<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR254764_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Erfgoedcommissie Schagen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schagen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Schager Weekblad 30 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Erfgoedcommissie Schagen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-10-17</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013-9</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Erfgoedcommissie Schagen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening op de Erfgoedcommissie Schagen 2013</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><al>a. monument: </al><al>1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis
                            voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; </al><al>2. terrein of water dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige
                            zaak als bedoeld onder 1; </al><al>3. complex van zaken en/of terreinen en wateren, dat van belang is
                            wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                            cultuurhistorische waarde en wegens de samenhang tussen de zaken,
                            terreinen en/of wateren;</al><al> b. beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, als bedoeld
                            onder a, dat overeenkomstig de bepalingen van de ‘Erfgoedverordening
                            Harenkarspel 2010’ de ‘Erfgoedverordening gemeente Schagen 2010’ en de
                            ‘Erfgoedverordening gemeente Zijpe 2012’ als zodanig is aangewezen, geen
                            monument betreffende dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de
                            Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de
                            monumentenverordening van de provincie Noord-Holland;</al><al> c. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de
                            overeenkomstig de Erfgoedverordening Schagen 2013 aangewezen beschermde
                            gemeentelijke monumenten; </al><al>d. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in
                            de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; </al><al>e. stads- of dorpsgezicht: de waardevolle verschijningsvorm van een
                            gebied, in zijn stedenbouwkundige en architectonische samenhang, zoals
                            deze wordt gevormd door groepen van zaken, hieronder begrepen bomen,
                            wegen, straten, dijken, bruggen, vaarten, sloten en andere wateren, die
                            met één of meer monumenten een beeld vormen, dat van algemeen belang is
                            wegens de schoonheid of het eigen karakter van het geheel;</al><al> f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Schagen; </al><al>g. erfgoedverordening: Erfgoedverordening Schagen 2013;</al><al> h. commissie: de Erfgoedcommissie van de gemeente Schagen, op grond van
                            artikel 15 van de Monumentenwet 1988, als bedoeld in de
                            Erfgoedverordening Schagen 2013;</al><al>i: kleine commissie: de commissie als bedoeld in artikel 12 van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Taak commissie</titel></kop><al>De commissie heeft tot taak het college op verzoek of uit eigen beweging
                            te adviseren over:</al><lijst><li nr="1."><al> het aanwijzen van beschermde gemeentelijke monumenten en de
                                    samenstelling van de gemeentelijke monumentenlijst;</al></li><li nr="2."><al>de aanwijzing van beschermde rijksmonumenten, als bedoeld in
                                    artikel 3 van de Monumentenwet 1988; </al></li><li nr="3."><al>aanvragen voor subsidie van gemeentelijke monumenten;</al></li><li nr="4."><al>aanvragen om omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten;
                                </al></li><li nr="5."><al>aanvragen om omgevingsvergunning voor beschermde rijksmonumenten
                                    als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="6."><al>het aanwijzen van beschermde stads- en dorpsgezichten,
                                    beeldbepalende en karakteristieke panden; </al></li><li nr="7."><al> het archeologisch belang bij ruimtelijke ontwikkelingen;</al></li><li nr="8."><al>bestemmingsplannen, voor zover daarbij belangen van
                                    cultuurhistorische waarden in het geding zijn; </al></li><li nr="9."><al>alle overige aangelegenheden die van belang zijn voor de
                                    behartiging van het cultuurhistorisch beleid in de gemeente
                                    Schagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Reikwijdte advies</titel></kop><al>Bij het uitbrengen van het advies laat de commissie zich uitsluitend
                            leiden door overwegingen van geschiedkundig, architectonisch,
                            archeologisch, cultuur-, kunst-, bouw- en sociaalhistorisch belang en/of
                            historisch geografisch belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie is samengesteld uit ten minste vijf leden,
                                    inclusief de voorzitter. De leden worden door de raad op
                                    voordracht van het college benoemd. De commissie bestaat ten
