<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR253296_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012 Stein</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stein</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel 6 juni 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012 Stein</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=8&amp;g=2012-05-12">Wet werk en bijstand, artikel 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=35">Wet werk en bijstand, artikel 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-05-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Gemeenteblad afd. A 2012, no. 26</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregel uitvoering verordening maatschappelijke participatie WWB 2012 gemeente Stein</al><al>Kostensoorten die vergoed worden zijn:</al><al>• jaarcontributie sport-, jeugd- en jongerenvereniging</al><al>• kindervakantiewerk, scouting</al><al>• seizoensabonnement, meer-badenkaart, leskaart zwembad/Steinderbos</al><al>• eigen bijdrage muziekschool</al><al>• cursusgeld educatieve instelling (volksuniversiteit, creatief centrum, geen scholen en schriftelijke cursussen, ook geen basiseducatie)</al><al>• abonnement openbare bibliotheek</al><al>• abonnement dagblad</al><al>• schouwburgbezoek</al><al>• museumkaart, cultureel jongerenpaspoort</al><al>• jaarcontributie voor verenigingen van amateuristische kunstbeoefening zoals zangkoor, fanfare harmonie e.d.</al><al>• jaarkaart Limburgse clubs voor betaald voetbal</al><al>• voor schoolgaande kinderen tot 18 jaar ook de kosten van ouderbijdrage, schoolreisje, excursies, bezoek attractiepark, schoolmaterialen en boeken.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012 Stein</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad der gemeente Stein;</al><al/><al>Gezien het voorstel inzake gewijzigde WWB-verordeningen na aanscherping WWB
                        (Gem. blad Afd. A 2012, no. 26);</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 april 2012, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven;</al><al/><al>gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel g, artikel 8 lid 2 onderdeel d en artikel
                        35 lid 5 van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>Vast te stellen: de Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012
                        Stein.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                                    en de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de WWB.</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van Stein</al></li><li nr="c."><al>de raad: de gemeenteraad van Stein.</al></li><li nr="d."><al>sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve
                                            activiteit: een maatschappelijke, educatieve, sportieve
                                            of culturele activiteit die beoogt een sociaal isolement
                                            te voorkomen of te doorbreken.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2. Maatschappelijke participatie</titel></kop><al>Uitsluitend kosten in verband met maatschappelijke participatie van een
                            ten laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt, komen
                            in aanmerking voor bijstandsverlening op grond van deze verordening. Met
                            maatschappelijke participatie wordt bedoeld dat het oogmerk van
                            bijstandsverlening dient te zijn het voorkomen of doorbreken van een
                            sociaal isolement.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Recht op bijzondere bijstand voor maatschappelijke
                            participatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3. Voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitsluitend een belanghebbende zoals bedoeld in artikel 35 lid 5
                                    WWB, met een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste een
                                    inkomen zoals bedoeld in artikel 35 lid 9 WWB, komt in
                                    aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van
                                    deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Uitsluitend kosten voor sociaal-culturele, educatieve
                                    respectievelijk sportieve activiteiten in verband met
                                    ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 komen
                                    in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand op grond van
                                    deze verordening.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Maximale vergoeding</titel></kop><al>De maximale vergoeding of waarde van de vergoeding bedraagt € 100,- per
                            kalenderjaar, voor ieder kind ten behoeve waarvan bijstand wordt
                            verstrekt op grond van deze verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Uitvoering</titel></kop><al>1 Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering
                            van deze regeling.</al><al>2.De beleidsregels bevatten in ieder geval een richtsnoer van de te
                            verstrekken kosten in verband met sociaal-culturele, educatieve en
                            sportieve activiteiten.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6. Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al><al/></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke
                            participatie WWB 2012 gemeente Stein.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 mei 2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de Griffier, de Voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Algemene toelichting Verordening maatschappelijke participatie WWB 2012
                        gemeente Stein</titel></kop><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden
                    belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke
                    participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen
                    op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning
                    rechtstreeks aan zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten
                    goede te late komen en vindt het daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere
                    bijstand aan deze groep in natura en niet als geldbedrag wordt verleend. Dit is
                    vastgelegd in artikel 48 lid 4 WWB.</al><al>Artikel 8 lid 1 onderdeel g WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                    regels moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan
                    een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een
                    beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met
                    maatschappelijke participatie van dat kind. Hierbij moet in ieder geval worden
                    bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip maatschappelijke
                    participatie’ (artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB).</al><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt uitsluitend verstrekt aan
                    mensen met maximaal een inkomen van 110% van de op hem van toepassing zijnde
                    bijstandsnorm (artikel 35 lid 9 WWB).</al><al/></bijlage><bijlage><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Verordening maatschappelijk participatie WWB
                        2012 gemeente Stein</titel></kop><al>Artikel 1. Begrippen</al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
                    Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit voorkomt
                    dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende wetten
                    ook de Verordening moet worden gewijzigd. Ten aanzien van het beleid met
                    betrekking tot de voorzieningen voor maatschappelijke participatie geldt dat
                    deze uitsluitend betrekking mogen hebben op sociaal-culturele, educatieve of
                    sportieve activiteiten. </al><al>In artikel 1lid 2 onderdeel d van deze verordening is bepaald dat onder
                    sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteit wordt
                    verstaan: een maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteit
                    die beoogt een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken. Er kan worden
                    gedacht aan een lidmaatschap van een sportvereniging of toneelvereniging. Een
                    lidmaatschap van een belangengroep, zoals een vakbond, is geen sociaal-culturele
                    of sportieve activiteit.</al><al/><al>Artikel 2. Maatschappelijke participatie</al><al>In artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB is expliciet bepaald dat de gemeenteraad in
                    de verordening maatschappelijke participatie regels moet stellen over de wijze
                    waarop invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’.
