<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR253923_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Leiderdorp 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-02-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Leiderdorps Weekblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Leiderdorp 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-02-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>uitvoering WMO</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Leiderdorp 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Lid 1. Begripsomschrijvingen</al><al>In deze Verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Wet</cursief>: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wet
                                van 29 juni 2006, Stb. 2006, 351).</al></li><li nr="b."><al><cursief>College</cursief>: het college van burgemeester en
                                wethouders van de Gemeente Leiderdorp.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Compensatiepicht</cursief>:</al></li></lijst><al>De plicht van het college aan personen met een beperking, een chronisch
                        psychisch of eenpsychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter
                        compensatie van hun beperkingen ophet gebied van zelfredzaamheid en
                        maatschappelijke participatie teneinde hen in staat testellen een huishouden
                        te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te</al><al>verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan
                        socialeverbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de Wet het college
                        de plicht op om eenresultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en
                        dat in het individuele gevalmaatwerk is.</al><al>d.<cursief>Aanmelding</cursief>: de mededeling van een belanghebbende aan
                        het college dat hij beperkingenondervindt op grond waarvan hij verzoekt een
                        afspraak te maken voor een gesprek.</al><al>e.<cursief>Gesprek</cursief>: het eerste contact na een aanmelding waarin
                        met degene die maatschappelijkeondersteuning zoekt zijn gehele situatie
                        wordt geïnventariseerd ten aanzien van debeperkingen en de gevolgen daarvan,
                        de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingenvia eigen mogelijkheden
                        of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene,algemeen
                        gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele
                        voorzieningen.</al><al>f.<cursief>Aanvraag</cursief>: het verzoek van een belanghebbende om in
                        aanmerking te komen voor één ofmeerdere voorzieningen om een resultaat te
                        bereiken in het kader van deze Verordening.</al><al>g.<cursief>Belanghebbende</cursief>: een persoon met een beperking, een
                        chronisch psychisch of eenpsychosociaal probleem die behoefte heeft aan
                        compensatie ten behoeve van hetbevorderen van zijn deelname aan het
                        maatschappelijk verkeer en het zelfstandigfunctioneren, en die voor zichzelf
                        of, met behulp van een machtiging door een ander, een</al><al>aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.</al><al>h.<cursief>Psychosociaal probleem</cursief>: een situatie van verlies van
                        zelfstandigheid en vooral een gebrekaan mogelijkheden tot deelname aan het
                        maatschappelijk verkeer, veroorzaakt doorbelemmeringen die iemand heeft in
                        zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving.</al><al>i.<cursief>Algemene voorziening</cursief>: een voorliggende voorziening die
                        weliswaar niet bestemd is voor,noch te gebruiken is door alle personen als
                        bedoeld in artikel 4 lid 1 van de Wet, maar dieanderzijds door iedereen
                        waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze teverkrijgen of
                        te gebruiken is, zonder een aanvraagprocedure.</al><al><cursief>J.</cursief><cursief>Algemeen</cursief><cursief> gebruikelijke
                            voorziening</cursief>: een voorziening die niet speciaal bedoeld is
                        voormensen met een beperking , dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen
                        verkrijgbaaris en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare
                        producten.</al><al>k.<cursief>Collectieve voorziening</cursief>: een voorziening die
                        individueel wordt verstrekt maar die doormeerdere personen tegelijk wordt
                        gebruikt, in casu het collectief vraagafhankelijk vervoer.</al><al>l.<cursief>Voorliggende voorziening</cursief>: een voorziening die normaal
                        in de maatschappij aanwezig enbeschikbaar is en bedoeld is voor iedereen die
                        daar behoefte aan heeft.</al><al>m.<cursief>Wettelijk voorliggende voorziening</cursief>: een voorziening op
                        grond van een wettelijke bepalinganders dan ingevolge de Wet, waarmee het
                        resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kanworden.</al><al>n.<cursief>Individuele voorziening</cursief>: een voorziening die door het
                        college ten behoeve van één persoonop basis van artikel 4 van de Wet wordt
                        verstrekt.</al><al>o.<cursief>Gebruikelijke zorg</cursief>: de zorg die op het gebied van het
                        voeren van het huishouden voor allemeerderjarige leden van een leefeenheid
                        als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd.</al><al>p.<cursief>Voorziening in natura</cursief>: een voorziening, in te zetten om
