<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR251538_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels Algemene Subsidieverordening Opmeer 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-06-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De koggenlander d.d. 3-1-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Algemene Subsidieverordening Opmeer 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikelen 108, 149 en 156</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-02-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVS 8.44 d.d. 11-12-2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels Algemene Subsidieverordening Opmeer 2013
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer,</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>Gelet op het besluit van de raad van 20 december 2012 tot vaststelling van </al>
          <al/>
          <al>de Algemene subsidieverordening Opmeer 2013;</al>
          <al/>
          <al>Overwegende dat de bepalingen van de Algemene subsidieverordening 2013 </al>
          <al/>
          <al>nadere invulling behoeven door middel van beleidsregels;</al>
          <al/>
          <al>Besluiten vast te stellen de:</al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Algemene beleidsregels Algemene
                            subsidieverordening</vet>
            <vet>Opmeer 2013 </vet>
          </al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label/>
          </kop>
          <al>
            <vet>Algemene beleidsregels Algemene
                            subsidieverordening</vet>
            <vet>Opmeer 2013 </vet>
          </al>
          <al>
            <vet>1. Inleiding </vet>
          </al>
          <al>Bij de Algemene Subsidieverordening 2013 horen algemene en specifieke
                        beleidsregels. </al>
          <al>Artikel 1:3 van de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB)geeft de definitie van
                        beleidsregels. </al>
          <al>Verder gaat titel 4.3 van de AWB specifiek in op beleidsregels. Voor meer
                        informatie </al>
          <al>daarover wordt verwezen naar de AWB. </al>
          <al>De algemene beleidsregels houden de volgorde van deAlgemene
                        Subsidieverordening </al>
          <al>Opmeer 2013 aan om te zorgen voor een goede leesbaarheid. Naast deze
                        algemene </al>
          <al>beleidsregels zijn er ook specifieke beleidsregels.In het laatste hoofdstuk
                        wordt daar kort op </al>
          <al>ingegaan. U treft deze specifieke beleidsregels hier echter niet aan. </al>
          <al>
            <vet>2. Algemene aspecten </vet>
          </al>
          <al>
            <onderstreept>Budgetsubsidie </onderstreept>
          </al>
          <al>De essentie van budgetsubsidiëring is dat niet langer het voortbestaan van
                        de organisatie en </al>
          <al>haar exploitatie wordt gesubsidieerd, maar de overeengekomen en geleverde
                        prestaties. </al>
          <al>Verder is er bij budgetsubsidiëring zekerheid over het budget. Dat betekent
                        ook dat tekorten </al>
          <al>bij de subsidieontvanger door hen zelf moeten worden opgevangen. Daar
                        tegenover staat dat </al>
          <al>overschotten, behouden mogen blijven of worden gereserveerd. Dit vormt voor
                        de instellingen </al>
          <al>een stimulans om efficiënt en effectief te opereren. </al>
          <al>
            <onderstreept>Algemene uitgangspunten </onderstreept>
          </al>
          <al>In artikel 3 van de Algemene Subsidieverordening zijn de algemene
                        uitgangspunten </al>
          <al>opgenomen. Deze worden verder uitgewerkt in de volgende beleidsregels: </al>
          <al>• De subsidieontvanger dient de vrijwilligers, beroepskrachten, deelnemers
                        en leden te betrek-ken bij het beleid van de organisatie. </al>
          <al>• Het college is bevoegd om aan een vereniging een minimum aantal leden te
                        verbinden, </al>
          <al>indien de aard van de activiteit een bepaald minimum aantal deelnemers
                        vergt. </al>
          <al>• Alleen organisaties, verenigingen, stichtingen en/of instellingen </al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>voor en door inwoners van Opmeer of</al></li>
            <li nr="-"><al>die een sterk hulpverlenend karakter voor de inwoners van Opmeer
                                hebben of</al></li>
            <li nr="-"><al>vallen onder de voorwaarden van regionale gemeenschappelijke
                                regelingen</al></li>
          </lijst>
