<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Koerier, 26 mei 2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-05-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW09.01431</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De raad heeft ook subsidie-beleidsregels vastgesteld. Deze zijn separaat opgenomen in het regelingenbestand van de CVDR.</al><al>Deze verordening vervangt de Algemene subsidieverordening, vastgestel bij raadsbesluit van 11 december 2001.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene subsidieverordening 2010
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Algemene Subsidieverordening gemeente Beuningen 2010.</vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Inleidende bepalingen.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Wat betekenen de gebruikte begrippen?</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <al/>
            <al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al>
            <al/>
            <al>Aanvraag: het verzoek om periodieke en eenmalige subsidie en
                                investerings-, project-, budget- of waarderingssubsidie; </al>
            <al/>
            <al>Beleidsregel: een algemene regel door het college vastgesteld,
                                waarin zijn opgenomen: </al>
            <al>de afweging van belangen, </al>
            <al>de vaststelling van feiten, </al>
            <al>het bepalen van de grondslag en/of de uitleg van deze verordening. </al>
            <al/>
            <al>Boekjaar: het kalenderjaar, dat loopt van 1 januari tot en met 31
                                december.</al>
            <al/>
            <al>Budgetsubsidie: een subsidie waarbij de gemeente de activiteiten die
                                met de subsidie worden verricht, inhoudelijk stuurt op prestaties en
                                resultaten; </al>
            <al/>
            <al>College: het College van Burgemeester en Wethouders van
                                Beuningen;</al>
            <al/>
            <al>Eenmalige subsidie: een subsidie die verstrekt wordt voor een
                                activiteit of project met een eenmalig karakter;</al>
            <al/>
            <al>Investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van:</al>
            <al>bouw, </al>
            <al>herstel, </al>
            <al>verbouwing,</al>
            <al>uitbreiding van gebouwen;</al>
            <al/>
            <al>Periodieke subsidie: een subsidie die per boekjaar of aantal
                                boekjaren wordt verstrekt en waarover ook artikel 4:58 van de Awb
                                spreekt; </al>
            <al/>
            <al>Projectsubsidie: een eenmalige subsidie die voor een project wordt
                                toegekend, maar geen waarderingssubsidie is;</al>
            <al/>
            <al>U: de vereniging, stichting of instelling, die ook rechtspersoon is
                                en de aanvraag voor een subsidie bij het College heeft ingediend; </al>
            <al/>
            <al>Waarderingssubsidie: een subsidie die wij toekennen als blijk van
                                waardering, aanmoediging of ondersteuning bij de start van
                                activiteiten; </al>
            <al/>
            <al>Wij/ons: de gemeenteraad van de gemeente Beuningen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Waarop is de verordening van toepassing?</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening is van toepassing op alle subsidies die het College
                                verstrekt voor activiteiten op ons grondgebied of voor onze
                                inwoners.</al>
            <al>Wij kunnen bepalen of deze verordening niet of slechts gedeeltelijk
                                van toepassing is op bepaalde soorten subsidies. Voor bepaalde
                                vormen van subsidies kunnen wij u voorwaarden stellen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Wie geeft de subsidie en wie voert deze verordening
                                    uit?</titel>
            </kop>
            <al>Het College geeft de subsidies binnen de kaders die wij vooraf
                                stellen. Het College voert deze verordening uit en maakt daarbij
                                gebruik van de beleidsregels.</al>
            <al/>
            <al>Het College kan voor het geven van subsidie een overeenkomst
                                afsluiten, waarvan in artikel 4:36 van de Awb sprake is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Wie stelt het subsidiebudget en -plafond vast?</titel>
            </kop>
            <al>Wij stellen ieder jaar de subsidiebudgetten vast. Als in de
                                gemeentebegroting of in een bijlage van die begroting een
                                subsidiebedrag wordt genoemd voor een activiteit, dan vormt dat
                                bedrag het subsidieplafond. Vervolgens stelt het College ieder jaar
                                een subsidieplafond vast voor bepaalde soorten subsidies. </al>
            <al/>
            <al>Het instellen van dit subsidieplafond maakt het College ruim van
                                tevoren bekend en bij die bekendmaking geeft het College ook aan hoe
                                het subsidiebudget wordt verdeeld.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Hoe en wanneer neemt het college de aanvraag in
                                    behandeling?</titel>
            </kop>
            <al>Het College neemt de aanvraag in behandeling in de volgorde van
                                ontvangst. De aanvraag moet dan wel volledig zijn. Als het College
                                kiest voor een andere volgorde van ontvangst, moeten de criteria
                                daarvoor ruim van tevoren bekend worden gemaakt.</al>
            <al/>
            <al>Bij de behandeling van de aanvraag houden wij rekening met Titel 4.2
                                en 4.3 van de Awb.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Wat gebeurt er als wij de gemeentebegroting nog niet hebben
                                    vastgesteld of de gemeentebegroting nog niet is
                                    goedgekeurd?</titel>
            </kop>
            <al>Als wij de begroting nog niet hebben vastgesteld of de begroting is
                                nog niet onherroepelijk goedgekeurd, dan moet het College bij het
                                geven van de subsidie de voorwaarde opnemen dat wij voldoende gelden
                                beschikbaar stellen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Wie geven wij subsidie?</titel>
            </kop>
            <al>Het College geeft u subsidie en in bijzondere omstandigheden kan het
                                College een waarderingssubsidie geven aan een natuurlijke persoon of
                                groep van natuurlijke personen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Wanneer kan het College het geven van subsidie
                                    weigeren?</titel>
            </kop>
            <al>In artikel 4:25 en 4:35 van de Awb worden de gevallen genoemd waarin
                                subsidie helemaal of gedeeltelijk kan worden geweigerd. Daarnaast
                                kan het College ook de subsidie helemaal of gedeeltelijk weigeren,
                                als:</al>
            <al>de activiteiten niet of nauwelijks zijn gericht op de gemeente;</al>
            <al>de activiteiten niet of nauwelijks zijn gericht op de eigen
                                inwoners;</al>
            <al>de activiteiten niet voldoen aan de criteria uit een
                                beleidsregel;</al>
            <al>de subsidie niet aan de activiteiten, niet doeltreffend of doelmatig
                                zal worden besteed;</al>
            <al>de activiteit of voorziening indirect van aard of commercieel
                                is;</al>
            <al>u doelstellingen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd
                                zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;</al>
            <al>u voor eenzelfde activiteit reeds een investerings-, project-,
                                eenmalige of waarderingssubsidie hebt ontvangen en de betreffende
                                activiteit nog niet is afgerond;</al>
            <al>u ook zonder subsidietoekenning over voldoende gelden beschikt om de
                                kosten van de activiteit te dekken.</al>
            <al/>
            <al>Het College kan de subsidie ook weigeren, als:</al>
            <al>uw organisatie te klein is of onvoldoende draagvlak bezit; </al>
            <al>de rechtsvorm van uw organisatie niet geschikt is voor het
                                realiseren van de activiteiten;</al>
            <al/>
            <al>Het College moet de subsidie weigeren als geen gelden op de
                                begroting zijn gereserveerd voor de activiteit.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Aanvraag en verlening.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:1</nr>
              <titel>Hoe dient u de subsidieaanvraag in?</titel>
            </kop>
            <al>De aanvraag stuurt u schriftelijk naar het College en u controleert
                                het formulier zelf op juistheid en volledigheid. Als u de aanvraag
                                per e-mail verstuurt dan beschouwen wij dat als een
                                vooraankondiging. Uiteraard kunt u aanvullende informatie wél per
                                e-mail verzenden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:2</nr>
              <titel>Wanneer dient u de subsidieaanvraag in?</titel>
            </kop>
            <al>U kunt een subsidieaanvraag indienen tussen 1 oktober en 1 november. </al>
            <al>In afwijking hiervan kunt u een aanvraag voor </al>
            <al>eenmalige subsidie, </al>
            <al>projectsubsidie, </al>
            <al>investeringssubsidie of </al>
            <al>waarderingssubsidie </al>
