<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25323_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Winterswijk 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Winterswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Winterswijkse Weekkrant, 09-01-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Winterswijk 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">WetopdeRuimtelijkeOrdening,art.42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2006, nr. XII-3</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Winterswijk 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>2006, nr. XII-3.</al><al/><al>De raad van de gemeente Winterswijk;</al><al/><al>gelezen het voorstel van van 11 december 2006, nr. XII-3;</al><al/><al>gelet op artikel 42 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;</al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Exploitatieverordening gemeente Winterswijk 2007</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><cursief>- afstand van de gronden aan de gemeente</cursief>:
                            eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente;</al><al><cursief>- college</cursief>: het college van burgemeester en
                            wethouders;</al><al><cursief>- exploitant</cursief>: de eigenaar of rechthebbende wiens in
                            het exploitatiegebied gelegen onroerende zaak in exploitatie wordt
                            gebracht;</al><al><cursief>- exploitatiegebied</cursief>: het als zodanig door het college
                            dan wel door de gemeenteraad aangewezen gebied, ten aanzien waarvan de
                            exploitant respectievelijk exploitanten op basis van de regels van deze
                            verordening bijdraagt respectievelijk bijdragen aan de ten behoeve van
                            dat gebied te treffen voorzieningen van openbaar nut;</al><al><cursief>- exploitatie-opzet</cursief>: het vanwege de gemeente op te
                            stellen overzicht van de kosten en baten van het exploitatiegebied
                            teneinde de mogelijkheid van het (volledig) verhaal van de gemeentelijke
                            kosten op de exploitanten te beoordelen;</al><al>- <cursief>exploitatie-overeenkomst</cursief>: de overeenkomst bedoeld
                            in artikel 5 van deze verordening;</al><al><cursief>- (medewerking verlenen aan) in exploitatie brengen</cursief>:
                            het (medewerking verlenen aan het) treffen van voorzieningen van
                            openbaar nut en anderszins, waardoor onroerende zaken die in het
                            exploitatiegebied liggen gebaat worden, dat wil zeggen geschikt of beter
                            geschikt voor bebouwing worden, dan wel anderszins in een voordeliger
                            positie komen te verkeren;</al><al>- <cursief>(treffen van) voorzieningen van openbaar nut</cursief>: het
                            verrichten van onder andere de in lid 2 van dit artikel vermelde werken
                            en werkzaamheden binnen een exploitatiegebied, alsmede het verrichten
                            daarvan buiten het exploitatiegebied voor zover door deze werken en
                            werkzaamheden de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken
                            direct dan wel indirect gebaat zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgende werken en werkzaamheden worden tenminste beschouwd als
                            voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze verordening:</al><al>- het dempen van sloten en verrichten van grondwerk met inbegrip van het
                            egaliseren, ophogen en afgraven van percelen;</al><al>- de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering, met inbegrip van
                            het realiseren van de daarbij behorende werken, alsmede
                            waterhuishoudkundige werken zoals drainage;</al><al>- het realiseren van alle weg- en waterbouwkundige werken, waaronder
                            wegen, parkeervoorzieningen, pleinen, trottoirs, voet- en rijwielpaden,
                            straatmeubilair, alsmede waterpartijen, watergangen, drainages,
                            infiltraties, wadi’s, bruggen, tunnels, viaducten en alle andere
                            rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken;</al><al>- de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                            begrepen de aanleg en inrichting van openbare speelplaatsen en
                            speelweiden alsmede de sierende elementen die rechtstreeks voortvloeien
                            uit een juiste uitvoering van een bestemmingsplan;</al><al>- de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en andere borden,
                            bewegwijzering van bedrijventerreinen, verkeersregelinstallaties en
                            brandkranen met de nodige aansluitingen;</al><al>- het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de ondergrond van
                            openbare voorzieningen, voor zover die niet op andere wijze verhaald of
                            gesubsidieerd kunnen worden;</al><al>- het treffen van milieutechnisch, ecologisch en archeologisch
                            noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter uitvoering van een
                            bestemmingsplan, zoals geluidsvoorzieningen en voorzieningen in relatie
                            tot de luchtkwaliteit, noodzakelijke verplaatsing van milieuhinderlijke
                            bedrijven buiten het exploitatiegebied en groen-, bos- of
                            natuurcompensatie, alsmede het veiligstellen van archeologische
                            vondsten; </al><al>- de verwerving en de naar rato toe te delen verwerving van de
                            ondergrond van openbare voorzieningen;</al><al>- het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond van
                            voorzieningen van openbaar nut en andere te verwijderen elementen; </al><al> - alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een
                            doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar nut.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente aangelegd, tenzij
                            de aanleg behoort tot de taken van een ander overheidslichaam of
                            nutsbedrijf, dan wel het college uitdrukkelijk heeft ingestemd met
                            gehele of gedeeltelijke aanleg door of in opdracht van de exploitant.
