<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR25172_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Duinverordening Tilburg 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2005, 13</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Duinverordening Tilburg 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-09-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-04-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005/162</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Duinverordening Tilburg 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 149 Gemeentewet</al><al>Besluit</al><al>vast te stellen de Duinverordening Tilburg 2005.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING I</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Algemene bepalingen. </vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al><cursief>Begripsomschrijving. </cursief></al><al>In deze verordening wordt verstaan, dan wel mede verstaan onder:</al><al><vet>a.</vet><vet> Nationaal Park:</vet></al><al>Het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen.</al><al><vet>b.</vet><vet> Het college:</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg.</al><al><vet>c.</vet><vet> Rechthebbende:</vet></al><al>Eenieder die over enige zaak enige zeggenschap heeft krachtens een
                            zakelijk of persoonlijk recht.</al><al><vet>d.</vet><vet> Gebied:</vet></al><al>Het gebied van het Nationaal Park Loonse en Drunense Duinen, zoals
                            aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig
                            gewaarmerkte kaart. </al><al><vet>e.</vet><vet> Openbare terreinen:</vet></al><al>Alle voor het publiek, al dan niet met enige beperking toegankelijke
                            terreinen.</al><al><vet>f. </vet><vet>Weg:</vet></al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="1."><al>De weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
                                            van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan
                                            liggende en als zodanig aangeduide
                                            parkeerterreinen;</al></li><li nr="2."><al>De - al dan niet met enige beperking - voor het publiek
                                            toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken,
                                            plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                            natuurterreinen, ijsbanen en aanlegplaatsen voor
                                            vaartuigen;</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>g.</vet><vet> Voertuigen:</vet></al><al>Voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in artikel 1, onder a en onder
                            a l, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met
                            uitzondering van trams en kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
                            voertuigen.</al><al><vet>h.</vet><vet>Bouwwerken:</vet></al><al>Elke constructie van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de
                            plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden
                            is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><cursief>Beslistermijn</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                                    aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht
                                    weken verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><cursief>Indiening aanvraag</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan zes weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste dertien weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><cursief>Voorschriften en beperkingen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                    ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                    Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                    bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                    vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><cursief>Persoonlijk karakter van vergunning of
                            ontheffing</cursief></al><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><cursief>Intrekking of wijziging van vergunning of
                            ontheffing</cursief></al><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="1."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="2."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="3."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="4."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="5."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al><cursief>Termijnen</cursief></al><al>Voorzover sprake is in deze verordening van termijnen in uren, bepaald
                            door terugrekening van een tijdstip of gebeurtenis, en deze eindigen op
                            een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                            erkende feestdag, worden de termijnen geacht te eindigen om 12.00 uur op
                            de voorgelegen dag, die geen zaterdag, zondag of algemeen erkende
                            feestdag is.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING II</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Openbare orde en veiligheid en andere zaken van openbaar belang.
                            </vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><cursief>Werkingsgebied</cursief></al><al>Deze verordening geldt voor de openbare terreinen van het Nationaal
                            Park, voorzover liggende op het grondgebied van de gemeente
                            Tilburg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><cursief>Openbare Orde op de openbare terreinen van het Nationaal Park.
                            </cursief></al><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="1."><al>In op de openbare terreinen staande bomen of bouwwerken te
                                    klimmen, daaraan te hangen of zich daarin respectievelijk daarop
                                    te bevinden, uitgezonderd voor zover het betreft daarvoor
                                    aangewezen bomen of bouwwerken op speelplaatsen en trimbanen,
                                    dan wel in gedeeltes van het park, aangewezen als speelbos;</al></li><li nr="2."><al>opstallen en bouwsels in het gebied te beschadigen of
                                    bekladden;</al></li><li nr="3."><al>voorwerpen of tekens, aangebracht door of ten behoeve van de
                                    rechthebbende of openbare dienst te verplaatsen, te verwijderen,
                                    te veranderen of op enige wijze onleesbaar, onduidelijk of
                                    onzichtbaar te maken;</al></li><li nr="4."><al>wegen en paden te beschadigen of de begaanbaarheid te
                                    verminderen door touwen of spandoeken of andere materialen aan
                                    te brengen of takken en bomen over, op of boven de weg te leggen
                                    of aan te brengen;</al></li><li nr="5."><al>tussen zonsondergang en zonsopgang op de openbare terreinen te
                                    overnachten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><cursief>Geluidsoverlast. </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Behoudens wettelijk voorgeschreven geluidsseinen is het verboden
                                    op de openbare terreinen door middel van een geluidsapparaat of
                                    instrument, hetwelk is bestemd of mede is bestemd voor het
                                    voortbrengen van geluid, of op enige andere wijze, geluid te
                                    maken of te veroorzaken op een voor de omgeving hinderlijke
                                    wijze.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voorzover de op
                                    de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet
                                    geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het
                                    Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement
                                    verkeerstekens en verkeersregels 1990, het Vuurwerkbesluit of de
                                    Provinciale milieuverordening Noord-Brabant van toepassing zijn.