                        het resultaat te bereiken, in devorm van goederen in (bruik)leen of in
                        eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.</al><al>q.<cursief>Persoonsgebonden budget</cursief>: een geldbedrag om te gebruiken
                        voor het te bereikenresultaat, als alternatief voor een voorziening in
                        natura.</al><al>r.<cursief>Financiële tegemoetkoming</cursief>: een geldbedrag, al dan niet
                        forfaitair of gemaximeerd,bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen
                        voor het te bereiken resultaat.</al><al>s.<cursief>Hoofdverblijf</cursief>: de plaats waar een persoon daadwerkelijk
                        de meeste nachten per jaardoorbrengt.</al><al>t.<cursief>Mantelzorger</cursief>: een persoon die mantelzorg in de zin van
                        artikel 1, lid 1 onder b van de Wetbiedt.</al><al>u.<cursief>Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning</cursief>:
                        voor de uitvoering van debepalingen in deze Verordening door het college op
                        grond van artikel 156, eerste lid,</al><al>van de Gemeentewet vastgestelde nadere regels.</al><al>v.<cursief>Eigen bijdrage/eigen aandeel</cursief>: een door het college vast
                        te stellen bijdrage, die bijrespectievelijk de verstrekking van een
                        voorziening in natura, een persoonsgebondenbudget (een eigen bijdrage) of
                        een financiële tegemoetkoming (een eigen aandeel) betaaldmoet worden.</al><al>w.<cursief>Budgethouder</cursief>: een persoon aan wie ingevolge deze
                        Verordening een persoonsgebondenbudget, dan wel financiële tegemoetkoming is
                        toegekend en die aan het collegeverantwoording over de besteding van het
                        ontvangen budget verschuldigd is.</al><al>x.<cursief>Woning</cursief>: een zelfstandige woonruimte die geschikt is om
                        het hele jaar bewoond teworden. Hotels/pensions, trekkerswoonwagens,
                        kloosters, tweede woningen,vakantiewoningen, recreatiewoningen en kamers die
                        zelfstandig verhuurd worden,worden niet als zelfstandige woonruimten
                        beschouwd.</al><al>ij. <cursief>Goedkoopst-compenserend</cursief>: een voorziening, die naar
                        objectieve maatstaven gemeten,compensatie biedt voor de ondervonden
                        belemmering. Indien er de keuze is tussen</al><al>meerdere voorzieningen zal die voorziening worden verstrekt, waarmee de
                        compensatiewordt bereikt, maar die niet duurder is dan noodzakelijk.</al><al>Lid 2.</al><al>De begrippen die niet in deze Verordening worden gebruikt en niet nader
                        worden omschrevenhebben dezelfde betekenis als in de Wet en/of de Awb,
                        tenzij anders is aangegeven.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Resultaatgerichte compensatie</vet></al><al><vet>Artikel 2: De te bereiken resultaten</vet></al><al>De op basis van artikel 4 lid 1 van de Wet via compenserende maatregelen te
                        bereiken resultatenzijn:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbare woning;</al></li><li nr="b."><al>wonen in een geschikte woning;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="d."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="e."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren;</al></li><li nr="f."><al>zich verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="g."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                nemen aanrecreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 3 Hoe te komen tot de te bereiken resultaten</vet></al><al><vet>Artikel 3: Scheiding aanmelding en aanvraag</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex artikel 1, lid 1 aanhef
                        en onder g sub 6 vande Wet gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf
                        indien:</al><al>a.De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een
                        aanvraag in hetkader van de Wet heeft gedaan;</al><al>b.De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende met wie al eerder een
                        gesprek is gevoerd,maar waarbij sprake is van gewijzigde omstandigheden of
                        gewijzigde te bereiken resultaten;</al><al>c.Belanghebbende of het college daarom verzoekt.</al><al>Lid 2.</al><al>Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag te willen indienen,
                        vervalt het gestelde inhet eerste lid.</al><al><vet>Artikel 4: Aanmelding voor een gesprek</vet></al><al>Een aanmelding van een gesprek kan schriftelijk, telefonisch, mondeling of
                        elektronisch wordengedaan bij het Wmo-loket van de gemeente Leiderdorp door
                        of namens een persoon met eenbeperking, een chronisch psychisch probleem of
                        een psychosociaal probleem die behoefte heeft</al><al>aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het
                        maatschappelijkverkeer en het zelfstandig functioneren.</al><al><vet>Artikel 5: Het gesprek</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of
                        Functioning, Disability andHealth als basis voor het begrippenkader worden
                        gehanteerd.</al><al>Lid 2.</al><al>Als de belanghebbende een mantelzorger is, wordt met de mantelzorger en zo
                        mogelijk met deverzorgde geïnventariseerd welke belemmeringen de
                        belanghebbende ondervindt bij deuitvoering van de mantelzorg.</al><al><vet>Artikel 6: Het verslag</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het gesprek wordt afgesloten met een verslag. Opmerkingen van belanghebbende
                        over dit verslagkunnen als bijlage aan het verslag worden toegevoegd.