                            Het college neemt geen besluit om aanleg door de exploitant toe te staan
                            dan nadat gebleken is, dat een kwalitatief goede en duurzame uitvoering
                            zowel feitelijk als financieel is gewaarborgd, daartoe voldoende
                            garantie is gesteld, de door de gemeente noodzakelijk geachte regierol
                            voldoende kan worden gevoerd en ook overigens geen zwaarwegende of
                            beleidsmatige belemmeringen voor een zodanige werkwijze bestaan. De
                            gemeente kan besluiten om de openbare voorzieningen in samenwerking met
                            een marktpartij te ontwikkelen en te realiseren, in welk geval de
                            gemeente kan besluiten de regierol in samenwerking met die marktpartij
                            te voeren, of door die marktpartij te laten voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Kosten van exploitatie</titel></kop><al>Voor de berekening van kosten en de vaststelling van exploitatiebijdragen,
                        wordt onder kosten van in exploitatie brengen begrepen: </al><al/><al>a. De inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied door de gemeente in
                        te brengen gronden, bestaande uit:</al><al> 1. de waarde van de grond;</al><al> 2. de waarde van de opstallen die voor de verwezenlijking van de bestemming
                        niet gehandhaafd kunnen worden;</al><al>3. de kosten van het vrijmaken van de gronden van opstallen;</al><al>4. de kosten van verwijdering van zich in de grond bevindende funderingen,
                        leidingen, kabels e.d., alsmede de kosten van bos- en
                        natuurcompensatie;</al><al>5. de kosten van planschade en overige schadevergoedingen en
                        schadeloosstellingen en van het teniet doen gaan van persoonlijke en
                        zakelijke rechten en lasten.</al><al/><al>De waarden bedoeld in sub 1 en 2 worden vastgesteld op basis van
                        marktwaardeberekening, doch niet lager dan het totaal van de gemeentelijke
                        kosten van verwerving, beheer inclusief renteverliezen ter zake van die
                        gronden en opstallen. </al><al/><al>b. De inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied gelegen gronden van
                        derden, voorzover die inbrengwaarde ten behoeve van een redelijke en
                        evenredige toerekening van kosten in de exploitatieopzet wordt
                        betrokken.</al><al/><al>c. De kosten van aanleg of uitvoering door de gemeente van de onder artikel
                        1, lid 2 omschreven voorzieningen van openbaar nut binnen het
                        exploitatiegebied.</al><al/><al>d. De kosten van aanleg van voorzieningen van openbaar nut buiten het
                        exploitatiegebied inclusief de verwervingskosten voor de ondergrond, voor
                        zover de binnen het exploitatiegebied liggende onroerende zaken door deze
                        voorzieningen direct dan wel indirect gebaat zijn, waaronder voorzieningen
                        zoals bedoeld in artikel 1, lid 2.</al><al/><al>e. Alle geldelijke gevolgen voor de gemeente van overige werkzaamheden die
                        noodzakelijk zijn voor het verlenen van medewerking aan het in exploitatie
                        brengen van gronden, in ieder geval:</al><al>1. de kosten van planontwikkeling, planvoorbereiding, planbeheer en
                        plantoezicht; onder deze kosten worden ten minste verstaan: de in- en
                        externe kosten verband houdende met het opstellen of vervaardigen van
                        structuurplannen, bestemmingsplannen, planmatige uitwerkingen of
                        -wijzigingen, besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een
                        bestemmingsplan alsmede van overige planologische maatregelen voor zover
                        deze nodig zijn voor het in exploitatie brengen, alsmede toe te kennen
                        planschadevergoedingen ex artikel 49 WRO;</al><al>2. de in- en externe kosten verband houdende met onderzoeken,
                        voorbereidingen en toezicht ten behoeve van de voorzieningen van openbaar
                        nut voor zover deze verband houden met in exploitatie brengen van gronden
                        binnen het exploitatiegebied;</al><al>3. de in- en externe kosten terzake van het sluiten van
                        exploitatie-overeenkomsten, alsmede de overige kosten van het gemeentelijk
                        apparaat, voor zover die rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van
                        gronden kunnen worden toegerekend;</al><al>4. de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met
                        rente-opbrengsten;</al><al>5. de kosten van tijdelijk beheer van de ondergrond van openbare
                        voorzieningen, zijnde de beheerkosten die ten gevolge van verwervingsbeleid
                        worden gemaakt en niet dan wel niet geheel door middel van huur- of
                        pachtopbrengsten worden gedekt;</al><al>6. bijdragen aan fondsen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 lid
                        4.</al><al>7. overige kosten die in beginsel ten laste van de exploitatie behoren te
                        worden gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Wijze van toerekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>a. Ingeval er sprake is van een enkele exploitant in hetzelfde