          <al>komen in aanmerking voor subsidiëring. </al>
          <al>• Subsidiëring van (jeugd)leden heeft betrekking op leden die woonachtig
                        zijn in de gemeente </al>
          <al>Opmeer, tenzij in de beleidsregels uitdrukkelijk iets anders staat vermeld. </al>
          <al>• Autonome prijsstijgingen leiden niet automatisch tot verhoging van de
                        subsidie. </al>
          <al>• Activiteiten waarbij sprake is van samenwerking tussen verschillende
                        gelijksoortige maat-schappelijke instellingen genieten de voorkeur. </al>
          <al>• Daar waar niet expliciet verdeelregels zijn opgenomen geldt dat als de
                        aanvragen het </al>
          <al>beschikbare bedrag overstijgen, het beschikbare bedrag wordt verdeeld, met
                        dien verstande </al>
          <al>dat voor alle subsidieontvangers het subsidiebedragmet hetzelfde percentage
                        wordt ver-laagd. </al>
          <al>• Subsidies worden verleend onder het voorbehoud dat de gemeenteraad op de
                        begroting </al>
          <al>voldoende middelen ter beschikking stelt. </al>
          <al>• De in de verordening onder artikel 1 genoemde mogelijke subsidiëring van
                        bijzondere </al>
          <al>gevallen met betrekking tot door natuurlijke personen georganiseerde nieuwe
                        activiteiten of </al>
          <al>geleverde prestaties dient alleen te worden toegepast voor uitzonderlijke
                        gevallen zoals </al>
          <al>noodhulp of calamiteiten. </al>
          <al>• Onder een jaarrekening wordt voor zover niet verwezen wordt naar artikel
                        361 van Boek 2 </al>
          <al>van het Burgerlijk Wetboek verstaan een balans en een winst en
                        verliesrekening met </al>
          <al>toelichting op beide. </al>
          <al>
            <onderstreept>Geen waarderingssubsidies meer </onderstreept>
          </al>
          <al>Nieuwe waarderingssubsidies worden niet meer verstrekt. Op bestaande
                        waarderingssubsidies </al>
          <al>wordt de overgangsregeling toegepast zoals beschreven in artikel 23 van de
                        Algemene </al>
          <al>Subsidieverordening Opmeer 2013. </al>
          <al>
            <onderstreept>Subsidieplafonds </onderstreept>
          </al>
          <al>In artikel 4 van de verordening is geregeld dat de raad bevoegd is
                        subsidieplafonds vast te </al>
          <al>stellen. Onder subsidieplafond wordt verstaan: het bedrag dat gedurende een
                        bepaald tijdvak </al>
          <al>ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking vansubsidies krachtens een
                        bepaald wettelijk </al>
          <al>voorschrift. (artikel 4.22 AWB). </al>
          <al>Subsidieplafonds worden jaarlijks door de raad vastgesteld op basis van de
                        vastgestelde </al>
          <al>begroting. In het specifieke deel van dit subsidieprogramma wordt per
                        categorie een </al>
          <al>subsidieplafond vastgesteld voor: </al>
          <al>• Kunst en cultuur </al>
          <al>• Sport en recreatie </al>
          <al>• Maatschappelijke ondersteuning </al>
          <al>• Onderwijs en vorming </al>
          <al>De Awb verplicht bij vaststelling van een subsidieplafond ook verdeelregels
                        vast te stellen, </al>
          <al>nodig voor als de subsidieaanvragen het beschikbarebedrag overstijgen. In de
                        eerste plaats </al>
          <al>geldt dat subsidieaanvragen worden beoordeeld op grond van het specifieke
                        beleid en de </al>
          <al>specifieke beleidsregels. Daar waar niet expliciet verdeelregels zijn
                        opgenomen geldt dat als </al>
          <al>de aanvragen het beschikbare bedrag overstijgen, het beschikbare bedrag
                        evenredig wordt </al>
          <al>verdeeld over de aanvragen. </al>
          <al>
            <onderstreept>Mandatering </onderstreept>
          </al>
          <al>Artikel 4 Lid 6 geeft aan dat het college bevoegd is tot mandatering. Dit
                        wordt uitgewerkt in </al>
          <al>de Mandaatregeling gemeente Opmeer 2010 of opvolgende versies van de
                        voornoemde </al>
          <al>Mandaatregeling. </al>
          <al>
            <vet>3. De subsidiëring </vet>
          </al>
          <al>
            <vet>3.1 De subsidieaanvraag </vet>
          </al>
          <al>
            <onderstreept>Aanvraagformulier </onderstreept>
          </al>
          <al>De aan de aanvraag te stellen eisen zijn geregeld in artikel 6 en 7 van de