                                </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><cursief>Aanleggen en onderhouden van vuren, barbecuen en het verbod te
                                roken </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op de openbare terreinen te barbecuen of een
                                    vuur aan te leggen, te voeden of te onderhouden of een fakkel
                                    dan wel enige andere vorm van open vuur met zich mee te
                                    voeren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in het Nationaal Park te roken.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef
                                    en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale milieuverordening Noord-Brabant.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt voorts niet
                                    voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende, als
                                    tuin ingerichte erven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><cursief>Honden en verontreiniging door honden. </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond verboden
                                    die hond te laten verblijven of te laten lopen in het Nationaal
                                    Park:</al><lijst><li nr="a."><al>Daar waar dit door de rechthebbende door middel van
                                            borden of op een andere door de rechthebbende te bepalen
                                            wijze, gedurende (een) door de rechthebbende
                                            vastgesteld(e) tijdvak(ken) is aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>Zonder dat die hond is aangelijnd, anders dan op de
                                            daartoe door de rechthebbende bestemde en als zodanig
                                            aangegeven terreingedeelten binnen (een) door die
                                            rechthebbende vastgesteld(e) tijdvak(ken).</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De eigenaar, houder of verzorger van een hond alsmede diegene,
                                    die de hond onder zijn hoede heeft, is verplicht er zorg voor te
                                    dragen, dat zijn hond geen overlast aan anderen bezorgt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><cursief>Venten en standplaats innemen </cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met goederen van welke aard dan ook te venten of
                                    te colporteren behoudens ontheffing van het college.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt mede verstaan, goederen in het klein ten
                                    verkoop mee te voeren dan wel afbeeldingen daarvan te tonen met
                                    het kennelijke doel om voor die goederen kopers op de openbare
                                    terreinen te zoeken.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zonder ontheffing van het college op openbare
                                    terreinen een standplaats in te nemen met een voertuig, een
                                    kraam of een tent, ter uitoefening van de straathandel of om
                                    anderszins in de open lucht goederen uit te stallen, aan het
                                    publiek aan te bieden, te verkopen, te verstrekken of te
                                    verhuren dan wel diensten aan te bieden, met uitzondering van
                                    gedrukte stukken als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet.</al></li><li nr="4."><al>Een ontheffing van het bepaalde in het eerste en derde lid kan
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>In het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen en beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of –
                                            veiligheid.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Een ontheffing van het bepaalde in het derde lid kan bovendien
                                    worden geweigerd in het belang van het uiterlijk aanzien van het
                                    gebied en de natuurwaarden.</al></li><li nr="6."><al>a. Het verbod in het derde lid geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatwerken of het Provinciaal wegenreglement
                                    Noord-Brabant.</al><al>b.De weigeringsgrond van het vierde lid onder b. geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al><cursief>Veroorzaken hinder en benadeling van flora en
                            fauna</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is eenieder die zich ophoudt in het park, dan wel anderszins
                                    in het park een sport, hobby of andere activiteit uitoefent,
                                    verboden zich zodanig te gedragen, dat andere personen of
                                    groepen van personen daarvan hinder of schade kunnen
                                    ondervinden. </al></li><li nr="2."><al>Het is een ieder verboden bloemen, planten, varens, mossen,
                                    korstmossen, struiken, bomen, takken, paddestoelen of delen
                                    hiervan te beschadigen, uit te steken, af te snijden, te
                                    vervoeren of onder zich te houden, dan wel in het gebied in het
                                    wild voorkomende dieren opzettelijk te verontrusten, doden,
                                    vangen of vervoeren.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in dit
                                    onderwerp wordt voorzien door de Natuurbeschermingswet of de
                                    Flora- en Faunawet. </al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING III.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Verontreiniging, openbare gezondheid en zedelijkheid. </vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al><cursief>Verontreiniging.</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden voorwerpen, resten van levensmiddelen, papier,
                                    niet verwijderde tijdelijke routemarkeringen, blikken, flessen
                                    of andere, vergelijkbare soorten afval, weg te werpen, neer te
                                    leggen of achter te laten anders dan in de kennelijk daartoe
                                    bestemde inrichtingen;</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder daartoe bevoegd te zijn een op de
                                    openbare terreinen geplaatste afvalbak, afvalcontainer of
                                    soortgelijk voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan voor
                                    het daarin deponeren van klein afval, zoals verpakkingen van
                                    versnaperingen, eetwaren en rookartikelen en de in het eerste
                                    lid vermelde overige afvalstoffen. </al></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voorzover
                                    in dit onderwerp wordt voorzien in de Wet milieubeheer, de Wet
                                    bodembescherming of de Wet verontreiniging
                                    oppervlaktewateren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al><cursief>Openbare zedelijkheid</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in het Nationaal Park seksuele handelingen te
                                    verrichten.</al></li><li nr="2."><al>Naaktrecreatie is in het park verboden, behoudens op de daartoe
                                    door de rechthebbende aangewezen terreingedeelten. </al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING IV.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Wedstrijden, evenementen, bijeenkomsten, manifestaties en andere
                                recreatie-activiteiten</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al><cursief>Wedstrijden/evenementen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester,
                                    wedstrijden, evenementen, bijeenkomsten of andere manifestaties
                                    anders dan bedoeld voor het uiten van meningen of gevoelens, te
                                    organiseren of te doen houden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden de op de wijze van het eerste lid toegestane
