan woongelegenheid is verminderd op
                                grond van objectieve omstandigheden - achterstallig onderhoud
                                daarbij niet mede in aanmerking genomen - als de bouwtechnische
                                kwaliteit, indeling, ligging en andere externe omstandigheden en de
                                woonruimte niet voor aanvaardbare kosten verbeterd kan worden; b.
                                bij tijdelijke vergunningen. Indien de onttrekking geschiedt in het
                                belang van de volkshuisvesting of met de onttrekking een ander
                                zwaarwegend specifiek gemeentelijk belang wordt gediend, wordt de
                                voorwaarde met betrekking tot compensatie niet gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6. </lidnr><al>Een bijdrage zoals bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt
                                gestort in een daartoe door burgemeester en wethouders bestemd
                                fonds, waarvan de baten zullen worden aangewend ten behoeve van de
                                volkshuisvesting.</al></lid><lid><lidnr>7. </lidnr><al>Een tijdelijke vergunning wordt slechts verleend onder de voorwaarde
                                a. dat geen ingrijpende verbouwingen worden uitgevoerd die de
                                geschiktheid om als woonruimte te kunnen dienen aantasten of die
                                zonder de tijdelijke vergunning kunnen worden aangemerkt als een
                                gedeeltelijke onttrekking b. dat de vergunninghouder burgemeester en
                                wethouders in kennis stelt van feitelijke beëindiging van het
                                gebruik waarvoor vergunning is verleend.</al></lid><lid><lidnr>8. </lidnr><al>Ter verzekering van de naleving van aan een vergunning te verbinden
                                voorwaarden kan, voordat de vergunning wordt verleend, een
                                principe-besluit worden genomen, welk besluit inhoudt dat een
                                vergunning zal worden verleend, indien de aanvrager zich binnen een
                                bij het besluit vast te stellen termijn contractueel tot zodanige
                                naleving zal hebben verbonden, deze zekerheid eventueel aangevuld
                                door middel van afgifte van een bankgarantie.</al></lid><lid><lidnr>9. </lidnr><al>Het in verband met een voorwaarde tot reële compensatie te
                                garanderen bedrag wordt berekend op basis van het tarief voor
                                financiële compensatie. Dit bedrag vervalt aan het in het zesde lid
                                bedoelde fonds indien niet binnen een jaar aan de desbetreffende
                                voorwaarde is voldaan.</al></lid><lid><lidnr>10. </lidnr><al>Indien zulks noodzakelijk is, kan in bijzondere gevallen gehele of
                                gedeeltelijke vrijstelling worden verleend van compensatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aanvragen van een onttrekkingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een onttrekkingsvergunning wordt ingediend bij
                                burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                informatie en bewijsstukken in ieder geval betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres, geboortedatum en geboorteplaats van de
                                        aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>indien voor de behandeling van de aanvraag een gemachtigde
                                        is aangewezen: diens naam en adres</al></li><li nr="c."><al>gegevens over de huidige situatie: </al><al>- straat, huisnummer en de kadastrale aanduiding van
                                        woonruimte; - een omschrijving van de woonruimte, vergezeld
                                        van een plattegrond; </al><al>- gegevens over het gebruik van de woonruimte en de waarden
                                        ervan (bij huurwoningen naam van de huurder en huurprijs en
                                        huurwaarde; bij zelfbewoning door de eigenaar: koopprijs of
                                        vrijwillige onderhandse verkoopwaarde);</al></li><li nr="d."><al>gegevens over de beoogde situatie; </al><al>- de bestemming; </al><al>- de gewenste vergunningstermijn; </al><al>- gegevens met betrekking tot een eventuele verbouwing
                                        (bouwtekening, bouwvergunning);</al><al>bijvoorgenomen samenvoeging: </al><al>- verwachte huur- of koopprijs; </al><al>- naam toekomstige bewoner en omvang van diens
                                        huishouden;</al><al>bij omzetting van zelfstandige woonruimte in meer dan één
                                        onzelfstandige woonruimte: </al><al>- een plattegrond waarop staat aangeduid welke ruimten als
                                        afzonderlijke woonruimte zullen worden gebruikt alsmede de
                                        verwachte huurprijs per woonruimte;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>een toelichting op het door de aanvrager beoogde belang,
                                        voor zover van toepassing inclusief een schriftelijke
                                        verklaring daarover van een overkoepelend orgaan van de
                                        beroepsorganisatie waartoe de aanvrager behoort;</al></li><li nr="f."><al>voor zover van toepassing: - een schriftelijke verklaring
                                        van de zittende huurders/bewoners dat zij een afschrift van
                                        de aanvraag om een vergunning hebben ontvangen en dat zij
                                        ervan op de hoogte zijn recht te hebben op inzage bij de
                                        gemeente in de bij de aanvraag overlegde gegevens totdat
