<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25451_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2007, 8</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 140</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de expertisecentra, art. 134</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het voortgezet onderwijs, art. 96g</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-03-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/039</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 140 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 134 van de
                        Wet op de expertisecentra en artikel 96g van de Wet op het voortgezet
                        onderwijs</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de navolgende Verordening materiële finaciële gelijkstelling
                        onderwijs gemeente Tilburg.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="1."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Tilburg; </al></li><li nr="2."><al>schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare
                                    of bijzondere school, of, voor zover in deze verordening is
                                    bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is
                                    gelegen in een andere gemeente; </al></li><li nr="3."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs en school voor voortgezet onderwijs; </al><lijst><li nr="·"><al>school voor basisonderwijs: een basisschool of een
                                            speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; </al></li><li nr="·"><al>school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een school
                                            voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en
                                            voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1
                                            van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor
                                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school
                                            voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; </al></li><li nr="·"><al>school voor voortgezet onderwijs: school of
                                            scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                            onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                            onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                            praktijkonderwijs. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                    ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, of van
                                    de Wet op de expertisecentra, artikel X van de wet van 31 mei
                                    1995 (Stb. 319) of van de Wet op het voortgezet onderwijs voor
                                    bekostiging in aanmerking is gebracht; </al></li><li nr="5."><al>voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening; </al></li><li nr="6."><al>aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde
                                    nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt
                                    aangevuld; </al></li><li nr="7."><al>indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage
                                    Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor
                                    een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn
                                    ingediend; </al></li><li nr="8."><al>toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de
                                    bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een
                                    schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een
                                    aanvullende voorziening; </al></li><li nr="9."><al> tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen
                                    van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend;
                                </al></li><li nr="10."><al>subsidieplafond: het door de raad of het college vastgestelde
                                    bedrag, voor een door de raad aangewezen voorziening, dat ten
                                    hoogste beschikbaar is binnen een bepaald tijdvak; </al></li><li nr="11"><al>feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college
                                    waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura
                                    beschikbaar wordt gesteld; </al></li><li nr="12"><al>subsidievaststelling: de beschikking van het college waarin het
                                    subsidiebedrag voor een voorziening of aanvullende voorziening
                                    definitief wordt vastgesteld en een recht op uitbetaling
                                    ontstaat. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en verdelingsregels</titel></kop><al>De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen.
                            Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvullende voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld
                                met een voorziening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak
                                bestaat op de aanvullende voorziening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van
                                het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum
                                aan de schoolbesturen bekend. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Procedures</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.1 Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Toevoegen, wijzigen en intrekken</titel></kop><al>Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen,
                                wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken
                                voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste
                                        daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum
                                        een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet
                                        van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een
                                        indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag
                                        niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het
                                        college om de aanvraag niet te behandelen. Bij de indiening
                                        van een aanvraag en de verstrekking van de gegevens dient
                                        het schoolbestuur gebruik te maken van het door het college
                                        vastgestelde formulier. </al></li><li nr="2."><al>De aanvraag vermeldt: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van het schoolbestuur; </al></li><li nr="b."><al>de dagtekening; </al></li><li nr="c."><al>de gewenste voorziening; </al></li><li nr="d."><al>de naam van de school en de onderwijssoort indien de
                                                voorziening is bestemd voor een school; </al></li><li nr="e."><al>een motivering dat wordt voldaan aan de
                                                toekenningscriteria. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college
                                        dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt
                                        het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de
                                        datum van verzending van de mededeling de gegevens
                                        schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de
                                        ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt,
                                        beslist het college de aanvraag niet te behandelen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit binnen zes weken na de indieningsdatum op
                                    een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen
                                    indieningsdatum is voorgeschreven, beslist het college binnen
                                    zes weken na ontvangst van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken
                                    verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het
                                    einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college
                                    schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij
                                    geeft het college de reden voor de verlenging aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt binnen vier weken na de datum van de
                                    beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan
                                    schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de voorziening in ieder geval indien: </al><lijst><li nr="1."><al>de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van
                                        deze verordening; </al></li><li nr="2."><al>niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria; </al></li><li nr="3."><al>door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou
                                        worden overschreden. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.2 Aanvraag aanvullende voorzieningen;
                                weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient
                                    een aanvraag in bij het college. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van
                                    toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag
                                of binnen acht weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens.