                        Uitsluitend een door belanghebbendeondertekend verslag kan als
                        aanvraagformulier als bedoeld in artikel 7 lid 3
                        wordengebruikt/aangemerkt.</al><al>Lid 2.</al><al>Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende gebruikmakend van het
                        ondertekendeverslag het gesprek, dat in die situatie als aanvraagformulier
                        dient, een aanvraag indienen vooreen individuele voorziening ex artikel 1,
                        lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de Wet.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 De aanvraag van een individuele voorziening</vet></al><al><vet>Artikel 7: De aanvraag</vet></al><al>Lid 1.</al><al>De aanvraag (artikel 1 sub f) moet in overeenstemming met artikel 4:1 en 4:2
                        van de Awbschriftelijk of elektronisch (Digid) worden ingediend bij het
                        Wmo-loket van de gemeenteLeiderdorp.</al><al>Lid 2.</al><al>Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere manier)
                        plaatsvindt, wordt ditper omgaande schriftelijk bevestigd. Bij deze
                        bevestiging wordt een aanvraagformuliermeegezonden. Eerst op het moment dat
                        het aanvraagformulier, volledig ingevuld en voorzien van</al><al>alle benodigde bijlagen, bij de gemeente is binnengekomen, wordt de aanvraag
                        in behandelinggenomen.</al><al>Lid 3.</al><al>Bij de aanvraag wordt, als er een ondertekend verslag van het gesprek
                        aanwezig is, ditondertekende verslag als aanvraag beschouwd.</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Beoordeling van de te bereiken resultaten</vet></al><al><vet>Artikel 8: Het maken van een afweging</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden neemt het
                        college het verslag vanhet gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het
                        college gaat uit van de behoeften enpersoonskenmerken van de belanghebbende.
                        Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de</al><al>noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te
                        bereiken resultaat.</al><al>Lid 2.</al><al>Alle voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die
                        beschikbaar enbruikbaar zijn, worden, als ze al niet tot een oplossing
                        hebben geleid in het gesprek, of als er geengesprek heeft plaatsgevonden,
                        eerst beoordeeld.</al><al><vet>Artikel 9: Een schoon en leefbare woning</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit hetkunnen wonen in een woning die schoon is. Dit
                        geldt ten aanzien van de woonkamer,slaapvertrekken, keuken en sanitaire
                        ruimten.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op een schoon en leefbare woning kan een individuele voorziening
                        getroffen wordenvoor het lichte en/of het zware huishoudelijke werk.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in
                        staat zijnwerkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van
                        gebruikelijke zorg beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn en leidentot de gewenste resultaten worden ten aanzien van
                        die onderdelen geen individuelevoorzieningen verstrekt.</al><al><vet>Artikel 10: Wonen in een geschikte woning</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit hetnormaal gebruik kunnen maken van de woning waar
                        men over beschikt. Dit geldt ten aanzien vande woonkamer, slaapvertrekken,
                        keuken, sanitaire ruimten, berging, tuin of balkon.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele
                        voorzieningworden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid,
                        toegankelijkheid en bruikbaarheid van dewoning.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een
                        gemakkelijkergeschikt te maken woning welke verhuizing kan leiden tot het te
                        bereiken resultaat, wordt dezemogelijkheid eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn, wordenten aanzien van die onderdelen geen individuele
                        voorzieningen verstrekt. Eenverhuiskostenvergoeding kan dan wel verstrekt
                        worden.</al><al>Lid 5.</al><al>Het college verstrekt slechts een individuele voorziening indien
                        belanghebbende zijn hoofdverblijfheeft of binnen afzienbare tijd zal hebben
                        in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen.</al><al>Lid 6.</al><al>Indien de woning zich in een flatgebouw of appartementencomplex bevindt kan
                        het college devolgende voorzieningen verlenen aan gemeenschappelijke
                        ruimten, als zonder deze</al><al>voorzieningen de woning voor betrokkene ontoegankelijk blijft:</al><lijst><li nr="a."><al>het verbreden van toegangsdeuren;</al></li><li nr="b."><al>het aanbrengen van elektrische deuropeners;</al></li><li nr="c."><al>het aanleggen van een hellingbaan naar de toegang van het
                                complex;</al></li><li nr="d."><al>het plaatsen van drempelhulpen;</al></li><li nr="e."><al>het aanbrengen van een extra trapleuning in een portiekflat;</al></li><li nr="f."><al>een opstelplaats voor een scootermobiel of rolstoel.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 11: Beschikken over goederen voor primaire
                            levensbehoeften</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit hetvoorzien zijn van de dagelijkse benodigde
                        hoeveelheid voedsel voor maaltijden en anderemomenten waarop iets genuttigd
