<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR251309_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.zwartewaterland.nl/actueel/nieuws-en-persberichten_3865/item/publicatie-gemeente-zwartewaterland-29-januari-2013_22035.html">De 3 Watersteden, 29-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zwartewaterland 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Zwartewaterland</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ZWARTEWATERLAND</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1 VOORWOORD</label></kop><afdeling><kop><label>De financiële tegemoetkoming en het eigen aandeel.</label></kop><structuurtekst><al>2.2.1 Naast het persoonsgebonden budget kan ook een financiële
                                tegemoetkoming worden toegekend. </al><al><cursief>Het aantal mogelijkheden voor een financiële tegemoetkoming
                                    is beperkt: het zal gaan om een bouwkundige woonvoorziening, uit
                                    te betalen aan de eigenaar van de woning, een
                                    verhuiskostenvergoeding, of een financiële tegemoetkoming voor
                                    gebruik van een taxi of een rolstoeltaxi. De financiële
                                    tegemoetkoming zal zo groot zijn dat de aan te schaffen
                                    voorziening hiermee aangeschaft kan worden. Dit kan onder aftrek
                                    van een zogenaamd eigen aandeel, te vergelijken met de eigen
                                    bijdrage. Ook bij een financiële tegemoetkoming zal de
                                    beschikking waarin dit bedrag wordt toegekend voorwaarden kunnen
                                    </cursief><cursief>bevatten </cursief><cursief>over de besteding
                                    van de financiële tegemoetkoming. En ook bij een financiële
                                    tegemoetkoming moet verantwoording afgelegd worden over de
                                    besteding van de tegemoetkoming, tenzij het om een forfaitair
                                    bedrag gaat: een forfaitair bedrag voor een verhuizing kan vrij
                                    worden besteed, mits er daadwerkelijk verhuisd
                                wordt.</cursief></al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>De voorziening in natura.</label></kop><structuurtekst><al>2.3.1 Bij een voorziening in natura verstrekt het college deze. </al><al><cursief>Wordt een voorziening niet als persoonsgebonden budget
                                    verstrekt, maar in natura, dan zal toekenning ook bij
                                    beschikking plaatsvinden. In de beschikking worden de
                                    voorwaarden opgenomen waaronder verstrekking plaatsvindt. Bij
                                    een voorziening in natura mag een eigen bijdrage worden
                                    gevraagd, net als bij een persoonsgebonden budget. Ook nu geldt
                                    dat een eventueel te betalen eigen bijdrage door de gemeente
                                    meestal slechts aangekondigd kan worden aangezien berekening en
                                    inning plaats zal vinden door het CAK</cursief>.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk 3. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies, besluitvorming, intrekking en terugvordering</label></kop><afdeling><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Bij toekenning van voorzieningen op grond van de Wvg of bij
                                indicatiestelling ten behoeve van de functie Huishoudelijke
                                Verzorging AWBZ was het begrip ‘medische noodzaak’ doorslaggevend.
                                Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep op beide
                                terreinen blijkt dat die medische noodzaak in de ogen van de Raad
                                aanwezig moet zijn om voorzieningen te verstrekken. Dit heeft – als
                                dit uitgangspunt ook onder de Wmo geldt - tot gevolg dat een medisch
                                advies van een onafhankelijk sociaal medisch adviseur, van cruciaal
                                belang is. </al><al>Onder de Wmo, waar het ook kan gaan om psychische of psychosociale
                                problemen, kan een advies van een andere deskundige dan een medicus
                                noodzakelijk zijn. Dit gold onder de Wvg al bij de “uitraasruimte”
                                waar soms het advies van een psycholoog of (ortho)pedagoog werd
                                gevraagd. Onder de Wmo zal dit vaker nodig kunnen zijn. Maar of het
                                nu een medicus of een andere deskundige is, het deskundigenadvies is
                                in bepaalde situaties van groot belang.</al><al>Daarom is hierover een apart onderdeel opgenomen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Criteria:</label></kop><structuurtekst><al>3.1.1 Lid 1 van artikel 22 van de verordening biedt de basis voor
                                een zorgvuldig onderzoek om te bepalen of er al dan niet sprake is
                                van medische noodzaak. </al><al><cursief>Uit de jurisprudentie blijkt dat indien een aanvrager geen
                                    medewerking verleent de aanvraag afgewezen mag worden op grond
                                    van de onmogelijkheid voldoende onderzoek te doen, mits het
                                    inderdaad zo is dat zonder dit onderzoek de medische noodzaak
                                    niet vast te stellen is. Er zal dus altijd beoordeeld moeten
                                    worden of op een andere wijze de medische noodzaak vastgesteld
                                    kan worden.</cursief></al><al>3.1.2 In lid 2 van dit artikel wordt een aantal situaties genoemd
                                waarin het college de door haar aangewezen adviesinstantie om advies
                                kan vragen, met andere woorden wanneer vraagt de gemeente medisch
                                advies.</al><al><cursief>Het college kan een medisch adviesbureau vragen om een
                                    extern advies te geven. Daarbij gaat het om situaties waarbij
                                    medisch advies noodzakelijk is en/of er sprake is van complexe
                                    situaties.</cursief></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Alternatieven voor bezwaar</label></kop><al>3.2.1 Iedere aanvrager heeft het recht als hij het met een
                                beschikking niet eens is, in bezwaar te gaan. </al><al>3.2.2 De gemeente streeft ernaar, voordat een negatief of afwijkend
                                besluit valt, betrokkene in de gelegenheid te stellen hierop te
                                reageren, zodat de kans groot is dat door de gemeente gemaakte
                                eventuele fouten hersteld kunnen worden. Bij een negatieve of
                                afwijkende beschikking geeft het college, bijvoorbeeld door de
                                beschikking langs te brengen en uitleg te geven een extra
                                contactmoment. Bij het in bezwaar gaan bestaat de mogelijkheid samen
                                nog eens naar het probleem te kijken. Tot slot bestaat nog enigerlei
                                vorm van mediation, indien het college dat opportuun acht.</al></artikel><artikel><kop><label>Uitwerking van Het Gesprek</label></kop><al>Conform de gedachte van De Kanteling wordt een onderscheid gemaakt
                                tussen een aanmelding en een aanvraag (zie artikel 3 van de
                                Verordening). Voor de aanmelding wordt een gesprek gevoerd:</al><al>Van Het Gesprek wordt een verslag gemaakt.</al><al>Indien het gesprek leidt tot een aanvraag voor een voorziening,
                                vormt het gesprek de basis voor de aanvraag.</al><al>De scheiding tussen aanmelding en aanvraag kennen we al. Een
                                aanmelding wordt gedaan door een cliënt dan wel diens
                                vertegenwoordiger indien zich een probleem voordoet. Een aanmelding
                                vindt niet plaats indien er sprake is van herindicatie, reparatie of
                                opnieuw toekennen van een voorziening (bijv een jaarlijks toe te
                                kennen PGB voor HH). </al><al>Voor de aanmelding bestaat een aanmeldformulier. Het
                                aanmeldformulier is de basis voor Het Gesprek. Je kunt ook zeggen
                                dat de aanmelding een aanmelding voor een gesprek is. De aanmelding
                                kan schriftelijk, telefonisch, mondeling of digitaal plaatsvinden.
                                Digitaal is nog nieuw en moeten we praktisch nog mogelijk
                                maken.</al><al>Op basis van het aanmeldformulier wordt contact opgenomen met de
                                cliënt. Het gesprek wordt zoveel mogelijk bij de cliënt thuis
                                gevoerd (tenzij de cliënt wil dat dit elders gebeurt). Het ICFDH
                                geldt hierbij als begrippenkader. </al><al>Voor dit gesprek is een format ontwikkeld dat ingevuld moet worden.
                                Het genoemde kader wordt daarin verwerkt.</al><al>Belangrijk bij Het Gesprek is dat er ook gesproken wordt – indien
                                aanwezig – met de mantelzorgers, partner, kinderen etc of
                                zorgverleners om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de
                                situatie. </al><al>Van Het Gesprek wordt een verslag gemaakt. Dit verslag wordt
                                geschreven door de behandelend consulent. In het verslag komt aan
                                bod</al><al>naw-gegevens</al><al>een omschrijving van beperking, stoornis, ziekte en of probleem</al><al>de mogelijkheden die de belanghebbende zelf nog heeft ondanks dit
                                probleem (wat kan hij of zij nog zelf)</al><al>de problemen die de belanghebbende ondervindt op basis van dit
                                probleem</al><al>de resultaten die de belanghebbende wil bereiken (schoon en leefbaar
                                huis, etc.)</al><al>mogelijkheden die de belanghebbende heeft om oplossingen te
                                realiseren door </al><al>inzet algemene voorzieningen</al><al>inzet algemeen gebruikelijke voorzieningen</al><al>inzet gebruikelijke zorg</al><al>inzet mantelzorg</al><al>inzet andere voorliggende voorzieningen</al><al>een advies om wel of niet een aanvraag in te dienen voor een
                                individuele of collectieve voorziening (ja / nee; waarvoor)</al><al>Het verslag wordt uitgewerkt en binnen 5 werkdagen naar de cliënt
                                gestuurd. Het verslag wordt niet ondertekend door de cliënt (en
                                geretourneerd).</al><al>Als de cliënt geen verslag wens te ontvangen, wordt dit aangetekend
                                in het verslag. Het verslag wordt dan niet toegestuurd. Wel wordt
                                dit bewaard in het gemeentelijk archief.</al><al>Als de cliënt het niet eens is met het verslag, neemt deze zelf
                                contact op met de consulent.</al><al>Als de cliënt reacties op het verslag kenbaar maakt (mondeling,
                                telefonisch of schriftelijk) dan worden deze aan het verslag
                                toegevoegd. Het verslag wordt er niet op gecorrigeerd.</al><al>Het verslag wordt opgenomen in</al><al>het dossier</al><al>GWS4all</al><al>Als Het Gesprek leidt tot een aanvraag kan Het Verslag als basis
                                hiervoor worden gebruikt. </al><al>Wanneer wel een verslag?</al><al>Als de cliënt nog niet bekend is bij ons.</al><al>De situatie is gewijzigd bij een bestaande cliënt.</al><al>Er is behoefte aan compensatie (maw er is een probleem dat opgelost
                                moet worden). (Het vragen om een folder hoeft dus niet in een
                                verslag te worden opgenomen.)</al></artikel><artikel><kop><label>Controle en handhaving</label></kop><al>In de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning worden nadere
                                regels opgenomen over controle en handhaving bij verstrekking in
                                natura, verstrekking als persoonsgebonden budget en verstrekking als
                                financiële tegemoetkoming.</al><al>3.3.1 voor de in natura verstrekking vindt de controle als volgt
                                plaats:</al><al>voor hulp bij het huishouden vindt een steekproef plaats van 5% van
                                de cliënten HH1 en 5% van de cliënten HH2. Middels een formulier
                                wordt de cliënt gevraagd gedurende een zorgperiode van het lopende
                                jaar aan te geven hoeveel uur HH is verleend en welke taken zijn
                                uitgevoerd; op basis van dit formulier wordt beoordeeld of dit
                                conform beschikking wordt uitgevoerd (bij ernstige negatieve
                                afwijking kan de consulent beoordelen dat het aantal uren terug te
                                brengen)</al><al>voor hulpmiddelen vindt jaarlijks controle plaats bij een steekproef
                                van 5 cliënten. Gecontroleerd wordt of het hulpmiddel voor het
                                juiste doel wordt gebruikt en of er adequaat mee is omgegaan. Ook
                                hiertoe kan van een rapportageformulier gebruik worden gemaakt. Bij
                                het niet juist gebruik van hulpmiddelen kan uiteindelijk
                                terugvordering van het hulpmiddel plaatsvinden.</al><al>3.3.2 voor de verstrekking als persoonsgebonden budget vindt de
                                controle als volgt plaats</al><al>alle PGB-houders worden jaarlijks gecontroleerd</al><al>tijdens de controle wordt gekeken of het verstrekte PGB is besteed
                                aan het doel waarvoor het verstrekt is</al><al>voor hulp bij het huishouden dient de PGB-houder een verantwoording
                                in na elk kwartaal; bij verkeerde besteding of niet volledige
                                aanwending van het bedrag vindt terugvordering plaats</al><al>voor besteding van een PGB aan een hulpmiddel vindt verantwoording
                                door de budgethouder plaats direct na levering</al><al>indien aanvrager verhuist of overlijdt, vindt een evenredige
                                terugvordering van het PGB-bedrag plaats</al><al>3.3.3 voor de financiële tegemoetkoming vindt de controle als volgt
                                plaats</al><al>alle bestedingen van de financiële tegemoetkomingen worden
                                gecontroleerd, met uitzondering van de autokostenvergoeding
                                (praktisch gezien is niet bij te houden voor een particulier welk
                                deel van de kilometers Wmo is en welk deel niet, op grond van het
                                Besluit wordt uitgegaan van 1.500 te compenseren kilometers)</al><al>taxikostenvergoeding en rolstoeltaxikostenvergoeding vindt plaats op
                                basis van declaratie van gemaakte kosten tot genoemd maximum in het
                                Besluit</al><al>bouwkundige voorziening: aanpassing of uitbouw vindt conform
                                programma van eisen plaats en ruimte wordt ook adequaat
                                gebruikt</al><al>verhuiskostenvergoeding: tot maximaal € 5.000,-- wordt verstrekt,
                                declaratie door cliënt op basis waarvan afrekening plaatsvindt</al><al>Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester
                                en wethouders van de gemeente Zwartewaterland, op ….. en treedt in
                                werking op….</al><al>de secretaris de voorzitter</al><al>Mr. D. Leentjes Ing. E.J. Bilder</al><al>In dit protocol wordt aangegeven of een aanvrager recht heeft op
                                hulp bij het huishouden en zo ja om hoeveel uur het gaat.</al><al>Heeft de aanvrager een <vet>verblijfstatus</vet> en <vet>woont</vet>
                                hij feitelijk in de gemeente Zwartewaterland, of gaat hij er
                                feitelijk wonen ?</al><al>Zo nee, geen indicatie.</al><al>Voor info over verblijfstatus zie art. 8 WMO en besluit
                                gelijkstelling vreemdelingen</al><al>Is een <vet>grondslag</vet> aanwezig die leidt tot disfunctioneren
                                van het huishouden? </al><al>Zonder grondslag: somatisch, lichamelijk, zintuiglijk,
                                verstandelijk, psychiatrisch en/of psychosociaal volgt er geen
                                indicatie.</al><al>Als er geen diagnose bekend is m.b.t. de beperkingen of als er
                                sprake is van een MOA (moeilijk objectiveerbare aandoening) kan er
                                extern medisch advies aangevraagd worden. </al><al>Is het <vet>behandelen</vet> of gedeeltelijk behandelen van de
                                ziekte of aandoening mogelijk? </al><al>Is training of revalidatie mogelijk?</al><al>Bepalend voor duur van inzetten hulp. Bij anti revaliderende werking
                                geen hulp inzetten.</al><al><onderstreept>A. Zijn er (blijvende)
                                        </onderstreept><vet><onderstreept>beperkingen
                                    </onderstreept></vet><onderstreept>op het gebied van:
                                </onderstreept></al><al>Sociale redzaamheid: </al><al>problemen oplossen;</al><al>eenvoudige taken uitvoeren;</al><al>complexere taken uitvoeren;</al><al>dagelijkse routine regelen;</al><al>lezen, schrijven rekenen;</al><al>administratieve werkzaamheden;</al><al>zich redden in openbaar vervoer,</al><al> winkels; </al><al>communicatie.</al><al>--------------------------------------------</al><al><onderstreept>B. Bewegen, verplaatsen en mobiliteit:
                                </onderstreept></al><al>opstaan en (gaan) zitten;</al><al>tillen, dragen;</al><al>beweging en kracht in benen en</al><al> voeten; </al><al>fijne handbewegingen;</al><al>lopen binnenshuis en buitenshuis;</al><al>traplopen.</al><al>--------------------------------------------</al><al><onderstreept>C. Beperking in huishouden: </onderstreept></al><al>dagelijkse organisatie van het</al><al> huishouden; </al><al>anderen in zelfverzorging helpen;</al><al>anderen helpen bij bereiden</al><al> maaltijden; </al><al>boodschappen doen;</al><al>maaltijden bereiden;</al><al>schoonmaken;</al><al>kleding reinigen;</al><al>licht poetswerk in huis;</al><al>Zo nee, geen indicatie</al><al>------------------------------------------------------------</al><al>------------------------------------------------------------</al><al>ad 5: indien iemand geholpen moet worden bij het eten valt de
                                maaltijdbereiding onder de indicatiestelling Persoonlijke
                                Verzorging. </al><al>Een voorliggende voorziening is de kant-en-klaar maaltijden. </al><al>In afspraken met aanbieders is gesteld dat klaarmaken/ aanreiken van
                                maaltijden onder HH1 valt (als het een gezin is, dan HH2). Dit kan
                                los van andere huishoudelijke taken geïndiceerd worden.</al><al>Welk type <vet>woning </vet>bewoont de hulpvrager?</al><al><vet>Kleine woning</vet>:</al><al>Een seniorenwoning of een hiermee vergelijkbare woning/vergelijkbaar
                                appartement is een kleine woning. Voor de beeldvorming: in het
                                algemeen zal het gaan om een woning bestaande uit woonkamer met
                                (open) keuken, badkamer met (apart) toilet, één slaapkamer plus een
                                kleine berging; soms is er een trap met een van de twee slaapkamers
                                boven onder de schuine kap. Bij wekelijks gebruik 15 minuten HH
                                erbij.</al><al><vet><cursief>Van kleine naar grote woning:</cursief></vet></al><al>Als de genoemde omschrijving bij een kleine woning niet toepasselijk
                                is, dan is het uitgangspunt: 'het is een grote woning'.</al><al>Echter hierbij zijn diverse type woningen te onderscheiden. </al><al>In het algemeen gaat het om reguliere eengezinswoningen of hiermee
                                vergelijkbare woningen (rijtjeswoningen/twee- onder-
                                éénkappers/kleinere vrijstaande woningen of bungalows/grotere
                                appartementen)</al><al>Voor de beeldvorming: het gaat in het algemeen om woningen met 3
                                slaapkamers, veelal met een vaste trap naar zolder, op de badkamer
                                veelal een tweede toilet.</al><al>Wordt een dergelijke woning bewoond door een alleenstaande of
                                echtpaar, dan is in het algemeen één slaapkamer in gebruik. De
                                andere kamers zijn in het algemeen in gebruik als
                                kledingruimte/hobbyruimte/strijkkamer/logeerkamer. Dus meestal niet
                                direct noodzakelijk voor de dagelijkse, primaire handelingen.</al><al>Een en ander kan in geval van een alleenstaande of echtpaar dan als
                                        <vet><onderstreept>kleine woning </onderstreept></vet>worden
                                aangemerkt, waarbij standaard 15 minuten per week kan worden
                                aangehouden voor het (incidenteel) schoonhouden van die kamers naast
                                die ene slaapkamer.</al><al>Wordt de reguliere eengezinswoning bewoond door een gezin met
                                kind(eren) (of hiermee vergelijkbaar) is er altijd sprake van een
                                        <vet><onderstreept>grote woning.</onderstreept></vet></al><al>Blijft over grotere woningen/bungalows e.d.</al><al>Echter hierbij ook het gebruik van de ruimten bepalend: gaat het om
                                ruimten die noodzakelijk zijn voor de dagelijkse, primaire
                                handelingen?.</al><al>De oppervlakte van een woning hoeft niet altijd doorslaggevend te
                                zijn. Gelet op de grootte van de ruimten hoeft er niet altijd meer
                                werk in te zitten. </al><al>Zijn er <vet>algemene voorliggende</vet><vet>voorzieningen</vet>
                                waar een beroep op kan worden gedaan?</al><al>Zo ja, dan volgt er geen indicatie voor het betreffende onderdeel. </al><al>Voorliggende voorzieningen zijn: </al><al>Was- en strijkservice</al><al>Hulpdienst Genemuiden en Zwartsluis</al><al>Boodschappendienst SWOZ</al><al>Maaltijdservice (broodkar De Meente, winkel Hazelaar, tafeltje
                                dekje, open maaltijd)</al><al>Kinderopvang (dagopvang en gastouderopvang)</al><al><vet>Gezinssamenstelling/leefeenheid </vet></al><al>De leefeenheid bestaat uit alle personen die met elkaar een
                                gezamenlijk huishouden voeren.</al><al>Kinderen tussen 5 en 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden
                                betrokken bij licht huishoudelijke werkzaamheden, zoals tafel
                                afruimen, speelgoed opruimen.</al><al>Kinderen vanaf 13 jaar kunnen naast bovenstaande hun eigen kamer
                                bijhouden.</al><al>Kinderen tussen 18 en 23 jaar kunnen een eenpersoonshuishouden
                                voeren, te normeren naar 2 uur uitstelbare, zware taken en 3 uur
                                lichte niet uitstelbare taken. Dit is inbegrepen koken en dagelijkse
                                organisatie van het huishouden, maar exclusief wasverzorging.
