<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25324_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode voor politieke ambtsdragers van de gemeente Winterswijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Geen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode voor politieke ambtsdragers van de gemeente Winterswijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentwet, art. 15 lid 3, 41c lid 2 en 69 lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-02-28</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008, nr. II-3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode voor politieke ambtsdragers van de gemeente Winterswijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>2008, nr. II-3.</al><al/><al>De raad van de gemeente Winterswijk;</al><al/><al>overwegende dat: </al><al>de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2007 een
                        herziene Handreiking integriteit van politieke ambtsdragers bij gemeenten,
                        provincies en waterschappen heeft toegezonden;</al><al>die publicatie ook een geactualiseerde gedragscode bevat;</al><al>de raad het wenselijk vindt om de gedragscode voor politieke ambtsdragers
                        bij de gemeente Winterswijk zo veel mogelijk aan te laten sluiten bij de
                        hiervoor bedoelde landelijke modelgedragscode;</al><al>ook het college heeft ingestemd met de geactualiseerde gedragscode bij
                        besluit van 29 januari 2008;</al><al/><al>gelet op de artikelen 15 lid 3, 41c lid 2 en 69 lid 2 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het presidium d.d. 18 februari 2008, nr. II-3;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>de ‘Gedragscode voor bestuurders van de gemeente Winterswijk’, door de raad
                        vastgesteld in zijn vergadering van 27 mei 2004, in te trekken en daarvoor
                        in de plaats vast te stellen onderstaande tekst:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Deel I </titel></kop><afdeling><kop><titel>Kernbegrippen integriteit van politieke ambtsdragers</titel></kop><structuurtekst><al>Leden van het dagelijks en algemeen bestuur van een gemeente stellen
                                bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal.
                                Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke
                                voorwaarde. De belangen van de gemeente en in het verlengde daarvan
                                die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer.</al><al>Integriteit van politieke ambtsdragers houdt in dat de
                                verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en
                                dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen.
                                Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders dan wel
                                aan de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers
                                voor wie bestuurders en gekozen volksvertegenwoordigers hun functie
                                vervullen. </al><al/><al>Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst integriteit
                                van politieke ambtsdragers in een breder perspectief:</al><al/><al>Dienstbaarheid</al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig
                                gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en
                                burgers die daar onderdeel van uit maken.</al><al/><al>Functionaliteit</al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager heeft een herkenbaar
                                verband met de functie die hij vervult in het bestuur.</al><al/><al>Onafhankelijkheid</al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager wordt gekenmerkt
                                door</al><al>onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met
                                oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke
                                vermenging wordt vermeden.</al><al/><al>Openheid</al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is transparant, opdat
                                optimale</al><al>verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig
                                inzicht hebben in het handelen van de politieke ambtsdrager en zijn
                                beweegredenen daarbij.</al><al/><al>Betrouwbaarheid</al><al>Op een politieke ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich
                                aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van
                                zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn
                                gegeven.</al><al/><al>Zorgvuldigheid</al><al>Het handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle
                                organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden
                                bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden
                                afgewogen.</al><al/><al>Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende
                                gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst
                                kunnen worden.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel II</titel></kop><afdeling><kop><titel>Gedragscode politieke ambtsdragers</titel></kop><artikel><kop><titel>1 Algemene bepalingen</titel></kop><al>1.1 Deze gedragscode geldt voor politieke ambtsdragers van de
                                gemeente Winterswijk. Onder politieke ambtsdragers worden verstaan:
                                burgemeester, leden van het college van burgemeester en wethouders,
                                en raadsleden.</al><al>1.2 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de
                                toepassing niet eenduidig</al><al>is vindt bespreking plaats in het dagelijks bestuur of algemeen
                                bestuur.</al><al>1.3 De code is openbaar en op toegankelijke wijze te
                                raadplegen.</al><al>1.4 Politieke ambtsdragers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar
                                van de code.</al><al>1.5 Een politieke ambtsdrager is aanspreekbaar op de naleving van
                                deze code.</al></artikel><artikel><kop><titel>2 Belangenverstrengeling</titel></kop><al>2.1 Een politieke ambtsdrager doet opgave van zijn financiële
                                belangen.</al><al>2.2 Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politieke
                                ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
                                concurrentieverhoudingen.</al><al>2.3 Een oud-politieke ambtsdrager wordt het eerste jaar na de
                                beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning
                                verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.</al><al>2.4 Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een politieke
                                ambtsdrager over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij
                                de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem
                                persoonlijk aangaat.</al><al>2.5 Een politieke ambtsdrager die familie- of
                                vriendschapsbetrekkingen of</al><al>anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van
                                diensten of zaken aan de gemeente onthoudt zich van deelname aan de
                                besluitvorming over de betreffende opdracht.</al><al>2.6 Een politieke ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten
                                aan de</al><al>gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn
                                onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen
                                beïnvloeden.</al><al>2.7 Een politieke ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die een
                                structureel risico vormen voor een integere invulling van de
                                politieke functie.</al><al>2.8 Een politieke ambtsdrager geeft ten behoeve van de
                                openbaarmaking van zijn nevenfuncties en q.q.-nevenfuncties aan voor
                                welke organisatie de functies worden verricht, wat het tijdsbeslag
                                is en of de functies bezoldigd zijn.</al><al>2.9 Een politieke ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit een
                                q.q.-nevenfunctie (tenzij dat op grond van de wet geheel of
                                gedeeltelijk is toegestaan). De inkomsten komen ten goede aan de kas
                                van gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>3 Informatie</titel></kop><al>3.1 Een politieke ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met
                                informatie</al><al>waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij zorgt ervoor dat
                                stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat
                                computerbestanden beveiligd zijn.</al><al>3.2 Een politieke ambtsdrager houdt geen informatie achter.</al><al>3.3 Een politieke ambtsdrager verstrekt geen informatie die
                                vertrouwelijk of geheim is.</al><al>3.4 Een politieke ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten bate
                                van zijn</al><al>persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt
                                verkregen informatie.</al><al>3.5 Een politieke ambtsdrager gaat verantwoord om met de e-mail-
                                en</al><al>internetfaciliteiten van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>4 Geschenken, diensten en uitnodigingen</titel></kop><al>4.1 Een politieke ambtsdrager accepteert geen geschenken,
                                faciliteiten of diensten indien zijn onafhankelijke positie hierdoor
                                kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door
                                betrokken relaties aangeboden </al><al>geschenken of andere voordelen.</al><al>4.2 Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde
                                van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd.</al><al>4.3 Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde
                                van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan €
                                50 vertegenwoordigen zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een
                                gemeentelijke bestemming voor gezocht. Geschenken en giften die een
                                waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen kunnen worden
                                behouden.</al><al>4.4 Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen.
                                Indien dit toch is gebeurd, meldt een politieke ambtsdrager dit in
                                het bestuursorgaan waarvan hij deel uit maakt, waarna een besluit
                                over de bestemming van het geschenk wordt genomen.</al><al>4.5 Aanbiedingen voor privé-werkzaamheden of kortingen op
                                privé-goederen</al><al>worden niet geaccepteerd.</al><al>4.6 Een politieke ambtsdrager maakt in het bestuursorgaan waar hij
                                deel van uit maakt melding van uitnodigingen voor excursies en
                                evenementen op kosten van derden.</al></artikel><artikel><kop><titel>5 Bestuurlijke uitgaven en onkostenvergoedingen </titel></kop><al>5.1 Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een politieke
                                ambtsdrager is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven
                                die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden.</al><al>5.2 Een politieke ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op
                                andere wijze worden vergoed.</al><al>5.3 In geval van twijfel omtrent een declaratie wordt dit voorgelegd
                                aan de burgemeester en zonodig ter besluitvorming aan het dagelijks
                                bestuur voorgelegd. </al></artikel><artikel><kop><titel>6 Voorzieningen</titel></kop><al>6.1 Het gebruik van gemeentelijke voorzieningen door politieke
                                ambtsdragers is geregeld bij afzonderlijke raadsverordening
                                (‘Verordening voorzieningen wethouders, raads- en
                                commissieleden).</al><al>6.2 Buiten het bepaalde in die verordening is het gebruik van
                                gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden
                                niet toegestaan. </al></artikel><artikel><kop><titel>7. Reizen buitenland</titel></kop><al>7.1 De regeling inzake buitenlandse reizen door politieke
                                ambtsdragers is vermeld in de hiervoor genoemde ‘Verordening
                                voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden’.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel III</titel></kop><artikel><kop><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Gedragscode voor politieke
                            ambtsdragers van de gemeente Winterswijk’. De verordening treedt in
                            werking met ingang van heden.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in</ondertekening><ondertekening>zijn openbare vergadering gehouden op 28 februari 2008,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>