                    In artikel 2 van deze verordening is aangegeven dat uitsluitend kosten in
                    verband met maatschappelijke participatie in aanmerking komen voor
                    bijstandsverlening op grond van deze verordening. Dit volgt ook uit artikel 3
                    lid 2 van deze verordening. In artikel 2 van deze verordening is voorts
                    aangegeven dat het oogmerk van maatschappelijke participatie het voorkomen of
                    doorbreken van een sociaal isolement is. Bij de invulling van het begrip
                    maatschappelijke participatie is rekening gehouden met het feit dat van
                    categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB geen
                    sprake is voor zover het hoofddoel van de vergoeding het subsidiëren van
                    culturele, educatieve of sportieve activiteiten is. Er is slechts sprake van
                    bijstandsverlening indien voor belanghebbenden kosten worden weggenomen die zij
                    anders wel zouden maken. Daarom is voor de toepassing van deze verordening
                    slechts sprake van maatschappelijke participatie indien het oogmerk van
                    bijstandsverlening het voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement
                    is.</al><al/><al>Artikel 3. Voorwaarden</al><al>In artikel 3 zijn algemene voorwaarden opgenomen om in aanmerking te komen voor
                    categoriale bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 5 WWB. In
                    artikel 3 lid 1 van deze verordening wordt voor de duidelijkheid verwezen naar
                    de voorwaarden die volgen uit de wet. Het betreft:</al><al>• het behoren tot de doelgroep zoals neergelegd in artikel 35 lid 5 WWB:</al><al>een persoon, met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een
                    beroeps-opleiding volgt, met betrekking tot kosten in verband met
                    maatschappelijke participatie van dat kind.</al><al>• het hebben van een in aanmerking te nemen inkomen van ten hoogste 110% van de
                    toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>In artikel 3 lid 2 van deze verordening is voorts bepaald dat uitsluitend kosten
                    voor sociaal-culturele, educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in
                    verband met ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in
                    aanmerking komen voor categoriale bijzondere bijstand op grond van deze
                    verordening. Zie in dit verband ook de toelichting bij artikel 2 van deze
                    verordening.</al><al/><al>Artikel 4. Maximale vergoeding</al><al>In artikel 3 lid 2 van deze verordening is bepaald dat voor categoriale
                    bijzondere bijstand op grond van deze verordening kosten voor sociaal-culturele,
                    educatieve respectievelijk sportieve activiteiten in verband met
                    ‘maatschappelijke participatie’ zoals bedoeld in artikel 2 in aanmerking komen.
                    Er is geen limiet gesteld aan de te verstrekken voorzieningen. Om de kosten
                    enigszins te kunnen beheersen is in artikel 4 van deze verordening de maximale
                    vergoeding per kalenderjaar vastgelegd. Dit is afhankelijk van het aantal
                    kinderen ten behoeve waarvan categoriale bijzondere bijstand op grond van deze
                    verordening wordt verstrekt en bedraagt per kind € 100,- per kalenderjaar.</al><al>Voor zover de bijstand in natura is verstrekt dient als vergoeding de waarde van
                    de vergoeding in aanmerking te worden genomen. Dit is het bedrag dat
                    belanghebbende zou hebben moeten betalen voor deze voorziening indien het
                    college hem deze voorziening niet zou hebben vergoed. </al><al/><al>Artikel 5. Uitvoering</al><al>Omdat de uitvoering van het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand is
                    opgedragen aan het college worden ten behoeve van de uitvoering nadere
                    beleidsregels gesteld. Deze beleidsregels dienen als handvat voor de
                    uitvoering.</al><al>In artikel 5 lid 2 van deze verordening is bepaald dat de beleidsregels in ieder
                    geval een richtsnoer van de te verstrekken kosten bevatten. </al><al/><al>Artikel 6. Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, aangezien de
                    gemeenteraad per deze datum verplicht is een verordening vast te stellen over
                    het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten
                    laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot
                    de kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind.</al><al/><al>Artikel 7. Citeertitel</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>