<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250925_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Steenbergse Bode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=47">Gemeentewet, art. 47 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=8">Wet werk en bijstand, art. 8 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B1101395</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Steenbergen;</al><al>In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8
                        november 2011</al><al>overwegende dat de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2011
                        wijziging behoeft;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8, lid 1, sub a juncto
                        artikel 7, lid 1, sub a van de Wet werk en bijstand;</al><al>besluit:</al><al>de Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2012 vast te stellen</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en
                                        die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis
                                        als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet
                                        inkomensvoor-ziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers (loaw), de Wet
                                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (loaz) en de
                                        Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en
                                                wethouders van de gemeente Steenbergen;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning: het geheel van activiteiten, al dan
                                                niet onderdeel uitmakend van een volledig traject of
                                                plan van aanpak en opgenomen in een door de gemeente
                                                opgesteld trajectplan of plan van aanpak, dat
                                                bijdraagt aan de bevordering van deelname aan de
                                                arbeidsmarkt dan wel aan het leveren van een
                                                tegenprestatie voor de uitkering, met activiteiten
                                                wordt in dit verband hetzelfde als instrumenten
                                                bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>tegenprestatie: onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                                werkzaamheden. Deze worden verricht naast of in
                                                aanvulling op reguliere arbeid en leiden niet tot
                                                verdringing op de arbeidsmarkt.</al></li><li nr="d."><al>voorliggende voorziening: de voorziening als bedoeld
                                                in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=5">artikel 5, sub e WWB</extref>;</al></li><li nr="e."><al>aanvrager: de personen in de leeftijd van 18 jaar of
                                                ouder doch jonger dan 65 jaar, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20werk%20en%20bijstand/article=10">artikel 10, lid 1 en lid 2 WWB</extref>
                                                onderscheidenlijk <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20werkloze%20werknemers/article=5">artikel 5, lid 1 Ioaw</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inkomensvoorziening%20oudere%20en%20gedeeltelijk%20arbeidsongeschikte%20gewezen%20zelfstandigen">artikel 5, lid 1 Ioaz</extref>;</al></li><li nr="f."><al>nugger: niet uitkeringsgerechtigde zonder eigen
                                                inkomen dan wel met uitsluitend een inkomen uit de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20nabestaandenwet">Algemene nabestaanden wet</extref> (ANW en
                                                alimentatie);</al></li><li nr="g."><al>sociaal minimum: voor gehuwden 100 % van het
                                                wettelijk minimumloon;</al></li><li nr="h."><al>wettelijk minimumloon: het bruto minimumloon
                                                exclusief vakantiegeld zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20minimumloon%20en%20minimumvakantiebijslag/article=8">artikel 8 van de Wet op het minimumloon en
                                                  minimum vakantiebijslag</extref>;</al></li><li nr="i."><al>arbeidsovereenkomst: een overeenkomst conform
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Burgerlijk%20Wetboek%20Boek%207/article=610">artikel 7: 610 Burgerlijk Wetboek</extref>;</al></li><li nr="j."><al>re-integratiebedrijf: een private onderneming die in
                                                het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf
                                                de arbeidsinschakeling van personen bevordert;</al></li><li nr="k."><al>met werkloosheid wordt gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="I."><al>periode van detentie;</al></li><li nr="II."><al>periode van WWB uitkering;</al></li><li nr="III."><al>periode van volledig zorg dragen voor de
                                                  opvang van de kinderen;</al></li><li nr="IV."><al>werk in loondienst voor zover dat per
                                                  kalenderjaar niet langer heeft geduurd dan 50
