<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25561_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2004, 24</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de cliëntenparticipatie WWB</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 47</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2004/197</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Huishoudelijk reglement van de Klantenraad Werk en bijstand</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 47 van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>Vast te stellen de Verordening op de cliëntenparticipatie Wet werk en
                        bijstand luidende als volgt:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de
                        Wet Werk en bijstand,</al><lijst><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                Tilburg,</al></li><li nr="c."><al>klanten: personen bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet,</al></li><li nr="d."><al>belangenorganisaties: organisaties van klanten of organisaties die
                                mede de </al><al> belangen van klanten kunnen behartigen waaronder begrepen
                                organisaties </al><al> van werkgevers en werknemers en professionele organisaties waarmee
                                wordt </al><al> samengewerkt in de keten werk, inkomen en zorg. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Taak, doelstelling en bevoegdheden.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenparticipatie als bedoeld in artikel 47 van de wet wordt
                            opgedragen </al><al> aan de Klantenraad Werk en Bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Klantenraad Werk en Bijstand heeft tot doel om via overleg en
                            advisering </al><al> meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de dienstverlening bij de
                            uitvoering </al><al> van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Klantenraad Werk en Bijstand heeft tot taak het gevraagd en
                            ongevraagd </al><al> adviseren van het college, de directeur van de sector Sociale Zaken en
                            de raad </al><al> van de gemeente over alle aangelegenheden die de voorbereiding,
                            uitvoering, </al><al> controle en evaluatie van het beleid en de uitvoering van de wet
                            betreffen, </al><al> waaronder begrepen de kwaliteit van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Klantenraad Werk en Bijstand is niet bevoegd te adviseren over
                            klachten, </al><al> bezwaar- en beroepschriften en zaken die op individuele klanten
                            betrekking </al><al> hebben, met uitzondering van de hierbij te hanteren procedures en
                            regels.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Klantenraad Werk en Bijstand overlegt tenminste zes maal per jaar, zo </al><al> mogelijk op locatie. Als het belang van het onderwerp dat vraagt, wordt
                            een </al><al> extra overleg belegd. Aan het overleg neemt desgevraagd een ambtelijk
                            adviseur </al><al> van de sector Sociale Zaken deel. Het overleg van de Klantenraad Werk
                            en </al><al> Bijstand is openbaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Klantenraad Werk en Bijstand brengt gevraagd advies uit binnen vier
                            weken na </al><al> het eerstvolgende reguliere overleg van de Klantenraad Werk en
                            Bijstand.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als het college afwijkt van het advies van de Klantenraad Werk en
                            Bijstand wordt </al><al> dit in het voorstel gemeld onder vermelding van de gronden tot
                            afwijking.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand hebben voor het bijwonen
                            van het </al><al> (periodiek) overleg recht op een presentiegeld gebaseerd op het
                            Rechtspositie- </al><al> besluit raads- en commissieleden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling van de Klantenraad Werk en Bijstand.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Klantenraad Werk en Bijstand telt tenminste negen en ten hoogste
                            dertien </al><al> leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Klantenraad Werk en Bijstand wordt, met in acht name van het eerste
                            lid, </al><al> samengesteld uit: a. minimaal drie tot maximaal zes klanten, </al><lijst><li nr="b."><al>minimaal drie tot maximaal zes vertegenwoordigers uit de
                                    geleding belangen-</al><al> organisaties voor doelgroepen en</al></li><li nr="c."><al>minimaal drie tot maximaal zes vertegenwoordigers uit de
                                    geleding</al><al> professionele organisaties waarmee wordt samengewerkt in de
                                    keten werk, </al><al> inkomen en zorg, waaronder begrepen organisaties van werkgevers
                                    en werknemers. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belangenorganisaties die vertegenwoordigers voor de Klantenraad Werk
