<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2548_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint-Michielsgestel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Brug, 31 mei 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-05-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-06-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2:2, 3:13, 4:1, 6:4, 6:5, 6:10</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Index: 1.106</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>instelling commissie advisering bezwaarschriften en klachten</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Interne klachtenprocedure gemeente Sint-Michielsgestel</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I:</nr><titel>Begripsbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>(begripsbepalingen</titel></kop><al>):</al><lijst><li nr="1."><al>In deze verordening wordt ten aanzien van de behandeling van
                                    bezwaarschriften verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan:</al><al> bestuursorgaan, dat het bestreden besluit heeft
                                            genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie:</al><al> commissie van advies voor bezwaarschriften;</al></li><li nr="c."><al>wet:</al><al> Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt ten aanzien van de behandeling van
                                    klachten als bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Nationale Ombudsman:</al><al> De Nationale Ombudsman te Den Haag.</al></li><li nr="b."><al>orgaan:</al></li></lijst></li><li nr="1."><al>de Gemeenteraad en de commissies, voor zover het aan hun
                                    opgedragen uitvoeringstaken betreft.</al></li><li nr="2."><al>het college van burgemeester en wethouders en de
                                    burgemeester.</al><lijst><li nr="c."><al>gedraging:</al></li></lijst></li></lijst><al>het in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijk persoon of
                            rechtspersoon handelen of nalaten te handelen door:</al><lijst><li nr="1."><al>een orgaan;</al></li><li nr="2."><al>de voorzitter of een lid van een orgaan;</al></li><li nr="3."><al>een ambtenaar, niet zijnde een ambtenaar van politie, of een
                                    daarmee op grond van diens werkzaamheid gelijk te stellen
                                    persoon (inclusief arbeidscontractanten) in de uitoefening van
                                    zijn functie, alsmede een gewezen ambtenaar.</al><lijst><li nr="d."><al>klager:</al></li></lijst></li></lijst><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een klacht heeft ingediend
                            conform artikel 9:1 van de wet.</al><al>e.rechterlijke instantie:</al><al>personen of colleges, bij of krachtens de wet geheel of ten dele met
                            rechtspraak belast en te dien aanzien van het openbaar bestuur
                            onafhankelijk, voor zover het deze rechtspraak betreft.</al><lijst><li nr="3."><al>Een gedraging van de personen bedoeld in het vorige lid onder c,
                                    onderdeel 3, kan tevens worden toegerekend aan het daarvoor
                                    bestuurlijk verantwoordelijke orgaan.</al></li><li nr="4."><al>In deze verordening wordt ten aanzien van de behandeling van
                                    klachten als bedoeld in artikel 4 van de Huisvestingswet
                                    verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>besluit:</al></li></lijst></li></lijst><al>elk besluit van een bestuursorgaan van de gemeente Sint-Michielsgestel
                            of een in de gemeente Sint-Michielsgestel werkzame toegelaten
                            woningbouwcorporatie ter uitvoering van de overeenkomst
                            Woonruimteverdeling.</al><al>b.commissie:</al><al>commissie van advies voor bezwaarschriften en klachten ex artikel 4 van
                            de Huisvestingswet.</al><al>c.klager:</al><al>de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een klacht heeft ingediend
                            conform artikel 6:1 en 6:3 van deze verordening.</al><al>d.orgaan:</al><al>Elk orgaan van de bij de overeenkomst Woonruimteverdeling betrokken
                            contract-partijen, welk belast is met het nemen van besluiten ter
                            uitvoering van die overeenkomst.</al><al>e.overeenkomst:</al><al>de overeenkomst Woonruimteverdeling, aangegaan bij raadsbesluit van 28
                            november 1996, inclusief eventuele latere wijzigingen van die
                            overeenkomst.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II:</nr><titel>De commissie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>(inleidende bepaling):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                                tegen besluiten van de raad, burgemeester en wethouders en de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het bepaalde in het eerste lid zijn uitgesloten de
                                bezwaarschriften, die zijn ingediend tegen besluiten op grond van
                                enige gemeentelijke verordening met betrekking tot de heffing en/of
                                invordering van gemeentelijke belastingen en/of rechten, en
                                bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van de
                                Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie is belast met de advisering inzake klachten als bedoeld
                                in artikel 4 van de Huisvestingswet tegen besluiten ter uitvoering
                                van de overeenkomst Woonruimteverdeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>(samenstelling van de commissie):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste drie leden,
                                waarvan de voorzitter of diens plaatsvervanger en tenminste twee
                                leden in wisselende samenstelling hoorzittingen en beraadslagingen
                                van de commissie bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de samenstelling van de commissie bij
                                hoorzittingen en beraadslagingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd, geschorst
                                en ontslagen door de gemeenteraad op voorstel van burgemeester en
                                wethouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tot voorzitter van de commissie of lid van de commissie zijn niet
                                benoembaar:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester en de leden van een orgaan, als bedoeld in
                                        artikel 1:1, tweede lid, sub b, of van overige gemeentelijke
                                        commissies;</al></li><li nr="b."><al>ambtenaren en andere personen, als bedoeld in artikel 1:1,
                                        tweede lid sub c, onderdeel 3;</al></li><li nr="c."><al>Bestuurders en personeelsleden van in de gemeente
                                        Sint-Michielsgestel werkzame toegelaten
                                        woningbouwcorporaties welke contractant zijn bij de
                                        overeenkomst Woonruimteverdeling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>(kamers):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek van de
                                commissie kamers instellen, die belast worden met de behandeling van
                                bijzondere categorieën bezwaarschriften of met de behandeling van
