<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.92--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.91--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250836_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening regelende de taken, de samenstelling en de werkwijze van de raadscommissie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Katwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Katwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-52005.html">gmb-2014-52005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening raadscommissie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-09-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-09-26</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-06-08</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening regelende de taken, de samenstelling en de werkwijze van de raadscommissie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van de raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>burgerlid: lid van de raadscommissie dat geen lid van de
                                    gemeenteraad is</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: voorzitter van de raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="d."><al>commissiegriffier: secretaris van de raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="e."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="f."><al>vergadering: vergadering van de raadscommissie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Taken, lidmaatschap, voorzitterschap en ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken en werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>advisering: het uitbrengen van advies aan de raad over een
                                        voorstel of onderwerp.</al></li><li nr="b."><al>overleg: voeren van overleg met het college of de
                                        burgemeester over in ieder geval door het college of de
                                        burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                                        bestuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie voert deze taken op de volgende twee onderscheiden
                                en elkaar in een vergadering uitsluitende wijzen uit:</al><lijst><li nr="a."><al>informatief: het zich laten informeren over een voorstel of
                                        onderwerp door het college, ambtenaren, inwoners,
                                        instellingen, bedrijven of anderszins deskundigen</al></li><li nr="b."><al>oordeelsvormend: het onderling uitwisselen van meningen over
                                        een voorstel of onderwerp ter vorming van een oordeel over
                                        het voorstel of onderwerp</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk lid van de raad is uit hoofde van het raadslidmaatschap lid van
                                de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgers die niet lid zijn van de raad kunnen door de raad op
                                voordracht van de fracties tot lid van de raadscommissie worden
                                benoemd. De raad bepaalt bij afzonderlijk besluit het aantal te
                                benoemen burgerleden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op een burgerlid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Overeenkomstig het onderzoek van de geloofsbrieven van een nieuw
                                benoemd lid van de raad, onderzoekt de raad of een voorgedragen
                                burgerlid voldoet aan de vereisten genoemd in lid 3.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de voorgedragen
                                burgerleden, in handen van de voorzitter, de eed (verklaring en
                                belofte) af overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van elke vergadering wordt door het presidium uit het
                                midden van de raad aangewezen. Indien zowel de voorzitter als een
                                plaatsvervanger verhinderd zijn, wordt het voorzitterschap
                                waargenomen door het langstzittende lid van de raad in de
                                vergadering. Indien meer leden in de vergadering even lang raadslid
                                zijn, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van
                                hen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een burgerlid eindigt in ieder geval aan het
                                einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie op
                                wiens voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een burgerlid kan te allen tijde ontslag nemen. Het burgerlid doet
                                daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een
                                maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als een
                                opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het burgerlid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter ondersteuning van iedere vergadering fungeert een
                                commissiegriffier. De commissiegriffier is in iedere vergadering
                                aanwezig. De griffier beslist wie de commissiegriffier bij
                                afwezigheid vervangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en ambtenaren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders
                                uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                                beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de burgemeester of een wethouder in een vergadering, waarvoor
                                zij niet zijn uitgenodigd, willen deelnemen aan de beraadslagingen,
                                doen zij hiertoe een verzoek aan de voorzitter. De raadscommissie
                                beslist op dit verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester en de wethouders kunnen zich ambtelijk laten
                                ondersteunen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie vergadert volgens een jaarlijks
                                vergaderschema.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie vergadert voorts indien het presidium het nodig
                                oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf
                                van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Het
                                voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het presidium zendt ten minste vijf werkdagen vóór een vergadering
                                aan de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag,
                                het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden
                                uiterlijk tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden
                                verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur vóór aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium
                                de agenda van de vergadering voorlopig vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan het presidium na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur vóór de aanvang van een
                                vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van lid 3 stelt de raad de agenda van de raadscommissie
                                vast in het geval dat de vergadering van de raadscommissie samenvalt
                                met de vergadering van de raad. Op voorstel van een raadslid kan de
                                raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Onderwerpen die meer commissies aangaan (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inzage in de agenda en de stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De agenda en de stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder ter inzage
                                beschikbaar gesteld. Het presidium maakt hiervan melding in de
                                openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 14. Indien na het
                                verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage beschikbaar
                                worden gesteld, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo
                                mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, zijn de in artikel 86, eerste en
                                tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken slechts voor de
                                leden ter inzage en is het maken van een afschrift van deze stukken
                                niet toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-,
                                of huis-aan-huisbladen, of op de voor afkondigingen in de gemeente
                                gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van de
                                gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                        daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                        bedoeld in artikel 17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter noemt op het vastgestelde uur de namen van de
