<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25195_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Edam-Volendam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">NIVO 4 mei 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 147 en 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-04-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-05-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-06-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2:9, 2:65</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>24-2011</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De artikelen 4:10 tot en met 4:13 treden in werking op de achtste dag na de bekendmaking van de bomenlijst. Op dat moment vervallen de artikelen 4.3.1 tot en met 4.3.10</al><al>Aanvragen om vergunning als bedoeld in de artikelen 2:10A, eerste lid, 2:11, 2:12, 4:11, 4.3.2 die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van de wijzigingsverordening (vastgesteld door de raad op 28 april 2011 24-2011) worden afgehandeld volgens het recht zolas dat gold voor het tijdstp waarop artikel 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Edam-Volendam 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder
                            begrepen de weg als bedoeld onder b en:</al><al> 1. de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek
                            toegankelijke pleinen en openbare plaatsen, parken, plantsoenen,
                            speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en
                            aanlegplaatsen voor vaartuigen;</al><al> 2. de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken,
                            gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in
                            gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;</al><al> 3. andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare
                            stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de
                            afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene
                            die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten.</al><al>b. weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                            Wegenverkeerswet 1994;</al><al>c. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere
                            wijze toegankelijk zijn;</al><al>d. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten
                            de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van
                            de Wegenwet;</al><al>e. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens
                            een zakelijk of persoonlijk recht;</al><al>f. bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening
                            Edam-Volendam 2007;</al><al>g. gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                            Woningwet;</al><al>h. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten,
                            waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;</al><al>i. vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                            werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten;</al><al>j. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd
                            of tot woning bestemd;</al><al>k. organisator: </al><al> a. de betaald voetbalorganisatie R.K. F.C. Volendam, indien het betreft
                            een voetbal wedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald
                            voetbalorganisatie R.K. F.C. Volendam als thuisspelende ploeg betrokken
                            is;</al><al> b. de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB), indien het betreft
                            een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de
                            gemeente Edam-Volendam, waarbij tenminste één betaald voetbalorganisatie
                            is betrokken, dan wel in geval van wedstrijden tussen
                            vertegenwoordigende elftallen;</al><al> c. degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een
                            voetbalwedstrijd organiseert, waarbij tenminste één betaald
                            voetbalorganisatie is betrokken.</al><al>l. voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een
                            organisator als bedoeld onder lid k;</al><al>m. stadion: het voetbalstadion gelegen aan de Sportlaan 10 in Volendam,
                            onder de omgeving wordt verstaan: Pegasusstraat, Plutostraat,
                            Schoolstraat, Sportllaan, Julianaweg, tussen Pr. Margrietstraat en Pr.
                            Bernhardlaan, Eikenlaan en Meidoornstraat;</al><al>n. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid,
                            van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datumvan ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                artikel 2:11 of artikel 4:11.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor door het bestuursorgaan aan te wijzen vergunningen of
                                ontheffingen kan eenlangere beslistermijn worden bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor nader door de burgemeester aangewezen grootschalige evenementen
                                als bedoeldin artikel 2:25 wordt de termijn als bedoeld in het
                                eerste lid bepaald op zes maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde
                            bestuurorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Lex Silencio Positivo van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2:8 Vergunning dienstverlening;</al></li><li nr="b."><al>Artikel 2:9 Ontheffing van het verbod optreden als
                                    straatfotograaf en filmoperateur;</al></li><li nr="c."><al>Artikel 5:23 Vergunning organisatie snuffelmarkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:10</nr><titel>Lex Silencio Positivo niet van toepassing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            volgende artikelen in deze verordening.</al><lijst><li nr="a."><al>Artikel 2:10A Vergunning voor voorwerpen op de openbare
                                    weg;</al></li><li nr="b."><al>Artikel 2:11 Vergunning voor aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg;</al></li><li nr="c."><al>Artikel 2:12 Vergunning voor een uitweg;</al></li><li nr="d."><al>Artikel 2:25 Vergunning voor evenementen;</al></li><li nr="e."><al>Artikel 2:26A Vergunning betaald voetbalwedstrijden;</al></li><li nr="f."><al>Artikel 2:39 Vergunning voor speelgelegenheden;</al></li><li nr="g."><al>Artikel 2:72 Vergunning voor vuurwerk;</al></li><li nr="h."><al>Artikel 3:4 Vergunning seksinrichtingen;</al></li><li nr="i."><al>Artikel 4:18 Ontheffing van het verbod tot recreatief
                                    nachtverblijf buiten kampeerterreinen;</al></li><li nr="j."><al>Artikel 5:13 Collectevergunning;</al></li><li nr="k."><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning;</al></li><li nr="l."><al>Artikel 5:24 Vergunning voor voorwerpen op, in of boven openbaar
                                    water;</al></li><li nr="m."><al>Artikel 5:25 Ligplaatsvergunning voor woonschepen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij
                                    een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis
                                    waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan
                                    wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van
                                            samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[Vervallen (opgenomen in artikel 2:3) en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[Vervallen (opgenomen in artikel 2:3) en gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een
                                openbare plaats op te treden als dienstverlener of zijn diensten als
                                zodanig aan te bieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiesten, straatfotografen en filmoperateurs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf of filmoperateur op te treden op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>5.</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>A: Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de
                                    weg in strijd met de publieke functie van de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college
                                    een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de
                                    publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de
                                            openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid
                                            van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig
                                            gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor
                                            het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li><li nr="d."><al>indien, wanneer het de plaatsing of inrichting van een
                                            terras betreft, het pand ten behoeve waarvan een