                        Algemene </al>
          <al>Subsidieverordening Opmeer 2013. Ter uitwerking vandeze artikelen worden
                        door het </al>
          <al>college vastgestelde aanvraagformulieren gebruikt. De aanvraag kan
                        schriftelijk en digitaal </al>
          <al>geschieden. In de formulieren is ook verwerkt dat de aanvrager gemotiveerd
                        moeten aangeven </al>
          <al>op welke wijze de voorgenomen activiteiten bijdragen aan de gemeentelijke
                        beleidsdoelen. </al>
          <al>
            <onderstreept>Tussentijdse aanvragen voor structurele subsidie
                        </onderstreept>
          </al>
          <al>Tussentijdse aanvragen worden op grond van het beleid afgewezen. De aanvraag
                        wordt te </al>
          <al>allen tijde aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd, zodat
                        het college </al>
          <al>eventueel kan besluiten de aanvraag alsnog in heroverweging te nemen. </al>
          <al>Als het college besluit een tussentijdse aanvraag te honoreren, kan dat met
                        ingang van het </al>
          <al>volgende kalenderjaar, mits: </al>
          <al>• De aanvraag vóór 1 juli is ontvangen </al>
          <al>• De raad bereid is het bijbehorende subsidieplafond te verhogen </al>
          <al>• De aanvraag aantoonbaar in een behoefte voorziet </al>
          <al>Daarnaast moet de aanvraag minimaal aan één van de volgende eisen voldoen: </al>
          <al>• De activiteit brengt de gemeente in positieve zin in de publiciteit; </al>
          <al>• De activiteit is gericht op ten minste één van de volgende doelgroepen:
                        jongeren, ouderen, </al>
          <al>minima, mindervaliden, minderheden; </al>
          <al>• De activiteit komt ten goede aan minimaal één van de gemeentelijke
                        speerpunten uit het </al>
          <al>raadsprogramma: communicatie, veiligheid, woonomgeving, voorzieningen,
                        jeugdbeleid, </al>
          <al>dienstverlening en bestuurlijke autonomie. </al>
          <al>De toekenning geldt voor de duur van de rest van desubsidieperiode, zoals
                        beschreven in </al>
          <al>artikel 1 van de Algemene Subsidieverordening Opmeer 2013. </al>
          <al>Indien niet zeker is dat de gesubsidieerde activiteit ook op langere termijn
                        ‘aanslaat’, </al>
          <al>voldoende deelname oplevert of gecontinueerd wordt,wordt (nog) geen
                        structurele subsidie </al>
          <al>toegekend. De activiteit wordt beschouwd als experiment en de bijdrage valt
                        dan onder de </al>
          <al>categorie incidentele subsidies. Na maximaal vier jaar wordt de incidentele
                        subsidie </al>
          <al>beëindigd. Het college kan vervolgens besluiten over eventuele wijziging van
                        beleid, </al>
          <al>verhoging van een subsidieplafond, opname van de betreffende activiteit in
                        het </al>
          <al>subsidieprogramma en voortzetting van de bekostiging in de vorm van een
                        structurele </al>
          <al>subsidie. </al>
          <al>
            <onderstreept>Nadere invulling weigeringsgronden </onderstreept>
          </al>
          <al>Het college zal op basis van artikel 2 lid 2 van deAlgemene
                        Subsidieverordening Opmeer </al>
          <al>2013 ter nadere invulling en aanvulling van artikel11 lid van de Algemene </al>
          <al>Subsidieverordening 2013 geen subsidie verlenen aan: </al>
          <al>• Commerciële activiteiten, activiteiten die discriminerend zijn, in strijd
                        zijn met de algemeen </al>
          <al>geldende normen en goede zeden of gericht zijn op verspreiding van
                        partijpolitieke, gods-dienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen. </al>
          <al>• Nieuwe activiteiten of nevenactiviteiten gericht opde gemeenschap of op
                        doelgroepen </al>
          <al>waarin al op andere wijze is voorzien </al>
          <al>• Sponsoring van individuele natuurlijke personen. </al>
          <al>• Activiteiten die al op een andere manier door de gemeente Opmeer
                        gesubsidieerd worden. </al>
          <al>Tenzij dat duidelijk is opgenomen in de beleidsregels voor de betreffende
                        subsidie wordt er </al>
          <al>geen subsidie verleend voor de volgende kosten: </al>
          <al>• Kosten van artikelen bestemd voor de verkoop, kosten van buffetexploitatie
                        en kosten van </al>