                                aanwezige leden en opent de vergadering, indien behalve de
                                voorzitter meer dan de helft van het aantal in de raad
                                vertegenwoordigde fracties met een lid in de vergadering aanwezig is
                                en de fracties van deze leden samen meer dan de helft van het aantal
                                zitting hebbende raadsleden omvatten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste
                                aantal leden aanwezig is, bepaalt het presidium dag en uur van de
                                volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig
                                uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na de opening van de vergadering kunnen ook anderen dan de leden van
                                de commissie, burgemeester en wethouders gebruik maken van het
                                spreekrecht:</al><lijst><li nr="a."><al>in een informatieve vergadering, zoals bedoeld in artikel 3
                                        lid 2 </al><al>sub a, gedurende de gehele vergadering</al></li><li nr="b."><al>in een oordeelsvormende vergadering, zoals bedoeld in
                                        artikel 3 </al><al>lid 2 sub b, aan het begin van de vergadering, gedurende
                                        maximaal tien minuten, waarbij elke inspreker maximaal twee
                                        minuten het woord krijgt, mits het onderwerp van de
                                        vergadering niet eerder voor de oordeelsvormende vergadering
                                        is voorbereid in een informatieve vergadering; de voorzitter
                                        kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte
                                        van de spreektijd</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                        beroep openstaat of heeft opengestaan; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
                                        tenzij de commissie anders beslist.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit aan de
                                voorzitter van de raadscommissie. Hij vermeldt daarbij ten minste
                                zijn naam en adres.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De inspreker richt zich tot de voorzitter, vanaf een door
                                de voorzitter aangewezen plaats. De raadscommissie kan aan de
                                insprekers nadere toelichting vragen op hun inbreng.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden zo snel
                                mogelijk aan de leden toegezonden. De ontwerp-notulen worden op
                                hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd
                                hebben, toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering worden de notulen van de vorige
                                vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en alle
                                overige personen die het woord gevoerd hebben, kunnen een voorstel
                                doen tot wijziging van de notulen, indien de notulen onjuistheden
                                bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is.
                                Een voorstel tot wijziging dient vóór de vaststelling van de notulen
                                te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De notulen moeten inhouden: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de andere leden van de
                                        commissie, de commissiegriffier, de burgemeester, de
                                        wethouders, allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige
                                        personen die het woord gevoerd hebben; </al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                        geweest;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding
                                        van de namen van hen die het woord hebben gevoerd;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de conclusie van de beraadslaging;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op
                                        grond van het bepaalde in artikel 26 door de raadscommissie
                                        is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                commissiegriffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van leden 2 en 6 stelt de raad de notulen van de
                                raadscommissie vast in het geval dat de vergadering van de
                                desbetreffende vergadering is samengevallen met de vergadering van
                                de raad en ondertekenen de voorzitter van de raad en de griffier de
                                vastgestelde notulen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester, een wethouder en de commissiegriffier
                                spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot
                                de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het
                                eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Volgorde sprekers (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Aantal spreektermijnen (vervallen)</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de
                            overige aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
                                        deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                        spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                        afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan de raadscommissie voorstellen aan een lid dat door
                                zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt
                                niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                schorsen ten einde het college of de leden de gelegenheid te geven
                                tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat
                                de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de
                                orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Conclusie van de beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of een voorstel
                                voldoende is behandeld, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie op
                                voorstel van de voorzitter over de inhoud van de conclusie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De conclusie bevat beknopt de standpunten van de fracties, of
                                desgewenst van de leden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de conclusie een advies aan de raad betreft om een voorstel in
                                een raadsvergadering te behandelen, vermeldt de conclusie ook de
                                standpunten van de fracties, of desgewenst van de leden, over de
                                behandelwijze in de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Wanneer besloten vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De deuren worden gesloten als tenminste een vijfde van het aantal
                                aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig
                                oordeelt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal
                                worden vergaderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie kan slechts besloten vergaderen over onderwerpen
                                die personen betreffen en over zaken die de financiële belangen van
                                de gemeente of derden kunnen schaden indien ze op dat moment
                                openbaar zouden worden behandeld en over zaken die de gemeente in
                                het kader van de WOB niet openbaar hoeft te maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien in bijzondere situaties andere dan de in lid 3 genoemde
                                onderwerpen vertrouwelijk aan de orde dienen te komen, wordt de
                                besloten vergadering voortgezet als tenminste driekwart van het
                                aantal aanwezige leden vervolgens hiertoe beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Notulen</titel></kop><al>De notulen worden zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. Bij
                            de vaststelling neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan
                            niet openbaar maken van deze notulen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Toehoorders en pers​</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Slotbepalingen​</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening
                            raadscommissie’.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De Verordening raadscommissies, laatstelijk vastgesteld door de raad op
                            16 december 2010, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2013.</al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente
                        Katwijk</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 29 november 2012.