                                            (terras)vergunning wordt aangevraagd krachtens het ter
                                            plaatse geldende bestemmingsplan geen horecabestemming
                                            heeft. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B: Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen
                                            gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                            goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                            gebruikt </al></li><li nr="b."><al>zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het
                                            voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor
                                            zover: </al><lijst><li nr="-"><al>elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat
                                                  gedeelte bevindt, en</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het
                                                  rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt,
                                                  en</al></li><li nr="-"><al>elk onderdeel, in welke stand het scherm ook
                                                  staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande
                                                  gevel reikt; </al></li></lijst></li><li nr="c."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="d."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A geldt tevens
                                    niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                    worden geopenbaard.</al><lijst><li nr="b."><al>Het verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A geldt
                                            niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                            het Provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="c."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van
                                            artikel 2:10 A geldt niet voorzover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="d."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b,van
                                            artikel 2:10 A geldt niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="e."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het
                                            artikel 2:10 A geldt niet voorzover in het geregelde
                                            onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>C: Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2:10 A niet geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al><al>a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al><al>b. door het college in de overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening van de gemeente
                                    Edam-Volendam.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het maken, veranderen van een
                                    uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><al>a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al><al>b. door het college in overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd::</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                            gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare
                                            wijze wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet in bij besluit van
                                    burgemeester en wethouders tebepalen gevallen</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij vorst of dreigende vorst water op de weg te
                                    werpen, uit te storten of telaten lopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien doorartikel 427, aanhef onder 4e lid,
                                    van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter van 1
                                    maart tot 1 november.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte</al><al> van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpevoorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m
                                    uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte
                                    delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[Vervallen en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer, de openbare verlichting de openbare
                                    orde of de veiligheid worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
                                    of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de
                                    Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[Vervallen en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening .</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9, artikel 2:26A
                                            en 2:39 van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan een
                                            openbare plaats;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor de door hem aan
                                    te wijzen categorieën evenementen. De burgemeester kan besluiten
                                    aan het verlenen van vrijstelling voorschriften te
                                    verbinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>7a.</nr><titel>BETAALD VOETBALWEDSTRIJDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26A</nr><titel>Vergunningsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    voetbalwedstrijd te organiseren;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan meerdere
                                    wedstrijden betreffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26B</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al>In de aanvraag om een vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de gegevens van de organisator;</al></li><li nr="b."><al>de deelnemende voetbalorganisaties;</al></li><li nr="c."><al>de geplande datum, tijdstip en lokatie van de
                                        wedstrijden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26C</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een voetbalwedstrijd als bedoeld in artikel 1,
                                lid l de orde te verstoren</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26D</nr><titel>Opvolgen aanwijzingen</titel></kop><al>Een ieder is verplicht bij een voetbalwedstrijd alle aanwijzingen
                                van ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare
                                orde of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26E</nr><titel>Onnodig opdringen, uitdagend gedrag e.d. bij een betaald
                                    voetbalwedstrijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een voetbalwedstrijd onnodig op te dringen,
                                    door uitdagend gedragaanleiding te geven tot wanordelijkheden of
                                    wanordelijkheden te veroorzaken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vanaf 4 uur voor het vastgestelde begin van een voetbalwedstrijd
                                    tot 4 uur na afloop vaneen voetbalwedstrijd is het verboden
                                    messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen
                                    kunnen worden gebruikt, mee te voeren opdat de openbare orde of
                                    veiligheid in gevaar komt of kan komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26F</nr><titel>Stadionomgevingsverbod</titel></kop><al>De burgemeester kan aan een persoon in het belang van de openbare
                                orde schriftelijk het verbod opleggen zich op te houden in de
                                omgeving van het stadion vanaf 4 uur voor het vastgestelde
                                aanvangstijdstip tot 4 uur na afloop van voetbalwedstrijden van de
                                organisator.</al><al>Het verbod geldt voor een bepaalde periode welke niet langer is dan
                                2 jaar.</al><al>De burgemeester kan aan het verbod een meldingsplicht voor
                                betrokkene verbinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26G</nr><titel>Verwijderingsplicht voetbalsupporters</titel></kop><al>Personen, die zich door kleding, uitrusting of gedraging
                                manifesteren als voetbalsupporters, en niet in het bezit zijn van
                                een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd dan wel tegen wie
                                het vermoeden bestaat dat zij voornemens zijn de orde te verstoren,
                                zijn verplicht zich op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar
                                van politie met inachtneming van diens aanwijzingen, naar een in het
                                bevel aangegeven plaats, dan wel buiten de gemeentegrenzen te
                                begeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26H</nr><titel>Supportersstromen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                    bezoekende betaaldvoetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding,