          <al>acties en activiteiten met het doel inkomsten te verwerven. </al>
          <al>• Kosten van consumpties, maaltijden, traktaties en rookartikelen. </al>
          <al>• Kosten van geschenken, attenties, e.d.. </al>
          <al>• Vergoeding voor overwerk. </al>
          <al>• Kosten in verband met afschrijving, schade, vergunningen, leges,
                        verrekenbare BTW (voor </al>
          <al>zover het geen kosten van een investering in het kader van de
                        accommodatieregeling be-treft). </al>
          <al>• Kosten van financiële en materiële bijstand. </al>
          <al>• Vergoedingen aan vrijwilligers, zoals vergoedingen voor loonderving en
                        vacatie- of </al>
          <al>presentiegelden. </al>
          <al>• Overige uitgaven die naar het oordeel van het college niet voor subsidie
                        in aanmerking </al>
          <al>komen. </al>
          <al>
            <onderstreept>Loon- en prijscompensatie </onderstreept>
          </al>
          <al>Bij het afsluiten van uitvoeringsovereenkomsten of het vaststellen van
                        voorwaarden in de </al>
          <al>subsidiebeschikking zal een percentage worden opgenomen ter compensatie van
                        deze </al>
          <al>prijsstijgingen. Het percentage wordt gebaseerd op ervaringen uit het
                        verleden en verwach-tingen voor de toekomst. Voor verenigingen die een vast
                        bedrag ontvangen geldt dat </al>
          <al>indexering niet wordt toegepast. </al>
          <al>Voor overige subsidies geldt dat gerekend wordt meteen verwacht
                        inflatiepercentage (of met </al>
          <al>stijging van zeer specifieke kosten in een bepaaldesector). Hiervoor
                        gebruiken wij het per-centage van de prijsmutatie Nationale Bestedingen
                        zoals vermeld in de meicirculaire van het </al>
          <al>Ministerie van Binnenlandse Zaken voorafgaand aan periode waarvoor het
                        subsidiebedrag </al>
          <al>geldt. Loonstijgingen kunnen alleen worden berekendbij instellingen met
                        personeel in dienst. </al>
          <al>De compensatie heeft betrekking op maximaal het gedeelte dat subsidie deel
                        uit maakt van de </al>
          <al>totale inkomsten. Er kan logischerwijs voor gekozenworden om geen loon- en
                        prijsstijgingen </al>
          <al>in de subsidie mee te wegen om het subsidieniveau stabiel te houden. Dat kan
                        via het </al>
          <al>subsidieplafond en/of als de raad de gelden voor deloon- en prijscompensatie
                        niet in de </al>
          <al>jaarlijkse begroting worden opgenomen. </al>
          <al>
            <vet>3.2 Subsidieverlening </vet>
          </al>
          <al>
            <onderstreept>Eenmalige subsidies </onderstreept>
          </al>
          <al>Voor eenmalige of incidentele subsidies gelden de volgende beleidsregels: </al>
          <al>• De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagddienen
                        incidenteel/eenmalig te zijn. </al>
          <al>Activiteiten die al eerder zijn uitgevoerd of naar alle waarschijnlijkheid
                        in de toekomst </al>
          <al>terugkeren, of in hoge mate vergelijkbaar zijn, komen daarom niet voor deze
                        subsidie in </al>
          <al>aanmerking. </al>
          <al>• Alleen lokale of regionale activiteiten komen voor subsidiëring in
                        aanmerking. </al>
          <al>• De activiteit heeft een historisch, cultureel, toeristisch, recreatief,
                        educatief, emancipatorisch </al>
          <al>of sportief karakter. </al>
          <al>• Maximaal 80% van de kosten van de activiteit komt voor subsidie in
                        aanmerking, tenzij de </al>
          <al>organisatie aantoonbaar en na gedane inspanningen niet in staat is gebleken
                        de overige 20% </al>
          <al>te kunnen bekostigen uit eigen of andere inkomsten.</al>
          <al>• De toepassing van de beleidsregels jubilea heeft voorrang op deze regels. </al>
          <al>
            <onderstreept>Beleidsregels jubilea </onderstreept>
          </al>
          <al>De gemeente kent op grond van de beleidsregel jubilea een subsidie toe aan: </al>
          <al>• Activiteiten bij een jubileum van (een veelvoud van) 10 jaar € 50,00 </al>
          <al>• Activiteiten bij een jubileum van (een veelvoud van) 25 jaar € 150,00 </al>
          <al>• Activiteiten bij een jubileum van (een veelvoud van) 100 jaar € 250,00 </al>
          <al>Bij afwijkende aanvragen beslist het college over de hoogte van het