            <al>uiterlijk 16 weken vóór de start van de activiteit indienen.</al>
            <al/>
            <al>De data 1 oktober en 1 november vallen in het jaar dat vooraf gaat
                                aan het subsidiejaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:3</nr>
              <titel>Wat moet u bij de subsidieaanvraag voegen?</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Gaat het om een periodieke of eenmalige subsidie, dan verstrekt
                                    u de volgende stukken:</al>
              <al>een begroting, rekening en balans;</al>
              <al>een ledenlijst met de peildatum van 1 september. De datum 1
                                    september valt in het jaar dat vooraf gaat aan het
                                    subsidiejaar;</al>
              <al>een jaarverslag;</al>
              <al>een opgave van eventueel bij anderen aangevraagde subsidie voor
                                    dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken van de
                                    beoordeling van die aanvra(a)g(en).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Gaat het om een periodieke subsidie, die u voor de eerste keer
                                    aanvraagt, dan verstrekt u daarnaast de volgende stukken:</al>
              <al>een oprichtings- of stichtingsakte;</al>
              <al>de statuten;</al>
              <al>een opgave van de bestuurssamenstelling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Gaat het om een budgetsubsidie, dan verstrekt u de volgende
                                    stukken:</al>
              <al>een activiteitenplan;</al>
              <al>een begroting, rekening en balans;</al>
              <al>een opgave van eventueel bij anderen aangevraagde subsidie voor
                                    dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken van de
                                    beoordeling van die aanvra(a)g(en).</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Gaat het om een project- of investeringssubsidie, dan verstrekt
                                    u de volgende stukken:</al>
              <al>een oprichtings- of stichtingsakte;</al>
              <al>de statuten;</al>
              <al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al>
              <al>een plan tot investering en financiering;</al>
              <al>een kostenspecificatie of -raming van het voorgenomen project of
                                    de voorgenomen investering;</al>
              <al>de raming van de gevolgen voor de exploitatie die uit het
                                    project of de investering voortvloeien.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5.</lidnr>
              <al>Gaat het om een waarderingssubsidie, dan verstrekt u de volgende
                                    stukken:</al>
              <al>een beschrijving van de activiteiten en de doelstellingen. U
                                    geeft daarbij het belang aan voor de gemeente of haar
                                    ingezetenen;</al>
              <al>een begroting van inkomsten en uitgaven;</al>
              <al>een opgave van aanvragen die u bij andere bestuursorganen of
                                    organisaties hebt ingediend. U vermeldt daarbij de stand van
                                    zaken met betrekking tot die aanvragen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:4</nr>
              <titel>Als wij niet alle stukken hebben?</titel>
            </kop>
            <al>Als het voor de beoordeling van uw aanvraag nodig is, kan het
                                College u andere stukken of om informatie vragen. Het College geeft
                                aan hoeveel tijd u daarvoor krijgt.</al>
            <al/>
            <al>Het College kan bepalen dat u één of meer stukken niet hoeft te
                                verstrekken. Het College kan dit beslissen als daarmee geen
                                aantoonbaar belang is gediend.</al>
            <al/>
            <al>De voorwaarde die in artikel 4:64, tweede lid van de Awb is gesteld,
                                geldt niet voor een subsidie die minder bedraagt dan €
                                10.000,--.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:5</nr>
              <titel>Wanneer beslissen wij op uw aanvraag?</titel>
            </kop>
            <al>Als het gaat over een subsidieaanvraag die tussen 1 oktober en 1
                                november is ingediend, dan beslist het College vóór 31 december. Die
                                datum gaat vooraf aan het jaar waarop de aanvraag betrekking
                                heeft.</al>
            <al/>
            <al>Als het gaat over subsidieaanvraag die 16 weken vóór de start van de
                                activiteit is ingediend, dan beslist het College binnen acht weken
                                na ontvangst van uw aanvraag.</al>
            <al/>
            <al>Het College kan zijn beslissing eenmaal voor ten hoogste acht weken
                                verdagen. Het College brengt u hiervan vóór afloop van die termijn
                                op de hoogte.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2:6</nr>
              <titel>Hoe gaat het College om met de vorming van reserves en
                                    voorzieningen?</titel>
            </kop>
            <al>Het College kan bij het geven van de subsidie aangeven wat u met
                                reserves en voorzieningen moet doen. </al>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Verplichtingen ontvangers subsidie.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:1</nr>
              <titel>Wat verwachten wij van u?</titel>
            </kop>
            <al>Wij verwachten van u dat u de activiteiten uitvoert waarvoor het
                                College subsidie geeft.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:2</nr>
              <titel>Wanneer verwachten wij informatie van u?</titel>
            </kop>
            <al>Als de feiten en omstandigheden veranderen en zich andere
                                ontwikkelingen voordoen, verwachten wij dat u het College tijdig
                                informatie geeft die voor de subsidieverlening van belang kan zijn.
                                Wij denken daarbij aan:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhoudingen met anderen;</al></li>
              <li nr="·"><al>een verandering of beëindiging van activiteiten of
                                        werkzaamheden.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>U brengt ons dan binnen vier weken nadat de die wijzigingen zich
                                hebben voorgedaan op de hoogte.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:3</nr>
              <titel>Wie kunnen uw administratie onderzoeken en wat onderzoeken
                                    wij?</titel>
            </kop>
            <al>Het College kan u verzoeken uw administratie te beoordelen. Daarvoor
                                wijst het College één of meerdere personen aan. U verstrekt deze
                                personen de inlichtingen die voor de beoordeling van de
                                doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van de subsidie van
                                belang kunnen zijn.</al>
            <al/>
            <al>De personen die namens de Rekenkamer uw administratie onderzoeken,
                                hebben dezelfde bevoegdheden. U werkt ook mee aan een onderzoek als
                                dat na overleg met het College door of namens de rijks- of
                                provinciale overheid wordt ingesteld.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:4</nr>
              <titel>Waartegen bent u verzekerd?</titel>
            </kop>
            <al>U bent verplicht voldoende te zijn verzekerd tegen:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>wettelijke aansprakelijkheid; </al></li>
              <li nr="·"><al>brand, storm, en inbraak als u (on)roerende goederen
                                        bezit;</al></li>
              <li nr="·"><al>wettelijke aansprakelijkheid en ongevallen voor de
                                        vrijwilligers die bij u werkzaam zijn.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:5</nr>
              <titel>Welk deel van uw vermogen bent u verschuldigd?</titel>
            </kop>
            <al>Bij een fusie of een samenwerking en in de gevallen waarvan in
                                artikel 4:41, tweede lid van de Awb sprake is, bent u een vergoeding
                                verschuldigd aan het College. Deze vergoeding bent u het College
                                verschuldigd als de vermogenswaarde is opgebouwd met gemeentelijke
                                subsidies.</al>
            <al/>
            <al>De wijze waarop de hoogte van de vermogenswaarde wordt bepaald,
                                vermeldt het College in de beschikking tot subsidieverlening,
                                -vaststelling of -beëindiging.</al>
            <al/>
            <al>Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding gaat het College
                                uit van de waarde van het vermogen op het moment dat u deze
                                vergoeding moet betalen.</al>
            <al/>
            <al>Als u een schadevergoeding hebt ontvangen voor verlies of
                                beschadiging van zaken, dan gaat het College uit van de hoogte van
                                de schadevergoeding. Bij onroerende zaken wordt de waarde bepaald
                                door een onafhankelijk deskundige.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:6</nr>
              <titel>Waarvoor hebt u toestemming nodig van het College?</titel>
            </kop>
            <al>Als u van plan bent handelingen te verrichten, waarvan in artikel
                                4:71 van de Awb sprake is en u hebt een subsidie ontvangen, dan
                                vraagt u vooraf toestemming aan het College voor deze handelingen.
