<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25229_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Premieverordening Wet werk en bijstand 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, 27</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Premieverordening WWB 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/289</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Voor het bepaalde in artikel 2, tweede lid, werkt deze verordening terug tot en met 1 januari 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Premieverordening Wet werk en bijstand 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>Besluit </al><al>vast te stellen de "Premieverordening Wet werk en bijstand 2007", luidende
                        als volgt:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving.</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de WWB: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>uitkeringsgerechtigde: de persoon van 18 tot 65 jaar met een
                                uitkering voor algemene bijstand, een uitkering op grond van de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="e."><al>deeltijdarbeid: betaalde arbeid voor een niet volledige werkweek
                                waaruit een inkomen wordt verdiend waarmee niet zelfstandig in het
                                bestaan wordt voorzien;</al></li><li nr="f."><al>premie: een premie die op grond van artikel 7 van de WWB kan worden
                                ingezet als voorziening gericht op inschakeling in de arbeid;</al></li><li nr="g."><al>inkomstenvrijlating: de vrijlating van een deel van de inkomsten uit
                                arbeid als bedoeld in artikel 31, lid 2, onder j, van de WWB.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Premie op participatie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Recht op een eenmalige premie per kalenderjaarheeft de
                            uitkeringsgerechtigde die naar het oordeel van het college een
                            bijzondere inspanning heeft verricht gericht op participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de bijzondere inspanning bestaat uit het verrichten van
                            deeltijdarbeid voor de duur van tenminste zes maanden per kalenderjaar
                            en het inkomen uit die arbeid per maand tenminste gelijk is aan de helft
                            van de toepasselijke bijstandsnorm heeft de uitkeringsgerechtigde recht
                            op een maximale premie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een premie wordt niet verleend gedurende de termijn waarin aanspraak
                            bestaat op inkomstenvrijlating.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een uitkeringsgerechtigde kan per kalenderjaar maar een premie worden
                            toegekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanvullende bepalingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kent een premie waar mogelijk ambtshalve toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd de hoogte van de premie vast te stellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepaling.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking
                                en werkt terug tot en met 1 oktober 2006 respectievelijk 1 januari
                                2007 voor het bepaalde in artikel 2, lid 2.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Premieverordening WWB
                                2007".</al></li><li nr="3."><al>De Premieverordening Wet werk en bijstand wordt per 1 januari 2007
                                ingetrokken. </al><al/></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 april 2007</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al>In deze verordening is het premiebeleid opgebouwd rond één premie: de premie op
                    participatie. Deze premie is in te zetten om de bijzondere inspanningen van een
                    klant gericht op diens participatie te belonen. Hierbij valt te denken aan onder
                    meer het aanvaarden van betaalde (gesubsidieerde)arbeid in voltijd of deeltijd;
                    het volgen van een scholing of stage; sociale activering; het verlenen van
                    mantelzorg; het verrichten van vrijwilligerswerk; vrijwillige deelname aan
                    inburgering (oud-komers); starten van een zelfstandig bedrijf/beroep en werken
                    met behoud van uitkering (deelname aan inzetbanen, het participatieproject Doen
                    of toekomstige varianten hiervan). Een inzetbaan is een voorziening gericht op
                    het vrijwillig opdoen van werkervaring met behoud van uitkering door langdurige
                    uitkeringsgerechtigden met een verminderd perspectief op uitstroom. </al><al/><al>Een premie op participatie maakt een aparte premie voor werkvormen met behoud
                    van uitkering overbodig. Een aparte premie voor het compenseren van het verlies
                    van de langdurigheidstoeslag is niet langer nodig, omdat de WWB op dit punt
                    inmiddels is gerepareerd. Ook een aparte premie voor werken in deeltijd is niet
