<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR253907_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012-2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012-2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek
            2012-2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout; gelezen het voorstel van het
                        voorstel van het dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek en burgemeester
                        en wethouders d.d. 2 oktober 2012, nr 6052; gelet op het bepaalde in
                            <onderstreept>artikel 147 van de Gemeentewet</onderstreept>;gelet op de
                        Gemeenschappelijke Regeling van de Intergemeentelijke Sociale Dienst
                        Hillegom, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen;gelet op
                            <onderstreept>artikel 147 Gemeentewet</onderstreept> en
                            <onderstreept>artikel 8 lid 1 aanhef en onderdeel</onderstreept> d en
                            <onderstreept>artikel 36 van de Wet werk en bijstand</onderstreept>;
                        Besluit :vast te stellen de verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD
                        Bollenstreek 2012 – 1213 onder intrekking per 1-1-2013 van de verordening
                        langdurigheidstoeslag ISD Bollenstreek 2012 Verordening
                        langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012-2013</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWB: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="c."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000;</al></li><li nr="d."><al>peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                    langdurigheidstoeslag ontstaat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In deze verordening wordt onder belanghebbende mede verstaan het
                            gezin.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in <onderstreept>artikel 36 WWB</onderstreept>
                            komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die
                            gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest
                            op een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende
                            bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld
                            in <onderstreept>artikel 34 WWB</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen recht op langdurigheidstoeslag heeft de belanghebbende die een
                            opleiding of studie als bedoeld in de WTOS dan wel WSF 2000 volgt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen recht op langdurigheidstoeslag heeft de belanghebbende aan wie in
                            de periode van twaalf maanden voor de peildatum een maatregel is
                            opgelegd op grond van <onderstreept>artikel 18 lid 2 WWB</onderstreept>
                            of <onderstreept>artikel 20 lid 1</onderstreept> en <onderstreept>2
                                IOAW</onderstreept>, dan wel <onderstreept>artikel 20 lid
                                1</onderstreept> en <onderstreept>2 IOAZ</onderstreept> en de daar
                            genoemde verordeningen voor een gedraging waarvoor een maatregel van 20%
                            of hoger kan worden opgelegd wegens het niet of in onvoldoende mate
                            nakomen van de verplichtingen bedoeld in <onderstreept>artikel 9 lid 1
                                WWB</onderstreept>, <onderstreept>artikel 37 IOAW</onderstreept>,
                            dan wel <onderstreept>artikel 37 IOAZ</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belanghebbende die gehuwd is met een persoon die van het recht op
                            langdurigheidstoeslag is uitgesloten ingevolge de <onderstreept>artikel
                                11</onderstreept> of <onderstreept>13 WWB</onderstreept>, komt in
                            aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem
                            als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor gehuwden: 40% van de norm als bedoeld in artikel
                                        <onderstreept>21 aanhef en sub c WWB</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>voor alleenstaande ouders: 40% van de norm als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 21
                                        aa</onderstreept><onderstreept>n</onderstreept><onderstreept>hef
                                        en sub b WWB</onderstreept> verhoogd met de maximale toeslag
                                    als bedoeld in <onderstreept>artikel 25 lid 2
                                    WWB</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al>voor alleenstaanden: 40% van de norm als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 21 sub a WWB</onderstreept> verhoogd
                                    met de maximale toeslag als bedoeld in <onderstreept>artikel 25
                                        lid 2 WWB</onderstreept>;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het voorgaande lid bedraagt het percentage voor
                            personen die in een inrichting verblijven steeds 20% van de in het
                            voorgaande lid bedoelde norm en toeslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de toepassing van het eerste en tweede lid wordt uitgegaan van de
                            norm en (indien van toepassing) de toeslag exclusief vakantietoeslag
                            geldend per 1 januari van het jaar waarbinnen de peildatum ligt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek
                        is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding en toepassing</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op de bekendmaking van
                        deze verordening, waarbij de artikelen terugwerken tot en met 1 januari