                                Deze toestemming hebt u niet nodig als u een eenmalige of
                                waarderingssubsidie hebt ontvangen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3:7</nr>
              <titel>Welke verplichtingen kan het College u opleggen?</titel>
            </kop>
            <al>Het College kan u onder meer verplichtingen opleggen die betrekking
                                hebben op:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>de hoogte van de contributie van de leden;</al></li>
              <li nr="·"><al>de hoogte van de tarieven en van de bijdragen van deelnemers
                                        aan de activiteiten;</al></li>
              <li nr="·"><al>de wijze en tijdstippen waarop informatie wordt verstrekt
                                        over de gesubsidieerde activiteiten;</al></li>
              <li nr="·"><al>de wijze waarop en de middelen waarmee de gesubsidieerde
                                        activiteiten worden verricht.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Vaststelling subsidies.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:1</nr>
              <titel>Wanneer vraagt u om de vaststelling van de subsidie?</titel>
            </kop>
            <al>Binnen 12 weken na afloop van de activiteiten, de investering of van
                                het tijdvak waarvoor het College een subsidie heeft verleend, vraagt
                                u het College om de subsidie, waarvan in artikel 4:44 van de Awb
                                sprake is, definitief vast te stellen. </al>
            <al/>
            <al>Bij het geven van de subsidie kan het College een andere termijn
                                noemen, waarbinnen u om de vaststelling van de subsidie vraagt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:2</nr>
              <titel>Welke gegevens hebben wij nodig voor het vaststellen van de
                                    subsidie?</titel>
            </kop>
            <al>Als u een gewaarmerkt verslag van de activiteiten naar het College
                                stuurt, voldoet u aan de verplichting waarvan artikel 4:45, eerste
                                lid van de Awb spreekt.</al>
            <al>In het verslag neemt u in ieder geval op:</al>
            <lijst>
              <li nr="·"><al>een beschrijving van de aard en de omvang van de
                                        activiteiten;</al></li>
              <li nr="·"><al>een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde
                                        doelstellingen en</al></li>
              <li nr="·"><al>een toelichting op de verschillen.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>Vervolgens vraagt het College u om te voldoen aan de verplichting in
                                artikel 4:45, tweede lid van de Awb. Deze verplichting houdt in dat
                                u een gewaarmerkte rekening van baten en lasten en een balans met
                                een toelichting daarop overlegt.</al>
            <al/>
            <al>In bepaalde gevallen kan het College u vragen daarnaast een
                                verklaring van een accountant over te leggen.</al>
            <al/>
            <al>Als het College een subsidie heeft gegeven van € 25.000,-- of meer,
                                zijn de artikelen 4:75, 4:76, 4:78 en 4:80 van de Awb eveneens van
                                toepassing. Het financiële verslag moet dan wel aansluiten bij het
                                activiteitenverslag.</al>
            <al>Het College kan u vrijstelling verlenen van één of meer onderdelen
                                die in dit artikel zijn genoemd, als de naleving daarvan
                                redelijkerwijs niet van u kan worden verlangd of daarmee geen
                                aantoonbaar belang is gediend.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:3</nr>
              <titel>Wanneer stelt het College de subsidie definitief
                                    vast?</titel>
            </kop>
            <al>Het College stelt de subsidie vast binnen acht weken, nadat uw
                                aanvraag is ontvangen.</al>
            <al/>
            <al>Het College kan die termijn met ten hoogste acht weken verlengen.
                                Van deze verlenging wordt u schriftelijk op de hoogte gesteld. </al>
            <al/>
            <al>Als het College na een herhaald verzoek geen stukken van u ontvangt,
                                kan hij de subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen.
                                Deze ambtshalve vaststelling vindt plaats binnen acht weken na
                                afloop van de activiteiten of van het tijdvak waarvoor subsidie is
                                verleend. Als bij de subsidieverlening een andere termijn is
                                genoemd, houdt het College die termijn aan.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:4</nr>
              <titel>Wanneer stel het College de subsidie direct vast?</titel>
            </kop>
            <al>Het College stelt periodieke en eenmalige subsidies van minder van </al>
            <al>€ 5.000,-- en waarderingssubsidies direct vast zonder vooraf een
                                subsidieverlening te geven.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:5</nr>
              <titel>Mag u een overschot of tekort aan subsidie ten laste brengen
                                    van de egalisatiereserve?</titel>
            </kop>
            <al>Hebt u een overschot of een tekort op de subsidie? In beide gevallen
                                brengt u dit overschot of dit tekort ten laste van een
                                egalisatiereserve. Deze egalisatiereserve hebt u tevoren
                                gevormd.</al>
            <al/>
            <al>De totale omvang van de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan 15%
                                van de subsidie.</al>
            <al/>
            <al>Als de subsidie voor een aantal boekjaren is verleend, dan nemen wij
                                voor de berekening van de reserve het gemiddelde van die
                                boekjaren.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4:6</nr>
              <titel>Kan het College het batig saldo terugvorderen?</titel>
            </kop>
            <al>Het College kan een batig saldo terugvorderen, als dat is bepaald in
                                de beschikking tot subsidieverlening. Als batig saldo beschouwen wij
                                het saldo dat in de jaarrekening is opgenomen na aftrek van de
                                egalisatiereserve.</al>
            <al>Hebt u van andere bestuursorganen eveneens subsidie ontvangen voor
                                de activiteit? Dan kan het College, na overleg met u, beslissen dat
                                u het batig saldo niet, of slechts gedeeltelijk, terugbetaalt.</al>
            <al/>
            <al>Het College kan geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering van
                                het batig saldo, als anderen, die geen bestuursorgaan zijn, voor
                                dezelfde activiteit een bijdrage hebben gegeven.</al>
            <al/>
            <al>Het College kan geen hoger bedrag terugvorderen dan aan u is
                                toegekend.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Betaling en terugvordering</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5:1</nr>
              <titel>Kan het College voorschotten geven?</titel>
            </kop>
            <al>Het College kan voorschotten als bedoeld in artikel 4:54 van de Awb
                                verlenen.</al>
            <al/>
            <al>Indien er geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid tot
                                bevoorschotting, kan Het College bij de subsidievaststelling bepalen
                                dat het subsidiebedrag in gedeelten wordt uitbetaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5:2</nr>
              <titel>Welke betalingstermijn houdt het College aan?</titel>
            </kop>
            <al>Het subsidiebedrag wordt binnen zes weken na de subsidievaststelling
                                betaald.</al>
          </artikel>
        </paragraaf>
        <paragraaf>
          <kop>
            <label>Paragraaf</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Slotbepalingen.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Wanneer geldt de hardheidsclausule.</titel>
            </kop>
            <al>Als deze verordening slechts een deel of niets heeft geregeld over
                                bijzondere gevallen, kan het College de nodige voorzieningen treffen
                                of een beslissing nemen die afwijkt van de bepalingen in deze
                                verordening. Zo mogelijk treedt het College vooraf in overleg met de
                                aanvrager.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2</nr>
              <titel>Geldt deze verordening ook voor aanvragen die het College al
                                    heeft ontvangen?</titel>
            </kop>
            <al>De aanvragen die het College heeft ontvangen voordat deze
                                verordening in werking is getreden, worden behandeld volgens de
                                regels van de Algemene Subsidieverordening gemeente Beuningen
                                II.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Wanneer treedt de verordening in werking en wanneer evalueren
                                    wij?</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking daags na de bekendmaking in één
                                of meer huis-aan-huisbladen. </al>
            <al/>
            <al>In het jaar 2015 stelt het College een evaluatie op van deze
                                verordening. Wij ontvangen van het College een verslag van deze
                                evaluatie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Hoe heet deze verordening?</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening noemen wij de Algemene subsidieverordening gemeente
                                Beuningen 2010.</al>
            <al/>
          </artikel>
        </paragraaf>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Beuningen, 1 december 2009 </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. R. Gerritsen mr. drs. H.N.A.J. Zijlmans</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Nota-toelichting</label>
          <nr/>
          <titel/>
        </kop>
        <tussenkop>TOELICHTING</tussenkop>
        <al/>
        <al>Artikelsgewijze toelichting</al>
        <al/>
        <al>Paragraaf 1. Inleidende bepalingen</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:1 Wat betekenen de gebruikte begrippen? </al>
        <al/>
        <al>Subsidie</al>
        <al>Het begrip 'subsidie' is niet opgenomen bij de begripsomschrijvingen, aangezien
                    de <vet>Algemene wet bestuursrecht</vet> (<vet>de Awb</vet>) het begrip subsidie
                    definieert. Artikel 4:21 van de Awb bepaalt dat onder subsidie wordt verstaan:
                    "de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het
                    oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan
                    het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten".</al>
        <al/>
        <al>Bij subsidies moet er dus sprake zijn van de overgang van wettige
                    betaalmiddelen. Het leveren door de gemeente van goederen en diensten om niet of
                    onder de kostprijs (bijvoorbeeld beschikbaar stellen van sportaccommodaties)
                    valt niet onder het begrip subsidie. Geld van particuliere instellingen en
                    particuliere fondsen valt evenmin onder het subsidiebegrip, aangezien deze
                    instellingen geen bestuursorganen zijn. Ook inkomensvoorzieningen op grond van
                    de Wet werk en bijstand of de Wet individuele huursubsidies zijn geen subsidies.
