<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR253329_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit Individuele Voorzieningen Gemeente Winsum 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winsum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Wiekslag, 02-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit Individuele Voorzieningen Gemeente Winsum 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">De Verordening Wmo</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Besluit Individuele Voorzieningen Gemeente Winsum 2012, versie januari 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit Individuele Voorzieningen Gemeente Winsum 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>versie december 2012</al><al/><al><vet>Besluit Individuele Voorzieningen</vet></al><al/><al/><al>Gemeente Winsum 2013</al><al>Versie: december 2012</al><al>Besluit Individuele Voorzieningen Gemeente Winsum 2013 </al><al/><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1 - </nr><titel>Algemene regels over het persoonsgebonden budget</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr/><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Verordening: de Verordening Wmo Winsum in het kader van de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>College: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Winsum. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Verzamelinkomen: het verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.18
                                    van de Wet inkomstenbelasting 2001. </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>CAK: Centraal Administratie Kantoor. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Regels met betrekking tot verstrekking van een persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de
                                    vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van
                                    de belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het persoonsgebonden budget wordt rechtstreeks aan de
                                    belanghebbende of diens (wettelijke) vertegenwoordiger
                                    uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verstrekking van persoonsgebonden budget vindt plaats indien:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de aanvrager in aanmerking komt voor een individuele voorziening
                                    ten behoeve van het behalen van het resultaat.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op grond van onderzoek geen aanwijzingen zijn gevonden waardoor
                                    vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het
                                    omgaan met een persoonsgebonden budget. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Regels met betrekking tot de verantwoording van een persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de
                                    budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verantwoording van het persoonsgebonden budget gebeurt door het
                                    overleggen van: </al><al>- de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; en</al><al>- een betalingsbewijs van de aanschaf van de voorziening;
                                    of</al><al>- een overzicht van de salarisadministratie met bijbehorende
                                    bewijsstukken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De budgethouder dient de onder lid 2 genoemde bewijsstukken
                                    gedurende 7 jaar te bewaren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als uit de steekproef genoemd onder lid 1 blijkt dat nader
                                    uitgebreid onderzoek nodig is, danwel indien er een vermoeden
                                    van onrechtmatig gebruik bestaat, volgt een uitgebreid
                                    onderzoek. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Over het volledige bedrag, van het PGB dient verantwoording te
                                    worden afgelegd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Is het budget niet of niet volledig gebruikt dan zal het
                                    resterende bedrag worden teruggevorderd dan wel, indien van
                                    toepassing, worden verrekend met het toegekende budget voor het
                                    volgende kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Is het persoonsgebonden budget anders besteed dan waarvoor
                                    bedoeld, dan zal het college het persoonsgebonden budget geheel
                                    of gedeeltelijk terugvorderen. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2 - </nr><titel>Eigen bijdrage hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling en inning eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vaststelling van de maximale eigen bijdrage gebeurt door het
                                    CAK op basis van het ministeriële Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning (AMvB).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij vaststelling van de eigen bijdrage wordt gekeken naar
                                    leeftijd, inkomen, vermogen en gezinssamenstelling. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij verstrekking van hulp bij het huishouden in de vorm van zorg
                                    in natura wordt het vaststellen, het opleggen en het innen van
                                    de vierwekelijkse eigen bijdrage uitgevoerd door het CAK.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verstrekking van hulp in het huishouden in de vorm van een
                                    persoonsgebonden budget wordt het vaststellen van de
                                    vierwekelijkse eigen bijdrage uitgevoerd door het CAK. Het
                                    opleggen, het innen en het eventueel verrekenen van de