                                Hiernaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en
                                begeleiden. Vanaf 23 jaar wordt men verondersteld een volledig
                                huishouden te kunnen draaien.</al><al>Is iemand op hoge(re) leeftijd nog vitaal en actief en zijn er geen
                                stoornissen of beperkingen, dan wordt iemand in staat geacht de
                                huishoudelijke taken (gedeeltelijk) nog aan te kunnen leren. Conform
                                oude protocol CIZ wordt ervan uitgegaan dat vanaf 75 jaar taken niet
                                meer aanleerbaar zijn.</al><al><vet>Gebruikelijke Zorg </vet></al><al>Is er sprake zijn van gebruikelijke zorg door kinderen, volwassen
                                huisgenoten. </al><al>Is er sprake van <vet>overbelasting</vet> en dreigende uitval
                                huisgenoten?</al><al>Gebruikelijke zorg wil zeggen dat als de hulpvrager huisgenoten
                                heeft die het huishoudelijk werk kunnen overnemen, zij verondersteld
                                worden dit door een herverdeling van taken te doen, zodat er geen
                                ruimte meer bestaat hulp bij het huishouden te indiceren.</al><al>Werk en studie zijn in principe geen reden om van gebruikelijke zorg
                                af te zien. </al><al>De gebruikelijke zorg betreft alle huisgenoten boven de 18 jaar. </al><al>Bij de combinatie overbelasting en gebruikelijke zorg is medische
                                onderbouwing noodzakelijk. Als er sprake is van overbelasting kan
                                huishoudelijke hulp worden geïndiceerd. Te allen tijde moet de
                                persoon die overbelast is of wordt gesproken worden.</al><al>Is er sprake van beschikbaarheid, <vet>bereidheid</vet> en
                                vrijwilligheid van de <vet>mantelzorg</vet> buiten cliëntsysteem? </al><al>Is er sprake van <vet>overbelasting</vet> en dreigende uitval
                                mantelzorgers (buiten cliëntsysteem)?</al><al>Indien aanwezig dan geen indicatie voor hulp bij huishouden. Veelal
                                al besproken in Het Gesprek.</al><al>Indien mantelzorgers (buiten cliëntsysteem) aangeven dat er sprake
                                is van overbelasting kan er een indicatie worden afgegeven.</al><al><vet>Doel inzet van zorg. </vet></al><al>noodzaak aan training, instructie.</al><al>noodzaak aan toezicht en/of sturing.</al><al>noodzaak tot het overnemen v. taken.</al><al>Aangeven in de indicatie wat het doel er is, dit is ook bepalend
                                voor de duur van de zorg (training en instructie is tijdelijk).</al><al>Dit ook duidelijk communiceren naar aanbieder.</al><al>Onderscheid te verrichten activiteiten<vet> HH1 en HH2.</vet></al><al><vet>Factoren die kunnen leiden tot inzet van HH2 </vet></al><al><vet>- </vet>situatie moet individueel bepaald worden</al><al>Het organiseren van het huishouden en het aansturen van een
                                thuiszorg medewerker valt, indien mogelijk, onder de gebruikelijke
                                zorg. In dat geval kan HH1 ingezet worden.</al><al>Afhankelijk van de te verrichten activiteiten.</al><al>HH1: hulp bij huishoudelijke werkzaamheden zoals schoonmaken, licht
                                en zwaar huishoudelijk werk, wasgoed, maaltijdbereiding,
                                huishoudelijke spullen in orde houden en evt. incidenteel
                                boodschappen doen.</al><al>HH2 zoals hierboven beschreven en uitgebreid met verzorging van
                                huisgenoten en dagelijkse organisatie van het huishouden.</al><al>Ook het aanleren van huishoudelijke taken rekenen wij tot HH2.
                                Indien dit geïndiceerd wordt, moe dit expliciet vermeld worden op de
                                inkoopopdracht.</al><al>Bij veelvuldig gebruik van dagopvang kan HH1 volstaan, mits
                                beoordeeld wordt dat regietaken in het huishouden noodzakelijk zijn.
                                Dan kan HH2 worden geïndiceerd. Maatwerk blijft van belang.</al><al><onderstreept>- cognitieve problemen</onderstreept>;</al><al>bijvoorbeeld dementie, ernstig vergeetachtig. Hierbij gaat het om
                                mensen die mensen niet meer herkennen, vergeten welke dag het is,
                                vergeten deuren en ramen dicht te doen, vergeten het gas uit te
                                draaien en vergeten zichzelf en het huis te verzorgen (o.a.
                                vervuilde kleding en woning). Over het algemeen zijn dit mensen die
                                ook al ondersteuning krijgen bij bijvoorbeeld het doen van de
                                administratie. Dus niet mensen die een agenda nodig hebben omdat ze
                                af en toe een afspraak vergeten.</al><al><onderstreept>- ernstige visuele problemen;</onderstreept></al><al>hierdoor niet kunnen zien wat er moet gebeuren en daardoor dit ook
                                niet aan kunnen sturen. Dit zijn mensen die geen details meer kunnen
                                zien en lezen of volledig blind zijn. Vaak zijn dit mensen die
                                ondersteund worden vanuit een instituut voor blinden en
                                slechtzienden als Bartimeús. Dus niet mensen met beginnende staar of
                                die brildragend zijn omdat ze ver- of bijziend zijn.</al><al><onderstreept>- gedragsproblemen;</onderstreept></al><al>hierdoor kan een specifieke aanpak nodig zijn om de veiligheid van
                                de thuiszorgmedewerker te waarborgen. Dit zijn mensen die agressief
                                kunnen reageren of mogelijk psychotische of angstig worden van
                                bepaalde zaken. Ook kunnen dit bijvoorbeeld mensen met
                                verslavingsproblematiek zijn die onvoorspelbaar kunnen reageren. Dus
                                niet mensen die boos worden en het lastig vinden dat er een andere
                                hulp komt. </al><al><onderstreept>- zorg voor kinderen;</onderstreept></al><al><onderstreept>- het aanleren van taken</onderstreept>;</al><al>het geven van instructie omdat iemand nooit geleerd heeft deze taken
                                uit te voeren of nooit heeft gedaan. Hierbij is het wel van belang
                                dat iemand leerbaar moet zijn</al><al><onderstreept>ernstige psychosociale
                                problematiek</onderstreept>;</al><al>situaties waarin door een combinatie van verschillende factoren (bv
                                schulden, overlijden, verlies werk)bij iemand de structuur in zijn
                                eigen leven en deelname aan het normale leven is verminderd. Dit
                                zijn mensen die ondersteuning nodig hebben om weer structuur te
                                krijgen en taken te overzien. Vaak zijn dit situaties waarin al
                                ondersteuning aanwezig is van maatschappelijk werk of MEE. In deze
                                situatie kan een doorverwijzing naar maatschappelijk werk of MEE
                                nodig zijn voordat er een indicatie komt voor hulp bij het
                                huishouden. Dus niet situaties waarin er sprake is van lichte
                                problemen, enkelvoudige problemen zoals het beëindigen van een
                                relatie of overlijden van een partner.</al><al><vet>Duur</vet> inzet zorg</al><al>Bij situaties waarin geen wijzigingen zijn te verwachten
                                    <onderstreept>kan</onderstreept> de zorg onbeperkt worden
                                ingezet. Dit ter beoordeling aan de consulent. Dit geldt alleen voor
                                HH1. Doelgroepen waaraan gedacht kan worden zijn 80plussers, mensen
                                met een verstandelijke beperking of mensen met chronische psychische
                                problemen. Eea wordt verstrekt onder voorbehoud van wijzigingen in
                                wet en regelgeving, komst van nieuwe voorliggende voorzieningen of
                                wijzigingen in de eigen leefsituatie.</al><al>Keuzemogelijkheid <vet>P.G.B. of Z.I.N.</vet></al><al>Bij ZIN, keuze zorgaanbieder</al><al>PGB: ondersteuning mogelijk via SVB of Alfatrots. Kosten Alfatrots
                                worden meegeteld met het te verantwoorden bedrag voor inkoop HH
                                (professionele administratieve ondersteuning). SVB betaalt gemeente
                                zelf, deze kosten kun je niet meetellen. Ook niet kosten voor inhuur
                                ‘buurman’ voor administratie.</al><al>Overeenkomst laten overleggen.</al><al>Verantwoording laten indienen, per kwartaal. Geldt voor iedereen.
                                Tarieven</al><al>PGB HH1, € 16,--</al><al>PGB HH2, € 18,--</al><al>Klanten die al HH1 via Wmo hebben gehad;</al><al>bespreken of zij over willen stappen naar PGB of alfahulp</al><al>Heeft de klant geen voorkeur dan kiezen voor de voordeligste
                                aanbieder</al><al>(komt bijlage van)</al><al><vet>HH2</vet></al><al>Heeft klant al hulp van een aanbieder vanwege Arbozorg? Dan kiezen
                                voor deze aanbieder. </al><al>Heeft de klant geen voorkeur dan kiezen voor de voordeligste
                                aanbieder, volgens deze volgorde:</al><al>(komt bijlage van)</al><al>Klant informeren over de eigen bijdrage en informatiefolders
                                verstrekken.</al><al>Schema urenbepaling</al><al><vet>Soort activiteit</vet></al><al><vet>Eenpersoons</vet></al><al><vet>huishouden</vet></al><al><vet>Meerpersoons</vet></al><al><vet>Huishouden</vet></al><al><vet>Kinderen </vet></al><al><vet>Factoren meer tijd</vet></al><al>Kleine woning</al><al>Grote woning</al><al>Kleine woning</al><al>Grote woning</al><al><vet>Licht werk:</vet></al><al>Volledige overname</al><al>60 min</al><al>60 min</al><al>90 min</al><al>90 min</al><al>&lt;12 jr</al><al>+ 30 min</al><al>per week</al><al><onderstreept>Allergie / COPD / Arm-handfuncties niet
                                    inzetbaar:</onderstreept></al><al>+ 30 min per week</al><al><onderstreept>Gedeeltelijke overname:</onderstreept></al><al>Alleen hoog en laag werk (op werkniveau kan de cliënt dit nog
                                zelf)</al><al>45 min</al><al>45 min</al><al>60 min</al><al>60 min</al><al>&lt;12 jr</al><al>+20 min</al><al>per week</al><al><onderstreept>Allergie</onderstreept>: +20 min per week</al><al>Per kamer extra 15 minuten.</al><al><vet>Zwaar werk:</vet></al><al>Volledige overname</al><al>90 min</al><al>huidig: HH alleenstaande eengezins</al><al>woning</al><al>180 min</al><al>90 min</al><al>120 min</al><al>nu altijd 180</al><al>180 min</al><al>&lt; 6 jr</al><al>+ 30 min</al><al>per week </al><al><onderstreept>Allergie</onderstreept>: +30 min per week</al><al><onderstreept>Hoge vervuilingsgraad</onderstreept>: +30 min p.w.
                                (max. 6 wkn)</al><al><onderstreept>Astma</onderstreept>: +20 min per keer (max.7x.
                                p.w.)</al><al><onderstreept>Gedeeltelijke overname:</onderstreept></al><al>Toilet, keuken, sanitair. </al><al>45 min</al><al>90 min</al><al>60 min </al><al>90 min</al><al>&lt; 6 jr</al><al>+15 min per week</al><al><onderstreept>Allergie</onderstreept>:</al><al>+20 min per week</al><al><onderstreept>Hoge vervuilingsgraad</onderstreept>: +20 min p.w.
                                (max. 6 wkn)</al><al><onderstreept>Astma</onderstreept>: +20 min per keer (max.7x.
                                p.w.)</al><al>Extra werk t.b.v. extra kamer*</al><al>+ 15 min</al><al>-</al><al>+15 min</al><al>-</al><al>Max 1 x p.w.</al><al>CIZ-protocol wordt gehanteerd voor normtijden voor specifieke
                                taken.</al><al><vet>Soort activiteit</vet></al><al><vet>Eenpersoons</vet></al><al><vet>huishouden</vet></al><al><vet>Meerpersoons</vet></al><al><vet>Huishouden</vet></al><al><vet>(2 of meer pers.)</vet></al><al><vet>Kinderen </vet></al><al><vet>Factoren meer tijd</vet></al><al>Kleine woning</al><al>Grote woning</al><al>Kleine woning</al><al>Grote woning</al><al><vet>Wasverzorging:</vet></al><al>Volledige overname</al><al>60 min</al><al>60 min</al><al>90 min</al><al>90 min</al><al>&lt; 12 jr</al><al>+30 min per week</al><al><onderstreept>Incontinentie/ speekselverlies/</onderstreept></al><al><onderstreept>transpiratie:</onderstreept></al><al>+30 min p.w.</al><al><onderstreept>Gedeeltelijke overname:</onderstreept></al><al>Ophangen, strijken en opruimen</al><al>45 min</al><al>45 min</al><al>60 min</al><al>60 min</al><al>&lt; 12 jr</al><al>+20 min per week</al><al><onderstreept>Incontinentie/ speekselverlies/</onderstreept></al><al><onderstreept>transpiratie</onderstreept>:</al><al>+20 min p.w.</al><al>Alleen strijken</al><al>25 min</al><al>25 min</al><al>40 min</al><al>40 min</al><al>&lt; 12 jr</al><al>+10 min per week</al><al>-</al><al><vet>Boodschappen **:</vet></al><al>Volledige overname</al><al>60 min</al><al>60 min</al><al>60 min</al><al>60 min</al><al>&gt; 4 kinderen, +30 min per week</al><al>-</al><al><onderstreept>Gedeeltelijke overname:</onderstreept></al><al>Opruimen na bezorging door boodschappenservice</al><al>15 min</al><al>15 min</al><al>15 min</al><al>15 min</al><al>&gt; 4 kinderen, +5 min per week</al><al>-</al><al><vet>Broodmaaltijden:</vet></al><al>Volledige overname***</al><al>15 min per keer </al><al>15 min per keer</al><al>15 min per keer</al><al>15 min per keer</al><al>&lt;12 jr, +20 min per keer</al><al>-</al><al>Gedeeltelijk overname (afwassen en opruimen):</al><al>Dit is verwerkt in overige taken als lichte werkzaamheden.</al><al><vet>Soort activiteit</vet></al><al><vet>Eenpersoons</vet></al><al><vet>huishouden</vet></al><al><vet>Meerpersoons</vet></al><al><vet>Huishouden</vet></al><al><vet>(2 of meer pers.)</vet></al><al><vet>Kinderen </vet></al><al><vet>Factoren meer tijd</vet></al><al>Kleine woning</al><al>Grote woning</al><al>Kleine woning</al><al>Grote woning</al><al><vet>Warme maaltijden **:</vet></al><al>Volledige overname****</al><al>30 min per keer</al><al>30 min per keer</al><al>30 min per keer</al><al>30 min per keer</al><al>&lt; 12 jr, +20 min per keer</al><al>-</al><al>Opwarmen</al><al>10 min per keer</al><al>10 min per keer</al><al>10 min per keer</al><al>10 min per keer</al><al>-</al><al>-</al><al>Gedeeltelijk overname (afwassen en opruimen):</al><al>Dit is verwerkt in overige taken als lichte werkzaamheden.</al><al><vet>Organisatie:</vet></al><al>Ondersteuning</al><al>30 min</al><al>30 min</al><al>30 min</al><al>30 min</al><al>&lt;16 jaar +20 min per week</al><al><onderstreept>Communicatieproblemen</onderstreept>: +15 min per
                                week</al><al>Aanleren/instructie</al><al>30 min per keer</al><al>30 min per keer</al><al>30 min per keer</al><al>30 min per keer</al><al>-</al><al>Maximaal 3 keer per week. Maximale duur 6 weken.</al><al><vet>Zorg voor kinderen:</vet></al><al>Crisissituaties </al><al>Max. 40 uur</al><al>Max. 40 uur</al><al>Max. 40 uur</al><al>Max. 40 uur</al><al>-</al><al>Maximale duur is 8 weken.</al><al><onderstreept>Losse zorgtaken:</onderstreept></al><al>Baby verluieren</al><al>-</al><al>-</al><al>-</al><al>-</al><al>10 min per keer per kind</al><al>-</al><al>Peuter/kleuter wassen en aankleden</al><al>-</al><al>-</al><al>-</al><al>-</al><al>30 min per keer per kind</al><al>-</al><al>Kind uit bed halen/naar bed brengen</al><al><vet>-</vet></al><al><vet>-</vet></al><al><vet>-</vet></al><al><vet>-</vet></al><al>10 min per keer per kind</al><al><vet>-</vet></al><al>Naar school/crèche brengen</al><al><vet>-</vet></al><al><vet>-</vet></al><al><vet>-</vet></al><al><vet>-</vet></al><al>15 min per keer per gezin</al><al>*indien uit wordt gegaan van werkelijk gebruikte slaapkamers en
                                hiermee een eengezinswoning als kleine woning wordt beoordeeld, kan
                                er extra tijd toegekend worden als er een kamer is die wekelijks
                                gebruikt wordt (vb. strijkkamer, hobbykamer) en die ook eens per
                                week gestofzuigd moet worden. Voor alleen het schoonhouden van deze
                                ruimte wordt de extra tijd toegekend.</al><al>Het betreft de situatie dat een “grote” woning, bewoond door
                                echtpaar/alleenstaande wordt gezien als een kleine woning. In dat
                                geval kan dus 15 minuten extra worden gerekend. </al><al>Indien een echtpaar/alleenstaande in een seniorenwoning/appartement
                                woont: dan is het per definitie een kleine woning, maar dan wordt
                                geen extra tijd voor een kamer geïndiceerd. Tekst moet dus wel
                                gedeeltelijk worden aangepast. De tekst achter het sterretje geldt
                                dus alleen voor de eerste situatie (en dat staat er dus ook).</al><al>**voor boodschappen en het bereiden van de warme maaltijden zijn
                                voorliggende voorzieningen aanwezig, te weten een
                                boodschappenservice en een maaltijdservice. Maaltijdservices kunnen
                                met de meest voorkomende dieeteisen (glutenvrij, zoutarm, diabetes
                                etc.) rekening houden. </al><al>Alleen in gemotiveerde situaties (bijvoorbeeld in aanwezig van jonge
                                kinderen) kan hiervoor tijd toegekend worden.</al><al>***voor het bereiden van de broodmaaltijden geldt een maximum van 7
                                keer per week. Er kan ’s morgens brood voor tussen de middag
                                klaargezet worden in een trommeltje of in de koelkast.</al><al>****voor het bereiden van de warme maaltijden geldt een maximum van
                                3 keer per week. Er kan voor 2 dagen gekookt worden of tussendoor
                                gebruik gemaakt worden</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 1 Mentale functies.</cursief></vet></al><al><cursief>Algemene mentale functies.</cursief></al><al>Bewustzijn</al><al>Oriëntatie</al><al>Intellectuele functies</al><al>Globale psychosociale functies</al><al>Temperament en persoonlijkheid</al><al>Energie en driften</al><al>Slaap</al><al>Algemene mentale functies, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Specifieke mentale functies.</cursief></al><al>Aandacht</al><al>Geheugen</al><al>Psychomotorische functies</al><al>Stemming</al><al>Perceptie</al><al>Denken</al><al>Hogere cognitieve functies</al><al>Mentale functies gerelateerd aan taal</al><al>Mentale functies gerelateerd aan rekenen</al><al>Bepalen sequentie bij complexe bewegingen</al><al>Ervaren van zelf en tijd</al><al>Specifieke mentale functies, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Mentale functies, anders gespecificeerd</al><al>Mentale functies, niet gespecificeerd</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 2 Sensorische functies en
                                    pijn</cursief></vet></al><al><cursief>Visuele en verwante functies.</cursief></al><al>Visuele functies</al><al>Functies van aan oog verwante structuren</al><al>Gewaarwordingen van oog en verwante structuren</al><al>Visuele en verwante functies, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Hoorfuncties en vestibulaire functies</cursief></al><al>Hoorfuncties</al><al>Vestibulaire functies</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met hoorfuncties en vestibulaire
                                functies</al><al>Hoorfuncties vestibulaire functies, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd </al><al><cursief>Andere sensorische functies</cursief></al><al>Smaak</al><al>Reuk</al><al>Propriocepsis</al><al>Tast</al><al>Sensorische functies verwant aan temperatuur en andere stimuli</al><al>Andere sensorische functies, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Pijn</cursief></al><al>Pijngewaarwording</al><al>Pijngewaarwording, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Sensorische functies en pijn, anders gespecificeerd</al><al>Sensorische functies en pijn, niet gespecificeerd.</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 3 Stem en spraak</cursief></vet></al><al><cursief>Stem</cursief></al><al>Articulatie</al><al>Vloeiendheid en ritme van spreken</al><al>Alternatieve vormen van stemgebruik</al><al>Stem en spraak, anders gespecificeerd</al><al>Stem en spraak, niet gespecificeerd</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 4 Functies van hart en bloedvatenstelsel.