                                                  dagen of 400 uur.</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>bijstandsnorm: de norm als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20werk%20en%20bijstand/article=5">artikel 5 onder c WWB</extref>;</al></li><li nr="m."><al>grondslag: de bedragen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=%20Ioaw/article=5">artikel 5, lid 3 Ioaw</extref> dan wel <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Ioaz/article=5">artikel 5, lid 5 Ioaz</extref>;</al></li><li nr="n."><al>startkwalificatie: een afgeronde opleiding op MBO
                                                2-niveau dan wel HAVO- of VWO-niveau;</al></li><li nr="o."><al>de wet: de Wet werk en bijstand, de Wet
                                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers alsmede de
                                                Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="p."><al>participatieladder: instrument om eenvoudig en
                                                eenduidig de maatschappelijke participatie van een
                                                persoon in beeld te brengen;</al></li><li nr="q."><al>participatietrede: trede van de participatieladder
                                                waarop de klant participeert, waarbij de hoogst
                                                haalbare trede 6 voor betaald werk staat, trede 5
                                                voor betaald werk met ondersteuning, trede 4 voor
                                                onbetaald werk, trede 3 voor deelname aan
                                                georganiseerde activiteiten, trede 2 voor sociale
                                                contacten buitenshuis en trede 1 voor geïsoleerd
                                                levend.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><structuurtekst><al>Het toekennen van de ondersteuning geschiedt met inachtneming van de
                                bepalingen van de wet en deze verordening.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college bevordert dat met betrekking tot het aanbieden
                                        van ondersteuning er sprake is van een gelijke aandacht voor
                                        de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WWB/article=7">artikel 7, lid 1, sub a WWB</extref> genoemde groepen
                                        evenals voor een evenwichtige verdeling binnen de te
                                        onderscheiden doelgroepen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan, met inachtneming van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Participatiebudget">Wet Participatiebudget</extref>, voorzieningen
                                        aanbieden aan personen, die niet tot de doelgroep van deze
                                        verordening behoren;</al></li><li nr="3."><al>Personen aan wie met toepassing van het tweede lid een
                                        voorziening wordt aangeboden worden voor de toepassing van
                                        deze verordening gelijkgesteld met personen behorende tot de
                                        doelgroep.</al></li><li nr="4."><al>Geen ondersteuning wordt verleend indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de betrokkene jonger is dan 27 jaar en uit ’s
                                                rijkskas bekostigd onderwijs volgt, dan wel nog kan
                                                volgen;</al></li><li nr="b."><al>gedurende de vier weken na melding waarbij de
                                                betrokkene zelf alles in het werk dient te stellen
                                                om algemeen geaccepteerde arbeid te vinden;</al></li><li nr="c."><al>de betrokkene een uitkering van het UWV
                                                ontvangt.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college kan bij beleidsregels een of meerdere subsidie-
                                        of budgetplafonds vaststellen voor de verschillende
                                        voorzieningen. Een door het college ingesteld subsidie- of
                                        budgetplafond vormt een weigeringgrond bij de aanspraak op
                                        een specifieke voorziening;</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij beleidsregels een plafond instellen voor
                                        het aantal personen dat in aanmerking komt voor een
                                        specifieke voorziening.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de re-integratie van niet uitkeringsgerechtigden gelden de
                                volgende eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager dient zich voor minimaal 12 uur per week
                                        beschikbaar te stellen voor algemeen geaccepteerde
                                        arbeid;</al></li><li nr="b."><al>de noodzaak voor ondersteuning dient aanwezig te zijn en
                                        wordt door het college vastgesteld;</al></li><li nr="c."><al>de ondersteuning dient te allen tijde gericht te zijn op
                                        uitstroom;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager is verplicht ingeschreven te staan als
                                        werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><structuurtekst><al>Geen recht op ondersteuning bestaat voor de persoon als bedoeld in