                                    wedstrijden, evenementen, bijeenkomsten of andere manifestaties
                                    op enigerlei wijze te verstoren of te hinderen.</al></li><li nr="3."><al>Een vergunning kan worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>In het belang van de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van het voorkomen en beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de verkeersvrijheid of -
                                            veiligheid;</al></li><li nr="d."><al>in het belang van het uiterlijk aanzien van het gebied
                                            en van de natuurwaarden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                    artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al><cursief>Apparatuur en andere voorwerpen bestemd voor recreatieve
                                toepassingen</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is binnen het gebied van het Nationaal Park verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>Motorisch aangedreven en radiografisch bestuurbare
                                            schaalmodellen van vliegtuigen, bootjes of auto’s in
                                            werking te hebben;</al></li><li nr="b."><al>motorisch aangedreven voertuigen, bestemd voor
                                            recreatieve doeleinden.te gebruiken;</al></li><li nr="c."><al>modellen van vliegtuigen of andere objecten af te
                                            schieten of met hulpmiddelen te lanceren, die een
                                            landing maken na een vrije val, zweef- of
                                            glijvlucht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden zich met door windkracht aangedreven wagens,
                                    installaties of constructies op te houden in het Nationaal Park
                                    dan wel zich boven de wegen, terreinen of wateren in het
                                    Nationaal Park te bevinden met valschermen, vliegers of andere
                                    niet motorisch aangedreven hulpmiddelen om zich gedurende enige
                                    tijd zwevende te houden.</al></li><li nr="3."><al>Het is de bestuurder van een motorvoertuig voor zover die zich
                                    in het Nationaal Park daarmee mag ophouden, verboden zijn
                                    motorvoertuig te gebruiken voor het voorttrekken van één of meer
                                    personen die zich, direct of indirect verbonden met het
                                    motorvoertuig, voortbewegen door de lucht aan een parachute, een
                                    vlieger of een soortgelijk voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het is verboden in het Nationaal Park te vliegeren.</al></li><li nr="5."><al>Het in het vierde lid gestelde vliegerverbod geldt niet indien
                                    het een vlieger betreft met een hoogte en breedte van maximaal
                                    één meter aan een enkelvoudige lijn, bestemd om statisch mee te
                                    vliegeren, zonder dat daardoor de veiligheid van personen of
                                    dieren gevaar loopt.</al></li><li nr="6."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voorzover in de
                                    daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer of de Luchtvaartwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al><cursief>Kanoën, nachtvissen, droppings, vossenjachten en vormen van
                                survivalrecreatie</cursief></al><al>Het is verboden binnen het gebied van het Nationaal Park zonder
                            schriftelijke toestemming van de rechthebbende, te kanoën, te
                            nachtvissen en vossenjachten, vormen van survival en georganiseerde
                            spellen te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al><cursief>Ruitersport</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Het is ruiters verboden zich buiten de voor de ruitersport
                                    bestemde en als zodanig aangegeven paden en terreingedeelten en
                                    buiten de voor hen toegankelijk gestelde wegen te begeven.</al></li><li nr="2."><al>Het is bestuurders van aangespannen wagens of paard en wagen
                                    verboden zich op andere wegen te bevinden dan de als zodanig
                                    aangegeven menroutes.</al></li><li nr="3."><al>Het in de voorgaande leden bepaalde is niet van toepassing
                                    voorzover in de daar geregelde onderwerpen wordt voorzien in het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al><cursief>Parcours voor mountainbike of all terrain bike
                            (ATB).</cursief></al><al>Het is verboden met een fiets, een mountainbike of ATB daaronder
                            begrepen, buiten de aangegeven fietspaden, door de openbare terreinen te
                            rijden, behalve op het door de rechthebbende daartoe uitgezette
                            parcours;</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>AFDELING V.</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Aanwijzingen, toestemming, handhaving, straf- overgangs- en
                                slotbepalingen.</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al><cursief>Overtreding en strafbepaling</cursief></al><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al><cursief>Toezichthouders</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de buitengewone
                                    opsporingsambtenaren in dienst van Natuurmonumenten of andere
                                    organisaties met rechtspersoonlijkheid die beheer en toezicht
                                    hebben op natuurterreinen waarvan zij rechthebbende zijn.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al><cursief>Binnentreden woningen</cursief></al><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al><cursief>Inwerkingtreding</cursief></al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 november 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al><cursief>Overgangsbepaling</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend
                                    krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening en/of de
                                    Staanplaatsenverordening 1997, blijven - indien en voorzover het
                                    gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking
                                    heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de
                                    termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat
                                    zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Algemene
                                    Plaatselijke Verordening en/of de Staanplaatsenverordening 1997,
                                    blijven - indien en voorzover de bepalingen ingevolge welke deze
                                    verplichtingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze
                                    verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn
                                    opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en
                                    verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht
                                    vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze
                                    verordening te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op
                                    grond van de Algemene Plaatselijke Verordening en/of de
                                    Staanplaatsenverordening 1997, is ingediend en voor het tijdstip
                                    van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die
                                    aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling
                                    van de onderhavige verordening toegepast.</al></li><li nr="5."><al>In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een
                                    vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - van kracht, totdat
                                    onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens
                                    een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod
                                    vereiste, vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag ten
                                    minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde
                                    termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.</al></li><li nr="6."><al>Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten,
                                    vastgesteld krachtens de Algemeen Plaatselijke Verordening en/of
                                    de Staanplaatsenverordening 1997 worden geacht nadere regels,
                                    beleidsregels en aanwijzingsbesluiten te zijn in de zin van deze
                                    verordening indien en voorzover de rechtsgrond waarop deze zijn
                                    gebaseerd ook vervat is in deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al><cursief>Citeertitel</cursief></al><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Duinverordening Tilburg”
                            2005.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al>De verordening is in feite de “APV” voor het gebied van het Nationaal Park. Het
                    beoogt specifiek de codificatie van openbare orde en veiligheidsaangelegenheden
                    voor het park. Overwogen is om alleen de APV aan te passen en uit te breiden,
                    maar daar is van af gezien. De openbare orde en veiligheid in het park is gebaat
                    bij bepalingen die zijn toegespitst op elkaar soms wat moeizaam verdragende –
                    maar wel wezenlijke aspecten – als het behoud van natuurwaarden en de
                    mogelijkheden om te recreëren.</al><al>Het overlegorgaan van het Nationaal Park stond niet de realisering van een schap
                    of gemeenschappelijke regeling voor. Als er dan toch de wens bestaat om
                    (publiekrechtelijke) regels aangaande de openbare orde en veiligheid op te
                    stellen, dan ontstaat er direct een probleem. Immers, het Nationaal Park ligt
                    verspreid in vijf gemeenten en die gemeenten behouden (voor het eigen
                    grondgebied) uiteraard hun uit de Gemeentewet voortvloeiende verordenende
                    bevoegdheid. Bovendien is het Nationaal Park voor het overgrote deel in beheer
                    bij één particuliere organisatie, nl. Natuurmonumenten.</al><al>De oplossing werd gevonden door aan de vijf gemeenten één concept aan te bieden
                    ter vaststelling. De idee is dan dat er weliswaar nog altijd sprake is van vijf
                    verordeningen, maar die zijn wel identiek. Vanuit het oogpunt van handhaving is
                    dit zeer belangrijk. De handhavers hebben wel een probleem bij de constatering
                    van een overtreding en de noodzaak om daar handhavend tegen op te treden. De
                    reden daarvoor is dat steeds duidelijk dient te zijn in welke gemeente de
                    overtreding heeft plaatsgevonden en dat is soms niet precies te duiden. </al><al>De handhavers worden daarom uitgerust met een zogenaamd GPS-systeem, zodat de
                    exacte locatie kan worden bepaald.</al><al>De verordening is sober gebleven en bepalingen die slechts theoretische waarde
                    hebben zijn achterwege gelaten. Verder is overwogen dat de rechthebbenden die in
                    bezit zijn van verreweg het grootste deel van het gebied, ook de nodige
                    (privaatrechtelijke) handhavingsmogelijkheden bezitten. </al><al>In de duinverordening zijn de daarvoor in aanmerking komende artikelen
                    overeenkomstig de door de VNG aangereikte systematiek, aangepast aan de
                    jurisprudentie over de zogenoemde “afbakeningsbepalingen”.</al><al>In de verordening is voorts een permanent rookverbod opgenomen. Weliswaar zal
                    niet in ieder seizoen of bij elk weertype het brandgevaar zo groot zijn, maar
                    het komt wel de duidelijkheid ten goede en de inrichting (met verbodsborden) kan
                    er mede op worden voorbereid. </al><al>De verordening is opgebouwd uit 5 afdelingen, onderverdeeld in 27
                    artikelen.</al><al/><al><vet><cursief>Bezwaar en beroep</cursief></vet></al><al>Besluiten op grond van deze verordening zijn in beginsel vatbaar voor bezwaar en
                    beroep overeenkomstig de Awb. De verordening zelf is niet vatbaar voor bezwaar
                    en beroep aangezien dit een algemeen verbindend voorschrift is (artikel 8:2 van
                    de Awb). Ook beleidsregels vallen onder de uitzondering van artikel 8:2 van de
                    Awb. Aanwijzingsbesluiten daarentegen zijn in de jurisprudentie gekwalificeerd
                    als besluiten van algemene strekking, niet zijnde algemeen verbindende
                    voorschriften. Deze zijn dus wel voor bezwaar en beroep vatbaar.</al><al/><tussenkop>De meest voorkomende in de toelichting gebruikte afkortingen:</tussenkop><al>Adr =Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving</al><al>Awb =Algemene wet bestuursrecht</al><al>Awbi =Algemene wet op het binnentreden</al><al>(Model-)APV =(Model) Algemene plaatselijke verordening</al><al>WvSr =Wetboek van Strafrecht</al><al>WvSv =Wetboek van Strafvordering</al><al>WVW 1994 =Wegenverkeerswet 1994</al><al/><al>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</al><tussenkop>Artikel 1 sub a</tussenkop><al>Het park heeft de status van “Nationaal Park” gekregen. Dit geeft aan dat de
                    waarde van het gebied voor de natuur, de recreatie en het toerisme van groot
                    belang is en van nationale- en internationale betekenis.</al><tussenkop>Artikel 1 sub c</tussenkop><al>In de regel zal het hier gaan om eigenaren en beheerders.</al><tussenkop>Artikel 1 sub e</tussenkop><al>Hiertoe behoren ook de zogenaamde “eigen terreinen”. Ook een particulier terrein
                    kan een openbaar karakter hebben. Wie daarvan de eigenaar is, is niet
                    doorslaggevend.</al><tussenkop>Artikel 1 sub f</tussenkop><al>Een aantal van de in deze verordening opgenomen bepalingen, heeft betrekking op
                    (verboden) gedragingen "op of aan de weg". De omschrijving van "weg" is ruimer
                    dan die van de Wegenwet en die van de Wegenverkeerswet 1994 (en die van de
                    verschillende provinciale wegenreglementen).</al><al>Te onderscheiden zijn de volgende definities van het begrip "weg":</al><lijst><li nr="a."><al>De "(Openbare) weg" in de zin van de Wegenwet: een begrip dat de
                            wetgever heeft gecreëerd in verband met de verkeersbehoefte;</al></li><li nr="b."><al>de "weg" in de zin van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), te weten de
                            voor het openbaar verkeer openstaande weg: een begrip ontstaan als
                            gevolg van de noodzaak om met betrekking tot de verkeersveiligheid en
                            het in stand houden van de weg, in te grijpen;</al></li><li nr="c."><al>de voor het publiek toegankelijke open plaatsen: een begrip dat - onder
                            uiteenlopende formuleringen - voorkomt in verschillende artikelen van
                            het Wetboek van Strafrecht en in de algemene plaatselijke verordeningen.
                            De volgorde is die van eng naar ruim: "openbare wegen" zijn ook "wegen
                            die voor het openbaar verkeer open staan", maar niet alle voor het
                            openbaar verkeer openstaande wegen zijn openbaar. Tot de "voor het
                            publiek toegankelijke plaatsen" kunnen de "openbare wegen" en de overige
                            "voor het openbaar verkeer openstaande wegen" gerekend worden, maar het
                            begrip is daarmee niet uitgeput.</al></li></lijst><al>Voor het vaststellen van de eventuele openbaarheid van een weg geeft artikel 4
                    van de Wegenwet criteria. </al><tussenkop>Artikel 1 sub h</tussenkop><al>De omschrijving is ontleend aan artikel 1 van de (Model-)bouwverordening</al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Het uitgangspunt van artikel 4:13 van de Awb is dat in het wettelijk voorschrift
                    de termijn aangegeven wordt waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden.