                            exploitatiegebied wordt de bijdrage van de exploitant vastgesteld op het
                            totaal van de op grond van de bepalingen van deze verordening door de
                            gemeente aan hem in rekening te brengen kosten, vergoedingen en
                            bijdragen. </al><al>b. Ingeval er sprake is van meerdere exploitanten in hetzelfde
                            exploitatiegebied wordt voor de berekening van ieders bijdrage uitgegaan
                            van de gemiddelde kosten, vergoedingen en bijdragen per m2 van het
                            kadastrale oppervlak van het exploitatie-gebied, te vermenigvuldigen met
                            een factor voor ligging, een factor voor toekomstige bestemming en een
                            factor voor de objectieve gebruiksmogelijkheid van de onroerende zaken
                            waaraan het profijt wordt toegerekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien eigendomsoverdracht plaatsvindt van gronden van de gemeente aan
                            de exploitant ten behoeve van de exploitatie, is de exploitant ter zake
                            tevens een vergoeding verschuldigd, vast te stellen op basis van de
                            marktwaarde van die gronden, vermeerderd met de kosten ter zake van de
                            overdracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien op de in het eerste lid beschreven wijze de verschillen in
                            profijt van de van gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut
                            niet voldoende tot uitdrukking komen in de wijze van toerekening,
                            geschiedt de toerekening op basis van een nader door het college te
                            bepalen grondslag die beter uitdrukking geeft aan de aanwezige
                            verschillen in profijt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband houdende met
                            het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden,
                            het bedrag dat volgens de voorgaande bepalingen aan zijn onroerende zaak
                            wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten van kadastrale uitmeting en
                            dergelijke. Indien en voorzover artikel 2 onder b en/ of artikel 5 lid 2
                            sub d van toepassing is, wordt de exploitatiebijdrage verminderd met de
                            inbrengwaarde van de bij de exploitant in eigendom zijnde en voor
                            exploitatie bedoelde gronden en van de gronden die zijn bestemd voor het
                            treffen van voorzieningen van openbaar nut door de exploitant aan de
                            gemeente worden afgestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De waarde van de in lid 1, tweede volzin, bedoelde grond die door de
                            exploitant is ingebracht, wordt door de gemeente en de exploitant
                            gezamenlijk door middel van taxatie vastgesteld. Indien hierover geen
                            overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld door
                            een commissie van drie deskundigen, van wie één aan te wijzen door de
                            gemeente, één door de exploitant en een derde door de beide reeds
                            aangewezen deskundigen of, indien zij het daarover niet eens kunnen
                            worden, door de ter zake bevoegde kantonrechter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voorzover de exploitant zelf conform artikel 5, lid 2 sub e
                            voorzieningen van openbaar nut aanlegt wordt bij het bepalen van de
                            exploitatiebijdrage rekening gehouden met de kosten van de door of
                            vanwege de exploitant uit te voeren werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de exploitant wordt een bijdrage verlangd in vanwege de gemeenteraad
                            ingestelde fondsen ten behoeve van buiten het exploitatiegebied
                            aanwezige en/of te realiseren voorzieningen van openbaar nut. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inhoud exploitatie-overeenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorwaarden waaronder de gemeente medewerking verleent aan het in
                            exploitatie brengen van gronden worden vastgelegd in een door of vanwege
                            de gemeente op te stellen exploitatie-overeenkomst. Van de
                            exploitatie-overeenkomst wordt een notariële akte opgemaakt indien de
                            exploitatie-overeenkomst mede een grondtransactie betreft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast eventuele andere bepalingen bevat de exploitatie-overeenkomst –
                            voorzover van toepassing - bepalingen inzake:</al><al>a. de aard, omvang en kwaliteit van de door de gemeente of de exploitant
                            aan te leggen voorzieningen van openbaar nut, alsmede de mate waarin van
                            duurzaam bouwen sprake zal zijn;</al><al>b. het tijdvak waarbinnen deze voorzieningen worden uitgevoerd;</al><al>c. de ten laste van de exploitant komende bijdrage alsmede een sluitende
                            waarborg, zijnde een door de exploitant te verstrekken bankgarantie,
                            voor tijdige betaling daarvan;</al><al>d. in voorkomende gevallen de afstand van gronden aan de gemeente, voor