                        wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de</al><al>noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
                        kan een individuelevoorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van
                        boodschappen, voor wat betreft</al><al>levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden
                        en aanreiken vanmaaltijden.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in
                        staat zijnwerkzaamheden over te nemen of voor zover de belanghebbende
                        gebruik kan maken van eenaanwezige en bruikbare boodschappenservice of
                        maaltijdvoorziening die in de individuele situatie</al><al>van de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze
                        mogelijkhedeneerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn en leidentot het gewenste resultaat worden ten aanzien van
                        die onderdelen geen individuele voorzieningenverstrekt.</al><al><vet>Artikel 12: Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                            kleding</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit hetaanwezig zijn van kleding in gewassen en zo nodig
                        gestreken, opgevouwen of opgehangen staat.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding
                        kan een individuelevoorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen,
                        drogen en strijken en opruimen van dedagelijkse was.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in
                        staat zijnwerkzaamheden over te nemen, of voor zover de belanghebbende
                        gebruik kan maken van eenaanwezige en bruikbare was- en/of strijkservice die
                        in de individuele situatie van debelanghebbende kan leiden tot het te
                        bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst</al><al>beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn en leidentot het gewenste resultaat worden ten aanzien van
                        die onderdelen geen individuele voorzieningenverstrekt.</al><al><vet>Artikel 13: Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                            behoren</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een
                        huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg voor in het
                        huishouden aanwezige kinderen.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                        behoren, kan eenindividuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het
                        – zo mogelijk tijdelijk teroverbrugging van een periode noodzakelijk voor
                        het nemen van meer definitieve maatregelen –vervangen van de ouder die in
                        principe voor de kinderen zorgt.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                        bruikbare voor- tussenennaschoolse opvang, kinderopvang of andere
                        opvangmogelijkheden die in de individuele situatievan de belanghebbende
                        kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden</al><al>eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn en leidentot het gewenste resultaat zullen ten aanzien van
                        die onderdelen geen individuele voorzieningenworden verstrekt.</al><al><vet>Artikel 14: Zich verplaatsen in en om de woning</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen in en om de
                        woning bestaat uit hetin staat zijn de woonkamer, het slaapvertrek en/of de
                        slaapvertrekken, het toilet en de douche, deberging, de tuin of het balkon
                        te kunnen bereiken en er zich zodanig te kunnen redden datnormaal
                        functioneren mogelijk is.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele
                        voorziening wordengetroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks
                        zittend gebruik.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                        bruikbare rolstoelpooldie in de individuele situatie van de belanghebbende
                        kan leiden tot het te bereiken resultaat,wordt deze mogelijkheid eerst
                        beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn en leidentot het gewenste resultaat wordt ten aanzien van die
                        onderdelen geen individuele voorzieningenverstrekt.</al><al><vet>Artikel 15: Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal verplaatsen per
                        vervoermiddel bestaat uithet kunnen doen van dagelijkse boodschappen, het
                        kunnen bezoeken van familie, kennissen enhet doen van gewenste activiteiten,
                        alles binnen de directe woon- en leefomgeving.</al><al> Lid 2.</al><al>Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel kan een
                        individuele voorzieningworden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over
                        de korte afstand rond de woning en hetverplaatsen over de langere afstand
                        binnen de directe woon- en leefomgeving.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en
                        bruikbarescootermobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van
                        deur tot deur die in deindividuele situatie van de belanghebbende kan leiden
                        tot het te bereiken resultaat worden dezemogelijkheden eerst
                        beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn en leidentot het gewenste resultaat worden ten aanzien van
                        die onderdelen geen individuelevoorzieningen verstrekt.</al><al><vet>Artikel 16: De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                            deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                            activiteiten</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te