                    Op deze wijze kan worden nagegaan wat voor iedere situatie een goede
                    beslistermijn is. In deze verordening is de beslistermijn vastgesteld op acht
                    weken. Dit is gelijk aan de maximumtermijn die in artikel 4:13, tweede lid,
                    wordt gesteld. Tijdig beslissen is een rechtsplicht voor elk bestuursorgaan. Er
                    dient uiteraard ook een relatie te worden gelegd met de aanvraagtermijn van
                    artikel 3. Als bijvoorbeeld overeenkomstig de aanvraagtermijn van drie weken
                    vóór een gepland evenement een vergunning wordt aangevraagd, zou het in beginsel
                    niet redelijk zijn om pas vijf weken later op deze aanvraag te beslissen.</al><al>Dit sluit aan bij het uitgangspunt dat de (Awb-)wetgever in het algemeen heeft
                    gesteld dat nl. <onderstreept>elke termijn redelijk moet
                    zijn</onderstreept>.</al><al>Aandachtspunt is de wenselijkheid dat andere belanghebbenden bij de
                    vergunningverlening c.a. zoals het politieteam, afschriften (“de minute”) van de
                    vergunningen toegezonden krijgen.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>In de praktijk gebeurt het nog wel eens dat burgers met de aanvraag om een
                    vergunning tot het laatste moment wachten. Als algemene richtlijn wordt daarom
                    een termijn van zes weken aangehouden. Deze termijn moet wel als maximum worden
                    aangemerkt De bewoordingen van het onderhavige eerste lid laten uitkomen, dat
                    niet elke te laat ingediende aanvraag buiten behandeling hoeft te worden
                    gelaten. Met het oog op de vergunningen die niet binnen zes weken kunnen worden
                    behandeld, is in het tweede lid de mogelijkheid geschapen om de termijn van zes
                    weken te verlengen tot maximaal dertien weken. Zie ook de toelichting bij
                    artikel 2.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Ofschoon in literatuur en jurisprudentie algemeen het standpunt wordt gehuldigd
                    dat de bevoegdheid tot het verbinden van voorschriften in beginsel aanwezig is
                    in die gevallen waarin het al dan niet verlenen van die vergunning of ontheffing
                    ter vrije beslissing staat van het beschikkende orgaan, verdient het uit een
                    oogpunt van duidelijkheid en ter uitsluiting van elke twijfel aanbeveling deze
                    bevoegdheid uitdrukkelijk vast te leggen in de regeling, ter uitvoering waarvan
                    vergunning of ontheffing wordt verleend. </al><al>Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning of ontheffing verbonden
                    zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning of ontheffing dan
                    wel voor toepassing van andere administratieve sancties. In artikel 6 is deze
                    intrekkingsbevoegdheid vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De beantwoording van de vraag of een vergunning of ontheffing overgaat op een
                    rechtsopvolger, hangt af van het persoonlijk of zakelijk karakter van die
                    vergunning of ontheffing.</al><al>Persoonlijk wordt de vergunning genoemd, indien de mogelijkheid van verkrijging
                    uitsluitend of in hoge mate afhangt van de persoon van de vergunningaanvrager
                    (diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een diploma of een bewijs
                    van onbesproken levensgedrag). De persoonlijke vergunning is in beginsel niet
                    overdraagbaar, tenzij de regeling krachtens welke de vergunning is verleend
                    hiertoe de mogelijkheid biedt.</al><al>Zakelijk daarentegen is de vergunning die afhangt van en gebonden is aan het
                    object waarop zij betrekking heeft en waarbij de persoonlijke kwaliteiten van de
                    aanvrager geen rol spelen. Anders gezegd: de zakelijke vergunning is niet
                    gebonden aan de persoon, maar aan de hoedanigheid van eigenaar of anderszins
                    zakelijk gerechtigde. Het kan ook een andere hoedanigheid zijn, bijvoorbeeld die
                    van gebruiker of ondernemer. De zakelijke vergunning gaat in beginsel over
                    krachtens rechtsopvolging onder algemene of bijzondere titel op de opvolger in
                    diens hoedanigheid van eigenaar, zakelijk gerechtigde, ondernemer enz.
