<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250927_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borsele</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bevelandse Bode 14-11-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsrechten 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsstukken 01-11-2012, nr. B2</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financien en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al> Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Borsele 2010</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>vervangt de Verordening reinigingsrechten 2012;</al><al>de datum van de ingang van de heffing is 01-01-2013</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Borsele;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 oktober 2012;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al>Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten 2013.</al><al> </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door het ge-meentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde ge-meentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid bedraagt per belastingjaar € 391,80 per bedrijfspand. Dit betreft het standaardpakket van één GFT (groen) en één restafval (grijze) container.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid wordt het tarief genoemd in het voorgaande lid verhoogd met een bedrag van € 130,80 voor een extra GFT of restafvalcontainer met een in-houd van 140 liter (alleen voor bestaande containers van deze omvang; er worden hiervan geen nieuwe meer verstrekt) en € 196,20 voor een extra GFT of restafval container met een inhoud van 240 liter voor elke op verzoek beschikbaar gestelde container boven het standaardpakket van één GFT en één restafval container.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden bedraagt het recht voor het op verzoek beschikbaar stellen van een (blauwe) container voor het verwijderen van papier per jaar € 39,00.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De tarieven genoemde in de voorgaande leden zijn inclusief omzetbelasting.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al> Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 wordt bij wege van aanslag geheven.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 3 wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toe-zending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendge-maakt.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechten bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten bedoeld in artikel 4, lid 1 en 2 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op onthef-fing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2 als er in dat jaar na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijn en betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet vere-nigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 doch minder dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het ka-lenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vijf en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al><al> </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De rechten bedoeld in deze verordening worden niet geheven van gebruikers van gebouwen of gedeelten van gebouwen, die uitsluitend worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente Borsele.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.</al><al> </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de hef-fing en de invordering van de reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De "Verordening reinigingsrechten 2012" van 3 november 2011 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2013</al><al> </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2013.</al><al> </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening reinigingsrechten 2013".</al><al> </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 1 november 2012.</ondertekening><ondertekening>de griffier,                                                                         de voorzitter,</ondertekening><ondertekening> </ondertekening><ondertekening>Ph. de Vree                                                                         E.J. Gelok</ondertekening><ondertekening> </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>