                        hebben metmedemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                        religieuze activiteitenbestaat uit het zo mogelijk kunnen afleggen van
                        gewenste bezoeken en het deelnemen aan</al><al>gewenste activiteiten.</al><al>Lid 2.</al><al>Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel
                        te nemen aanrecreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten kan een
                        individuele voorziening wordengetroffen ten aanzien van het vervoer naar de
                        gewenste bestemmingen.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van één of meer aanwezige en
                        bruikbare(vrijwilligers)organisaties die in de individuele situatie van de
                        belanghebbende kan leiden tot hette bereiken resultaat worden deze
                        mogelijkheden eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en
                        bruikbaar zijn en leidentot het gewenste resultaat worden ten aanzien van
                        die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. </al><al><vet>Hoofdstuk 6 Wijze van verstrekken</vet></al><al><vet>Artikel 17: Mogelijke </vet><vet>verstrekkingswijzen</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                        persoonsgebonden budget en alsfinanciële tegemoetkoming.</al><al>Lid 2.</al><al>Het college biedt personen die aanspraak hebben op een individuele
                        voorziening de keuze tussenhet ontvangen van een voorziening in natura of
                        het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar entoereikend persoonsgebonden
                        budget of financiële tegemoetkoming.</al><al>Lid 3.</al><al>De gekozen vorm van een voorziening kan op verzoek van de belanghebbende
                        worden gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>na afloop van de in de beschikking genoemde termijn, of</al></li><li nr="b."><al>zodra er substantiële wijzigingen in aard of omvang van de
                                voorziening optreden, of</al></li><li nr="c."><al>indien er dringende redenen hiervoor zijn.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 18: Omvang individuele voorziening</vet></al><al>Het college legt bedragen over de te verstrekken individuele voorziening
                        vast in het Besluitvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning.</al><al><vet>Artikel 19: Inhoud beschikking</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking
                        vastgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te treffen voorziening is;</al></li><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>op welke wijze de genomen beschikking bijdraagt aan het bereiken van
                                het gewenste</al></li></lijst><al>resultaat;</al><lijst><li nr="d."><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt;</al></li><li nr="e."><al>welke voorwaarden en verplichtingen aan de verstrekking zijn
                                verbonden; en</al></li><li nr="f."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                geregeld.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                        beschikking opgenomen.</al><al>1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden
                        budget wordt in debeschikking vastgelegd:</al><al>a.voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet
                        worden,eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de
                        besteding voldaanmoet worden;</al><al>b.wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot
                        stand isgekomen;</al><lijst><li nr="c."><al>wat de duur van de verstrekking is waarvoor het persoonsgebonden
                                budget bedoeld is;</al></li><li nr="d."><al>welke voorwaarden en verplichtingen aan de verstrekking zijn
                                verbonden;</al></li><li nr="e."><al>welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                persoonsgebonden budget;</al></li></lijst><al>en</al><al>f.dat het deel van het budget dat niet is besteed aan het daarvoor bestemde
                        resultaat,terugbetaald moet worden.</al><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                        beschikking opgenomen.</al><al/><al><vet>Paragraaf 3 Verstrekking als persoonsgebonden budget</vet></al><al><vet>Artikel 20: Inhoud beschikking</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden
                        budget wordt in debeschikking vastgelegd:</al><al>a.voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet
                        worden,eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de
                        besteding voldaanmoet worden;</al><al>b.wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot
                        stand isgekomen;</al><lijst><li nr="c."><al>wat de duur van de verstrekking is waarvoor het persoonsgebonden
                                budget bedoeld is;</al></li><li nr="d."><al>welke voorwaarden en verplichtingen aan de verstrekking zijn
                                verbonden;</al></li><li nr="e."><al>welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                persoonsgebonden budget;</al></li></lijst><al>en</al><al>f.dat het deel van het budget dat niet is besteed aan het daarvoor bestemde
                        resultaat,terugbetaald moet worden.</al><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de
                        beschikking opgenomen.</al><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 4: Verstrekking als financiële