                        2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 5 laat onverlet dat de ‘Verordening
                            langdurigheidsstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012’ tot uiterlijk 1
                            januari 2013 van toepassing blijft op de belanghebbende op wie op grond
                            van artikel 78w WWB de huishoudinkomenstoets nog tot 1 januari 2013
                            wordt toegepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ‘Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012’ wordt
                            per 1 januari 2013 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                        langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012-2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Ondertekening</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Noordwijkerhout in zijn openbare
                        vergadering van 20 december 2012.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemeen</titel></kop><divisie><kop><titel>Decentralisatie langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>Op 1 januari 2009 is wetsvoorstel 31 559 inwerking getreden. Daarmee is de
                        langdurigheidstoeslag beleidsmatig en financieel gedecentraliseerd naar
                        gemeenten. De gedachte achter de toeslag is, dat mensen die langdurig een
                        inkomen op het sociaal minimum hebben en weinig financiële ruimte hebben om
                        te reserveren voor onverwachte uitgaven, extra ondersteuning nodig
                        hebben.</al><al>Door inwerkingtreding van genoemd wetsvoorstel is artikel 36 WWB ingrijpend
                        gewijzigd. In dat artikel is omschreven in welke gevallen en onder welke
                        voorwaarden mensen met een laag in komen en vermogen en zonder uitzicht op
                        inkomensverbetering, in aanmerking komen voor de
                        langdurigheids-toeslag.</al></divisie><divisie><kop><titel>Bevoegdheid gemeenten</titel></kop><al>In het nieuwe artikel 36 lid 1 WWB is de basis voor de langdurigheidstoeslag
                        opgenomen:</al><al>“Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon
                        van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag inkomen
                        en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft en
                        geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.”</al><al>In artikel 8 WWB is bepaald dat de gemeenteraad middels een verordening
                        regels stelt die in in ieder geval betrekking hebben op de hoogte van de
                        langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de
                        begrippen langdurig en laag inkomen. Het is een verplichting om een
                        verordening vast te stellen, geen bevoegdheid.</al></divisie><divisie><kop><titel>Langdurig</titel></kop><al>De vroegere referteperiode (in de wet) was vijf jaar maar het staat de
                        gemeenteraad vrij om een andere referteperiode te benoemen. In de
                        verordening is de referteperiode op 36 maanden vastgesteld. Dit sluit aan
                        bij de veelal gehanteerde stelregel, dat bij een inkomen op bijstandsniveau
                        na drie jaar de capaciteit om te reserveren voor vervangingsuitgaven niet
                        langer aanwezig is. Vanaf dat moment is extra inkomensondersteuning derhalve
                        gewenst. Ook voor de klant en voor de uitvoeringsorganisatie is een termijn
                        van 36 maanden eenvoudiger dan een termijn van 5 jaar. De klant moet immers
                        aantonen dat hij ‘langdurig’ een laag inkomen heeft en de ISD zal dit
                        vervolgens moeten controleren. Hoe langer de referteperiode, hoe lastiger
                        dit kan zijn.</al></divisie><divisie><kop><titel>Laag inkomen</titel></kop><al>Gemeenten hebben evenzeer de vrijheid om zelf een inkomensgrens te kiezen.
                        In de verordening is gekozen voor een inkomensgrens die 110% van de maximale
                        bijstandsnorm bedraagt. Deze grens wordt ook gehanteerd voor het overige
                        gemeentelijke armoedebeleid binnen de ISD Bollenstreek.</al></divisie><divisie><kop><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><al>Ten slotte bestaat vrijheid om keuzes te maken ten aanzien van de hoogte van
                        de toeslag. Uit het oogpunt van uitvoerbaarheid wordt een vast percentage
                        van de bijstandsnorm gehanteerd.</al><al>Hierdoor hoeft de verordening (het bedrag van de toeslag) niet jaarlijks
                        aangepast te worden aan de wijziging in de normbedragen van de WWB.</al></divisie><divisie><kop><titel>Beide partners moeten aan voorwaarden voldoen</titel></kop><al>Beide partners dienen aan de voorwaarden voor langdurigheidstoeslag te
                        voldoen. Hoewel de tekst van artikel 36 lid 1 WWB suggereert dat het recht
                        persoonsgebonden is, d.w.z. dat de toeslag ook ‘een persoon’, dus een
                        individuele belanghebbende kan worden toegekend, blijkt uit de
                        jurisprudentie dat het begrip ‘persoon’ moet worden gelezen in relatie tot
                        de bepalingen over de hoogte van de toeslag. Omdat daar een normbedrag voor
                        gehuwden werd genoemd, nam de Centrale Raad van Beroep (CRvB) aan dat het
                        recht slechts aan beide gehuwden gezamenlijk kon worden toegekend (zie CRvB
                        8 augustus 2006, LJN: AY8382).</al><al>Voldoet één van de partners op de peildatum niet aan de voorwaarden, dan kan
                        daarom ook geen langdurigheidstoeslag worden verstrekt.</al><al>Dat ligt echter anders voor voorwaarden die elders in de WWB zijn gesteld.