                                    vierwekelijkse eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het Menzis
                                    Wmo support. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Omvang van de eigen bijdrage voor ongehuwde personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bedrag dat de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde
                                    leeftijd nog niet heeft bereikt en bij een verzamelinkomen van €
                                    23.208,00 of minder aan eigen bijdrage dient te betalen bedraagt
                                    maximaal € 18,60 per vier weken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag dat de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde
                                    leeftijd nog niet heeft bereikt en bij een verzamelinkomen van
                                    meer dan € 23.208,00 maximaal aan eigen bijdrage dient te
                                    betalen per vier weken wordt als volgt vastgesteld: </al><al>- het verzamelinkomen minus € 23.208,00 = uitkomst</al><al>- 15% van uitkomst plus € 241,80 (13 x € 18,60)</al><al>- delen door 13 (perioden).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrag dat de ongehuwde persoon die de pensioengerechtigde
                                    leeftijd heeft bereikt en bij een verzamelinkomen van €
                                    16.257,00 of minder aan eigen bijdrage dient te betalen bedraagt
                                    maximaal € 18,60 per vier weken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bedrag dat de ongehuwde persoon van 65 jaar of ouder en bij
                                    een verzamelinkomen van meer dan € 16.257,00 maximaal aan eigen
                                    bijdrage dient te betalen per vier weken wordt als volgt
                                    vastgesteld: </al><al>- het verzamelinkomen minus € 16.257,00 = uitkomst </al><al>- 15% van uitkomst plus € 241,80 (13 x € 18,60)</al><al>- delen door 13 (perioden).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Omvang van de eigen bijdrage voor gehuwde personen </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gehuwde personen indien een van beiden de pensioengerechtigde
                                    leeftijd nog niet heeft bereikt of beiden die leeftijd nog niet
                                    hebben bereikt en bij een gezamenlijk verzamelinkomen van €
                                    28.733,00 of minder, dienen maximaal € 26,60 per vier weken aan
                                    eigen bijdrage te betalen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag dat de gehuwde personen indien een van beiden de
                                    pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt of beiden
                                    die leeftijd nog niet hebben bereikt en bij een verzamelinkomen
                                    van meer dan € 28.733,00 maximaal aan eigen bijdrage dienen te
                                    betalen per vier weken wordt als volgt vastgesteld: </al><lijst><li nr="-"><al>het verzamelinkomen minus € 28.733,00 = uitkomst </al></li><li nr="-"><al>15% van uitkomst plus € 345,80 (13 x € 26,60)</al></li><li nr="-"><al>delen door 13 (perioden).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gehuwde personen die beiden de pensioengerechtigde leeftijd
                                    hebben bereikt en bij een verzamelinkomen van meer dan €
                                    22.676,00 of minder dienen maximaal € 26,60 per vier weken aan
                                    eigen bijdrage te betalen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bedrag dat de gehuwde personen die beiden de
                                    pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en bij een
                                    verzamelinkomen van meer dan € 22.676,00 maximaal aan eigen
                                    bijdrage dienen te betalen per vier weken wordt als volgt
                                    vastgesteld: </al><lijst><li nr="-"><al>het verzamelinkomen minus € 22.676,00 = uitkomst </al></li><li nr="-"><al>15% van uitkomst plus € 345,80 (13 x € 26,60) </al></li><li nr="-"><al>delen door 13 (perioden).</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3 - </nr><titel>Hulp in het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van hulp
                                in de huishouding vindt als volgt plaats. Er wordt een bruto bedrag
                                beschikbaar gesteld dat per uur bedraagt:</al><al>Hulp in het huishouden, categorie 1 </al><al>(schoonmaakwerkzaamheden) € 17,06 </al><al>Hulp in het huishouden, categorie 2 </al><al>(schoonmaakwerkzaamheden met andere </al><al>lichte ondersteuning in de huishouding) € 19,48</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Voorwaarde met betrekking tot persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De budgethouder dient schriftelijke overeenkomsten te sluiten met de
                                door hem of haar ingeschakelde hulpverleners. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Uitbetaling persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget wordt netto, na aftrek van de eigen
                                bijdrage, rechtstreeks aan de belanghebbende of diens (wettelijke)
                                vertegenwoordiger uitbetaald.</al><al>De volgende betalingsfrequentie is van toepassing op de
                                jaarbedragen:</al><al>-een PGB tot € 2.500,00 op jaarbasis: eenmaal per jaar</al><al>-een PGB tussen € 2.500,00 en € 5.000,00 op jaarbasis: per half
                                jaar</al><al>-een PGB tussen € 5.000,00 en € 7.500,00 op jaarbasis: per
                                kwartaal</al><al>-een PGB boven € 7.500,00 op jaarbasis : maandelijks.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4 - </nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Woningaanpassing</titel></kop><al>De hoogte van een woningaanpassing ten behoeve van het bereiken van