                        subsidie. Een subsidie </al>
          <al>wordt op aanvraag toegekend als het jubileum ook daadwerkelijk gevierd wordt
                        en/of indien </al>
          <al>een lid van het college wordt uitgenodigd ter ere van het jubileum. De
                        subsidie wordt in de </al>
          <al>vorm van een cheque uitgereikt door een lid van hetcollege of de raad
                        tijdens de </al>
          <al>feestelijkheden ter gelegenheid van het jubileum. De subsidie wordt ten
                        laste gebracht van de </al>
          <al>post representatie. </al>
          <al>
            <onderstreept>Subsidies van € 50.000 of meer per jaar </onderstreept>
          </al>
          <al>In ieder geval bij subsidies van jaarlijks € 50.000,00 of hoger zal regulier
                        overleg tussen de </al>
          <al>gemeente en de subsidieontvanger plaatsvinden om tussentijds te bezien of: </al>
          <al>• Aan de afspraken, of voorwaarden wordt voldaan. </al>
          <al>• Ingespeeld dient te worden op veranderende omstandigheden in de
                        samenleving; </al>
          <al>• Een herijking van beleid nodig is. </al>
          <al>Hoewel er dus nadrukkelijk mogelijkheden zijn om gedurende de
                        subsidieperiode bij te sturen </al>
          <al>blijft het uitgangspunt onverminderd dat de subsidie en de bijbehorende
                        afspraken gedurende </al>
          <al>de subsidieperiode niet gewijzigd worden. </al>
          <al>
            <onderstreept>Accountantscontrole </onderstreept>
          </al>
          <al>Artikel 14 van de Algemene Subsidieverordening Opmeer 2013 regelt de
                        accountantscontrole. </al>
          <al>Indien de kosten lager zijn wordt gekozen voor een controle door een
                        accountant-administratieconsulent. Het college kan een protocol vaststellen
                        voor de accountantscontrole. </al>
          <al>
            <onderstreept>Vergoeding over vermogensvorming </onderstreept>
          </al>
          <al>Deze paragraaf is een uitwerking van artikel 17 vande Algemene
                        Subsidieverordening </al>
          <al>Opmeer 2013. De hoogte van deze vergoeding over vermogensvorming wordt door
                        het </al>
          <al>college vastgesteld in evenredigheid met het aandeel dat de
                        subsidieverstrekking heeft </al>
          <al>bijgedragen aan die vermogensvorming en bedraagt ten hoogste het bedrag van
                        de verleende </al>
          <al>subsidie. De berekeningsformule wordt als volgt vastgesteld: </al>
          <al>u = terug te betalen bedrag </al>
          <al>v = verkoopwaarde vaste activa en voorraden </al>
          <al>w = boekwaarde vaste activa en voorraden </al>
          <al>x = vermogen (bezittingen minus schulden bij ontbinding) </al>
          <al>y = subsidiebedrag jaarlijks </al>
          <al>z = overige inkomsten jaarlijks </al>
          <al>u = (v-w)*(y/(y+z)) (bij geval a. tot en met d.) </al>
          <al>u = x*(y/yz)) (bij geval e.) </al>
          <al>Het kan gaan om de volgende vormen van vermogensvorming: </al>
          <al>a.De subsidieontvanger vervreemdt of bezwaart voor degesubsidieerde
                        activiteiten</al>
          <al>gebruikte of bestemde goederen of wijzigt de bestemming daarvan. </al>
          <al>b.De subsidieontvanger ontvangt een schadevergoeding voor verlies of
                        beschadiging van</al>
          <al>voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen. </al>
          <lijst>
            <li nr="c."><al>De gesubsidieerde activiteiten worden geheel of gedeeltelijk
                                beëindigd.</al></li>
            <li nr="d."><al>De subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of
                                de subsidie wordt</al></li>
          </lijst>
          <al>beëindigd. </al>
          <al>e.De rechtspersoon die de subsidie ontving, wordt ontbonden.</al>
          <al>
            <vet>3.3 De subsidievaststelling </vet>
          </al>
          <al>
            <onderstreept>Steekproef en/of controle naar aanleiding van signalen
                        </onderstreept>
          </al>
          <al>Ook na de vaststelling van subsidies is steekproefsgewijze controle of
                        controle naar </al>
          <al>aanleiding van ontvangen signalen mogelijk. De subsidieontvanger zal daaraan
                        mee moeten </al>
          <al>werken. Vooral voor subsidies tot € 5.000 betekent dit dat ondanks de
                        directe vaststelling van </al>
          <al>subsidies bij verlening er toch achteraf controle kan plaatsvinden.