                    Uitgangspunt is net als in de APV de persoonsgebondenheid. Overigens kan een
                    vergunning wel degelijk een zakelijk karakter hebben, ook al staat de vergunning
                    op naam van een persoon. </al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>De in het eerste lid genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden hebben een
                    facultatief karakter, blijkende uit het woord "kan".</al><al>Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of wijziging wordt
                    overgegaan.</al><al>Zo zal niet iedere niet-nakoming van vergunningsvoorschriften nopen tot
                    toepassing van de administratieve sanctie van intrekking van de vergunning. Met
                    name het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de
                    bevoegdheid tot wijziging en intrekking.</al><al>Indien het bestuursorgaan overweegt om de vergunning of ontheffing in te trekken
                    of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun
                    bedenkingen in te dienen als wordt voldaan aan artikel 4:8 Awb.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>In artikel 145 van de Gemeentewet is bepaald dat de Algemene Termijnenwet van
                    overeenkomstige toepassing is op termijnen in gemeentelijke verordeningen,
                    tenzij in de verordening anders is bepaald. Voorzover de Duinverordening
                    termijnen bevat die in uren worden uitgedrukt, bepaald door terugrekening vanaf
                    een tijdstip of een gebeurtenis, is de Algemene termijnenwet niet van
                    toepassing. Artikel 7 bevat daartoe een terugrekeningsregeling die voorkomt dat
                    afhandeling op zaterdag of zondag of op een algemeen erkende feestdag of op een
                    werkdag na 12.00 uur moet plaatsvinden. Dat laatste is gedaan om toch nog over
                    enige uren voor beoordeling en besluitvorming te beschikken.</al><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>Zoals in de algemene toelichting hierboven al is verwoord, heeft de verordening
                    uitsluitend werking voor het eigen grondgebied van de gemeente in het Nationaal
                    Park. Vanzelfsprekend blijven ook de bepalingen van de APV’s gelden voor het
                    gemeentedeel in het Nationaal Park, met dien verstande dat alsdan bij (min of
                    meer) overeenkomende situaties c.q. bepalingen, het recht van deze
                    strafverordening prevaleert als “lex specialis”. </al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Het gaat hier om feitelijke- en concreet omschreven inbreuken op de openbare
                    orde. Het op enigerlei wijze gebruiken of bewerken van (natuurlijke) objecten,
                    zodat daardoor schade ontstaat of kan ontstaan is niet toegestaan. Het mag als
                    een algemeen publiekrechtelijke bepaling worden beschouwd, die onder bepaalde
                    omstandigheden, naast andere en meer specifieke regelgeving, bruikbaar is.</al><al>De verboden spreken in hoge mate voor zich.</al><al>De momenten van zonsondergang en zonsopgang, zijn over het algemeen redelijk
                    eenvoudig te achterhalen. In de (dag-)bladen of op teletekst wordt voor iedere
                    dag aangegeven wat deze tijdstippen zijn. Ofschoon astronomisch gezien deze
                    momenten tot op de seconde bekend zijn, zal er bij de eventueel noodzakelijke
                    handhaving, uiteraard met meer redelijke marges worden rekening gehouden.</al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Dit artikel heeft voornamelijk betrekking op vormen van geluidhinder waarin
                    andere regelingen niet voorzien. Afgezien van de bescherming van de
                    natuurwaarden (milieu-aspect), is het ook voor de beleving van de natuurwaarden
                    door bezoekers uitermate ergerlijk of zelfs ronduit ordeverstorend als er sprake
                    is van de in het artikel omschreven geluidsoverlast.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Vuren in de openlucht raken de veiligheid van personen en goederen en bedreigen
                    en verstoren bovendien de natuurwaarden en de natuurbeleving. Voorts levert dit
                    verbrandingsstoffen (rook, roet, stof, walm en stank) op die de gezondheid van
                    de mens kunnen beïnvloeden en eveneens een bedreiging vormen voor flora en
                    fauna.</al><al>De situaties die worden bedoeld in artikel 429 WbSr, te weten het aanleggen van
                    vuur of het onderhouden daarvan op zo korte afstand van gebouwen of goederen dat
                    daardoor brandgevaar kan ontstaan, zijn uitgezonderd.</al><tussenkop>Rookverbod:</tussenkop><al>Ofschoon niet in alle jaargetijden of bij bepaalde (natte) weersomstandigheden
                    de kans op brand door weggegooide rookwaren even groot is, wordt een rookverbod
                    toch passend gevonden. </al><al>Het creëert door het jaar ook duidelijkheid; er is “eenvoudigweg” een verbod. </al><al>Het spreekt wel voor zich dat in tijden van grote droogte, het toezicht zich
                    mede zal toespitsen op handhaving van het rookverbod. Door middel van
                    publiciteit wordt bovendien extra aandacht besteed aan de gevaren van open vuur
                    en roken. </al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Aan dit artikel ligt in zijn algemeenheid het motief van de voorkoming en
                    bestrijding van overlast veroorzaakt door honden ten grondslag.</al><al>Als in strijd met het in dit artikel neergelegde verbod, honden loslopend worden
                    aangetroffen, kunnen op basis van artikel 125 van de Gemeentewet (bestuursdwang)
                    de honden worden gevangen en overgedragen aan een door het college aangewezen
                    asiel. Dit vindt uiteraard niet plaats wanneer de eigenaar direct te achterhalen
                    is.</al><al>De verontreiniging door uitwerpselen is niet expliciet benoemd. Gelet op de aard
                    van het gebied, de beperkingen die al in het artikel zijn opgenomen en
                    overwegingen m.b.t. de lastige handhaving op dit punt, is het opnemen van
                    dergelijke bepalingen weinig zinvol c.q. heeft onvoldoende toegevoegde
                    waarde.</al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Aan dit artikel ligt in zijn algemeenheid het motief van de voorkoming en
                    bestrijding van overlast veroorzaakt door honden ten grondslag.</al><al>Als in strijd met het in dit artikel neergelegde verbod, honden loslopend worden
                    aangetroffen, kunnen op basis van artikel 125 van de Gemeentewet (bestuursdwang)
                    de honden worden gevangen en overgedragen aan een door het college aangewezen
                    asiel. Dit vindt uiteraard niet plaats wanneer de eigenaar direct te achterhalen
                    is.</al><al>De verontreiniging door uitwerpselen is niet expliciet benoemd. Gelet op de aard
                    van het gebied, de beperkingen die al in het artikel zijn opgenomen en
                    overwegingen m.b.t. de lastige handhaving op dit punt, is het opnemen van
                    dergelijke bepalingen weinig zinvol c.q. heeft onvoldoende toegevoegde
                    waarde.</al><al>Toelichting:</al><al>Voor een uitvoerige toelichting op het venten en het innemen van een
                    standplaats, kan worden verwezen naar de dienovereenkomstige bepalingen in de
                    APV. </al><al>Het uitgangspunt in de regeling is het verbod, behoudens de mogelijkheid van een
                    ontheffing. De parkbelangen staan in beginsel deze commerciële activiteiten niet
                    toe. Bij de aanvragen voor een ontheffing is het aanbevelenswaardig dat aan de
                    rechthebbende(n), vooraf wordt verzocht aan te geven in hoeverre de in de leden