                                Binnen vier weken na de datum van de beschikking stelt het college
                                het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval
                                indien: </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>de gevraagde voorziening geen aanvullende
                                                voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is; </al></li><li nr="2."><al>niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria.
                                            </al></li><li nr="3."><al>door verstrekking van de subsidie het
                                                subsidieplafond zou worden overschreden. </al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 2.3 Toekenning; intrekking of wijziging; verbod
                                vervreemding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inhoud beschikking tot toekenning; betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beschikking van het college tot toekenning van een
                                    voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening; of
                                        </al></li><li nr="b."><al>een subsidievaststelling. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is
                                            toegekend; </al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient
                                            uit te voeren. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts: </al><lijst><li nr="a."><al>het bedrag van de subsidie; </al></li><li nr="b."><al>voorzover van belang de wijze waarop rekening en
                                            verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan
                                            het college. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de
                                    subsidievaststelling plaats. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekken of wijzigen beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een beschikking intrekken of ten nadele van het
                                    schoolbestuur wijzigen: </al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten en omstandigheden waarvan het
                                            college bij de toekenning van de voorziening
                                            redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond
                                            waarvan de toekenning van de voorziening anderszins zou
                                            hebben plaatsgevonden; </al></li><li nr="b."><al>indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de
                                            beschikking gestelde verplichtingen; </al></li><li nr="c."><al>indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur
                                            dit wist of behoorde te weten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De intrekking of wijziging van een beschikking tot
                                    subsidievaststelling werkt terug tot en met het tijdstip van
                                    toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of
                                    wijziging anders is bepaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen (*en voorschotten) kunnen
                                worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is
                                vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in artikel 13,
                                eerste lid onder b, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken. Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde
                                voorzieningen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag
                                waarop de voorziening is toegekend nog geen vijf jaren zijn
                                verstreken en de aard van de voorziening dit mogelijk maakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verbod tot vervreemding</titel></kop><al>Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze
                                verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder
                                toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van
                                voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van
                                samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander
                                schoolbestuur.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens
                            die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel; inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële
                                financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Tilburg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2007.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Specifieke bepalingen ten behoeve van de verdeling van de middelen voor
                        praktijk gericht onderwijs.</titel></kop><al><vet>I. Aanduiding van de voorziening </vet></al><al>Vergoeding voor de aanpassing van de huisvesting van een bestaand school-gebouw
                    waardoor dat gebouw beter geschikt wordt gemaakt voor praktijkgericht
                    onderwijs.</al><al>Onder een bestaand gebouw wordt mede verstaan een gebouw waarvan de realisatie
                    als zover gevorderd is dat oplevering en ingebruikneming in 2007 of 2008 zal
                    plaatsvinden. Bij de aanpassing van het gebouw kan het tevens gaan om een nieuwe
                    inrichting ten behoeve van het praktijkgericht onderwijs.</al><al><vet>II Indieningsdatum </vet></al><al>De aanvraag voor de subsidie dient vóór 1 mei 2007 te worden ingediend.</al><al><vet>III Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend </vet></al><al>Kalenderjaar 2007. </al><al><vet>IV Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking
                        komt voor een voorziening </vet></al><al><vet>IVa Schoolsoort</vet></al><al>Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs</al><al><vet>IVb</vet></al><al>De voorziening staat open voor alle hoofdvestigingen en nevenvestigingen binnen