                            en </al><al> Bijstand kunnen afvaardigen zijn vermeld in een door het college vast
                            te stellen </al><al> lijst van organisaties, welke lijst als bijlage bij de verordening is
                            opgenomen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan de lijst van organisaties wijzigen. Een voorstel tot
                            wijziging</al><al> van de lijst van organisaties wordt om advies voorgelegd aan de
                            Klantenraad Werk </al><al> en Bijstand. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand verrichten hun
                            werkzaamheden </al><al> zonder last met hun achterban. Dit laat onverlet het waar nodig voeren
                            van </al><al> ruggespraak met hun achterban.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij ernstig disfunctioneren van een lid kan de Klantenraad Werk en
                            Bijstand het </al><al> vertrouwen opzeggen. Als overleg tussen de voorzitter en het
                            betreffende lid </al><al> onvoldoende resultaat heeft, stelt de voorzitter het functioneren aan
                            de orde </al><al> bij de afvaardigende organisatie. Als dit niet leidt tot een voor allen
                            acceptabele </al><al> oplossing kan de Klantenraad Werk en Bijstand het college verzoeken
                            toepassing </al><al> te geven aan het eerste lid van artikel vier van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zittingsduur.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand worden door het college
                                benoemd</al><al> en ontslagen. De benoeming geldt voor de duur van vier jaar. Deze
                                periode kan </al><al> eenmalig met vier jaar worden verlengd. </al></li><li nr="2."><al>De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand treden om de vier jaar
                                tegelijk af. </al><al> Zij zijn terstond herkiesbaar. </al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de Klantenraad Werk en Bijstand duurzaam ophoudt
                                klant of </al><al> vertegenwoordiger van een van de aangewezen klantenorganisaties te
                                zijn, eindigt </al><al> van rechtswege het lidmaatschap van de Klantenraad Werk en
                                Bijstand.</al></li><li nr="4."><al>De leden van de Klantenraad Werk en Bijstand kunnen te allen tijde
                                als zodanig </al><al> ontslag nemen. </al></li><li nr="5."><al>Hij die optreedt ter vervulling van een tussentijds opengevallen
                                plaats, treedt </al><al> af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij komt had
                                moeten aftreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De voorzitter.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het periodiek overleg van de Klantenraad Werk en Bijstand wordt
                            voorgezeten </al><al> door een voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter wordt door het college benoemd op persoonlijke titel op
                            voordracht </al><al> van de Klantenraad Werk en Bijstand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de voorzitter wijst de Klantenraad Werk en Bijstand
                            uit zijn </al><al> midden een vervanger aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt in overleg met de Klantenraad de tijd en plaats
                            van de</al><al> vergaderingen. De voorzitter ondertekent de stukken die van de
                            Klantenraad Werk </al><al> en Bijstand uitgaan en draagt tevens zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het goed functioneren van het secretariaat van de Klantenraad
                                    Werk en Bijstand</al></li><li nr="b."><al>het tijdig aankondigen van het overleg en het opmaken van een
                                    verslag van gevoerd (periodiek) overleg en</al></li><li nr="c."><al>het tijdig opmaken van een jaarplan een jaarlijkse begroting en
                                    een (financieel)</al><al> verantwoordingsverslag over het voorafgaande jaar.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het verstrekken van gegevens.</titel></kop><al>Het college verstrekt aan de Klantenraad Werk en Bijstand tijdig alle
                        inlichtingen en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak
                        redelijkerwijze nodig heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Budget.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt jaarlijks een vast budget beschikbaar voor de
                                werkzaamheden </al><al> van de Klantenraad Werk en Bijstand, inclusief secretariaat en
                                presentiegeld.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor en goede facilitering van het
                                secretariaat voor de </al><al> Klantenraad Werk en Bijstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Huishoudelijk reglement.</titel></kop><al>De Klantenraad Werk en bijstand stelt een reglement vast waarin de
                        onderwerpen worden geregeld die aan de Klantenraad Werk en Bijstand zijn
                        opgedragen of overgelaten. Daarbij wordt in ieder geval geregeld de wijze