                    Deze gelden worden namelijk niet verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten
                    van de aanvrager, maar om te voorzien in de kosten van het bestaan.</al>
        <al/>
        <al>De subsidietitel van de Awb is tenslotte ook niet van toepassing op uitkeringen
                    waarvoor een wettelijke grondslag geldt en waarvan de ontvanger een
                    publiekrechtelijke rechtspersoon is (bijvoorbeeld uitkeringen van de
                    rijksoverheid aan de andere overheden en uitkeringen aan gemeenschappelijke
                    regelingen).</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:2 Waarop is de verordening van toepassing?</al>
        <al/>
        <al>De reikwijdte van de <vet>Algemene subsidieverordening</vet> (<vet>de Asv</vet>)
                    is verbreed tot alle gemeentelijke subsidies, tenzij een andere verordening van
                    toepassing is. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:3 Wie geeft de subsidie en wie voert deze verordening uit?</al>
        <al>Uitgangspunt bij de bevoegdhedenverdeling is dat wij het beleid(skader)
                    vaststelt. Burgemeester en wethouders dragen binnen dit beleidskader zorg voor
                    de uitvoering van het subsidieproces.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:4 Wie stelt het subsidiebudget en -plafond vast?</al>
        <al>Het subsidieplafond is volgens de Awb, artikel 4:22, het bedrag dat gedurende
                    een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van
                    subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. </al>
        <al>De Awb stelt aan een subsidieplafond de eis dat deze mogelijkheid in de
                    subsidieverordening is opgenomen en dat verdeelregels worden opgesteld.
                    Bovendien moet het subsidieplafond vastgesteld en bekend worden gemaakt voor de
                    aanvang van het subsidietijdvak. </al>
        <al/>
        <al>In dit artikel is voorgeschreven dat het college tijdig bekend maakt op welke
                    wijze de beschikbare subsidie (tot aan het subsidieplafond) wordt verdeeld. Voor
                    de verdeelregels zijn verschillende methoden te gebruiken, variërend van
                    procedurele ("wie het eerst komt, wie het eerst maalt") tot inhoudelijke
                    bepalingen. Wij hebben gekozen voor een procedurele methode, waarbij de volgorde
                    van binnenkomst een belangrijke rol speelt. Immers, de aanvragen die in
                    behandeling worden genomen en dus binnen de gestelde termijn zijn ingediend,
                    komen in aanmerking voor de eerste ronde van verdeling van de subsidie binnen
                    het vastgestelde subsidieplafond. Deze verdeelregel is opgenomen in de
                    beleidsregels onder de desbetreffende subsidievormen en is dus niet in de Asv
                    terug te vinden.</al>
        <al/>
        <al>Per beleidsvelden kan een subsidieplafond worden vastgesteld. Bijvoorbeeld voor
                    kunst en cultuur of sport, recreatie en toerisme of sociaal cultureel werk.
                    Binnen het betreffende beleidsveld komen vervolgens alle subsidievormen aan de
                    orde. </al>
        <al/>
        <al>Alle aanvragen die in behandeling worden genomen, komen in principe in
                    aanmerking voor subsidie. Het verschil met de huidige toekenningen bestaat
                    hierin dat vooraf de omvang van de budgetten bekend zijn en verenigingen zich
                    daarop kunnen richten. Dit laatste is met name van belang voor aanvragen van
                    project- en investeringssubsidies. Verenigingen en instellingen kunnen vooraf
                    zien welke budgetten beschikbaar zijn en inschatten of de aanvraag een kans van
                    slagen heeft.</al>
        <al/>
        <al>Met de definitieve toekenning in de eerste ronde wordt gewacht tot 1 november.
                    Alle aanvragen die in de periode tussen 1 oktober en 1 november zijn ingediend
                    en ontvankelijk zijn, worden bij deze eerste ronde betrokken. Rekening houdend
                    met de hoogte van het plafond wordt vervolgens tot een verdeling overgegaan.