                    de gemeentegrenzen.</al><al><vet>IVc</vet></al><al>Een school komt in aanmerking voor deze voorziening indien deze niet eerder op
                    basis van deze verordening ter beschikking is gesteld.</al><al>Voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2 van de Verordening
                    voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Tilburg, zoals deze op het moment
                    van toepassing luidt, komen niet voor subsidie in aanmerking op basis van deze
                    verordening.</al><al><vet> V Wijze van toekenning met de daarbij behorende
                    berekeningseenheid</vet></al><al>-het aantal leerlingen (V)SO, ouder dan 12 jaar (inclusief ZMLK) op 1 oktober
                    2005, zoals opgegeven op de leerlingentelling OCW/CFI:</al><al>€ 1.000,- per leerling (V)SO ouder dan 12 jaar (inclusief ZMLK), en</al><al>€ 140,- extra per leerling ZMLK;</al><al>-een plan waarin de aanvraag wordt onderbouwd. Uit dit plan moet blijken om
                    welke aanpassingen het gaat, wat daarvan de doelstelling is en welk bedrag wordt
                    gevraagd.</al><al><vet>VI Subsidieplafond </vet></al><al><vet>VIa </vet></al><al>Er is sprake van een subsidieplafond. Dit bedraagt € 350.000,-.</al><al><vet>VIb</vet></al><al>Het beschikbare bedrag wordt verdeeld over alle aanvragen die voor toekenning in
                    aanmerking komen. Wanneer het subsidieplafond wordt overschreden, worden de
                    bedragen zoals genoemd bij artikel V aangepast naar rato van de
                    berekeningseenheid.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting specifieke bepalingen</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>In het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) is er behoefte aan een versterking
                    van de mogelijkheden voor arbeidstoeleiding zodat leerlingen beter kunnen worden
                    voorbereid op arbeidsmatige activiteiten. Meer praktijkgericht onderwijs
                    betekent dat meer praktijkgerichte ruimte nodig is. </al><al>Om dit mogelijk te maken verdeelt de gemeente eenmalig een bedrag van €
                    324.000,-aan de (V)SO scholen. </al><al>I.<vet>Aanduiding van de voorziening</vet></al><al>Hier staat aangegeven dat het gaat om een vergoeding voor de aanpassing aan de
                    huisvesting van een bestaand schoolgebouw waardoor dat gebouw beter geschikt
                    wordt gemaakt voor praktijkgericht onderwijs. Bij aanpassing kan het ook gaan om
                    een nieuwe inrichting of om nieuwe materialen waardoor beter praktijk-gericht
                    onderwijs mogelijk is.</al><al>II.<vet>Indieningsdatum</vet></al><al>Gekozen is voor de datum van 1 mei 2007, zodat de vergoedingen zo spoedig
                    mogelijk kunnen worden toegewezen.</al><al>III.<vet>Tijdvak waarvoor voorziening wordt toegekend</vet></al><al>Omdat het om eenmalige gelden gaat, is ervoor gekozen het kalenderjaar 2007 als
                    tijdvak te kiezen. </al><al>IV.<vet>Toekenningscriteria op grond waarvan een schoolbestuur in aanmerking
                        komt voor de voorziening</vet></al><al>Het geheel van criteria zoals geformuleerd onder IV geeft de omstandigheden weer
                    waarin de school moet verkeren om in aanmerking te komen voor de
                    voorziening.</al><tussenkop>IVa Schoolsoort </tussenkop><al>Hier is aangegeven dat de mogelijkheid om de voorziening aan te vragen wordt
                    geopend voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs, zoals gedefinieerd in
                    artikel 1 van de verordening.</al><tussenkop>IVb</tussenkop><al>Hier is aangeven dat de voorziening open staat voor een nevenvestiging binnen de
                    gemeentegrenzen van een hoofdvestiging in een andere gemeente. Deze bepaling is
                    alleen van toepassing voor gemeenten waarvan de hoofdvestiging ook
                    nevenvestiging(en) in een of meer andere gemeentes heeft.</al><al>Nevenvestigingen van een in de gemeente gelegen hoofdvestiging vallen onder de
                    reikwijdte van de verordening van de gemeente van hoofdvestiging. Dit geldt ook
                    wanneer de nevenvestiging niet op het grondgebied is gesitueerd van de gemeente
                    van de hoofdvestiging.</al><al>Voor het opnemen van deze bepaling is gekozen omdat de gelden in het
                    gemeentefonds verdeeld zijn over de gemeenten met dit type onderwijs binnen de
                    gemeentegrenzen. Daarbij is een onderscheid gemaakt naar hoofd- en
                    nevenvestiging. Met andere woorden: de gemeente krijgt extra geld in het
                    gemeentefonds voor de nevenvestiging(en) binnen de gemeentegrenzen.</al><al>Door het opnemen van deze bepaling wordt het mogelijk gemaakt om dat geld ook
                    daadwerkelijk toe te leiden naar de school waarvoor dat bedoeld is.</al><tussenkop>IVc</tussenkop><al>Het betreft hier een eenmalige subsidie waarop door de school maar eenmalig
                    aanspraak kan worden gemaakt. </al><tussenkop>V Wijze van toekenning met eventueel daarbij behorende
                    berekeningseenheid</tussenkop><al>De ‘wijze van toekenning’ geeft de grondslag aan voor toekenning van
                    voorzieningen. Op grond van de wet dient de verordening te voorzien in een
                    behandeling naar dezelfde maatstaf. Met de invulling van dit element van de
                    bijlage wordt op een objectiveerbare wijze – voor wat betreft het bepalen van de
                    omvang van de toekenning – hieraan invulling gegeven.</al><al>Er wordt aangesloten bij de systematiek zoals die gebruikt is voor verdeling van
                    de FES middelen in het gemeentefonds. De verdeling vindt plaats via een maatstaf
                    die eenmalig speciaal voor dit doel in het leven is geroepen, namelijk het
                    aantal leerlingen (V)SO ouder dan 12 jaar (inclusief ZMLK) op 1 oktober 2005.
