<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25448_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde van de raad 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant 6 april 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde van de raad 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-03-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12-2010</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde van de raad 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Edam-Volendam;</al><al/><al>gehoord het presidium d.d. 18 maart 2010;</al><al/><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al/><al>B e s l u i t :</al><al/><al>tot het vaststellen van :</al><al/><al>HET REGLEMENT VAN ORDE VAN DE RAAD 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="-"><al>Raadsplein het geheel van bespreekrondes, andere activiteiten en
                                    informatievoorziening in de hoedanigheid van buitengewone
                                    commissievergaderingen ter voorbereiding van de besluitvorming
                                    van de raad;</al></li><li nr="-"><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing,naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="-"><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="-"><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="-"><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="-"><al>initiatiefvoorstel: voorstel voor een verordening of een ander
                                    voorstel;</al></li><li nr="-"><al>interpellatie: het vragen van inlichtingen aan het college of de
                                    burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de
                                    agenda.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een
                                door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd, aan
                                de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als
                            bedoeld in dit reglement. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter en de
                                    fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het
                                    presidium aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor
                                    het presidium.</al></li><li nr="4."><al>Elke fractievoorzitter wijst een raadslid aan, als zijn
                                    plaatsvervanger in het presidium. Indien een fractie uit 1
                                    persoon bestaat, is het toegestaan een niet-raadslid als
                                    plaatsvervanger aan te wijzen mits deze persoon vermeld staat op
                                    de kieslijst van de fractie van de laatste verkiezingen.</al></li><li nr="5."><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. Bij het
                                    trekken van conclusies houdt de voorzitter van het presidium
                                    rekening met het gevoelen van de meerderheid in de
                                    gemeenteraad.</al></li><li nr="6."><al>Het presidium heeft, naast de taken opgenomen in de artikelen 9,
                                    16, 40, 42, en 43 van deze verordening als taak aanbevelingen te
                                    doen aan de raad inzake de organisatie van de werkzaamheden van
                                    de raad en zijn commissies.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter roept het presidium bijeen voor vergaderingen met
                                    betrekking tot detaken van het presidium op het tijdstip dat hem
                                    wenselijk voorkomt, of indien tenminste twee fractievoorzitters
                                    de voorzitter daarom verzoeken.</al></li><li nr="8."><al>De vergaderingen van het presidium zijn openbaar,
                                    tenzij de voorzitter bepaalt dat devergadering in beslotenheid
                                    plaatsvindt of tenminste twee fractievoorzitters de voorzitter
                                    daarom verzoeken.</al></li><li nr="9."><al>Het presidium fungeert als forum voor bespreking van zaken die
                                    min of meer boven de politieke agenda staan.Het
                                    presidium vormt het dagelijks bestuur van de raad in
                                    procedurele, organisatorische en vergader technische zaken,
                                    alsmede voor griffier en griffie.</al></li><li nr="10."><al>Het presidium voert tenminste een maal per jaar overleg met de
                                    agendacommissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een agendacommissie</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitter van de raad, tevens
                                voorzitter van de agendacommissie, en de door de raad benoemde
                                voorzitters van de bespreekrondes van het Raadsplein en wordt
                                ondersteund door de griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de agendacommissie hebben elk een stem in de
                                agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agendacommissie stelt de voorlopige opzet van de agenda van het
                                Raadsplein, deraadscommissie(s) en de voorlopige agenda van de raad,
                                zoals bedoeld in artikel 10 lid 2, vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het geval er geen agendacommissie is, fungeert het presidium als
                                agendacommissie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; BENOEMING WETHOUDERS, FRACTIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden stelt de raad een commissie in
                                bestaande uit drieleden van de raad. De commissie onderzoekt de
                                geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw
                                benoemde leden en het proces-verbaal van het centraal
                                stembureau.1</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag
                                uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In
                                het verslag wordt ook melding gemaakt van een
                                minderheidsstandpunt.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling
                                na de verkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van
                                de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                                een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                                waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed
                                of verklaring en belofte af te leggen.</al><al/></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste
                                lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet
                                aan de eisen van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is
                                overeenkomstig het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Fractie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad die door het centraal stembureau op dezelfde
                                kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van
                                de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert
                                de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen
                                aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie
                                in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke
                                naam deze fractie in de raad wil voeren.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                                plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan
                                de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien:</al><lijst><li nr="a"><al>- één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                        gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li><li nr="-"><al>één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een