                    5. en 6. genoemde omstandigheden zich kunnen voordoen. Het is in de meeste
                    gevallen immers de eigenaar of beheerder (van een deel van) het Nationaal Park,
                    die zich op basis van deskundigheid met verstand van zaken kan uitspreken over
                    het al dan niet wenselijk zijn om op een bepaalde plaats of in een bepaald
                    gebied, gedurende een zekere tijd of periode, te venten of een standplaats in te
                    nemen. In het zesde lid zijn in het kader van de afbakening de uitzonderingen zo
                    specifiek mogelijk geduid.</al><tussenkop>Wet milieubeheer</tussenkop><al>In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen
                    die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen
                    gelden ook voor een standplaatshouder, voor zover zijn verkoopplek als
                    'inrichting' kan worden aangemerkt. Van belang is de regelgeving die geldt voor
                    bijvoorbeeld patatverkopers, die voor wat betreft de frituurinrichting aan
                    bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Van een dergelijke
                    “standplaats/inrichting”zal in het Nationaal Park echter niet snel sprake kunnen
                    zijn.</al><tussenkop>Artikel 14</tussenkop><al>Het eerste lid mag gerust een “fatsoensartikel” worden genoemd. Recreëren, het
                    genieten van de natuurwaarden in het gebied en het beoefenen van sport en spel,
                    zul je in het gebied vrijwel nooit alleen doen. Dan spreekt het welhaast voor
                    zich dat je rekening houdt met de belangen van de ander. Waar mogelijk en
                    noodzakelijk zullen zeker ook groepen hierop worden aangesproken, dan wel door
                    foldermateriaal worden aangespoord om met de belangen van andere gebruikers van
                    het park rekening te houden.</al><al>Het verbod in het tweede lid heeft door de werking van de Flora- en Faunawet,
                    betrekking op niet- (formeel) beschermde soorten van de flora en fauna.</al><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Dit artikel is bedoeld om vervuiling van de openbare terreinen in het Nationaal
                    Park tegen te gaan. </al><al>Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem
                    zodanig gebeuren dat een ander wettelijke regime zoals dat van de Wet
                    bodembescherming, de Wet verontreiniging oppervlaktewateren of de op de Wet
                    Milieubeheer gebaseerde voorschriften, van toepassing wordt. </al><al>De op het terrein aanwezige afvalvoorzieningen zijn bedoeld voor het deponeren
                    van klein afval dat ter plaatse is ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van het
                    nuttigen van eetwaren. Het tweede lid biedt een handvat om op te kunnen treden
                    tegen oneigenlijk gebruik van de afvalvoorzieningen. </al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Met de bepaling in het eerste lid wordt beoogd ongewenste aanstootgevende
                    situaties te verbieden.</al><al>Dit artikellid zal in excessieve situaties toepassing vinden. </al><al>In het tweede lid is aangegeven dat naaktrecreatie slechts toegestaan is op
                    speciaal daartoe aangewezen terreingedeelten. </al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Bij het redigeren van dit artikel is aangesloten bij de bepalingen uit de APV. </al><al>Het is in de meeste gevallen de eigenaar of beheerder (van een deel van) het
                    Nationaal Park, die zich op basis van deskundigheid met verstand van zaken kan
                    uitspreken over het al dan niet wenselijk zijn om op een bepaalde plaats of in
                    een bepaald gebied een wedstrijd, dan wel evenement te organiseren. Voordat door
                    het college een vergunning wordt verstrekt is het derhalve aanbevelenswaardig om
                    aan de rechthebbende(n) te vragen of de in het derde lid genoemde omstandigheden
                    aan de orde zijn. Ofschoon het college een eigenstandige afweging maakt, kan
                    derhalve een vergunning worden geweigerd op basis van de door de
                    rechthebbende(n) verstrekte informatie.</al><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>Op basis van dit artikel is het verboden motorisch aangedreven en radiografisch
                    bestuurbare schaalmodellen van vliegtuigen, bootjes of auto’s in werking te
                    hebben. De reden hiervoor is met name gelegen in het terugdringen van overlast
                    voor de bezoekers van het park en de dieren. Rekening dient te worden gehouden
                    met het feit dat het park ook natte en zelfs bevaarbare gedeelten kent en dat
                    gemotoriseerd verkeer op bepaalde openbare wegen is toegestaan. </al><al>Daarnaast is in dit artikel een vliegerverbod opgenomen. Er wordt echter een
                    uitzondering gemaakt voor een kleine (hoogte en breedte maximaal één meter)
                    vlieger aan een enkelvoudige lijn, die niet bestemd is voor sportdoeleinden of
                    waarmee bijvoorbeeld manoeuvres met grote uitwijkingen zijn te maken. </al><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><al>Voor het organiseren van genoemde activiteiten is geen vergunning van het
                    college of de burgemeester nodig. Er is gekozen voor een verbod, behoudens de
                    (privaatrechtelijke) toestemming van de rechthebbende.</al><tussenkop>Artikel 20</tussenkop><al>Binnen de grenzen van het Nationaal Park geldt een “zone-indeling”. Er zijn
                    terreingedeelten en paden aangewezen die specifiek bedoeld zijn voor bepaalde
                    groepen gebruikers. Hiermee wordt geprobeerd te voorkomen dat de verschillende
                    soorten gebruikers en de daaraan gekoppelde verkeersstromen elkaar overlast
                    bezorgen. Ook wordt ermee getracht de veiligheid van bezoekers zoveel als
                    mogelijk te borgen.</al><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al>Zie toelichting bij artikel 20.</al><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>Op grond van artikel 154 Gemeentewet kan de raad op overtreding van zijn
                    verordeningen straf stellen. De maximale hechtenis bedraagt drie maanden en
                    daarnaast kan de raad er voor kiezen een geldboete van de eerste ( maximaal €
                    225) dan wel de tweede (maximaal € 2250) categorie op te nemen dan wel per
                    overtreding nog een onderscheid te maken voor welke categorie gekozen
                    wordt.</al><al>In dit geval is er, evenals b.v. bij de APV het geval is, voor gekozen om
                    integraal te kiezen voor een boete van de tweede categorie. De ernst van de
                    overtredingen verschilt niet zodanig, dat dit een verdeling in eerste en tweede
                    categorie nodig zou maken en uiteindelijk is het toch de rechter die afhankelijk
                    van de omstandigheden van het geval, de hoogte van de geldboete bepaald, waarbij
                    overigens zelden het maximum wordt opgelegd.</al><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><al>Toezichthouders zijn personen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast
                    zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig
                    wettelijk voorschrift, zo zegt artikel 5:11 van de Awb. In de betreffende
                    verordening, in dit geval de Duinverordening, dient geregeld te worden wie
                    bevoegd is de toezichthouders aan te wijzen. Op grond van het tweede lid zijn
                    het college respectievelijk de burgemeester bevoegd toezichthouders aan te
                    wijzen.</al><al>Naast de toezichthoudende bevoegdheid staat de opsporingsbevoegdheid.