                    </ondertekening><ondertekening>De griffier</ondertekening><ondertekening>De voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Toelichting op de verordening regelende de taken, de samenstelling en de
                    werkwijze van de raadscommissie</tussenkop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden.</al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies
                    instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden,
                    samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden
                    van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding geldt.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 3 Taken en werkwijze</tussenkop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. </al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><tussenkop>Artikel 4 Lidmaatschap </tussenkop><al>Zoals uit het tweede lid blijkt, hoeven de leden van de raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel is er in deze bepaling vanuit gegaan dat de politieke
                    groeperingen (fracties) de in het tweede lid bedoelde leden voordragen. </al><al>Op grond van het derde lid moeten niet-raadsleden, evenals raadsleden, voldoen
                    aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet.
                    Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15. </al><al/><al>Lid 4 regelt het onderzoek naar het voldoen aan deze vereisten, namelijk zoals
                    de raad de toelating van nieuwe raadsleden onderzoekt, zodat de raad op de
                    bekende wijze voorafgaand aan een benoeming van een burgerlid een advies krijgt
                    over de benoembaarheid. </al><al/><al>De eed of verklaring en belofte die burgerleden op grond van lid 5 moeten
                    afleggen, luidt naar analogie van artikel 14 van de Gemeentewet:</al><al>"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot burgerlid benoemd te worden, rechtstreeks
                    noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst
                    heb gegeven of beloofd.</al><al>Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten,
                    rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of
                    zal aannemen.</al><al>Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal
                    nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raadscommissie naar eer en
                    geweten zal vervullen.</al><al>Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"</al><al>(Dat verklaar en beloof ik!")</al><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie, voorziet
                    het zesde lid in de mogelijkheid van vervanging. </al><tussenkop>Artikel 6 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de burgerleden is even lang als de zittingsperiode van de
                    raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt derhalve van
                    rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. </al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen
                    in geval van een splitsing van een fractie. </al><tussenkop>Artikel 8 Burgemeester en wethouders</tussenkop><al>De burgemeester en de wethouders zijn geen lid van raadscommissies (artikel 82,
                    tweede lid). Hun aanwezigheid is daardoor niet vanzelfsprekend. Dit geldt zowel
                    voor besloten als voor niet besloten vergaderingen. In openbare vergaderingen
                    kunnen collegeleden uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de
                    beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie hiermee instemt.
                    In de regel zullen ze veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van
                    overleg en het uitoefenen van controle door de raadscommissie. De burgemeester
                    of de wethouders kunnen desgewenst ambtelijke ondersteuning meenemen.</al><tussenkop>Artikel 9 Vergaderfrequentie</tussenkop><al>De raadscommissie vergadert vaker als het presidium het nodig oordeelt of indien
                    ten minste twee fracties hierom vragen. Indien de raadscommissie een hoorzitting
                    zal willen houden, kan het presidium gebruik maken van het derde lid en een
                    andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat het presidium hierover
                    overleg voert met de griffier.</al><al/><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien Gemeentewet artikel 82, vijfde lid, hierin voorziet. In deze bepaling
                    wordt Gemeentewet artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    raadscommissies. Zie verder artikel 29 van de Verordening raadscommissies.</al><tussenkop>Artikel 11 De agenda</tussenkop><al>Het presidium stelt de agenda van de raadscommissievergadering voorlopig vast.
                    Dit doet het vóór het verzenden van de oproep van een raadscommissie.