                            zover die gronden zijn bestemd voor de aanleg of aanpassing van
                            voorzieningen van openbaar nut, en in deze gevallen het verrichten van
                            onderzoek naar bodemverontreiniging op kosten van de exploitant;</al><al>e. in gevallen waarbij het college besluit de gehele of gedeeltelijke
                            uitvoering van de door de gemeente aan te leggen voorzieningen van
                            openbaar nut aan de exploitant op te dragen: de opdracht of
                            aanlegverplichting en sluitende waarborgen voor tijdige en kwalitatief
                            goede en duurzame uitvoering en voor de nakoming van de financiële
                            verplichtingen van de exploitant;</al><al>f. de wijze waarop door de gemeente desgewenst regie wordt gevoerd en de
                            mate waarin door de exploitant grond beschikbaar wordt gesteld voor
                            particulier opdrachtgeverschap;</al><al>g. een betalingsregeling;</al><al>h. in voorkomende gevallen een taakverdeling;</al><al>i. in voorkomende gevallen een regeling voor gewijzigde omstandigheden,
                            wanprestatie, aansprakelijkheid en faillissement;</al><al>j. de overeengekomen prijs voor de inbreng van gronden door de
                            exploitant respectievelijk de gemeente; </al><al>k. aanvullende voorwaarden ter waarborging van een goede en tijdige
                            uitvoering van de werkzaamheden en van de door het college dan wel de
                            raad vastgestelde beleidsdoeleinden met betrekking tot het gebruik, de
                            exploitatie en het beheer van het exploitatiegebied.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag voor medewerking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor medewerking in de zin van deze verordening wordt
                            schriftelijk ingediend bij het college. De aanvraag dient in ieder geval
                            te worden vergezeld van:</al><al>a. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen
                            onroerende zaken;</al><al>b. gegevens, waaruit blijkt dat de aanvrager de eigendom van of het
                            erfpachtsrecht op de in exploitatie te brengen onroerende zaken heeft
                            verkregen of kan verkrijgen;</al><al>c. gegevens omtrent de door de aanvrager te treffen
                            (bouw)werkzaamheden;</al><al>d. gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager financieel in staat is tot
                            exploitatie over te gaan en de benodigde zekerheden te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college reageert op een schriftelijke aanvraag om medewerking
                            bedoeld in lid 1 van dit artikel, hetzij met een weigering op grond van
                            artikel 7, hetzij met een aanhouding op grond van lid 4 van dit artikel,
                            hetzij met de aanbieding van een concept-overeenkomst, binnen 6 maanden
                            na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Deze termijn kan onder
                            vermelding van de redenen daarvoor door het college worden verlengd met
                            een maximum van nogmaals 6 maanden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De reactie op de aanvraag kan in ieder geval worden aangehouden:</al><al>a. indien de procedure tot goedkeuring of herziening van het
                            bestemmingsplan dat van toepassing is nog niet is afgerond, tot vier
                            weken na het onherroepelijk worden van dat bestemmingsplan of de
                            herziening daarvan;</al><al>b. ingeval voorzienbaar is dat de in artikel 7 genoemde belemmeringen op
                            korte termijn zullen kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze
                            belemmeringen zijn weggenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>4.Ingeval door het college een aanvraag voor een bouwvergunning,
                            eventueel in combinatie met een aanvraag voor vrijstelling, wordt
                            ontvangen, waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of
                            bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten
                            worden getroffen of anderszins overeenkomstig deze verordening
                            medewerking dient te worden verleend, wordt hiervan zo spoedig mogelijk,
                            doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan
                            aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de
                            voor rekening van de exploitant komende exploitatiebijdrage worden
                            verstrekt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Weigeringsgronden voor een
                            exploitatie-overeenkomst</titel></kop><al>De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft onder meer
                        niet te worden verleend indien:</al><al>a. de in exploitatie te brengen grond is gelegen in een gebied waarvoor geen
                        bestemmingsplan geldt;</al><al>b. de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe
                        benodigde voorzieningen van openbaar nut zouden leiden tot strijd met het
                        bestemmingsplan, de Woningwet of strijd met andere wet- of regelgeving;</al><al>c. het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
                        bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen van een