                                het resultaat “wonen in een geschikt huis” zoals bedoeld in artikel
                                9 van de Verordening bedraagt ten hoogste € 45.380,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Vaststelling persoonsgebonden budget en financiële vergoeding</titel></kop><al>De financiële vergoeding of het persoonsgebonden budget voor
                                woonvoorzieningen wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag
                                zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Hoogte persoonsgebonden budget en financiële vergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gemaximeerde bedrag voor de verhuiskosten als genoemd in
                                    artikel 9, lid 3 van de Verordening bedraagt € 2.500,00. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van het persoonsgebonden budget zoals bedoeld in
                                    artikel 18, van de Verordening wordt vastgesteld op de door het
                                    college goedgekeurde kosten van de voorziening, inclusief
                                    eventuele kosten voor onderhoud en service gedurende de
                                    gebruiksduur van de voorziening. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte de financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel
                                    20, van de Verordening wordt vastgesteld op de door het college
                                    goedgekeurde kosten van de voorziening, inclusief eventuele
                                    kosten voor onderhoud en service gedurende de gebruiksduur van
                                    de voorziening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van een
                                    woningsanering ten behoeve van het bereiken van het resultaat
                                    “wonen in een geschikt huis” zoals bedoeld in artikel 9 wordt
                                    bepaald door rekening te houden met de ouderdom van de
                                    voorziening (bijvoorbeeld vloerbedekking voor carapatiënten).
                                    Naarmate de bestaande stoffering ouder en gedeeltelijk
                                    afgeschreven is, neemt de kostenvergoeding af. Voor de bepaling
                                    van de afschrijving geldt de volgende richtlijn:</al><al/><al>Afschrijving stoffering</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>leeftijd stoffering</al></entry><entry colname="col2"><al>afschrijving %</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&lt; 2 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 - 4 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4 – 6 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6 – 8 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>&gt; 8 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De maximale tegemoetkoming bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al>Gordijnen € 15,00 per meter voor rolgordijnen en gladde
                                            gordijnen</al></li><li nr="b."><al>Vloerbedekking € 53,00 per strekkende meter (rolbreedte
                                            4m) voor zeil of linoleum, inclusief
                                            egalisatiekosten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie
                                    van een woonvoorziening ten behoeve van het resultaat “ wonen in
                                    een geschikt huis” zoals bedoel in artikel 9 van de Verordening
                                    bedraagt maximaal het in bijlage I genoemde bedrag. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming die wordt gemaakt in verband met tijdelijke
                                    huisvesting ten behoeve van het bereiken van het resultaat
                                    “wonen in een geschikt huis’ zoals bedoeld in artikel 9 van de
                                    Verordening is gelijk aan: </al><al>a. de werkelijke kosten met een maximum van € 600,00 als
                                    tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van
                                    zelfstandige woonruimte en het langer moeten aan houden van de
                                    te verlaten woonruimte. </al><al>b. de werkelijke kosten met een maximum van € 300,00 ter
                                    tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een
                                    niet-zelfstandige woonruimte. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de eigenaar van de woonruimte kan door het college een
                                    financiële tegemoetkoming in de kosten in verband met
                                    huurderving worden verleend voor de periode van maximaal 6
                                    maanden, te rekenen vanaf één maand na de melding of de tweede
                                    maand van de leegstand. Voor de berekening van de financiële
                                    tegemoetkoming wordt uitgegaan van de kale huur. De hoogte van
                                    de tegemoetkoming is nooit hoger dan de maximumhuur waarvoor
                                    individuele huurtoeslag wordt verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Hoogte tegemoetkoming bezoekbaar maken woning</titel></kop><al>Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken
                                van een woning als genoemd in artikel 22, lid 2 onder g van de
                                Verordening bedraagt € 2.000,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Hoogte tegemoetkoming verwerven van grond</titel></kop><al>Indien voorzieningen ten behoeve van het bereiken van resultaat
                                “wonen in een geschikt huis” zoals bedoeld in artikel 9 van de
                                Verordening het noodzakelijk maken dat extra grond moet worden