                                artikel 5, indien sprake is van een voorliggende voorziening welke
                                naar de mening van het college in voldoende mate bijdraagt aan de
                                re-integratie van de aanvrager.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. De vorm van de ondersteuning</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het traject of plan van aanpak is afgestemd op de
                                        mogelijkheden van de aanvrager genoemd in artikel 1, lid 2, sub e en kan
                                        bestaan uit verschillende vormen van ondersteuning.</al></li><li nr="2."><al>Het traject of plan van aanpak moet leiden tot het
                                        aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, dan wel tot
                                        een tegenprestatie in de uitkering.</al></li><li nr="3."><al>Bij een niet uitkeringsontvanger moet het traject of plan
                                        van aanpak altijd leiden tot het aanvaarden van algemeen
                                        geaccepteerde arbeid.</al></li><li nr="4."><al>De vorm van de ondersteuning dient bij te dragen aan
                                        deelname aan dan wel terugkeer naar de arbeidsmarkt en
                                        gericht te zijn op uitstroom, dan wel bijdragen aan een
                                        tegenprestatie in de uitkering en kan bestaan uit alle
                                        beschikbare activiteiten die hierop zijn gericht.</al></li><li nr="5."><al>Uitkeringsgerechtigden waarvan is vastgesteld, dat zij door
                                        medische, sociale of psychische belemmeringen geen dan wel
                                        voorlopig geen realistisch perspectief hebben om arbeid in
                                        welke vorm dan ook te verrichten, dienen naar vermogen een
                                        tegenprestatie te leveren.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien vrijwilligerswerk is opgenomen als onderdeel van het
                                        traject of plan van aanpak, kan voor dit vrijwilligerswerk
                                        een vergoeding verstrekt worden tot het maximum van hetgeen
                                        in de fiscale wetgeving is opgenomen. Met uitzondering van
                                        jongeren onder de 27 jaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan hiertoe beleidsregels vaststellen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Aan personen die in aanmerking komen voor ondersteuning en
                                        buiten de gemeente moeten reizen dan wel meer dan 10
                                        kilometer moeten reizen kan een reiskostenvergoeding worden
                                        verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In de overige kosten kan een vergoeding worden verstrekt
                                        gedurende de looptijd van het traject of plan van aanpak,
                                        voor zover die direct gerelateerd zijn aan het gebruik maken
                                        van de voorzieningen en voor zover er geen aanspraak is op
                                        een voorliggende voorziening.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan hiertoe beleidsegels vaststellen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van het aanbieden van scholing en/of opleiding als
                                onderdeel van een traject of plan van aanpak als bedoeld in artikel 7 gelden de volgende
                                regels:</al><lijst><li nr="a."><al>de scholing / opleiding moet noodzakelijk zijn voor het
                                        slagen van het traject of plan van aanpak;</al></li><li nr="b."><al>de scholing/opleiding kan alleen ingezet worden als dit de
                                        kortste weg is naar algemeen geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="c."><al>de scholing / opleiding dient bij voorkeur te worden ingezet
                                        voor het alsnog behalen van een startkwalificatie;</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. Subsidies</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Als onderdeel van een traject of plan van aanpak als bedoeld
                                        in artikel 7 van deze
                                        verordening kan aan de werkgever een loonkostensubsidie
                                        worden verstrekt, indien de belanghebbende een
                                        arbeidsovereenkomst wordt aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>De loonkostensubsidie kan alleen worden verstrekt indien de
                                        concurrentie verhoudingen niet worden aangetast, er geen
                                        verdringing van arbeid plaatsvindt en er geen onderscheid
                                        wordt gemaakt naar sector of onderneming.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden voor het
                                        recht op loonkostensubsidie alsmede de hoogte hiervan
                                        vast.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van de werkgever kan loonkostensubsidie als
