<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR253951_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Leiderdorp 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-02-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Leiderdorps Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Leiderdorp 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regelgeving</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012i02239</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Leiderdorp 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;gelezen het voorstel van 8 januari 2013,
                        nr. 2012i02239;gezien het advies van commissie Bestuur en Maatschappij van
                        21 januari 2013;gelet op het bepaalde in artikel 149 van de
                        Gemeentewet;gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening verrek</vet><vet>ening bestuurlijke boete bij recidive
                            Leiderdorp 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c
                            tot en met 475e vanhet Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;</al><al>b.recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde
                            lid, van de Wet werken bijstand;</al><al>c.bezit<cursief>: </cursief>waarde van de bezittingen waarover
                            belanghebbende of diens gezin beschikt ofredelijkerwijs kan beschikken,
                            met uitzondering van het in de woning met bijbehorenderf gebonden
                            vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk
                            enbijstand;</al><al>d.verrekenen<cursief>: </cursief>verrekening als bedoeld in artikel 60,
                            vierde lid, van de Wet werk enbijstand;</al><al>e.college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Leiderdorp.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><al>1.Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de
                            toepasselijkebijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de
                            recidiveboete zonder inachtneming vande beslagvrije voet.</al><al>2.De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                            tijdvak van driemaanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de
                            bestuurlijke boete isopgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><al>1.Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de
                            toepasselijkebijstandsnorm bedraagt, verrekent het college de
                            recidiveboete gedurende één maandzonder inachtneming van de beslagvrije
                            voet. De verrekening geschiedt vanaf het moment</al><al>van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al><al>2.Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent
                            het college derecidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een
                            dusdanige wijze datbelanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter
                            hoogte van 80% van detoepasselijke bijstandsnorm.</al><al>3.Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                            gerekend als bedoeld inartikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de
                            Wet werk en bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het college de recidiveboete
                            met inachtneming van debeslagvrije voet verrekenen indien:</al><al>a.aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de artikelen 2
                            of 3, zou leidentot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin;
                            of</al><al>b.anderszins sprake is van dringende redenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van debestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de Wet werk en bijstand, indien envoor zover deze boete nog
                            niet is betaald op het moment van verrekening van derecidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3 Slotbepalingen</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 5 februari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening
                            bestuurlijke boete bijrecidive Leiderdorp 2013</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen deel</tussenkop><al>De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen
                    over debevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij
                    verrekening van derecidiveboete.</al><al>De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet
                    in acht nemenvan de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Daar
                    waar terugvordering eninvordering niet door de wetgever is verplicht, blijft
                    sprake van een bevoegdheid van het</al><al>college. Het is derhalve aan het college op deze onderdelen nadere
                    (beleids)regels vast testellen.</al><al>In het kader van pseudoverrekening kunnen gemeenten te maken krijgen met
                    verzoeken vanandere gemeenten om een door hen opgelegde recidiveboete te
                    verrekenen. Het college datde boete heeft opgelegd zal in dat geval aangeven in
                    hoeverre het de beslagvrije voet in acht</al><al>wil nemen (volgens de regels van zijn gemeentelijke verordening). De gemeente
                    die deuitkering verstrekt, moet in beginsel gehoor geven aan dit verzoek. Mocht
                    de beslagvrije voetniet gerespecteerd worden, dan kan de belanghebbende het
                    college waarvan hij uitkeringontvangt, verzoeken de beslagvrije voet toch in
                    acht te nemen. In artikel 60b, tweede lid, van</al><al>de WWB is geregeld dat het college die de uitkering verstrekt, de bevoegdheid
                    heeft aan ditverzoek van belanghebbende tegemoet te komen. Het ligt voor de hand
                    dat het college bij debeslissing op dat verzoek handelt analoog aan de regels
                    die in de eigen gemeentelijkeverordening zijn vastgelegd.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven
                    geennadere toelichting.</al><tussenkop>Bezit</tussenkop><al>De verordening kent een definitie van het begrip bezit. Het gaat daarbij om (de
                    waarde van)alle bezittingen waarover een belanghebbende of diens gezinsleden
                    beschikken ofredelijkerwijs kunnen beschikken. Bezittingen kunnen zowel bestaan
                    uit geld als op geldwaardeerbare goederen.</al><al>Bij het begrip bezit zoals dat in deze verordening wordt gebruikt, gaat het
                    nadrukkelijk niet omvermogen als bedoeld in artikel 34 van de WWB. Eventueel
                    aanwezige schulden spelenimmers geen rol en worden dus ook niet op het bezit in
                    mindering gebracht. Ook de vrijlatingenvan artikel 34, tweede lid, van de WWB
                    zijn hier niet van toepassing. Een belanghebbende dievanwege de volledige
                    verrekening met de beslagvrije voet zonder inkomsten komt te zitten, zalde
                    bezittingen waarover hij beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, volledig
                    moetenaanwenden om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen
                    voorzien. Een</al><al>uitzondering is gemaakt voor de door belanghebbende en zijn gezin bewoonde
                    (eigen) woning.</al><tussenkop>Verrekenen</tussenkop><al>De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van
                    BurgerlijkeRechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte
                    begripsbepaling opgenomen in de verordening.</al><tussenkop>Artikel 2. Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende
                    bezit</tussenkop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat volledige verrekening met de
                    beslagvrije voet plaats vindt voor de maximale termijn van drie maanden als een
                    belanghebbende over voldoende bezittingen beschikt om dit op te kunnen vangen.