                                verworven kan het college een bijdrage verlenen op basis van
                                maximaal het aantal m² zoals vastgesteld in bijlage II. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Antispeculatiebeding woningaanpassing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het afschrijvingsschema van woningaanpassingen die worden
                                    verstrekt ten behoeve van het bereiken van het resultaat “wonen
                                    in een geschikt huis” ziet er als volgt uit:</al><al/><al>Afschrijving in 10 jaar</al><al>voor het eerste jaar: 100 % van de meerwaarde; </al><al>voor het tweede jaar: 90 % van de meerwaarde;</al><al>voor het derde jaar: 80 % van de meerwaarde; </al><al>voor het vierde jaar: 70 % van de meerwaarde;</al><al>voor het vijfde jaar: 60 % van de meerwaarde; </al><al>voor het zesde jaar: 50 % van de meerwaarde;</al><al>voor het zevende jaar: 40 % van de meerwaarde;</al><al>voor het achtste jaar: 30 % van de meerwaarde;</al><al>voor het negende jaar: 20 % van de meerwaarde;</al><al>voor het tiende jaar: 10 % van de meerwaarde;</al><al>In alle gevallen minus het percentage dat voor rekening van de
                                    eigenaar van de woonruimte is gekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vóór aanvang van een woningaanpassing waarvan de totale kosten €
                                    20.420,00 of hoger zijn ten tijde van de toekenning én bij een
                                    voorgenomen verkoop van de woning, dient de eigenaar-bewoner van
                                    de woning aan het college een taxatierapport van de woning te
                                    verstrekken. De vaststelling van de eventuele meerwaarde
                                    geschiedt door een beëdigd taxateur aan te wijzen door de
                                    eigenaar-bewoner en het college. De eigenaar-bewoner draagt zelf
                                    zorg voor de kosten van de taxatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Onderhoud en verzekering</titel></kop><al>De belanghebbende is verplicht om gedurende de gebruiksduur de
                                getroffen voorziening of de aangeschafte zaak voldoende te laten
                                onderhouden en voor zover van toepassing, toereikend te
                                verzekeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Uitbetaling persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming voor
                                verhuiskosten of voorzieningen die van niet bouwkundige of
                                woontechnische aard worden ineens en rechtstreeks aan de
                                belanghebbende of diens (wettelijke) vertegenwoordiger
                                uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verklaring gereedkoming werkzaamheden woonvoorziening</titel></kop><al>Als een woonvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget
                                of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt is altijd een
                                gereedmelding noodzakelijk. De gereedmelding gaat vergezeld van de
                                op de werkzaamheden betrekking hebbende facturen. De gereedmelding
                                leidt niet tot nabetaling.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5 - </nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hoogte financiële vergoeding/persoonsgebonden budget, in geval van koop</titel></kop><al>De financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor
                                vervoersvoorzieningen ten behoeve van het resultaat “ zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel” zoals bedoeld in artikel 14 van de
                                Verordening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de
                                goedkoopst-compenserende voorziening, indien nodig verhoogd met een
                                bedrag voor onderhoud en reparatie, gebaseerd op het gemiddelde
                                bedrag voor onderhoud en reparatie voor een periode van 7 jaar,
                                uitgaande van een economische afschrijving van 7 jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Hoogte financiële vergoeding/persoonsgebonden budget, in
                                    geval van huur</titel></kop><al>De financiële vergoeding of het persoonsgebonden budget voor
                                vervoersvoorzieningen ten behoeve van het resultaat “ zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel” zoals bedoeld in artikel 14 van de
                                Verordening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de
                                huurprijs van de goedkoopstcompenserende voorziening inclusief
                                onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de leverancier
                                wordt betaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onderhoud en verzekering</titel></kop><al>De belanghebbende is verplicht om gedurende de gebruiksduur de
                                aangeschafte vervoersvoorziening voldoende te laten onderhouden. In
                                geval van een scootmobiel is de belanghebbende verplicht om minimaal
                                een aansprakelijkheidsverzekering (WA) af te sluiten gedurende de
                                gebruiksduur van de scootmobiel. De normale gebruiksduur van een
                                scootmobiel is 7 jaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik</titel></kop><al>De hoogte van een door het college te verlenen gemaximeerde
                                financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen ten behoeve van
                                het resultaat “ zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel” zoals
