<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR255337_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening gemeente Schagen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Schager Weekblad, 30 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening gemeente Schagen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, artikel 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-17</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Antidiscriminatievoorziening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening gemeente Schagen
            2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Schagen;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeentelijke
                        antidiscriminatievoorzieningen;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING INRICHTING ANTIDISCRIMINATIEVOORZIENING GEMEENTESCHAGEN
                            2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wet: de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Besluit: het Besluit gemeentelijke
                                antidiscriminatievoorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>De antidiscriminatievoorziening: antidiscriminatievoorziening als
                                bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke
                                antidiscriminatievoorzieningen.</al></li><li nr="4."><al>Klacht: klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de
                                wet.</al></li><li nr="5."><al>Klachtbehandelaar: klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van
                                het besluit.</al></li><li nr="6."><al>Klager: klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit.</al></li><li nr="7."><al> Ingezetene: ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de
                                Gemeentewet.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Zorgplicht college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders biedt de ingezetenen toegang tot
                        een antidiscriminatievoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inrichting antidiscriminatievoorziening</titel></kop><al>Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in ieder geval
                        de deskundigheid van klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de
                        voorziening gewaarborgd.</al><lijst><li nr="1."><al>1. De antidiscriminatievoorziening draagt er zorg voor dat de
                                klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling vereiste
                                deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun
                                deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen.</al></li><li nr="2."><al>De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht te
                                melden: </al><al>- per post; </al><al>- per e-mail; </al><al>- telefonisch;</al><al>- op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie als bedoeld
                                in artikel 5 van deze verordening</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Protocol klachtenbehandeling</titel></kop><al>Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6 van
                        de wet regelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de afdoeningstermijn van klachten;</al></li><li nr="b."><al>de wijze van afdoening van klachten;</al></li><li nr="c."><al>de registratie van klachten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingezetenen worden in de gelegenheid gesteld een klacht in hun directe
                            leefomgeving te melden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gemeenten die aansluiting hebben bij een regionaal
                            antidiscriminatiebureau kunnen overeengekomen dat deze melding op een
                            locatie in de betreffende gemeente kan plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de deskundigheid van de medewerkers die
                            deze meldingen op adequate manier opneemt en doorverwijst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Klager wordt door de medewerkers doorgeleid naar de
                            antidiscriminatievoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij
                            is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening gemeente
                            Harenkarspel, de Verordening Inrichting Antidiscriminatievoorziening
                            gemeente Schagen 2010 en de Verordening Inrichting
                            Antidiscriminatievoorziening gemeente Zijpe worden ingetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als: Verordening Inrichting</al><al>Antidiscriminatievoorziening gemeente Schagen 2013.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van 3 januari 2013,</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Schagen,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Griffier (E. van der Voorde) Voorzitter (G. Westerink)</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al>ALGEMEEN</al><al>Artikel 1 van de wet legt het college van burgemeester en wethouders op om
                    toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook de toelichting
                    bij artikel 2 van deze verordening. </al><al>Artikel 2, tweede lid, van de wet wordt opgedragen dat de gemeenteraad stelt
                    “met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet bij verordening
                    regels vast omtrent de inrichting van de antidiscriminatievoorziening, bedoeld
                    in artikel 1, en de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder a.”