                                        bedoeld in artikel 10 in
                                        de vorm van een voorschot worden verstrekt, waarna de
                                        subsidie na afloop van het kwartaal definitief wordt
                                        vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Indien het voorschot hoger uitvalt dan de definitief
                                        vastgestelde subsidie vindt verrekening plaats en zal de
                                        werkgever het te verrekenen subsidiebedrag dienen terug te
                                        betalen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Verplichtingen aan het recht op ondersteuning</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><structuurtekst><al>Indien naar het oordeel van het college recht op ondersteuning
                                bestaat, verbindt het college hieraan nadere verplichtingen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. Terugvordering</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><structuurtekst><al>Indien blijkt dat de aanvrager als bedoeld in artikel 1, lid 2, sub f de
                                ondersteuning onderscheidenlijk het traject of plan van aanpak
                                verwijtbaar voortijdig doet beëindigen, kunnen de
                                ondersteuningskosten geheel of gedeeltelijk van hem worden
                                teruggevorderd.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. Premies</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt
                                        aan de arbeidsinschakeling kan aan de uitkeringsgerechtigde
                                        een premie worden verstrekt van maximaal het bedrag als
                                        bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=31">artikel 31, lid 2, sub j WWB</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt in beleidsregels de voorwaarden voor het
                                        recht op een dergelijke premie vast alsmede de hoogte
                                        hiervan.</al></li><li nr="3."><lijst><li nr="a"><al>artikel 3, derde lid sub a: de premie als bedoeld in
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wwb/article=10a">artikel 10a, zesde lid van de Wet werk en
                                                  bijstand</extref> bedraagt de helft van het
                                                laagste jaarbedrag, genoemd in artikel 7, onder h,
                                                van de regeling Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>artikel 3, derde lid, sub b: de laatste door
                                                belanghebbende ontvangen activeringspremie wordt
                                                verhoogd tot €1.000,--, indien het college heeft
                                                vastgesteld dat de participatieplaats voor cliënt
                                                heeft geresulteerd in een opwaartse doorstroming op
                                                de participatieladder.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><structuurtekst><al>De subsidie voor de ex-banenpoolers aangesteld destijds in het kader
                                van de Wet inschakeling werkzoekenden, wordt voor onbepaalde tijd
                                gecontinueerd.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8. Staatssteunbepaling</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan
                                        de werkgever staatsteun oplevert in de zin van artikel 87
                                        van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
                                        geschiedt de verstrekking op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al>de Verordening nummer 1998/2006 van de Commissie van
                                                15 december 2006 betreffende de toepassing van de
                                                artikelen 87 en 88 van het Verdrag op
                                                de-minimissteun, zoals gepubliceerd op 28 december
                                                2006 in het Publicatieblad van de Europese Unie L
                                                379; of</al></li><li nr="b."><al>de artikelen 39, 40, 41 of 42 van de Verordening
                                                nummer 800/2008 van de Europese Commissie van 6
                                                augustus 2008, waarbij bepaalde categorieën steun op
                                                grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met
                                                de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden
                                                verklaard,zoals gepubliceerd op 9 augustus 2008 in
                                                het Publicatieblad van de Europese Unie L 214.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als en voor zover de verstrekking van de voorzieningen aan
                                        de werkgever staatssteun oplevert in de zin van artikel 87
                                        van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
                                        wordt de voorziening verstrekt onder de voorwaarde dat de