                                    uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en in het
                                    bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de te bezoeken
                                    wedstrijd zijn verplicht in omstandigheden als bedoeld in
                                    artikel 175 van de Gemeentewet om hun weg naar het stadion te
                                    vervolgen zodra ze de gemeente bereiken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                    bezoekende betaaldvoetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding,
                                    uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken zijn
                                    verplicht in omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de
                                    Gemeentewet om direct na afloop van de wedstrijd te vertrekken
                                    uit de gemeente; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Al degenen die behoren tot de supportersaanhang van een
                                    bezoekende betaaldvoetbalclub en dat door bijvoorbeeld kleding,
                                    uitrusting, gedragingen of anderszins kenbaar maken en niet in
                                    het bezit zijn van een geldig toegangsbewijs voor de wedstrijd
                                    alsmede op een of andere wijze de openbare orde verstoren of
                                    dreigen te verstoren, dan wel racistisch gedrag vertonen of
                                    racistische uitlatingen doen zijn verplicht zich in de
                                    omstandigheden als bedoeld in artikel 175 van de Gemeentewet op
                                    eerste aanzegging van de politie buiten de gemeentegrenzen te
                                    begeven in de door de politie aan te geven route en richting,
                                    behalve indien zij woonachtig zijn in de gemeente Edam-Volendam.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26I</nr><titel>Overlegplicht</titel></kop><al>Een bevel als bedoeld in de artikelen 2:26G en 2:26H wordt pas
                                gegeven na overleg met de burgemeester.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op horecabedrijven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                        geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                        worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in
                                        ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                        cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
                                        Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit
                                        bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting
                                        liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of
                                        zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                        dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                        consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al><al>tikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf</al><al>[Gereserveerd]</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:29 Sluitingstijd</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden het horecabedrijf voor bezoekers
                                    geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te laten
                                    verblijven tussen 01.00 en 06.00 uur, tenzij de exploitant met
                                    de gemeente het zogenaamde horecaconvenant heeft ondertekend, in
                                    welk geval dit verbod voor:</al><al>a. een alcoholschenkend horecabedrijf geldt van vrijdag op
                                    zaterdag en van zondag opmaandag tussen 02.00 en 06.00 uur en
                                    van zaterdag op zondag tussen 02.30 en 00 uur;</al><al>b. een alcoholvrij horecabedrijf geldt van vrijdag op zaterdag
                                    en van zondag op maandagtussen 02.00 en 06.00 uur en van
                                    zaterdag op zondag tussen 03.00 en 06.00 uur..</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is het de
                                    exploitant van een paracommercieel horecabedrijf als bedoeld in
                                    artikel 4 van de Drank- en Horecawet verboden dit voor bezoekers
                                    geopend te hebben of bezoekers daarin te laten verblijven tussen
                                    01.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift,
                                    dan wel bij ontheffing andere sluitingstijden vaststellen voor
                                    een afzonderlijk horecabedrijf of een daartoe behorend
                                    terras.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al><al/></lid><lid><lidnr/><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:31 Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</label></kop><al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:31 A Aanwezigheid personen beneden de 16 jaar</label><label/></kop><al>Het is personen beneden de leeftijdsgrens van 16 jaar verboden zich
                                te bevinden in die onderdelen van een horecabedrijf, waarin sterke
                                drank wordt verstrekt, anders dan in gezelschap van een persoon
                                boven de leeftijdsgrens van 21 jaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:31 B Glas op de weg</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant van een horecabedrijf dat is gelegen aan
                                    een door de burgemeester bij openbare kennisgeving aangewezen
                                    weg, verboden drank in glas te verstrekken gedurende een door de
                                    burgemeester in die openbare kennisgeving aangegeven
                                    periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ontheffing kan al dan niet tijdelijk worden ingetrokken of
                                    gewijzigd.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid genoemde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:31 C Nuloptie coffeeshop</label></kop><al>Het is verboden om in een inrichting, niet zijnde een inrichting als
                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en horecawet, bedrijfsmatig
                                alcoholvrije drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken, indien
                                in die ruimte middelen vermeld in lijst I en II behorende bij de
                                Opiumwet worden verstrekt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:32 Handel in horecabedrijven</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:33 Ordeverstoring</label></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</label></kop><al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:29 tot en met
                                2:31</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[Vervallen en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer
                                    van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                    kansspelen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van
                                    de Wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c,
                                    van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen is één speelautomaat toegestaan,
                                    met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op de weg of openbaar
                                    water te vervoeren of bij zich te hebben enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden op een
                                    beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                    toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                    verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat aan
                                    weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                    onnodig overlast of hinder wordt veroorzaakt</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>A Meevoeren glaswerk op straat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats tussen 21.00 en 8.00 uur
                                    aangebroken flessenen glazen met alcoholhoudende, dan wel
                                    alcoholvrije drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het terras van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Drank- en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                                uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een
                                door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een
                                markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden
                                wordt die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers
                                van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>[Vervallen en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zonder dat die
                                    hond aangelijnd is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                    ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een
                                    andere door het college aangewezen plaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op een openbare plaats zonder voorzien te zijn van een halsband
                                    of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                    duidelijk doet kennen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet
                                    voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn
                                    handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid, onder a niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of
                                    de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of
                                    hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag
                                    van die hond noodzakelijk vindt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat
                                    het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat
                                    het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en
                                    muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond
                                    noodzakelijk vindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor
                                    het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien
                                    moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>muilkorf: een muilkorf vervaardigd van stevige kunststof, of van
                                    stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een
                                    stevige riem rond de hals zodanig is aangebracht dat
                                    verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die
                                    zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten,
                                    dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                    de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een
                                    lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan
                                    1,50 meter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben,of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    gestelde regels, of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de
                                    gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde
                                    verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere
                                    gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement .</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats of in een voor het publiek
                                toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voorzover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen:</al><al>1º dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging;</al><al>2º van een verandering van de onder a, sub 1º , bedoelde
                                adressen;</al><al>3º als hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al><al>4º dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                gegaan;</al><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[Vervallen en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college van de gemeente waar het bedrijf is of zal worden
                                gevestigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daaringeregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor
                                    publiek toegankelijkgebouw of vaartuig middelen als bedoeld in
                                    artikel 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken of ten behoeve van
                                    dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of
                                    aan de weg postte vatten of zich daar heen en weer te bewegen en
                                    zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of
                                    daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel
                                    om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of
                                    daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te
                                    leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te
                                    zijn of daarin te bemiddelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van
                                    toepassing opvoorwerpen of activiteiten die in het belang van de
                                    volksgezondheid, in het bijzonder de preventie, de bestrijding
                                    van drugsverslaving of de hulpverlening aan verslaafden,van
                                    overheidswege worden bevorderd of zijn goedgekeurd. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:19, 2:26,
                                2:47, 2:48, 2:48a, 2:49, 2:50, 2:73,of 5:34 van de Algemene
                                plaatselijke verordening 2009 groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                    van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al><al>b. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                    verrichten van seksuele handelingenmet een ander tegen
                                    vergoeding;</al><al>c. inrichting: een gebouw of een voer- of vaartuig, dan wel enig
                                    gedeelte daarvan;</al><al>d. seksbioscoop: elke voor publiek toegankelijke ruimte waar
                                    voornamelijk voorstellingenvan erotisch-pornografische aard
                                    worden gegeven;</al><al>e.seksclub: elke voor publiek toegankelijke ruimte waar op
                                    bedrijfsmatige wijzeseksuele diensten worden verleend, dan wel
                                    waarin deze diensten in een zodanige omvang en met een zodanige
                                    frequentie worden aangeboden, dat die als bedrijfsmatig kunnen
                                    worden aangemerkt;</al><al>f.seksautomatenhal: elke voor publiek toegankelijke ruimte waar
                                    door middel vanautomaten voorstellingen van
                                    erotisch-pornografische aard worden gegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie en dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksbioscopen, seksclubs, seksautomatenhallen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting
                                    verboden deze tegebruiken, in gebruik te geven of te doen
                                    gebruiken als seksbioscoop, seksclub of seksautomatenhal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester dan wel het college kan van het in het eerste
                                    lid gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt geweigerd,
                                    indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een
                                    geldend bestemmingsplan of beheersverordening en kan voorts – in
                                    afwijking van artikel 1:8 – worden geweigerd in het belang
                                    van:</al><al>a. de openbare orde;</al><al>b. het voorkomen of beperken van overlast;</al><al>c. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al><al>d. de veiligheid van personen of goederen;</al><al>e. de verkeersvrijheid of –veiligheid;</al><al>f. de gezondheid of zedelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester dan wel het college kan op grond van de in lid 3
                                    genoemde belangende sluiting van een inrichting bevelen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester dan wel het college maakt de sluiting bekend
                                    door het aanbrengen vaneen afschrift van zijn, dan wel hun bevel
                                    op of nabij de toegang of toegangen van de inrichting. De
                                    sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift
                                    is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Behoudens in dringende gevallen beveelt de burgemeester, dan wel
                                    beveelt het collegede sluiting niet dan nadat degene te wiens
                                    aanzien het besluit wordt genomen, is gewaarschuwd en in de
                                    gelegenheid is gesteld zich door of namens de burgemeester, dan
                                    wel namens het college, te doen horen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het vijfde lid