                                    minste uit: </al><al>- een restauratiearchitect; </al><al>- een architectuurhistoricus of bouwhistoricus; </al><al>- een lid namens de plaatselijke historische verenigingen; </al><al>- een (amateur)archeoloog. - een overig lid.</al></li><li nr="2."><al>De leden hebben zitting voor een periode van vier jaar en zijn
                                    onmiddellijk hernoembaar voor nog één zittingsperiode. Na deze
                                    tweede zittingsperiode wordt in een rooster van aftreden de
                                    wisseling van de commissie leden zodanig geregeld dat jaarlijks
                                    ongeveer een vijfde deel van de commissieleden aftreedt. </al></li><li nr="3."><al>Een lid kan te allen tijde zijn ontslag nemen en dient dit
                                    schriftelijk in bij het college.</al></li><li nr="4."><al>In geval van onvoldoende functioneren van de voorzitter of een
                                    commissielid, of wanneer de voorzitter of een commissielied drie
                                    achtereenvolgende vergaderingen zonder opgaaf van redenen niet
                                    aanwezig is, kan het college de voorzitter of het commissielid
                                    ontslaan. </al></li><li nr="5."><al> Een lid dat aftreedt of ontslag neemt blijft lid, totdat een
                                    opvolger de benoeming heeft aanvaard. </al></li><li nr="6."><al>Bij afwezigheid van de voorzitter kan een ander lid van de
                                    commissie, daartoe door de commissie aangewezen, als voorzitter
                                    optreden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vergaderingen commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie vergadert: </al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al> na schriftelijke oproep van de voorzitter en/of secretaris;
                                </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> op verzoek van tenminste twee van haar leden; </al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> op verzoek van het college. </al><al>De voorzitter en/of secretaris belegt vervolgens binnen twee
                                    weken na ontvangst van het verzoek de vergadering. </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al> De commissie vergadert minimaal vier keer per kalenderjaar.
                                </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al> De commissie vergadert slechts indien minimaal 3 leden aanwezig
                                    zijn. Wanneer het vereiste aantal leden niet is opgekomen, zal
                                    een nieuwe vergadering worden belegd. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al> In spoedeisende gevallen kan van het bepaalde in het derde lid
                                    van dit artikel worden afgeweken, waarvan mededeling wordt
                                    gedaan in het uit te brengen advies. </al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al> De commissie is bevoegd om zich te laten adviseren door andere
                                    personen en/of instanties. </al></li></lijst><lijst><li nr="6."><al> De vergaderingen van de commissie zijn in beginsel openbaar. Op
                                    voorstel van voorzitter en/of een lid van de commissie, kan de
                                    commissie besluiten om de vergadering achter gesloten deuren
                                    voort te zetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Advisering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Adviezen worden uitgebracht met volstrekte meerderheid van
                                    stemmen. Staande de vergadering van de commissie wordt het
                                    advies geformuleerd. </al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Indien geen eenstemmig advies wordt uitgebracht, wordt het
                                    gevoelen van de minderheid in het advies vermeld. </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Geen lid mag vertegenwoordigd zijn bij de beraadslaging en bij
                                    de vaststelling van een advies over zaken, waarbij het lid als
                                    belanghebbende is betrokken. </al></li></lijst><lijst><li nr="4."><al> Alle adviezen zijn met redenen omkleed.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><al>- het leiden van de vergadering; </al><al>- het handhaven van de orde van de vergadering;</al><al> - het doen naleven van deze verordening; </al><al>- hetgeen deze verordening de voorzitter verder opdraagt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college wijst een ambtenaar aan als secretaris voor de
                                    commissie.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De secretaris heeft geen stemrecht.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De secretaris heeft tot taak: </al><al>- het in overleg met de voorzitter samenstellen van de
                                    vergaderagenda;</al><al>- het maken van een verslag van het tijdens de vergadering
                                    behandelde;</al><al>- het ondersteunen van de commissie bij het formuleren van de
                                    adviezen; </al><al>- het college in kennis stellen van de adviezen van de
                                    commissie;</al><al> - de commissie in kennis stellen van de besluiten van het
                                    college aangaande de door de commissie uitgebrachte
                                    adviezen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vergoeding commissieleden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissieleden en de voorzitter ontvangen per bijgewoonde