                        waarop:</al><lijst><li nr="a."><al>periodiek overleg wordt gevoerd. </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>onderwerpen voor de agenda worden aangemeld.</al></li><li nr="c."><al>het secretariaat wordt ingericht, waaronder het meldpunt voor de
                                signalen en </al><al> wensen van klanten en instellingen.</al></li><li nr="d."><al>jaarlijks het jaarplan, de begroting en de (financiële)
                                verantwoording wordt </al><al> ingevuld.</al></li><li nr="e."><al>klantenpanels, spreekuren, werkbijeenkomsten en/of conferenties met
                                klanten</al><al> of klantenorganisaties worden georganiseerd.</al></li><li nr="f."><al>de bekendheid van de Klantenraad Werk en Bijstand wordt
                                vergroot.</al></li><li nr="g."><al>wordt voorzien in de voordracht voor het benoemen van de
                                voorzitter.</al></li><li nr="h."><al>de werving en selectie plaats vindt voor de plaatsen voor
                                klanten.</al></li><li nr="i."><al>sleutelfiguren bij activiteiten of overleg worden betrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waarborg tegen benadeling.</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor, dat de (gewezen) leden niet uit hoofde van
                        hun lidmaatschap van de Klantenraad Werk en Bijstand worden benadeeld in hun
                        positie naar de uitkering door (medewerkers van) de sector Sociale Zaken.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, voorziet het
                                college na daartoe advies te hebben ingewonnen van de Klantenraad
                                Werk en Bijstand.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2005 dan wel op de
                                eerste dag na</al><al> afloop van de in artikel 22 van de Tijdelijke Referendumwet
                                genoemde termijn </al><al> van zes weken.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening op de
                                cliënten-</al><al> participatie WWB”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><bijlage><kop><titel>Bijlage behorende bij de Verordening op de cliëntenparticipatie
                        WWB.</titel></kop><tussenkop>Lijst van organisaties die naast klanten een vertegenwoordiger voor de
                    Klantenraad Werk en Bijstand kunnen voordragen.</tussenkop><al>Voor deelname aan de onafhankelijke Klantenraad Werk en Bijstand kan, met in
                    acht name van maximaal dertien te benoemen leden, een vertegenwoordiger worden
                    aangemeld uit de volgende drie geledingen: </al><tussenkop>Aantal vertegenwoordigers: </tussenkop><al/><lijst><li nr="1."><al><vet>Klanten 3 tot 6 leden</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>belangenorganisaties voor doelgroepen, waaronder: 3 tot 6
                                leden</vet></al><al> organisaties voor jongeren (o.a. Attak) </al><al> organisaties voor vrouwen (o.a. S.E.W., FENIKS, Stichting Buitenlandse
                            Vrouwen)</al><al> organisaties voor allochtonen (o.a. stichting Palet)</al><al> organisaties voor chronisch zieken en gehandicapten</al><al> organisaties voor ouderen</al><al> kerken / dekenaat / diaconie</al></li><li nr="3."><al><vet>professionele organisaties waarmee wordt samengewerkt</vet></al><al><vet> in de keten werk, inkomen en zorg, waaronder: 3 tot 6
                            leden</vet></al><al>werkgeversorganisaties werknemersorganisaties (FNV, CNV, de Unie)
                            instituut maatschappelijk werk / sociaal raadslieden maatschappelijk
                            opvang / daklozen- en verslaafdenzorg (o.a. Traverse, Kentron) sociaal
                            advocatuur sociale activering (o.a. MST-Baanbrekers,
                            reïntegratiebedrijven)</al></li></lijst><al/><al/><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Met de verplichting in de Wet werk en bijstand tot het bij verordening
                    vaststellen van regels over de cliëntenparticipatie wordt bewerkstelligd, dat de
                    cliëntenparticipatie bij de gemeenten in lijn worden gebracht met de Wet SUWI
                    (Structuur uitvoerings-organisaties werk en inkomen). In de Wet SUWI wordt
                    gesteld, dat de cliënten-participatie onmisbaar is in een uitvoeringsstructuur
                    waarin de cliënt centraal staat. </al><al>De gemeente Tilburg heeft reeds jarenlang (vanaf 1995) de cliëntenparticipatie
                    voor de bijstand opgedragen aan de Adviescommissie Algemene bijstandwet. De
                    nieuwe wettelijke verplichting geeft aanleiding tot herprofilering van de
                    samenstelling, bevoegdheden en werkwijze van de bestaande Adviescommissie. Het
                    advies tot herprofilering is opgesteld door de huidige Adviescommissie Abw. In
                    haar advies is verwerkt het resultaat van het gevoerde interactief overleg met
                    leden van de raad, het platform sociale zekerheid Tilburg, het Tilburgs Overleg
                    Gehandicapten-organisaties en de Vereniging Brabantse Uitkeringsgerechtigden