                                    bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
                                    zolang de sluiting van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting
                                    alsbedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te
                                    laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van
                                    kracht is. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het
                                    zesde lid gesloten inrichting te bezoeken of als bezoeker daarin
                                    te verblijven.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Onder bezoekers worden voor de toepassing van het zevende en
                                    achtste lid nietverstaan:</al><al>a. de gezinsleden van de rechthebbende of beheerder, zomede
                                    diens elders wonende bloed- en aanverwanten in de rechte lijn
                                    onbeperkt en in de zijlijn tot en met de derde graad;</al><al>b. de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting wegens
                                    dringende redenen striktnoodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De sluiting kan op aanvraag van de belanghebbende door de
                                    burgemeester, dan weldoor burgemeester en wethouders, worden
                                    opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden
                                    hiertoe aanleiding geven en naar zijn, dan wel hun oordeel er
                                    voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de
                                    feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal
                                    plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te
                                    nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde
                                    verbod en de in artikel 3:4, derde lid genoemde belangen, kan
                                    door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>[Gereserveerd].</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                    bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                    aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    in gevaar brengt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                    het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen,aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOOn EN ZORG VOOR HET
                            UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder EN VERLICHTING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in Edam of
                                    Volendam.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan voorschriften verbinden aan de collectieve
                                    aanwijzing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Vrijstelling incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal acht incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit vrijstelling aan
                                    het college heeft gevraagd en deze vrijstelling is
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal acht
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit vrijstelling aan het college heeft
                                    gevraagd en deze vrijstelling is verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het aanvragen van de
                                    vrijstelling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vrijstellingsaanvraag wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vrijstelling wordt tevens geacht te zijn verleend wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan voorschriften verbinden aan de
                                    vrijstelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>A Weigeringsgronden vrijstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vrijstelling als bedoeld in artikel 4.3 eerste lid wordt
                                    geweigerd indien:</al><al>a. in de zes maanden voorafgaand aan de festiviteit aan de
                                    inrichting of de houderdaarvan een dwangsom of bestuursdwang
                                    opgelegd is in verband met overtreding vaneen of meer
                                    geluidsvoorschriften;</al><al>b. in de zes maanden voorafgaand aan de festiviteit een dwangsom
                                    is verbeurd ofbestuursdwang is geëffectueerd in verband met
                                    overtreding van een of meergeluidsvoorschriften door de
                                    inrichting;</al><al>c. in een inrichting door het verlenen van de vrijstelling in
                                    een kalenderjaar meerbijzondere festiviteiten kunnen
                                    plaatsvinden dan mogelijk is op grond van artikel3, eerste
                                    lid;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een verleende vrijstelling intrekken of een
                                    gevraagde vrijstelling weigerenindien uit een geluidsmeting is
                                    gebleken dat binnen twee maanden voorafgaand aan de bijzondere
                                    festiviteit een voor de inrichting geldend geluidsvoorschrift is
                                    overtreden door het in werking zijn van de inrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[Gereserveerd]</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel</al></li></lijst><table><tgroup cols="4" char="" charoff="50" align="left"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="35*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al/></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al><vet>7.00 – 19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al><vet>19.00 – 23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al><vet>23.00 – 7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="0" rotate="0"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2" morerows="0" rotate="0"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3" morerows="0" rotate="0"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4" morerows="0" rotate="0"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte
                                        elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                                        wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en
                                        is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder
                                    wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>A Visafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden garnalendoppen, afval van schaal- en/of
                                    schelpdieren of visafval in deopenlucht te plaatsen, te leggen,
                                    te laten liggen of aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 vervatte verbod is niet van toepassing indien het
                                    daarin vermelde afval en degarnalendoppen zich bevinden in
                                    zodanig luchtdicht afgesloten containers, vaten of ander
                                    verpakkingsmateriaal dat verontreiniging van de lucht wordt
                                    voorkomen. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>3.</nr><titel>HET BEWAREN VAN HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:5</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning vor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de lijst vermeld op bijlage 1 (Bomenlijst).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd op grond van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>De vergunning wordt geacht te zijn verleend, wanneer niet binnen de
                                in artikel 1:2 genoemde termijn een beslissing is genomen op de
                                aanvraag voor een vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Bescherming van bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden die openbaar / publiek eigendom
                                    zijn:</al><al>a. te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al><al>b. daaraan snoeiwerk te verrichten, tenzij de snoeiwerkzaamheden
                                    wordenuitgevoerd door of in opdracht van de gemeenteambtenaren
                                    ter uitvoering van de hen opgedragen boomverzorgende taak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om voorwerpen in of aan een openbare houtopstand
                                    aan tebrengen of anderszins te bevestigen, behoudens toestemming
                                    van burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig overblijven opgaand gewas, zowel vitaal
                                        als afgestorven. In geval van meerstammigheid geldt de
                                        dwarsdoorsnede van de dikste stam als maatgevend voor de
                                        houtopstand; </al></li><li nr="b."><al>boomwaarde: de door burgemeester en wethouders vastgestelde