                                        Hematologisch systeem, afweersysteem en
                                        ademhalingsstelsel</cursief></vet></al><al><cursief>Functies van hart en bloedvatenstelsel</cursief></al><al>Hartfuncties</al><al>Functies van bloedvaten</al><al>Bloeddruk</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, anders gespecificeerd en
                                niet gespecificeerd</al><al><cursief>Functies van hematologisch systeem en
                                    afweersysteem</cursief></al><al>Functies van hematologisch systeem</al><al>Functies van afweersysteem</al><al>Functies van hematologisch systeem en afweersysteem, anders
                                gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Functies van ademhalingsstelsel</cursief></al><al>Ademhaling</al><al>Functies van ademhalingsspieren</al><al>Functies van ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Andere functies en gewaarwordingen van hart en
                                    bloedvatenstelsel en ademhalingsstelsel</cursief></al><al>Andere ademhalingsfuncties</al><al>Inspanningstolerantie</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met cardiovasculaire en respiratoire
                                functies</al><al>Andere functies en gewaarwordingen van hart en bloedvatenstelsel en
                                ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem,
                                afweersysteem en ademhalingsstelsel, anders gespecificeerd</al><al>Functies van hart en bloedvatenstelsel, hematologisch systeem,
                                afweersysteem en ademhalingsstelsel, niet gespecificeerd</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 5 Functies van spijsverteringsstelsel,
                                        metabool stelsel en hormoonstelsel</cursief></vet></al><al><cursief>Opname van voedsel</cursief></al><al>Vertering</al><al>Assimilatie</al><al>Defecatie</al><al>Handhaving lichaamsgewicht</al><al>Gewaarwordingen verband houdend met spijsverteringsstelsel</al><al>Functies van spijsverteringsstelsel, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 6 Functies van urogenitaal stelsel en
                                        reproductieve functies</cursief></vet></al><al><cursief>Functies gerelateerd aan urine</cursief></al><al>Productie en opslag van urine</al><al>Functies gerelateerd aan urinelozing</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met urinelozing</al><al>Functies gerelateerd aan urine, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Genitale en reproductieve functies</cursief></al><al>Seksuele functies</al><al>Functies gerelateerd aan menstruatie</al><al>Functies gerelateerd aan voortplanting</al><al>Gewaarwordingen gepaard gaande met genitale en reproductieve
                                functies</al><al>Genitale en reproductieve functies, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, anders
                                gespecificeerd</al><al>Functies van urogenitaal stelsel en reproductieve functies, niet
                                gespecificeerd</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 7 Functies van bewegingssysteem en aan
                                        beweging verwante functies</cursief></vet></al><al><cursief>Functies van gewrichten en botten</cursief></al><al>Mobiliteit van gewrichten</al><al>Stabiliteit van gewrichten</al><al>Mobiliteit van botten</al><al>Functies van gewrichten en botten, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Spierfuncties</cursief></al><al>Spiersterkte</al><al>Spiertonus</al><al>Spieruithoudingsvermogen</al><al>Spierfuncties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Bewegingsfuncties</cursief></al><al>Motorische reflexfuncties</al><al>Onwillekeurige bewegingsreacties</al><al>Controle van willekeurige bewegingen</al><al>Onwillekeurige bewegingen</al><al>Gangpatroon</al><al>Gewaarwordingen verband houdend met spieren en
                                bewegingsfuncties</al><al>Bewegingsfuncties, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies,
                                anders gespecificeerd</al><al>Functies van bewegingssysteem en aan beweging verwante functies,
                                niet gespecificeerd</al><al><vet><cursief>Hoofdstuk 8 Functies van huid en verwante
                                        structuren</cursief></vet></al><al><cursief>Functies van de huid</cursief></al><al>Beschermende functies van huid</al><al>Herstelfuncties van huid</al><al>Andere functies van huid</al><al>Gewaarwording verband houdend met huid</al><al>Functies van huid, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Functies van haren en nagels</cursief></al><al>Functies van haar</al><al>Functies van nagels</al><al>Functies van haren en nagels, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Functies van huid en verwante structuren, anders gespecificeerd</al><al>Functies van huid en verwante structuren, niet gespecificeerd</al><al><vet>ICF: activiteiten en participatie</vet></al><al><cursief>Hoofdstuk 1 Leren en toepassen van kennis</cursief></al><al><cursief>Doelbewust gebruiken van zintuigen</cursief></al><al>Gadeslaan</al><al>Luisteren</al><al>Doelbewust gebruiken van andere zintuigen</al><al>Doelbewust gebruiken van zintuigen, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Basaal leren</cursief></al><al>Nadoen</al><al>Herhalen</al><al>Leren lezen</al><al>Leren schrijven</al><al>Leren rekenen</al><al>Ontwikkelen van vaardigheden</al><al>Basaal leren, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Toepassen van kennis</cursief></al><al>Richten van aandacht</al><al>Denken</al><al>Lezen</al><al>Schrijven</al><al>Rekenen</al><al>Oplossen van problemen</al><al>Besluiten nemen</al><al>Toepassen van kennis, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Leren en toepassen van kennis, anders gespecificeerd</al><al>Leren en toepassen van kennis, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 2 Algemene taken en eisen</cursief></al><al>Ondernemen van enkelvoudige taak</al><al>Ondernemen van meervoudige taken</al><al>Uitvoeren van dagelijkse routinehandelingen</al><al>Omgaan met stress en andere mentale eisen</al><al>Algemene taken en eisen, anders gespecificeerd</al><al>Algemene taken en eisen, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 3 Communicatie</cursief></al><al><cursief>Communiceren - begrijpen</cursief></al><al>Begrijpen van gesproken boodschappen</al><al>Begrijpen van non-verbale boodschappen</al><al>Begrijpen van formele gebarentaal</al><al>Begrijpen van geschreven boodschappen</al><al>Communiceren - begrijpen, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Communiceren – zich uiten</cursief> Spreken</al><al>Zich non-verbaal uiten</al><al>Zich uiten via formele gebarentaal</al><al>Schrijven van boodschappen</al><al>Communiceren - zich uiten, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Conversatie en gebruik van
                                    </cursief><cursief>communicatieapparatuur</cursief><cursief> en
                                    -technieken</cursief></al><al>Converseren</al><al>Bespreken</al><al>Gebruiken van communicatieapparatuur en -technieken</al><al>Communicatie, anders gespecificeerd</al><al>Communicatie, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Huishoudelijke taken</cursief></al><al>Bereiden van maaltijden</al><al>Huishoudelijke taken, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Huishouden doen</al><al><cursief>Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van
                                    andere personen</cursief></al><al>Verzorgen van wat bij huishouden behoort</al><al>Assisteren van andere personen</al><al>Verzorgen van wat bij huishouden behoort en assisteren van andere
                                personen, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Huishouden, anders gespecificeerd</al><al>Huishouden, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 4 Mobiliteit</cursief></al><al><cursief>Veranderen en handhaven van lichaamshouding</cursief></al><al>Veranderen van basale lichaamshouding</al><al>Handhaven van lichaamshouding</al><al>Uitvoeren van transfers</al><al>Veranderen en handhaven van lichaamshouding, anders gespecificeerd
                                en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of
                                    iemand</cursief></al><al>Optillen en meenemen</al><al>Verplaatsen van iets of iemand met onderste extremiteiten</al><al>Nauwkeurig gebruiken van hand</al><al>Gebruiken van hand en arm</al><al>Dragen, verplaatsen en manipuleren van iets of iemand, anders
                                gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Lopen en zich verplaatsen</cursief></al><al>Lopen</al><al>Zich verplaatsen</al><al>Zich verplaatsen tussen verschillende locaties</al><al>Zich verplaatsen met speciale middelen</al><al>Lopen en zich verplaatsen, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Zich verplaatsen per vervoermiddel</cursief></al><al>Gebruiken van vervoermiddel</al><al>Besturen</al><al>Rijden op dieren als vervoermiddel</al><al>Zich verplaatsen per vervoermiddel, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Mobiliteit, anders gespecificeerd</al><al>Mobiliteit, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 5 Zelfverzorging</cursief></al><al>Zich wassen</al><al>Verzorgen van lichaamsdelen</al><al>Zorgdragen voor toiletgang</al><al>Zich kleden</al><al>Eten</al><al>Drinken</al><al>Zorgdragen voor eigen gezondheid</al><al>Zelfverzorging, anders gespecificeerd</al><al>Zelfverzorging, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 6 Huishouden</cursief></al><al><cursief>Verwerven</cursief><cursief>van
                                    benodigdheden</cursief>Verwerven van woonruimte</al><al>Verwerven van goederen en diensten</al><al>Verwerven van benodigdheden, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 7 Tussenmenselijke interacties en
                                    relaties</cursief></al><al><cursief>Algemene tussenmenselijke interacties</cursief></al><al>Basale tussenmenselijke interacties</al><al>Complexe tussenmenselijke interacties</al><al>Omgaan met onbekenden</al><al>Formele relaties</al><al>Informele sociale relaties</al><al>Familierelaties</al><al>Intieme relaties</al><al>Bijzondere tussenmenselijke relaties, anders gespecificeerd en niet
                                gespecificeerd</al><al>Tussenmenselijke interacties en relaties, anders gespecificeerd</al><al>Tussenmenselijke interacties en relaties, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 8 Belangrijke levensgebieden</cursief></al><al><cursief>Informele opleiding</cursief></al><al>Voorschoolse opleiding</al><al>Schoolse opleiding</al><al>Beroepsopleiding</al><al>Hogere opleiding</al><al>Opleiding, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Beroep en werk</cursief></al><al>Werkend leren</al><al>Verwerven, behouden en beëindigen van werk</al><al>Betaald werk</al><al>Onbetaald werk</al><al>Beroep en werk, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al><cursief>Economisch leven</cursief></al><al>Basale financiële transacties</al><al>Complexe financiële transacties</al><al>Economische zelfstandigheid</al><al>Economische leven, anders gespecificeerd en niet gespecificeerd</al><al>Belangrijke levensgebieden, anders gespecificeerd</al><al>Belangrijke levensgebieden, niet gespecificeerd</al><al><cursief>Hoofdstuk 9 Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk
                                    leven</cursief></al><al><cursief>Maatschappelijk leven</cursief></al><al>Recreatie en vrije tijd</al><al>Religie en spiritualiteit</al><al>Mensenrechten</al><al>Politiek en burgerschap</al><al>Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, anders
                                gespecificeerd</al><al>Maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven, niet
                                gespecificeerd.</al><al><onderstreept>Algemeen gebruikelijke
                                voorzieningen</onderstreept></al><al>Deze zijn normaal in winkels te koop en kunnen door de gemiddelde
                                Nederlander aangeschaft worden. Kijk daarbij naar</al><al>verkrijgbaarheid</al><al>speciaal bestemd voor mensen met een beperking</al><al>zijn duurder dan vergelijkbare producten (vb 3wielfiets versus
                                2wielfiets)</al><al>Zijn er financiële problemen om algemeen gebruikelijke voorziening
                                aan te schaffen, dan kan gebruik worden gemaakt van Bijzondere
                                Bijstand. </al><al>Twee situaties uitzondering op algemeen gebruikelijk:</al><al>vervanging van een zaak die nog niet is afgeschreven</al><al>iemand met een inkomen die door kosten voortvloeien uit de handicap
                                en niet elders worden vergoed onder de bijstandsnorm komt</al><al>In de jurisprudentie worden de volgende voorzieningen als algemeen
                                gebruikelijk gezien:</al><al>(mobiele) telefoon</al><al>Centrale verwarming</al><al>Wasdroger</al><al>Keramische kookplaat en inductie kookplaat</al><al>Automatisch transmissie in een auto</al><al>Thermostatische mengkraan</al><al>Een-hendelkraan</al><al>Douchekop op glijstang</al><al>Een auto bij een inkomen hoger dan 1,5 keer het norminkomen</al><al>Bromfies/ fiets met hulpmotor (Sparta-met)</al><al>Verhoogd toilet / toiletbril</al><al>Hier voeren we aan toe:</al><al>douchebeugel</al><al>toiletbeugel</al><al><vet>BIJLAGE 3</vet><vet> WOONVOORZIENINGEN EN
                                    WONINGAANPASSINGEN</vet></al><al><vet><onderstreept>Primaat verhuizing</onderstreept></vet></al><al>In het Wmo-beleid geldt het algemene uitgangspunt van het primaat
                                van verhuizen. Indien de aanpassingskosten naar verwachting
                                    <vet>tweemaal</vet> het bedrag van een verhuiskostenvergoeding
                                    <vet>(exclusief voorzieningen in bruikleen)</vet> overschrijden,
                                dan dient bekeken te worden of er voor betrokkene(n) een geschikte,
                                reeds aangepaste woning beschikbaar is of komt. Verhuizen naar een
                                geschikte woning die beschikbaar is, of binnen de gestelde termijnen
                                beschikbaar komt, gaat voor. De aangevraagde woningaanpassing wordt
                                dan afgewezen. Hier wordt controle op uitgevoerd door de
                                Wmo-consulent: is voldoende gekeken naar het huidige beschikbare
                                lokale aanbod? Wat zijn redenen dat het aanbod niet aansluit bij de
                                vraag? Probleem kan zijn dat vaak niet (binnen een redelijke tijd)
                                een geschikte woning kan worden gevonden. Onder een redelijke
                                termijn verstaan we in dit geval een half jaar, mogelijk te
                                verlengen met nog een half jaar. </al><al>Bij de uiteindelijke keuze om een woningaanpassing eventueel wel of
                                niet uit te voeren dient daarom een afweging te worden gemaakt
                                tussen de kosten van het aanpassen van de huidige woning en de
                                kosten van het verhuizen. Ook hier geldt namelijk het algemeen
                                uitgangspunt van het principe van de goedkoopst adequate oplossing. </al><al>Er zijn echter wel grenzen aan het hanteren van het primaat van de
                                verhuizing, met name op het gebied van de woonlasten, het
                                tijdsbestek waarbinnen een oplossing kan/moet worden gevonden en de
                                verhouding tussen de besparing van de gemeente bij toepassing van
                                het primaat en de negatieve gevolgen voor de aanvrager. In alle
                                gevallen zal een goed gemotiveerd besluit moeten worden genomen,
                                waarin alle relevante factoren, in onderling verband, worden
                                afgewogen. Daarbij gaat het dus om factoren die spelen aan de kant
                                van de gemeente en aan de kant van de belanghebbende. Als op
                                verantwoorde wijze</al><al>inhoud gegeven is aan toepassing van het primaat van de verhuizing,
                                moet het ook zo zijn</al><al>dat het resultaat van de verhuizing is dat betrokkene op een normale
                                manier kan wonen. Als</al><al>daarvan sprake is heeft de gemeente aan haar compensatieverplichting
                                voldaan.</al><al>Het is niet mogelijk een uitputtend overzicht te geven van alle
                                mogelijke afwegingsfactoren die een rol kunnen spelen, omdat elke
                                situatie weer anders is. Gedacht moet worden aan</al><al>de snelheid waarmee het probleem kan worden gecompenseerd, </al><al>rekening houden met sociale factoren,</al><al>rekening houden met woonlasten en financiële draagkracht, </al><al>vergelijk aanpassingskosten huidige woonruimte versus nieuwe
                                woonruimte</al><al>weigeren van woning (weging van argumenten)</al><al><vet><cursief><onderstreept>Uitbreiding van
                                        ruimten</onderstreept></cursief></vet></al><al>Als het gaat om aanbouw van geheel nieuwe ruimten of om uitbreiding
                                van bestaande ruimten worden de volgende maxima aangehouden, tenzij
                                medische noodzaak een ander maximum vergt.</al><al><cursief>Soort vertrek</cursief></al><al><cursief>Aanbouw in m2</cursief></al><al><cursief>Uitbreiding in m2</cursief></al><al>woonkamer</al><al>30</al><al>6</al><al>keuken</al><al>10</al><al>4</al><al>1 persoonsslaapkamer</al><al>10</al><al>4</al><al>2 persoonsslaapkamer</al><al>18</al><al>4</al><al>toiletruimte</al><al>2</al><al>1</al><al>badkamer</al><al>wastafelruimte</al><al>2</al><al>1</al><al>doucheruimte</al><al>3</al><al>2</al><al>entree/hal/gang</al><al>5</al><al>2</al><al>berging</al><al>6</al><al>4</al><al><vet>Trottoiraanpassing</vet></al><al>Het aanbrengen van een oprit in de stoeprand van het trottoir is
                                alleen een verstrekking in het kader van de Wmo als:</al><al>het een rolstoel of scootmobielgebruiker betreft;</al><al>een rolstoeloprit in de stoep in de nabije omgeving van de woning
                                ontbreekt;</al><al>het niet mogelijk is een bepaalde afstand tot een bestaande oprit te
                                overbruggen</al><al><vet>Stalling voor noodzakelijke vervoermiddelen</vet></al><al>Voor sommige vervoermiddelen, met name de scootmobiel, is het
                                noodzakelijk dat deze droog en afgesloten gestald kunnen worden.
                                Indien zo’n stalling niet aanwezig, niet bereikbaar of niet
                                toegankelijk (te maken) is, wordt in het kader van de Wmo in een
                                stallingmogelijkheid voorzien. In sommige gevallen dient een
                                bestaande stalling te worden aangepast. Bij het creëren van een
                                stallingruimte dient een aantal uitgangspunten te worden gehanteerd.
                                Zo moet er in de stallingsruimte ook ruimte zijn voor (eventuele)
                                transfers en om het voertuig in- en uit de stalling te kunnen
                                rijden. Verder moet de stalling gemakkelijk toegankelijk zijn en
                                moet deze bescherming bieden tegen regen, vorst en diefstal. </al><al><vet>Keukenaanpassing</vet></al><al>De volgende drie keukenaanpassingen zijn mogelijk:</al><al>onderrijdbaar maken van het aanrecht;</al><al>het hoog/laag verstelbaar maken van de keuken;</al><al>verlaging/verhoging van het aanrechtblad </al><al>De kosten van deze drie aanpassingen in de huidige keuken worden
                                altijd vergoed indien noodzakelijk. Echter alleen dat gedeelte dat
                                past binnen de sobere basiskeuken (zie verderop in deze paragraaf).