                    Samen. Het advies </al><al>is met in acht name van het wettelijk kader uitgewerkt in deze Verordening op de
                    cliëntenparticipatie Wet werk en Bijstand. De verordening voorziet de
                    cliënten-participatie bij de uitvoering van de Wet werk en bijstand van een
                    beleidsmatig kader. </al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Taak, doelstelling en werkwijze </tussenkop><al>De cliëntenparticipatie voor de uitvoering van de WWB gaat per 1 januari 2005
                    verder onder de naam “Klantenraad Werk en Bijstand”. De nieuwe naamgeving
                    onder-steunt het streven naar het vergroten van het karakter van klantenraad en
                    naar het vergroten van de herkenbaarheid van de lokale cliëntenparticipatie voor
                    klanten en instanties. </al><al>De Klantenraad Werk en Bijstand heeft recht op: a. structureel overleg,</al><lijst><li nr="b."><al>het ongevraagd uitbrengen van advies over de uitvoering van de wet,</al></li><li nr="c."><al>informatie,</al></li><li nr="d."><al>op ondersteuning via een eigen secretariaat,</al></li><li nr="e."><al>een vergoeding voor het bijwonen van het overleg en</al></li><li nr="f."><al>het vaststellen van een eigen huishoudelijk reglement. </al></li></lijst><al>Aan het overleg van de klantenraad neemt desgevraagd deel een door de directeur
                    van de sector Sociale Zaken aan te wijzen ambtenaar. Op verzoek van de
                    klantenraad neemt aan het overleg deel de directeur van de sector Sociale Zaken
                    en/of de wethouder voor sociale zaken. </al><al>De klantenraad heeft het recht om gevraagd en ongevraagd te adviseren over alle
                    aangelegenheden die de uitvoering van de WWB betreffen, waaronder begrepen de
                    kwaliteit van de dienstverlening. De klantenraad heeft recht op het aanvragen
                    van spreektijd in de raad en de raadscommissie(s). De klantenraad is verplicht
                    om tenminste zes maal per jaar openbaar te overleggen. De leden van de
                    klantrenraad hebben recht op een presentievergoeding. De ambtelijk adviseur
                    heeft geen recht op deze vergoeding. De klantenraad heeft voorts recht op
                    informatie: het recht op het tijdig beschikbaar stellen van inlichtingen en
                    gegevens die redelijkerwijs nodig zijn voor het adequaat kunnen uitvoeren voor
                    de vervulling van het adviesrecht. Verder heeft de klantenraad recht op
                    ondersteuning door een eigen secretariaat. Deze ondersteuning moet mede
                    bijdragen aan een meer onafhankelijke positie van de klantenraad ten opzichte
                    van de sector Sociale Zaken (en daarmee tevens van het college). Ook het recht
                    op het zelf vaststellen van een eigen huishoudelijk reglement moet hieraan
                    bijdragen. </al><al>De toegekende rechten aan de klantenraad staan niet in de weg, dat er
                    spoedeisende situaties denkbaar die snelle besluitvorming vereisen en waarbij de
                    klantenraad eerst achteraf kan worden gehoord. </al><tussenkop>Artikel 3. Samenstelling van de Klantenraad Werk en Bijstand.</tussenkop><al>Om een meer evenwichtige vertegenwoordiging van klanten en klantgroepen te
                    kunnen realiseren is de samenstelling van de klantenraad aangepast. De leden van
                    de klantenraad worden op voordracht van de klantenraad benoemd door het college.
                    Bij het uitbrengen van de voordracht houdt de klantenraad rekening met de lijst
                    van organisaties die een vertegenwoordiger kunnen aanmelden. </al><al>Bij ernstig disfunctioneren van een lid kan de klantenraad het vertrouwen in het
                    betreffende lid opzeggen. Waar mogelijk wordt het disfunctioneren in goed
                    overleg tussen de voorzitter en het betreffende lid en/of de afvaardigende
                    organisatie opgelost. Leidt dit overleg niet tot een voor allen acceptabele
                    oplossing dan kan de klantenraad het college verzoeken het lidmaatschap van het
                    betreffende lid tussen-tijds op te zeggen. Dit onder het verzoek aan dezelfde of
                    een andere instantie binnen de betreffende geleding om een andere
                    vertegenwoordiger af te vaardigen. </al><tussenkop>Artikel 4/5. zittingsduur leden en taken voorzitter.</tussenkop><al>De zittingsduur voor de leden van de klantenraad is gekoppeld aan de duur van de
                    het lidmaatschap voor de gemeenteraad. Om de continuïteit van de klantgeleding
                    in de klantenraad te waarborgen is aangegeven dat eerst bij duurzame uitstroom
                    uit de uitkering (van zes maanden) het lidmaatschap van de klantenraad ophoudt. </al><al>Tijdig voor aanvang van een nieuw kalenderjaar stelt de klantenraad een jaarplan
                    en een begroting op. Voor de op te stellen begroting geldt het principe van een
                    sluitende begroting. Jaarlijks voor 1 april brengt de klantenraad verslag uit
                    aan het college van de activiteiten en bevindingen over het voorafgaande jaar.