                    Dat uitgangspunt is vastgelegd in artikel 2 van deze verordening. Van voldoende
                    bezit is sprake als de waarde van de bezittingen waarover belanghebbende
                    beschikt (of redelijkerwijs kan beschikken), ten minste driemaal de
                    toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij aanwending of tegeldemaking
                    van deze bezittingen, zou een periode van drie maanden overbrugd moeten kunnen
                    worden.</al><tussenkop>Artikel 3. Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit</tussenkop><al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezittingen om een periode van drie
                    maandenvolledige verrekening met de beslagvrije voet te kunnen overbruggen, dan
                    verrekent hetcollege slechts één maand zonder inachtneming van de beslagvrije
                    voet. Voor de overige twee</al><al>maanden vindt weliswaar verrekening met de beslagvrije voet plaats, maar niet
                    volledig.</al><al>Belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de
                    toepasselijke bijstandsnorm.Voor het percentage van 80% is aansluiting gezocht
                    bij de invorderingsmogelijkheden die deBelastingdienst heeft bij notoire
                    wanbetalers. Onder omstandigheden kan deze de beslagvrijevoet (90% van de
                    toepasselijke bijstandsnorm) verlagen met 10% op grond van artikel 19,eerste
                    lid, van de Invorderingswet 1990.</al><al>Met de gekozen opzet wordt enerzijds uiting gegeven aan het principe dat fraude
                    niet maglonen. Het gaat hier immers om belanghebbenden die herhaaldelijk hun
                    inlichtingenplichthebben geschonden. Daar mag een duidelijk signaal tegenover
                    staan. Anderzijds wordtrekening gehouden met de zorgplicht van gemeenten. Het
                    volledig buiten werking stellen van de beslagvrije voet gedurende drie maanden
                    kan kwalijke maatschappelijke consequenties hebben. Dat moet voorkomen worden,
                    nu de regeling daarmee zijn doel voorbij zou schieten.</al><al>Een belanghebbende kan inkomsten uit arbeid hebben die op grond van artikel 31,
                    tweede lid,onderdelen n of r, van de WWB worden vrijgelaten voor de algemene
                    bijstand. Bij verrekening van een recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm,
                    tellen deze inkomsten echter gewoon mee. Het college laat deze inkomsten dus
                    niet buiten beschouwing bij de beoordeling van devraag of een belanghebbende nog
                    over voldoende inkomen beschikt. Dat is geregeld in lid 3.</al><tussenkop>Artikel 4. Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet</tussenkop><al>Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht,
                    zijn situatiesdenkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet niet
                    aanvaardbaar wordtgeacht. Die situaties komen aan de orde in artikel 4. Het gaat
                    daarbij altijd om individuele</al><al>omstandigheden waaraan het college zal moeten toetsen.</al><al>In onderdeel a is geregeld dat het college kan besluiten in afwijking van de
                    artikelen 2 en 3 toch de beslagvrije voet te respecteren wanneer volledige
                    verrekening waarschijnlijk leidt tothuisuitzetting van belanghebbende en diens
                    gezin. Voorkomen moet worden dat eenbelanghebbende door de volledige verrekening
                    op straat komt te staan, nu dit de problematiek alleen maar verergert, met alle
                    maatschappelijke kosten van dien.</al><al>Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening gezien als een dringende
                    reden om van verrekening met de beslagvrije voet af te zien. Dat volgt uit het
                    woord 'anderszins' in onderdeel</al><al>b.Ook bij aanwezigheid van andere dringende redenen dan een dreigende
                    huisuitzetting, kan het college rekening houden met de bescherming van de
                    beslagvrije voet. Van dringende redenen is niet snel sprake. Het gaat slechts om
                    incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden waarin de
                    belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze te
                    verhelpen zijn. Het enkele feit dat het belanghebbende door de verrekening aan
                    middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende
                    voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen.</al><tussenkop>Artikel 5. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</tussenkop><al>In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te
                    verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde
                    bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de
                    recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald.</al><al>Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan
                    regelt artikel 5 dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige
                    toepassing zijn.</al><tussenkop>Artikel 6. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 7. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>