                                bedoeld in artikel 14 van de Verordening bedraagt:</al><al>a. voor de kosten van gebruik van eigen auto € 988,00</al><al>b. voor de kosten van het gebruik van een taxi € 1.163,00</al><al>c. voor de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi €
                                1.718,00</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verstrekken nieuwe voorziening binnen gebruiksduur</titel></kop><al>Het verstrekken van een volgende vervoersvoorziening binnen afloop
                                van de normale gebruiksduur kan slechts in die gevallen waarin dat
                                ook bij naturaverstrekking gebeurt, als wijziging in medische of
                                andere relevante omstandigheden daartoe aanleiding geven. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6 - </nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Persoonsgebonden budget voor rolstoelen</titel></kop><al>Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld als
                                tegenwaarde van de goedkoopstcompenserende voorziening. Indien nodig
                                verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie voor een periode
                                van 7 jaar, uitgaande van een economische afschrijving van 7 jaar.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Onderhoud en verzekering</titel></kop><al>De belanghebbende is verplicht om gedurende de gebruiksduur de
                                aangeschafte rolstoel voldoende te laten onderhouden. In geval van
                                een electrische rolstoel is het verplicht om minimaal een
                                aansprakelijkheidsverzekering (WA) af te sluiten gedurende de
                                gebruiksduur van de rolstoel. De normale gebruiksduur van een
                                rolstoel is 7 jaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Verstrekken nieuwe voorziening binnen gebruiksduur</titel></kop><al>Het verstrekken van een volgende voorziening binnen afloop van de
                                normale gebruiksduur kan slechts in die gevallen waarin dat ook bij
                                naturaverstrekking gebeurt, als wijziging in medische of andere
                                relevante omstandigheden daartoe aanleiding geven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7 - </nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit kan worden aangehaald als het Besluit Individuele
                                Voorzieningen gemeente Winsum 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit besluit treedt de dag na bekendmaking in werking. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van dezelfde dag als bedoeld in lid 1 wordt het
                                    Besluit Individuele Voorzieningen Gemeente Winsum 2012, versie
                                    januari 2012, ingetrokken.</al><al/></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><bijlage><al><vet>Bijlage I – Maximale vergoeding van kosten in verband met
                                        onderhoud, keuring en reparatie als bedoeld in artikel 12,
                                        lid 4 van dit Besluit.</vet></al><al>Maximale vergoeding van kosten van onderhoud, keuring en
                                    reparatie van liften ingevolge artikel 14, lid 1 onder e van de
                                    Verordening. </al><al/><al>Alleen de werkelijk gemaakte kosten (met een maximum van de in
                                    de tabel genoemde bedragen) van keuring, onderhoud en reparatie
                                    aan de hieronder genoemde onderdelen komen in aanmerking voor
                                    een financiële tegemoetkoming:</al><lijst><li nr="a."><al>stoelliften;</al></li><li nr="b."><al>rolstoel- of sta-plateauliften;</al></li><li nr="c."><al>woonhuisliften;</al></li><li nr="d."><al>hefplateauliften; </al></li><li nr="e."><al>balansliften; </al></li><li nr="f."><al>wash-air installatie; </al></li><li nr="g."><al>elektromechanische opening- en sluitingsmechanismen van
                                            deuren</al></li><li nr="h."><al>tilliften. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Keuring</cursief></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="21*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="22*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Keuring van liften</al></entry><entry colname="col2"><al>Beginkeuring</al></entry><entry colname="col3"><al>Kosten exclusief BTW</al></entry><entry colname="col4"><al>Frequentie </al><al>Periodieke keuring</al></entry><entry colname="col5"><al>Kosten </al><al>exclusief BTW</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Trap-/stoelliften</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 295,60</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 216,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rolstoelplateauliften</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 295,60</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 216,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sta-plateauliften</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 295,60</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 216,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonhuisliften</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 456,60*</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 263,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hefplateauliften</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 463,20</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 267,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Balansliften</al></entry><entry colname="col2"><al> *</al></entry><entry colname="col3"><al> *</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 1,5 jaar </al></entry><entry colname="col5"><al>€ 76,50 per uur</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col5" namest="col1"><al>* Balansliften worden niet meer nieuw gemaakt.