                    In het (financieel) verslag wordt mede verantwoording afgelegd over de besteding
                    van het beschikbare budget. </al><tussenkop>Artikel 6. Het verstrekken van gegevens.</tussenkop><al>Onder het recht op informatie valt naast het beschikbaar stellen van relevante
                    concept beleidsstukken over de uitvoering van de WWB mede het beschikbaar
                    stellen van het resultaat van klantenpanels, onderzoek naar klanttevredenheid en
                    klachten-rapportages (geanonimiseerd). Het wordt aan de klantenraad zelf
                    overgelaten welke digitaal beschikbare informatie schriftelijk beschikbaar wordt
                    gesteld aan de leden (op secretariaat ter inzage leggen of toesturen). </al><tussenkop>Artikel 7. Budget</tussenkop><al>.</al><al>Het jaarlijks vast te stellen budget voor de werkzaamheden van de klantenraad
                    moet toereikend zijn voor een adequate uitvoering van de aan de klantenraad
                    opgedragen taak, inclusief huisvesting/beheer van het secretariaat en
                    presentiegeld. Onder secretariaat mede begrepen de personele ondersteuning van
                    de klantenraad en faciliteiten als kopiëren, telefoon, computer met printer en
                    internet. Hierbij valt ook te denken aan voorlichting via een eigen nieuwsbrief
                    en/of web-site van de klanten-raad voor de klant. Dit gelet op het streven tot
                    het vergroten van naamsbekendheid en het verbeteren van de bereikbaarheid door
                    klanten. </al><tussenkop>Artikel 8. Huishoudelijk reglement.</tussenkop><al>Het door de klantenraad vast te stellen huishoudelijk reglement heeft betrekking
                    op de interne gang van zaken binnen de klantenraad zelf. Een eigen vast te
                    stellen reglement en de mogelijkheid tot het betrekken van sleutelfiguren uit
                    andere instanties en instellingen (waaronder het CWI en het UWV) dragen bij aan
                    het verzelfstandigen van de positie van de klantenraad ten opzichte van de
                    sector Sociale Zaken (opschuiven richting klant). </al><tussenkop>Artikel 9. Waarborg tegen benadeling.</tussenkop><al>Voor de groei naar een volwaardige participatie van klanten moeten
                    afgevaardigden vrijuit kunnen optreden in de klantenraad. De (gewezen) leden van
                    de klantenraad mogen niet uit hoofde van hun lidmaatschap er van worden
                    benadeeld in hun positie naar de uitkering door (medewerkers van) de sector
                    Sociale Zaken, bejegening inbegrepen. Klachten over of knelpunten m.b.t. de
                    naleving van dit beschermings-artikel worden langs de weg van de formele
                    klachtenprocedure aan de orde gesteld. </al><tussenkop>Artikel 10. Slotbepalingen</tussenkop><al>. Het streven is er op gericht om de verordening tijdig vast te stellen en te
                    laten ingaan op 1 januari 2005. De toevoeging "dan wel op de eerste dag na
                    afloop van de in artikel 22 van de Tijdelijke Referendumwet genoemde termijn van
                    zes weken" moet voorkomen dat er een nieuw raadsbesluit nodig is voor de
                    inwerkingtreding er van. Dit als de verordening door omstandigheden niet tijdig
                    vóór 1 januari 2005 wordt vastgesteld. </al><al>Voor zover de verordening niet op 1 januari 2005 kan ingaan, wordt de huidige
                    Adviescommissie Abw geacht klantenraad Werk en Bijstand te zijn. Deze positie
                    neemt de Adviescommissie Abw ook in tot het moment waarop de klantenraad in </al><al>zijn nieuwe samenstelling is benoemd. </al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 november 2004</al><al/><al>de griffier, </al><al/><al>de voorzitter,</al></bijlage></regeling></body></cvdr>