                    Dit betekent dat voor elke (V)SO-leerling ouder dan 12 jaar eenmalig een bedrag
                    van € 1.000,- beschikbaar wordt gesteld. </al><al>Aanvankelijk telden verbreed toegelaten leerlingen niet mee voor de bepaling van
                    de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds. In november 2006 is dit
                    gecorrigeerd.</al><al>Daarnaast wordt voor leerlingen ZMLK een (eenmalig) extra bedrag beschikbaar
                    gesteld. Het gaat hier om een incidentele impuls voor het jaar 2006. Ook dit
                    bedrag wordt verdeeld via een maatstaf die eenmalig speciaal hiervoor in het
                    leven is geroepen, namelijk het aantal leerlingen ZMLK op 1 oktober 2005. Dit
                    komt neer op een extra toevoeging van € 140,- per leerling VSO-ZMLK. Voor deze
                    leerlingen is er dus een bedrag van (1.000 + 140) 1.140 euro per leerling
                    beschikbaar. </al><al>Aan het VSO ZMLK zijn ook de SO ZMLK leerlingen toegevoegd van 13 jaar en ouder
                    op een school zonder VSO component. Verbreed toegelaten leerlingen zijn hierbij
                    buiten beschouwing gelaten. Een verbreed toegelaten leerling is een leerling,
                    die door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar is verklaard tot
                    een andere onderwijssoort binnen het regionaal expertisecentrum dan de
                    onderwijssoort die door de school, waar de leerling is meegeteld, wordt
                    verzorgd.</al><al>Bij beide maatstaven is gekozen om 1 oktober 2005 als definitief
                    vaststellingsmoment te gebruiken. Ook hier is aangesloten bij de
                    verdelingssystematiek van de FES-middelen in het gemeentefonds. Reden hiervoor
                    is dat het hier middelen betreft afkomstig uit het FES-fonds met een specifiek
                    doel en voor een specifieke doelgroep. Daarbij biedt dit vaststellingsmoment
                    voor alle betrokken partijen duidelijkheid over het totaal beschikbare budget. </al><al>Zoals gezegd is bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding voor dit
                    model uitgegaan van de FES-middelen die voor dit doel aan het gemeentefonds zijn
                    toegevoegd. De gemeente kan dit bedrag, in het kader van lokaal beleid hoger
                    vaststellen.</al><al>Dit bedrag is het maximale bedrag dat per leerling ter beschikking wordt
                    gesteld. Indien het subsidieplafond (zie V.) wordt uitgeput, kan het namelijk
                    noodzakelijk zijn om minder per berekeningseenheid uit te keren.</al><al>Tot slot wordt aan het schoolbestuur gevraagd in een plan in te dienen waarmee
                    de aanvraag wordt onderbouwd en inzichtelijk wordt gemaakt waaraan het geld
                    wordt uitgegeven.</al><tussenkop>VI Subsidieplafond</tussenkop><tussenkop>VIa </tussenkop><al>Voor deze voorziening wordt een subsidieplafond gehanteerd. Dat bedrag is gelijk
                    aan het budget dat voor de gemeente Tilburg voor dit doel is toegevoegd aan het
                    gemeentefonds. </al><tussenkop>VIb</tussenkop><al>Aan een subsidieplafond moeten verdelingsregels worden gekoppeld. Wanneer het
                    plafond wordt overschreden, is er in dit model voor gekozen om het beschikbare
                    bedrag te verdelen over alle aanvragen die voor toekenning in aanmerking komen.
                    De bedragen per leerling, genoemd bij V. worden in dat geval naar rato
                    aanpast/naar beneden bijgesteld. </al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 maart 2007</al><al/><al>de griffier, </al><al/><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>