                                        begunstigde onderneming een dossier bijhoudt aan de hand
                                        waarvan kan worden vastgesteld of de verleende steun voldoet
                                        aan de voorwaarden van de in het eerste lid genoemde
                                        toegepaste verordening.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9. Overige bepalingen</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><structuurtekst><al>Door of namens burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ten
                            gunste van de persoon genoemd in artikel 1
                                onder e worden afgeweken van de bepalingen van deze
                            verordening, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><structuurtekst><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ”Re-integratieverordening Wet
                            werk en bijstand 2012”.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><structuurtekst><al>De “Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2011, vastgesteld in
                            de openbare vergadering van 24 februari 2011, vervalt op 1 januari
                            2012.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Steenbergen, 15 december 2011,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting per 1 januari 2012:</vet></al><al>De inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen wetswijziging maakt aanpassing van
                    de re-integratieverordening noodzakelijk. Het belangrijkste uitgangspunt van de
                    huidige regering is dat er meer mensen aan het werk moeten en dat mensen niet
                    afhankelijk gemaakt mogen worden van een uitkering. Werk is de basis voor
                    zelfstandigheid, het benutten en ontwikkelen van talenten en vaardigheden en de
                    beste manier om uit de armoede te komen.</al><al>Er staan een drietal aanscherpingen in de wetswijziging voorop, te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>Nadruk op eigen verantwoordelijkheid; De jongeren, &lt; 27 jaar, wordt
                            verplicht de eerste vier weken zelf naar werk te zoeken waarbij de
                            jongere ook de mogelijkheden van reguliere scholing dient te
                            onderzoeken. Pas na vier weken kan dan een aanvraag worden
                            ingediend.</al></li><li nr="-"><al>Verder versterken activerend karakter en vangnet functie; afschaffen van
                            bijstand voor inwonenden en het vervangen van de toets op het
                            partnerinkomen door de toets op het huishoudinkomen.</al></li><li nr="-"><al>Verscherpen van verplichtingen van mensen met een uitkering; een van de
                            belangrijkste punten hierbij is het opnemen van de wettelijke
                            verplichting tot het leveren van een tegenprestatie naar vermogen.</al></li></lijst><al>Deze verordening is met betrekking tot bovengenoemde aspecten aangepast, voor
                    het overige is de verordening inhoudelijk gelijk aan de oude
                    re-integratieverordening.</al><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Meer mensen aan het werk is een belangrijke opdracht die de huidige regering
                    zichzelf heeft opgelegd. Mensen die nog niet in staat zijn om te werken, worden
                    verplicht een zogenaamde tegenprestatie te leveren voor de uitkering. Werk biedt
                    mensen perspectief, zelfrespect, sociale contacten en sociale betrokkenheid.
                    Mensen mogen niet worden afgeschreven en langdurig aan de kant komen te zitten.
                    Iedereen telt mee. De bijstand is er alleen voor mensen die het echt nodig
                    hebben.</al><al>Gemeenten hebben de plicht een re-integratieverordening vast te stellen. In deze
                    verordening wordt vastgelegd hoe de cliënten worden ondersteund bij de
                    arbeidsinschakeling dan wel de te leveren tegenprestatie.</al><al>In beginsel worden aan iedere cliënt de arbeidsverplichtingen opgelegd. De
                    algemene verplichting staat in de wet genoemd. In de re-integratieverordening
                    wordt aandacht geschonken aan de ondersteuning die kan worden ingezet. De
                    vertaling daarvan vindt plaats in de individuele beschikking die de klant
                    ontvangt naar aanleiding van het traject of plan van aanpak.</al><al>Met deze verordening wordt inhoudelijk invulling gegeven aan de uitgangspunten
                    “werk boven uitkering” en de te leveren tegenprestatie. De verordening regelt de
                    aanspraak op ondersteuning en is gericht op de inschakeling in de arbeid en de
                    tegenprestatie.</al><al>Verder is het zo dat geen enkele doelgroep bij voorbaat wordt uitgesloten van de
                    re-integratievoorzieningen. Het college bepaalt welke vorm van ondersteuning het
                    meest recht doet aan de mogelijkheden van de aanvrager ten einde inschakeling in
                    de arbeid binnen een redelijke termijn mogelijk te maken, dan wel de
                    ondersteuning die nodig is voor de te leveren tegenprestatie.</al><al>De verschillende vormen van ondersteuning maken deel uit van het
                    re-integratietraject of plan van aanpak dat met de aanvrager wordt afgesloten.
