<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR255373_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening precariobelasting provincie Zuid-Holland 2013 (Verordening precariobeslasting provincie Zuid-Holland 2013)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal blad 2014, nr. 3545</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting provincie Zuid-Holland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, artikel 222 c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoeging artikel 13a en wijziging van de Tarieventabel precariobelasting 2015</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>DOS 2013-0007656</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>leges</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening precariobelasting provincie Zuid-Holland 2013 (Verordening precariobeslasting provincie Zuid-Holland 2013)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 12 december 2012 tot
                        vaststelling van de Verordening precariobelasting provincie Zuid-Holland
                        2013 (Prov. Blad 2012, nr. 177), gewijzigd bij besluit van 24 december 2013
                        (Prov. Blad 2013, nr. 200A) en gewijzigd bij besluit van 12 november 2014
                        (Prov. Blad 2014, nr. 3545)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begrippen</titel></kop><al>1. In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>a. een jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr=""><al>b. een maand: 30 dagen;</al></li><li nr=""><al>c. een dag: een etmaal;</al></li><li nr=""><al>d. een heffingstijdvak: de onder a. tot en met c. perioden;
                                genoemde</al></li><li nr=""><al>e. Algemene wet: de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Staatsblad
                                1959, 301);</al></li><li nr=""><al>f. Invorderingswet 1990: de Wet van 30 mei 1990 inzake invordering
                                van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen
                                (Staatsblad 1990, 221).</al><al/></li></lijst><al>2. Gedeelten van de in de bij deze verordening behorende tarieventabel
                        genoemde tijds- en andere eenheden worden voor één geheel gerekend, met dien
                        verstande, dat indien het heffingstijdvak gelijk is aan een jaar en het
                        gebruik van de grond, of het hebben van voorwerpen onder, op of boven die
                        grond aanvangt na 30 juni van een jaar, de precariobelasting de helft van
                        het over een jaar te betalen bedrag bedraagt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Belastbaar feit</titel></kop><al>Precariobelasting wordt geheven ter zake van het hebben van voorwerpen
                        onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde grond van de provincie
                        Zuid-Holland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Belastingplichtige</titel></kop><al>1. De precariobelasting wordt geheven van: - degene die gebruik maakt van -
                        dan wel ten behoeve van wie voorwerpen onder, op of boven voor de openbare
                        dienst bestemde provinciale grond worden aangetroffen.</al><al>2. Zijn op grond van het eerste lid twee of meer personen belastingplichtig,
                        dan zijn allen hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde
                        precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Heffingsgrondslag en tarief</titel></kop><al>1. De precariobelasting wordt geheven naar het aantal eenheden, bepaalt en
                        berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende tarieventabel,
                        met inachtneming van het bepaalde in dit artikel en artikel 5 en de in de
                        bij deze verordening behorende tarieventabel gegeven aanwijzingen.</al><al>2. Indien de precariobelasting in de bij deze verordening behorende
                        tarieventabel genoemd, verschuldigd is per eenheid van tijd, inhoud of
                        afmeting worden gedeelten daarvan voor één geheel gerekend, tenzij anders is
                        bepaald.3. Indien de precariobelasting voor het hebben van voorwerpen onder,
                        op of boven de grond is vastgesteld per m2, wordt het recht berekend naar de
                        oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vrijstellingen</titel></kop><al>De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van:</al><lijst><li nr=""><al>a. het hebben van voorwerpen en werken, welke als gevolg van een
                                wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;</al></li><li nr=""><al>b. het gebruik van provinciale grond of water of het hebben van
                                voorwerpen ten behoeve van de uitvoering van door de provincie
                                aanbestede werken, evenals ten behoeve van onderzoek of
                                werkzaamheden van derden, waarbij de provincie in de uitoefening van
                                haar publiekrechtelijke taak belang heeft;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>c. het hebben van wegwijzers, richtingborden, plaats- en
                                riviernaamborden van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB
                                en daarmee overeenkomende instellingen;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>d. het hebben van halteborden ten dienste van openbare middelen van
                                vervoer;</al></li><li nr=""><al>e. het hebben van borden, welke behalve de naam niet meer bevatten
                                dan een aanduiding of afbeelding van het beroep of bedrijf, dat
                                wordt uitgeoefend in het perceel waaraan het bord is bevestigd, mits
                                het langs de gevel is aangebracht en de grootste afmeting niet meer
                                bedraagt dan 0,50 m en de oppervlakte ten hoogste 0,15 m2
                                bedraagt;</al></li><li nr=""><al>f. het hebben van straatlantaarns welke uitsluitend dienen voor de
                                openbare straatverlichting;</al></li><li nr=""><al>g. het hebben van verbandkasten en reddingsmiddelen langs
                                provinciale wegen en vaarwegen;</al></li><li nr=""><al>h. het hebben van openbare parkeerplaatsen, voor zover geen
                                parkeergelden worden geheven;</al></li><li nr=""><al>i. het hebben van een bestrating of andere verharding, dienende als
                                openbaar voet- of fietspad;</al></li><li nr=""><al>j. het hebben van praatpalen en dergelijke ten dienste van het
                                wegverkeer;</al></li><li nr=""><al>k. het hebben van brievenbussen;</al></li><li nr=""><al>l. het hebben van abri's met de daarbij behorende bestrating;</al></li><li nr=""><al>m. het hebben van een fietsrek, fietsstandaard, fietstegel of
                                dergelijk voorwerp, bestemd voor openbaar gebruik;</al></li><li nr=""><al>n. het hebben van bomen;</al></li><li nr=""><al>o. het hebben van duikers in provinciale wegen, die bij