                    langer nodig en is te ondervangen binnen de premie op participatie. </al><al/><al>De hoogte van de premie op participatie is variabel gemaakt en gesteld op
                    minimaal € 250,- en maximaal € 500,-. Dit schept ruimte voor het leveren van
                    maatwerk en biedt een waarborg om, afhankelijk van de ontwikkelingen in het
                    premievolume, binnen het beschikbare jaarbudget voor het premiebeleid te blijven
                    werken. Het recht op de maximale premie is extra gewaarborgd als de bijzondere
                    inspanning bestaat uit het verrichten van deeltijdarbeid. Deze arbeid moet dan
                    wel aan de benoemde voorwaarden voldoen. Deze waarborg is ingebouwd om betaald
                    werken lonend te maken. Het lonend maken van werken is een kernpunt van het
                    lokale premiebeleid. Ondersteuning via het premiebeleid is gewenst, omdat de Wet
                    werk en bijstand het eigen inkomen slechts aanvult tot het sociaal minimum: de
                    bijstandsnorm. De WWB biedt een inkomensgarantie op minimum-niveau. De WWB staat
                    eenmalig over een aaneengesloten termijn van zes maanden een vrijlating van
                    inkomsten toe. Na afloop van deze termijn moet het inkomen uit arbeid volledig
                    (100%) op de uitkering in mindering wordt gebracht. Werken in deeltijd loont dan
                    niet meer. Met name groepen die langdurig op deeltijdarbeid zijn aangewezen,
                    veelal kwetsbare personen met weinig perspectief op volledige uitstroom, ervaren
                    dit als niet redelijk/billijk. De extra waarborg is ingebouwd om het (blijven)
                    werken in deeltijd meer langdurig te ondersteunen en om de combinatie arbeid en
                    zorg te stimuleren. Beter in deeltijd werken dan voltijds stilzitten. Werken in
                    deeltijd naar vermogen is te sturen via afstemmingsverordening. De
                    afstemmingsverordening voorziet hier in. </al><al>De Wet werk en bijstand staat fiscaal vrije premies toe als is voldaan aan de
                    uitgangspunten van die wet. Fiscaal vrij wil zeggen, dat de premies niet
                    meetellen als inkomen bij het gebruik van inkomensafhankelijke voorzieningen als
                    huurtoeslag, zorgtoeslag, kwijtschelding, eigen bijdrage thuiszorg,
                    kindertoeslag etc. Voor een fiscaal vrije premie is vereist, dat de premie in
                    één bedrag wordt uitgekeerd. Bij uitbetaling van de premie in termijnen wordt
                    deze als een periodieke uitkering aangemerkt. Het werken met een fiscaal vrije
                    premie heeft verre de voorkeur. Met dit aspect is in het nieuwe premiebeleid
                    rekening gehouden. Een uitkeringsgerechtigde komt maar eenmaal per kalenderjaar
                    voor een premie op participatie in aanmerking. Verder is samenloop van een
                    inkomstenvrijlating met een premie op participatie uitgesloten. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Toelichting bij artikel 1 (begripsomschrijving)</tussenkop><al>Het omschrijven van de begrippen sluit aan bij de begripsbepalingen van de
                    WWB.</al><tussenkop>Toelichting bij artikel 2 (premie op participatie)</tussenkop><al>Bij de premie op participatie gaat het niet zozeer om het toekennen van een
                    recht op een specifieke voorziening, maar om het recht om bijzondere
                    inspanningen van de klant te ondersteunen. Een zodanig aanspraak stimuleert de
                    eigen verantwoordelijkheid van de klanten. De zinsnede "naar het oordeel van het
                    college" houdt in, dat er een toetsing plaats vindt aan de feiten en
                    omstandigheden in het individuele geval. De klant kan weliswaar de premie
                    aanvragen maar het uitvoeringsorgaan (de casemanager) toetst en beoordeelt de
                    aanvraag. De bijzondere inspanning kan betrekking hebben op onder meer doorgroei
                    in of uitstroom naar betaald werk; opdoen van werkervaring; volgen van scholing;
                    stage lopen; sociale activering; het verrichten van mantelzorg of
                    vrijwilligerswerk; vrijwillige inburgering (oud-komers); starten zelfstandig
                    bedrijf/beroep; werken met behoud van uitkering (op een inzetbaan of binnen het
                    project Doen). Bij het beoordelen van het recht op deze premie is mede bepalend
                    het opleidingsniveau; duur werkloosheid; zorg of sociaalpsychische problematiek;
                    geboden voorzieningen (mate van investering in de klant); kans op uitstroom;
                    inkomensperspectief; aanspraak op inkomstenvrijlating; ontvangst vergoeding uit
                    stage/ vrijwilligerswerk etc. </al><al>Bij het toekennen van de premie is voorts rekening te houden met het beschikbare
                    financieel kader. Mede met het oog hierop zijn flexibele premies in te zetten.