                                        andere fractie;</al><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                                        gedaan aan de voorzitter.</al><al>b. Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt
                                        rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende
                                        vergadering van de raad na de mededeling daarvan.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijd van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op
                                    donderdag met een frequentie van inprincipe eens in de vier
                                    weken, vangen gewoonlijk aan om 21.30 uur en worden gehouden in
                                    het Gemeenlandshuis van het Hoogheemraadschap van de
                                    Uitwaterende Sluizen in Hollands Noorderkwartier te Edam.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadsvergaderingen kunnen worden voorafgegaan door een of
                                    meerdere bespreekrondes en/of andere activiteiten in het kader
                                    van het Raadsplein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er wordt een vergaderschema voor het Raadsplein vastgesteld door
                                    het presidium en ter kennis gebracht van de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agendacommissie kan, in aanvulling op het vastgestelde
                                    vergaderschema indien dit noodzakelijk is in verband met de
                                    hoeveelheid van de aangeleverde raadsvoorstellen, een extra
                                    Raadsplein inlassen.</al><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur of een andere vergaderplaats bepalen. Hij voert
                                    hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie,
                                    overleg met de agendacommissie.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering
                                    de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding
                                    van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de inartikel 25, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproeptot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met
                                    de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden
                                    en openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen toevoegen of van
                                    de agenda afvoeren dan wel de volgorde van behandeling van
                                    agendapunten wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een bespreekronde van het Raadsplein of aan het college
                                    nadere inlichtingen of advies vragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De wethouder</titel></kop><al>De agendacommissie kan een of meer wethouders uitnodigen in de
                                vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                                nemen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen en
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis
                                        ter inzage gelegd. Indien ná het verzenden van de
                                        schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                        hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo
                                        mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al> Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken
                                        ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking
                                        worden gesteld</al></li><li nr="3."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                        buiten het gemeentehuis gebracht. Eenlid mag een kopie van
                                        een ter inzage gelegd stuk slechts voor eigen gebruik buiten
                                        het gemeentehuis brengen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan toestaan, dat anderen dan de leden de ter
                                        inzage liggende stukken inzien.</al></li><li nr="4."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of
                                        tweede lid van de Gemeentewet </al><al>geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking
                                        van het eerste lid onder berusting </al><al> van de griffier en verleent de griffier de leden van de
                                        raad inzage. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in de plaatselijke media
                                    of op de voor afkondigingen inde gemeente gebruikelijke wijze en
                                    door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, de aanvangstijd en plaats, alsmede de
                                            voorlopige agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorendevoorstellen kan inzien.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden
                                    indien digitaal beschikbaar op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij binnenkomst voorafgaand aan de raadsvergadering in de
                                    vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan
                                    het einde van elke vergadering wordt die lijst door de
                                    voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden, die voor het beëindigen de vergadering verlaten, geven
                                    daarvan tevoren kennis aan de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium
                                    bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
                                    aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                    herzien na overleg in hetpresidium</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door dewet vereiste aantal leden van de raad
                                    blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een
                                    presentielijst, een verslag en de besluitenlijst van de
                                    vergadering</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt ,zo
                                    mogelijk, aan de leden van de raad toegezonden met de
                                    schriftelijke oproep. Het concept verslag wordt gelijktijdig aan
                                    de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien het conceptverslag onjuistheden bevat of
                                    niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Een
                                    voorstel tot verandering dient uiterlijk drie dagen voor het
                                    vaststellen van het verslag in betreffende vergadering bij de
                                    griffier te zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris,
                                            de wethouders en de ter vergadering aanwezige leden,
                                            alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                                            personen die het woord hebben gevoerd;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij
                                            het uitbrengen van hun stem hebben vergist.</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                            amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 25 door de raad is toegestaan
                                            deel te nemen aan de beraadslagingen;</al></li><li nr="g."><al>de aantekening, dat een lid na de opening der
                                            vergadering is gekomen of deze vóór de sluiting heeft
                                            verlaten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt zo mogelijk in de eerste volgende vergadering
                                    vastgesteld, waarna dit door de voorzitter en de griffier wordt
                                    ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de hand van het verslag wordt een besluitenlijst opgesteld.