                                klachten in de zin van artikel 4 van de Huisvestingswet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders bepaalt het aantal kamers
                                en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën
                                bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden, te weten:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorzitter, zijnde de voorzitter of een van de leden van
                                        de commissie, uit haar midden aangewezen;</al></li><li nr="b."><al>ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen
                                        uit haar midden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissie wijst uit haar midden voor elk lid, als bedoeld in het
                                derde lid onder b, een eerste en een tweede plaatsvervanger
                                aan.</al><al> Indien geen plaatsvervanger beschikbaar is, wijst de voorzitter van
                                de commissie een ander lid van de commissie als zodanig aan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kamer kan beslissen, dat de behandeling van een bezwaarschrift of
                                klacht in de zin van artikel 4 van de Huisvestingswet door de
                                commissie zal geschieden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in
                                deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>(de secretaris):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De secretaris van de commissie is een door burgemeester en
                                wethouders aangewezen ambtenaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen tevens een of meer
                                plaatsvervangers van de secretaris aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 2:3
                                wijzen burgemeester en wethouders voor elke kamer afzonderlijk een
                                secretaris aan. De secretaris van een kamer treedt tevens op als
                                plaatsvervangend secretaris van de commissie in plenaire
                                samenstelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>(zittingsduur):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen een rooster van aftreden vast. De
                                voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag die in
                                het rooster is vermeld. Zij kunnen worden herbenoemd. Op de
                                herbenoeming is het bepaalde in artikel 2:2, lid 3 van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment
                                ontslag nemen. Het ontslag wordt schriftelijk ingediend bij de
                                Gemeenteraad onder gelijktijdige mededeling aan de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij vervulling van een vacature als gevolg van ontslag op een ander
                                tijdstip dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, treedt het
                                opvolgend lid af op de dag, dat het ontslagen lid volgens rooster
                                zou aftreden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III:</nr><titel>Procedure behandeling bezwaarschriften.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>(ingediend bezwaarschrift):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo
                                spoedig mogelijk in handen v an de commissie gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet
                                wordt vermeld, dat een commissie over het bezwaar zal
                                adviseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>(overdracht van bevoegdheden):</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de artikelen:</al><lijst><li nr="-"><al>2:1, tweede lid,</al></li><li nr="-"><al>6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn
                                    waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de
                                    vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden
                                    hersteld,</al></li><li nr="-"><al>6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens
                                    de behandeling door de commissie,</al></li><li nr="-"><al>7:4, tweede lid,</al></li><li nr="-"><al>7:6, vierde lid,</al></li></lijst><al>van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend
                            door de voorzitter van de commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>(vooronderzoek):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding
                                van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle
                                gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen
                                zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen.</al><al> Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van
                                burgemeester en wethouders vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>(hoorzitting):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de
                                gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen
                                horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde
                                artikelen besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan
                                mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>(uitnodiging zitting):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                                minste drie weken voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de
                                gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de
                                zitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen
                                de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen
                                de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het
                                tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken
                                voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het
                                eerste, tweede en derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>(quorum):</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist, dat in ieder geval de
                            voorzitter, dan wel zijn waarnemer en twee leden aanwezig zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>(niet deelneming aan de behandeling):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                                behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij twijfel of zich een omstandigheid voordoet, als bedoeld in het
                                eerste lid, beslist de commissie met gesloten deuren bij meerderheid
                                van stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>(openbaarheid zitting):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of
                                een van de aanwezige leden het nodig oordeelt, of indien een
                                belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de commissie vervolgens beslist, dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn, die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten,
                                vindt de zitting plaats met gesloten deuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>(spreektijd):</titel></kop><al>De voorzitter van de commissie kan in het belang van een ordentelijk