                        Zo kan (op grond van artikel 24 WWB) een gehuwde met een laag inkomen en een
                        niet-rechthebbende partner (bijvoorbeeld omdat deze gedetineerd is) in
                        aanmerking komen voor de langdurigheidstoeslag. De hoogte van de
                        langdurigheidstoeslag wordt daar wel op afgestemd (zie artikel 2 laatste lid
                        en de artikelsgewijze toelichting daarop).</al><al>Geen ambtshalve verstrekking</al><al>In de WWB is bepaald dat het college de toeslag op aanvraag verstrekt. Dit
                        sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Lid 1:</al><al>Om te voorkomen dat de betekenis van de begrippen van de WWB, Awb en de
                        verordening uiteen lopen, wordt in de verordening een algemene verwijzing
                        naar de begrippen in de WWB en de Awb opgenomen. Waar genoemde wetten geen
                        begripsomschrijving geven, geeft de verordening deze.</al><al>Lid 2:</al><al>De begrippen die niet zijn omschreven in de WWB of Awb, of die verduidelijkt
                        moeten worden, zijn in lid 2 omschreven.</al><al>d.peildatum:</al><al>De langdurigheidstoeslag wordt toegekend met ingang van de datum waarop aan
                        de voorwaarden is voldaan. Na indiening van een aanvraag dient beoordeeld te
                        worden wat de peildatum is.</al><al>De peildatum is de datum waarop het recht op langdurigheidstoeslag ontstaat.
                        Het gaat dus uitdrukkelijk niet om de datum waarop is aangevraagd. Het
                        betreft de datum waarop een belanghebbende:</al><lijst><li nr="-"><al>langdurig (drie jaar) [dit is de zogenaamde referteperiode
                                voorafgaand aan de peildatum]</al></li><li nr="-"><al>een laag inkomen (maximaal 110% bijstandsnorm) en</al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen (zoals bedoeld in artikel 34
                                WWB) en</al></li><li nr="-"><al>geen uitzicht op inkomensverbetering heeft.</al></li></lijst><al>Het is aan de gemeente om de peildatum vast te stellen. Die datum kan in het
                        verleden liggen. In dat geval dient de toeslag met terugwerkende kracht
                        verleend te worden. Peildatum is tevens ingangsdatum (artikel 36 lid 4 WWB).
                        De vroegst mogelijke peildatum is 1 januari 2009, dat is de datum waarop
                        artikel 36 WWB nieuw in werking is getreden.</al><al>Lid 3:</al><al>In lid 3 is vastgelegd dat onder belanghebbende (in de zin van artikel 1:2
                        Awb) mede wordt verstaan het gezin. Daarmee wordt bereikt dat voor het recht
                        op en de hoogte van de toeslag de gezinssituatie bepalend is. Beide partners
                        moeten immers aan de voorwaarden voldoen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>Lid 1:</al><al>In dit artikel worden de omschrijvingen van de begrippen langdurig en laag
                        inkomen uitgewerkt. Het laag inkomen wordt uitgedrukt als percentage van het
                        voor de betrokkene toepasselijke bijstandsnorm. Voor werkenden zal gekeken
                        moeten worden naar het inkomen, afgezet tegen de persoonlijke situatie
                        (alleenstaand, alleenstaande ouder, gehuwden).</al><al>Lid 2:</al><al>In dit lid wordt een uitsluitingsgrond genoemd die voortvloeit uit de
                        voorwaarde dat geen uitzicht op inkomensverbetering bestaat. Aangenomen
                        wordt dat er wel uitzicht op inkomensverbetering is als de belanghebbende
                        student of scholier is.</al><al>Als sprake is vangehuwden, dan geldt dat de aanspraak op
                        langdurigheidstoeslag vervalt als op één van beide partners de
                        uitsluitingsgrond van toepassing is. Beide partners moeten immers aan de
                        voorwaarden voldoen.</al><al>Lid 3:</al><al>Ook in dit lid wordt een uitsluitingsgrond genoemd die voortvloeit uit de
                        voorwaarde dat geen uitzicht op inkomensverbetering bestaat. Het niet hebben
                        van uitzicht op inkomensverbetering mag niet aan belanghebbende zelf te
                        wijten zijn. Anders zou de langdurigheidstoeslag kunnen werken als een bonus
                        voor inactiviteit en dit is niet in overeenstemming zijn met aard en
                        doelstelling van de langdurigheidstoeslag.</al><al>Daarom is in dit artikel vastgelegd dat geen recht op langdurigheidstoeslag
                        bestaat bij het niet of onvoldoende nakomen van de plicht tot
                        arbeidsinschakeling en tegenprestatie (de verplichtingen als bedoeld in
                        artikel 9 lid 1 WWB/artikel 37 IOAW/IOAZ) waarvoor in de twaalf maanden voor
                        de peildatum een maatregel is opgelegd. Er moet wel sprake zijn geweest van
                        een voldoende ernstige gedraging, dat wil zeggen een gedraging waarvoor op
                        grond van de WWB/IOAZ/IOAZ en de toepasselijke maatregelverordening een
                        maatregel van 20% of hoger kon worden opgelegd.</al><al>Ook hier geldt dat de gedraging van één vanbeide partners, gevolgen heeft