                                Een grote, luxe, in een hoek opgestelde keuken zal bijvoorbeeld niet
                                in zijn geheel hoog/laag gemaakt worden. </al><al>Extra voorwaarde voor een hoog/laag keuken is dat de aanvrager geen
                                gebruik kan maken van een in hoogte verstelbare (rol)stoel, of dat
                                deze voorziening niet adequaat is.</al><al>Als de bestaande keuken niet (adequaat) aangepast kan worden en het
                                primaat van verhuizen niet van toepassing is kan een nieuwe keuken
                                voor vergoeding in aanmerking komen. </al><al>Voor een keuken geldt een afschrijvingstermijn van 18 jaar. Na 18
                                jaar zijn de meeste keukens aan vervanging toe en is het vervangen
                                van de keuken een stukje aanpassing aan de eisen van de tijd en
                                levert het een stuk meerwaarde van de woning op. Is de huidige
                                keuken ouder dan 18 jaar, dan vergoedt de gemeente de nieuwe keuken
                                niet, alleen de meerkosten die als het gevolg van lichamelijke
                                beperkingen noodzakelijk zijn. </al><al>Bij een nieuwbouwwoning vergoedt de Wmo alleen de meerkosten voor
                                het aanpasbaar maken van de keuken. De kosten voor een standaard
                                keuken worden afgetrokken van de tegemoetkoming. De gemeente gaat
                                weer uit van een sobere basiskeuken. Ook hier gaat het alleen om de
                                meerkosten van het hoog/laag systeem en het afwerken van de vloer en
                                achterwand doordat geen onderkasten geplaatst worden. </al><al>De gemeente gaat uit van een sobere basiskeuken. De keuken moet
                                gelegenheid bieden aan een keukenblok met kookgelegenheid en een
                                koelkast. Het keukenblok bestaat uit een aanrechtblad, een kookbron,
                                3 onderkasten en een totale breedte van 1.80 meter (3 kasten van
                                0.60 m.) en 3 bovenkasten met dezelfde breedte als de onderkasten. </al><al>Algemeen gebruikelijke keukenuitrusting en elektrische apparatuur,
                                zoals koelkast, kookunit, afzuiging, vaatwasser, magnetron e.d.
                                komen niet voor vergoeding in aanmerking.</al><al>Extra's (die niet nodig zijn volgens het Programma van Eisen) komen
                                voor rekening van de aanvrager. Bijvoorbeeld: Iemand heeft 5
                                onderkasten en door het onderrijdbaar maken van het aanrecht gaan
                                twee kasten verloren, dan komt alleen het verwijderen van de kasten
                                en eventueel de afwerking voor vergoeding in aanmerking. De gemeente
                                compenseert de verloren kastruimte niet, er blijft immers basis
                                voldoende kastruimte over. </al><al><vet><cursief><onderstreept>Nieuwbouw</onderstreept></cursief></vet></al><al>Het is mogelijk dat bij het bouwen van een woning rekening wordt
                                gehouden met noodzakelijke aanpassingen (bijv. een slaapkamer op de
                                begane grond). Soms kost het aangepast bouwen meer dan het bouwen
                                van een "reguliere" woning. Deze meerkosten kunnen eventueel door de
                                Wmo bekostigd worden.</al><al>Voorwaarden:</al><al>Het moet daadwerkelijk om meerkosten gaan. Een werkkamer in de
                                originele bouwplannen kan bijvoorbeeld ook als slaapkamer ingericht
                                worden. In zo'n geval is geen vergoeding mogelijk.</al><al>Het moet om aanpassingen gaan die nu of in de nabije toekomst
                                noodzakelijk zijn. Er wordt geen Wmo-vergoeding gegeven als iemand
                                puur op de verre toekomst gericht zijn huis alvast aanpasbaar
                                bouwt.</al><al>Indien de aanpassingen ook zonder meerkosten aangebracht kunnen
                                worden, wordt er geen tegemoetkoming gegeven. Door bijvoorbeeld het
                                plaatsen van een recht trap en voldoende transferruimte boven en
                                beneden kan bij rolstoelgebondenheid vaak volstaan worden met een
                                plateaulift. Met het plaatsen van een rechte trap kan in de bouw
                                rekening gehouden worden. De kosten voor de plateaulift zouden in
                                het kader van de Wmo vergoed kunnen worden.</al><al>de nieuwe woning moet voldoen aan de eisen van Woonkeur. Een
                                WoonKeurwoning voldoet aan alle veiligheidseisen en is eenvoudig
                                aanpasbaar te maken aan de wensen van de bewoner. </al><al><vet><cursief><onderstreept>Creëren van een
                                            douchegelegenheid</onderstreept></cursief></vet></al><al>De persoon met beperkingen is niet meer in staat gebruik te maken
                                van een bad en de natte cel beschikt niet over een douche. Indien
                                goedkopere voorzieningen zoals beugels en/of badplank en/of een
                                badlift geen adequate oplossing bieden, bestaat er vanuit de Wmo de
                                mogelijkheid een doucheruimte te creëren.</al><al>Hierbij dient uitgegaan te worden van het minimaal noodzakelijke. Zo
                                kan geen rekening gehouden worden met esthetische of wenselijke
                                veranderingen. De ontstane leemte door het uitbreken van het bad kan
                                herbetegeld worden. Dit is maximaal 2 m<sup>2</sup> vloertegels en 3
                                m<sup>2</sup> wandtegels. Het herbetegelen van de gehele
                                doucheruimte of wand valt onder renovatie en is daarom niet
                                subsidiabel. Zo zijn ook de meerkosten voor het wegwerken of
                                infrezen van leidingen niet subsidiabel.</al><al>Slechts eenvoudige (goedkoopst adequate) tegels komen voor een
                                vergoeding in aanmerking. Indien de cliënt luxe tegels wenst zijn de
                                meerkosten voor rekening van de cliënt of woningeigenaar (eigen
                                aandeel). De in de douche te plaatsen eenhendelmengkraan, douchekop
                                en doucheglijstang of opsteekpunt zijn geen voorzieningen die vanuit
                                de Wmo vergoed kunnen worden aangezien deze als algemeen
                                gebruikelijk aangemerkt worden.</al><al><vet><cursief><onderstreept>Aanpassingen van woonwagens, woonschepen
                                            en binnenschepen</onderstreept></cursief></vet></al><al>Voor het aanpassen van een woonwagen of een woonschip is ook een
                                bijdrage mogelijk. De bijdrage is inclusief eventuele aanpassingen
                                aan de stand- of ligplaats van woonwagen of woonschip. </al><al>Hierbij is vereist dat:</al><al>de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal 5 jaar
                                is;</al><al>de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking
                                komt;</al><al>de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een
                                woonvoorziening bij de gemeente op een erkende standplaats
                                stond;</al><al>de hoofdbewoner van de woonwagen in het bezit is van een
                                bewoningsvergunning als bedoeld in de Woonwagenwet.</al><al>Een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een
                                woonschip kan alleen worden verstrekt indien de technische
                                levensduur van het woonschip nog minimaal vijf jaar is en het
                                woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven
                                liggen.</al><al>Een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een
                                binnenschip wordt verder slechts verleend indien de aanpassing
                                betrekking heeft op het voor de schipper, de bemanning en hun
                                gezinsleden bestemde woongedeelte van het schip. Is sprake van hulp
                                bij het huishouden, dan is het gestelde onder artikel 3.3.3 van dit
                                verstrekkingenboek van toepassing.</al><al><vet><cursief><onderstreept>Kosten van
                                            woningaanpassingen</onderstreept></cursief></vet></al><al>De volgende kosten in het kader van een woningaanpassing kunnen in
                                aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het
                                persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming:</al><al>de aanneemsom (incl. de loon- en materiaalkosten) voor het treffen
                                van de voorziening;</al><al>de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming
                                van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw
                                1991;</al><al>het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met
                                dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als
                                bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het
                                noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet
                                worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het
                                betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen;</al><al>de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit
                                noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;</al><al>de leges voorzover deze betrekking hebben op het treffen van de
                                voorziening;</al><al>de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare
                                omzetbelasting;</al><al>renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke
                                betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover
                                deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van
                                voorzieningen;</al><al>de prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen
                                het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, volgens bijgaande
                                tabel;</al><al>de door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde
                                kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten
                                redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;</al><al>de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en
                                adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;</al><al>de kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening;</al><al>de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het
                                treffen van een voorziening voor de persoon met beperkingen, voor
                                zover de kosten onder 1 tot en met 11 meer dan € 1.000,00 bedragen,
                                en wel 10% van die kosten, met een maximum van € 350,00.</al><al>Diegene aan wie het persoonsgebonden budget of de financiële
                                tegemoetkoming wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van 5
                                jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de
                                werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.</al><al><vet>Woningsanering in verband met CARA</vet></al><al>Men kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor
                                woningsanering die als gevolg van allergie, astma of chronische
                                bronchitis (CARA) noodzakelijk zijn. Sanering is slechts mogelijk
                                als een duidelijke diagnose is gesteld door de huisarts of de
                                longarts. De noodzaak voor het verstrekken van een vergoeding, wordt
                                mede in relatie tot het levenspatroon en leefregels, de gehele
                                woninginrichting en ventilatiemogelijkheden en -gedrag bepaald. Het
                                college kan hierover advies vragen eventueel met inschakeling van
                                een gespecialiseerde CARA-verpleegkundige. Verwacht wordt dat de
                                betrokkene zich in het vervolg bij de aanschaf van nieuwe materialen
                                aan het programma van eisen voor de woninginrichting zal houden. Ook
                                mag verwacht worden dat betrokkenen zelf maatregelen treft ter
                                voorkoming van CARA-klachten.</al><al><cursief>In de regel kan een vergoeding worden verstrekt
                                    indien:</cursief></al><al>de aanvrager bij de aanschaf niet van tevoren had kunnen weten dat
                                CARA zou ontstaan/verergeren en/of</al><al>vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn
                                noodzakelijk is.</al><al><cursief>Geen vergoeding wordt verstrekt indien:</cursief></al><al>het treffen van een voorziening niet tot verbetering van de situatie
                                van de cliënt leidt en/of </al><al>de cliënt bij aanschaf van het artikel redelijkerwijs had kunnen
                                weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert.</al><al>De woningsanering betreft in de regel het vervangen van tapijt in
                                het slaapvertrek. De woonkamer kan ook worden gesaneerd indien de
                                aanvrager jonger is dan vier jaar.</al><al>CARA-klachten, die verband houden met een allergie voor
                                huisstofmijt, kunnen verminderen als in de directe omgeving het
                                contact met de huisstofmijt zo gering mogelijk is. Dit kan enerzijds
                                worden bereikt door de omgeving schoon en stofvrij te houden en
                                anderzijds door bij de inrichting van de woning rekening te houden
                                met gladde of synthetische materialen. </al><al>Een persoon met beperkingen kan in aanmerking komen voor een
                                financiële tegemoetkoming voor het treffen van voorzieningen indien
                                deze voortkomen uit een aantoonbare allergie voor huisstofmijt. </al><al>Op het terrein van woningsanering i.v.m. allergie zijn de inzichten
                                aan verandering onderhevig. Voorheen was het min of meer standaard
                                om in ieder geval (bij huisstofmijtallergie) op de slaapkamer
                                vloerbedekking, matras en gordijnen aan te passen. Momenteel huldigt
                                de Nederlandse vereniging van cara-verpleegkundigen het standpunt,
                                dat, alvorens over wordt gegaan op vervanging van deze materialen,
                                eerst getest dient te worden in hoeverre er überhaupt
                                huisstofmijtallergeen in deze materialen aanwezig is. Testmateriaal,
                                te weten de acarex test, kan door iedereen worden aangeschaft.
                                Wijkverpleegkundigen worden nogal eens ingeschakeld of geconsulteerd
                                wanneer saneren i.v.m. allergie aan de orde is. Zij zijn op de
                                hoogte van bovengenoemde verandering en betrekken deze kennis in de
                                wijze waarop hun advies tot stand komt. Vaak ook spelen de
                                verpleegkundigen een rol bij de uitvoering van de test.</al><al>De in verband met een allergie noodzakelijk aan te schaffen
                                vervangende artikelen zijn vrijwel altijd algemeen gebruikelijk.
                                Slechts indien dergelijke artikelen voortijdig moeten worden
                                vervangen kan niet meer gesproken worden van een algemeen
                                gebruikelijke voorziening.</al><al>De financiële tegemoetkoming beperkt zich daarbij tot de kosten van
                                vloerbedekking. Bij de bepaling van de hoogte van de financiële
                                tegemoetkoming wordt rekening gehouden met de reeds verlopen
                                afschrijvingsperiode.</al><al><onderstreept>Daarbij geldt een vergoedingspercentage bij de te
                                    vervangen artikelen indien deze:</onderstreept></al><al>jonger dan 2 jaar zijn: 100%</al><al>tussen de 2 en 4 jaar oud zijn: 75%</al><al>tussen de 4 en 6 jaar oud zijn: 50%</al><al>tussen de 6 en 8 jaar oud zijn: 25%</al><al>8 jaar en ouder: 0%</al><al>Indien een persoon met beperkingen bij aanschaf van een artikel
                                redelijkerwijs had kunnen weten dat hij of zij overgevoelig op
                                bepaalde stoffen reageert, wordt geen vergoeding gegeven voor de
                                vervanging hiervan. <onderstreept>Dit geldt ook voor verhuizing,
                                    omdat bij verhuizing de </onderstreept>woning opnieuw moet
                                worden ingericht en dan rekening kan worden gehouden met de
                                ondervonden klachten.</al><al>Voor wat betreft de woningsanering in verband met CARA ontstaat
                                hierbij een afstemmingsvraagstuk met de AWBZ omdat op grond van de
                                AWBZ voorzieningen kunnen worden getroffen die noodzakelijk zijn als
                                gevolg van luchtwegallergieën. Saneren houdt in, dat wollen of
                                pluizige vloerbedekking door glad synthetisch materiaal vervangen
                                worden en matras en kussens worden voorzien van een afschermende
                                hoes. De afschermende hoes valt niet onder de werkingssfeer van de
                                Wmo, maar dient aangevraagd te worden bij de Zorgverzekeraars.</al><al><onderstreept>Bedragen</onderstreept></al><al>Wat betreft de bedragen zal aangesloten worden bij de
                                goedkoopst-adequate te verkrijgen producten in een of meer in de
                                omgeving gelegen bedrijven.</al><al><onderstreept>Vervangen vloerbedekking in verband met gebruik
                                    rolstoel</onderstreept></al><al>Indien de aanwezige vloerbedekking ongeschikt is om de rolstoel
                                adequaat te gebruiken, dan kan het noodzakelijk zijn dat de
                                aanwezige vloerbedekking vervangen dient te worden door zogenaamd
                                rolstoelvast tapijt. Een vergoeding voor het vervangen van
                                vloerbedekking kan alleen worden verstrekt indien de betrokkene voor
                                het eerst van een (elektrische) rolstoel gebruik gaat maken. Ook
                                hier gelden bovengenoemde genoemde afschrijvingsperioden en de
                                daaraan gekoppelde vergoedings-percentages.</al><al><onderstreept>Patiëntenliften</onderstreept></al><al>Het verticale transport van een persoon met beperkingen kan in een
                                aantal gevallen problemen opleveren. Niet in alle gevallen kan een
                                hoog-laag bed het probleem oplossen en biedt een patiëntenlift wel
                                een oplossing. Een patiëntenlift wordt in een aantal gevallen ook
                                gebruikt voor het verplaatsen van bijvoorbeeld het bed naar de
                                douche of het bad. Patiëntenliften zijn hulpmiddelen voor het boven
                                en buiten de inrichtingselementen brengen van personen, die niet
                                zelf voor de duur van het transport (de totale) kracht kunnen
                                leveren om het lichaam te ondersteunen. Er zijn zowel vaste als
                                mobiele patiëntenliften. De keuze voor een bepaalde patiëntenlift is
                                afhankelijk van een drietal factoren:</al><al>de bouwkundige situatie ter plekke en de beschikbare ruimte;</al><al>de noodzakelijke lichaamsondersteuning;</al><al>de fysieke omstandigheden van de betrokkene (gewicht, lengte,
                                etc.).</al><al>Er zijn verschillende typen patiëntenliften op de markt
                                verkrijgbaar. Onderstaand een grove indeling: </al><al>patiëntenliften vast opgesteld; met handbediende of elektrisch
                                bediende hefbeweging; de verplaatsingsbeweging vindt met de hand
                                plaats;</al><al>patiëntenliften, over de vloer verrijdbaar; met handbediende of
                                elektrische bediende hefbeweging; de verplaatsingsbeweging -rijden
                                of draaien- vindt met de hand plaats;</al><al>patiëntenliften, via een bovenrailgeleiding, verrijdbaar voor een
                                bepaalde transfer; met elektrisch bediende hefbeweging; de
                                rijbeweging is handbediend of elektrisch;</al><al>patiëntenliften, via een bovenrailgeleiding, verrijdbaar over een
                                bepaald traject: met elektrisch bediende hefbeweging; de rijbeweging
                                is handbediend of elektrisch;</al><al>patiëntenliften, via een railgeleiding, verrijdbaar over een
                                willekeurig traject; met elektrisch bediende hefbeweging; de
                                rijbeweging is handbediend of elektrisch.</al><al>De keuze voor één van de typen patiëntenliften wordt gemaakt
                                afhankelijk van de te verwachten transfers en hun bestemming, de
                                mogelijkheden van de persoon met beperkingen, de indeling van de
                                woning en de aanwezige inrichtingselementen. </al><al>Uitgangspunt bij deze voorzieningen is dat deze persoon niet in
                                staat is zelfstandig transfers te maken en langdurig op het gebruik
                                van deze voorziening is aangewezen.</al><al><vet><onderstreept>Procedure van aanvraag, gereedmelding en
                                        uitbetaling bouwkundige of woontechnische
                                        woonvoorzieningen</onderstreept></vet></al><al><vet><cursief><onderstreept>aanvraag
                                        woningaanpassing</onderstreept></cursief></vet></al><al><cursief>1.)</cursief><cursief> Vaststellen programma van
                                    eisen</cursief></al><al>Nadat de aanvraag is ingediend wordt een indicatie gesteld, waarbij
                                een gemeentelijke functionaris met ergonomische, sociale en
                                bouwtechnische deskundigheid of een externe adviseur een programma
                                van eisen voor de goedkoopst adequate woningaanpassing opstelt. De
                                woningeigenaar vraagt op basis van dat programma van eisen twee
                                offertes bij een aannemer op. Woningeigenaar zal veelal een
                                woningcorporatie zijn. Is dat niet het geval dan kan per situatie
                                beoordeeld worden wie de offertes opvraagt.</al><al><cursief>2.)</cursief><cursief> Het college beoordeelt welke offerte
                                    de goedkoopst adequate oplossing biedt</cursief></al><al>De gemeente beoordeelt welke bouwofferte in aanmerking komt voor het
                                verlenen van een financiële tegemoetkoming of als basis geldt voor
                                het vaststellen van het PGB. Hiervoor geldt als regel dat bij
                                aanpassingen bij bedragen tot € 2.500 1 offerte overlegt dient te
                                worden, tussen € 2.500 en tot € 10.000,-- minimaal 2 offertes
                                overgelegd dienen te worden en voor aanpassingen tussen de €
                                10.000,-- en € 40.000,-- minimaal 3 en maximaal 6.</al><al><cursief>3.)</cursief><cursief> Het college geeft
                                    toestemming</cursief></al><al>Het college geeft vervolgens toestemming voor de woningaanpassing,
                                op voorwaarde dat niet reeds zonder toestemming een begin is gemaakt
                                met de werkzaamheden waarop de financiële tegemoetkoming of het
                                persoonsgebonden budget betrekking heeft. </al><al><cursief>4.)</cursief><cursief> De eigenaar voert uit</cursief></al><al>De woningeigenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van de
                                woningaanpassing conform het programma van eisen. </al><al><cursief>5.)</cursief><cursief> Het college controleert
                                </cursief></al><al>Het college verleent slechts een persoonsgebonden budget of een
                                financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing indien de door
                                hen aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar
                                de woningaanpassing wordt verricht. Controle vindt in beide gevallen
                                achteraf plaats. De genoemde personen moeten ook inzicht krijgen in
                                bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de
                                woningaanpassing en de gelegenheid krijgen de woningaanpassing te
                                controleren.</al><al><vet><cursief><onderstreept>Gereedmelding
                                    </onderstreept></cursief></vet><vet><onderstreept>(art.