                                waterschappen of polders in beheer en onderhoud zijn;</al></li><li nr=""><al>p. het hebben van publieke telefooncellen, evenals alarmcellen ten
                                behoeve van politie of brandweer;</al></li><li nr=""><al>q. het hebben van voor het openbaar verkeer bestemde bruggen met
                                bijbehorende werken;</al></li><li nr=""><al>r. het hebben van spandoeken, vlaggen en dergelijke voorwerpen voor
                                een periode van maximaal drie maanden;</al></li><li nr=""><al>s. het hebben van aanduiding- of verwijzingsborden, mits de grootste
                                afmeting niet meer bedraagt dan 0,5 m2 en een tijdsduur van een
                                maand niet wordt overschreden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Ontheffing</titel></kop><al>1. Indien het heffingstijdvak gelijk is aan een jaar en het gebruik van de
                        grond heeft opgehouden of de voorwerpen onder, op of boven die grond worden
                        verwijderd vóór 1 juli van dat kalenderjaar, wordt op verzoek van de
                        belanghebbende ontheffing verleend tot de helft van de verschuldigde
                        precariobelasting.</al><al>2. De aanvraag tot ontheffing wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten binnen
                        een maand nadat het gebruik van de grond heeft opgehouden of de voorwerpen
                        onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde provinciale grond zijn
                        verwijderd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Aanvang belastingplicht</titel></kop><al>De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van een heffingstijdvak,
                        of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen onder,
                        op of boven die grond aanvangt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten zijn bevoegd voor bepaalde gevallen en groepen van
                        gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich
                        bij de heffing van de precariobelasting mochten voordoen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Wijze van heffing</titel></kop><al>1. De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al><al>2. De precariobelasting wordt aan de belastingplichtige bekend gemaakt door
                        toezending van een aanslag.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Betalingstermijn</titel></kop><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dient
                        betaling te geschieden binnen dertig dagen na dagtekening van de
                        kennisgeving.</al><al>2. De verplichting tot betaling wordt niet opgeschort door de indiening van
                        een bezwaar- of een beroepschrift.</al><al>3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                        gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Dwanginvordering</titel></kop><al>Bij nalatigheid in de betaling van de verschuldigde precariobelasting
                        geschiedt de invordering krachtens het bepaalde in artikel 232 van de
                        Provinciewet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Verlenen van kwijtschelding en uitstel van
                            betaling</titel></kop><al>Bij de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
                        Op schriftelijk verzoek kan uitstel van betaling worden verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13a</titel></kop><al>Bij de toepassing van het onder nummer 40.02 van het in de tarieventabel
                        genoemde tarief zal belasting worden geheven van ontheffinghouders die een
                        standplaats voor een bloemenstal tijdelijk exploiteren, tijdens de
                        seizoensopening van de Keukenhof te Lisse, op parkeerplaats nabij het wegvak
                        N 208 voor een periode van maximaal 3 maanden per belastingjaar.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Bijzondere bepalingen voor de heffing van de in de
                            tarieventabel onder onderdeel 80 van bedoelde belasting</titel></kop><al>De precariobelasting aangaande onderdeel 80 wordt geheven in overeenstemming
                        met het bepaalde in de artikelen 9 tot en met 18 van de Algemene wet inzake
                        rijksbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Bijzondere bepalingen voor de heffing van de in de
                            tarieventabel onder onderdeel 120 bedoelde belastingen</titel></kop><al>1. Gedeputeerde Staten stellen de hoeveelheid materialen die worden
                        overgeslagen vast aan de hand van de over te leggen gegevens door de
                        belastingplichtige, die voor het gebruik van de loswal op grond van het
                        eigendomsrecht van de provincie, vergunning is verleend.</al><al>2. Indien de werkelijk geloste hoeveelheid materialen minder bedraagt dan de
                        aanvankelijk vastgestelde, verlenen Gedeputeerde Staten op verzoek van
                        belastingplichtige ontheffing tot een bedrag van het voor elke ton minder
                        geloste materialen gehanteerde tarief.</al><al>3. Bij toepassing van het onder nummer 120.01 genoemde tarief zal geen
                        precariobelasting worden geheven voor: - het geplaatst hebben van de voor
                        het lossen benodigde installaties, - voor het innemen van een ligplaats met
                        schepen, - evenals voor het hebben van meer- en wrijfpalen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Intrekking Precarioverordening 1998</titel></kop><al>De Precarioverordening Zuid-Holland 1998, vastgesteld bij besluit van 20
                        maart 1998, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 februari 2011,
                        Provinciaal Blad 2011, nr. 25, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Overgangsrecht</titel></kop><al>De Precarioverordening Zuid-Holland 1998 en de bijbehorende tarieventabel
                        blijven van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2013
                        hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening met de daarbij behorende tarieventabel treedt in werking
                        met ingang van 1 januari 2013.</al><al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting
                        provincie Zuid-Holland 2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Den Haag, 12 december 2012</al><al>Provinciale Staten van Zuid-Holland,</al></slotformulering><ondertekening>J. FRANSSEN, Voorzitter</ondertekening><ondertekening>H. ENGELS-VAN NIJEN, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage behorende bij de Verordening precariobelasting provincie
                        Zuid-Holland 2013</titel></kop><al><extref doc="http://www.zuid-holland.nl/publish/pages/9405/tarieventabel2015behorendebijdeverordeningprecariobelastingprovinciezuid-holland2013.pdf" struct="INTERNET">Tarieventabel Verordening precariobelasting provincie
                        Zuid-Holland, begrotingsjaar 2015</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>