                    Indien blijkt dat het totaal aan aangevraagde bedragen het beschikbare budget
                    overschrijdt, zal aan de hand van een tevoren vastgesteld percentage de
                    verdeling binnen het budgetplafond plaatsvinden. </al>
        <al/>
        <al>De aanvragen die vóór 1 oktober worden ingediend, worden behandeld binnen het
                    dan geldende, voorliggende budgetplafond en blijven voor toepassing van het
                    nieuwe budgetplafond buiten beschouwing. De aanvragen die na 1 november worden
                    ingediend, komen in aanmerking voor de tweede ronde. Een tweede ronde wordt
                    enkel toegepast, voor zover nog middelen beschikbaar zijn. Aan de hand van een
                    percentage wordt tot een verdeling overgegaan. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:5 Hoe en wanneer neemt het college de aanvraag in behandeling? </al>
        <al/>
        <al>In de praktijk rijst namelijk nogal eens de vraag of bij een onvolledige
                    aanvraag bepalend is de datum van indiening, of de datum waarop de aanvraag (na
                    aanvulling) volledig is. Uit de jurisprudentie blijkt dat als hierover niets is
                    geregeld in de subsidieverordening, de datum van de eerste – en dus onvolledige
                    – indiening bepalend is. Dit kan er in de praktijk toe leiden dat
                    subsidieaanvragers die snel nog even pro forma een onvolledige aanvraag indienen
                    voorrang hebben bij de verdeling van de beschikbare subsidie boven aanvragers
                    die vooraf meer tijd en energie steken in het zo goed en volledig mogelijk
                    indienen van de aanvraag. Omdat dit niet gewenst is, wordt in de
                    subsidieverordening bepaalt dat de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt
                    als datum van indiening.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:6 Wat gebeurt er als wij de gemeentebegroting nog niet hebben
                    vastgesteld of de gemeentebegroting nog niet is goedgekeurd?</al>
        <al/>
        <al>De begrotingsvoorwaarde is bedoeld voor situaties waarbij de beschikking tot
                    subsidieverlening uitgaat, voordat wij de begroting heeft goedgekeurd. Het
                    voorbehoud dient ook in de beschikking tot subsidieverlening te worden opgenomen
                    uit oogpunt van rechtszekerheid.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:7 Wie geven wij subsidie?</al>
        <al>De subsidietoekenning beperkt zich tot privaatrechtelijke rechtspersonen. Er
                    kunnen zich omstandigheden voordoen dat wij van deze regel afwijken, omdat het
                    belang van de uitvoering van een activiteit kan prevaleren boven de eisen die
                    gesteld worden aan de aanvrager. Wij denken daarbij aan b.v. een
                    buurtvereniging, die weliswaar in naam een vereniging is, maar feitelijk niet
                    als zodanig is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, maar activiteiten
                    organiseert die in het kader van de Wmo-gedachte (prestatieveld 1) van belang
                    zijn voor de leefbaarheid. </al>
        <al/>
        <al>In de Beleidsregels besteden wij aandacht aan het aspect m.b.t. de
                    rechtspersoon.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 1:8 Wanneer kan het College het geven van subsidie weigeren?</al>
        <al/>
        <al>Subsidie wordt geweigerd als de aanvraag betrekking heeft op een activiteit,
                    waarvoor reeds in een voorafgaand of in het betreffende kalenderjaar subsidie is
                    verleend. Het kan immers niet zo zijn dat een aanvrager vóór de start van een
                    activiteit subsidie (i.c. investerings-, project-, eenmalige of
                    waarderingssubsidie) ontvangt en vervolgens in hetzelfde of een volgend
                    kalenderjaar wederom subsidie aanvraagt voor dezelfde activiteit. Deze route
                    wordt op voorhand afgesloten om bevoordeling ten opzichte van andere aanvragers
                    uit te sluiten. </al>
        <al/>
        <al>Naast de weigeringsgronden die in artikel 1:8 zijn opgenomen, kent ook de Awb
                    een aantal weigeringsgronden. Zo vormt op grond van artikel 4:25 Awb
                    overschrijding van een subsidieplafond een weigeringsgrond voor
                    subsidieverlening. </al>
        <al/>
        <al>In artikel 4:35 Awb is een aantal subjectieve en objectieve weigeringsgronden
                    vastgelegd. De subjectieve weigeringsgronden bieden de subsidieverstrekker de
                    gelegenheid na te gaan of er gegronde redenen bestaan om aan te nemen, dat:</al>
        <al>de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;</al>
        <al>de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden
                    verplichtingen;</al>
        <al>de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal
                    afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                    inkomsten, voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                    zijn.</al>
        <al/>
        <al>De objectieve gronden voor het weigeren van subsidies hebben betrekking op
                    frauduleus handelen (verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens door de
                    aanvrager) en op faillissement van de aanvrager dan wel surseance van
                    betaling.</al>
        <al/>
        <al>Het komt voor dat commerciële instellingen een vereniging oprichten ten einde in
                    aanmerking te komen voor bijvoorbeeld een sportsubsidie. De vereniging biedt dan
                    dezelfde of vergelijkbare activiteiten aan tegen een gereduceerd tarief dankzij
                    de subsidie. </al>
        <al/>
        <al>In zo’n geval is er sprake van een nauwe verbondenheid tussen de commerciële
                    instelling en de vereniging. Bij een dergelijke constructie is de subsidiering
                    van de vereniging in feite een verkapte subsidiering van de commerciële
                    instelling die aan de vereniging gelieerd is. Die verwevenheid komt bijvoorbeeld
                    tot uitdrukking in de deelname van de eigenaar van de commerciële instelling aan
                    het verenigingsbestuur. De bepaling in artikel 1:8 beoogt subsidieverlening aan
                    dergelijke verenigingen uit te sluiten. </al>
        <al/>
        <al>Paragraaf 2. Aanvraag en verlening</al>
        <al/>
        <al>Artikel 2:1 Hoe dient u de subsidieaanvraag in? </al>
        <al/>
        <al>Ofschoon de digitale snelweg ook voor ons geen onbekend fenomeen is, kan de
                    aanvraag niet anders dan schriftelijk en ondertekend, voorzien van de nodige
                    bijlagen worden ingediend. Als de aanvraag via de mail wordt ingediend, nemen
                    wij hier kennis van, maar beschouwen wij dit niet als een aanvraag die aan de
                    voorwaarden voldoet. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2:2 Wanneer dient u de subsidieaanvraag in?</al>
        <al/>
        <al>Voor de toepassing van het subsidieplafond spelen de data voor indiening van een
                    subsidie een belangrijke rol. Immers, de subsidietoekenning geschiedt in twee
                    fases, te weten: vóór 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar
                    en na 31 december. De toekenningen na 31 december vinden plaats tot het moment
                    waarop het subsidieplafond is bereikt. Om bij de toekenning in de eerste fase
                    betrokken te zijn, is het van belang de aanvraag tussen 1 oktober en 1 november
                    bij het College te hebben ingediend.</al>
        <al/>
        <al>Voor de toekenning van eenmalige, project-, investerings- en
                    waarderingssubsidies wordt naast het juist genoemde regime, de mogelijkheid
                    geboden een aanvraag in te dienen voorafgaand aan de start van een activiteit.