                                        onherroepelijk op de aanvraag is beslist, dan wel - indien
                                        de aanvraag niet door de eigenaar is ingediend, een
                                        overeenkomstige door de eigenaar afgelegde verklaring,
                                        inclusief een verklaring van geen bezwaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen
                                tot onttrekking ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf
                                advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling van aanvragen tot onttrekking ten behoeve van de
                                praktijkuitoefening door officieel erkende medici of para-medici
                                kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen van de
                                Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische
                                Beroepen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing dan wel, indien van toepassing, de principebeslissing
                                wordt genomen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
                                Deze termijn kan met ten hoogste dertien weken worden verlengd. De
                                afgifte van een vergunning vindt plaats binnen drie weken nadat aan
                                de in de principebeslissing gestelde voorwaarden is voldaan. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de onttrekkingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders de
                                volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen 1 jaar van de
                                        onttrekkingsvergunning gebruik gemaakt kan worden;</al></li><li nr="b."><al>de termijn waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>de handelwijze waarvoor de vergunning toestemming
                                        verleent;</al></li><li nr="e."><al>de voorwaarden waaronder de vergunning wordt verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Intrekking van de vergunning</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een onttrekkingsvergunning intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet binnen 1 jaar, nadat de beschikking onherroepelijk is
                                    geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging of
                                    omzetting;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst><tussenkop><vet>B. SPLITSINGSVERGUNNING</vet></tussenkop></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergunningvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder splitsingsvergunning een recht op een
                                gebouw, bevattende woonruimte te splitsen in appartementsrechten als
                                bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid, van boek 5 van het
                                Burgerlijk Wetboek, indien een of meer appartementsrechten de
                                bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van
                                het gebouw als woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is uitsluitend van toepassing op
                                gebouwen welke op 1 januari van het jaar waarin de vergunning wordt
                                aangevraagd tenminste 25 jaar oud zijn en welke één of meer
                                woonruimten bevatten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van
                                deelnemings- of lidmaatschapsrechten of het aangaan van een
                                verbintenis daartoe door een rechtspersoon met betrekking tot een
                                gebouw als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aanvragen van een splitsingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag van een splitsingsvergunning wordt ingediend bij
                                burgemeester en wethouders en gaat vergezeld van de volgende
                                stukken:</al><lijst><li nr="a."><al>personalia van de aanvrager: naam, adres, geboortedatum en
                                        geboorteplaats.</al></li><li nr="b."><al>indien een gemachtigde is aangewezen diens naam en
                                        adres;</al></li><li nr="c."><al>een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als
                                        neergelegd in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk
                                        Wetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde Besluit
                                        betreffende splitsing in appartementsrechten. Het
                                        splitsingsplan omvat een omschrijving van de gedeelten van
                                        de onroerende zaken die bestemd zijn of worden als
                                        afzonderlijk geheel te worden gebruikt, welke omschrijving
                                        mede kan plaatsvinden door verwijzing naar de
                                        splitsingstekening, onder vermelding voor elk van die
                                        gedeelten tot welk appartementsrecht de bevoegdheid tot het
                                        gebruik ervan behoort; indien de splitsing betrekking zal
                                        hebben op de toestand van het gebouw zoals die zal zijn na
                                        uitvoering van een voorgenomen verbouwing, een omschrijving
                                        van het bouwplan, welke inhoudt: - een omschrijving van de
                                        op het moment van de aanvraag bestaande toestand en van de
                                        te maken toestand, welke omschrijving naar de op deze
                                        verbouwing betrekking hebbende bouwtekeningen; - een opgave
                                        van de kosten van de verbouwing op basis van een offerte van