                                                  Beginkeuringen zullen daarom nauwelijks voorkomen.
                                                  Bestaande balansliften kunnen nog wel gewoon
                                                  gekeurd en onderhouden worden. Het Lifteninstituut
                                                  berekent de kosten voor periodieke keuring van
                                                  balansliften op basis van een uurtarief van €
                                                  76,50. In de bovengenoemde bedragen zijn opgenomen
                                                  de kosten voor de keuring door het Liftinstituut
                                                  (voorrijkosten + keuringstarieven),
                                                  vermenigvuldigt met een factor twee (personen),
                                                  vanwege de noodzakelijke assistentie door de
                                                  onderhoudsfirma.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>Onderhoud</cursief></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="32*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Onderhoud van</al></entry><entry colname="col2"><al>Frequentie periodiek onderhoud</al></entry><entry colname="col3"><al>Kosten exclusief BTW</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stoelliften</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 144,28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rolstoelplateauliften</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 144,28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sta-plateauliften</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 144,28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonhuisliften</al></entry><entry colname="col2"><al>2x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 209,16</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Maximale toeslagen op bovengenoemde tarieven:</al><lijst><li nr="·"><al>50% voor installaties geplaatst buiten de woning.</al></li><li nr="·"><al>50% voor installaties die meer dan 1 verdieping
                                            overbruggen.</al></li><li nr="·"><al>50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch
                                            aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging resp.
                                            elektrisch wegklapbare raildelen.</al></li></lijst><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Bijlage 2 – Aantal m² waarvoor een financiële
                                        tegemoetkoming kan worden gegeven ingevolge artikel 14 van
                                        dit Besluit.</vet></al><al>Verwerven van extra grond ten behoeve van een aanbouw of
                                    uitbreiding van een bepaald vertrek indien dit op grond van
                                    ergonomische belemmeringen noodzakelijk zou zijn. </al><al>Het aantal m² dat voor een financiële tegemoetkoming in
                                    aanmerking komt is per vertrek (zie onderstaand tabel)
                                    gemaximeerd.</al><al/><al>Aantal m2 per vertrek in een zelfstandige woning</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aantal m² waarvoor maximaal een financiële
                                                  tegemoetkoming kan worden verstrekt in geval van
                                                  aanbouw van een vertrek</al></entry><entry colname="col3"><al>Aantal m² waarvoor maximaal een financiële
                                                  tegemoetkoming kan worden verstrekt in geval van
                                                  uitbreiding van bestaand vertrek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>woonkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>keuken</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>eenpersoonskamer</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>tweepersoonskamer</al></entry><entry colname="col2"><al>18</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>toilet</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>wastafelruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>doucheruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>entree/hal/gang</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>berging</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Het aantal m² verhard pad tussen de openbare weg en de
                                    hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang
                                    en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van
                                    paden, dan wel bij het aanpassen van bestaande paden ten hoogste
                                    voor financiële </al><al>tegemoetkoming in aanmerking komt bedraagt 20 m². </al><al/><al>Het aantal m² verharding ten behoeve van de aanleg van een
                                    terras dan wel de aanpassing van een bestaand terras, direct bij
                                    de woonruimte, dat ten hoogste voor vergoeding in aanmerking </al><al>komt, bedraagt 6 m² .</al></bijlage></regeling></body></cvdr>