                    Voor personen waarmee de gemeente geen formele uitkeringsrelatie heeft, kan de
                    Maatregelenverordening niet worden toegepast. Immers de gemeente heeft geen
                    mogelijkheden om, indien door deze categorie van personen niet aan de opgelegde
                    voorwaarden wordt voldaan, een maatregel op te leggen.</al><al>Met in achtneming van de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de
                    Europese richtlijnen voor staatsteun is gekozen voor een werkgeversubsidie, te
                    weten de loonkostensubsidie. Er is sprake van een generieke subsidieregeling die
                    in zijn uitwerking non-discriminatoir is voor alle ondernemingen in alle
                    sectoren van de economie in heel Nederland. Er is geen sprake van met
                    staatsmiddelen bekostigd voordeel voor bepaalde ondernemingen waardoor de
                    mededinging wordt vervalst en het interstatelijke handelsverkeer ongunstig wordt
                    beïnvloed. Verder wordt gehandeld conform de bepalingen in de bijlage van de
                    verzamelbrief d.d. 7 april 2004 van het Ministerie van Sociale zaken en
                    Werkgelegenheid, waardoor deze subsidieregeling niet hoeft te worden gemeld bij
                    de Europese Unie.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al><vet>Artikel 1, lid 2,</vet></al><al>een aantal definities zijn hier niet meer opgenomen omdat deze in de wet zijn
                    opgenomen. sub c de term ‘tegenprestatie’ is nieuw in de wet en wordt hier
                    toegelicht.</al><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>Het college draagt zorg voor een evenwichtige aandacht voor de verschillende
                    doelgroepen. De wetswijziging maakt duidelijk dat het naast het feit dat er meer
                    mensen aan het werk moeten, ook gaat om het leveren van een tegenprestatie in de
                    uitkering. Nu de middelen in het participatiebudget verder zullen afnemen, is
                    het van groot belang evenwicht te hebben in de uitgaven voor de ondersteuning
                    van mensen.</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>De gemeente kan om de financiële risico’s te beheersen een verdeling maken van
                    de middelen over de verschillende voorzieningen. Het uitgeput zijn van
                    begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om aanvragen voor voorzieningen
                    te weigeren. Om dat wel mogelijk te maken dient in de verordening te worden
                    opgenomen dat het mogelijk is subsidie- en budgetplafonds in te stellen.</al><al>De memorie van toelichting van de Wet werk en bijstand stelt dat het ontbreken
                    van financiële middelen alleen geen reden kan zijn voor de afwijzing van een
                    aanvraag. De gemeente dient dan na te gaan welke andere goedkopere alternatieven
                    er beschikbaar zijn. Dit houdt dus in, dat er geen algemeen plafond kan worden
                    ingesteld. Wel kan per voorziening een plafond worden ingebouwd, hetgeen de
                    mogelijkheid openlaat naar een ander instrument uit te wijken. Het college heeft
                    de bevoegdheid om plafonds in te stellen. De vastgestelde plafonds dienen
                    uiteraard binnen de financiële kaders te blijven. Een budgetplafond geldt voor
                    de overige uitgaven die het college doet in het kader van voorzieningen.</al><al>Een subsidieplafond geldt voor voorzieningen die subsidies inhouden. Een
                    subsidieplafond dient wel bekend te worden gemaakt vóór de aanvang van het
                    tijdvak waarvoor deze geldt (artikel 4:27, lid 1 Algemene wet
                    bestuurs-recht).</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Gelet op gemaakte afspraken, is er voor gekozen, ten aanzien van de zogenaamde
                    niet uitkeringsgerechtigden (nuggers) een ruimhartig beleid te voeren.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Er bestaat geen recht op ondersteuning indien er sprake is van een voorliggende
                    voorziening welke voor belanghebbende in voldoende mate kan bijdragen aan de
                    inschakeling op de arbeidsmarkt.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Dit artikel geeft het kader aan waarlangs het traject of plan van aanpak vorm
                    wordt gegeven.</al><al>Uitgangspunt is hierbij dat de ondersteuning gericht moet zijn op aanvaarding
                    van algemeen geaccepteerde arbeid dan wel het leveren van een
                    tegenprestatie.</al><al>De participatieplaats is gedefinieerd in de Wet werk en bijstand (WWB). De
                    participatieplaats heeft een tijdelijk karakter en het college heeft de plicht
                    om periodiek te onderzoeken of de participatieplaats nog een adequate
                    voorziening is. De klant verricht op de participatieplaats additionele
                    werkzaamheden met behoud van uitkering. Alleen WWB-uitkeringsgerechtigden komen
                    in aanmerking voor een participatieplaats.</al><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al>De klant kan een vergoeding in de reiskosten worden verleend, of andere
                    vergoedingen die bijdragen aan het welslagen van het traject of plan van aanpak.