                    Uiteindelijk bepaalt de raadscommissie, of de raad als de vergaderingen van de
                    raadscommissie gelijk met de vergadering van de raad plaats vinden, echter haar
                    eigen agenda. </al><tussenkop>Artikel 14 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. </al><tussenkop>Artikel 15 Presentielijst (vervallen)</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 16 Opening vergadering; quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissie ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. De bepaling in lid 1 dat de fracties van de aanwezige leden
                    samen meer dan de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden omvatten, is
                    opgenomen in verband met de bepaling over evenwichtige vertegenwoordiging uit
                    artikel 82 lid 3 van de Gemeentewet. </al><tussenkop>Artikel 17 Spreekrecht burgers</tussenkop><al>In informatieve commissievergaderingen betreft het spreekrecht de gehele
                    vergadering. Burgers kunnen zo in deze fase volledig meepraten. Hun informatie
                    kan helpen om alle aspecten van een voorstel of een onderwerp zo goed mogelijk
                    te belichten. In de oordeelsvormende vergaderingen hebben de leden hun
                    standpunten al voorbereid en draait de vergadering om hun uitwisseling van hun
                    argumenten. De verwachting dat insprekers nog nieuwe informatie of nieuwe
                    inzichten zullen leveren, is beperkt, aangenomen dat de voorbereiding van de
                    oordeelsvorming goed is verlopen. De leden dienen nu ook ruimte voor hun debat
                    te krijgen. Als een onderwerp al is besproken in een informatieve vergadering is
                    er geen gelegenheid voor inspreken in de oordeelsvormende vergadering over dit
                    onderwerp. Voor onderwerpen die direct in een oordeelsvormende vergadering
                    worden geagendeerd, is er wel inspreekrecht: maximaal tien minuten en maximaal
                    twee minuten per inspreker.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen – de belangen van – kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers. De commissie kan besluiten af te wijken van deze
                    uitzonderingen en het spreekrecht wel van toepassing verklaren.</al><al>Op basis van artikel 18, eerste lid, wordt het verslag (ontwerp-notulen)
                    toegezonden aan de burgers die hebben ingesproken.</al><tussenkop>Artikel 18 Notulen</tussenkop><al>Alle personen die het woord hebben gevoerd, hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging te doen. Het is aan de raadscommissie danwel de raad om te beslissen
                    of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                    raadscommissie danwel de raad de notulen vaststelt. Een afwijzing van een
                    dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak
                    van de Raad van State). </al><tussenkop>Artikel 19 Spreekregels</tussenkop><al>Indien er andere sprekers zijn, bepaalt de voorzitter vanaf welke plaats zij
                    spreken.</al><tussenkop>Artikel 22 Spreektijd</tussenkop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat de raadscommissie op eigen
                    initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt
                    voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te
                    stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de
                    vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken.</al><tussenkop>Artikel 23 Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    raadscommissie. </al><tussenkop>Artikel 24 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van de raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van de raadscommissie zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. </al><al>Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te
                    spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering
                    zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden, burgerleden
                    als anderen die deelnemen aan de beraadslaging.</al><al>Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een
                    dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. </al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 33 van deze verordening.</al><tussenkop>Artikel 25 Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. </al><tussenkop>Artikel 26 Deelname aan de beraadslaging door
                    anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze
                    bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de commissiegriffier, de
                    griffier, de burgemeester, de wethouders en de ondersteunende ambtenaren. </al><tussenkop>Artikel 27 Conclusie van de beraadslaging</tussenkop><al>De raadscommissie bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het
                    college en de burgemeester. De leden beslissen over de inhoud van de conclusie
                    van de beraadslagingen. Een oordeelsvormende vergadering kenmerkt zich door een
                    debat waarin de standpunten van de diverse fracties, of leden, zo duidelijk
                    mogelijk worden gepresenteerd. De conclusie bevat daarom de standpunten van de
                    fracties, of desgewenst de leden. De conclusie van de beraadslagingen in een
                    oordeelsvormende vergadering over een raadsvoorstel is dus niet gericht op een
                    inhoudelijk standpunt waar de gehele commissie of een meerderheid van de
                    commissie mee kan instemmen. Pas in de raadsvergadering is er de noodzaak om tot
                    formuleringen van inhoudelijke besluiten te komen waar een meerderheid mee kan
                    instemmen.</al><tussenkop>Artikel 28 Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn op besloten vergaderingen
                    kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van
                    stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze
                    verordening zijn echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die
                    bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen
                    er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt
                    kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten
                    vergadering en het behandelde zal de raadscommissie moeten besluiten of
                    geheimhouding als bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan
                    wel opgeheven.</al><tussenkop>Artikel 30 Notulen</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus de
                    raadscommissie anders beslist. </al><tussenkop>Artikel 31 Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen de raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van de raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan de raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><tussenkop>Artikel 32 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 31 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    de raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Artikel 33 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><tussenkop>Artikel 34 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van de raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><tussenkop>Artikel 35 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Artikel 35 heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>