                                        de aannemer; - indien van toepassing: een verwijzing naar de
                                        op de verbouwing betrekking hebbende bouwvergunning of de
                                        voor de verkrijging daarvan ingediende aanvraag.</al></li><li nr="d."><al>gegevens over het gebouw waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft: </al><al>- kadastrale aanduiding van het gebouw; </al><al>- straat, huisnummer van de woonruimten en eventuele andere
                                        ruimten in het gebouw; </al><al>- gegevens over het gebruik van de woonruimte en de waarden
                                        ervan (bij </al></li><li nr="e."><al>huurwoningen naam van de huurder en huurprijs en huurwaarde;
                                        bij zelfbewoning door de eigenaar: koopprijs of vrijwillige
                                        onderhandse verkoopwaarde);</al></li><li nr="f."><al>een taxatierapport betreffende het gebouw en de tot de
                                        afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw,
                                        opgemaakt door een beëdigd taxateur. Dit rapport bevat in
                                        elk geval mede een beschrijving en een beoordeling van de
                                        onderhoudstoestand van het gebouw, alsmede voor elk van de
                                        tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten, een
                                        beschrijving van de indeling, de installaties en andere
                                        aanwezige voorzieningen</al></li><li nr="g."><al>indien het gebouw achterstallig onderhoud vertoont of de
                                        toestand ervan op enige andere wijze in strijd is met de
                                        eisen van het Bouwbesluit: een opgave van de kosten die
                                        gemoeid zijn met de opheffing van de desbetreffende
                                        gebreken, zulks op basis van een offerte van een
                                        aannemer;</al></li><li nr="h."><al>voor zover van toepassing: een schriftelijke verklaring van
                                        de zittende huurders/bewoners dat zij een afschrift van de
                                        aanvraag om een splitsingsvergunning hebben ontvangen en dat
                                        zij ervan op de hoogte zijn recht te hebben op inzage bij de
                                        gemeente in de bij de aanvraag overgelegde gegevens totdat
                                        onherroepelijk op de aanvraag is beslist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op of bij de splitsingsvergunning vermelden burgemeester en
                                wethouders de volgende informatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de mededeling dat binnen 1 jaar van de splitsingsvergunning
                                        gebruik gemaakt kan worden;</al></li><li nr="b."><al>de gebouwde onroerende zaak waarop de splitsing betrekking
                                        heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Door burgemeester en wethouders kunnen de volgende voorwaarden
                                worden gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover hetgeen zich tegen splitsing verzet betrekking
                                        heeft op onderhoudsgebreken, kan de voorwaarde worden
                                        gesteld dat deze gebreken binnen een in de vergunning te
                                        stellen termijn, welke niet langer kan zijn dan zes maanden,
                                        worden opgeheven;</al></li><li nr="b."><al>voor zover hetgeen zich tegen splitsing verzet kan worden
                                        opgeheven door een door de aanvrager voorgenomen verbouwing
                                        en voor deze verbouwing, voor zover van toepassing, een
                                        bouwvergunning is verleend, kan de voorwaarde gesteld worden
                                        dat - de aanvrager binnen een in de vergunning te stellen
                                        termijn zorgt voor uitvoering van deze verbouwing en</al><al>- de splitsing in appartementsrechten welke door de
                                        splitsingsakte tot stand zal komen betrekking heeft op het
                                        overeenkomstig deze verbouwing verbouwde gebouw;</al></li><li nr="c."><al>ter verzekering van de naleving van aan een
                                        splitsingsvergunning te verbinden voorwaarden kan, voordat
                                        de splitsingsvergunning wordt verleend, een
                                        principebeslissing worden genomen welke inhoudt dat de
                                        vergunning zal worden verleend indien de aanvrager zich
                                        binnen een bij de beslissing vast te stellen termijn
                                        contractueel tot naleving ervan zal hebben verbonden
                                        (splitsingscontract), deze zekerheid aan te vullen door het
                                        deponeren van een geldbedrag op een geblokkeerde rekening
                                        (bouwdepot);</al></li><li nr="d."><al>het in het bouwdepot te storten bedrag wordt vastgesteld op
                                        het bedrag van de kosten van de voorzieningen die ter
                                        naleving van de in de splitsingsvergunning te stellen
                                        voorwaarden getroffen moeten worden. Ten laste van het
                                        bouwdepot kunnen geen betalingen geschieden dan na
                                        goedkeuring door de gemeente van de desbetreffende
                                        voorzieningen, zulks op basis van het splitsingscontract.