                    Hierbij kan gedacht worden aan het volgen van een training, coaching, opdoen van
                    werkervaring en sollicitatiegesprekken.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al>In dit artikel is geregeld aan welke voorwaarden de inzet van dit instrument
                    moet voldoen.</al><al>De scholing of opleiding moet altijd onderdeel uitmaken van een traject.</al><al>Wanneer betrokkene niet beschikt over een startkwalificatie, staat dit veelal de
                    arbeidsinschakeling in de weg. In artikel 10a, lid 5 van de Wet werk en bijstand
                    is bepaald dat scholing of opleiding onderdeel uit moet maken van een
                    participatieplaats en dat gemeenten de plicht hebben scholing of opleiding aan
                    te bieden aan betrokkenen zonder startkwalificatie op een participatieplaats.
                    Dit geldt vanaf zes maanden na aanvang van de werkzaamheden op een
                    participatieplaats. Deze scholing moet gericht zijn op het vergroten van de
                    kansen op de arbeidsmarkt. Er hoeft geen scholing of opleiding aangeboden te
                    worden indien deze naar het oordeel van het college niet bijdraagt aan de kansen
                    op de arbeidsmarkt. Onder scholing of opleiding vallen al die vormen van
                    onderricht die naar het oordeel van de gemeente de kansen op de arbeidsmarkt
                    vergroten.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Per 1 mei 2011 heeft het college nieuwe beleidsregels vastgesteld voor de
                    loonkostensubsidie. In deze beleidsregels heeft het college vastgelegd onder
                    welke voorwaarden een werkgever een aanvraag kan indienen. De regels zijn
                    grotendeels afgestemd op de ‘regionale baanbonus’ die in het kader van de aanpak
                    van de jeugdwerkloosheid voor West Brabant van toepassing is. De hoogte van de
                    loonkostensubsidie is met name afhankelijk van de leeftijd van de klant en de
                    duur van de aangeboden arbeidsovereenkomst.</al><al>Er is sprake van een generieke subsidieregeling die in zijn uitwerking
                    non-discriminatoir is voor alle ondernemingen in alle sectoren van de economie
                    in heel Nederland. Er is geen sprake van met staatsmiddelen bekostigd voordeel
                    voor bepaalde ondernemingen waardoor de mededinging wordt vervalst en het
                    interstatelijke handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed. Verder wordt gehandeld
                    conform de bepalingen in de Bijlage van de verzamelbrief d.d. 7 april 2004 van
                    het Ministerie van SZW, waardoor deze subsidieregeling niet hoeft te worden
                    gemeld bij de Europese Unie.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Het is voor een werkgever mogelijk om een voorschot aan te vragen op de
                    loonkostensubsidie.</al><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Het college kan nadere verplichtingen verbinden aan het te volgen traject of aan
                    het plan van aanpak. Dit kan bijvoorbeeld zijn het verplicht meewerken aan een
                    traject van derden zoals GGZ, Novadic - Kentron of het Veiligheidshuis.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Bij een niet uitkeringsgerechtigde kan geen terugvordering plaatsvinden op basis
                    van de WWB. Terugvordering zal moeten gebeuren op basis van de Algemene wet
                    bestuursrecht.</al><al><vet>Artikel 15</vet></al><al>Dit artikel biedt ter uitvoering van de Kadernota Armoedebeleid de mogelijkheid
                    premies te verstrekken voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt
                    aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.</al><al>Het college stelt met inachtneming van de Kadernota Armoedebeleid in
                    beleidsregels de voorwaarden voor het recht op een dergelijke premie vast
                    alsmede de hoogte hiervan.</al><al><vet>Artikel 16</vet></al><al>Dit artikel voorziet in een overgangsregeling voor personen die onder het regime