                                        wijze waarop de waarde van bomen wordt bepaald;</al></li><li nr="c."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
                                    </al></li><li nr="d."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen; </al></li><li nr="e."><al>dunning: velling ter bevordering van het voortbestaan van de
                                        houtopstand; </al></li><li nr="f."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; </al></li><li nr="g."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                        Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                        (Buism.) C. Moreau); </al></li><li nr="h."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot desoorten Scolytus scolytus (F.) en
                                        Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;</al></li><li nr="i."><al>kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon van een
                                        houtopstand tot een hoofdstomp met takstompen;</al></li><li nr="j."><al>vellen: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                                        verrichten van (ondeskundige) handelingen die de dood of
                                        ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
                                        gevolge kunnen hebben, waaronder het kandelaberen, knotten
                                        of opkronen van een houtopstand. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.2</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een boom of
                                    houtopstand te vellen of te doen vellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs
                                            landbouw gronden, beide voor zover bestaande uit
                                            niet-geknotte populieren of wilgen; </al></li><li nr="b."><al>vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; </al></li><li nr="c."><al>fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                                            dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het
                                            bijzonder bestemde terreinen; </al></li><li nr="d."><al>kweekgoed; </al></li><li nr="e."><al>houtopstand die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld;</al></li><li nr="f."><al>houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het
                                            Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen
                                            is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een
                                            zelfstandige eenheid vormt die: ofwel geen grotere
                                            oppervlakte beslaat dan 10 are; ofwel bestaat uit
                                            rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over
                                            het totale aantal rijen; </al></li><li nr="g."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van het college op basis van op basis van artikel 2:19
                                            of 4.3.8 of indien door of vanwege de gemeente is
                                            geconstateerd dat sprake is van gevaarzetting of
                                            vergelijkbaar spoedeisend belang, zulks onverminderd het
                                            bepaalde in artikel 4.3.6</al></li><li nr="h."><al>bomen met een stamdoorsnede van minder dan 30
                                            centimeter, gemeten op een hoogte van 1.30 meter boven
                                            het maaiveld, mits de boom wordt gekapt in de periode
                                            van 1 augustus tot eind februari en de boom niet is
                                            geplant in het kader van een instandhoudingsplicht of
                                            herplantingsplicht;</al></li><li nr="i."><al>houtopstanden die ziek of dood zijn, mits dit door of
                                            namens burgemeester en wethouders is vastgesteld;</al></li><li nr="j."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van
                                            periodiek onderhoud;</al></li><li nr="k."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als
                                            cultuurmaatregel bij houtopstanden waarbij deze
                                            maatregelen eerder met vergunning zijn uitgevoerd, mits
                                            deze maatregel wordt uitgevoerd in de periode van 1
                                            augustus tot eind februari</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk worden aangevraagd door of
                                    namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk
                                    recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke
                                    bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het aanvragen van een kapvergunning maakt de aanvrager
                                    gebruik van het doorhet bevoegd gezag vast te stellen
                                    aanvraagformulier. De aanvraag wordt voorzien van een
                                    situatieschets waaruit duidelijk blijkt om welke boom het gaat
                                    alsmede de motivering waarom de kapvergunning wordt
                                    aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer het bureau LASER aan het college een afschrift heeft
                                    toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2
                                    van de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede
                                    als een vergunningaanvraag. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de aanvraag voor het vellen van waardevolle of monumentale
                                    bomen als bedoeld in artikel 4.3.10 dient een rapportage gevoegd
                                    te worden van een deskundig onderzoek door een boomtaxateur of
                                    ander aantoonbaar deskundig persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3a</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan in elk geval worden geweigerd op grond van:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de natuurwaarde van de houtopstand; de waarde voor flora en
                                    fauna;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt voorts geweigerd indien de houtopstand
                                    voorkomt op een vastgestelde lijst van monumentale en
                                    waardevolle bomen, zoals bedoeld in artikel 4.3.10, tenzij
                                    sprake is van een ernstige bedreiging van de veiligheid of een
                                    andere uitzonderlijke situatie</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het beoordelen van een aanvraag voor een kapvergunning
                                    kunnen onder meer de volgende factoren een rol spelen: reden
                                    aanvraag, verhouding boom/beschikbare groeiplaats, standplaats,
                                    boomdiameter, conditie boom, mate van schaduwwerking, mate van
                                    blad/vruchtval, overige overlast, mate van gevaarzetting,
                                    afstand tot de erfgrens als bedoeld in artikel 5 artikel 42
                                    Burgerlijk Wetboek, zichtbaarheid vanaf de openbare weg,
                                    levensverwachting van de boom, boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.3b</nr><titel>Intrekken, wijzigen en vervallen van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning kan worden ingetrokken of ambtshalve worden
                                    geweigerd indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of
                                    worden nagekomen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien de vergunninghouder of de rechtsverkrijgende dit
                                    verzoekt;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>indien op grond van een verandering van omstandigheden of
                                    inzichten, opgetreden na verlening van de vergunning moet worden
                                    aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan vergunning vereist
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning vervalt van rechtswege indien binnen 2 jaar na
                                    verlening van de kapvergunning geen gebruik is gemaakt van de
                                    vergunning. In het geval het een vergunning voor het vellen van
                                    meer dan een boom betreft, is de vergunning voor alle bomen
                                    slechts twee jaar geldig, ook indien in fasen wordt gekapt of
                                    een of meerder bomen al geveld zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.4</nr><titel>Vergunningsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de aanvraag voor vergunningverlening wordt gepubliceerd in een