                        doeltreffende en duurzame uitbreiding van bebouwing of herinrichting;</al><al>d. het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste
                        van de gemeente blijvende kosten van voorzieningen van openbaar nut of tot
                        bezwaren ten aanzien van het doeltreffend voorzien in watervoorziening,
                        openbare verlichting, riolering en andere voorzieningen van openbaar
                        nut;</al><al>e. de exploitant niet bereid of in staat is om sluitende waarborgen te
                        stellen voor tijdige, kwalitatief goede en duurzame uitvoering c.q. nakoming
                        van zijn feitelijke en de financiële verplichtingen;</al><al>f. de exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van aanleg
                        van voorzieningen van openbaar nut;</al><al>g. de exploitant de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil
                        onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging dan wel de bodem
                        niet wil saneren wanneer dat noodzakelijk is;</al><al>h. de exploitant niet bereid is de voorzieningen van openbaar nut door de
                        gemeente te laten aanleggen, behoudens in het geval van een verkregen
                        opdracht als bedoeld in artikel 5 lid 2 onder e;</al><al>i. de exploitant niet bereid is onderzoek te doen naar de aanwezigheid van
                        geluidhinder danwel geen noodzakelijk te treffen geluidwerende maatregelen
                        wil nemen.</al><al>j.indien het voor de exploitatie noodzakelijke woningbouwcontingent niet ter
                        beschikking kan worden gesteld;</al><al>k. de door de gemeente noodzakelijk geachte regie niet kan worden gevoerd of
                        de exploitant niet bereid is grond beschikbaar te stellen voor particulier
                        opdrachtgeverschap.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In een gebied waarvoor een bekostigingsbesluit is genomen ten behoeve van
                        een eventuele heffing van baatbelasting, zal, indien de exploitant een
                        exploitatie-overeenkomst aangaat, in de overeenkomst worden bepaald dat, met
                        betrekking tot de uitvoering van de in deze overeenkomst genoemde
                        voorzieningen van openbaar nut, geen aanvullend kostenverhaal op basis van
                        baatbelasting ten laste van de betreffende onroerende zaak zal
                        plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorzieningen van ondergeschikt belang</titel></kop><al>De artikelen 4 en 5 van deze verordening zijn niet van toepassing ingeval de
                        medewerking uitsluitend wordt gevraagd voor voorzieningen van openbaar nut
                        van ondergeschikt belang, zoals een uitweg op de openbare weg of een
                        aansluiting op het openbare riool, al dan niet in het buitengebied. In
                        dergelijke gevallen besluit het college onder welke voorwaarden deze
                        voorzieningen van openbaar nut door of met medewerking van de gemeente
                        zullen worden aangelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Specifieke overeenkomsten</titel></kop><al>In de gevallen, waarin de gemeentelijke betrokkenheid bij de (her)
                        ontwikkeling van gebieden zodanig groot is dat daarvoor specifieke
                        projectontwikkelings-overeenkomsten met grondeigenaren dienen te worden
                        aangegaan en de letterlijke toepassing van deze verordening daarvoor
                        belemmeringen opwerpt, kan het college besluiten in de met deze partijen te
                        sluiten overeenkomsten af te wijken van de bepalingen in deze verordening.
                        Het college geeft alsdan de redenen aan welke tot toepassing van dit artikel
                        leiden en stelt de specifieke voorwaarden vast voor de te sluiten
                        projectontwikkelingsovereenkomsten, zoals deze voortvloeien uit het door het
                        college geformuleerde beleidsdoelstellingen voor de ontwikkeling van het
                        exploitatiegebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Ten aanzien van exploitatiegebieden waarvoor geldt dat op het moment van
                        inwerkingtreding van deze verordening een bekostigingsbesluit is genomen,
                        een exploitatie-overeenkomst is gesloten of de voorzieningen van openbaar
                        nut reeds in uitvoering zijn, vinden de bepalingen van deze verordening voor
                        dat exploitatiegebied, voor zover nodig, op een aan die situatie aangepaste
                        wijze toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag, volgende op de dag
                            waarop de bekendmaking van de verordening heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat zelfde tijdstip vervalt de 'Exploitatieverordening gemeente
                            Winterswijk 2002', vastgesteld bij raadsbesluit van 31 januari 2002, nr.
                            I-7. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Exploitatieverordening gemeente
                        Winterswijk 2007".</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Winterswijk in</ondertekening><ondertekening>zijn openbare vergadering gehouden op 21 december 2006,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, de griffier, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>