                    van de Algemene bijstandswet nog uitgestroomd zijn dan wel anderszins en waarvan
                    pas in 2004 kan worden vastgesteld of deze uitstroom een duurzaam karakter kent
                    waardoor recht ontstaat op een premie op grond van de
                    Wiw-subsidieverordening.</al><al>Met het beëindigen van de banenpool werden de hierin nog werkzame personen,
                    overgebracht naar de Wiw. Daarbij is hen een baangarantie gegeven zodat voor
                    deze groep ook na 1 januari 2004 de subsidie gecontinueerd wordt.</al><al>Het college stelt jaarlijks de hoogte van de indexering van deze
                    subsidiebedragen vast. Achterliggende gedachte hierbij, is dat de gevolgen van
                    een eventuele stijging van het wettelijk minimumloon (welke als basis voor de
                    hoogte van het salaris geldt) dan niet op de instellingen wordt
                    afgewenteld.</al><al>Voor de indexering wordt hierbij uitgegaan van de door het CBS gehanteerde
                    indexcijfer gerelateerd aan de contractuele loonkosten.</al><al><vet>Artikel 17</vet></al><al>Artikel 17 houdt een staatssteunbepaling in. De uitvoering van de Wet werk en
                    bijstand, inclusief de uitvoering van deze verordening, moet worden beschouwd
                    als een taak van algemeen belang. De subsidies die op grond van deze verordening
                    worden verstrekt, zijn bedoeld als compensatie om deze taak van algemeen belang
                    uit te kunnen voeren. Deze subsidies zijn geen staatsteun mits de hoogte ervan
                    niet meer bedraagt dan nodig is om een werkgever te compenseren in de
                    verminderde arbeidsproductiviteit en de noodzakelijke extra kosten die verband
                    houden met het in dienst nemen van een werkloze. In de situatie dat het college
                    besluit re-integratiesubsidie te verstrekken die wel aangemerkt kunnen worden
                    als staatssteun, worden deze verstrekt in het kader van òf de algemene
                    groepsvrijstellingsverordening (werkgelegenheid kwetsbare werknemers of
                    gehandicapten dan wel opleidingssteun) òf de de-minimisverordening. De
                    “Beleidsaanbeveling voor gemeenten inzake subsidiëring van arbeidsplaatsen
                    2004”, zoals opgenomen in het voormalige artikel 10, lid 3 van de verordening,
                    is vervallen.</al><al>Deze beleidsaanbeveling viel van april 2004 tot 1 juli 2008 onder de
                    toepasselijkheid van de vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun
                    (Verordening (EG) nr. 2204/2002 van de Commissie van 12 december 2002
                    betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op
                    werkgelegenheidssteun. De vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun is met
                    ingang van 30 september 2008 vervangen door de algemene
                    groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie
                    van 6 augustus 2008, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                    artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar
                    worden verklaard). Hierin is ook een hoofdstuk over steun voor kwetsbare en
                    gehandicapte werknemers opgenomen, dat grotendeels overeenstemt met wat in de
                    vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun inzake steun voor deze groepen
                    werd geregeld.</al><al><vet>Artikel 18</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk in
                    het voordeel van de cliënt af te wijken van hetgeen in de verordening is
                    vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 19</vet></al><al>Het college beslist in gevallen waarin deze verordening onverhoopt niet
                    voorziet.</al><al><vet>Artikel 20</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 21</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al><vet>Artikel 22</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>