                                    lokaal huis aan huisblad</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de aanvraag ligt 4 weken ter inzage, gedurende deze periode
                                    kunnen zienswijzen worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de kapvergunning wordt opgesteld en naar de aanvrager verzonden,
                                    van vergunningverlening wordt bericht in een lokaal huis aan
                                    huisblad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor een project zowel een kap- als een bouw-
                                    aanlegvergunning of vrijstelling nodig is, dan stemmen de
                                    aanvrager en het bevoegd gezag de procedures betreffende de
                                    kapvergunning alsmede overige benodigde vergunningen in het
                                    ontwerpstadium op elkaar af.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergunning wordt geacht van rechtswege te zijn verleend,
                                    wanneer niet binnen de in artikel 1.2 genoemde termijn een
                                    beslissing is genomen op de aanvraag voor een
                                    kapvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.5</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van
                                    feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van
                                    de vergunning, oftewel tot het moment dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken
                                            zonder dat bezwaar of beroep is ingediend; </al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;
                                        </al></li><li nr="c."><al>beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot
                                            voorlopige voorziening is gedaan; </al></li><li nr="d."><al>zolang andere vergunningen, waaronder de bouwvergunning
                                            of vrijstellingsvergunning ten behoeve waarvan de
                                            kapvergunning noodzakelijk is niet zijn verleend en
                                            onherroepelijk zijn geworden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
                                    het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                    overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
                                    moet worden herplant. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het tweede lid gegeven, dan
                                    kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen tevens voorschriften worden verbonden
                                    ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora
                                    en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.6</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                    kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop
                                    zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen
                                    hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen
                                    te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan
                                    wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van
                                    voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om
                                    overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                    hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                    bedreiging wordt weggenomen.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien herbeplanting of instandhouding door omstandigheden niet
                                    opportuun is, kan het bevoegd gezag deze verplichting vervangen
                                    door de verplichting tot het betalen van een financiële
                                    compensatie aan de gemeente, te betalen door degene die de
                                    houtopstand in strijd met bepalingen van deze APV, of de
                                    voorwaarden behorend bij de kapvergunning teniet heeft doen
                                    gaan, danwel zijn rechtsopvolger. De hoogte van de financiële
                                    compensatie wordt bepaald aan de hand van de boomwaarde alsmede
                                    de geraamde kosten van herplant van een soortgelijke boom van
                                    een soortgelijke maat als de boom die teniet is gegaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.3.7 Schadevergoeding </label></kop><al>Indien de gebruiker of eigenaar van een houtopstand ten gevolge van
                                een krachtens gemeentelijke verordening genomen besluit, houdende
                                een verbod tot het vellen van een houtopstand of een weigering tot
                                ontheffing van het verbod tot het vellen van een houtopstand schade
                                leidt welke redelijkerwijs niet of niet geheel tot zijn rekening
                                dient te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn schriftelijk
                                verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Het
                                schriftelijk verzoek wordt voorzien van een objectieve kostenraming
                                van de schade alsmede de redenen waarom deze schade volgens de
                                aanvrager niet of niet geheel voor zijn rekening behoort te
                                komen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.8</nr><titel>Bestrijding iepziekte en andere
                                    boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor
                                    verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
                                    iepenspintkevers, of voor verspreiding van andere boomziekten en
                                    boomplagen, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het
                                    bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de bij de
                                    aanschrijving vast te stellen termijn: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; </al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
                                        </al></li><li nr="c."><al>of de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepziekte of andere boomziekten wordt voorkomen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met uitzondering
                                    van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout met een doorsnede
                                    kleiner dan 4 cm, voorhanden of in voorraad te hebben of te
                                    vervoeren. Het college kan ontheffing verlenen van dit verbod.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.9</nr><titel>Bescherming van bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden die openbaar / publiek eigendom
                                    zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, tenzij de snoeiwerkzaamheden
                                    worden uitgevoerd door of in opdracht van de gemeenteambtenaren
                                    ter uitvoering van de hen opgedragen boomverzorgende taak.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om voorwerpen in of aan een openbare houtopstand
                                    aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                                    toestemming van het bevoegd gezag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3.10</nr><titel>Waardevolle en monumentale bomen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een lijst vaststellen waarop waardevolle
                                    en monumentale bomen staan vermeldd. Hij kan daarin ambtshalve
                                    en op verzoek van belanghebbenden wijzigingen aanbrengen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lijst kan een aantal categorieën waardevolle en monumentale
                                    bomen bevatten, te weten: bomen die nationaal zijn geregistreerd
                                    als monumentale bomen, en lokaal geregistreerde waardevolle en
                                    monumentale bomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De lijst van waardevolle en monumentale bomen omvat in ieder
                                    geval een herkenbare omschrijving, de standplaats, het
                                    kadastraal perceelsnummer, de eigenaar/zakelijk gerechtigde van
                                    de houtopstand alsmede de reden waarom de houtopstand op de
                                    ljjst is geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag deelt besluit omtrent plaatsing op de lijst
                                    schriftelijk mee aan de eigenaar en andere gerechtigden, alsmede
                                    de persoon die om plaatsing op de lijst heeft verzocht.