                                    Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich
                                    daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig
                                    mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing in de
                                    in artikel 14 genoemde media en door plaatsing op de
                                    gemeentelijke website. Jaarlijks wordt twee maal een overzicht
                                    van de besluitenlijsten gepubliceerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden
                                    en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van het verslag stelt de raad op voorstel van
                                    de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen stukken
                                    vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de raad, de wethouders,de secretaris en de griffier
                                    spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in
                                    het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats
                                    spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Volgorde sprekers, spreektijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter
                                    gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van de sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een
                                    lid het woord vraagt overde orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Anderen dan raadsleden voeren slechts het woord na daartoe door
                                    de voorzitter in de gelegenheid te zijn gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid van de raad of de voorzitter kan een voorstel doen over
                                    de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de eerste termijn zijn interrupties niet toegestaa</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al><al/></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 4 is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="-"><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="-"><al>het lid dat een (sub-)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeftgevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.</al><al> De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Deelname aan de vergadering door anderen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                    griffier of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel in
                                    zijn geheel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord
                                    verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot
                                    besluitvorming.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
                                    verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van
                                    stemming te hebben onthouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Stemming kan plaatsvinden door middel van handopsteking of door
                                    middel van hoofdelijke stemming als bedoeld in lid 6 van dit
                                    artikel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien hoofdelijke stemming wordt verlangd, deelt de voorzitter
                                    mede bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal
                                    plaatsvinden. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van
                                    depresentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                    hoofdelijke stemming.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter of de griffier roept de leden bij naam op hun stem
                                    uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                    overeenkomstig lid 6 is aangewezen. Vervolgens geschiedt
                                    oproeping naar de volgorde van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van
                                    artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem
                                    uit te brengen.</al><al/></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen'
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, kan
                                    hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
                                    gemaakt wel aantekeningvragen dat hij zich heeft vergist; in de
                                    uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.</al><al/></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien op een amendement een sub- amendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien twee of meer amendementen of sub- amendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijningediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel, dat het meest verstrekkende amendement of sub- amendement
                                    het eerst in stemming wordtgebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over hetvoorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot
                                    stembureau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd.</al><al> Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="-"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="-"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                    meerderheid heeft verkregen, word tot een tweede stemming
                                    overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op
                                    zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>RECHTEN VAN LEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om
                                een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen,
                                waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen
                                beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door
                                leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering
                                aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                stellen (sub-amendement).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elk (sub-)amendement en elk voorstel moet om in behandeling te
                                worden genomen schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend,
                                tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van
                                het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan
                                worden volstaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub-)amendement is
                                mogelijk totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Moties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een motie moet om in behandeling te kunnen worden genomen
                                schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of
                                voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen
                                onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                                onderwerpen zijn behandeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Intrekking, door de indiener(s) van de motie is mogelijk totdat
                                besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                                mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op agenda van de de eerstvolgende
                                vergadering tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst. Bij vaststelling van de agenda
                                wordt het initiatiefvoorstel in stemming gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de
                                raad oordeelt dat:</al><al>a het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met
                                een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden
                                behandeld, </al><al>b het voorstel eerst dient te worden behandeld in een bespreekronde
                                van het raadsplein of een raadscommissie;</al><al>c het voorstel voor advies naar het college dient te worden
                                gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het
                                voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                                een initiatiefvoorstel,niet zijnde een voorstel voor een
                                verordening,</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de
                                agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder
                                toestemming van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                                eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden,
                                bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                                naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste
                                48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de
                                voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving
                                van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de
                                te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk
                                ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                                vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na
                                indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De
                                raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                interpellatie zal worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                                leden van de raad, de burgemeester en wethouders niet meer dan
                                eenmaal tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
                                verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor gestelde worden
                                per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vragen worden bij de griffier ingediend. Deze draagt er zorg voor
                                dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden
                                van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                beginsel binnen 14 dagen doch in ieder geval binnen dertig dagen
                                nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt
                                plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording
                                niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het
                                verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de
                                vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
                                aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
                                bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De antwoorden van het college of de burgemeester worden door
                                tussenkomst van de griffier aan de leden van de raad
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                                dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
                                voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door
                                de burgemeester of door burgemeester en wethouders gegeven antwoord,
                                tenzij de raad anders beslist. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Vragenuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de aanvang van iedere vergadering van de raad, is er voor de
                                leden gelegenheid om vragen te stellen over spoedeisende zaken die
                                de bevoegdheid van de raad betreffen. In bijzondere gevallen kan het
                                presidium bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt
                                gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur
                                eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
                                meldt dit onder aanduiding van het onderwerp en de te stellen vragen
                                met een korte toelichting de dag voorafgaande aan de
                                raadsvergadering via de griffier bij de voorzitter om uiterlijk
                                12.00 uur ´s middags. De voorzitter kan zo mogelijk na overleg met
                                het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de
                                orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig
                                acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
                                diezelfde dag aan de orde komt.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller in een eerste termijn van
                                ten hoogste twee minuten het woord verleend om één of meerdere
                                vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                                toelichting daarop te geven.Vervolgens krijgt het college of de
                                burgemeester drie minuten de gelegenheid deze vragen te
                                beantwoorden. Vervolgens krijgt de vragensteller desgewenst een
                                tweede termijn om aanvullendevragen te stellen, waarna het college
                                of de burgemeester over twee minuten beschikt om de aanvullende
                                vragen te beantwoorden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Vervolgens krijgen andere raadsleden ten hoogste één minuut de
                                gelegenheid over hetzelfdeonderwerp vragen te stellen aan het
                                college of de burgemeester, waarna het college of de burgemeester
                                over twee minuten beschikt om daarop te antwoorden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
                                geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de
                                artikelen 169, derde lid en 180, derde lid van de Gemeentewet
                                verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst van de
                                griffier schriftelijk ingediend bij het college of de burgemeester
                                onder vermelding van het onderwerp en de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een
                                afschrift van dit verzoek krijgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V</nr><titel>BEGROTING EN REKENING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad, op voorstel van presidium vaststelt. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad, op voorstel van
                            het presidium vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI</nr><titel>LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Verslag en verantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het
                                algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op
                                de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het
                                sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het
                                algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste
                                bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de
                                desbetreffende bespreekronde of desbetreffende raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                                schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 39, zijn van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste
                                lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van
                                functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.
                                De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel
                                41, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                                of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft
                                benoemd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad
                                een besluit over het al dan niet openbaar maken van dit
                                verslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent
                                de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van het gestelde in artikel 25, derde en vierde
                            lid, of artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde
                            lid, van de Gemeentewet voornemens is geheimhouding op te heffen wordt,
                            indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft
                            opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan
                            overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VIII</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Diegenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering
                            geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling
                            aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze
                            aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers
                            aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IX</nr><titel>OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking op 2 april 2010. Op deze datum vervalt
                            het Reglement van orde van de raad 2007. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde van de raad
                            2010”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de gemeenteraad van</ondertekening><ondertekening>Edam-Volendam in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>d.d. 25 maart 2010</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>