                    Daarbij is het van belang uiterlijk 16 weken vóór aanvang van de activiteit een
                    aanvraag te hebben ingediend. Aanvragen die na deze termijn worden, ingediend
                    worden niet ontvankelijk verklaard. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2:3 Wat moet u bij de subsidieaanvraag voegen? </al>
        <al/>
        <al>Per subsidievorm wordt in dit artikel aangegeven welke stukken moeten worden
                    overgelegd. Voor ons is het van belang om b.v. te weten over welke middelen de
                    aanvrager beschikt, hoeveel leden aanwezig zijn, wanneer de oprichting heeft
                    plaatsgevonden en welke doelen worden nagestreefd. Bij investeringen en
                    projecten zullen wij inzicht moeten hebben in de omvang van de voorgenomen
                    investering of projectkosten en de dekking van de lasten. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 2:4 Als wij niet alle stukken hebben?</al>
        <al/>
        <al>Bij bepaalde aanvragen kan het noodzakelijk zijn, dat wij over meer informatie
                    moeten kunnen beschikken om tot een afgewogen oordeel te komen. De aanvragen zal
                    alsdan worden verzocht binnen een bepaalde periode nadere informatie over te
                    leggen. </al>
        <al/>
        <al>In principe dient de aanvrager een verantwoording af te leggen o.b.v. een
                    accountantsverklaring. Wij zijn van oordeel dat bij subsidietoekenningen tot €
                    10.000,-- kan worden volstaan met het indienen van de jaarrekening. Voor
                    verantwoording van subsidies boven dit bedrag geldt artikel 4:64, tweede lid van
                    de Awb. In de Beleidsregels worden eisen m.b.t. de verantwoording nader
                    uitgewerkt.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 2:5 Wanneer beslissen wij op uw aanvraag?</al>
        <al/>
        <al>Om de aanvrager ter wille te zijn, is de periode waarbinnen een beslissing wordt
                    genomen op een aanvraag sterk bekort. Dit vraagt niet alleen van de aanvragers
                    discipline, ook het College zal tijdig een beslissing moeten nemen. Op aanvragen
                    die zijn ingediend tussen 1 oktober en 1 november zal het College vóór 31
                    december een beslissing moeten nemen. Op aanvragen die betrekking hebben op
                    investerings-, project-, eenmalige of waarderingssubsidie en die vóór 1 oktober
                    of na 1 november zijn ingediend, wordt binnen uiterlijk 16 weken een beslissing
                    genomen. </al>
        <al/>
        <al>Awb, artikelen 4.29 tot en met 4:36 regelen de subsidieverlening. Een
                    beschikking tot subsidieverlening moet aan twee eisen voldoen, tenzij in de
                    subsidieverordening iets anders is bepaald. De twee eisen die de Awb stelt
                    zijn:</al>
        <al>(1) de beschikking moet een omschrijving bevatten van de activiteiten ("iedere
                    vorm van menselijk handelen, voorzover de overheid dat wil stimuleren") waarvoor
                    subsidie wordt verleend en</al>
        <al>(2) het maximale subsidiebedrag óf de wijze waarop het bedrag wordt bepaald plus
                    maximale bedrag moet in de beschikking worden vermeld.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 2:6 Hoe gaat het College om met de vorming van reserves en
                    voorzieningen? </al>
        <al/>
        <al>De toekenning van subsidies heeft tot doel dat activiteiten binnen een
                    activiteitenjaar tot ontwikkeling worden gebracht. Tenzij daarover tevoren
                    afspraken zijn gemaakt, moeten de subsidiemiddelen worden teruggestort als de
                    activiteiten niet zijn uitgevoerd. Omdat het over publieke middelen gaat, zal de
                    gemeenteraad tot een afweging moeten kunnen komen over de herverdeling van
                    subsidiemiddelen die niet zijn benut en kan het dus niet de bedoeling zijn dat
                    de aanvrager een spaarpotje vormt.</al>
        <al/>
        <al>De vorming van een spaarpotje is niet op voorhand uitgesloten als sprake is van
                    de vorming van een egalisatiereserve (voorheen risico- of bestemmingsreserve) of
                    van een voorziening. Onder bepaalde voorwaarden, die in de Beleidsregels zijn
                    uitgewerkt, is de vorming van een egalisatiereserve of voorziening toegestaan. </al>
        <al/>
        <al>Paragraaf 3. Verplichtingen ontvangers subsidie.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 3:1 Wat verwachten wij van u?</al>
        <al/>
        <al>In zijn algemeenheid verplicht een beschikking tot subsidieverlening de
                    subsidieaanvrager niet tot het daadwerkelijk uitvoeren van de activiteiten
                    waarvoor subsidie beschikbaar is gesteld. Als de aanvrager de activiteiten niet
                    uitvoert, krijgt hij niet de middelen waarop hij aanspraak kon maken. Er zijn
                    echter geen sancties voor het niet uitvoeren van de overeengekomen
                    activiteiten.</al>
        <al/>
        <al>De Awb biedt subsidieverstrekkers twee mogelijkheden om daadwerkelijke
                    uitvoering van activiteiten af te dwingen: </al>
        <al>(1) de verplichting tot uitvoering van activiteiten opnemen in de
                    subsidieverordening, of </al>
        <al>(2) op grond van artikel 4:36, tweede lid een overeenkomst afsluiten met daarin
                    een verplichting tot uitvoering van de overeengekomen activiteiten.</al>
        <al>Artikel 5 van de Asv 2001 verplicht subsidieontvangers de gesubsidieerde
                    activiteiten daadwerkelijk uit te voeren. Deze verplichting is in artikel 3:1
                    van de nieuwe Asv overgenomen.</al>
        <al/>
        <al>Met de grote instellingen die een budgetsubsidie ontvangen (Perspectief,
                    Bibliotheek en NIM) wordt op grond van artikel 4:36, tweede lid van de Awb een
                    uitvoeringsovereenkomst aangegaan (budgetconvenant). Hiertoe wordt in de
                    verleningsbeschikking het voorschrift opgenomen dat een uitvoeringsovereenkomst
                    wordt aangegaan. De uitvoeringsovereenkomst kan de beschikking niet vervangen.
                    Het vormt een bijlage bij de beschikking. De beschikking moet in ieder geval een
                    omschrijving van de activiteiten, de verplichtingen en het subsidiebedrag
                    omvatten. In de uitvoeringsovereenkomst kunnen de activiteiten uitgebreid worden
                    omschreven en kunnen meetbare prestatieafspraken worden opgenomen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 3:2 Wanneer verwachten wij informatie van u?</al>
        <al/>
        <al>Bij de bedoelde informatie kan gedacht worden aan wijzigingen in de
                    bestuurssamenstelling en belangrijke organisatorische wijzigingen, veranderingen
                    in beleid en ontwikkelingen op het werkterrein van de subsidieontvanger. Het
                    gaat met name om zaken die voor de gemeente van belang zijn om tijdig haar
                    beleid en subsidiëring te kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen en
                    veranderende omstandigheden. </al>
        <al/>
        <al>Op grond van artikel 4:70 van de Awb is de subsidieontvanger verplicht
                    onverwijld melding te maken van aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke
                    uitgaven en inkomsten en de begrote uitgaven en inkomsten; datzelfde geldt
                    wanneer deze situatie zich dreigt voor te doen. In artikel 3:2 wordt daarom
                    alleen een soortgelijke verplichting opgenomen wanneer zich aanmerkelijke
                    wijzigingen voordoen in de relatie met derden. Ook deze kunnen gevolgen hebben
                    voor de subsidierelatie met de gemeente. Daarnaast zijn nog enige feiten
                    vermeld, zoals een beëindiging van werkzaamheden en een wijziging van statuten
                    die voor de subsidierelatie met de gemeenten van belang kunnen zijn.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 3:3 Wie kunnen uw administratie onderzoeken en wat onderzoeken wij?</al>
        <al/>
        <al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kunnen wij een onderzoek gelasten naar het
                    financiële reilen en zeilen van een instelling of vereniging (de aanvrager). In
                    het onderzoek zullen de doelmatigheid en de rechtmatigheid van de besteding van
                    de subsidie centraal staan.</al>
        <al/>
        <al>Vanwege het feit dat de gemeenteraad zijn controlerende taak moet kunnen
                    uitoefenen en daartoe de Rekenkamer opdracht kan geven, is in dit artikel
                    uitdrukkelijk de onderzoeksbevoegdheid van de Rekenkamer opgenomen. De werking
                    van dit artikel is niet beperkt tot de gemeentelijke Rekenkamer, maar strekt
                    zich ook uit over de provinciale en rijksoverheid.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 3:4 Waartegen bent u verzekerd?</al>
        <al/>
        <al>Om te vermijden dat subsidiemiddelen worden besteed aan delging van schulden die
                    zijn ontstaan doordat besturen aansprakelijk zijn gesteld voor gevolgen van
                    bepaalde gebeurtenissen, leggen wij de aanvragen de verplichting op ten minste
                    te zijn verzekerd tegen:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>wettelijke aansprakelijkheid; </al></li>
          <li nr="·"><al>brand, storm, en inbraak als u (on)roerende goederen bezit;</al></li>
          <li nr="·"><al>wettelijke aansprakelijkheid en ongevallen voor de vrijwilligers die bij
                            u werkzaam zijn.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Artikel 3:5 Welk deel van uw vermogen bent u verschuldigd?</al>