                    Dit brengt maatwerk binnen het bereik van het premiebeleid. Maatwerk is een
                    centrale doelstelling van de WWB.</al><al>Uitkeringsgerechtigden van 18 tot 65 jaar zijn in beginsel verplicht algemeen
                    geaccepteerde arbeid te aanvaarden. Inkomsten uit arbeid worden slechts
                    aangevuld tot de norm. Omdat werken moet lonen, is binnen de premie op
                    participatie een extra waarborg ingebouwd die recht geeft op de maximale premie
                    als deeltijdarbeid wordt verricht voor de duur van zes maanden of meer per jaar
                    en als uit die arbeid tenminste een inkomen wordt verdiend gelijk aan de helft
                    van de toepasselijke bijstandsnorm. Betaald werken omvat mede betaalde
                    gesubsidieerde arbeid. Op deze werkvorm zijn vaak kwetsbare personen:
                    arbeidsgehandicapten of personen met complexe problematiek aangewezen. Aan de
                    waarborg voor het recht op de maximale premie zijn geen verdere beperkende of
                    aanvullende voorwaarden gesteld. Het betaald werken naar vermogen is immers via
                    de afstemmingsverordening voldoende adequaat te ondervangen. </al><al>De vastgelegde anticumulatie van een premie op participatie en een
                    inkomstenvrijlating moet voorkomen dat de premie als niet fiscaal vrij wordt
                    aangemerkt. Met het oog hierop is tevens vastgelegd dat een premie op
                    participatie slechts eenmaal per klant per kalenderjaar wordt verstrekt. </al><tussenkop>Toelichting bij artikel 3 (aanvullende bepalingen)</tussenkop><al>-<cursief>Toekennen premie met en zonder aanvraag </cursief></al><al>De casemanagers controleren en bewaken reeds de doelmatigheid van de uitkering.
                    Deze activiteit is gericht op het ondersteunen van de klant bij diens
                    participatie. Om deze redenen wordt de premie waar mogelijk toegekend zonder het
                    hoeven doen van een aanvraag. Een belanghebbende kan het recht op de premie ook
                    claimen via het doen van een aanvraag. Verschil van inzicht over de mate van de
                    verrichte bijzondere inspanning tussen casemanager en klant is inherent aan het
                    leveren van maatwerk. Zo nodig worden aanvullende richtlijnen aan het
                    casemanagement verstrekt. Goede voorlichting aan de klant moet bijdragen aan het
                    voorkomen van onnodige verwachtingen.</al><al>-<cursief>Vaststellen hoogte premies</cursief></al><al>Aan het college is de bevoegdheid toegekend tot het vaststellen van de hoogte
                    van de premie op participatie. Dit maakt het flexibel inspringen op
                    ontwikkelingen in wetgeving en premievolume mede mogelijk.</al><al>De premie op participatie is variabel gemaakt. De premie is door het college
                    voor 2007 vastgesteld op minimaal € 250,- en maximaal € 500,-. Dit moet de
                    nodige ruime bieden voor maatwerk gezien de verscheidenheid aan feiten en
                    omstandigheden waarin de klant en diens gezin kunnen verkeren in relatie tot de
                    veelheid aan bijzondere inspanningen die zijn te verrichten. </al><tussenkop>Toelichting bij artikel 4 (slotbepaling).</tussenkop><al>Het premiebeleid treedt in werking daags na het bekendmaken van de vaststelling.
                    Aan het nieuwe beleid is terugwerkende kracht verleend:</al><al>-tot en met 1 oktober 2006 voor de premie op actie en tot en met 1 januari 2007
                    voor de ingebouwde waarborg tot aanspraak op een maximale premie bij
                    deeltijdarbeid.</al><al>Het beperken van terugwerkende kracht aan de waarborg op een maximale premie bij
                    deeltijdarbeid tot 01-01-2007 moet ongewenste claims over 2006 voorkomen. Die
                    claims kunnen bij een verdergaande terugwerkend kracht ontstaan, omdat de
                    waarborg niet beperkt is tot de groep die in de oude premieverordening een
                    zelfstandig recht op een deeltijdpremie van € 500,- had. Die beperkte groep,
                    bestaande uit alleenstaande ouders en arbeidsgehandicapten, wordt niet
                    benadeeld. Zij ontlenen over 2006 immers een zelfstandige aanspraak op de oude
                    deeltijdpremie. </al><al>Het hanteren van verschillende data voor de terugwerkende kracht is uit een
                    oogpunt van financieel beslag redelijk en billijk te achten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>