                                        21)</onderstreept></vet></al><al>Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden, doch uiterlijk
                                binnen 12 maanden na het verlenen van toestemming voor het aanpassen
                                van de woning, verklaart diegene aan wie de financiële
                                tegemoetkoming wordt uitbetaald (de woningeigenaar) aan het college
                                dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid (de gereedmelding). Deze
                                gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling
                                van de financiële tegemoetkoming. De gereedmelding gaat vergezeld
                                van een verklaring dat bij het treffen van de voorziening is voldaan
                                aan de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget of de
                                financiële tegemoetkoming is verleend. De voorwaarden voor
                                uitbetaling staan vermeld onder 4.7.3 onder e., f. en g.; voor de
                                uitbetaling van een PGB geldt het bepaalde onder 2.2.4</al><al><vet><cursief><onderstreept>Voorwaarden voor verstrekking PGB en
                                            uitbetaling financiële tegemoetkoming
                                        </onderstreept></cursief></vet></al><al>Om te bewerkstelligen dat de woningaanpassing wordt uitgevoerd
                                conform het programma van eisen en er aldus een adequate aanpassing
                                wordt verstrekt is een aantal voorwaarden gesteld om de toegekende
                                tegemoetkoming ook daadwerkelijk uit te betalen. De voorwaarden
                                moeten ook middels de beschikking aan de aanvrager en eventueel aan
                                de woningeigenaar, als die niet de aanvrager is, worden
                                bekendgemaakt. Het zijn immers de voorwaarden waaraan het besluit is
                                gebonden. </al><al>De volgende voorwaarden zijn van toepassing:</al><al>Er mag niet reeds voorafgaand aan de beschikking een begin worden
                                gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden waarop de financiële
                                tegemoetkoming betrekking heeft, zonder voorafgaande schriftelijke
                                toestemming van het college;</al><al>Aan door het college aangewezen personen wordt door de eigenaar of
                                huurder toegang verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing
                                wordt aangebracht;</al><al>Aan de onder b. genoemde personen wordt inzicht wordt geboden in
                                bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de
                                woningaanpassing;</al><al>Aan de onder b. genoemde personen wordt gelegenheid geboden tot het
                                controleren van de woningaanpassing;</al><al>Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen
                                12 maanden na het toekennen van de financiële tegemoetkoming of PGB
                                verklaart de gerechtigde van de financiële tegemoetkoming of PGB aan
                                het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid conform het
                                programma van eisen (PvE);</al><al>De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en
                                uitbetaling van de financiële tegemoetkoming; voor de uitbetaling
                                van een PGB met betrekking tot een woningaanpassing van meer dan €
                                10.000 is tevens het vermelde onder 2.2.4 van dit verstrekkingenboek
                                van toepassing;</al><al>De gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring dat bij het
                                treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder
                                de financiële tegemoetkoming of PGB is verleend. Alle rekeningen en
                                betalingsbewijzen worden bijgevoegd.</al><al><vet><onderstreept>Overige
                                    voorzieningen/bepalingen</onderstreept></vet></al><al><vet><cursief><onderstreept>Normbedragen</onderstreept></cursief></vet></al><al>Daar waar mogelijk zal gewerkt gaan worden met normbedragen, welke
                                in een overzicht opgenomen zullen worden. Dit overzicht zal als
                                bijlage aan het Financieel besluit toegevoegd worden. </al><al><vet><cursief><onderstreept>Opstalverzekering</onderstreept></cursief></vet></al><al>Bij het vergroten van de woning wordt er van uitgegaan dat de
                                eigenaar van de woning zijn opstalverzekering aan de hogere
                                herbouwwaarde van de woning aanpast. Het is goed hier de eigenaar op
                                te wijzen.</al><al><vet><cursief><onderstreept>Onderhoud, keuring en reparatie van
                                            woonvoorzieningen</onderstreept></cursief></vet></al><al>De gemeente verstrekt een vergoeding voor de gebruikskosten van een
                                aantal specifieke woonvoorzieningen, omdat deze kosten regelmatig
                                gemaakt moeten worden en/of relatief hoog zijn. Het gaat hierbij
                                vooral om voorzieningen die (elektrisch) beweegbaar zijn en waar om
                                die reden slijtage kan optreden waardoor de veiligheid van het
                                gebruik van de voorziening niet langer kan worden gegarandeerd. Er
                                wordt hierbij voornamelijk gedacht aan liften, automatische
                                deuropeners en (elektrisch) beweegbare keukens. </al><al>De maximale vergoeding voor de meest voorkomende kosten is gelijk
                                aan de bedragen zoals die worden gehanteerd door het liftinstituut.
                                De tarieven zijn terug te vinden op www.liftinstituut.nl. Voor
                                trapliften gelden de door de gemeente gecontracteerde leverancier
                                gehanteerde tarieven.</al><al>Reparaties aan voorzieningen als gevolg van schade door schuld of
                                nalatigheid worden niet vergoed.</al><al><vet>BIJLAGE 4</vet><vet> LOKAAL VERPLAATSEN PER
                                VERVOERMIDDEL</vet></al><al>Primaat collectief vervoer.</al><al>Als een algemene voorziening geen voldoende oplossing biedt, of als
                                naast een algemene</al><al>voorziening nog andere vervoersvoorzieningen nodig zijn, geldt het
                                primaat van het collectief</al><al>vervoer. Ingevolge dit primaat komt een persoon die ten gevolge van
                                ziekte of gebrek het</al><al>openbaar vervoer niet kan bereiken of geen gebruik kan maken van het
                                openbaar vervoer</al><al>allereerst – indien dit medisch (of eventueel psychosociaal)
                                mogelijk is – in aanmerking voor</al><al>collectief vervoer.</al><al>Geen gebruik kunnen maken van OV</al><al>De uitdrukking ‘het openbaar vervoer niet kunnen bereiken of geen
                                gebruik kunnen</al><al>maken van het openbaar vervoer’ wordt door de jurisprudentie van de
                                Centrale Raad van</al><al>Beroep geoperationaliseerd middels het loopafstands-criterium
                                “maximale loopafstand 800</al><al>meter”. Kan men geen 800 meter zelfstandig, al dan niet met
                                hulpmiddelen en in een redelijk</al><al>tempo, afleggen dan wordt men verondersteld het openbaar vervoer
                                niet te kunnen bereiken.</al><al>Kan men dat wel, maar is het onmogelijk in het openbaar vervoer te
                                komen, ook dan komt</al><al>men voor vervoersvoorzieningen in aanmerking.</al><al>Er ligt overigens geen letterlijke relatie met het openbaar vervoer.
                                Het opheffen van een</al><al>buslijn, waardoor een halte op grote(re) afstand komt te liggen, is
                                geen aanleiding een</al><al>vervoersvoorziening te verstrekken.</al><al>Indien nog gefietst kan worden over grotere afstanden kan hier ook
                                rekening mee worden</al><al>gehouden.</al><al>De regel van het nog kunnen lopen van 800 meter is een regel die
                                over het algemeen geldt.</al><al>Hier zijn uitzonderingen op mogelijk. Bijvoorbeeld het verschaffen
                                van een driewielfiets aan</al><al>een persoon met een goede loopafstand, maar evenwichtsstoornissen:
                                de loopafstand van</al><al>800 meter is aanwezig, maar zonder driewielfiets kan niet gefietst
                                worden. Of de situatie van</al><al>een blinde die vervoerproblemen heeft op tijden dat het openbaar
                                vervoer niet rijdt. De</al><al>loopafstand is er, maar zonder vervoersvoorziening wordt
                                participatie onmogelijk.</al><al>Korte afstand en lange afstand</al><al><onderstreept>Er geldt een mobiliteitsgrens van
                                    </onderstreept><onderstreept>100
                                    meter</onderstreept><onderstreept>. Hiertoe het
                                    volgende</onderstreept>. Komt men op grond van deze criteria
                                voor een vervoersvoorziening in aanmerking, dan</al><al>zijn er twee terreinen waarop vervoer mogelijk is. Het eerste
                                terrein is het vervoer op de</al><al>korte afstand, in de woonomgeving, het “loop” en “fietsvervoer”. Het
                                tweede terrein is op wat</al><al>langere afstand, de afstand waarvoor niet-gehandicapten het openbaar
                                vervoer zouden</al><al>kunnen nemen. Als op beide terreinen problemen bestaan moet in
                                verband met het te</al><al>bereiken resultaat op beide terreinen bekeken worden welke
                                oplossingen het meest passend</al><al>zijn. Alleen bij personen met een zeer beperkte loopafstand (dat is
                                een loopafstand tot</al><al>maximaal 100 meter) moet ingevolge de jurisprudentie van de Centrale
                                Raad van Beroep op</al><al>beide terreinen een oplossing worden geboden. Dit wil niet zeggen
                                dat dit niet hoeft bij</al><al>mensen met een grotere loopafstand, maar tot 100 meter is het
                                dwingend voorgeschreven!</al><al>Boven honderd meter kan een dubbele oplossing logischerwijs ook tot
                                de</al><al>resultaatsverplichting horen, omdat ze beide nodig zijn om het
                                verplaatsingsprobleem op te</al><al>lossen.</al><al><vet><cursief><onderstreept>Overlappende
                                            voorzieningen</onderstreept></cursief></vet></al><al>Vervoersvoorzieningen in de Wmo zullen grotendeels in de
                                plaatselijke vervoersbehoefte kunnen voorzien. Er wordt van
                                uitgegaan dat gemiddeld 30% van de vervoersbehoefte plaatselijk is.
                                Aanvullend kan een tegemoetkoming in de vervoerskosten toegekend
                                worden; welke als gevolg van bovenstaande op 70% van de gemaximeerde
                                normvergoeding vastgesteld zal worden. Men spreekt in dit geval ook
                                wel van (deels) overlappende vervoersvoorzieningen. </al><al><vet><cursief><onderstreept>Samenwonenden</onderstreept></cursief></vet></al><al>Indien beide partners (zelfstandig wonend) voor een tegemoetkoming
                                of vergoeding in de kosten van gebruik van een (eigen) auto
                                geïndiceerd zijn, ontvangen zij samen maximaal 150% van het
                                gemaximeerde normbedrag indien de vervoersbehoefte niet samenvalt.
                                Indien er sprake is van een volledig samenvallend vervoerspatroon
                                ontvangen zij gezamenlijk 100% van het toe te kennen bedrag. </al><al>Dit geldt niet voor geïndiceerde personen die gebruik maken van het
                                CVV. In de regiotaxi (CVV) heeft iedere geïndiceerde een eigen
                                reizigerspas en betaalt ieder voor zich. Er kan dus niet gezamenlijk
                                gereisd worden op één CVV-pas, tenzij er een indicatie bestaat voor
                                een gratis begeleider. Indien dus beide partners geïndiceerd zijn
                                voor vervoer met het CVV, dan wordt aan beide een vergoeding
                                verstrekt van 100% van het gemaximeerde normbedrag, ongeacht of de
                                vervoersbehoefte wel of niet samenvalt. </al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Deze nieuwe beleidsregels vormen met de nieuwe Verordening
                            maatschappelijke ondersteuning Zwartewaterland een trendbreuk met de
                            oude regels (ooit verstrekkingenboek geheten), zoals die gehanteerd
                            werden onder de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en sinds 2007
                            onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Was onder de Wvg
                            sprake van een zorgplicht en tamelijk nauwkeurig omschreven
                            voorzieningen, de compensatieplicht van de Wmo vraagt om een andere
                            aanpak. Die andere werkwijze heeft de VNG samen met CG-Raad en CSO
                            ontwikkeld. Kernbegrippen zijn nu het leveren van maatwerk, uitgaan van
                            te bereiken resultaten en eigen verantwoordelijkheid. Bij de beoordeling
                            van een aanvraag, of al tijdens het gesprek voorafgaand aan de aanvraag,
                            komt eerst het resultaat dat bereikt moet worden aan de orde, daarna
                            passeren de verschillende oplossingen de revue, en niet alleen de
                            individuele oplossingen (die gebaseerd zijn op een indicatie). Omdat
                            maatwerk nodig is vindt een uitgebreid gesprek plaats ter verkenning van
                            de mogelijkheden, ook de eigen.</al><al>In de allereerste richtingbepalende uitspraak van 10 december 2008<sup/>
                            heeft de Centrale Raad van Beroep helder uiteengezet hoe zij aankijkt
                            tegen de compensatieplicht en wat van de gemeente bij de uitvoering mag
                            worden verwacht. Kenmerkend is daarbij de grote invloed van de
                            persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager op het gemeentelijk
                            onderzoek. De latere jurisprudentie laat voortdurend zien dat er door
                            gemeenten te weinig onderzoek wordt gedaan, zodat zij geen of
                            onvoldoende kennis hebben van de persoonskenmerken en behoeften en daar
                            dan ook niet of te weinig rekening mee houden.</al><al>Art 4 van de Wmo geeft allereerst aan op welke terreinen resultaten
                            bereikt dienen te worden. Daarnaast geeft dit artikel aan dat het in de
                            Wmo gaat om maatwerk. Daar was onder de Wvg veel minder sprake van. Het
                            meest duidelijke voorbeeld is gelegen in het collectieve
                            vraagafhankelijke vervoer (cvv). Onder de Wvg hadden verreweg de meeste
                            gemeenten het primaat van het cvv in hun verordening opgenomen. Daar kon
                            onder de Wvg redelijk consequent mee worden omgegaan, zo leerde de
                            jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Als er geen medische
                            noodzaak bestond voor een andere vervoersvoorziening kon de gemeente dat
                            cvv toekennen en werd het adequaat geacht, zelfs goedkoopst-adequaat. De
                            Wmo-jurisprudentie van de Centrale Raad heeft inmiddels duidelijk
                            gemaakt, dat het primaat van het collectief vervoer weliswaar gehanteerd
                            mag worden, maar dat dit niet zo consequent meer kan als vroeger. Er
                            moet altijd beoordeeld worden of er aanleiding is af te wijken.
                            Allereerst kan dat het geval zijn als iemand een persoonsgebonden budget
                            vraagt. Dat mag niet categorisch worden afgewezen: daar moet individueel
                            onderzoek naar worden gedaan. En die afwijking van de hoofdregel moet in
                            ieder geval als er sprake is van twee voorzieningen: een voor het
                            vervoer over de korte afstand en een over de langere afstand. Maar ook
                            als er sprake is van maar één voorziening moet die individuele
                            beoordeling plaats vinden. Gebeurt dat niet, zo leert de jurisprudentie,
                            dan is de kans heel groot dat de rechter het besluit hierop zal
                            vernietigen<sup/>.</al><al>De aanleiding kan ook zijn dat het cvv in het individuele geval niet als
                            goedkoopst-compenserend betiteld kan worden. Bijvoorbeeld omdat het
                            concreet in deze situatie onpraktisch is. </al><al>Dit voorbeeld van het cvv maakt duidelijk dat de Wmo andere eisen stelt
                            aan een besluit dan de Wvg deed. De nadruk zal nu veel meer moeten
                            liggen op zorgvuldig onderzoek van het individuele geval. En ook al is
                            het eindresultaat gelijk aan dat wat het onder de Wvg geweest zou zijn:
                            de onderbouwing en motivering moeten er geheel anders uit zien. En aan
                            die onderbouwing toetst de rechter het besluit.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Eigen verantwoordelijkheid</label></kop><structuurtekst><al>De Wmo is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel
                                van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het
                                probleem op te lossen. Ook die eigen verantwoordelijkheid komt
                                tijdens het gesprek aan de orde.</al><al>Een oplossing van problemen kan bijvoorbeeld al aanwezig zijn in die
                                zin dat deze feitelijk al jaren behoort tot iemands <cursief>normale
                                    levenspatroon</cursief>. Bij problemen met het schoonhouden van
                                het huis zijn er talloze mensen die gewend zijn daar iemand voor in
                                te huren, zoals tweeverdieners of mensen met voldoende inkomen. In
                                deze situatie hoeft niets te veranderen, als men op basis van
                                leeftijd of een ongeval beperkingen krijgt. Door voort te zetten wat
                                men had ontstaat er geen probleem dat om een oplossing vraagt. Dat
                                zou anders kunnen zijn als door het ontstaan van de beperking het
                                inkomen daalt. Het kan dan zijn dat iemand de eerder ingehuurde
                                schoonmaakhulp niet meer kan betalen. Dat zou aanleiding kunnen zijn
                                wel te compenseren. Daarvoor zal een zorgvuldig onderzoek verricht
                                moeten worden, met name naar de eerdere situatie, zowel wat betreft
                                hulp als wat betreft inkomen, en de veranderde situatie.</al><al>Het kan ook zijn dat er (veel) meer hulp in de huishouding nodig is.
                                Dan zou het kunnen zijn dat er wel sprake is van
                                    <cursief>meerkosten</cursief> en dat er daardoor gecompenseerd
                                moet worden. </al><al>Eigen verantwoordelijkheid betekent daarnaast bijvoorbeeld ook de
                                aanschaf en het gebruik van zoveel mogelijk strijkvrije kleding om
                                onnodig beroep op een hulp te voorkomen. Ook nieuwe technische
                                hulpmiddelen bekeken kunnen worden. Mogelijk is dat een hulpmiddel
                                waardoor iemand meer zelf kan gaan doen in huis.</al><al>Een ander voorbeeld is het vervoer. Heel veel mensen zijn op dit
                                moment gewend al bijna hun hele leven gebruik te maken van een auto.
                                Als zij een beperking krijgen, door leeftijd of door een ongeval,
                                hoeft er in feite niets te veranderen, als zij met diezelfde auto in
                                staat blijven hun verplaatsingen te maken. Er hoeft dan niet
                                gecompenseerd te worden. Dat zou anders kunnen zijn als zij door hun
                                    <cursief>beperking veel meer verplaatsingen</cursief> moeten
                                gaan maken, of als de auto voor hun handicap aangepast zou moeten
                                worden. In het eerste geval kan onderzoek verricht worden naar de
                                aard van de extra ritten en de kosten daarvan, in relatie tot het
                                eerdere verplaatsingspatroon en zou compensatie mogelijk zijn als er
                                blijkt dat er sprake is van meerkosten. In het tweede geval, waarin
                                sprake is van noodzakelijke autoaanpassingen, is er sprake van
                                meerkosten: zonder beperking waren de autoaanpassingen niet nodig
                                geweest.</al><al/><al>Ook bij woonvoorzieningen speelt de eigen verantwoordelijkheid een
                                grote rol. Als iemand 65 is en zijn badkamer gaat renoveren mag een
                                gemeente veronderstellen dat hij - ook al zijn er nog geen
                                beperkingen - rekening houdt met het gegeven dat hij een dagje ouder
                                wordt. Dat betekent dat de persoon in kwestie aan een douche moet
                                denken in plaats van uitsluitend een bad. Daar spelen allerlei
                                individuele factoren natuurlijk in mee, zoals: is er plaats voor,
                                wat is de rol van het bad voor therapie e.d. Er speelt ook nog iets
                                anders mee: weten mensen wel dat van hen verwacht wordt dat ze via
                                het denken aan dit soort dingen <cursief>anticiperen op
                                </cursief>mogelijk komende problemen? Een gemeente zal ook daarover
                                voorlichting moeten geven, duidelijk moeten maken waar verwachtingen
                                mogen beginnen maar ook kunnen ophouden wat betreft de inzet van
                                gemeenten in het geschikt maken van woningen.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Financiële capaciteit</label></kop><structuurtekst><al>In art 4 lid 2 van de Wmo is bepaald dat gemeenten rekening houden
                                met de mogelijkheden die iemand heeft om zelf in financiële zin
                                kosten van een voorziening geheel of gedeeltelijk voor eigen
                                rekening te nemen. Dat is wat anders dan de eigen bijdrage regeling.