                                    commissievergadering presentiegeld en een reiskostenvergoeding
                                    voor de reisafstand groter dan 10 km tussen hun woonplaats en
                                    het gemeentehuis of een nader bepaalde vergaderlocatie. </al></li><li nr="2."><al>De commissieleden en de voorzitter ontvangen ingeval van een
                                    werkbezoek op locatie, indien dit werkbezoek wordt uitgevoerd op
                                    verzoek van de gemeente en noodzakelijk is voor het uitbrengen
                                    van een advies, een vergoeding en een reiskostenvergoeding voor
                                    de reisafstand groter dan 10 km tussen hun woonplaats en de
                                    locatie van het werkbezoek. </al></li><li nr="3."><al> De commissieleden en de voorzitter ontvangen ingeval van een
                                    werkbezoek op locatie, indien dit werkbezoek wordt uitgevoerd op
                                    eigen initiatief, een reiskostenvergoeding voor de reisafstand
                                    groter dan 10 km tussen hun woonplaats en de locatie van het
                                    werkbezoek. </al></li><li nr="4."><al>Ingeval van advisering over veelomvattende cultuurhistorische
                                    aangelegenheden, waarbij naar het oordeel van het college een
                                    onevenredige hoeveelheid uren gemoeid is met de voorbereiding
                                    door leden en voorzitter op deze advisering, kan het college
                                    besluiten een extra vergoeding toe te kennen aan de voorzitter
                                    en de leden, in aanvulling op het bovengenoemde presentiegeld.
                                </al></li><li nr="5."><al>De hoogte van het presentiegeld, de vergoeding voor werkbezoek,
                                    de reiskosten en de eventuele extra vergoeding wordt vastgesteld
                                    door het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Horen derden</titel></kop><al>De commissie is bevoegd derden te horen, met dien verstande dat de
                            commissie machtiging van het college behoeft, indien aan het horen van
                            derden kosten zijn verbonden voor de gemeente. Het verzoek tot
                            machtiging wordt gedaan onder overlegging van een kostenoverzicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Ondertekening</titel></kop><al>Alle stukken die van de commissie uitgaan, worden getekend door de
                            voorzitter en de secretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kleine commissie in verband met aanvragen om
                                omgevingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een kleine commissie die tot taak heeft te adviseren over
                                aanvragen om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.4 en
                                2.5.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kleine commissie bestaat uit de in artikel 4 bedoelde
                                architectuurhistoricus of bouwhistoricus die tevens fungerend
                                voorzitter van de kleine commissie is, en de secretaris als bedoeld
                                in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college benoemt de fungerend voorzitter tevens als lid van de
                                welstandscommissie als bedoeld in artikel 9 van de Bouwverordening
                                Schagen 2013. Ingeval van verhindering wijst de commissie een ander
                                lid ter vervanging aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alle stukken die van de kleine commissie uitgaan, worden getekend
                                door de fungerend voorzitter en de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op het functioneren van de kleine commissie en het secretariaat
                                daarvan zijn de bepalingen van deze verordening waar mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De kleine commissie kan een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid,
                                agenderen voor een vergadering van de commissie, waarna de commissie
                                het advies uitbrengt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, evenals bij
                            gerezen geschillen, beslist het college, de commissie gehoord
                            hebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking, op de
                                daartoe geëigende wijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met de inwerkingtreding van deze verordening worden de
                                    <cursief>‘Verordening op de monumentencommissie gemeente
                                    Zijpe’</cursief> 1991 en het <cursief>‘Reglement
                                    monumentencommissie Schagen 2007’</cursief> van de gemeente
                                Schagen ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening op de
                            Erfgoedcommissie Schagen 2013’ </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ondertekening. </ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schagen in zijn openbare
                        vergadering van 3 januari 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De Griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>