        <al/>
        <al>De aanvrager kan, doordat subsidies niet worden besteed en tijdelijk op een
                    bankrekening worden gezet een vermogensvoordeel behalen. De aanvrager is
                    daarvoor een vergoeding verschuldigd aan de subsidiegever. Noodzakelijk daarvoor
                    is dat vooraf een grondslag wordt bepaald en uiteraard tevoren, hetzij in de
                    verordening, hetzij in een beschikking deze vordering wordt opgenomen. Wij
                    hebben voor de eerste optie gekozen en een bepaling in de verordening
                    opgenomen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:41 Awb bepaalt dat "de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken
                    van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding
                    verschuldigd is aan het bestuursorgaan, mits:</al>
        <al>dit bij wettelijk voorschrift of, indien de subsidie niet op een wettelijk
                    voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en</al>
        <al>daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald".</al>
        <al>Door het opnemen van artikel 3:7 in de subsidieverordening wordt het mogelijk
                    een vergoeding voor eventuele vermogensvorming te vragen aan de
                    subsidieontvanger. </al>
        <al/>
        <al>Indien de vermogensvorming uitsluitend door het eigen spaargeld van een
                    vereniging is opgebouwd, kan er geen sprake zijn van het vragen van een
                    vergoeding (bijvoorbeeld een sportvereniging die gespaard heeft voor een nieuwe
                    kantine). </al>
        <al/>
        <al>In het tweede lid van artikel 4:41 Awb wordt bepaald dat de vergoeding voor
                    vermogensvorming slechts verschuldigd is, indien:</al>
        <al>a.de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde
                    goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt;</al>
        <al>de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging
                    van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen;</al>
        <al>de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd;</al>
        <al>de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie
                    wordt beëindigd, of</al>
        <al>de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.</al>
        <al/>
        <al>De vergoeding dient te worden vastgesteld "binnen een jaar nadat het
                    bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het
                    recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de
                    bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling (Awb, artikel
                    4:41, derde lid).</al>
        <al/>
        <al>Artikel 3:6 Waarvoor hebt u toestemming nodig van het College?</al>
        <al/>
        <al>Om inhoud te kunnen geven aan de controle op de subsidieverstrekking is het voor
                    de subsidiegever van belang kennis te hebben van rechtshandelingen die de
                    aanvrager voornemens is te doen en inzicht te hebben in de consequenties daarvan
                    voor de subsidieverlening. In artikel 4:71 Awb is bepaald dat de aanvrager
                    tevoren toestemming moet vragen voor onder meer een wijziging van de statuten,
                    het bezwaren van onroerend goed, het aangaan van leningen of de vorming van
                    reserves en voorzieningen. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 3:7 Welke verplichtingen kan het College u opleggen?</al>
        <al/>
        <al>Met subsidiering van activiteiten heeft de overheid tot doel om bepaalde
                    politiek relevante resultaten te bereiken. Soms is het instrument van subsidie
                    ontoereikend en zijn aanvullende voorwaarden noodzakelijk om het doel waarvoor
                    subsidie is verstrekt, te bereiken.</al>
        <al/>
        <al>Paragraaf 4. Vaststelling subsidies</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:1 Wanneer vraagt u om de vaststelling van de subsidie?</al>
        <al>De subsidieverlening geschiedt doorgaans in drie stappen, te weten:</al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al>Aanvragen;</al></li>
          <li nr="·"><al>Verlening;</al></li>
          <li nr="·"><al>Vaststelling.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>In tegenstelling tot hetgeen veelal wordt verondersteld, heeft de verlening van
                    de subsidie een voorlopig karakter. De basis van het subsidiebeleid ligt immers
                    in het behalen van resultaten. Om daarop te kunnen sturen, zal een beoordeling
                    moeten plaatsvinden. Als blijkt dat de aanvrager stelselmatig onder de maat
                    presteert, moeten de vraag worden gesteld of met subsidiering van de aanvrager
                    het beoogde doel wordt bereikt en kan zich de vraag voordoen of voortzetting van
                    subsidiering nog aan de orde is.</al>
        <al>Voor wat betreft de periodieke subsidies, waarderings- en eenmalige subsidies
                    zal worden gekozen voor de lijn waarbij verlening en vaststelling samenvallen.
                    Deze aanpak komt overeen met uitgangspunt 1 en sluit aan bij de huidige
                    praktijk. Met deze werkwijze wordt voorkomen dat verenigingen en
                    niet-professionele instellingen aan een extra administratieve last worden
                    onderworpen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:2 Welke gegevens hebben wij nodig voor het vaststellen van de
                    subsidie?</al>
        <al/>
        <al>In het verlengde van hetgeen is uitgesproken bij uitgangspunt 1 zal de aanvraag
                    tot vaststelling zich hoofdzakelijk beperken tot professionele instellingen. In
                    het kader van de vaststelling vindt op dat moment een beoordeling van de
                    prestaties plaats van de professionele instellingen. </al>
        <al/>
        <al>Naast de budgetsubsidiëring zal ook voor investerings- en projectsubsidies
                    gelden dat een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend. Als aanvulling op
                    artikel 4:45 Awb zijn in de Asv een aantal voorwaarden opgenomen. Artikel 4:45
                    Awb luidt: </al>
        <al/>
        <al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de
                    activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden
                    verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt
                    vastgesteld.</al>
        <al/>
        <al>Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en
                    verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                    inkomsten, voorzover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang
                    zijn.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:3 Wanneer stelt het College de subsidie definitief vast?</al>
        <al/>
        <al>Binnen acht weken of na verlening met acht weken stelt het College de subsidie
                    definitief vast. Met de vaststelling ontstaat de aanspraak op betaling van het
                    vastgestelde bedrag.</al>
        <al/>
        <al>In dit artikel wordt het College de mogelijkheid geboden een subsidie ambtshalve
                    te laten vaststellen. Ambtshalve vaststelling van subsidies is relevant in
                    situaties waarin er geen reden is een afzonderlijk verzoek tot vaststelling te
                    laten doen. Bijvoorbeeld als de gegevens die nodig zijn voor de vaststelling van
                    de subsidie tussentijds al verkregen zijn. Daarnaast is ambtshalve vaststelling
                    van belang, wanneer sprake is van intrekking of wijziging van de
                    subsidieverlening of -vaststelling of wanneer een aanvraag tot
                    subsidievaststelling binnen de daarvoor vastgestelde termijn uitblijft. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:4 Wanneer stelt het College de subsidie directe vast?</al>
        <al/>
        <al>Bij sommige subsidiesoorten is geen afrekening achteraf nodig. In dat geval
                    wordt de subsidieverlening en de -vaststelling in één beschikking vervat en is
                    er alleen sprake van een beschikking tot subsidievaststelling. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:5 Mag u een overschot of tekort aan subsidie ten laste brengen van de
                    egalisatiereserve? </al>
        <al/>
        <al>Op grond van artikel 4:72 van de Awb kan de subsidieontvanger worden verplicht
                    een egalisatiereserve te vormen. De egalisatiereserve wordt mede gevormd door
                    het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de
                    activiteiten. Blijkbaar vindt de wetgever de vorming van deze reserve zo
                    belangrijk dat hiervoor niet de figuur van de toestemming is gekozen, maar aan
                    de subsidieverlener de bevoegdheid is gegeven dit bindend voor te schrijven. De
                    egalisatiereserve is primair bedoeld om schommelingen in de inkomsten en
                    uitgaven op te vangen, zodat betrokkene zich in geval van schommelingen niet
                    aanstonds behoeft te wenden tot de gemeente. De reserve mag in enig jaar niet
                    meer bedragen dan 15% van de verleende subsidie of van het gemiddelde van een
                    aantal subsidies, indien voor meer boekjaren subsidie is verleend. De Awb
                    schrijft voor dat de egalisatiereserve zo hoog rentend en veilig mogelijk wordt
                    belegd. De rente wordt toegevoegd aan de reserve. Het voorgaande betekent niet
                    dat andere reserves en voorzieningen niet zouden mogen worden getroffen. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:6 Kan het College het batig saldo terugvorderen? </al>