                                Die speelt een rol nadat een voorziening is verstrekt. Feitelijk
                                zegt de gemeente bij toepassing van dit artikel: als gemeente hoeven
                                we niets te doen want u kunt het zelf betalen, compensatieplicht is
                                niet aan de orde.</al><al>De discussie loopt of gemeenten op basis van dit artikel ook
                                rekening mogen houden met het vermogen van iemand. Dus niet alleen
                                met het inkomen uit vermogen. Mag je van iemand met een redelijk
                                vermogen, met geld op de bank of aandelen of een eigen huis met
                                overwaarde verlangen dat hij dat gebruikt om een noodzakelijke
                                woningaanpassing te financieren? Mag je van iemand in dergelijke
                                omstandigheden verlangen dat hij zelf zijn eigen vervoer bekostigt,
                                en zijn eigen hulp in huis betaalt? En welke grenzen zouden dan
                                gehanteerd kunnen worden? Hierover is nog geen jurisprudentie. Het
                                wachten is op de eerste gemeente die dit gaat toepassen. Omdat dit
                                een actiepunt is uit het Wmo-beleidsplan ‘Omzien naar Elkaar’ hebben
                                wij op dit punt beleid ontwikkeld. </al><al>Dit wordt onderstaand verder uiteengezet.</al><al/><al><cursief>Beoordeling</cursief></al><al>De gemeente beoordeelt of de volgende financiële middelen bij de
                                beoordeling in aanmerking kunnen worden genomen:</al><al>(spaar) geld en/of waardepapieren (alleen wanneer deze te gelde
                                kunnen worden gemaakt);</al><al>Overwaarde in de eigen zelfbewoonde woning (indien er sprake is van
                                een woonvoorziening).</al><al>Andere mogelijke vermogensbestanddelen worden buiten beschouwing
                                gelaten.</al><al>Voor het bepalen of iemand voldoende middelen heeft om zelf de
                                oplossing te bekostigen wordt gebruik gemaakt van de
                                bufferberekenaar van het Nibud. Dit systeem berekent op basis van de
                                individuele situatie de financiële buffer. Dit bedrag kan gezien
                                worden als een gebruikelijke financiële buffer en daarmee niet
                                behoort tot de capaciteit om uit oogpunt van kosten zelf in de
                                maatregelen te voorzien.</al><al>Er is sprake van maatwerk.</al><al>De gemeente gaat er bij deze beoordeling vanuit dat een bedrag tot €
                                25.000,-- bestaande uit één of meer van bovengenoemde onderdelen,
                                gezien kan worden als een gebruikelijke financiële buffer en daarmee
                                niet behoort tot de capaciteit om uit oogpunt van kosten zelf in de
                                maatregelen te voorzien.</al><al>Dit betekent dat belanghebbende het meerdere in moet zetten ter
                                compensatie van zijn beperkingen. Gemeente Zwartewaterland hanteert
                                daarbij voorlopig de norm van 1,5 keer € 25.000,--. Het bedrag van €
                                25.000,-- is gebaseerd op het maximum bedrag dat het Nibud adviseert
                                als financiële buffer. Onderzoek van de gemeente hiertoe is van
                                belang. Gebruik kan worden gemaakt van de Nibud
                                Bufferberekenaar.</al><al>Tot slot geldt nog dat per 1 januari 2013 voor de berekening van de
                                eigen bijdrage 8% van de grondslag beleggen en sparen meetelt. Dit
                                is landelijk bepaald.</al><al/><al><cursief>Inkomen</cursief></al><al>Ook de hoogte van het inkomen van de belanghebbende speelt een rol
                                in de beoordeling van de aanvraag. Dit zal bijvoorbeeld voorkomen
                                bij het (deels) ontbreken van woonlasten. De situatie kan zich
                                voordoen dat een belanghebbende feitelijk minder woonlasten heeft
                                dan gebruikelijk is bij zijn leefsituatie. Bij het NIBUD zijn deze
                                woonlasten te berekenen aan de hand van een aantal individuele
                                gegevens. Indien blijkt dat er in het inkomen een groter gedeelte
                                aan woonlasten besteedbaar is, dan dat belanghebbende feitelijk
                                uitgeeft, kan dit deel worden ingezet ter compensatie van de
                                beperkingen. De (on)mogelijkheden in de individuele situatie van de
                                belanghebbende maken altijd deel uit van de besluitvorming.</al><al><cursief>Maatwerk</cursief></al><al>Bovenstaande beoordeling ten aanzien van de financiële capaciteit
                                kan niet gezien worden als harde weigeringgrond, het is een
                                richtlijn. Dit past ook het best in het kader van de
                                Wmo:maatwerk.</al><al>Elk geval dient individueel beoordeeld te worden, waarbij bijzondere
                                omstandigheden aanleiding kunnen zijn om af te wijken van het
                                bovenstaande.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Mantelzorgers en vrijwilligers</label></kop><structuurtekst><al>Een bijzondere groep onder de Wmo vormen de mantelzorgers en
                                vrijwilligers. Zij vallen onder de werking van prestatieveld 4. De
                                vraag is of dat leidt tot ‘eigen’ aanspraken van mantelzorgers in
                                het kader van dit prestatieveld, of dat het gaat om afgeleide
                                aanspraken, omdat er een persoon is waarvoor de mantelzorger zorgt
                                en ook de mantelzorger op naam van deze persoon aanspraak kan maken
                                op individuele voorzieningen. Nadrukkelijk moet een gemeente immers
                                rekening houden met de belangen van de mantelzorger en diens
                                dreigende overbelasting. Bij de verschillende onderdelen komt dit
                                aan de orde. Het gaat hierbij overigens om een principieel verschil
                                van inzicht, waarover de jurisprudentie tot op heden nog geen
                                uitsluitsel heeft gegeven<sup/>. Tot dat gebeurt wordt er door de
                                VNG voor gekozen, vooral uit uitvoeringstechnisch oogpunt, uit te
                                gaan van een afgeleid recht op voorzieningen. Beschikkingen zullen
                                dan ook op naam staan en gericht zijn tot degene die de mantelzorg
                                ontvangt.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Nieuwe wetgeving</label></kop><structuurtekst><al>Aanvankelijk zou per 2013 fasegewijs de functie extramurale
                                begeleiding worden overgeheveld naar de Wmo. Met de val van het
                                Kabinet Rutte I is dit onderwerp echter door de Tweede Kamer
                                controversieel verklaard. Het nieuwe Kabinet heeft aangegeven wel de
                                functie begeleiding te willen overhevelen. Dit vindt plaats per
                                2015, eveneens komt dan de functie persoonlijke verzorging naar de
                                gemeenten toe.</al><al>Voor hulp bij het huishouden komen ook de nodige veranderingen. Per
                                2014 wordt aan aanvragers met een midden of hoog inkomen geen hulp
                                bij het huishouden meer toegekend. Per 2015 geldt dit ook voor
                                bestaande cliënten.</al><al>De beleidsregels worden hierop te zijner tijd aangepast.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Ten geleide</label></kop><structuurtekst><al>De beleidsregels volgen de verordening qua volgorde van de te
                                behandelen onderdelen. Dat betekent dat de te bereiken resultaten
                                uitgangspunt zijn. De omschrijving van deze resultaten komt overeen
                                met de nieuwe verordening, die wat dit betreft weer geënt is op de
                                zogenaamde ‘bouwstenen’ van de VNG. Ter toelichting is de VNG
                                bouwsteen ‘Het Gesprek: bouwsteen voor de nieuwe modelverordening
                                Wmo’, die tot stand is gekomen na uitvoerig overleg en met
                                instemming van de CG-Raad en de CSO.</al><al>Het gesprek is in feite een onderdeel van het onderzoek, maar het
                                heeft de voorkeur dit gesprek naar voren en uit de aanvraagprocedure
                                te halen. De verwachting is immers dat het gesprek, zeker als een
                                gemeente werk maakt van het opzetten van meer algemene voorzieningen
                                in een (groot) aantal gevallen niet meer hoeft te leiden tot een
                                aanvraag. In een open gesprek komen alle mogelijkheden om een
                                gewenst resultaat te bereiken, ook die van de persoon zelf en zijn
                                omgeving, aan de orde.</al><al>Waarom burgers dan tot een aanvraag leiden als die uiteindelijk niet
                                nodig blijkt? Er zijn gemeenten die er voor kiezen dit uitgebreide
                                gesprek juist in de procedure na de aanvraag te situeren. Dat kan,
                                als de kern van de gemeentelijke compensatieplicht met zijn maatwerk
                                maar overeind blijft. </al><al>‘De Kanteling’ is geen statisch gebeuren. Onder invloed van de
                                praktijk ontstaat er nieuwe jurisprudentie en die zal weer zijn
                                plaats moeten krijgen in - met name - de modelbeleidsregels.
                                Daardoor winnen deze regels aan invloed. Beleidsregels vinden hun
                                basis in de Algemene wet bestuursrecht en zijn voor gemeenten
                                evenzeer bindend als de verordening. Bij de beoordeling van
                                geschillen is het ook de rechter die toetst of de gemeente de eigen
                                regels, zoals neergelegd in verordening en beleidsregels wel correct
                                heeft gehanteerd</al><al>De beleidsregels die er nu liggen moeten bevorderen dat de
                                doelstellingen van de compensatieplicht, zoals die door de wetgever
                                in de Wmo geformuleerd zijn, te weten zelfredzaamheid en
                                participatie door burgers met beperkingen, ook daadwerkelijk
                                gerealiseerd wordt. Een goed gesprek, heldere resultaten en
                                oplossingen op maat zijn daartoe nodig. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk 1. Beoordeling van de te bereiken resultaten</label></kop><structuurtekst><al>Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Verordening
                                voorzieningen Wmo Zwartewaterland 2013 worden de navolgende
                                resultaten benoemd:</al><al>een schoon en leefbaar huis;</al><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;</al><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren;</al><al>wonen in een geschikt huis;</al><al>zich verplaatsen in en om de woning; </al><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te
                                nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze
                                activiteiten.</al><al/><al><cursief>Artikel 9 van de Verordening
                                    </cursief><cursief>maatschappelijke ondersteuning
                                    Zwartewaterland </cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Tot een schoon en leefbaar huis behoort het zwaar en licht
                                huishoudelijk werk, zoals voor 2007 benoemd onder de AWBZ. Het gaat
                                daarbij concreet om het stofzuigen van de woning, het soppen van
                                badkamer, keuken, toilet, het dweilen van vloeren en het overigens
                                schoonhouden van de ruimten die onder de compensatieplicht
                                vallen.</al><al>Deze ruimten zijn die ruimten die - op het niveau sociale woningbouw
                                - voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn. Niveau sociale
                                woningbouw betekent dat dit niveau als uitgangspunt wordt genomen.
                                Daarbij kunnen persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk maken
                                hiervan af te wijken.</al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.1.1 Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis, exclusief de
                                tuin, maar inclusief balkon en berging, schoon en leefbaar te
                                houden.</al><al/><al>1.1.2 Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke
                                voorzieningen meegenomen zijn. </al><al><cursief>Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het gebruik van de
                                    glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de
                                    buitenkant.</cursief><cursief> De gemeente vergoedt dit
                                    niet.</cursief></al><al/><al>1.1.3 Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen
                                mogelijkheden zijn. </al><al><cursief>Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men al
                                    jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt.
                                    Als tegelijk met het optreden van de beperking geen
                                    inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er geen aantoonbare
                                    meerkosten zijn in relatie tot de handicap, is het oordeel in
                                    zijn algemeenheid dat er geen compensatie nodig is. Dit is
                                    uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige
                                    wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te
                                    betalen. Is sprake van een latrelatie, dan zal de gemeente
                                    nagaan of en in hoeverre de partner bij kan dragen aan het
                                    huishouden.</cursief></al><al/><al>1.1.4 Daarna beoordeelt het college of er sprake is van
                                gebruikelijke zorg. </al><al><cursief>Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot
                                    aanwezig is, die in staat kan worden geacht het huishoudelijk
                                    werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon
                                    die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een
                                    bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die
                                    beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is bijvoorbeeld een
                                    inwonend kind, maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake van
                                    inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie
                                    beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een
                                    volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen
                                    zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d.
                                    door elkaar lopen. Bij gebruikelijke zorg wordt rekening
                                    gehouden met de leeftijd van de
                                    huisgenoot.</cursief><cursief>Tot 18 jaar wordt van
                                    huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld
                                    door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en
                                    spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine)
                                    boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. Bij gebruikelijke
                                    zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige
                                    baan een huishouden te kunnen runnen</cursief><cursief>.
                                    Gebruikelijke zorg geldt voor personen vanaf 18
                                    jaar</cursief><cursief>. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid
                                    van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen
                                    de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij het
                                    zwaar en licht huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare
                                    taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen
                                    (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct
                                    moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk
                                    gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden.</cursief></al><al/><al>1.1.5 Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                van het probleem, zal het college compenseren. Bij het compenseren
                                wordt gebruik gemaakt van het Protocol hulp bij het huishouden
                                gemeente Zwartewaterland 2012 (opgenomen als bijlage 1).</al><al/><al>1.1.6 De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in
                                de vorm van een persoonsgebonden budget. </al><al><cursief>Bij een persoonsgebonden budget wordt het bedrag van dit
                                    pgb afgegeven als tegenwaarde van de hulp in natura.
                                    </cursief><cursief>Er worden twee tarieven
                                    onderscheiden</cursief><cursief> een tarief voor hulp bij het
                                    huishouden 1 en een tarief voor hulp bij het huishouden
                                    </cursief><cursief>2. In</cursief><cursief> het Besluit is de
                                    hoogte van het tarief
                                opgenomen.</cursief><cursief>:</cursief></al><al>Voor een toekenning in natura zijn de volgende aanbieders
                                gecontracteerd (tot en met 2013):</al><al>Thuiszorg Service Nederland</al><al>IJsselheem</al><al>Carinova</al><al>RST Zorgverleners</al><al>De Nieuwe Zorg Thuis</al><al>Solace ATC</al><al>Philadelphia</al><al>Bi Ons</al><al>Tzorg</al><al>Zorg Centraal</al><al>1.1.7 Bij huishoudelijke hulp in natura kent het college hulp toe in
                                minuten per week<cursief>.</cursief></al><al>1.1.8 Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een
                                schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat geen
                                zelfstandig recht ontstaat. </al><al><cursief>Dit kan in twee situaties het geval zijn. Bij de eerste
                                    situatie komt de mantelzorger aantoonbaar niet toe aan een
                                    bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat
                                    zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Dan kan op
                                    naam van de verzorgde hulp plaats vinden. De tweede situatie
                                    betreft het niet toekomen aan het schoonmaken van het eigen
                                    huis. Dan zou de verzorgde i.p.v. naturahulp een pgb kunnen
                                    aanvragen en dat kunnen gebruiken om de mantelzorger te betalen,
                                    die op zijn beurt met dat geld hulp in eigen huis kan
                                    bekostigen.</cursief></al><al>1.1.9 Kortdurende hulp duurt niet langer dan 6 maanden. </al><al>1.1.10 In spoedsituaties kan voor de duur van maximaal 3 maanden
                                maximaal 3 uur HH1 worden toegekend door de Wmo-consulent per week
                                zonder indicatie.</al><al><cursief>Artikel 10</cursief><cursief>
                                    Vero</cursief><cursief>r</cursief><cursief>dening
                                    </cursief><cursief>maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                    Zwartewaterland </cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>In de Wmo is in artikel 4 lid 1 geen duidelijk onderscheid gemaakt
                                tussen resultaten die bereikt moeten worden op het huishoudelijke
                                vlak en resultaten voor wat betreft een voor de persoon en zijn
                                kenmerken geschikte woning. De term ‘voeren van een huishouden’
                                geeft daar geen duidelijkheid over. Daarbij is er één belangrijke
                                voorwaarde voordat er gecompenseerd kan worden: er moet een woning
                                zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om
                                voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor
                                een woning te zorgen. Bij de keus van een woning wordt uiteraard
                                rekening gehouden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met
                                bestaande of bekende komende beperkingen rekening wordt gehouden.
                                Als de woning dan nog niet geschikt is kan het college
                                compenseren.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.2.1 Uitgangspunt is dat iedereen eerst zelf zorg dient te dragen
                                voor een woning. Daarbij mag er van uit worden gegaan dat rekening
                                wordt gehouden met bekende beperkingen, ook wat betreft de
                                toekomst.</al><al><cursief>Een eigen woning kan zowel een gekochte woning zijn als een
                                    huurwoning. Ook bij afwijkende situaties, zoals een (woon)boot
                                    of een woonwagen met vaste standplaats wordt in principe
                                    gesproken van woning.</cursief></al><al>1.2.2 Het college beoordeelt allereerst of het resultaat: wonen in
                                een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing. </al><al><cursief>Hierbij zullen alle aspecten worden meegewogen: financiële
                                    consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een woning
                                    beschikbaar komt (in verband met de medische verantwoorde
                                    termijn), de argumenten pro en contra verhuizing ten aanzien van
                                    de betrokkene en argumenten op basis van eventueel aanwezige
                                    mantelzorg. Een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten
                                    zal aan het besluit ten grondslag worden
                                    gelegd.</cursief><cursief> Hierbij wordt ook rekening gehouden
                                    met de voorzienbaarheid. Heeft de aanvrager gelet op
                                    bijvoorbeeld leeftijd </cursief><cursief>tijdig adequate
                                    maatregelen genomen op het gebied van wonen? Te denken valt aan
                                    aanpassingen in de woning die meegenomen konden worden met een
                                    verbouwing, passende woning en
                                    inschri</cursief><cursief>j</cursief><cursief>ven voor woon- en
                                    zorgcentrum.</cursief></al><al>1.2.3 Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat
                                het college ook daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor
                                hebben van een woning. </al><al><cursief>Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op
                                    het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden
                                    geplaatst. Daarbij is uitgangspunt dat de uitgaven die de
                                    verzorgde(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in de
                                    mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen
                                    worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten
                                    nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Met die middelen zou een
                                    mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen
                                    besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een
                                    mantelzorgwoning (deels) van te
                                    betalen.</cursief><sup/><cursief> De gemeente
                                    kan adviseren en ondersteunen als het gaat om de nodige
                                    vergunningen op het gebied van de ruimtelijke
                                    ordening.</cursief></al><al>1.2.4 Als voor het bereiken van het resultaat noodzakelijk is dat er
                                een aanbouw geplaatst wordt, besluit het college vanwege
                                financieel-economische argumenten alleen tot een aanbouw als tevoren
                                vast staat dat de aanbouw hergebruikt kan worden, zoals bij
                                huurwoningen van woningcorporaties. Bij eigen woningen zal de kans
                                op hergebruik miniem zijn. Daarom kiest het college bij eigen
                                woningen als het maar enigszins kan voor het plaatsen van een
                                herbruikbare losse woonunit en heeft aandacht voor de
                                RO-vergunning.</al><al>1.2.5 Als het gaat om een aanbouw bij een eigen woning zal het
                                college allereerst beoordelen wat iemands mogelijkheden zijn om uit
                                een oogpunt van kosten zelf in de compenserende voorziening te
                                voorzien.</al><al><cursief>Als het mogelijk is deze aanbouw zelf te
                                    financieren</cursief><cursief>zal eerst naar deze
                                    mogelijkheid gekeken worden.</cursief></al><al>1.2.6 Als een inpandige aanpassing mogelijk is, bijvoorbeeld in de
                                situatie van een ruime benedenverdieping, zal het college allereerst
                                die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van de woning aan de
                                orde komt.</al><al>1.2.7 Bij noodzakelijke vervanging van bestaande stoffering wordt
                                rekening gehouden met de afschrijvingstermijn hiervan. Voor elke 2
                                jaar wordt er 25% van de waarde afgetrokken van de financiële
                                vergoeding op basis van de goedkoopst adequate beschikbare
                                producten. De noodzaak tot het verstrekken van een voorziening wordt
                                mede beoordeeld in relatie tot het levenspatroon en de leefregels,
                                woninginrichting en ventilatiemogelijkheden. Situaties kunnen zich
                                bijvoorbeeld voordoen bij Cara-patiënten. De eventueel te
                                verstrekken vergoeding betreft een financiële tegemoetkoming. De
                                bedragen sluiten aan bij het goedkoopst-adequaat te verkrijgen
                                product. </al><al>1.2.8 Bij aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten zal het
                                college ook beoordelen of het verantwoord is voorzieningen als
                                trapliften op een voor eenieder bereikbare plaats te zetten. Ook
                                kijkt het college naar zaken als slijtage door weer en wind.</al><al>1.2.9 Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt het
                                college altijd eerst met een programma van eisen. Het aantal op te
                                vragen offertes door aanvrager is daarbij als volgt:</al><al>&lt; € 2.500,-- = 1 offerte</al><al>€ 2.500,-- tot € 10.000,-- = 2 offertes</al><al>Meer dan € 10.000,-- = 3 offertes</al><al>1.2.10 Het aanpassen van doelgroepengebouwen zal gebeuren conform de
                                afspraken zoals die door het college gemaakt zijn of worden met de
                                (toekomstige) eigenaar van deze woningen.</al><al>1.2.11 Een bouwkundige aanpassing aan een woning wordt ingevolge
                                artikel 7 lid 2 Wmo door het college uitbetaald aan de eigenaar van
                                de woning, als financiële tegemoetkoming. De beschikking wordt
                                verstuurd aan de aanvrager/belanghebbende met een afschrift aan de
                                eigenaar.</al><al>1.2.12 Een niet-bouwkundige aanpassing aan de woning kan door het
                                college in natura en als persoonsgebonden budget worden verstrekt
                                aan de aanvrager/belanghebbende.</al><al>1.2.13 Bij het bepalen van al dan niet bouwkundige woonvoorzieningen
                                houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers, zoals
                                bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend
                                moeten worden.</al><al>1.2.14 Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt het
                                college rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of
                                te voorspellen was. Bij een te verwachten of voorspelbare verhuizing
                                wordt in principe geen verhuiskostenvergoeding toegekend. </al><al>1.2.15 Indien iemand binnen 10 jaar nadat zijn woning is aangepast,
                                verhuist, dient een evenredig deel terug te worden betaald aan het
                                college. Het college beoordeelt of er in betreffende situatie tot
                                terugvordering wordt overgegaan. Door de verkoper dient hiervan
                                melding te worden gemaakt bij het college binnen 6 weken na de
                                verkoop. Het college beslist op basis van taxatierapporten of er
                                wordt teruggevorderd en welk bedrag. Afspraken worden gemaakt over
                                de terugbetaling.</al><al>1.2.16 <vet><cursief><onderstreept>Verkorte procedure voor
                                            verstrekken van kleine
                                        woningaanpassingen</onderstreept></cursief></vet></al><al>In 2009 heeft het college besloten de procedure voor kleine
                                woningenaanpassingen (tot € 2.500,--) te verkorten. Deze procedure
                                houdt het volgende in:</al><al>De gemeente neemt de aanvraag in behandeling</al><al>Het adviesbureau stelt een programma van eisen op.</al><al>De gemeente geeft een beschikking af aan de aanvrager met daarin
                                vermeld om welke aanpassingen het gaat. Een kopie van de beschikking
                                inclusief het programma van eisen wordt in het geval van een
                                huurwoning naar Wetland Wonen en naar bouwonderneming Beverwijk en
                                zonen verstuurd. Wanneer het een koopwoning betreft zal een kopie
                                van de beschikking en het programma van eisen naar bouwonderneming
                                Beverwijk en zonen worden verstuurd. </al><al>Wetland Wonen stemt automatisch in met de aanpassingen als zij niet
                                binnen 5 werkdagen reageren.</al><al>Indien de kosten beneden € 2.500,-- vallen realiseert de
                                bouwonderneming Beverwijk en zonen de aanpassing binnen vier
                                weken.</al><al>De bouwonderneming Beverwijk en zonen meldt het gereedkomen middels
                                een gespecificeerde nota, na oplevering van de werkzaamheden conform
                                het programma van eisen.</al><al>De gemeente betaalt vervolgens de nota volgens betalingsvoorwaarden
                                van de bouwonderneming Beverwijk en zonen.</al><al>Bijlage 2 In bijlage 2 is een aantal zaken verder uitgewerkt.</al><al><cursief>Artikel 9</cursief><cursief> Verordening
                                    </cursief><cursief>maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                    Zwartewaterland</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten
                                nodig. De compensatieplicht is beperkt tot de levensmiddelen en
                                schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in
                                elk huishouden. Niet hieronder vallen de grotere inkopen zoals
                                kleding en duurzame goederen, zoals apparaten.</al><al>Het is heel normaal dat mensen deze boodschappen geclusterd doen
                                door één maal per week de grote voorraad in huis te halen. Daar kan
                                de Wmo bij aansluiten door uit te gaan van één maal per week
                                boodschappen. Indien mogelijk wordt daarbij gebruik gemaakt van
                                boodschappendiensten. SWOZ en plaatselijke supermarkten hebben
                                hiervoor een boodschappendienst opgezet. Dit is een algemene
                                voorziening, hier kan tegen betaling gebruik van worden gemaakt. De
                                Golff in Hasselt heeft een eigen bezorgdienst. Een
                                boodschappendienst wordt volgens de jurisprudentie aanvaardbaar
                                geacht als er niet al te hoge kosten aan verbonden zijn.</al><al>Ook het bereiden van maaltijden valt onder dit resultaat. In sommige
                                situaties kan van een maaltijdservice gebruik worden gemaakt.