                    Laatstgenoemde heeft een strafrechtelijk karakter. Soms komt het voor dat een
                    ambtenaar zowel een toezichthoudende bevoegdheid dient te hebben als een
                    opsporingsbevoegdheid. In dat geval dient de betreffende verordening de
                    (categorie) ambtenaren, voor wie dat geldt, met zoveel woorden te noemen als
                    toezichthouder. Om die reden zijn de buitengewone opsporingsambtenaren van de
                    Vereniging van Natuurmonumenten en verwante organisaties in het eerste lid met
                    name genoemd als toezichthouder.</al><al>De bevoegdheden van toezichthouders zijn geregeld in de artikelen 5:15 t/m 5:19
                    Awb en betreffen o.a. het betreden van plaatsen en het doorzoeken van
                    vervoermiddelen.</al><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><al>Zoals al aangegeven in de toelichting op artikel 23 regelt de Awb de
                    bevoegdheden van toezichthouders. Dit geldt echter niet voor de bevoegdheid om
                    woningen en vergelijkbare plaatsen te betreden, omdat daar een fundamenteel
                    grondrecht in het geding komt. Om die reden bepaalt de wet, dat deze bevoegdheid
                    alleen gebruikt mag worden, als deze met zoveel woorden in de desbetreffende
                    bijzondere wettelijke regeling, in dit geval de Duinverordening, is opgenomen. </al><al>De verdere spelregels, die gelden bij het binnentreden van woningen e.d., zoals
                    in acht te nemen vormvoorschriften, zijn opgenomen in de Algemene wet op het
                    binnentreden (Awbi). </al><al/><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><al>De Gemeentewet bepaalt, dat als de verordening geen andere regeling kent, deze
                    in werking treedt op de achtste dag na die van haar bekendmaking. </al><al>Er is voor gekozen om de datum van inwerkingtreding te bepalen op 1 november
                    2005, zodat de Duinverordening in de vijf samenwerkende gemeenten op dezelfde
                    datum van kracht kan worden.</al><tussenkop>Artikel 26</tussenkop><al>Een aantal zaken, die thans voor het gebied van het Nationaal Park in de
                    Duinverordening geregeld wordt, was voorheen in de APV respectievelijk in de
                    Staanplaatsenverordening geregeld. In concreto gaat het om de volgende
                    zaken:</al><lijst><li nr="§"><al>Veroorzaken geluidsoverlast (artikel 81, eerste lid APV).</al></li><li nr="§"><al>Aanleggen van vuren in de open lucht (artikel 116 APV)</al></li><li nr="§"><al>Honden en verontreiniging door honden (artikel 57 en 58 APV)</al></li><li nr="§"><al>Venten (artikel 109 APV)</al></li><li nr="§"><al>Innemen van standplaats (artikel 2 Staanplaatsenverordening)</al></li><li nr="§"><al>Verontreiniging van terreinen (artikel 44 Afvalstoffenverordening)</al></li><li nr="§"><al>Evenementen (artikel 25 APV)</al></li></lijst><al>In artikel 26 wordt bepaald, dat vergunningen en ontheffingen op grond van de
                    APV en de Staanplaatsenverordening (het artikel uit de Afvalstoffenverordening
                    kent geen vergunning- of ontheffingsplicht) van kracht blijven gedurende hun
                    looptijd, maar dat deze in het vervolg “gelden”als vergunning of ontheffing op
                    grond van de Duinverordening. Hetzelfde geldt voor eventueel op grond van de APV
                    vastgestelde nadere regels e.d.</al><al>Een lopende aanvraag op basis van de APV of Staanplaatsenverordening wordt
                    afgewerkt met inachtneming van de overeenkomstige bepaling in de
                    Duinverordening, zo bepaalt het vierde lid.</al><tussenkop>Artikel 27</tussenkop><al>Er is gekozen voor een korte en duidelijke citeertitel met name vanuit
                    communicatie-oogpunt. Ook bij de inrichting van proces-verbalen biedt een korte
                    titel voordelen.</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 september 2005</al><al/><al>de griffier, </al><al/><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>