                        Intrekking of wijziging van </al>
          <al>het subsidie zal alleen plaatsvinden in extreme gevallen, bij voorbeeld bij
                        fraude. </al>
          <al>
            <vet>4. Specifieke beleidsregels subsidiëring </vet>
          </al>
          <al>In elk van de navolgende hoofdstukken in de beleidsregels wordt een
                        beleidsterrein </al>
          <al>beschreven aan de hand van een vast stramien. In deeerste plaats zal een
                        korte beschrijving </al>
          <al>worden gegeven van de huidige situatie op het betreffende beleidsterrein.
                        Deze wordt gevolgd </al>
          <al>door een globale beschrijving van de gewenste situatie. Deze gewenste
                        situatie vormt het </al>
          <al>kader waarbinnen het beleid gedurende de subsidieperiode zal worden
                        uitgevoerd. </al>
          <al>De gewenste situatie wordt vervolgens vertaald in een doelstelling zoals die
                        gedurende de </al>
          <al>subsidieperiode gehanteerd wordt voor het betreffende beleidsterrein. Als
                        vierde onderdeel zal </al>
          <al>worden aangegeven welke concrete activiteiten in desubsidieperiode dienen te
                        worden </al>
          <al>uitgevoerd. </al>
          <al>In een aantal gevallen kan in de beleidsregels ook verwezen worden naar
                        documenten waarin </al>
          <al>afspraken of doelstellingen zijn vastgelegd, zoals een
                        samenwerkingsovereenkomst. </al>
          <al>Voor organisaties kan een afwijkende procedure m.b.t. de aanvraag en verdere
                        daaruit voort-vloeiende activiteiten gelden die in beleidsregels en
                        correspondentie wordt vermeld. </al>
          <al>De beschrijving van het beleid is zoveel mogelijk in samenwerking met de
                        betrokken in-stellingen tot stand gekomen. Dat wil niet altijd betekenen dat
                        de betrokken instellingen het </al>
          <al>beleid volledig steunen. Het beleid is er in alle gevallen op gericht dat in
                        overleg met de </al>
          <al>betrokken instellingen een uitvoeringsovereenkomst kan worden gesloten of
                        afspraken in de </al>
          <al>subsidiebeschikking worden opgenomen voor het uitvoeren van activiteiten in
                        de </al>
          <al>subsidieperiode waar zowel gemeente als uitvoerder zich in kunnen vinden. In
                        de nieuwe </al>
          <al>verhoudingen past het ook dat instellingen zich bijvoorbeeld op eigen
                        initiatief ook met </al>
          <al>andere activiteiten bezig houden die niet binnen deuitvoeringsovereenkomst
                        of voorwaarden </al>
          <al>zoals opgenomen in de subsidiebeschikking vallen. Vanzelfsprekend kan de
                        ontvangen </al>
          <al>subsidie hiervoor niet aangewend worden, maar anderzijds heeft de
                        gemeentelijke overheid </al>
          <al>geen enkele bemoeienis met deze activiteiten. </al>
          <al/>
          <al>De (wijzigingen in de) beleidsregels worden door het college
                        vastgesteld.</al>
          <al/>
          <al>Aldus vastgesteld op 20 december 2012</al>
          <al/>
          <al>Burgemeester en wethouders van Opmeer,</al>
          <al/>
          <al>De secretaris,</al>
          <al>M.A.S. Winder</al>
          <al/>
          <al>de burgemeester,</al>
          <al> Drs. G.J.A.M. Nijpels</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>