                                    Besluiten omtrent plaatsing op de lijst van waardevolle en
                                    monumentale bomen worden gepubliceerd in een lokaal huis aan
                                    huisblad .</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de
                                    openlucht en buiten de weg gelegen in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te
                                    plaatsen of aanwezig te hebben:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een
                                    bepaald voorwerp of bepaalde stof op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste en
                                    tweede lid nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet ruimtelijke
                                    ordening of de Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[Vervallen en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van artikel 40
                                van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel
                                    4:18, eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[Vervallen en gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een inzameling die in besloten kring wordt gehouden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>instellingen die zijn vermeld op het landelijk collecterooster
                                    van het Centraal bureaufondsenwerving;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in de gemeente Edam-Volendam gevestigde verenigingen en
                                    stichtingen, diekrachtens statuten en activiteiten een doel
                                    nastreven dat van algemeen (gemeenschaps) belang is, gedurende
                                    de in het collecterooster opgenomen zogenaamde vrije periode en
                                    voor zover tenminste drie weken voorafgaand aan de datum van de
                                    inzameling hiervan schriftelijk mededeling is gedaan aan het
                                    college.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden op een
                                    openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in artikel
                                    1 van de Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of op snuffelmarkten als bedoeld in artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 20.00 en 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste
                                    lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen,
                                    zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is,
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet
                                    zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
                                    aan te brengen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd, indien een voorwerp door zijn omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de
                                    bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop
                                    gedachten ofgevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te
                                    brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                    constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de </al><al>bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en
                                    veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het
                                    doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste en derde lid geldt niet voorzover in de
                                    daarin geregeldeonderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet </al><al>of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening en de
                                    Verordening op het gebruik van de havens en binnenwateren in de
                                    gemeente Edam-Volendam (havenverordening).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening en de Verordening op het
                                    gebruik van de havens en binnenwateren in de gemeente
                                    Edam-Volendam (havenverordening).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening en de Verordening op het
                                    gebruik van de havens en binnenwateren in de gemeente
                                    Edam-Volendam (havenverordening).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste en tweede lid gelden niet voorzover de
                                    Verordening op het gebruik van de havens en binnenwateren in de
                                    gemeente Edam-Volendam (havenverordening) van toepassing
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>A Vaartuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een vaartuigwrak op, in of nabij het openbaar
                                    water te plaatsen of tehebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat
                                    vaartechnisch in onvoldoende staat</al><al> van onderhoud en tevens in kennelijk verwaarloosde toestand
                                    verkeert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of
                                    de Provinciale landschapsverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                    milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
                                    van Verkeer en Waterstaat aangewezen
                                    hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden, voorzover dat geen gevaar,
                                    overlast of hinder voor de omgeving oplevert.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>AFDELING</label><nr>10</nr><titel>BESCHERMING VAN LANDERIJEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>A Uitzaaien van distels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die op basis van een titel, anders dan eigendom, de grond
                                    of gronden welke inde gemeente is of zijn gelegen beheert, is
                                    verplicht de op deze grond of gronden voorkomende distelsoorten
                                    Ciricium arvensis (akkerdistel) en Sonchus arvensis
                                    (akkermelkdistel) tijdig, voordat deze tot bloei komen, te
                                    verwijderen en te vernietigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij gebreke van de in lid 1 bedoelde persoon, rust de in lid 1
                                    bedoelde verplichting op deeigenaar van bedoelde grond of
                                    gronden.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens enig artikel van deze verordening
                            bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast de aangewezen controleurs Algemene
                                plaatselijke verordening en controleurs openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Edam-Volendam
                                2007 (na 3<sup>e</sup> wijziging de dato 24 juni 2008) wordt
                                ingetrokken</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Edam-Volendam 2010.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 14 december 2009.</ondertekening><ondertekening>De raad van de gemeente Edam-Volendam,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. L. van Essen-de Boer W.J.F.M. van Beek</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>