                                        Indien het bedrag van de kosten van de te treffen
                                        voorzieningen lager is dan ƒ 1.000,-- kan van het stellen
                                        van voorwaarden tot opening van een bouwdepot worden
                                        afgezien;</al></li><li nr="e."><al>in bijzondere gevallen kan, in afwijking van het bepaalde in
                                        het derde lid worden bepaald dat de in aanvulling op het
                                        splitsingscontract te bieden zekerheid ook of voor een deel
                                        in de vorm van een bankgarantie gegeven kan worden, waarbij
                                        het totale bedrag van de zekerheid ten minste gelijk is aan
                                        het bedrag van de in het vierde lid bedoelde kosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing op een aanvraag om een splitsingsvergunning wordt
                                aangehouden indien de stukken als bedoeld in het eerste en derde lid
                                door burgemeester en wethouders onvolledig of ongenoegzaam worden
                                geacht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebouw of gedeelte van een gebouw waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft, een of meer woonruimten
                                        bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn
                                        geweest en de aanvrager niet kan waarborgen dat de
                                        woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing
                                        opnieuw bestemd zullen worden voor verhuur ter bewoning en
                                    </al></li><li nr="b."><al>indien het gebouw of het gedeelte van een gebouw, voor zover
                                        dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor
                                        bewoning, in strijd is met voorschriften van een
                                        bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de
                                        Ruimtelijke Ordening (Stb. 1985, 626) of met enig wettelijk
                                        voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan
                                        voor bewoning in gebruik genomen.</al></li><li nr="c."><al>de huurprijs van één of meer van die woonruimten of
                                        voormalige woonruimten lager is dan de huurprijsgrens van de
                                        goedkope voorraad zoals genoemd in het Huisvestingsbesluit
                                        artikel 8 lid 2 (per 1-1-1998 ƒ 600 per maand)</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft
                                        niet opweegt tegen het belang van het behoud van de
                                        woonruimtevoorraad, voor zover die voor de verhuur is
                                        bestemd. Hierbij wordt mede de ligging en de te verwachten
                                        vraag naar de in het betreffende gebouw of een gedeelte van
                                        het gebouw opgenomen woonruimten betrokken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren eveneens een
                                splitsingsvergunning, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het gebied waarin het gebouw waarop de
                                        vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
                                        stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de Wet
                                        op de Stads- en dorpsvernieuwing of leefmilieuverordening
                                        als bedoeld in artikel 9 van die wet van kracht is, dan wel
                                        een ontwerp voor zodanig plan of zodanige verordening of
                                        voor een herziening daarvan in procedure is;</al></li><li nr="b."><al>het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel
                                        voor die herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de
                                        aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend, dan wel,
                                        indien de aanvraag krachtens artikel 22 lid 4 is
                                        aangehouden, voordat die aanhouding is geëindigd;</al></li><li nr="c."><al>de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester
                                        en wethouders nadelige gevolgen heeft voor de met het plan
                                        of de verordening nagestreefde of na te streven doeleinden
                                        en</al></li><li nr="d."><al>het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing
                                        heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van
                                        belemmeringen van de stadsvernieuwing.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders weigeren eveneens een
                                splitsingsvergunning, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
                                        betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat
                                        van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet
                                        en</al></li><li nr="b."><al>de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
                                        voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
                                        worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die
                                        gebreken zullen worden opgeheven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 14 tot en
                                        met 25 van de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en
                                        deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd;</al></li><li nr="b."><al>het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning
                                        betrekking heeft, een of meer woonruimten bevat, die
                                        ingevolge de artikelen 29 tot en met 38 van de Woningwet
                                        onbewoonbaar zijn verklaard.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een splitsingsvergunning intrekken,
                            indien:</al><lijst><li nr="a. "><al>niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is
                                    geworden, is overgegaan tot overschrijving in de openbare
                                    registers van de akte van splitsing in appartementsrechten,
                                    bedoeld in artikel 109 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of
                                    tot het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten;</al></li><li nr="b. "><al>de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
                                    verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest
                                    vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN (Vervallen)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN (Vervallen)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>(Vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel (vervallen)</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening 1999
                            van de gemeente Zoeterwoude.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding (vervallen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de datum van inwerkingtreding vervalt "de Huisvestingsverordening
                                1999”</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zoeterwoude op 4 november 1999.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, </ondertekening><ondertekening>drs. R.J. Mauer </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. drs. A.E. Koopmanschap</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>