                                tegemoetkoming</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 21: Inhoud beschikking</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                        tegemoetkoming wordt in debeschikking vastgelegd:</al><al>a.voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is
                        eventueelaangevuld met een programma van eisen waaraan bij besteding voldaan
                        moet worden;</al><lijst><li nr="b."><al>wat de duur van de verstrekking is;</al></li><li nr="c."><al>welke voorwaarden en verplichtingen aan de verstrekking zijn
                                verbonden;</al></li><li nr="d."><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is
                                geregeld;</al></li><li nr="e."><al>wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is; en</al></li><li nr="f."><al>dat het deel van de tegemoetkoming dat niet is besteed aan het
                                daarvoor bestemderesultaat, terugbetaald moet worden.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de
                        beschikking opgenomen.</al><al/><al><vet><cursief>Paragraaf 5: Verantwoording</cursief></vet></al><al><vet>Artikel 22: Verantwoording</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het college gaat na of het verstrekte persoonsgebonden budget dan wel de
                        financiëletegemoetkoming besteed is aan het beoogde resultaat waarvoor het
                        verstrekt is. Debudgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken,
                        zoals genoemd in het Besluitvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning, op
                        verzoek van het college per omgaande teverstrekken. Het college kan in het
                        Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning nadereregels stellen om
                        in bepaalde gevallen tot steekproefsgewijze controle over te gaan.</al><al>Lid 2.</al><al>Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door het
                        college beoordeeld ofer aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget dan
                        wel de financiële tegemoetkominggeheel of ten dele terug te vorderen of te
                        verrekenen.</al><al><vet>Artikel 23: Eigen bijdrage en eigen aandeel</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen
                        aandeel verschuldigdten aanzien van de volgende resultaten:</al><lijst><li nr="a."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="b."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al></li><li nr="d."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren;</al></li><li nr="e."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>De bedragen en percentages die gelden voor de eigen bijdrage dan wel eigen
                        aandeel zijn gelijkaan de bedragen zoals opgenomen in artikel 4.1 lid 1 van
                        het Besluit maatschappelijkeondersteuning (Stc. 2 oktober 2006), zoals
                        jaarlijks aangepast door de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en
                        Sport.</al><al>Lid 3.</al><al>De eigen bijdrage is nooit hoger dan de kosten van de toegekende
                        voorziening.</al><al>Lid 4.</al><al>Het college legt in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                        de omvang van deeigen bijdrage en het eigen aandeel vast.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7 Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en</vet></al><al><vet> besluitvorming, intrekking en terugvordering</vet></al><al/><al><vet>Artikel 24: Beslistermijn</vet></al><al>De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden bedraagt, vanaf het
                        moment vanaanvraag, voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorziening voor het wonen in een schoon en leefbaar huis:
                                maximaal 8 weken;</al></li><li nr="b."><al>een voorziening voor het beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften:maximaal 8 weken;</al></li></lijst><al>c.een voorziening voor het beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                        kleding:maximaal 8 weken;</al><al>d.een voorziening voor het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                        gezin behoren:maximaal 8 weken;</al><lijst><li nr="e."><al>een voorziening voor het wonen in een geschikt huis;</al><lijst><li nr="1."><al>als het gaat om voorzieningen waarvoor geen bouwkundige
                                        offertesopgevraagd moeten worden: 8 weken;</al></li></lijst></li></lijst><al>2.als het gaat om voorzieningen waarvoor wel bouwkundige offertes</al><al>opgevraagd moeten worden: maximaal 8 weken;</al><lijst><li nr="f."><al>een voorziening voor het zich verplaatsen in en om de woning:
                                maximaal 8 weken;</al></li><li nr="g."><al>een voorziening voor het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel:
                                maximaal 8 weken;</al></li><li nr="h."><al>een voorziening voor het ontmoeten van medemensen en het op basis
                                daarvan socialeverbanden aangaan: maximaal 8 weken.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25: Beperkingen</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><al>a.de noodzaak voor het te bereiken doel langdurig is, tenzij kortdurende
                        hulp bij hethuishouden leidt tot het te bereiken resultaat;</al><lijst><li nr="b."><al>de te verstrekken voorziening, naar objectieve maatstaven gemeten,
                                als de goedkoopst compenserende voorziening aan te merken is;</al></li><li nr="c."><al>de voorziening in overwegende mate op het individu is gericht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van de voorziening in redelijke verhouding staan tot de