                                Hiervoor verwijzen wij naar het aanbod van Stichting Welzijn Ouderen
                                Zwartewaterland, Stichting Welzijn De Meente en IJsselheem. Ook zijn
                                er kant- en klaar maaltijden te koop in de supermarkt die soms
                                (tijdelijk) een oplossing kunnen bieden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.3.1 Onder dit resultaat worden gerekend de boodschappen inzake
                                levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks nodig zijn en zo nodig
                                de bereiding van maaltijden.</al><al>1.3.2 Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke
                                voorzieningen meegenomen zijn. </al><al><cursief>Hierbij valt te denken aan het gebruik van een
                                    boodschappenservice, zowel die beschikbaar gesteld zijn door
                                    supermarkten, als die </cursief><cursief>is</cursief><cursief>
                                    opgezet door de gemeente of door vrijwilligersorganisaties. Als
                                    het gaat om het bereiden van maaltijden kan bekeken worden of
                                    vormen van maaltijdvoorziening of het gebruik maken van kant en
                                    klare maaltijden mogelijk en bruikbaar zijn.</cursief></al><al>1.3.3 Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                mogelijkheden zijn.</al><al><cursief>Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat in de
                                    omgeving wonende bekenden en/of kinderen gewend of bereid zijn
                                    deze boodschappen te doen.</cursief></al><al>1.3.4 Daarna beoordeelt het college of er sprake is van
                                gebruikelijke zorg.</al><al><cursief>Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot
                                    aanwezig is die in staat kan worden geacht het huishoudelijk
                                    werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon
                                    die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een
                                    bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die
                                    beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is een inwonend kind,
                                    maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake van inwonendheid zal
                                    naar de concrete feiten beoordeeld moeten worden. Daarbij staat
                                    inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en
                                    zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals
                                    huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar
                                    lopen. Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de
                                    huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij
                                    hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon
                                    te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals
                                    het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas,
                                    enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid
                                    om naast een volledige baan een huishouden te runnen. Alleen bij
                                    daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een
                                    aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken
                                    overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk
                                    werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Het doen van
                                    boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden van maaltijden is
                                    niet-uitstelbare hulp. Hier kan wel voor geïndiceerd kunnen
                                    worden.</cursief></al><al>1.3.5 Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                van het probleem zal het college compenseren met een individuele
                                voorziening.</al><al>1.3.6 Bij boodschappen is het uitgangspunt: één maal in de week
                                boodschappen doen. Een uitzondering wordt door het college alleen
                                gemaakt als volstrekt helder is dat dit niet in één maal per week
                                mogelijk is.</al><al>1.3.7 De normtijden hiervoor zijn weer de normen zoals voorheen
                                onder de AWBZ gehanteerd, tenzij de feitelijke situatie tot een
                                andere norm leidt.</al><al>1.3.8 Deze normen worden uitgedrukt in minuten per week.</al><al>1.3.9 Het resultaat: beschikken over goederen voor primaire
                                levensbehoeften, als individuele voorziening, kan door het college
                                in natura als ook via een persoonsgebonden budget bereikt
                                worden.</al><al>1.3.10 Het college houdt rekening met de belangen van mantelzorgers.
                                Zo kan in geval van dreigende overbelasting een individuele
                                voorziening aan de verzorgde worden toegekend. Deze voorziening kan
                                dan niet – als het een pgb betreft - door de mantelzorger worden
                                ingevuld: het gaat immers om diens (dreigende) overbelasting Ook
                                hier gaat het om een afgeleid recht. Het college kan ook op voorhand
                                rekening houden met periodes van afwezigheid van de mantelzorger
                                voor vakantie of anderszins.</al><al><cursief>Artikel 9</cursief><cursief> Verordening
                                    </cursief><cursief>maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                    Zwartewaterland</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat schoongemaakt worden.
                                Dit betekent het wassen, drogen en in bepaalde situaties strijken
                                van kleding. En soms gaat het om een los naadje of knoopje. We
                                spreken hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij
                                is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te
                                worden. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden
                                gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal
                                gebruik te maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke -
                                moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droger.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.4.1 Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke
                                voorzieningen meegenomen zijn. </al><al><cursief>Hierbij valt te denken aan het gebruik
                                    van een wasserij als dat in de lijn ligt.</cursief></al><al>1.4.2 Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen
                                mogelijkheden zijn die benut kunnen worden. </al><al><cursief>Hierbij kan gedacht worden aan de aanschaf door betrokkene
                                    van een wasmachine en/of droger.</cursief></al><al>1.4.3 Daarna beoordeelt het college of er sprake is van
                                gebruikelijke zorg.</al><al><cursief>Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot
                                    aanwezig is die in staat kan worden geacht het huishoudelijk
                                    werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt verstaan: een persoon
                                    die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een
                                    bewuste keuze - één huishouden vormt met de persoon die
                                    beperkingen ondervindt. Een huisgenoot is een inwonend kind,
                                    maar zijn ook inwonende ouders. Of sprake van inwonendheid zal
                                    naar de concrete feiten beoordeeld moeten worden. Daarbij staat
                                    inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en
                                    zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals
                                    huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur e.d. door elkaar
                                    lopen. Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de
                                    huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij
                                    hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon
                                    te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals
                                    het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas,
                                    enz. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid
                                    om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen.
                                    Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot
                                    gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare
                                    taken overgenomen kunnen worden. Bij beschikken over schone,
                                    draagbare en doelmatige kleding zal het over het algemeen gaan
                                    om uitstelbare taken. Alleen als de was niet kan blijven liggen
                                    zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de
                                    gedeeltelijke gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd kunnen
                                    worden.</cursief></al><al>1.4.4 Als het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van
                                het probleem zal het college eerst compenseren met een collectieve
                                voorzieningen. Voor dit resultaatgebied bestaat hiertoe een was- en
                                strijkervice.</al><al>Per 1 juli 2012 wordt gewerkt met een was- en strijkservice. Dit is
                                een collectieve voorziening in het kader van hulp bij het
                                huishouden. Iedereen die binnen hulp bij het huishouden 1
                                geïndiceerd wordt voor wasverzorging (inclusief strijken) wordt
                                verwezen naar de was- en strijkservice. Er kunnen medische redenen
                                zijn waarom hier van afgeweken wordt. Hiervoor is een medische
                                indicatie noodzakelijk. Ook kan een advies van een huisarts hiervoor
                                al voldoende zijn. Redenen kunnen zijn:</al><al>incontinentie</al><al>allergie voor wasmiddelen</al><al>Daarnaast kan het voorkomen dat er door de gezinssituatie veel
                                gewassen moet worden (groot gezin). De was- en strijkservice kan dan
                                geen adequate oplossing zijn. Alsdan kan ook individuele hulp
                                ingezet worden.</al><al> Uitgegaan wordt van maatwerk.</al><al>De was- en strijkservice wordt aangeboden als collectieve
                                voorziening. De prijs per cliënt per maand voor het de was- en
                                strijkservice is € 50,--. Hiervan betaalt de cliënt zelf € 30,-- en
                                de gemeente betaalt de resterende € 20,--. De gemeente heeft een
                                contract hiertoe gesloten met een wasserij.</al><al> De kosten voor de haal- en brengservice vallen ook onder de
                                collectieve voorziening. Deze kosten komen voor rekening van de
                                gemeente. Eén of twee keer per week worden de waszakken gehaald en
                                gebracht bij de cliënten in de gemeente die onder deze voorziening
                                vallen. </al><al>Van de cliënt (dan wel informele hulp) wordt verwacht dat zij
                                wekelijks de waszak zelf vullen en de lijst invult die bij deze zak
                                hoort (hierop staat aangegeven wat de cliënt aanbiedt). Eventueel
                                kan er nog tijd geïndiceerd worden voor het vullen van de waszak
                                door de HH1-hulp.</al><al>Per 1 januari 2013 geldt de was en strijkservice ook als collectieve
                                voorziening voor HH2. De aanpak hiertoe is identiek aan die van HH1
                                (onder A). Echter, in voorkomende gevallen kan aan cliënten 15
                                minuten per week (individuele) huishoudelijke hulp worden toegekend
                                voor ondersteuning bij de wasverzorging. Het gaat dan om het
                                invullen van het wasboekje, inpakken van de waszak, uitpakken van de
                                waszak, opruimen van de was en controleren van de
                                retourzending.</al><al>1.4.5 Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                van het probleem zal het college compenseren met een individuele
                                voorziening.</al><al>1.4.6 De inhoud van het resultaat schone en doelmatige kleding
                                bestaat uit het wassen en drogen daarvan en eventueel licht
                                verstelwerk, zoals het vastzetten van een naadje of het aanzetten
                                van een knoop.</al><al>1.4.7 Wat betreft het strijken van kleding worden er geen lakens,
                                theedoeken, zakdoeken en ondergoed etc. gestreken. Wat betreft de
                                kleding wordt uitgegaan van een eigen verantwoordelijkheid ten
                                aanzien van de keuze van kleding, die in principe niet hoeft te
                                worden gestreken.<sup/></al><al>1.4.8 Er zal met de mantelzorger rekening worden gehouden met het
                                oog op dreigende overbelasting. Als er een indicatie wordt gesteld,
                                gebeurt dat als afgeleide van de verzorgde op zijn of haar
                                naam.</al><al>Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren</al><al><cursief>Artikel 9 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning
                                    Zwartewaterland</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is in eerste
                                instantie een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er zorg
                                voor dragen dat er op tijden dat zij beide werken opvang voor de
                                kinderen is. Dat kan op de manier waarop zij dat willen (oppasoma,
                                kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is
                                niet anders in de situatie dat beide ouders mede door beperkingen
                                niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal
                                men een permanente oplossing moeten zoeken.</al><al>De Wmo heeft vooral een taak om tijdelijk in te springen zodat de
                                ruimte ontstaat om een al dan niet tijdelijke oplossing te zoeken.
                                Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost zodat er gezocht
                                kan worden naar een permanente oplossing.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.5.1 Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat
                                heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke
                                voorzieningen meegenomen zijn.</al><al><cursief>Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld voorschoolse,
                                    tussenschoolse en naschoolse opvang, kinderopvang, opvang door
                                    grootouders enz.</cursief><cursief> Zie voor de mogelijkheden in
                                    de gemeente zelf
                                www.landelijkregisterkinderopvang.nl.</cursief></al><al>1.5.2 Ook beoordeelt het college de mogelijkheden van
                                ouderschapsverlof.</al><al>1.5.3 Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing
                                van het probleem zal het college compenseren met een individuele
                                voorziening.</al><al>1.5.4 Bij tijdelijke opvang gaat het om die tijden dat de partner
                                vanwege werkzaamheden niet thuis is. </al><al><cursief>Dat kan dus gaan om maximaal 40 uur, bij een 40-urige
                                    werkweek, plus de noodzakelijke reistijden.</cursief></al><al>1.5.5 Bij de toekenning stelt door het college bij beschikking vast
                                om welke tijdelijke periode het gaat en op welke wijze gezocht dient
                                te worden naar een definitieve oplossing.</al><al>1.5.6 Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening
                                worden gehouden met hun belangen als het gaat om het thuis zorgen
                                voor kinderen die tot het gezin behoren.</al><al>Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning</al><al><cursief>Artikel 11 van de Verordening maatschappelijke
                                    ondersteuning Zwartewaterland</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Verplaatsing in en om de woning werd onder de Wvg aangeduid als: de
                                rolstoel. Onder de Wvg werd met de rolstoel aanvankelijk bedoeld: de
                                rolstoel die iemand nodig heeft voor dagelijks zittend gebruik. Zo
                                was het ook in de gemeentelijke verordeningen geformuleerd.
                                Daarnaast werd een sportrolstoel als - bovenwettelijke - voorziening
                                verstrekt, over het algemeen in de vorm van een bedrag ineens. De
                                rolstoel voor incidenteel gebruik, uiteindelijk onder de Wvg de
                                meest verstrekte rolstoel, had eigenlijk geen plaats.</al><al>Onder de Mo is er een andere omschrijving. Het gaat dan om het zich
                                verplaatsen in en om de woning. Dat sluit op zich de rolstoel voor
                                incidenteel gebruik bijna altijd uit, omdat die nu juist daar niet
                                voor bedoeld is, maar voor verplaatsingen over langere afstanden
                                elders, tijdens uitstapjes. Deze rolstoel past daarmee meer onder
                                resultaat 8 en kan ook als algemene voorziening verstrekt
                                worden.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.6.1 Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat
                                betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de woning
                                worden gedaan. Daarom gaat het hier om belanghebbenden die voor het
                                dagelijks zittend verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel.</al><al>1.6.2 Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik, waarbij
                                de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders, bij het winkelen
                                of bij uitstapjes, te gebruiken, vallen niet onder dit te bereiken
                                resultaat en zullen dan ook ter beschikking kunnen komen via een
                                algemene voorziening in de vorm van een rolstoelpool. In de gemeente
                                Zwartewaterland is een rolstoelpool aanwezig bij de zorgcentra De
                                Meente (Genemuiden), De Schans (Zwartsluis) en De Hazelaar
                                (Hasselt), alsmede op het gemeentehuis (Hasselt). Uitleen gaat via
                                de betreffende recepties.</al><al>1.6.3 De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het
                                verplaatsen in en rond de woning.<sup/></al><al>1.6.4 Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks
                                zittend gebruik, zal via een medisch en al dan niet
                                ergotherapeutisch advies door het college een programma van eisen
                                worden opgesteld.</al><al>1.6.5 Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura
                                of in de vorm van een persoonsgebonden budget.</al><al>1.6.6 Bij verstrekking in natura vallen alle kosten van onderhoud en
                                verzekering onder de verstrekking.</al><al>1.6.7 Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de
                                rolstoel die betrokkene zou hebben gekregen als voorziening in
                                natura als uitgangspunt genomen.</al><al><cursief>Zou betrokkene een geschikte, gebruikte rolstoel ontvangen
                                    hebben, dan zal het te verstrekken bedrag gebaseerd zijn op deze
                                    rolstoel, qua prijs maar ook qua beperkte levensduur vanwege het
                                    al afgeschreven deel.</cursief></al><al>1.6.8 Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening
                                worden gehouden met hun belangen.</al><al><cursief>Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat als de mantelzorger niet
                                    in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen, er een
                                    ondersteunende motorvoorziening verschaft kan
                                worden.</cursief></al><al><cursief>Artikel 12 van de Verordening
                                    </cursief><cursief>m</cursief><cursief>aatschappelijke
                                    ondersteuning Zwartewaterland</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Het lokaal verplaatsen per vervoermiddel is de mogelijkheid om in de
                                eigen woon- en leefomgeving te gaan en staan waar men wil. Er wordt
                                gesproken over lokaal verplaatsen, waarbij gedacht moet worden aan
                                verplaatsingen in een straal van 15 tot 20 kilometer rond de woning.
                                Buiten dit gebied kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden
                                van het boven-regionale vervoer, dat Valys in opdracht van het
                                ministerie van VWS verricht.</al><al>Een collectief vervoersysteem kan de prioriteit hebben, zodat de
                                keuze voor een persoonsgebonden budget beperkt kan worden, mits men
                                rekening houdt met de persoonskenmerken en behoeften van de
                                aanvrager.</al><al>Er wordt geen onbeperkte kostenloze vervoermogelijkheid aangeboden.
                                Net als voor personen zonder beperkingen geldt, dient men voor het
                                vervoer een bijdrage te betalen al dan niet in de vorm van een
                                tarief.</al><al>Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere
                                situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft al 40 jaar een
                                auto en is gewend daar alles mee te doen) zal er geen noodzaak zijn
                                te compenseren omdat er geen probleem is of omdat men het zelf kan
                                oplossen. Dat kan anders zijn indien door het optreden van de
                                beperkingen ook het inkomen daalt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.7.1 Om voor een individuele voorziening in aanmerking te komen zal
                                het college eerst nagaan of in het gesprek alle mogelijke
                                alternatieven al zijn beoordeeld. </al><al>1.7.2 Als het college dient te compenseren zal allereerst gekeken
                                worden waar de vervoersbehoefte van de aanvrager/betrokkene uit
                                bestaat.</al><al>1.7.3 Aan de hand van deze vervoersbehoefte zal het college
                                beoordelen of deze behoefte bij een persoon met een maximale
                                loopafstand van 800 meter ingevuld kan worden met een systeem van
                                collectief vraagafhankelijk vervoer. Hierbij houdt het college
                                rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de
                                aanvrager/betrokkene.<sup/></al><al>1.7.4 Met een systeem voor collectief vervoer of met een andere
                                individuele voorziening dient tenminste een afstand van 1500 km per
                                jaar te kunnen worden afgelegd. Indien daar aanleiding voor is kan
                                het college dit aantal ophogen.</al><al><cursief>Bij dit aantal kilometers kan het gebruik van een andere,
                                    verstrekte, voorziening zoals een scootmobiel, meegenomen worden
                                    hetgeen invloed kan hebben op het aantal
                                kilometers.</cursief></al><al>1.7.5 Bij personen met een loopafstand van minder dan 100 meter zal
                                het college beoordelen of naast een voorziening als collectief
                                vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de zeer
                                korte afstand.</al><al>1.7.6 Ook bij personen met een loopafstand van meer dan 100 meter,
                                maar minder dan 800 meter, zal het college beoordelen of een
                                voorziening voor de zeer korte afstand noodzakelijk is.</al><al>1.7.7 Indien collectief vervoer niet mogelijk of niet beschikbaar
                                is, kan het college een individuele voorziening in de vorm van een
                                voorziening in natura (taxipas, rolstoeltaxipas) of een
                                persoonsgebonden budget te besteden aan vervoer verstrekken.</al><al>1.7.8 Bij het verstrekken van voorzieningen die af te leiden zijn
                                van de auto, beoordeelt het college of er sprake is van meerkosten
                                ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden.