                    De wet is als bijlage toegevoegd aan deze verordening.</al><al>De wet is nader ingevuld in een Algemene Maatregel van Bestuur vastgesteld op 16
                    september 2009, het Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorziening. Het
                    besluit is als bijlage toegevoegd aan deze verordening. Nu veel van de nadere
                    invulling die de wet behoeft is geregeld in het besluit, kan deze verordening
                    beknopt blijven. </al><al>De Handreiking Iedereen=Gelijk: lokale aanpak discriminatie zal als
                    ondersteuning dienen bij de uitvoering van de Algemene Maatregel van Bestuur en
                    deze verordening.</al><al/><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Zoals in het algemene deel van deze toelichting al aangegeven, is deze
                    zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin is het dan
                    ook niet noodzakelijk om deze hier te herhalen. Er is voor gekozen om dat wel te
                    doen, nu deze zorgplicht zozeer de kern van deze regelgeving uitmaakt, dat het
                    opnemen ervan sterk bijdraagt aan de begrijpelijkheid van deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het besluit,
                    dat luidt: “Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in
                    ieder geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid
                    van de antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid
                    met de omgang met gegevens zal worden toegezien. Er is gekozen voor een minimale
                    invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor
                    maatwerk.</al><al>De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een
                    opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet
                    worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding
                    deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van Art.1 kan de opleidingen en
                    cursussen verzorgen. </al><al>De gemeente draagt er zorg voor dat de burger zich zowel fysiek als niet- fysiek
                    kan melden. De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen melden betekent
                    tevens dat een burger redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar hij of zij
                    terecht kan om te melden. De gemeente draagt zorg voor de aanwezigheid van een
                    locatie. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een bestaande balie (zie ook de
                    toelichting bij artikel 5). Uiteraard kan ook worden afgesproken dat de
                    antidiscriminatievoorziening op locatie aanwezig is, zodat klachten direct bij
                    de voorziening kunnen worden ingediend. </al><al>Bij niet-fysiek wordt verstaan dat de mogelijkheid bestaat voor de burger via
                    sms, telefoon (0900 landelijk en 0900 ADV), brief of email om de klacht te
                    melden of in te dienen. Ook hier geldt dat op de gemeente een zorgplicht rust om
                    ervoor zorg te dragen dat burgers kennis kunnen nemen van deze
                    mogelijkheden.</al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan artikel 6 van het besluit dat
                    luidt: “De antidiscriminatievoorziening heeft een protocol voor de behandeling
                    van klachten”. Daarbij is gekozen voor een minimale invulling om gemeenten en
                    antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor maatwerk. </al><al>Strikt juridisch is deze bepaling niet noodzakelijk, vandaar dat we deze als
                    facultatief hebben opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de leefomgeving van
                    burgers moet bevinden. De memorie van toelichting geeft aan dat het gemeenten
                    vrij staat om daar op een praktische wijze invulling aan te geven. De
                    voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente zelf aanwezig te zijn. Een
                    gemeente kan zich bijvoorbeeld aansluiten bij een (bestaande)regionale
                    antidiscriminatievoorziening. Ook kan de gemeente aansluiting zoeken bij het
                    regionaal discriminatieoverleg (RDO) waar politie, openbaar ministerie en
                    antidiscriminatievoorzieningen overleg voeren over discriminatie incidenten en
                    deze in zaaksoverzichten opnemen.</al><al>Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan worden gezorgd door een
                    doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke
                    voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een loket burgerzaken, slachtofferhulp of
                    WMO-loket. </al><al>Een gemeente kan er ook voor kiezen deze toegang een meer inhoudelijk karakter
                    te geven door een eigen frontoffice in te richten.Daarbij moet het voor klagers
                    ondubbelzinnig duidelijk zijn dat een gemeentelijk loket een luisterend oor en
                    de nodige deskundigheid kan bieden, maar dat het zijn taak is om de klager door
                    te geleiden naar de antidiscriminatievoorziening. In de wet is uitdrukkelijk
                    aangegeven dat de antidiscriminatievoorziening onafhankelijk is en op geen
                    enkele wijze onder het gezag van de (gemeentelijke) overheid kan vallen. Het
                    gemeentelijk loket kan dan ook op geen enkele manier in de plaats treden van de
                    antidiscriminatievoorziening.</al><al>Vereisten voor de frontoffice zijn:</al><al>• - Een loket gefaciliteerd door de gemeente dan wel een gemeenteloket waar
                    klager een klacht kan melden, luisterend oor kan vinden en professioneel kan
                    worden doorverwezen naar de antidiscriminatievoorziening.</al><al>• - Loketmedewerker dient inzicht te hebben in de materie</al><al>• - Positie als doorgeefluik helder moet zijn.</al><al>Vereisten voor de backoffice:</al><al>• - Deze worden opgenomen in de subsidieregeling tussen gemeenten en
                    antidiscrimiantievoorzieningen.</al><al>Strikt juridisch is het niet noodzakelijk om met een front- en backoffice te
                    werken. Daarom hebben wij deze vereisten niet in de modelverordening
                    opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><al>De wet is op 28 juli 2009 in werking getreden. De wet geeft gemeenten uiterlijk
                    een half jaar na inwerkingtreding van de wet, dus op 28 januari 2010, de tijd om
                    bovenbestaande te hebben geregeld.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>