<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR253900_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening commissie bezwaarschriften Hollands Kroon 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hollands Kroon</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">CTR 28-11-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening commissie bezwaarschriften Hollands Kroon 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 84</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 7:13</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening commissie bezwaarschriften Hollands Kroon 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 1. Begripsbepalingen</onderstreept></titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                    genomen;</al></li><li nr="b."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de
                                    bezwaarschriften.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2 BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN</titel></kop><paragraaf><kop><titel><cursief>Paragraaf 1 De commissie</cursief></titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 2. Inleidende bepaling
                                        commissie</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op
                                        bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de
                                        burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van
                                        bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de
                                                Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>de ambtelijke rechtspositie.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 3. Samenstelling van de
                                        commissie</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee
                                        leden.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel
                                        uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van
                                        het bestuursorgaan.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en de leden worden door het college benoemd,
                                        geschorst en ontslagen.</al></li><li nr="4."><al>Het college benoemt een aantal plaatsvervangende leden.</al></li><li nr="5."><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 4. Secretaris</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris van de commissie is een door het college
                                        aangewezen ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de
                                        secretaris aan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 5. Zittingsduur</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden in eerste
                                        instantie benoemd voor een termijn van één jaar. Deze
                                        benoeming kan hierna worden verlengd met vier jaar. Na deze
                                        periode is het mogelijk één keer herbenoemd te worden voor
                                        de periode van vijf jaar.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk
                                        moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk
                                        mededeling aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de
                                        commissie blijven hun functie vervullen totdat in de
                                        opvolging is voorzien.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel><cursief>Paragraaf 2 Procedure</cursief></titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 6. Bemiddeling</onderstreept></titel></kop><al>De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt
                                alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris
                                verricht daartoe de nodige handelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 7. Uitoefening
                                        bevoegdheden</onderstreept></titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb
                                worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de
                                voorzitter van de commissie:</al><al>a) artikel 2:1, tweede lid;</al><al>b) artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                termijn;</al><al>c) artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                tijdens de behandeling door de </al><al>commissie;</al><al>d) artikel 7:4, tweede lid;</al><al>e) artikel 7:6, vierde lid.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 8. Vooronderzoek</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van
                                        ontvangst aangetekend.</al></li><li nr="2."><al>Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt
                                        binnen zeven werkdagen in handen van de commissie
                                        gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 9. Hoorzitting</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip
                                        van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend
                                        orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de
                                        commissie te laten horen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van
                                        de Awb.</al></li><li nr="3."><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af
                                        te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de
                                        belanghebbenden en het verwerend orgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 10. Uitnodiging
                                    zitting</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend
                                        orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk
                                        uit.</al></li><li nr="2."><al>Binnen drie dagen na verzending vande uitnodiging
                                        kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder
                                        opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van
                                        de zitting te wijzigen.</al></li><li nr="3."><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt
                                        uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de
                                        belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te
                                        wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die
                                        genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 11. Quorum</onderstreept></titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van
                                het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn
                                plaatsvervanger, aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 12. Niet-deelneming aan de
                                        behandeling</onderstreept></titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                                behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun
                                onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig
                                vervangen.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 13. Openbaarheid
                                    zitting</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de
                                        commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt
                                        of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige
                                        redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de
                                        zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten
                                        deuren.</al></li><li nr="4."><al>De zitting van de commissie vindt in ieder geval achter
                                        gesloten deuren plaats voor wat betreft bezwaarschriften die
                                        zijn ingediend tegen besluiten op grond van de Wet
                                        Maatschappelijke ondersteuning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 14. Schriftelijke
                                        verslaglegging</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen
                                        van de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over
                                        en weer is gezegd en wat verder ter zitting is
                                        voorgevallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten
                                        deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden,
                                        respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars
                                        tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan
                                        melding.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde
                                        bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                                        secretaris van de commissie.</al></li><li nr="6."><al>Voor het verwerken van het verslag kan een geluidsopname van
                                        de hoorzitting worden gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 15. Nader
                                    onderzoek</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies
                                        wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn,
                                        kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de
                                        andere commissieleden dit onderzoek houden.</al></li><li nr="2."><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in
                                        afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend
                                        orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                        belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de
                                        nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een
                                        verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting.
                                        De voorzitter beslist op zo'n verzoek.</al></li><li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze
                                        verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel
                                        mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 16. Raadkamer en
                                    advies</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren
                                        over het door haar uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het
                                        uit te brengen advies.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem
                                        van de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding
                                        gemaakt indien die minderheid dat verlangt.</al></li><li nr="5."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te
                                        nemen beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="6."><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                        commissie ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 17. Uitbrengen advies en
                                        verdaging</onderstreept></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag, bedoeld
                                        in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen
                                        nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan
                                        het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te
                                        beslissen.</al></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie
                                        de termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste
                                        lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het
                                        uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing,
                                        verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te
                                        verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                        belanghebbenden een afschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 18. Jaarverslag</onderstreept></titel></kop><al>De commissie brengt jaarlijks vóór 1 juli aan de bestuursorganen van
                                de gemeente verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande
                                kalenderjaar.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3 SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 19. Intrekking oude
                                regeling</onderstreept></titel></kop><al>De verordeningen: </al><lijst><li nr="-"><al>Verordening Commissie bezwaarschriften gemeente Wieringen;</al></li><li nr="-"><al>Verordening op de Commissie voor de Behandeling van
                                    Bezwaarschriften gemeente Wieringermeer;</al></li><li nr="-"><al>Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten Schagen,
                                    Zijpe en Anna Paulowna;</al></li><li nr="-"><al>Verordening inzake de behandeling van bezwaar- en
                                    beroepschriften gemeente Niedorp;</al></li></lijst><al> worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 20. Inwerkingtreding</onderstreept></titel></kop><al>Deze verordening wordt van kracht op 1 januari 2013. </al></artikel><artikel><kop><titel><onderstreept>Artikel 21. Citeertitel</onderstreept></titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie
                            bezwaarschriften Hollands Kroon 2013. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 30 oktober 2012.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 18 september 2012. </ondertekening><ondertekening>De burgemeester, De secretaris,</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld bij besluit van 18 september 2012. </ondertekening><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>