                                resterende technische</al></li></lijst><al>levensduur van de woonruimte, het vervoermiddel of de rolstoel.</al><al>Lid 2.</al><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de belanghebbende niet woonachtig is in de gemeente
                                Leiderdorp;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die belanghebbende
                                voorafgaand,zonder toestemming van het college, aan het moment van
                                aanvragen of het moment vanbeschikken heeft gemaakt en niet meer is
                                na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was; </al></li></lijst><al>d.voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft
                        reeds eerder inhet kader van enige wettelijke bepaling of regeling is
                        verstrekt en de normaleafschrijvingstermijn van de voorziening nog niet
                        verstreken is, tenzij de eerder vergoede ofverstrekte voorziening verloren
                        is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan debelanghebbende zijn
                        toe te rekenen, of tenzij belanghebbende geheel of gedeeltelijk</al><al>tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;</al><al>e.voor zover er van de zijde van de belanghebbende geen sprake is van
                        aantoonbaremeerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het
                        optreden van debeperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd;</al><al>f.indien de gevraagde voorziening naar het oordeel van het college niet
                        leidt totcompensatie, zoals bedoeld in artikel 4 van de Wet, van een
                        beperking, een chronischpsychisch of psychosociaal probleem;</al><al>g.indien in de persoon gelegen factoren een adequaat en verantwoord gebruik
                        van devoorziening belemmeren;</al><al>h.Voor zover op grond van enige andere wettelijke regeling of
                        privaatrechtelijkeovereenkomst of verbintenis aanspraak op de voorziening
                        bestaat.</al><al>i.Voor zover aanvrager niet voldaan heeft aan de bij en krachtens deze
                        Verordeninggestelde voorwaarden.</al><al>Lid 3.</al><al>Bij het compenseren van beperkingen die een belanghebbende ondervindt in
                        zijnmaatschappelijke participatie wordt rekening gehouden met de keuzes die
                        deze persoon maakt inhet leven, waarbij verwacht mag worden dat deze persoon
                        geschikte keuzes maakt rekeninghoudend met de beperkingen die horen bij de
                        individuele omstandigheden van betrokkene.</al><al><vet>Artikel 26: Advisering</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                        beoordeling van het recht opde aangevraagde voorziening, degene door wie een
                        aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg</al><al>diens relevante huisgenoten:</al><al>a.op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen
                        plaats entijdstip en hem te bevragen of door één of meer daartoe aangewezen
                        deskundigen tedoen bevragen;</al><al>b.op een door het college te bepalen plaats en tijdstip te bezoeken en hem
                        te bevragen ofdoor één of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                        bevragen.</al><al>Lid 2.</al><al>Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies
                        vragen indien:</al><al>a.Het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een
                        voorziening heeftgehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in
                        artikel 3 is gevoerd;</al><al>b.Het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een voorziening
                        heeft gehadof een gesprek zoals bedoeld in artikel 3 heeft gevoerd, maar
                        waarvan de medische omstandigheden </al><al>omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de
                        noodzaakvan een voorziening of de soort van voorziening kunnen
                        beïnvloeden.</al><al>c.Het college dat overigens gewenst vindt.</al><al>Lid 3.</al><al>Bij het adviseren zal het International Classification of Functioning,
                        Disabilities and Health als basisvoor het begrippenkader worden
                        gehanteerd.</al><al>Lid 4.</al><al>De belanghebbende is verplicht om op verzoek of uit eigener beweging aan het
                        college of aandoor hen aangewezen adviseurs die gegevens te verschaffen, die
                        noodzakelijk zijn voor debeoordeling van de aanvraag.</al><al><vet>Artikel 27: Relatie met de Algemene Wet Bijzondere
                        Ziektekosten</vet></al><al>De aanvraag moet worden ingediend door middel van een door het college ter
                        beschikking gesteldformulier of via een ondertekend verslag van het gesprek
                        (fysiek of digitaal) bij het hiervoor doorhet college ingestelde loket, in
                        welk loket de toegang tot het aanvragen van individuele</al><al>voorzieningen in samenhang met voorzieningen op het gebied van wonen en zorg
                        als bedoeld inde Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is geregeld.</al><al><vet>Artikel 28: Wijziging situatie</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Degene aan wie krachtens deze Verordening een voorziening is verstrekt, is
                        verplicht zo spoedigmogelijk aan het college mededeling te doen van feiten
                        en omstandigheden, waarvanredelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                        invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al><al>Lid 2.</al><al>Het college is bevoegd, na toekenning van een voorziening op grond van deze