                        voor de andere partner (zie toelichting lid 2 – laatste alinea).</al><al>Lid 4:</al><al>Maakt een niet-rechthebbende partner deel uit van het gezin, dan heeft de
                        wel rechthebbende partner wel recht op de langdurigheidstoeslag.</al><al>Zowel de rechthebbende als de niet-rechthebbende partner moeten echter wel
                        aan de voorwaarden van artikel 36 WWB en deze verordening voldoen. Dus
                        ondermeer het inkomen en vermogen van de niet-rechthebbende partner tellen
                        wel mee voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag van de
                        rechthebbendepartner.</al><al>De rechthebbende heeft in deze situatie niet recht op langdurigheidstoeslag
                        naar de norm voor gehuwden, maar naar de norm voor een alleenstaande
                        (ouder). Deze uitleg is gebaseerd op de bewoordingen van artikel 36 lid 1
                        WWB en naar analogie van de regel die voor algemene bijstand geldt in
                        artikel 24 WWB. Voor de duidelijkheid is deze uitleg in deze verordening
                        vastgelegd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de toeslag</titel></kop><al>Leden 1 en 3:</al><al>In dit artikel wordt de hoogte van de toeslag geregeld. Uitgegaan wordt van
                        een percentage van de toepasselijke bijstandsnorm die geldt per 1 januari
                        van het jaar waarop de aanvraag langdurigheidstoeslag betrekking heeft (1
                        januari van het kalenderjaar waarin de peildatum ligt).</al><al>Hierdoor hoeft (het bedrag van de toeslag in) de verordening niet jaarlijks
                        aangepast te worden aan de wijziging in de normbedragen van de WWB.</al><al>Lid 2:</al><al>Voor personen in een inrichting geldt in het algemeen dat deze objectief
                        gezien een minder grote behoefte hebben aan extra inkomensondersteuning voor
                        vervangingsuitgaven.</al><al>Uit onderzoek is gebleken dat vervangingsuitgaven voor die groep doorgaans
                        slechts een derde bedragen van dergelijke uitgaven van zelfstandig wonenden
                        (brief Staatssecretaris SZW d.d. 26-6-2008 aan de Tweede Kamer, kenmerk:
                        ASEA/LIV/2008/17201).</al><al>De inrichting voorziet de bewoners veelal van een aantal wezenlijke
                        gebruiksgoederen als bijvoorbeeld een bed, wasmachine en koelkast en/of er
                        kan gebruik worden gemaakt van gemeenschappelijke voorzieningen. Omdat de
                        bewoners minder vervangingsuitgaven hoeven te maken, kan de
                        langdurigheidstoeslag lager worden vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Artikel 7 WWB schrijft voor dat de uitvoering van de WWB berust bij
                        burgemeester en wethouders.</al><al>Ingevolge de Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek is de uitvoering
                        van de WWB gedelegeerd aan het dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek. In
                        gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het dagelijks
                        bestuur van de ISD Bollenstreek.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Wet afschaffing huishoudinkomenstoets (waarbij de WWB is gewijzigd) werkt
                        terug tot en met 1 januari 2012 [Art. VI aanhef en onder a. Wet afschaffing
                        huishoudinkomenstoets].</al><al>Er is geen specifiek overgangsrecht opgenomen in voornoemde wijzigingswet
                        ten aanzien van de langdurigheidstoeslag. Dat betekent dat de ‘Verordening
                        langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012’ onverbindend kan zijn op
                        een aantal onderdelen per datum dat deze wijzigingswet inwerking is
                        getreden. Deze verordening moet daarom ook (net als de wijzigingswet)
                        terugwerken tot en met 1 januari 2012.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Lid 1:</al><al>De ‘Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012’ wordt,
                        gelet op artikel 5, in beginsel niet meer toegepast met inwerkingtreding van
                        deze nieuwe verordening.</al><al>Voor een zeer beperkte groep belanghebbenden blijft de huishoudinkomenstoets
                        echter van toepassing tot uiterlijk 1 januari 2013. Dat is de groep personen
                        op wie het overgangsrecht (in artikel 78w) van de WWB van toepassing is.
                        Uitsluitend voor deze groep blijft de ‘Verordening langdurigheidstoeslag WWB
                        ISD Bollenstreek 2012’ tot uiterlijk 1 januari 2013 van toepassing.</al><al>Lid 2:</al><al>Het overgangsrecht (in artikel 78w) van de WWB eindigt per 1 januari 2013.
                        De ‘Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012’ is daarom
                        eveneens tot uiterlijk 1 januari 2013 van toepassing en wordt per 1 januari
                        2013 ingetrokken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>