        <al/>
        <al>De bepalingen in dit artikel spreken voor zich en behoeven geen nadere
                    toelichting.</al>
        <al/>
        <al>Paragraaf 5. Betaling en terugvordering</al>
        <al/>
        <al>Artikel 5:1 Kan het College voorschotten geven?</al>
        <al>Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits in de verordening of in
                    de beschikking tot subsidieverlening (dan wel bij het ontbreken hiervan de
                    beschikking tot subsidievaststelling) is aangegeven hoe de gedeelten worden
                    berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald. </al>
        <al>Ook kunnen voorschotten worden verstrekt, mits deze mogelijkheid in de
                    verordening is opgenomen (zie artikel 5:1 ASV).</al>
        <al/>
        <al>Artikel 5:2 Betalingstermijn</al>
        <al/>
        <al>Als uitbetalingstermijn houdt de Awb vier weken aan. Van deze termijn kan worden
                    afgeweken, indien dit in de verordening is vastgelegd. In de Asv is in het
                    verlengde van het huidige betalingsregime een termijn van zes weken
                    aangehouden.</al>
        <al/>
        <al>Terugvordering en betaling.</al>
        <al>De terugvordering en betaling zijn uitputtend geregeld in de Awb en behoeft
                    daarom geen uitwerking in de Asv. De artikelen 4:52 tot en met 4:57 Awb hebben
                    betrekking op de betaling en terugvordering van subsidies. Bepaald wordt dat het
                    subsidiebedrag overeenkomstig de subsidievaststelling moet worden uitbetaald
                    onder verrekening van eventuele voorschotten. </al>
        <al/>
        <al>De verplichting tot betaling wordt opgeschort, indien de subsidieverstrekker de
                    subsidieontvanger schriftelijk zijn ernstige vermoeden meedeelt dat er grond
                    bestaat voor het toepassen van artikel 4:48 of 4:49 Awb.</al>
        <al>Binnen vijf jaar na de subsidievaststelling of het niet nakomen van zijn
                    verplichtingen door de subsidieontvanger kunnen onverschuldigd betaalde
                    subsidiebedragen en voorschotten teruggevorderd worden.</al>
        <al/>
        <al>Paragraaf 6. Slotbepalingen</al>
        <al/>
        <al>Artikel 6:1 Wanneer geldt de hardheidsclausule? </al>
        <al/>
        <al>Uiteraard wordt er alles aan gedaan om de verlening en vaststelling van de
                    subsidies zo goed mogelijk te laten verlopen. Niettemin kunnen zich situaties
                    voordoen, waarin de verordening deels of geheel niet voorziet. In die gevallen
                    beschikt het College over de bevoegdheid de hardheidsclausule toe te passen,
                    indien dit leidt tot onbillijkheden. Daarbij is het van belang, dat de
                    beoordeling van een aanvraag ligt in de lijn van het subsidiebeleid en geen
                    precedentwerking kan krijgen naar andere potentiële aanvragers. </al>
        <al>Artikel 6:2 Geldt deze verordening ook voor aanvragen die het College al heeft
                    ontvangen?</al>
        <al/>
        <al>De aanvragen die zijn ontvangen vóór het inwerking treden van deze nieuwe
                    verordening worden behandeld op basis van de Asv gemeente Beuningen II. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 6:4 Wanneer treedt de verordening in werking en wanneer evalueren
                    wij?</al>
        <al/>
        <al>Daags na de bekendmaking in de Koerier treedt de Asv in werking.</al>
        <al>Conform het bepaalde in artikel 4:24 Awb is een herijkingmoment opgenomen in de
                    verordening. De zinsnede "verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de
                    subsidie in de praktijk" is evenals de termijn van vijf jaren overgenomen uit
                    het juist genoemde artikel.</al>
        <al>Intrekking en wijziging van subsidies</al>
        <al/>
        <al>De Awb kent een aantal dwingende bepalingen over intrekking en wijziging van de
                    subsidie. Van deze bepalingen mag niet worden afgeweken. Deze bepalingen zijn
                    rechtstreeks van toepassing op de subsidieverstrekking en derhalve niet in de
                    verordening overgenomen.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:48 Awb bepaalt:</al>
        <al/>
        <al>Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                    subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen,
                    indien:</al>
        <lijst>
          <li nr="a."><al>de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben
                            plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;</al></li>
          <li nr="b."><al>subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
                            verbondenverplichtingen;</al></li>
          <li nr="c."><al>de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en
                            de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere
                            beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;</al></li>
          <li nr="d."><al>de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit
                            wist of behoorde te weten, of met toepassing van artikel 4:34, vijfde
                            lid, een beroep wordt gedaan op de voorwaarden dat voldoende gelden ter
                            beschikking worden gesteld.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                    subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                    bepaald.</al>
        <al>(Dus het subsidie kan komen te vervallen of lager uitvallen dan gevraagd, als de
                    activiteiten niet doorgaan, de subsidieontvanger zich niet aan zijn verplichten
                    houdt of frauduleus handelt). </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:34 Awb heeft betrekking op de begrotingsvoorwaarde en het beroep
                    hierop. De begrotingsvoorwaarde is terug te vinden in artikel 1.6. van deze
                    ASV.</al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:49 Awb bepaalt:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele
                            van de ontvanger wijzigen:</al><lijst>
              <li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de
                                    subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn
                                    en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de
                                    subsidieverlening zou zijn vastgesteld;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de
                                    subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet
                                    heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen.</al></li>
            </lijst></li>
          <li nr="2."><al>De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de
                            subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is
                            bepaald.</al></li>
          <li nr="3."><al>De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele
                            van de ontvanger worden gewijzigd, indien vijf jaren zijn verstreken
                            sedert de dag waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld
                            in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag waarop de handeling in
                            strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de
                            verplichting had moeten zijn voldaan.</al></li>
        </lijst>
        <al/>
        <al>Artikel 4:50 Awb bepaalt:</al>
        <al/>
        <al>1.Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de
                    subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten
                    nadele van de subsidieontvanger wijzigen:</al>
        <al>voorzover de subsidieverlening onjuist is;</al>
        <al>voorzover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende
                    mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten,
                    of:</al>
        <al>in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.</al>
        <al/>
        <al>2.Bij intrekking of wijziging op grond van het eerste lid, onderdeel a of b,
                    vergoedt het bestuursorgaan de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij
                    in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou
                    hebben gedaan. </al>
        <al/>
        <al>Artikel 4:51 Awb bepaalt:</al>
        <lijst>
          <li nr="1."><al>Indien aan een subsidieontvanger voor drie of meer achtereenvolgende
                            jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde
                            voortdurende activiteiten geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering
                            van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat
                            veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen
                            voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten,
                            slechts met inachtneming van een redelijke termijn.</al></li>
          <li nr="2."><al>Voorzover aan het einde van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend
                            sedert de bekendmaking van het voornemen tot weigering voor een daarop
                            aansluitend tijdvak nog geen redelijke termijn is verstreken, wordt de
                            subsidie voor het resterende deel van die termijn verleend, zo nodig in
                            afwijking van artikel 4:25, tweede lid.(Artikel 4:25, tweede lid Awb
                            betreft een weigering vanwege het overschrijden van een
                            subsidieplafond).</al></li>
        </lijst>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>