                            verloop van de zitting de spreektijd van belanghebbenden en verweerders
                            vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>(schriftelijke verslaglegging):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen
                                van de aanwezigen, met aarbij een vermelding van hun
                                hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer
                                is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het verslag hiervan melding.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>(nader onderzoek):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit
                                onderzoek houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbenden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de in het
                                eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de
                                commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe
                                hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk
                                verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De nieuwe hoorzitting wordt in ieder geval gehouden indien naar
                                aanleiding van het nader onderzoek of anderszins, feiten of
                                omstandigheden bekend worden, die voor de op het bezwaarschrift te
                                nemen beslissing van belang kunnen zijn, zulks naar het oordeel van
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de
                                hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>(raadkamer en advies):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies.</al><lijst><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, dan beslist de
                                        stem van de voorzitter.</al></li><li nr="c."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                        gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>(uitbrengen advies / voorstel):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies c.q. het voorstel wordt, onder medezending van het
                                verslag als bedoeld in artikel 3:10 en eventueel door de commissie
                                ontvangen nadere informatie tijdig uitgebracht aan het
                                bestuursorgaan, dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter zendt een afschrift van het advies c.q. het voorstel
                                en het verslag van de zitting aan de belanghebbenden. Daarbij wijst
                                hij erop, dat het bevoegd orgaan bij zijn beslissing kan afwijken
                                van het advies c.q. het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de
                                termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid van
                                de wet, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                                advies c.q. het opstellen van een voorstel door de commissie en het
                                nemen van een beslissing, verzoekt hij het in het eerste lid bedoeld
                                bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                belanghebbenden een afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV:</nr><titel>PROCEDURE INTERNE BEHANDELING VAN KLACHTEN.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>(nadere regels):</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders en de burgemeester stellen nadere regels voor
                            de interne behandeling van klachten. Deze nadere regels omvatten in
                            ieder geval regels omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het opdragen van de voorbereiding van de afdoening van klachten
                                    aan ambtelijke medewerkers;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop het bestuursorgaan en de met de voorbereiding
                                    belaste ambtenaar kennis vergaren omtrent de relevante feiten en
                                    de af te wegen belangen;</al></li><li nr="c."><al>de centrale registratie van klachten;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop voorlichting aan burgers plaatsvindt met
                                    betrekking tot de mogelijkheid tot het indienen van
                                    klachten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>(uitzondering klachten SIAG):</titel></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op klachten waarop de
                            ‘Verordening klachtbehandeling seksuele intimidatie, agressie en geweld’
                            van toepassing is.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V:</nr><titel>PROCEDURE EXTERNE BEHANDELING VAN KLACHTEN.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>(Klacht bij Nationale Ombudsman)</titel></kop><al>Indien klager niet kan instemmen met de uitkomst van de (interne)
                            klachtbehandeling kan hij zijn klacht voorleggen aan de Nationale
                            Ombudsman.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI:</nr><titel>PROCEDURE BEHANDELING KLACHTEN OP GROND VAN DE
                            HUISVESTINGSWET.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>(klachten in eerste aanleg):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder die door een besluit ter uitvoering van de overeenkomst
                                Woonruimteverdeling rechtstreeks in zijn belang getroffen is, kan
                                daarover in eerste aanleg schriftelijk zijn beklag doen bij het
                                orgaan dat het besluit heeft genomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De termijn voor het indienen van een klacht bedraagt zes weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit
                                is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De artikelen 6:9 tot en met 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht
                                zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>(interne klachtenbehandeling)</titel></kop><al>Klachten welke zich richten tegen besluiten van bij de overeenkomst
                            Woonruimteverdeling betrokken woningbouwcorporaties, worden behandeld
                            conform de daarvoor binnen die corporatie geldende interne
                            klachtenprocedure op grond van artikel 16, lid 3 van het Besluit beheer
                            sociale-huursector.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>(klachten in tweede aanleg)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder die door een besluit ter uitvoering van de overeenkomst
                                Woonruimteverdeling rechtstreeks in zijn belang getroffen is, kan
                                daarover in tweede aanleg zijn beklag doen bij de onafhankelijke
                                commissie voor de behandeling van bezwaarschriften en klachten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De termijn voor het indienen van een klacht bedraagt zes weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit
                                op de klacht in eerste aanleg is bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De artikelen 6:9 tot en met 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht
                                zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>(weigering en fictieve weigering)</titel></kop><al>Voor de toepassing van artikel 6:3 wordt met een besluit