                                Alleen dan komt men in aanmerking voor een individuele
                                voorziening.</al><al>9 Voorzieningen kunnen door het college verstrekt worden in natura
                                of in de vorm van een persoonsgebonden budget.</al><al>1.7.10 Bij een persoonsgebonden budget is de voorziening die de
                                aanvrager/betrokkene als voorziening in natura zou ontvangen voor
                                het college uitgangspunt voor de hoogte van het bedrag. </al><al><cursief>Zou er in natura een voorziening vanuit het depot verstrekt
                                    worden, omdat er een geschikte voorziening aanwezig is, dan zal
                                    het bedrag van het persoonsgebonden budget op deze
                                    depotvoorziening gebaseerd worden. Daarbij wordt rekening
                                    gehouden met de nog resterende afschrijvingsperiode bij het
                                    bepalen van de hoogte van het bedrag.</cursief></al><al>1.7.11 Met de positie van mantelzorgers kan rekening worden gehouden
                                bij het bepalen van de vervoersvoorziening.</al><al><cursief>Zo kan het noodzakelijk zijn dat de mantelzorger mee wordt
                                    vervoerd (vanwege de noodzaak tijdens het vervoer in te grijpen)
                                    zodat het vervoer van de mantelzorger als noodzakelijke
                                    begeleider gratis plaats vindt.</cursief></al><al>Bijlage 3 kent een verdere uitwerking op onderdelen.</al><al><cursief>Artikel 13 van de Verordening maatschappelijke
                                    ondersteuning Zwartewaterland</cursief></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Het laatste op grond van artikel 4 lid 1 Wmo genoemde resultaat is
                                een heel algemene. Het gaat daarbij om de mogelijkheid deel te nemen
                                aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten, dat
                                wil zeggen deel te kunnen nemen aan het leven van alledag.</al><al>Een belangrijke voorwaarde hiervoor zit in een ander te bereiken
                                resultaat: het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><structuurtekst><al>1.8.1 Het college beoordeelt altijd eerst of andere, algemeen
                                gebruikelijke, voorliggende en andere gemakkelijk zelf te realiseren
                                voorzieningen mogelijk zijn.</al><al>1.8.2 Als het gaat om een vervoerprobleem zal het college eerst
                                beoordelen of dit via het zevende resultaat opgelost kan
                                worden.</al><al>Hoofdstuk 2. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en
                                als financiële tegemoetkoming. Eigen bijdrage en eigen aandeel.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Inleiding</label></kop><structuurtekst><al>Artikel 6 van de Wmo bepaalt in lid 1 het volgende: </al><al><cursief>“Het college van burgemeester en wethouders biedt
                                    personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening de
                                    keuze tussen het ontvangen van een voorziening in natura of het
                                    ontvangen van een hiermee vergelijkbaar en toereikend
                                    persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een
                                    arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de
                                    Wet op de loonbelasting 1964, tenzij hiertegen overwegende
                                    bezwaren bestaan.” </cursief></al><al>Door deze bepaling zijn er in de Wmo drie vormen van verstrekking
                                mogelijk om het resultaat dat bereikt moet worden: het compenseren
                                van problemen die een aanvrager ondervindt, te bereiken.</al><al>De eerste mogelijkheid is de voorziening in natura. Daarmee wordt
                                bedoeld dat de gemeente de aanvrager een voorziening verstrekt, die
                                hij of zij kant en klaar krijgt. En met de voorziening die
                                betrokkene in natura krijgt moet het probleem voldoende
                                gecompenseerd zijn.</al><al>De tweede mogelijkheid is de in artikel 6 Wmo verplicht gestelde
                                mogelijkheid een alternatief te ontvangen in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget. Na een wetswijziging die sinds 1 januari
                                2010 van kracht is, zijn er voor het persoonsgebonden budget als het
                                gaat om hulp bij het huishouden twee mogelijkheden om dit in te
                                vullen. De derde mogelijkheid van verstrekking is de financiële
                                tegemoetkoming, zo blijkt uit artikel 7, lid 2 Wmo:</al><al><cursief>‘Een persoonsgebonden budget en een financiële
                                    tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in
                                    of aan een woonruimte wordt verleend aan de eigenaar van de
                                    woonruimte. Artikel 6 is van overeenkomstige
                                    toepassing’.</cursief></al><al>Als het gaat om bouwkundige woonvoorzieningen is de gemeente
                                verplicht om een financiële tegemoetkoming uit te betalen aan de
                                eigenaar van de woning. Een dergelijke financiële tegemoetkoming kan
                                alleen al om die reden in sommige situaties geen persoonsgebonden
                                budget zijn. Dat gaat immers rechtstreeks naar de aanvrager.</al><al>Ook is soms sprake van een financiële tegemoetkoming bij een taxi-
                                of rolstoeltaxikostenvergoeding op declaratiebasis. </al><al>Gemeenten kunnen ook andere systemen opzetten, mits die niet in
                                plaats van maar naast het persoonsgebonden budget komen. Dat geldt
                                bijvoorbeeld voor vouchers of cheques, als wie iets dergelijks niet
                                wil maar gewoon een persoonsgebonden budget kan krijgen.</al><al>Het onderscheid tussen de begrippen financiële tegemoetkoming en
                                persoonsgebonden budget is niet altijd even duidelijk. Dat wordt nog
                                ingewikkelder gemaakt, doordat soms een financiële tegemoetkoming
                                als forfaitaire financiële tegemoetkoming verstrekt wordt. De
                                verschillen tussen een financiële tegemoetkoming, een forfaitaire
                                financiële tegemoetkoming en een persoonsgebonden budget zijn het
                                beste als volgt aan te geven.</al><al>Een financiële tegemoetkoming is een bedrag bedoeld om een
                                individuele voorziening mee te realiseren. Het begrip financiële
                                tegemoetkoming wordt in de wet gebruikt in artikel 7 lid 2 waar
                                gesproken wordt over een financiële tegemoetkoming voor een
                                bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte. Een
                                financiële tegemoetkoming kan afhankelijk worden gesteld van het
                                inkomen van de aanvrager. De aanvrager betaalt dan mee en dat wordt
                                een eigen aandeel genoemd. Samen met dit eigen aandeel zal een
                                financiële tegemoetkoming kostendekkend zijn, tenzij er nog een
                                algemeen gebruikelijk deel in het bedrag zit. Dat kan, als dit in
                                deze beleidsregels is geregeld, in mindering worden gebracht, ook
                                naast een eigen aandeel.</al><al>Een forfaitaire financiële tegemoetkoming is een bedrag dat los van
                                de werkelijke kosten en meestal los van het inkomen wordt
                                vastgesteld. Het is dus geen kostendekkend bedrag en zal meestal
                                niet op het inkomen van de aanvrager worden afgestemd. Te denken
                                valt aan een verhuiskostenvergoeding of een auto- of
                                taxikostenvergoeding. Ook hier kan eventueel wel rekening worden
                                gehouden met een algemeen gebruikelijk deel, zoals het tarief van
                                het collectief vervoer.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afwegingskader</label></kop><artikel><kop><label>Een persoonsgebonden budget.</label></kop><al>2.1.1 Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag bedoeld om zelf
                                hulp bij het huishouden of een voorziening mee aan te schaffen of te
                                betalen. Het college bepaalt of een persoonsgebonden budget wordt
                                toegekend. </al><al><cursief>Op dit persoonsgebonden budget kan een eigen bijdrage in
                                    mindering worden gebracht, tenzij het om een rolstoel gaat. Ook
                                    kan eventueel met een algemeen gebruikelijk deel rekening worden
                                    gehouden, eveneens met uitzondering van de rolstoel. Het
                                    verschil tussen een persoonsgebonden budget en een financiële
                                    tegemoetkoming is klein. Helder is wel dat bij een bouwkundige
                                    woningaanpassing niet gesproken kan worden van een
                                    persoonsgebonden budget, omdat die aan de eigenaar moet worden
                                    uitbetaald.</cursief></al><al>2.1.2 Het college verstrekt een persoonsgebonden budget alleen ten
                                aanzien van individuele voorzieningen.</al><al><cursief>Dat betekent dat bij algemene voorzieningen geen
                                    persoonsgebonden budget verstrekt wordt. De Centrale Raad van
                                    Beroep onderschrijft dit in diverse uitspraken. Voor deze
                                    voorzieningen geldt ook de eigen bijdragen systematiek niet.
                                    Daarbij is er een alternatieve mogelijkheid: indien de aanvrager
                                    van mening is dat de algemene voorziening zijn problemen niet
                                    voldoende compenseert en daarom een persoonsgebonden budget
                                    verstrekt moet worden, dan kan hij een aanvraag indienen, die
                                    volgens de reguliere regels van de Algemene wet bestuursrecht
                                    wordt afgehandeld.</cursief></al><al>2.1.3 Het college bepaalt de omvang van het persoonsgebonden budget. </al><al><cursief>Hierbij dienen twee mogelijkheden te worden onderscheiden:
                                    enerzijds het persoonsgebonden budget voor hulp bij het
                                    huishouden, anderzijds het persoonsgebonden budget voor
                                    voorzieningen, zoals hulpmiddelen, woonvoorzieningen,
                                    vervoersvoorzieningen en rolstoelen. Bij diensten gaat het om de
                                    betaling van tijd aan dienstverleners. De uitbetaling zal dan
                                    ook plaats vinden per uur of een gedeelte daarvan. Het uurbedrag
                                    wordt door het college van burgemeester en wethouders
                                    vastgesteld en zal elk jaar aangepast worden aan de economische
                                    ontwikkelingen. Het bedrag wordt vastgelegd in het besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning. Bepaald is in artikel 6 lid 1
                                    Wmo dat het uurbedrag vergelijkbaar met zorg in natura moet zijn
                                    en bovendien toereikend. Dat betekent dat het bedrag tenminste
                                    het minimumloonbedrag zal moeten zijn. Er zijn twee
                                    mogelijkheden: het gaat om een arbeidsovereenkomst of om een
                                    overeenkomst opdrachtgever-opdrachtnemer. In het eerste geval
                                    ontstaan er weer twee situaties: betrokkene werkt op minder dan
                                    3 dagen of betrokkene werkt op meer dan 3 dagen bij dezelfde
                                    persoon. Als het minder dan 3 dagen zijn mag bruto uitbetaald
                                    worden en zorgt iemand zelf voor eventuele betaling van
                                    belastingen en verzekeringen. Werkt iemand meer dan 3 dagen in
                                    de week dan is de werkgever verantwoordelijk voor de afdracht
                                    van belastingen en verplichte premies voor diverse
                                    verzekeringen. In deze beide situaties moet het minimum
                                    (jeugd)loon in ieder geval betaald worden. Is sprake van een
                                    overeenkomst opdrachtgever-opdrachtnemer dan zal het veelal gaan
                                    om een zzp-er, een zelfstandige zonder personeel en is men niet
                                    gebonden aan het minimum (jeugd)loon en hoeft geen afdracht
                                    plaats te vinden door de opdrachtgever. Het college heeft daarom
                                    gekozen voor drie verschillende basistarieven voor het pgb HH,
                                    al naar gelang het beoogde gebruik. Voor de zwaardere hulp
                                    worden deze bedragen opgehoogd.</cursief></al><al>2.1.4 Wat betreft de voorzieningen maakt het college per toekenning
                                een berekening. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn om de
                                voorziening aan te schaffen en dus de bestaande problemen voldoende
                                te compenseren. </al><al><cursief>De kosten van de voorziening als de voorziening in natura
                                    zou worden verstrekt zijn daarbij uitgangspunt. Dat kan afgeleid
                                    worden van bijvoorbeeld een offerte. Daarbij kunnen bedragen
                                    geteld worden voor het onderhoud en de reparaties van de
                                    voorziening, voor zover daar sprake van kan zijn. Deze bedragen
                                    zijn ofwel bij verstrekking in eigen beheer bekend vanuit het
                                    verleden, ofwel kunnen bij verstrekking via een leverancier bij
                                    de leverancier worden opgevraagd. Bij het bepalen van het bedrag
                                    van de voorziening wordt uitgegaan van het bedrag dat de
                                    voorziening bij verstrekking in natura zou kosten. Daarbij zal
                                    veelal sprake zijn van kortingen, omdat via een contract met een
                                    leverancier een grote hoeveelheid voorzieningen afgenomen wordt.
                                    Deze korting wordt doorberekend naar het persoonsgebonden
                                    budget. Het is immers niet de bedoeling dat een persoonsgebonden
                                    budget meer geld gaat kosten dan verstrekking in natura. Over
                                    het algemeen zal er van uitgegaan kunnen worden dat ook met een
                                    persoonsgebonden budget een voorziening met korting zal kunnen
                                    worden aangeschaft. Is dat niet het geval dan zal beoordeeld
                                    moeten worden of niet het volledige bedrag zonder korting
                                    vergoed zal moeten worden omdat anders het te bereiken resultaat
                                    onbereikbaar wordt. Verder zal worden uitgegaan van de situatie
                                    die er zou zijn als de voorziening in natura zou worden
                                    verstrekt. Zou dat een nieuwe voorziening zijn of een
                                    voorziening die verstrekt zou worden uit depot. In de eerste
                                    situatie wordt het bedrag bepaald op een nieuwe voorziening, met
                                    korting. In het tweede geval wordt het bedrag bepaald op het
                                    bedrag dat het zou kosten om de voorziening uit depot aan te
                                    schaffen.</cursief></al><al>2.1.5 Uitbetaling persoonsgebonden budget. Bij beschikking maakt het
                                college zijn besluit aan de aanvrager bekend. In deze beschikking
                                vermeldt het college wat de omvang van het persoonsgebonden budget
                                is en voor hoeveel jaar het persoonsgebonden budget bedoeld is. Om
                                volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het persoonsgebonden
                                budget dient te worden aangeschaft en meer precies: aan welke
                                vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt een
                                zo nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de
                                beschikking gevoegd.</al><al><cursief>Hierdoor kan voorkomen worden dat door onduidelijkheid
                                    omtrent de eisen die aan de voorziening gesteld moeten worden
                                    een verkeerde voorziening wordt aangeschaft. Dat wil zeggen een
                                    voorziening waarmee het beoogde resultaat niet bereikt kan
                                    worden. Dat zou tot inadequate voorzieningen kunnen leiden,
                                    waardoor het te bereiken resultaat, het compenseren van
                                    problemen, niet bereikt wordt, wat op zich weer tot nieuwe
                                    aanvragen aanleiding zou kunnen zijn. Dit is uitsluitend te
                                    voorkomen door een programma van eisen onderdeel uit te laten
                                    maken van de beschikking. Wordt dan toch een voorziening
                                    aangeschaft die niet aan dat program van eisen voldoet, dan is
                                    gehandeld in strijd met de beschikking.</cursief></al><al>2.1.6 Het college neemt in de beschikking ook op dat er een eigen
                                bijdrage/eigen aandeel in de kosten verschuldigd is. </al><al><cursief>Omdat die eigen bijdrage vastgesteld en geïnd zal worden
                                    door het CAK, zal in de meeste gevallen uitsluitend een
                                    aankondiging opgenomen kunnen worden.</cursief></al><al>2.1.7 Zodra de beschikking door het college is verzonden, wordt het
                                persoonsgebonden budget beschikbaar gesteld. </al><al>Dat kan in één keer, indien daar aanleiding voor is (een aan te
                                schaffen voorziening zal ook in één keer betaald moeten worden),
                                maar zou ook in termijnen kunnen, bijvoorbeeld bij een
                                persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden. Het PGB wordt
                                achteraf na elke zorgperiode (4 weken) uitbetaald.</al><al>Als de betaling via een serviceorganisatie gaat (de thuiszorg of een
                                andere organisatie) zal het college alleen op basis van
                                daadwerkelijke uitgaven het persoonsgebonden budget over te maken
                                (inclusief kosten van Alfatrots ad. maximaal € 0,70 per uur.</al><al><cursief>Het college stort dan op uitdrukkelijk verzoek van de
                                    cliënt het geld op rekening van de serviceorganisatie, die tot
                                    betaling van de hulp overgaat na ontvangst van een werkbriefje
                                    van de cliënt. Het college betaalt dan niet te veel en de cliënt
                                    hoeft niets terug te betalen. Namens de cliënt verzorgt de
                                    serviceorganisatie ook de verantwoording.</cursief></al><al>2.1.9 De controle van het persoonsgebonden budget vindt als volgt
                                plaats. Iedere budgethouder dient de volgende stukken te bewaren: de
                                nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs
                                van aanschaf van de voorziening of een overzicht van de
                                salarisadministratie met bewijsmiddelen. Per kwartaal moet de
                                budgethouder zich verantwoorden over de besteding van de middelen
                                via door de gemeente aangereikte verantwoordingsformulieren. </al><al><cursief>Is dat het geval, dan hoeft er verder niets te gebeuren. Is
                                    het persoonsgebonden budget anders besteed dan bedoeld, dan kan
                                    het college overwegen het persoonsgebonden budget geheel of
                                    gedeeltelijk terug te vorderen. Daarbij zal leidend zijn of er
                                    opzet in het spel is geweest, of dat sprake is geweest van
                                    onwetendheid. In die laatste situatie kan overlegd worden dat
                                    deze situatie in de toekomst vermeden dient te worden. Bij opzet
                                    moet afgewogen worden of terugvordering in verhouding staat tot
                                    wat er bewust onjuist is gedaan.</cursief></al><al>2.1.10 De verordening regelt wanneer bij een persoonsgebonden budget
                                een eigen bijdrage verschuldigd is. </al><al><cursief>Dit is verder uitgewerkt in het Besluit.</cursief></al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al><onderstreept>Voorwoord</onderstreept> 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Eigen verantwoordelijkheid 3</al><al>Mantelzorgers en vrijwilligers 3</al><al>Nieuwe wetgeving 3</al><al>Hoofdstuk 1. Beoordeling van de te bereiken resultaten 3</al><al>Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Resultaat 2: wonen in een geschikt huis 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Resultaat 4: beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Resultaat 7: lokaal verplaatsen per vervoermiddel 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Resultaat 8: hebben van contacten en deelname recreatieve, maatschappelijke en
                    religieuze activiteiten 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Hoofdstuk 2. Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als
                    financiële tegemoetkoming. Eigen bijdrage en eigen aandeel. 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Afwegingskader 3</al><al>Een persoonsgebonden budget. 3</al><al>De financiële tegemoetkoming en het eigen aandeel. 3</al><al>De voorziening in natura. 3</al><al>Hoofdstuk 3. Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies, besluitvorming,
                    intrekking en terugvordering 3</al><al>Inleiding 3</al><al>Criteria: 3</al><al>Alternatieven voor bezwaar 3</al><al>Uitwerking van het gesprek………………………………………………………………………… 26</al><al>Controle en handhaving…………………………………………………………………… 26</al><al><vet>BIJLAGE 1: Protocol hulp </vet><vet>bij het huishouden 2013</vet><vet>
                        28</vet></al><al><vet>BIJLAGE 2: ICF-functies </vet><vet> 38</vet></al><al><vet>BIJLAGE 3: Woonvoorzieningen en woningaanpassingen 45</vet></al><al><vet>BIJLAGE 4: Lokaal verplaatsen per vervoermiddel </vet><vet>
                    55</vet></al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>