                        Verordening, debelanghebbende op te roepen of hem schriftelijk om informatie
                        te vragen teneinde vast te stellenof de omstandigheden die hebben geleid tot
                        toekenning van de voorziening, ongewijzigd zijn.</al><al><vet>Artikel 29: Intrekking</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze Verordening, geheel
                        ofgedeeltelijk intrekken indien:</al><al>a.niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of
                        krachtens dezeVerordening;</al><al>b.beschikt is op grond van gegevens en gebleken is dat die gegevens zodanig
                        onjuist warendat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere
                        beslissing zou zijn genomen.</al><al>Lid 2.</al><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                        persoonsgebonden budgetkan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                        tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden</al><al>(bij eenmalige uitbetaling) na uitbetaling dan wel binnen de termijn
                        waarvoor het is toegekendniet (geheel) is aangewend voor de bekostiging van
                        het resultaat waarvoor de verlening heeftplaatsgevonden.</al><al>Lid 3.</al><al>Het college kan een besluit genomen op grond van deze Verordening geheel of
                        gedeeltelijkintrekken indien in de persoon gelegen factoren een adequaat en
                        verantwoord gebruik van eenvoorziening belemmeren.</al><al>Lid 4.</al><al>Het college kan het recht op een voorziening intrekken op verzoek van
                        belanghebbende.</al><al><vet>Artikel 30: Terugvordering</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Indien het recht op een voorziening geheel of gedeeltelijk is ingetrokken
                        kan op basis daarvan eenreeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                        persoonsgebonden budget wordenteruggevorderd.</al><al>Lid 2.</al><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken
                        kan deze voorzieningworden teruggevorderd indien de voorziening is verleend
                        op basis van valselijk verstrektegegevens.</al><al>Lid 3.</al><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken
                        wordt deze voorzieningteruggehaald.</al><al>Lid 4.</al><al>Ingeval een in bruikleen verstrekte voorziening als gevolg van verwijtbare
                        gedragingen van depersoon met beperkingen niet meer aanwezig is, kan de
                        restwaarde van de voorziening inrekening worden gebracht bij de
                        bruiklener.</al><al><vet>Hoofdstuk 8 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 31: Hardheidsclausule</vet></al><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van debepalingen van deze Verordening indien toepassing van de
                        Verordening tot onbillijkheden vanoverwegende aard leidt.</al><al><vet>Artikel 32: Indexering</vet></al><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze Verordening
                        en het op dezeVerordening berustende Besluit voorzieningen maatschappelijke
                        ondersteuning geldendebedragen verhogen of verlagen aan de hand van de
                        prijsindex van het Centraal Bureau Statistiek.</al><al>Zoals bepaald in artikel 4.5 lid 1 van het Besluit maatschappelijke
                        ondersteuning (Stb. 2006, 450).</al><al><vet>Artikel 33: Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze Verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2013.</al><al><vet>Artikel 34: Beëindiging</vet></al><al>Met inwerkingtreding van deze Verordening komt de Verordening voorzieningen
                        maatschappelijke</al><al>ondersteuning gemeente Leiderdorp 2010 en de wijzigingen op deze Verordening
                        per 1 maart2013 te vervallen.</al><al><vet>Artikel 35: Overgangsregeling</vet></al><al>Lid 1.</al><al>Indien een aanvraag voor de datum van inwerkingtreding van deze Verordening
                        is ingediend,wordt deze aan de hand van het op dat moment geldende
                        wettelijke kader beoordeeld, tenzij debepalingen van deze Verordening
                        gunstiger zijn voor de aanvrager. In dat geval worden de</al><al>bepalingen van deze Verordening toegepast.</al><al>Lid 2.</al><al>Een persoon aan wie op grond van de Verordening voorzieningen
                        maatschappelijke ondersteuningGemeente Leiderdorp 2010 een voorziening is
                        toegekend waarop hij op grond van de huidigeVerordening geen recht zou
                        hebben gehad, houdt recht op die voorziening totdat de voorziening</al><al>niet langer noodzakelijk is, dan wel de voorziening moet worden vervangen,
                        dan wel gedurende inde beschikking genoemde looptijd.</al><al><vet>Artikel 36: Evaluatie</vet></al><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt tenminste eenmaal per
                        vier jaargeëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt
                        deze Verordening aangepast. Hetcollege zendt hiertoe tijdig aan de Raad een
                        verslag over de doeltreffendheid en de effecten van</al><al>de Verordening in de praktijk.</al><al><vet>Artikel 37: Citeertitel</vet></al><al>Deze Verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen
                        maatschappelijkeondersteuning gemeente Leiderdorp 2013”.</al><al/><al/></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Leiderdorp op</ondertekening><ondertekening>4 februari 2013.</ondertekening><ondertekening>de raad van Leiderdorp</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>