                            gelijkgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en</al></li><li nr="b."><al>het niet tijdig nemen van een besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>(eisen aan het klaagschrift)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het klaagschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de indiener;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het besluit waartegen de klacht zich
                                        richt;</al></li><li nr="d."><al>de gronden van de klacht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het klaagschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit
                                waarop het geschil betrekking heeft, alsmede de beslissing op de
                                klacht in eerste aanleg, overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet is voldaan aan de in artikel 6:5, lid 1 van deze
                                verordening of aan enig bij de wet of deze verordening gesteld
                                vereiste voor het in behandeling nemen van de klacht, kan het orgaan
                                welk belast is met de beslissing op de klacht besluiten de klacht
                                niet te behandelen, mits de klager de gelegenheid heeft gehad binnen
                                een door de commissie gestelde termijn het verzuim te
                                herstellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit om de klacht niet in behandeling te nemen wordt aan de
                                klager bekendgemaakt binnen acht weken nadat de klacht is aangevuld
                                of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>(ontvangstbevestiging)</titel></kop><al>De voorzitter van de commissie bevestigt de ontvangst van de klacht en
                            geeft daarvan zo spoedig mogelijk kennis aan het orgaan dat het
                            bestreden besluit heeft genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>(informatieverstrekking)</titel></kop><al>Het orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen zendt alle op de zaak
                            betrekking hebbende bescheiden zo spoedig mogelijk toe aan de
                            commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:8</nr><titel>(hoorplicht)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de commissie advies uitbrengt, stelt zij belanghebbenden in
                                de gelegenheid te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 7:3, 7:4 en 7:6 tot en met 7:9 van de Algemene wet
                                bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
                                verstande dat voor "bestuursorgaan" gelezen moet worden "de
                                commissie".</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:9</nr><titel>(raadkamer en advies):</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies.</al><lijst><li nr="b."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, dan beslist de
                                        stem van de voorzitter.</al></li><li nr="c."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                        gemaakt, indien die minderheid dat verlangt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een bindend voorstel voor de te
                                nemen beslissing op de klacht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:10</nr><titel>(termijn voor het uitbrengen van advies)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het advies c.q. het voorstel wordt, onder medezending van het
                                verslag van de hoorzitting en eventueel door de commissie ontvangen
                                nadere informatie binnen tien weken na ontvangst van het
                                klaagschrift uitgebracht aan het orgaan, dat op het klaagschrift
                                dient te beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de indiener
                                is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:5 te herstellen,
                                tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde
                                termijn ongebruikt is verstreken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie kan de termijn voor het uitbrengen van advies voor ten
                                hoogste vier weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Verder uitstel is mogelijk voor zover de indiener van het
                                klaagschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet
                                in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter zendt een afschrift van het advies c.q. het voorstel
                                en het verslag van de zitting aan de belanghebbenden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:11</nr><titel>(beslistermijn)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het orgaan, dat op het klaagschrift dient te beslissen, beslist
                                binnen vier weken na ontvangst van het advies van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het orgaan kan de beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen.
                                Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan
                                belanghebbenden en aan de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:12</nr><titel>(beslissing)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op grondslag van het ingediende klaagschrift en met inachtneming van
                                het bindend advies van de commissie, vindt een heroverweging van het
                                bestreden besluit plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het
                                orgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de
                                plaats daarvan een nieuw besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:13</nr><titel>(motivering en bekendmaking)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beslissing op het klaagschrift dient te berusten op een
                                deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing
                                wordt vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beslissing wordt bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan
                                degenen tot wie zij is gericht. Zo spoedig mogelijk na de
                                bekendmaking wordt van de beslissing mededeling gedaan aan de
                                commissie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII:</nr><titel>SLOTBEPALINGEN.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:1</nr><titel>(jaarverslag):</titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks van haar verrichtingen een beknopt verslag
                            uit aan de raad, het college van burgemeester en wethouders en de
                            burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:2</nr><titel>(inwerkingtreding).</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 mei 2003.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:3</nr><titel>(citeertitel).</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening
                                    behandeling bezwaarschriften en klachten 2003".</al></li><li nr="2."><al>De Commissie van advies voor bezwaar- en beroepschriften kan
                                    worden aangehaald als: " Commissie Rechtsbescherming".</al></li></lijst><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>